Gemeenteblad van Opmeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Opmeer | Gemeenteblad 2026, 361781 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Opmeer | Gemeenteblad 2026, 361781 | beleidsregel |
Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026
Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Opmeer 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer en de burgemeester van de gemeente Opmeer, ieder voor hun eigen bevoegdheid,
Overwegende dat de gemeente Opmeer alleen zaken wil doen met integere partijen,
besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen
Deze beleidsregel verstaat onder:
Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de subsidieontvanger, de vergunninghouder, de begunstigde van een beschikking, de gegadigde en de inschrijver, de onderaannemer, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is of zal worden aangegaan of met wie wordt onderhandeld over een dergelijke transactie, en de beoogd verkrijger van een erfpachtrecht of opstalrecht waarvoor toestemming is gevraagd en de beoogd verkrijger van een recht op eigendom of een zakelijk recht waarvoor toestemming is gevraagd als bedoeld in de begripsbepaling “vastgoedtransactie” van artikel 1 lid 1 van de Wet Bibob. Onder betrokkene wordt verder mede verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld (art. 5.31, tweede lid van de Omgevingswet);
Bibob-onderzoek: het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan, de gemeente of het LBB of, en zo ja, in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob. Het eigen onderzoek van de gemeente Opmeer is nader omschreven in deze beleidsregel;
Bibob-toets: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij door het bestuursorgaan volgens deze beleidsregel wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, een beschikking in te trekken, te beëindigen, te wijzigen of hieraan voorschriften te verbinden dan wel een vastgoedtransactie niet aan te gaan of te beëindigen of een overheidsopdracht niet te gunnen, al dan niet na adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB);
Hoofdstuk 2 Toepassing Wet Bibob
Artikel 2.1 Aanleiding starten Bibob-onderzoek
De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten:
indien op basis van eigen ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC (regionale informatie- en expertisecentra) twijfels bestaan over de integriteit van betrokkene of diens (zakelijke) relaties. Deze twijfels kunnen bestaan uit vermoedens dat een betrokkene of diens zakelijke omgeving in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden;
indien er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob, die suggereert dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds zijn gepleegd of nog gepleegd zullen worden, als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob is ontvangen.
Dit geldt ook voor reeds verleende beschikkingen, gegunde overheidsopdrachten en afgesloten vastgoed- of grondtransacties.
Uitvoering van het Bibob-onderzoek blijft in beginsel achterwege in het geval een aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semioverheidsinstanties of woning(bouw)coöperaties die onder de Woningwet vallen.
De gemeente Opmeer kan de Wet Bibob toepassen bij de volgende verleende dan wel te verlenen beschikkingen (vergunningen en subsidies)
Artikel 3.1 Aanvraag buiten behandeling stellen
Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren bij beschikkingen
Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld met daarbij de verplichte bijlagen te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht worden toegepast. Bij weigering zal de gevraagde beschikking op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld.
Bij verleende beschikkingen zal een weigering om een formulier volledig in te vullen met daarbij de verplichte bijlagen op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet Bibob worden beschouwd als een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob. De verstrekte vergunning of subsidie kan als gevolg daarvan worden ingetrokken.
Weigering volledig invullen Bibob-vragenformulieren bij privaatrechtelijke transacties
Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld met daarbij de verplichte bijlagen te retourneren, kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die (rechts)persoon. De gemeente moet informatie hierover opnemen in documenten voor de vastgoedtransactie of overheidsopdracht, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of aanbestedingsdocumenten.
Het eigen onderzoek wordt gedaan door medewerkers van de gemeente Opmeer. Hierbij wordt gekeken naar de organisatie- en bedrijfsstructuur, de financiering en de handhavings- en strafgeschiedenis.
De mogelijke conclusies van het Bibob-onderzoek zijn:
Artikel 3.3 Verbindende voorschriften
Wanneer er sprake is van een mindere mate van gevaar -zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob-, dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken. Ook bij een ernstige mate van gevaar kan de gemeente beslissen om extra voorschriften op te leggen, bijvoorbeeld wanneer het weigeren of intrekken van de vergunning een grote maatschappelijke impact heeft.
Artikel 3.4 Het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook een adviesverzoek indienen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB) om nader onderzoek uit te voeren over de mate van gevaar zoals bedoeld in artikel 3 Wet Bibob. Het LBB valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid en mag meer informatie opvragen dan de gemeente. Doordat het LBB meer informatie mag uitwisselen met partners, kunnen zij uitgebreider en vollediger onderzoek doen. De gemeente laat het LBB alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt. Het advies van het LBB is niet bindend, de gemeente mag hier dus van afwijken.
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken.
Het advies van het LBB kan door de gemeente voor een periode van twee jaar worden gebruikt voor andere beslissingen.
Artikel 3.5 Subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel
Bij de Wet Bibob zijn de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten. Bij subsidiariteit gaat het er om of het doel (de bescherming van de integriteit van de gemeente) ook op andere, minder ingrijpende manieren kan worden bereikt. Ten aanzien van de Wet Bibob betekent dit dat het een ultimum remedium is. Alle gangbare en minder vergaande mogelijkheden moeten zijn benut, voordat in het uiterste geval advies wordt gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob.
Het proportionaliteitsbeginsel wordt door de gemeente tot uitdrukking gebracht door het Bibob-instrument risicogericht in te zetten op de plekken waar de kans op het onbewust faciliteren van criminele activiteiten het grootst is. In de praktijk betekent dit dat de gemeente de Wet Bibob zal toepassen om de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob te onderzoeken indien sprake is van:
In dergelijke gevallen worden in beginsel slechts die gegevens van de betrokkene gevraagd die noodzakelijk zijn voor het onderzoek. Daarnaast moeten de gevolgen die voortvloeien uit de besluitvorming door de gemeente, gebaseerd op de resultaten van het Bibob-onderzoek, evenredig zijn aan de mate van gevaar.
Artikel 3.6 Valsheid in geschriften
Het Bibob-vragenformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 225 van het Wetboek van Strafrecht). Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit gedaan heeft, kan de gemeente aangifte doen bij de politie. Ook kan de gemeente de beschikking weigeren of intrekken, een vastgoed-/grondtransactie niet aangaan, dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten.
Aldus vastgesteld op 09/06/2026
De burgemeester van Opmeer,
Burgemeester en wethouders van Opmeer,
Secretaris,
Burgemeester.
Toelichting op de uitvoering van het Bibob-onderzoek door de gemeente Opmeer
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bewijsstukken) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd.
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
De gemeente kan deze extra gegevens opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar (met uitzondering van politiegegevens) ook van Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
Politiegegevens mogen alleen opgevraagd worden van de betrokkene en eventueel de bestuurders of vennoten van de betrokkene. In sommige gevallen, wanneer dit voor een andere wet geregeld is, kunnen ook voor andere personen politiegegevens opgevraagd worden. Bijvoorbeeld een leidinggevende in het geval van de Alcoholwet.
De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren:
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht aan te gaan?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie alsnog intrekken.
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie alsnog intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten of de overeenkomst te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in de getekende overeenkomst hebben opgenomen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven of de overeenkomst te beëindigen. De gemeente moet die optie wel in de getekende overeenkomst hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan de periode worden verlengd met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan wordt dit opgevraagd bij betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven.
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-361781.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.