U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Omgevingsplan gemeente Beekdaelen

Wijzigartikel I

De tekst van de wijziging omgevingsplan zorgactiviteiten wordt vervangen zoals gegeven in Bijlage A Wijziging Omgevingsplan Zorgactiviteiten van dit Besluit.

Bijlage A Wijziging Omgevingsplan Zorgactiviteiten

A

Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 21 GEBIEDSONTWIKKELING

[Gereserveerd]

Afdeling 21.1 Gebiedsontwikkeling algemeen

[Gereserveerd]

Afdeling 21.2 Het verrichten van zorgactiviteiten

Artikel 21.1 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het verrichten van zorgactiviteiten binnen het Ambtsgebied gemeente Beekdaelen.

Artikel 21.2 Normadressaat

Aan de regels in deze afdeling wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van deze regels.

Artikel 21.3 Omgevingsvergunningplicht
  • 1.

    Voor zover op een locatie waarin in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a van de Omgevingswet jo. artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, een bestemming in de hoofdgroep ‘Centrum’, ‘Maatschappelijk’, ‘Bedrijf’, ‘Bedrijventerrein’, ‘Dienstverlening’, ‘Gemengd’, ‘Kantoor’ is toegekend of een artikel zoals bedoeld in het tweede lid van toepassing is, is het in afwijking van die bestemmingsregels verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken voor zorgactiviteiten.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde artikelen zijn:

    • a.

      artikel 19 van het bestemmingsplan ‘’Buitengebied’’ (vastgesteld op 13 juli 2006);

    • b.

      artikel 13 van het bestemmingsplan ‘’Wijnandsrade’’ (vastgesteld op 12 februari 2008);

    • c.

      artikel 3.2.2 onder h, artikel 7.2.2 onder k, artikel 9.1 onder a en artikel 10.2.2 onder g van het bestemmingsplan Kern Vaesrade (vastgesteld op 15 juni 2010);

    • d.

      artikel 18, lid A en B van het gemeentelijk plan ‘’Wijzigingsplan Vogelsgewande te Merkelbeek’’ (vastgesteld op 24 februari 2012);

    • e.

      artikel 8.1.1 en 9.1.1 van het bestemmingsplan ‘’Woonkernen 2013’’ (vastgesteld op 20 juni 2013);

    • f.

      artikel 3.1 onder h en artikel 7.1 onder b van het bestemmingsplan ‘’Buitengebied Nuth’’ (vastgesteld op 24 maart 2015).

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de zorgactiviteiten op het moment van in werking treden van dit artikel reeds plaatsvonden in overeenstemming met het geldende omgevingsplan dan wel in overeenstemming met een in afwijking daarvan verleende omgevingsvergunning, mits:

    • a.

      de omvang van die activiteiten niet worden uitgebreid;

    • b.

      de aard van de activiteiten niet wordt gewijzigd.

Artikel 21.4 Uitzondering omgevingsvergunningplicht
  • 1.

    Het verbod, bedoeld in artikel 21.3 eerste lid, geldt niet voor de volgende zorgactiviteiten voor zover die op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan reeds op een locatie zijn toegestaan:

    • a.

      huisartsenzorg;

    • b.

      tandartsenzorg;

    • c.

      verloskunde, kraamzorg en consultatiebureaus;

    • d.

      paramedische zorg zonder overnachting en daarmee naar aard vergelijkbare alternatieve zorgaanbieders;

    • e.

      het verlenen van mantelzorg of het verlenen van zorg aan huis op een locatie waar overeenkomstig het geldende omgevingsplan sprake is van (nagenoeg) zelfstandige bewoning.

Artikel 21.5 Beoordelingsregels
  • 1.

    Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.3, eerste lid wordt alleen verleend als gelet op de aard, omvang en locatie van de zorgactiviteit:

    • a.

      sprake is van een goed woon- en leefklimaat en omliggende functies niet onevenredig in hun gebruiksmogelijkheden worden benadeeld;

    • b.

      geen onevenredig nadelige gevolgen te verwachten zijn voor de veiligheid, leefbaarheid en veerkracht van de omgeving; en

    • c.

      sprake is van een aantoonbare regionale dan wel lokale behoefte, ook rekeninghoudend met het reeds bestaande aanbod.

  • 2.

    Bij de beoordeling of wordt voldaan aan het eerste lid onder a en b betrekt het bevoegd gezag in ieder geval:

    • a.

      voor wat betreft de aard van de zorg:

      • 1.

        de zwaarte van de geboden zorg op basis van bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, Wlz-profielen, Wmo en/of indicatiestelling jeugd;

      • 2.

        de doelgroep(en) waaraan zorg wordt verleend;

      • 3.

        of nachtverblijf aan de orde is;

      • 4.

        de mate waarin ter plaatse verblijvende zorgbehoevenden zelf invulling geven dan wel kunnen geven aan hun daginvulling;

      • 5.

        de duur van het verblijf;

    • b.

      voor wat betreft de omvang van de te verlenen zorg:

      • 1.

        het aantal personen waaraan gelijktijdig individueel en/of in groepsverband zorg kan worden geboden;

      • 2.

        de dagen en tijden waarop zorg wordt aangeboden;

      • 3.

        voor zover aan de orde: het aantal bedden/plaatsen voor nachtverblijf;

    • c.

      voor wat betreft de locatie:

      • 1.

        de afstand tot gebouwen met kwetsbare doelgroepen;

      • 2.

        de mate van het voorzieningenniveau in de omgeving;

      • 3.

        de mate van stedelijke verdichting;

      • 4.

        de aanwezigheid van andere zorgactiviteiten in de omgeving;

    • d.

      voor wat betreft de gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen:

      • 1.

        de mate waarin bedrijven door de aangevraagde activiteiten kunnen worden beperkt in hun bedrijfsvoering en/of uitbreidingsmogelijkheden;

      • 2.

        de wijze waarop wordt voorzien in de parkeerbehoefte;

    • e.

      te nemen maatregelen:

      • 1.

        maatregelen die worden getroffen om eventuele nadelige gevolgen voor de veiligheid, leefbaarheid en veerkracht te voorkomen of die juist bijdragen aan een verbetering van veiligheid, leefbaarheid en veerkracht.

Artikel 21.6 Aanvraagvereisten

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.3, eerste lid omvat:

  • a.

    het beoogde en het huidige gebruik van de locatie en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • b.

    een motivering dat aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 21.5 wordt voldaan.

Artikel 21.7 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 21.3, eerste lid kunnen in ieder geval voorschriften worden verbonden ter waarborging van de belangen waarop de beoordelingsregels zien.

B

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN

Voor de toepassing van hoofdstuk 22 wordt verstaan onder:

aansluitafstand:

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt;

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein:

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

AS SIKB 2000:

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018;

bebouwingsgebied:

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

BRL SIKB 2000:

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013;

BRL SIKB 7000:

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015;

concentratiegebied geurhinder en veehouderij:

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied;

distributienet voor warmte:

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

geurgevoelig object:
  • a.

    gebouw:

    • 1.

      dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en;

    • 2.

      dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; en

    • 3.

      dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf; of

  • b.

    geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd;

gezoneerd industrieterrein:

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;

ISO 11423-1:

ISO 11423-1:1997: Water – Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden – Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997;

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten; en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • 1.

      rundvee tot 24 maanden;

    • 2.

      kalkoenen;

    • 3.

      eenden; of

    • 4.

      parelhoenders;

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor:

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 5725:

NEN 5725:2017: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017;

NEN 5740:

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016;

NEN 6090:

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017;

NEN 6578:

NEN 6578:2011: Water – Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011;

NEN 6589:

NEN 6589:2005/C1:2010: Water – Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010;

NEN 6600-1:

NEN 6600-1:2019: Water – Monsterneming – Deel 1: Afvalwater, versie 2019;

NEN 6965:

NEN 6965:2005: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005;

NEN 6966:

NEN 6966:2006: Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006;

NEN-EN 12566-1:

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016;

NEN-EN 12673:

NEN-EN 12673:1999: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999;

NEN-EN 16693:

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015;

NEN-EN 1825-1:

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006;

NEN-EN 1825-2:

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002;

NEN-EN 858-1/A1:

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004;

NEN-EN 858-2:

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003;

NEN-EN 872:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005;

NEN-EN-ISO 10301:

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, versie 1997;

NEN-EN-ISO 10523:

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water – Bepaling van de pH, versie 2012;

NEN-EN-ISO 11885:

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water – Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009;

NEN-EN-ISO 12846:

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-1:

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 14403-2:

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) – Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012;

NEN-EN-ISO 15587-1:

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15587-2:

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002;

NEN-EN-ISO 15680:

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met «purge-and-trap» en thermische desorptie, versie 2003;

NEN-EN-ISO 15682:

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001;

NEN-EN-ISO 15913:

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water – Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003;

NEN-EN-ISO 17294-2:

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma – Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016;

NEN-EN-ISO 17852:

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008;

NEN-EN-ISO 17993:

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004;

NEN-EN-ISO 2813:

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen – Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014;

NEN-EN-ISO 5667-3:

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water – Monsterneming – Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018;

NEN-EN-ISO 5815-1:

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019;

NEN-EN-ISO 5815-2:

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003;.

NEN-EN-ISO 9377-2:

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000;

NEN-EN-ISO 9562:

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water – Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004;

NEN-ISO 15705:

NEN-ISO 15705:2003: Water – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) – Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003;

NEN-ISO 15923-1:

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit – Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie – Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013;

Paramedische zorg:

Zorgverlening door een fysiotherapeut, ergotherapeut, podotherapeut, logopedist, audioloog, audicien, optometrist, diëtist of daarmee naar aard vergelijkbare vorm van (alternatieve) zorgverlening waar veelal zonder verwijzing van een huisarts een beroep kan worden gedaan en waaronder in dit besluit in ieder geval niet wordt begrepen geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg, verslavingszorg en reïntegratiebegeleiding na detentie.

straatpeil:
  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

Tijdelijk deel van het omgevingsplan:

De ruimtelijke plannen en besluiten die samen het tijdelijk deel van het omgevingsplan vormen als bedoeld in artikel 22.1 aanhef en onder a Omgevingswet.

warmteplan:

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

Zorgactiviteit:

Een gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij activiteiten plaatsvinden die in hoofdzaak zijn gericht op het bieden van zorg in de vorm van persoonlijke verzorging of verpleging, begeleiding of behandeling van psychische of lichamelijke problemen, dan wel begeleiding of behandeling gericht op het leren omgaan met, herstellen van of voorkomen van ziekten of aandoeningen, al dan niet in combinatie met (nacht)verblijf dat niet is aan te merken als (nagenoeg) zelfstandige bewoning gelet op het overwegend verzorgend karakter.

C

Bijlage II wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage II Geografische Informatieobjecten

Deze regeling bevat geen GIO informatie.

Ambtsgebied gemeente Beekdaelen

/join/id/regdata/gm1954/2026/02ba781fd7324cc79a322eaaac21036a/nld@2026‑07‑27;bcd909a7e73e4712b9a46fc890093c35

D

Na sectie I wordt een sectie ingevoegd, luidende:

21 GEBIEDSONTWIKKELING

1 GEBIEDSONTWIKKELING ALGEMEEN

[Gereserveerd]

2 HET VERRICHTEN VAN ZORGACTIVITEITEN

21.1 Toepassingsbereik

Dit artikel regelt dat de regels in deze afdeling van toepassing zijn binnen het Ambtsgebied van gemeente Beekdaelen. De regels gelden geografisch daardoor voor het plangebied van alle ruimtelijke plannen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen. De reikwijdte van deze regels ziet inhoudelijk alleen op het verrichten van zorgactiviteiten zoals opgenomen in de begripsbepaling in Bijlage I van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen.

21.2 Normadressaat

Uit dit artikel blijkt dat degene die de activiteit verricht of laat verrichten ook degene is die moet zorgen voor naleving van de daaraan verbonden regels. Gelet op de aard en strekking van de inhoudelijke regels is dit artikel met name van belang voor de handhaving van het verbod zoals opgenomen in artikel 21.3. Mocht sprake zijn van verhuur van bouwwerken of gronden waar zorgactiviteiten worden verricht, kan gelet op de strekking van dit artikel zowel de huurder als de eigenaar/verhuurder worden aangesproken op de naleving van het verbod zoals opgenomen in artikel 21.3.

21.3 Omgevingsvergunningplicht zorgactiviteiten

In artikel 21.3 is het verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning op de aangegeven locaties in het eerste en tweede lid van dit artikel zorgactiviteiten te verrichten. In Bijlage I van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen is in de begripsbepaling opgenomen wat onder zorgactiviteiten moet worden verstaan. Het verrichten van dergelijke zorgactiviteiten is daardoor op de genoemde locaties niet meer mogelijk zonder een omgevingsvergunning en daarmee dus ook niet zonder voorafgaande beoordeling door het bevoegd gezag.

In het derde lid van dit artikel is een uitzondering opgenomen voor legaal gebruik van bouwwerken en/of gronden voor zorgactiviteiten dat plaatsvond op het moment van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit. Legaal wil zeggen dat dat is toegestaan op basis van het op dat moment geldende Omgevingsplan gemeente Beekdaelen, of dat dit is toegestaan op basis van een verleende omgevingsvergunning in afwijking van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen. Daarbij is van belang dat voorafgaand aan de vaststelling van deze wijziging van het omgevingsplan het voorbereidingsbesluit ‘’TAM-voorbereidingsbesluit zorgactiviteiten op locaties met een maatschappelijke functie’’ is genomen op 27 augustus 2025. Dit voorbereidingsbesluit heeft het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen tijdelijk gewijzigd met voorbeschermingsregels (artikel 4.14, tweede lid Omgevingswet). Hierin was ook al voorzien in een vergunningplicht voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor zorgactiviteiten. Daarom zullen de uitzonderingen als genoemd in het derde lid veelal moeten gaan om een gebruik dat vóór 27 augustus 2025 is begonnen of dat is toegelaten middels een omgevingsvergunning die is verleend op grond van het voorbereidingsbesluit. Met de laatstgenoemde omgevingsvergunning hebben de zorgactiviteiten plaatsgevonden in overeenstemming met de voorbeschermingsregels die deel uitmaakte van het geldende omgevingsplan.

Het derde lid, onder a en b regelt verder dat het bestaand legaal gebruik van bouwwerken en/of gronden voor zorgactiviteiten zoals bedoeld in het derde lid niet mag worden uitgebreid en/of geen wijziging mag plaatsvinden van de aard van de zorgactiviteit. De aard van de zorg ziet daarbij op de vorm/categorie van zorg die wordt verleend. Indien het aantal personen waar zorg aan wordt verleend toeneemt of het type zorg verandert, zal als gevolg voor deze uitbreiding of wijziging een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de wijziging of uitbreiding is gerelateerd aan het gebruik en niet aan de inrichting of bouwkundige staat van bouwwerken en gronden. Daarvoor kunnen wel andere omgevingsvergunningen nodig zijn, bijvoorbeeld op grond van artikel 22.26.

Verder borgt dit artikel ook de juridische positie van de regels in deze afdeling ten opzichte van de rest van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen. In het eerste en tweede lid is namelijk een voorrangsbepaling opgenomen. Met deze wijziging van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen is niet beoogd om de overige gebruiksvormen binnen een bestemming ‘’Maatschappelijk’’ of een andere bestemming waarin de gronden bestemd zijn voor maatschappelijke doeleinden, te wijzigen. Aangezien het gelet op artikel 22.6, eerste lid Omgevingswet niet mogelijk is om een deel van de geldende regels uit het tijdelijke deel op een locatie te laten vervallen, is gewerkt met een voorrangsbepaling. Op deze wijze wordt voorkomen dat de regels uit bestemmingsplannen gewijzigd moeten worden en blijven de overige regels die niet zien op het uitvoeren van zorgactiviteiten van toepassing.

In het eerste lid zijn de bestemmingen genoemd waar over het algemeen de gronden mogen worden gebruikt voor maatschappelijke doeleinden/diensten en daarmee ook voor zorgactiviteiten, met uitzondering van de bestemming ‘’Bedrijf’’ en ‘’Bedrijventerrein’’. Binnen de laatstgenoemde twee bestemmingen is het verrichten van zorgactiviteiten in een aantal bestemmingsplannen namelijk mogelijk doordat bepaalde zorgactiviteiten zijn genoemd in een aan de planregels gekoppelde lijst van bedrijfsactiviteiten en de planregels bepalen dat die activiteiten dan zijn toegestaan. Overal waar in de ruimtelijke plannen uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Beekdaelen deze bestemmingen voorkomen, is het in afwijking van die bestemmingsregels niet meer mogelijk om zorgactiviteiten te verrichten zonder een omgevingsvergunning. Verder zijn er nog een aantal specifieke regels uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Beekdalen die zorgactiviteiten mogelijk maken en waarvoor het in afwijking van die regels niet mogelijk is om deze zorgactiviteiten te verrichten zonder omgevingsvergunning. Deze regels zijn opgesomd in het tweede lid.

21.4 Uitzondering omgevingsvergunningplicht

In dit artikel is voorzien in een uitzondering op de omgevingsvergunningplicht. Voor deze vormen van zorgactiviteiten geldt dat de impact op de omgeving niet zodanig is dat dit een (extra) vergunningplicht rechtvaardigt. Bovendien zijn dit activiteiten die een belangrijke bijdrage leveren aan het voorzieningenniveau en daarmee aan de leefbaarheid. Daarbij wordt volledigheidsheidshalve opgemerkt dat deze regel gelet op de redactie van de aanhef niet voorziet in het toestaan van die activiteiten op een locatie waar die niet reeds zijn toegestaan op basis van het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

21.5 Beoordelingsregels

Het eerste lid bevat het toetsingskader waaraan de aanvraag voor te verrichten zorgactiviteit wordt getoetst en waaraan de zorgactiviteit dus moet voldoen. Die beoordelingsregels bevatten een aantal open normen die in het tweede lid verder worden geconcretiseerd. De beoordelingsregels sluiten aan bij de doelen van de Omgevingswet, namelijk het waarborgen van een veilige fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en het voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een goede omgevingskwaliteit betekent onder meer een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving. Een veilige leefomgeving ziet op zowel aspecten van fysieke veiligheid, maar ook sociale veiligheid. Er zijn verschillende elementen die in het kader van het toelaten van zorgactiviteiten een rol spelen bij de beoordeling van de impact op het woon- en leefklimaat en de (ervaren) veiligheid en de bereiken en behouden van een juiste verhouding tussen c.q. mix van kwetsbare doelgroepen en andere functies. Daarbij kan worden gedacht aan elementen zoals geluidsoverlast, verkeersaantrekkende werking, maar ook bij een zorgactiviteit gelet op de doelgroep wellicht te verwachten (onbegrepen) gedrag, de veerkracht van de omgeving, de mate van sociale controle in een omgeving, etc.

Verder is van belang dat de omliggende functies niet onevenredig mogen worden belemmerd of benadeeld door een te verrichten zorgactiviteit, bijvoorbeeld omdat de bestaande functies worden belemmerd in hun bedrijfsvoering of uitbreidingsmogelijkheden door het toevoegen van activiteiten die als geluidgevoelig moeten worden aangemerkt of die als kwetsbare functie moeten worden aangemerkt vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid.

In het tweede lid wordt voorzien in een concretisering van de in het eerste lid gehanteerde open normen. Daarin komt tot uitdrukking dat in ieder geval rekening wordt gehouden met de aard van de zorgactiviteit, de omvang van de beoogde zorgactiviteit en locatie waarop (en daarmee de omgeving waarin) de activiteit is voorzien. Voor die drie aspecten is benoemd welke punten bij de beoordeling moeten worden betrokken.

Voor wat betreft de beoordeling van de aard en omvang van de activiteiten kan daarop nog het volgende worden toegelicht:

  • a.

    De zwaarte van de geboden zorg, waar mogelijk op basis van een geobjectiveerde indicatiestelling is relevant voor de duiding van het type zorg(aanbieder) en de te verwachten doelgroepen. Daarmee is niet gezegd dat de zwaarte van de zorg op zichzelf doorslaggevend is voor het wel of niet verlenen van de vergunning. Het gaat om een duiding van de impact op de omgeving. Het is immers niet zo dat een hogere indicatie gelijk staat aan een grotere impact op de omgeving, maar het zegt wel iets over de intensiteit van de benodigde zorg en waaraan een duiding van die impact kan worden ontleend. Denk aan verkeersaantrekkende werking, de kwetsbaarheid van de activiteiten vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid, eventueel bij een doelgroep te verwachten onbegrepen gedrag, etc.

  • b.

    Of nachtverblijf aan de orde is, is ook van belang voor de beoordeling van de impact op de omgeving, gelet op de gebruiksintensiteit van een locatie. Er kan dan immers dag en nacht sprake zijn van geluid door activiteiten, verkeerbewegingen, etc.

  • c.

    De duur van het verblijf van cliënten is van belang omdat bij een kortdurend verblijf sprake kan zijn van een andere impact dan bij langdurig verblijf. Daarmee is niet gezegd dat het een meer impact heeft dan het ander, dat hangt ook weer samen met de aard van de zorg / doelgroep.

  • d.

    De mate waarin men zelf kan voorzien in een invulling van de dag is relevant voor de beoordeling in hoeverre overlast kan ontstaan door een gebrek aan een structurele daginvulling.

  • e.

    Voor wat betreft de beoordeling van de omvang van de aangevraagde zorg spreekt voor zich dat een toename van de omvang van activiteiten veelal kan leiden tot een grotere impact op de omgeving en om die reden ook steeds zal moeten worden beoordeeld welke omvang van activiteiten in welke omvang inpasbaar is.

Behalve de omvang van een voorziening zijn er andere factoren die de inpasbaarheid van zorgactiviteiten op een bepaalde locatie c.q. in een bepaalde omgeving beïnvloeden. Daarover kan nog worden opgemerkt:

  • a.

    Bepaalde activiteiten lenen zich niet goed voor vestiging in elkaars nabijheid. Zo ligt het niet voor de hand bijvoorbeeld bepaalde doelgroepen te vestigen in de (directe) nabijheid van bijvoorbeeld basisscholen of kinderdagverblijven.

  • b.

    Niet iedere kern of wijk heeft dezelfde draagkracht of sociale veerkracht, waardoor bepaalde zorgactiviteiten niet overal inpasbaar zijn. Daarbij speelt ook cumulatie/clustering een rol. Een overconcentratie van zorgactiviteiten is niet wenselijk.

  • c.

    Net als voor veel andere voorzieningen kan ook het voorzieningenniveau een rol spelen, bijvoorbeeld wanneer dat leidt tot veel verkeersbewegingen van cliënten, leveranciers, etc. of wanneer dat leidt tot veel bewegingen te voet op locaties waar de wegend aar niet op zijn ingericht, zoals bijvoorbeeld in het landelijk gebied (hoge toegestane maximumsnelheid in combinatie met afwezigheid goede voetpaden).

Bij de beoordeling of een aanvraag op de genoemde punten voldoet aan de beoordelingsregels kan gebruik worden gemaakt van de regionale ‘Toekomstvisie wonen, welzijn en zorg’, de daarbij behorende veerkrachtkaarten en de daarop gebaseerde documenten. Andere gegevens die kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor wat betreft de locatie en omgeving zijn de Leefbaarometer (van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), de SES-WOA-score en Veiligheidsmonitor (allebei van het Centraal Bureau voor de Statistiek), eventueel aangevuld met meer recente en meer genuanceerde lokale gegevens en ervaringen van gemeente en ketenpartners.

Verder verplicht het eerste lid, onder d dat er sprake moet zijn van een aantoonbare regionale dan wel lokale behoefte. In dit kader gaat het om de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte. Daarbij moet ook het bestaande zorgaanbod worden betrokken. Daarmee wordt beoogd dat vraag en aanbod zowel kwantitatief als kwaliteit in balans zijn en blijven. Deze beoordeling sluit daarom goeddeels aan bij de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking. Echter, waar de genoemde ladder uitgaat van een regionale benadering, komt in deze regel ook de lokale behoefte aan bod. Onderdeel van de overweging is ook dat - in relatie tot het bestaande aanbod – wordt gekeken naar de wijze waarop dat aanbod over de regio is verdeeld, om een lokale overconcentratie te voorkomen.

Tot slot is het van belang nog expliciet te benoemen dat de beoordelingsregels als opgenomen in het eerste lid cumulatief moeten worden uitgelegd. Met andere woorden, op als die beoordelingen is een positieve beoordeling nodig om de vergunning te kunnen verlenen. Voor wat betreft de factoren die in het tweede lid onder a, b en c zijn genoemd geldt dat er sprake kan zijn van zowel positieve als negatieve effecten, maar hier gaat het er om dat er per saldo geen sprake mag zijn van onevenredige negatieve gevolgen. Daarbij kunnen de maatregelen als bedoeld in het tweede lid onder f worden betrokken. Ook is van belang te nadrukken dat in het gebruik van de term ‘onevenredig’ besloten ligt dat een belangenafweging wordt gemaakt tussen de belangen van de zorgactiviteit en belangen van diegenen die de beoordelingsregels beogen te beschermen.

21.6 Aanvraagvereisten

Dit artikel bevat de aanvraagvereisten die gelden bij het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Artikel 21.3. De aanvraagvereisten werken aanvullend op de andere (algemene) aanvraagvereisten uit dit omgevingsplan. Bij de aanvraag moet worden aangegeven wat het huidige gebruik van de locatie is en welke zorgactiviteit wordt beoogd. Verder dient de aanvrager ten behoeve van de toetsing aan de beoordelingsregels van Artikel 21.5 een motivering te overleggen waaruit blijkt dat aan de beoordelingsregels is voldaan.

21.7 Vergunningvoorschriften

Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden gebonden gelet op de belangen uit het eerste lid in Artikel 21.5. In de voorschriften kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de te treffen maatregelen om de genoemde belangen te waarborgen.

Bijlage B Motivering Wijziging Omgevingsplan Zorgactiviteiten

MotiveringwijzigingOPzorgactiviteiten.pdf

/join/id/pubdata/gm1954/2026/c7c69999681847cb8f1ad52b56426f2f/nld@2026‑07‑27;1

Naar boven