Verkeersbesluit: Uniformering en eenduidige uitvoering van de bebording verplichte rijrichting voor gemotoriseerd verkeer op Reewoude, Herkenbosch

Gem.reg.nr. Z26-069135

Specialist/beleidsmedewerker Openbare Werken, Verkeer G. Brings

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN ROERDALEN

Gelet op:

De bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en de Algemene wet bestuursrecht; -

Overwegende:

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer genoemde verkeerstekens, alsmede voor de onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

Uit het oogpunt van:

Het verzekeren van de veiligheid op de wegen;

Het beschermen van de weggebruikers en passagiers ;

Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

Is het gewenst om

Om de bestaande bebording “Verplichte rijrichting” uniform en eenduidig uit te voeren voor gemotoriseerd verkeer op Reewoude.

Motivering

De wegen in buurtschap Reewoude zijn smal van opzet en kennen een onoverzichtelijke structuur, waardoor het voor gemotoriseerd verkeer niet altijd mogelijk is elkaar veilig te passeren. Daarnaast wordt het gebied intensief gebruikt door voetgangers en fietsers.

In de huidige situatie is op meerdere locaties tweerichtingsverkeer toegestaan, hetgeen leidt tot onveilige situaties en onduidelijkheid voor weggebruikers. Door de bestaande bebording “Verplichte rijrichting” uniform en eenduidig uit te voeren wordt voorkomen dat voertuigen elkaar moeten passeren op smalle wegvakken en wordt de verkeerscirculatie verduidelijkt.

Het uniform en eenduidig uitvoeren van de bebording van een verplichte rijrichting, in combinatie met passende verkeersborden en wegmarkeringen, draagt bij aan een veiliger, overzichtelijker en leefbaarder verkeerssituatie voor alle weggebruikers.

Juridisch kader verkeersbesluit

Van belang zijn de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit Administratieve bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW). In artikel 15, lid 1 van de Wegenverkeerswet is opgenomen dat voor het plaatsen en verwijderen van verkeerstekens een verkeersbesluit vereist is. In het BABW is nader gespecificeerd voor welke verkeerstekens een verkeersbesluit nodig is.

In artikel 15, lid 2 van de Wegenverkeerswet is opgenomen dat voor het plaatsen of verwijderen van (fysieke) maatregelen die leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers die gebruik kunnen maken van een weg een verkeersbesluit is vereist.

Artikel 12 van het BABW bepaalt dat:

De plaatsing of verwijdering van de hierna genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit:

a) de borden die zijn opgenomen in de hoofdstukken A tot en met G van bijlage1,

 behorende bij het RVV 1990, uitgezonderd de borden C22 en E9, alsmede de borden E4,

E12 en E13, tenzij onder deze verkeersborden een onderbord als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d, wordt aangebracht;

b) de volgende verkeerstekens op het wegdek:

1. doorgetrokken strepen;

2. aanduiding van fietsstroken;

3. aanduiding van busstroken en busbanen;

4. voetgangersoversteekplaatsen;

5. gele doorgetrokken strepen;

6. gele onderbroken strepen

 7. haaientanden

In onderstaande tekst wordt aangegeven waar borden worden geplaatst en markeringen worden aangebracht.

Uit artikel 12 BABW blijkt dat voor het plaatsen of verwijderen van fysieke maatregelen, zoals drempels en inritconstructies, geen verkeersbesluit vereist is. Deze fysieke maatregelen vallen dan ook buiten het verkeersbesluit.

Aanpak en inrichting

De verplichte rijrichting wordt gerealiseerd door het plaatsen van de verkeersborden D04, D05-r, D05-l en L08 en de onderborden OB52, OB501-l, OB501-r en OB308 met daarop de tekst “Uitgang”. Ter ondersteuning hiervan wordt de benodigde witte pijlmarkering op het wegdek aangebracht.

Belangenafweging

 Overwegende dat:

- De wegen onderdeel zijn van Reewoude;

- Op Reewoude zowel een éénrichtingsverkeer als ook een verplichte rijrichting is ingesteld;

- Dit voor verwarring zorgt bij de weggebruikers op Reewoude;

- Bezorgdiensten deze éénrichtingsverkeer en verplichte rijrichting met enige regelmaat negeren;

- De straten op Reewoude te smal zijn om bij tegemoetkomend autoverkeer elkaar eenvoudig te passeren;

- Er, als er sprake is van een ontmoeting tussen auto- en fietsverkeer, geen gevoel van verkeersonveiligheid ontstaat;

- De huidige bewoners van de Reewoude schriftelijk benaderd zijn omtrent het uniformeren en eenduidig maken van de verplichte rijrichting;

- De verplichte rijrichting niet voor fietsers geldt;

- Er een zeer acceptabele, minimale extra omrijdafstand ontstaat door het instellen van verplichte rijrichting;

- Het uniformeren en eenduidig van de verplichte rijrichting het verkeersveiligheidsgevoel verhoogt en leidt tot een betere toegankelijkheid voor onder meer hulpdiensten;

- Het belang van de verkeersveiligheid en de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers zwaarder weegt dan het belang van gemotoriseerde weggebruikers om zonder routebeperking door het gebied te rijden;

- Voor zover belanghebbenden nadelige gevolgen ondervinden van het besluit deze niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dit besluit te dienen doelen (artikel 3:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht).

Gehoord

Overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer is overleg gepleegd omtrent deze maatregel met de taakaccenthouder verkeer van de basiseenheid Echt-Susteren-Roerdalen van de politieregio Limburg en dat zij positief adviseert. Het betreffende advies is afgegeven op donderdag 12 maart 2026.

BESLUIT

 

  • I.

    In Reewoude de verplichte rijrichting uniform en eenduidig uit te voeren;

  • II.

    Een en ander uit te voeren door het plaatsen van de verkeersborden D04, D05-l, D05-r en L08 (RVV 1990) en de onderborden OB52, OB501-l, OB501-r en OB308 met daarop de tekst “Uitgang “(RVV 1990) en het eventueel aanbrengen van (ondersteunende) witte markering(en), conform bijgevoegde situatietekening Z26-069135.

     

    St. Odiliënberg, 9 juli 2026

     

    Hoogachtend,

     

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Roerdalen,

    krachtens mandaat,

     

    G (Guus) Brings

    Specialist/beleidsmedewerker Openbare Werken, Verkeer

     

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan iedereen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, hiertegen binnen zes weken na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders van Roerdalen, Postbus 6099, 6077 ZH Sint Odiliënberg. Het maken van bezwaar schorst niet de werking van dit besluit.

Het bezwaarschrift moet ten minste bevatten:

 

  • a)

    naam en adres

  • b)

    de dagtekening

  • c)

    omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift gericht is; Verkeersbesluit "Z26-069135 Uniformering en eenduidige uitvoering van de bebording verplichte rijrichting voor gemotoriseerd verkeer op Reewoude, Herkenbosch"

  • d)

    de gronden van het bezwaar  

    Wanneer u van mening bent dat vanwege spoed niet op het besluit op uw bezwaarschrift gewacht kan worden, kunt u bij de voorzieningsrechter van de Rechtbank Limburg, sector Bestuursrecht, Postbus 950 te 6040 AZ Roermond verzoeken dit besluit te schorsen en/of een voorlopige voorziening te treffen.

 

Naar boven