De Hoge Raad der Nederlanden heeft op 26 november 2021 het Didam-arrest gewezen (ECLI:NL:HR:2021:1778). Uit dit arrest vloeit voort dat de gemeente een onroerende zaak te koop moet aanbieden, zodat iedere serieuze gegadigde kenbaar kan maken dat hij in aanmerking wenst te komen om een koopovereenkomst voor de betreffende onroerende zaak te sluiten met de gemeente. Uit lagere rechtspraak volgt dat de verplichtingen uit het Didam-arrest tevens van toepassing zijn op de verhuur van onroerende zaken door de overheid. Dit houdt in dat de gemeente bij de verhuur van een onroerende zaak in beginsel een openbare aanbiedingsprocedure dient te organiseren om op die wijze serieuze gegadigden mee te laten dingen en zo gelijke kansen te creëren.
Een openbare aanbiedingsprocedure kan echter achterwege blijven indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de verhuur.
De gemeente Den Haag heeft het voornemen een gedeelte van het perceel grond ter hoogte van het hiernavolgende adres aan de Madepolderweg nabij 98a te verhuren aan de Haagse Modelboot Club (H.M.B.C.)
- 1.
Madepolderweg nabij 98a te ’s-Gravenhage, kadastraal bekend gemeente ’s-Gravenhage, sectie K, nummer 1755, gedeeltelijk groot circa 20 m2.
Argumenten enige serieuze gegadigde
De gemeente is van oordeel dat de hieronder genoemde partij dient te worden beschouwd als enige serieuze gegadigde op grond van de volgende argumentatie:
H.M.B.C is sinds 1 juni 2011 als modelboot club gevestigd op bovenvermeld adres, voorts hebben zij verzocht om een uitbreiding van het gehuurde direct naast het clubgebouw voor specifieke doeleinden die uitsluitend gerelateerd zijn aan (het gebruik van) modelboten. De verhuur past binnen de hoofddoelstelling van het Haagse Sport Akkoord om in 2030 iedereen op zijn of haar manier te laten sporten en bewegen.
De gemeente Den Haag beschouwt derhalve de Haagse Modelboot Club (H.M.B.C.) als enige serieuze gegadigde voor de huur van een gedeelte van het perceel grond aan de Madepolderweg nabij nummer 98a.
Termijn reactie
Derden met een rechtens te honoreren belang die zich niet kunnen verenigen met dit voornemen tot verhuur aan (H.B.M.C.) kunnen daartoe binnen 20 kalenderdagen na de datum van deze publicatie in het Gemeenteblad hun bezwaren kenbaar maken. Dit kan door een gemotiveerd bericht te sturen naar het e-mailadres didampublicaties@denhaag.nl o.v.v. Madepolderweg nabij 98a te ’s-Gravenhage.
Indien een tijdige reactie wordt ontvangen, beoordeelt de gemeente de schriftelijke motivering binnen vier weken na het einde van de reactietermijn en zal zij u haar standpunt mededelen. Indien u zich vervolgens niet kunt verenigen met het standpunt van de gemeente, dan kunt uiterlijk binnen 20 dagen na dagtekening van de brief waarin uw bezwaren door de gemeente ongegrond zijn verklaard, een kort geding aanhangig maken bij de rechtbank ’s-Gravenhage.
Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding binnen voornoemde termijn, vervalt het recht om in rechte op te treden en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans zijn de desbetreffende rechten daartoe verwerkt.
Zolang eventuele bezwaren door de gemeente in behandeling zijn en/of de gerechtelijke procedure loopt, wordt geen overeenkomst met H.B.M.C, gesloten. De gemeente blijft bevoegd om te besluiten geen overeenkomst te sluiten.
Met deze publicatie heeft de gemeente Den Haag uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).