Gemeenteblad van De Ronde Venen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Ronde Venen | Gemeenteblad 2026, 358504 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Ronde Venen | Gemeenteblad 2026, 358504 | beleidsregel |
Nota activeren, waarderen en afschrijven 2025
De aanleiding van de nota activeren, waarderen en afschrijven is allereerst gelegen in de financiële verordening. Deze verordening is tevens – samen met het BBV - de basis voor het samenstellen van deze nota.
In het BBV staan de spelregels met betrekking tot activering, waardering en afschrijving van activa. In deze integrale nota is alle beleid en regelgeving ten aanzien van activeren, waarderen en afschrijven opgenomen.
Deze nota is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kader stellende rol van de gemeenteraad. Daarnaast geeft het actuele afschrijvingstermijnen/ spelregels ten behoeve van de administratieve verwerking van nieuwe investeringen per 2025.
Het wettelijk kader betreft allereerst artikel 212 van de Gemeentewet, ofwel de financiële verordening gemeente De Ronde Venen 2023. In artikel 11 van de financiële verordening De Ronde Venen 2023 is onder andere over waarderen en activeren het volgende opgenomen: “In een nota activering, waardering en afschrijvingen worden de afschrijvingstermijnen bepaald“. Deze integrale nota ‘activeren, waarderen en afschrijven’ geeft daarmee detailuitwerking aan de financiële verordening. Uitgangspunt van deze nota is het BBV, hoofdstuk V, artikel 59 tot 65 waarin wordt ingegaan op waardering, activering en afschrijving van activa.
Om een goed beeld te krijgen van het beleidsveld worden een aantal kernbegrippen omschreven:
De balans geeft de omvang van het vermogen weer. De balans is onderdeel van de jaarrekening. De balans bestaat uit 2 zijden, die altijd met elkaar in evenwicht zijn. Op de linkerzijde van de balans staan de bezittingen (de activa), op de rechterzijde staat op welke wijze dit is gefinancierd (de passiva).
In deze nota worden de uitgangspunten per onderdeel weergegeven. Een uitgangspunt kan wettelijk zijn ingegeven of beargumenteerd afgewogen/ gekozen. In de tekst voorafgaand aan de uitgangspunten wordt de onderbouwing gegeven van het betreffende uitgangspunt. Een samenvatting van alle uitgangspunten met betrekking tot activeren, waarderen en afschrijven is opgenomen in de bijlage.
Activeren is het als bezitting op de balans opnemen van aangeschafte of vervaardigde zaken die langer dan één jaar (meerjarig nut) tot de beschikking van onze gemeente staan. In het BBV zijn verschillende regels opgenomen over activeren, waarderen en afschrijven. Enkele regels zijn algemeen, maar er zijn ook specifieke regels die gelden voor de verschillende categorieën vaste activa.
In het BBV (artikel 33) wordt bij de vaste activa onderscheid gemaakt in:
Voor deze onderdelen gelden verschillende regels bij het al dan niet activeren.
De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 van het BBV uit:
Volgens artikel 35 van het BBV bestaan er twee soorten materiële vaste activa:
Beide soorten investeringen moeten apart zichtbaar gemaakt worden op de balans.
2A. Investeringen met economisch nut
Dit zijn de investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/ of verhandelbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties, automatisering en ook investeringen in afvalstoffeninzameling en riolering. Het gaat nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. De gemeente kan er zelf voor kiezen om ergens geen of geen kostendekkend tarief te rekenen, maar die keuze is niet van invloed op de vraag of het actief economisch nut heeft en moet worden geactiveerd. Eenzelfde redenering geldt voor de verhandelbaarheid.
De volgende regels zijn van toepassing:
2B. Investeringen met maatschappelijk nut
Dit betreft investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen en openbaar groen. Deze investeringen genereren geen middelen en er is geen markt voor. Het BBV bepaalt in artikel 59 lid 1 dat ook deze investeringen moeten worden geactiveerd. De volgende regels zijn van toepassing:
Om deze reden zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
De financiële vaste activa bestaan volgens artikel 36 van het BBV uit:
Bovenstaande onderdelen moeten altijd worden geactiveerd. Een eventuele duurzame waardevermindering wordt door een extra afschrijving tot uitdrukking gebracht.
Om deze reden is het volgende uitgangspunt van toepassing:
2.2.2 - Criteria voor het activeren van activa
Om praktische redenen verdient het niet de voorkeur om de investeringen die in aanmerking komen voor activeren in alle gevallen ook daadwerkelijk te activeren. De commissie BBV doet in een notitie rondom verkrijging en vervaardiging van kapitaalgoederen vanuit efficiency oogpunt de aanbeveling om een minimale waarde te hanteren. Hierdoor wordt de staat van activa niet belast met veel kleine investerings- en afschrijvingsbedragen.
Er gelden de volgende “algemene” criteria voor het activeren:
Bij het treffen van investeringen binnen een grondexploitatie verhaalt de gemeente de kosten van de voorzieningen door middel van opbrengsten uit grondverkopen. Binnen de exploitatieopzetten wordt de openbare aanleg van gemeenschapsvoorzieningen gerealiseerd, denk hierbij aan de aanleg van wegen, riolering, openbare verlichting, openbaar groen. De aanschaf/aanleg van deze investeringen worden wel geactiveerd onder voorraden en niet geactiveerd onder materiele vaste activa. Op het moment dat een exploitatieopzet wordt afgesloten, valt het onderhouden en vervangen van deze voorzieningen onder het reguliere regels van activeren, waarderen en afschrijven.
De volgende uitgangspunten van toepassing:
Uitgangspunt 4 : Er dient sprake te zijn van meerjarig nut (>2 jaar)
Uitgangspunt 5 : Kosten voor klein en groot onderhoud worden niet geactiveerd.
Uitgangspunt 6 : De eerste aanleg van investeringen (riolering/wegen/plantsoenen e.d.) binnen een grondexploitatie worden niet geactiveerd onder materiele vaste activa.
Binnen de kaders van de wetgeving hebben gemeente beperkte invullingsvrijheid. Bij de gemeente Ronde Venen is de volgende lokale beleidskeus gemaakt.
2.3.1 - Criteria voor het activeren van activa
Conform bestaand financieel beleid van Gemeente De Ronde Venen worden de kosten voor Immateriële activa ten laste van de exploitatie gebracht. Om deze reden is het volgende uitgangspunt van toepassing:
Uitgangspunt 7 : De kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio, kosten van onderzoek en ontwikkeling en bijdragen aan activa van derden worden ten laste van de exploitatie gebracht. Uitzondering zijn de investeringen in de activa van derden hoger dan € 100.000 deze worden wel geactiveerd (mits deze derde het in mindering heeft gebracht op het activum), tenzij er een specifiek ander raadsbesluit is genomen.
Daarnaast worden activa met een gebruiksduur van minder dan twee jaar of met een aanschafwaarde van minder dan € 25.000, direct ten laste van de exploitatie gebracht.
De activa die op de balans van de gemeente worden opgenomen vertegenwoordigen een bepaalde waarde. De gekozen systematiek voor de waardering is van invloed op de exploitatie van de gemeente en daarmee op de financiële resultaten die worden behaald. Het BBV geeft strikte regels voor de waardering van activa. Hiermee wordt voorkomen dat financiële resultaten kunnen worden beïnvloed en anderzijds wordt bereikt dat financiële gegevens in de loop der tijd vergelijkbaar blijven.
3.2.1 - Waarderingsgrondslagen/ financiële waarde
In lid 1 van artikel 62 van het BBV is bepaald dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bedrag van de investering. In lid 2 en lid 3 wordt echter een uitzondering gemaakt, namelijk:
Artikel 63 van het BBV geeft een nadere omschrijving van kosten die geactiveerd mogen worden:
De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd;
Om deze reden zijn de volgende uitgangspunten van toepassing:
Uitgangspunt 9 : De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. Bij de vervaardigingsprijs van investeringen wordt rekening gehouden met een redelijk deel van de indirecte kosten, met rente wordt geen rekening gehouden (over het tijdvak dat aan vervaardiging van het actief kan worden toegerekend). Een uitzondering hierop zijn de bouwgronden in exploitatie waar indirecte kosten en rente wel worden geactiveerd.
Artikel 65 van het BBV geeft de voorschriften weer voor afwaardering van activa:
Het eerste en tweede lid van artikel 65 BBV hebben betrekking op waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Het is niet te voorzien dat de waardevermindering zal ophouden te bestaan. Gedacht kan worden aan nieuwe inzichten in de technische en/of de economische levensduur van activa of de aantasting van het vermogen van deelnemingen. Een afwaardering op grond wegens een duurzame waardevermindering, bijvoorbeeld bodemvervuiling, is mogelijk.
In het derde lid wordt voorgeschreven dat van een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, waarvan de restwaarde lager is dan de boekwaarde, wordt afgeschreven tot de restwaarde. Bij een volledige buitengebruikstelling dient het actief uiteraard te worden afgewaardeerd tot nul, hetzij tot de restwaarde, die redelijkerwijs verwacht kan worden. Dit is bijvoorbeeld van toepassing bij ons gemeentelijk vastgoed.
Wanneer een actief gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld, dient het actief proportioneel te worden afgewaardeerd. Duurzame waardevermindering van vaste activa wordt onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
Om deze reden is het volgende uitgangspunt van toepassing:
Uitgangspunt 10 : Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar verwerkt; voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs; een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.
Op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaatsvindt wordt de boekwinst of het boekverlies incidenteel ten gunste/ ten laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De mogelijke boekwinst wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering. Dat is niet toegestaan op grond van het BBV (notitie verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen).
Om deze reden is het volgende uitgangspunt van toepassing:
Bij het activeren van (omvangrijke) investeringen kan het voorkomen dat een componentenbenadering kan worden toegepast. Door een componentenbenadering toe te passen, worden samenstellende delen van een materieel vast actief, afzonderlijk gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waarde verloop van die individuele delen. Per onderdeel kan de (economische) gebruiksduur namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.
In onderstaand voorbeeld wordt de componentenbenadering uitgelegd: De toepassing van de componentenbenadering kan worden geïllustreerd aan de hand van het verkrijgen van een sporthal:
Binnen de kaders van de wetgeving hebben gemeente beperkte invullingsvrijheid. Bij de gemeente Ronde Venen is de volgende lokale beleidskeus gemaakt.
3.3.1 - Waarderingsgrondslagen/ financiële waarde
Conform bestaand financieel beleid van Gemeente De Ronde Venen worden de kosten voor de diverse onderdelen (grond/gebouw/ installaties/ inventaris) worden op basis van bovenstaande verdeling afzonderlijk afgeschreven, maar hebben een minimale afzonderlijke waarde van € 50.000.
Het volgende uitgangspunt is van toepassing:
Daarnaast is bestuurlijk is toegezegd om in deze nota aandacht te besteden aan voorbereidingsbudgetten voor het uitvoeren van investeringen. Tot aan € 50.000 is het college bevoegd om een voorbereidingsbudget beschikbaar te stellen. Voor hogere bedragen moet de raad een besluit nemen. Deze werkwijze sluit aan bij de financiële verordening.
Het volgende uitgangspunt is van toepassing:
4 - Het afschrijven van activa
In de vorige hoofdstukken is behandeld welke investeringen (immateriële/ materiële/ financiële activa) worden geactiveerd en tegen welke waarde ze op de balans komen. Dit onderdeel gaat over de afschrijvingslasten van de geactiveerde investeringen.
De waardevermindering van vaste activa wordt door middel van afschrijving tot uitdrukking gebracht. De wijze waarop de gemeente afschrijft heeft invloed op haar exploitatie (begrotingsresultaat) en vermogenspositie. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige economische gebruiksduur. Vaste activa met een onbeperkte gebruiksduur worden niet afgeschreven. Het meest aansprekende voorbeeld van vaste activa met onbeperkte gebruiksduur is grond.
4.2.1 - Methoden van afschrijven
In artikel 64 lid 3 van het BBV, is bepaald dat op de vaste activa met een beperkte gebruiksduur in beginsel jaarlijks wordt afgeschreven, volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De te hanteren afschrijvingsmethode is daarmee niet specifiek voorgeschreven. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn de lineaire afschrijvingsmethode, de afschrijving door middel van jaarlijkse gelijkblijvende annuïteiten en de optie om progressief of degressief af te schrijven.
Bij de lineaire afschrijvingsmethode worden jaarlijks gelijkblijvende bedragen afgeschreven. Het afschrijvingsbedrag is dan te berekenen met behulp van een vast percentage van het af te schrijven bedrag, zijnde de verkrijgingsprijs. Door de jaarlijks aflopende boekwaarde wordt de rente steeds lager, dus ook het totaal van afschrijving en rente (kapitaallasten).
Bij de annuïteitenmethode vormen de afschrijving met de rente over de investering samen - gedurende de looptijd - een jaarlijks vast bedrag. Het BBV geeft aan dat de annuïteitenmethode niet meer mogelijk is.
Progressief of degressief afschrijven.
Bij deze methode wordt elk jaar een hoger (progressief) of lager (degressief) bedrag afgeschreven. In een aantal gevallen wordt dit afhankelijk gesteld van het resultaat van het boekjaar.
Het BBV geeft aan in artikel 64 lid 1 en 2 aan dat afschrijvingen onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar moeten geschieden (lid 1) en dat afschrijvingen slechts om gegronde redenen mogen afwijken van het vorige jaar.
Daarnaast bepaald artikel 64 BBV over afschrijven het volgende:
Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
De restwaarde is de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. Er wordt bij de bepaling van de restwaarde dus geen rekening gehouden met mogelijke waardeveranderingen vanwege inflatie of deflatie, veranderende marktomstandigheden en dergelijke.
In de praktijk zal veelal worden afgeschreven naar een boekwaarde van € 0, omdat activa gedurende de afschrijvingsperiode technisch en economisch slijten c.q. verouderen. Hiervan is sprake als het voornemen bestaat de activa tot het einde van de mogelijke gebruiksduur te benutten. Bij het bepalen van een restwaarde mag geen rekening worden gehouden met voorgenomen, dus nog niet besloten, toekomstige bestemmingswijzigingen.
4.2.3 - Ingangsmoment van de afschrijvingen
De commissie BBV doet de aanbeveling om op te nemen wanneer met het afschrijven van een nieuwe investering wordt begonnen. Mogelijke keuzes hierbij zijn:
Het volgende uitgangspunt is van toepassing:
4.2.4 - Afschrijvingstermijnen
Vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige economische gebruiksduur.
De afschrijvingstermijn dient zo goed mogelijk aan te sluiten op de feitelijke waardedaling dan wel het feitelijke gebruik van het actief. De verwachte levensduur van activa is de bepalende factor voor de te hanteren afschrijvingstermijn. Indien activa is afgeschreven, wordt bekeken of de technische staat nog voldoende is of dat vervanging noodzakelijk is.
Bij het bepalen van de afschrijvingstermijn is het belangrijk de grondslag eenduidig te bepalen. Dit houdt in dat de gemeente zoveel mogelijk van het ene op het andere jaar dezelfde grondslagen gebruikt. Alleen als er gegronde redenen zijn mag de wijze van waarderen en afschrijven worden veranderd. Verder houdt dit vereiste in dat gelijksoortige activa op dezelfde wijze worden gewaardeerd en afgeschreven. Dit komt tot uitdrukking in een tabel met te hanteren afschrijvingstermijnen.
Binnen de kaders van de wetgeving hebben gemeente beperkte invullingsvrijheid. Bij de gemeente Ronde Venen is de volgende lokale beleidskeus gemaakt:
De restwaarde van een actief aan het eind van de gebruiksperiode is van tevoren vaak lastig in te schatten. Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt ervan uit gegaan dat de restwaarde nihil is.
Het volgende uitgangspunt is van toepassing:
4.3.3 - Ingangsmoment van de afschrijvingen
De gemeente hanteert binnen de mogelijke keuzes het volgende uitgangspunt:
4.3.4 - Afschrijvingstermijnen
De afschrijvingstermijn dient zo goed mogelijk aan te sluiten op de feitelijke waardedaling dan wel het feitelijke gebruik van het actief. De verwachte levensduur van activa is de bepalende factor voor de te hanteren afschrijvingstermijn.
Het volgende uitgangspunt is van toepassing:
De afschrijvingstermijnen zijn richtinggevend. Wanneer wordt afgeweken van de aangegeven afschrijvingstermijnen dient dit (bij raadsbesluit) te worden gemotiveerd.
5.2 - Inpassing in de P&C-cyclus.
De jaarlijkse cyclus begint bij de Kadernota. Hierin staan de budgettaire kaders, uitgangspunten en ontwikkelingen van de begroting van het volgende jaar.
In de programmabegroting worden de investeringen opgenomen. Deze investeringen zijn in aanloop naar de begroting zodanig voorbereid dat ze daadwerkelijk in het begrotingsjaar in uitvoering genomen kunnen worden. Daarnaast wordt in de programmabegroting – als doorkijk – een overzicht opgenomen van investeringsprojecten voor latere jaren.
Door vaststelling van de programmabegroting autoriseert de gemeenteraad de budgetten voor de geplande investeringen. Het college geeft vervolgens uitvoering aan het realiseren van de investeringen.
In de bestuursrapportages worden afwijkingen rondom de in uitvoering zijnde investeringsprojecten toegelicht aan de gemeenteraad. Waar nodig kan worden bijgestuurd op de financiële of inhoudelijke planning.
In de programmarekening legt het college verantwoording af over de realisatie van de in de begroting opgenomen investeringen. In een aparte bijlage wordt aangegeven welke van de voorgenomen investeringen zijn gerealiseerd/ nog in uitvoering zijn.
Autorisatie van investeringsbudgetten
De gemeenteraad autoriseert bij vaststelling van de programmabegroting de investeringen voor het begrotingsjaar. Hiermee wordt tevens afgesproken dat de investeringen volgens de aangegeven planning worden uitgevoerd. De rol van het college is sturen op de investeringen binnen de met de gemeenteraad gemaakte afspraken. Er kunnen omstandigheden zijn die leiden tot aanpassing van de gemaakte afspraken.
Uitvoeren van investeringsbudgetten
Voor de in de begroting opgenomen investeringen voor het komende begrotingsjaar stelt de gemeenteraad de benodigde budgetten beschikbaar. Over de resultaten van de uitvoering legt het college verantwoording af, in de regel in de jaarrekening.
Afsluiten/ verlengen van investeringsbudgetten
Investeringen worden afgesloten uiterlijk op de einddatum die is bij het beschikbaar stellen van het investeringsbudget. Indien een investeringsbudget volgens de afspraak afgesloten zou moeten worden, maar dit nog niet gewenst is, dan kan het college verlenging aanvragen. De aanvraag moet worden voorzien van een toelichting en een nieuwe financiële en inhoudelijke planning. Via besluitvorming bij de jaarrekening wordt vervolgens aan de gemeenteraad gevraagd akkoord te gaan met de verlenging.
6.1 - Bijlage 1. Begrippen en definities
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-358504.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.