Gemeenteblad van Hoeksche Waard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hoeksche Waard | Gemeenteblad 2026, 359988 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Hoeksche Waard | Gemeenteblad 2026, 359988 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Hoeksche Waard
gelezen het voorstel Voorbereidingsbesluit energieopslag en datacentra (Z/26/404867) d.d. 21 juli 2026
gelet op artikel 2 van het Delegatiebesluit voor het delegeren van de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan en het nemen van een voorbereidingsbesluit;
gelet op artikel 4.14 Omgevingswet
Besluit;
De "Voorbeschermingsregels energieopslag en reken- en datacentra" opgenomen in Bijlage A vast te stellen en toe te voegen aan het Omgevingsplan Hoeksche Waard.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Hoeksche Waard, 21 juli 2026
De secretaris
R.S.M. Heintjes
De loco-burgemeester
P. Boogaard
Voor zover de regels van de hoofdregeling van het omgevingsplan afwijken van deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels.
De voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die in overeenstemming zijn met de regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Elektriciteitsnet: een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit;
Energieopslagsysteem: systeem voor het tijdelijk opslaan van elektriciteit en het weer afgeven van elektriciteit aan het elektriciteitsnet;
PGS 37-1 Lithiumhoudende energiedragers: richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen. De laatste versie is vastgesteld door de BOb (Bestuurlijk Omgevingsberaad);
Datacentrum: als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
Rekencentrum: als bedoeld in artikel 3.235 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Deze afdeling gaat over het bedrijfsmatig in gebruik nemen van een:
Activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie, als de activiteiten in het eerste lid, en die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen worden beschouwd als één activiteit.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
het evenwichtig gebruiken van energie-infrastructuur met het oog op maatschappelijke opgaven;
het bevorderen van een duurzame ontwikkeling;
het op zo kort mogelijke afstand van elkaar realiseren van vraag naar-, en aanbod van energie;
het door middel van opslag beperken van transport van energie met het oog op het realiseren van maatschappelijke opgaven;
het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; en
het in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving.
Voor zover deze afdeling gaat over het opwekken, transporteren, opslaan en leveren van elektriciteit zijn de regels niet gesteld met het oog op de energievoorziening zoals bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Energiewet.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, te verrichten.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.3, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
gegevens over de energiehuishouding van het energieopslagsysteem, het datacentrum, of het rekencentrum;
gegevens waaruit blijkt welk effect de activiteit heeft op het realiseren van maatschappelijke opgaven;
een situatietekening en systeemspecificaties van het energieopslagsysteem;
de definitieve transport- en aansluitovereenkomst (ATO) tussen de initiatiefnemer en de netbeheerder; en
als lithiumhoudende energiedragers worden toegepast:
In plaats van een rekenbestand als bedoeld in het eerste lid, onder e, mag ook verwezen worden naar een tabel met vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico en de omvang van het explosieaandachtsgebied.
De omgevingsvergunning voor het verrichten van een activiteit, bedoeld in artikel 2.1, wordt in ieder geval geweigerd als de activiteit:
In aanvulling op het eerste lid, wordt de omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een energie-opslagsysteem, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, in ieder geval geweigerd als:
het initiatief geen substantiële bijdrage levert aan het beperken van transport van energie, zodat wordt voorzien in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit en maatschappelijke opgaven kunnen worden gerealiseerd;
het een systeem is waarbij de energieopslag niet ten dienste staat van de lokale behoefte;
het initiatief maatschappelijke opgaven verdringt; en
als lithiumhoudende energiedragers worden toegepast:
het energie-opslagsysteem niet voldoet aan PGS 37-1;
het energie-opslagsysteem leidt tot een plaatsgebonden risicocontour van 1 op de 1.000.000 per jaar (PR10 -6 /jr) buiten het terrein waarop de activiteit wordt geëxploiteerd; of
het explosieaandachtsgebied over een kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie is gelegen.
In aanvulling op het eerste lid, wordt de omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een datacentrum of rekencentrum, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, in ieder geval geweigerd alshet datacentrum of rekencentrum niet past binnen de lokaal beschikbare transportcapaciteit en maatschappelijke opgaven verdringt.
De activiteit belemmert in ieder geval het realiseren van maatschappelijke opgaven, als bedoeld in het eerste lid, onder b, als:
De activiteit voorziet in ieder geval niet in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit als bedoeld in het tweede lid, onder a, als:
Voordat op de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 2.3, wordt beslist, wordt door het college advies ingewonnen bij de netbeheerder met het oog op de toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 2.5.
Het doel van deze voorbeschermingsregels is dat energieopslagsystemen (EOS), data- en rekencentra die nu passen binnen de huidige regelgeving, maar die een negatief effect op de leefomgeving kunnen hebben worden voorkomen. Onder negatieve effecten op de leefomgeving worden mede begrepen de gevolgen die activiteiten hebben voor het evenwichtig benutten van het energiesysteem met het oog op maatschappelijke opgaven in het fysieke domein. Volgens artikel 4.14, derde lid, van de Omgevingswet mogen alleen voorbeschermingsregels worden gesteld over activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar die nog niet plaatsvinden. In dit artikel is daarom bepaald dat de regels in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn op activiteiten die al werden verricht voorafgaand aan de inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels.
Dit artikel geeft aan wat met bepaalde begrippen in de artikelen wordt bedoeld.
Dit artikel bepaalt dat de regels in deze afdeling gaan over het bedrijfsmatig in gebruik nemen (vergelijkbaar met exploiteren) van een EOS of een data- of rekencentrum. Het in gebruik nemen van een EOS of een data- of rekencentrum omvat ook het uitbreiden van een EOS of een data- of rekencentrum.
Onder a is bepaald dat het moet gaan om het in gebruik nemen van een EOS in het grondgebied van de gemeente. Hierbij is een ondergrens van 1 MWh vastgelegd in het belang van veiligheid. De ondergrens is bepaald aan de hand van effectafstanden uit het scenarioboek Omgevingsveiligheid van het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid). Installaties met een lagere capaciteit zijn niet relevant voor externe veiligheid.
Het gaat ook om het in gebruik nemen van een data- of rekencentrum met een totaal aansluitvermogen tussen de 1 tot 70 MW. De grotere hyperscale datacentra met een bebouwd vloeroppervlak groter dan 10 ha en een aansluitvermogen van 70 MW of meer, zijn al landelijk geregeld (paragraaf 5.1.7.7 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Artikel 5.161bc verbiedt gemeenten in uitsluitingsgebied nieuwe hyperscale datacentra in het omgevingsplan toe te laten. De gemeente Hoeksche Waard valt in het uitsluitingsgebied, daarom is het niet nodig om een voorbereidingsbesluit te nemen voor een data- of rekencentrum van meer dan 70 MW.
Door het woord bedrijfsmatig op te nemen richten deze regels zich op initiatieven met een zakelijk of commercieel doel en worden thuis- en (coöperatieve) buurtinitiatieven, waaronder initiatieven van energiegemeenschappen,uitgesloten van de werking van deze voorbeschermingsregels.
Dit artikel geeft aan dat de regels zijn gesteld met het oog op bepaalde doelen. Het gaat om doelen op het gebied van verduurzaming en energietransitie en op gebied van omgevingsveiligheid. Met de maatschappelijke opgaven, onder a, wordt bedoeld de vele opgaven waarvoor de gemeente de instrumenten van de Omgevingswet moet aanwenden. Voorbeelden zijn de gezonde leefomgeving, de woningbouwopgave, de energietransitie en de circulaire economie.
Het tweede lid geeft aan dat de regels niet gesteld zijn met het oog op de energievoorziening. Dat oogmerk is voorbehouden aan de Energiewet.
Dit artikel introduceert de vergunningplicht. Het bedrijfsmatig in gebruik nemen van een energieopslagsysteem, een datacentrum, of een rekencentrum dat binnen het toepassingsbereik van deze regels valt is alleen toegestaan met een omgevingsvergunning.
In dit artikel is bepaald welke gegevens door de aanvrager aangeleverd moeten worden voor de aanvraag omgevingsvergunning voor een energieopslagsysteem, een datacentrum of een rekencentrum. Bij de aanvraag om een vergunning worden gegevens over de locatie, een beschrijving van bepaalde onderdelen en gegevens ten aanzien van veiligheid geëist. De gemeente gebruikt deze informatie voor de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning.
Onder a t/m d
Vanuit de verduurzamingsopgave is het belangrijk om gegevens te ontvangen over de grootte van de (toekomstige) aansluiting en het voorgenomen transportvermogen van de in gebruik te nemen energieopslagsysteem/systemenof het data- of rekencentrum. Dit vangen wij onder de term ‘energiehuishouding’. De grootte omvat het aantal MW vermogen en MWh capaciteit. Het transportvermogen omvat onder andere bijvoorbeeld gegevens/cijfers over de afname en invoeding op het elektriciteitsnet, de momenten waarop dit plaatsvindt en of het door de netbeheerder is aangestuurd of niet (bijvoorbeeld op basis van een CSC-contract).
Ook een onderdeel van de energiehuishouding vormen de gegevens over de relatie van het energieopslagsysteem of het data- of rekencentrum met de omgeving, bijvoorbeeld de hoofdactiviteit elektriciteit opwekken met zonnepanelen. Oftewel inzicht in hoe de voorziening wordt gebruikt.
Gegevens over transportschaarste worden gevraagd om inzicht te krijgen in mogelijk negatieve effecten van de activiteit op het realiseren van andere maatschappelijke opgaven. Het gaat om gegevens op basis waarvan kan worden beoordeeld welke invloed het initiatief heeft ten aanzien van het evenwichtig gebruiken van de energie-infrastructuur ten behoeve van maatschappelijke opgaven. Wat bijvoorbeeld netcongestie veroorzaakt en daarmee de ruimtelijke ontwikkeling op slot kan zetten is het opladen van een energie-opslagsysteem tussen 16 en 21 uur (piek) in wintertijd. Het kan daarbij een rol spelen of een CSC-contract wordt afgesloten.
Ook wordt gevraagd om inzicht te geven via een situatietekening in de positionering en gegevens over de elektrische specificaties van het in gebruik te nemen energie-opslagsysteem.
Ten aanzien van veiligheid moet een risicoanalyse met een aantal specifieke onderdelen worden aangeleverd. Zie hiervoor de rekenmethode van het RIVM: Bepalen afstanden EOS'en en opslagen met lithiumhoudende energiedragers | RIVM
In voorbereiding op de toekomstige regelgeving die door het rijk voor energie-opslagsystemen wordt opgesteld is het tweede lid opgenomen. Wanneer voor standaard situaties vaste afstanden zijn vastgesteld door het rijk hoeft geen Kwantitatieve Risicoanalyse (Quantitative Risk Assessment; QRA) te worden opgesteld. Zodra deze tabel met vaste afstanden als conceptregelgeving van het rijk wordt gepubliceerd kan hiernaar worden verwezen. De aanvraag moet wel aantonen dat invulling wordt gegeven aan een standaard situatie.
In dit artikel volgen de beoordelingsregels van het bevoegd gezag. Dit artikel maakt duidelijk onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de vergunning kan verlenen of weigeren. Ook wordt aangegeven hoe gevolgen van activiteiten worden afgewogen.
Het past in de ambitie van de gemeente om het gebruik van duurzame energie te bevorderen. De activiteiten geregeld in deze paragraaf kunnen in deze energietransitie lokaal een bijdrage leveren of belemmeren. Plaatsing kan gezien de eigenschappen van deze activiteiten niet zonder meer en op iedere plaats. Daarom zijn de volgende beoordelingsregels opgenomen:
Het eerste lid bevat de algemene weigeringsgrond die geldt voor alle voorzieningen in deze afdeling, dus zowel energieopslagsystemen als data- en rekencentra. De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als de activiteit zorgt voor een onevenwichtig gebruik van de energie-infrastructuur (onder a) én het realiseren van maatschappelijke opgaven belemmert of daaraan niet op doelmatige wijze bijdraagt (onder b). De onderdelen a en b zijn cumulatief. Het tweede en derde lid werken deze algemene grond verder uit voor respectievelijk energieopslagsystemen en data- en rekencentra.
Onder maatschappelijke opgaven worden in deze voorbeschermingsregels de grote, sectoroverstijgende vraagstukken in de fysieke leefomgeving verstaan. Dit zijn de vraagstukken waarvoor de gemeente ruimtelijke keuzes moet maken en waarvoor de Omgevingswet het instrumentarium biedt, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw en verstedelijking en de digitalisering van de samenleving. Deze opgaven vragen om afstemming van uiteenlopende belangen en om tijdige sturing op het gebruik van de schaarse ruimte, in het licht van de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet. Het realiseren van die maatschappelijke opgaven staat mede onder druk als gevolg van netcongestie. Het is niet wenselijk dat dit verder onder druk komt te staan doordat activiteiten worden verricht die een ongewenst beroep doen op het gebruik van de energie-infrastructuur. Vandaar dat hier in deze voorbeschermingsregels een vergunningplicht wordt geïntroduceerd en beoordelingsregels voor worden gesteld.
Onder a is opgenomen dat de vergunning wordt geweigerd als het een aanvraag betreft waarbij het energie-opslagsysteem niet ten dienste staat van de lokale behoefte. Anders gezegd, als het gaat om een energie-opslagsysteem dat niet ten dienste staat van de functies zoals toegedeeld aan locaties in het omgevingsplan, maar dat bijvoorbeeld puur is bedoeld om te handelen op de energiemarkt. Het exploiteren van een EOS is op zichzelf niet een activiteit die we zelfstandig willen toestaan op een bedrijventerrein (vergelijkbaar met andere activiteiten, zoals het exploiteren van een opslagbedrijf die we ook uitsluiten). Dat is alleen anders als de EOS ten dienste staat of bijdraagt aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld als voor het goed functioneren van een bedrijventerrein een EOS nodig of wenselijk is, is sprake van een activiteit ten dienste van de toegestane bedrijven en kan een vergunning worden verleend.
Onder b is opgenomen dat een EOS in de exploitatiefase niet mag leiden tot externe veiligheidsrisico's, of beperkingen voor de omgeving.
Het derde lid vult de algemene weigeringsgrond van het eerste lid aan met gronden die specifiek gelden voor data- en rekencentra (artikel 2.1, eerste lid, onder b). Onder a gaat het om de vraag of het centrum past binnen de lokaal beschikbare transportcapaciteit en of daardoor maatschappelijke opgaven worden verdrongen. Onder b geldt, als lithiumhoudende energiedragers worden toegepast (bijvoorbeeld voor noodstroom), hetzelfde veiligheidskader als voor energieopslagsystemen; voor de uitleg daarvan wordt verwezen naar het tweede lid, onder c.
Dit lid vormt een nadere invulling van de beoordeling of een initiatief het realiseren van maatschappelijke opgaven belemmert. Als de schaarste op het elektriciteitsnet weliswaar afneemt in de nabij omgeving van het opslagsysteem of het data-/rekencentrum, maar die schaarste op andere plaatsen in de gemeente juist toeneemt, dan vormt het opslagsysteem een verhindering voor het oplossen van maatschappelijke opgaven. De ruimte op het elektriciteitsnet is immers schaars en de schaarse ruimte die er is, moet beschikbaar zijn voor ontwikkelingen die passen bij de visie van de gemeente. Negatieve invloed op deze ontwikkelruimte door energieopslagsystemen is onwenselijk. Daarom zal de vergunning geweigerd worden als schaarste op andere locaties toeneemt door het energie-opslagsysteem of het data-/rekencentrum. Concreet zou dit betekenen dat een initiatief flexibiliteit moet bieden, zodat er meer ruimte op het elektriciteitsnet ontstaat waardoor anderen in het verzorgingsgebied ook kunnen worden aangesloten op het elektriciteitnet.
Dit lid vormt een nadere invulling van de toets of een initiatief voorziet in een plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit. Als de schaarste op het elektriciteitsnet in de omgeving van het energie-opslagsysteem niet afneemt door de inzet van dat systeem, dan blijkt daaruit dat niet wordt voorzien in de plaatselijke behoefte van vraag en aanbod van elektriciteit. In dit geval moet de vergunning dan ook geweigerd worden.
In dit artikel is vastgelegd welke adviezen moeten worden ingewonnen voordat op de aanvraag kan worden beslist.
Dit artikel verplicht het bevoegd gezag ertoe de netbeheerder om een advies te vragen. Het gaat om een adviesrol als bedoeld in artikel 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb): een persoon of college dat op grond van een wettelijk voorschrift is belast met het adviseren over een te nemen besluit. Het advies is nodig omdat de netbeheerder beschikt over de gegevens over de beschikbare netcapaciteit en de gevolgen van het initiatief voor het elektriciteitsnet, waardoor het college kan beoordelen of de activiteit leidt tot een onevenwichtig gebruik van de energie-infrastructuur als bedoeld in de criteria van artikel 2.5. Omdat de netbeheerder daarmee een wettelijk adviseur is, geldt afdeling 3.3 van de Awb: het college moet zich ervan vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen (artikel 3:9 Awb) en vermeldt de redenen als het van het advies afwijkt (artikel 3:50 Awb).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-359988.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.