Gemeenteblad van Hilvarenbeek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilvarenbeek | Gemeenteblad 2026, 359458 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hilvarenbeek | Gemeenteblad 2026, 359458 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hilvarenbeek 2026
De raad van de gemeente Hilvarenbeek
gezien het voorstel van het college,
In te stemmen met de voorgestelde inhoudelijke wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2026, met uitzondering van de artikelen 2: 9, tweede lid, onder f, 2:10, zesde en zevende lid, 2:13, derde lid, onder a en c, 2:18a, onder a, 2:18d, eerste lid, onder a en 2:33a, waarover hieronder afzonderlijk wordt besloten.
Artikel 2:10, zesde en zevende lid
Artikel 2:10, zesde lid, wordt gewijzigd van:
"Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:9, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden, vechtsportgala's, evenementen van motorclubs of slipjachten."
"Het vierde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:9, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden, vechtsportgala's, evenementen van Outlaw Motorcycle Gangs of motorclubs die door de burgemeester zijn aangemerkt als een risico voor de openbare orde, of slipjachten."
Artikel 2:10, zevende lid, wordt gewijzigd van:
"Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of evenementen van motorclub als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, onder f, weigeren indien:"
"‘’Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement of een evenement van een Outlaw Motorcycle Gangs of motorclubs als bedoeld in artikel 2:9, tweede lid, onder f, weigeren indien:’’.
Artikel 2:13, derde lid, onder a
Artikel 2:13, derde lid, onder a, wordt gewijzigd van:
"naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;"
"naar het oordeel van de burgemeester redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde door de wijze van exploitatie op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;"
Artikel 2:33a Slapen op of aan de weg
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden tussen zonsondergang en zonsopgang voor zover:
De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2026 vast te stellen, waarin de deel I. Openbare Orde en Veiligheid en deel II. Fysieke Leefomgeving zijn samengebracht, en gelijktijdig de Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde en Veiligheid 2025 en de Algemene Plaatselijke Verordening Fysieke Leefomgeving 2025 in te trekken.
Inhoudsopgave de Algemene Plaatselijke Verordening 2026 van de gemeente Hilvarenbeek
Deel I. Openbare Orde en Veiligheid
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 8. Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling 9. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling 10. Bestrijding van heling van goederen
Afdeling 11. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
Afdeling 13. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf
Afdeling 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling 4. Openbaar water en waterstaatwerken
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 2. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Hoofdstuk 3. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk 4. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Afdeling 3. Openbaar water en waterstaatwerken
Afdeling 4. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Deel III Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden.
Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen wordt een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbaremanifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:6 Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:10 Evenementenvergunning
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zo- ver voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te ver-voeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
Afdeling 4a. Toezicht op openbare inrichtingen
In deze afdeling wordt in ieder geval onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant,pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, smart- shop, headshop of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfs- matig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken, zowel alcoholische of non-alcoholische, worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
Artikel 2:13 Exploitatie openbare inrichting
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in artikel 2:13 geheel of gedeeltelijk weigeren indien sprake is van een of meer van de volgende situaties:
de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van de (ernstige) vrees voor verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- of leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b Opiumwet of artikel 10 Wet experiment gesloten coffeeshopketen gesloten is geweest;
Artikel 2:13a Wijziging en verval van de exploitatievergunning
Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van dezelfde openbare inrichting wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.
Artikel 2:13b Intrekkingsgronden
als aannemelijk is dat de exploitant of leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
als de aan de burgemeester verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen.
Artikel 2:17 Handel binnen openbare inrichtingen, smart- of headshops en andere voor het publiek openstaande gebouwen
De exploitant van een openbare inrichting, of smart- of headshop of een ander voor het publiek openstaand gebouw en daarbij behorend erf staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting, die shop of in dat gebouw en daarbij behorend erf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Afdeling 4b. Exploitatievergunning smart- en headshops
Artikel 2.18a Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt verstaan onder :
inrichting : Een smart- dan wel headshop.
Onder een smartshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet smart-, ecodrugs, smartproducts en/of nieuwe psychoactieve stoffen, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn.
Onder een headshop wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel een niet voor publiek toegankelijke ruimte, waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, substanties, voorwerpen of gegevens, die gebruikt kunnen worden voor het gebruik van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet en die verwant zijn aan de drugscultuur, gerelateerde literatuur en accessoires worden aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervaardigd, opgeslagen, gedistribueerd of voorhanden zijn.
Artikel 2.18c Weigeringsgronden exploitatievergunning smart- of headshop
De burgemeester kan een vergunning weigeren als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, daaronder vallen of als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 2:18b gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag.
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de inrichting als smart- of headshop in strijd is met het Omgevingsplan of indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de exploitant of de beheerder/leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend.
De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of zal worden beïnvloed door de aanwezigheid van deze inrichting.
Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester in elk geval rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting als smart- of headshop.
De burgemeester kan de vergunning eveneens weigeren, indien één of meer exploitanten of beheerders/leidinggevenden van de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting binnen drie jaar voor indiening van de aanvraag om een vergunning een inrichting heeft geëxploiteerd als smart- of headshop of daar leiding aan heeft gegeven, die op grond van het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13 b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
Artikel 2.18e Intrekking vergunning exploitatie smart- of headshop
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt een vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken, indien niet langer voldaan wordt aan de in artikel 2:18d van deze verordening gestelde gedragseisen of het bepaalde in artikel 2:18f van deze verordening niet in acht wordt genomen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 kan de burgemeester de vergunning van een smart- of headshop als bedoeld in artikel 2:18b ook intrekken, als sprake is van een of meer van de volgende situatie(s):
aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of
de gegevens die zijn verstrekt voor het verkrijgen van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat bij kennis van de juiste en volledige gegevens een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere in het kader van de aanvraag overgelegde documenten.
Als de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop ingetrokken is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, kan de burgemeester bepalen, dat een nieuwe vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart- of headshop gedurende een bij de intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar kan worden geweigerd.
Artikel 2.18f Aanwezigheid leidinggevende smart- of headshop
Het is verboden de als smart- of headshop geëxploiteerde inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende of de exploitant of beheerder aanwezig is.
Artikel 2.18g Wijziging of verplaatsing vergunning exploitatie smart- of headshop en vervallen vergunning
Als er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging in de vergunning voor de exploitatie van de smart- of headshop of verplaatsing van de smart- of headshop dient te komen, dient de exploitant of de beheerder/leidinggevende onverwijld een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van een smart- of headshop bij de burgemeester in te dienen.
Indien binnen veertien dagen nadat de exploitant of de beheerder/leidinggevende deze hoedanigheid heeft verloren een ontvankelijke aanvraag om een vergunning voor de exploitatie van dezelfde smart- of headshop wordt ingediend, blijft het bepaalde in het derde, onder b buiten toepassing, tot het moment dat op die aanvraag is beslist.
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
In deze afdeling wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard en paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard en paracommerciële rechtspersonen van sociaal-culturele aard. Onder deze laatste worden onder meer verstaan:
Artikel 2:19b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve aard kunnen alcoholhoudende drank verstrekken vanaf één uur voor aanvang en uiterlijk twee uur na af-loop van de activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechts-persoon, maar in ieder geval niet buiten onderstaande tijden:
Van de in het eerste lid omschreven eindtijden kan incidenteel worden afgeweken wanneer de laatste activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon later beëindigd is dan twee uur voor de in het vorige lid aangegeven eindtijden; in dat geval mag er na het doen van een melding aan de burgemeester tot twee uur na beëindiging van de activiteit alcohol worden geschonken, doch niet later dan 1.00 uur.
Een paracommercieel rechtspersoon kan tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, in afwijking van het eerste en tweede lid, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken met inachtneming van het volgende:
Artikel 2:19d Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.
Artikel 2:19e Beperking prijsacties detailhandel
Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholische drank aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:19f Verbod ‘happy hours’
Het is verboden om in een horecalokaliteit, tijdens evenementen, of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. Dit in het kader van het voorkomen van onveilige situaties als gevolg van alcoholmisbruik dan wel overlast.
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen die mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:21 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
De houder van een inrichting die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen is verplicht een doorlopend register, als bedoeld in artikel 438 van het Wet-boek van Strafrecht en dat is ingericht volgens een door de burgemeester vastgesteld model of een door de burgemeester ter beschikking gesteld systeem, bij te houden.
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
In deze afdeling wordt in ieder geval onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt aangeboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Afdeling 8. Toezicht op campings en recreatieparken
Artikel 2:27d Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning als bedoeld in artikel 2:27b, worden geweigerd indien:
de exploitant of beheerder/leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag het bedrijf een bedrijf of inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel aantasting van het woon- en leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest;
Artikel 2:27g Intrekking vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:5 wordt de vergunning ingetrokken indien:
indien aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of
als de aan de burgemeester verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest, waarbij ook het Bibob-vragenformulier en andere documenten die in het kader van de aanvraag zijn overgelegd, hieronder vallen.
Artikel 2:27h Overgangsbepaling
De gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning krachtens deze afdeling is vereist en die verder niet voorkomen in de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hilvarenbeek 2021, zijn niet van toepassing gedurende twaalf weken na inwerkingtreding van deze afdeling en ook niet na deze termijn, voor zover degene die op grond van deze afdeling een vergunning nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag voor deze vergunning heeft ingediend, totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist.
Afdeling 9 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:31 Vervoer inbrekerswerktuigen
Het is verboden op een openbare plaats te vervoeren of bij zich te hebben: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:33a Slapen op of aan de weg
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden tussen zonsondergang en zonsopgang voor zover:
Artikel 2:34 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:35 Verboden drankgebruik
Het is verboden voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcohol-houdende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcohol-houdende drank bij zich te hebben.
Artikel 2:37 Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.
Artikel 2:38 Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijke verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:39 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Het is verboden zich op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Afdeling 10. Bestrijding van heling van goederen
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 11. Consumentenvuurwerk en carbidschieten
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:52 Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen, alsmede zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden, of daarmee heen en weer of rond te rijden met het kennelijke doel om middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:52a Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen of substanties als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Afdeling 13. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:53 Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen van deze verordening 2:1, 2:6, 2:37, 2:38, 2:39, 2:40, 2:54, 2:54a, 5:8 groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:54 Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:55 Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:56 Gebiedsontzeggingen
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.
Artikel 2:57 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of van-uit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van deze bevoegdheid.
Artikel 2:58 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen en/of erven
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw beho- rend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten, als daar:
zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die naar het oordeel van de burgemeester de vrees wettigen dat het geopend blijven van het voor publiek toegankelijk gebouw of het bij dat gebouw behorende erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid.
Artikel 2:59 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aan-gewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zicht tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
indien een of meer exploitant(en) of beheerder(s)/leidinggevende(n) van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken;
Onverminderd het bepaalde in 1:5, kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen:
door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast of indien aannemelijk is dat de exploitant of beheerder/leidinggevende van het bedrijf betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit het bedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is of indien de gegevens die zijn verstrekt voor het verkrijgen van de vergunning zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat bij kennis van de juiste en volledige gegevens een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen. Hieronder vallen mede het Bibob-vragenformulier en andere in het kader van de aanvraag overgelegde documenten;; of
De burgemeester kan de sluiting van een gebouw of gedeelte van een gebouw bevelen indien het daarin gevestigde bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan e burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens en er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen. Indien deze aanvraag niet binnen twee weken is ingediend na de verandering van omstandig-heden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt,wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden, of als de bedrijfsmatige activiteiten waarvoor de vergunning was verstrekt voor een periode langer dan 6 maanden is of wordt gestaakt, behalve indien dit is ten gevolge van langdurige ziekte van de exploitant.
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
De artikelen 1:2 en 1:4 tot en met 1:7 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf
Een vergunning, als bedoeld in artikel 3:3, wordt geweigerd indien:
er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreffen, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben be- reikt, slachtoffer zijn van mensenhandel (artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht) of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Vreemdelingenwet;
de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de ver- gunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,00 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:
voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met h, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking;
de aanwezigheid of exploitatie van de seksinrichting naar het oordeel van de burgemeester leidt tot nadelige beïnvloeding van de openbare orde, overlast, aantasting van het woon- en leefklimaat of de veiligheid, gevaar voor de veiligheid van personen of goederen, de verkeersvrijheid of -veiligheid, de gezondheid of zedelijkheid van prostituees of klanten, dan wel de arbeidsomstandigheden van de prostituee.
Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden
De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.
Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en prostituees
De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het be-voegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeen-komstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie
Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie
Een politieambtenaar of toezichthouder kan een persoon die zich op een krachtens artikel 3:19, tweede lid, aangewezen weg vindt, in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, het voorkomen of beperken van overlast, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid van prostituees of klanten bevelen zich onmiddellijk in een door hem aangegeven richting te verwijderen.
Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leef-omgeving in gevaar brengt
Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Artikel 5:1 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt ge-wekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Afdeling 4. Openbaar water en waterstaatswerken
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:1 Voorwerpen op of aan de weg
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden voor zover deze regels niet zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevings-wet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spit-ten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te breng-en in de wijze van aanleg van een weg.
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de waterschaps-verordening, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenwet.
Artikel 2:4 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Afdeling 2. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:14 Vernietiging van rupsen en rupsennesten
Het college kan, hetzij bij openbare kennisgeving ten aanzien van het gehele gebied van de gemeente of van bepaalde delen daarvan, hetzij bij persoonlijke kennisgeving aan de recht-hebbende van een of meer bepaalde percelen mededelen, dat zij het noodzakelijk acht, dataldaar in bomen of ander houtgewas voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd worden vóór een bij die kennisgeving bepaalde datum.
De rechthebbende op percelen binnen het bij die openbare kennisgeving aangewezen gebied of van de in de persoonlijke kennisgeving aangeduide percelen is verplicht vóór de door het college bepaalde datum te zorgen, dat de in de bomen of ander houtgewas op zijn perceel voorkomende rupsen en rupsennesten verwijderd en vernietigd zijn.
Hoofdstuk 3. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
In deze afdeling wordt verstaan onder:
inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1:1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
Artikel 3:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 22.239 Tijdelijk Omgevingsplan (bruidschat) gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
Artikel 3:3 Melding incidentele festiviteiten
Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 8 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de vieren van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden tenbehoeve van sportactiviteiten waarbij 22.239 Tijdelijk Omgevingsplan (bruidschat) niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteit-enbesluit milieubeheer en artikel 4:5, op maandag tot en met vrijdag uiterlijk om 1.00 uur en op zaterdag en zondag uiterlijk om 2.00 uur beëindigd.
Artikel 3:4 Onversterkte muziek
Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
Artikel 3:5 Geluidhinder in de openlucht
Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van de geluids-apparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan en de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder.
Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke
reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.
Artikel 3:8 Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel 3:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden
In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levens als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 60 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de omtrek kleiner zijn dan 60 centimeter op 1,3 meter boven het maaiveld, indien sprake is van een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3:11e;
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsieren van de hout- opstand ten gevolge kunnen hebben;
landbouwgrond: grond waarop een vorm van de volgende cultuur bedreven wordt: akkerbouw, veehouderij, pluimveehouderij, tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen - teelt van griendhout en elke andere vorm van bodemcultuur hier te lande met uitzondering van bosbouw.
Artikel 3:11 Gereserveerd Artikel 3:11a Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Geen omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand is nodig indien er naar het oordeel van het college sprake is van een plotselinge bedreiging van de openbare veiligheid of een noodtoestand, terwijl tegelijkertijd het treffen van maatregelen onevenredig bezwarend is in verhouding tot het belang dat gediend is met instandhouding van de houtopstand.
Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen, ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.
Artikel 3:11e Herplant/instandhoudingsplicht
Indien houtopstand zonder omgevingsvergunning van het college is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, terwijl daar op grond van deze afdeling een omgevings- vergunning voor nodig is, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Indien houtopstand in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd en er voor eventueel vellen op grond van deze afdeling een omgevingsvergunning nodig is, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
De gemeente kan een kapplicht opleggen voor het kappen van bomen buiten de bebouwde kom in het openbaar gebied indien:
Artikel 3:11g Bestrijding van boomziekten
Indien zich op een terrein een of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekte- verspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aan- geschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:
Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en tankoverlast
Artikel 3:12 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijke aanzien van de gemeente,ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor een recreatief nachtverblijf.
Hoofdstuk 4. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 4:3 Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 4:8 Uitzicht belemmerende voertuigen
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Artikel 4:10 Overlast van fiets of bromfiets
Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, in door het college van burgemeesters en wethouders aangewezen gebieden op de weg te laten staan buiten de daarvoor bestemde ruimten of vakken.
Artikel 4:13 Toestemming rechthebbende
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Afdeling 3. Openbaar water en waterstaatswerken
Artikel 4:15 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepsvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 4:16 Ligplaats vaartuigen
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening, of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 4:17 Beschadigen van waterstaatswerken
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Afdeling 4. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Het verbod is niet van toepassing als de activiteit is toegelaten bij of krachtens de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving en binnen de in het Omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten, of als er sprake is van een situatie waarin wordt voorzien door de Zondagswet of het besluit geluid-productie sportmotoren.
Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigde ambtenaren zoals bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 6:3 Binnentreden woning
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnen-treden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening
De Algemene Plaatselijke Verordening Hilvarenbeek Openbare Orde en Veiligheid 2025 en de Algemene Plaatselijke Verordening Hilvarenbeek Fysieke Leefomgeving 2025 worden ingetrokken.
Besluiten, genomen krachtens deze verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordeningen en waarvoor deze verordeningen overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. De Algemene Plaatselijke Verordening Hilvarenbeek Openbare Orde en Veiligheid 2025 en de Algemene Plaatselijke Verordening Hilvarenbeek Fysieke Leefomgeving 2025 vervallen op het moment dat de Algemene Plaatselijke Verordening Hilvarenbeek 2026 in werking treedt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-359458.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.