Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot wijziging van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen

Zaaknummer: Z26-003429

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het advies van afdeling Sociale Voorzieningen van 7 januari 2026;

gelet op artikel 160 van de Gemeentewet en artikelen 35 en 36 van de Participatiewet ;

besluiten:

Artikel I

De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen wordt als volgt gewijzigd:

 

Artikel 4

Wordt gewijzigd in: Onder een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt ook begrepen een minnelijk schuldentraject.

 

Artikel 20

Wordt gewijzigd in:

Artikel 20 Overgangsrecht kindregelingen

  • 1.

    Het college verstrekt gedurende de overgangsperiode een tegemoetkoming aan ouder(s) met een minimuminkomen, een bescheiden vermogen en één of meer ten laste komende, schoolgaande kinderen van 4 tot en met 17 jaar.

  • 2.

    De vergoeding is gericht op het bevorderen van deelname van kinderen aan de samenleving. De vergoeding is bedoeld voor diverse kosten zoals onder andere sport/cultuur, internet, schoolkosten, computer/laptop.

  • 3.

    De vergoeding bedraagt:

    • a.

      € 100,00 voor kinderen die op 1 januari 2026 4 tot en met 11 jaar zijn;

    • b.

      € 175,00 voor kinderen die op 1 januari 2026 12 tot en met 17 jaar zijn.

  • 4.

    Kinderen die tussen 1 januari 2026 en 1 augustus 2026 vier jaar worden, ontvangen de vergoeding als bedoeld onder lid 3, onderdeel a, volledig.

  • 5.

    De vergoeding wordt altijd volledig en in één keer uitbetaald. Er vindt geen naar-rato berekening plaats.

  • 6.

    De vergoeding wordt ambtshalve verstrekt aan ouder(s) die:

    • a.

      in december 2025 een bijstandsuitkering ontvingen; én

    • b.

      in 2025 een aanvraag voor een kindregeling hebben gedaan en toegekend hebben gekregen.

      Het college betaalt deze vergoeding vóór 1 maart 2026 uit.

  • 7.

    Ouder(s) die tussen 1 januari 2026 en 1 augustus 2026 een bijstandsuitkering toegekend krijgen, ontvangen de vergoeding ambtshalve bij toekenning van de uitkering.

  • 8.

    a. Ouder(s) zonder bijstandsuitkering kunnen een aanvraag indienen indien zij op de aanvraagdatum een minimuminkomen en een bescheiden vermogen hebben.

    • b.

      Het inkomen en vermogen wordt vastgesteld per eerste dag van de maand waarin de aanvraag is gedaan.

    • c.

      Een aanvraag kan worden ingediend vanaf 1 januari 2026 t/m 31 juli 2026.

  • 16

    d. Bij een toekenning wordt altijd het volledige bedrag uitgekeerd.

Artikel 23

Komt geheel te vervallen

 

Artikel 24

Komt geheel te vervallen.

 

Artikel 25 en verder

Artikel 25 wordt artikel 23, artikel 26 wordt artikel 24 en zo verder.

Artikel II

Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 20 januari 2026

De secretaris,

P. Simonse

De voorzitter,

mr. G.E. Oude Kotte

Naar boven