Gemeenteblad van Brunssum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brunssum | Gemeenteblad 2026, 356141 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brunssum | Gemeenteblad 2026, 356141 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Erfgoedverordening Gemeente Brunssum 2026
De raad van de Gemeente Brunssum;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2026
gelet op het bepaalde in de Erfgoedwet en de Omgevingswet;
tot vaststelling van de navolgende ‘Erfgoedverordening Gemeente Brunssum 2026’ onder gelijktijdige intrekking van de Erfgoedverordening Gemeente Brunssum 2013.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
adviescommissie: een commissie zoals bedoeld in de ‘Verordening op de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, gemeente Brunssum 2024’.
archeologisch onderzoek: onderzoek dat tot doel heeft vast te stellen of, en in welke mate, in een bepaald gebied archeologische waarden aanwezig zijn, om deze waarden te beschermen, te behouden, te documenteren of te beheren.
beslistabel: de tabel, waarin per waardecategorie, zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart, de criteria zijn vermeld, die aangeven in welk geval al dan niet een onderzoeksplicht geldt en die als [bijlage 3] integraal onderdeel uitmaakt van deze verordening.
bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de vergunningverlening en handhaving als bedoeld in artikel 2.3 van de Omgevingswet;
bouwhistorisch onderzoek: onderzoek dat voldoet aan de vigerende ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum;
cultuurhistorisch onderzoek: onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, dat zich richt op de aanwezigheid, aard, betekenis en waarde van archeologie, aardkundige waarden, architectuurgeschiedenis, historische bouwkunde, bouw- en tuinhistorie, stedenbouwkunde en historische geografie;
cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landschapselementen: het door menselijk denken en handelen bepaalde en gevormde deel van het cultuurlandschap;
fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals omschreven in artikel 1.2 lid 2 van de Omgevingswet.
gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven en daaraan gekoppeld een archeologische waardecategorie met bijbehorende vrijstellingsgrenzen en die als Bijlage 2 integraal onderdeel uitmaakt van deze verordening;
gemeentelijk cultuurgoed: erfgoed dat ‘verplaatsbaar’ en 'tastbaar' is en dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit.
gemeentelijk erfgoedregister: een register zoals bedoeld in artikel 3.16 lid 3 van de Erfgoedwet;
gemeentelijk monument: onroerende zaak als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet dat staat ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
kerkelijk monument: kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
monumententeam: een van ambtelijke deskundige of deskundigen op het gebied van erfgoed;
normaal onderhoud: onderhoud als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
plan van aanpak: plan waarin inzichtelijk is gemaakt hoe de archeologische werken gaan voldoen aan de vereisten van de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
Een Programma van Eisen (PvE) is een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een gravend archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek en van het uitvoerend bedrijf. Het PvE dient te voldoen aan de eisen van de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en dient door het bevoegd gezag te worden goedgekeurd vooraleer het archeologisch veldonderzoek kan plaatsvinden.
redengevende omschrijving: een waardestellende beschrijving waarmee een zaak is aangewezen als beschermd erfgoed;
regio-archeoloog: een archeoloog die verantwoordelijk is voor het coördineren, adviseren en toezien op archeologisch onderzoek en -beleid binnen Parkstad.
roerend monument: een monument dat zichzelf kan verplaatsen, zoals een vaartuig of railvoertuig;
vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;
voorlopig monument: zaak of terrein waarover aan de eigenaar een voornemen tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2:1, 3:1, 4:1 en 5:1 kenbaar is gemaakt.
waarderingscriteria: de door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed ontwikkelde standaard voor het waarderen van erfgoed;
Het doel van deze verordening is het in stand houden, beschermen en benutten van gemeentelijk cultureel erfgoed.
Artikel 1:4 Gemeentelijk erfgoedregister
Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
gegevens over door het college van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht;
gegevens over de door het college van gedeputeerde staten ontvangen afschriften van inschrijving van een monument die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.
Hoofdstuk 2: Archeologisch erfgoed
Paragraaf 2.1 Aanwijzing gemeentelijke archeologische monumenten
Artikel 2:1 Aanwijzing als gemeentelijk archeologisch monument
Dit artikel is niet van toepassing op:
archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 2:8. Wijzigen of intrekking aanwijzing als gemeentelijk archeologisch monument
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag dat het gemeentelijk archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Paragraaf 2.2 Bescherming gemeentelijke archeologisch erfgoed
Artikel 2:9. Instandhoudingsplicht
Het is verboden om een gemeentelijk archeologisch monument te beschadigen of te vernielen.
Artikel 2:10. Omgevingsvergunning
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de bodem te verstoren, in een gemeentelijk archeologisch monument of in een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht, zoals opgenomen op de vigerende [gemeentelijke archeologische beleidskaart]. Hiervoor geldt:
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing:
als het de verstoring betreft van een gebied van archeologische waarde of gebied met een hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting dat is aangegeven op de vigerende gemeentelijke archeologische beleidskaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door de gemeenteraad vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring, zoals vermeld onder artikel 2:10 lid 1.
als de activiteit plaatsvindt op basis van een door het college goedgekeurde beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologisch erfgoed rekening wordt gehouden en onevenredige schade aan archeologische waarden wordt voorkomen, of;
Artikel 2:13. Weigeringsgronden
Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/ gebieden die in overeenstemming met paragraaf 3.1 van de Erfgoedwet zijn aangewezen als beschermd archeologisch rijksmonument.
Artikel 2:14. Archeologisch onderzoek
Als binnen het grondgebied van de gemeente archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in de zin van de Erfgoedwet, paragraaf 5.1, dienen onverminderd de bepalingen van deze wet. In aanvulling daarop geldt dat:
Hoofdstuk 3: Gebouwde monumenten en monumentale objecten
Paragraaf 3.1 Aanwijzing gemeentelijke monumenten
Artikel 3:1. Aanwijzing als gemeentelijke monumenten
Dit artikel is niet van toepassing op:
monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 3:8. Wijziging of intrekking aanwijzing gemeentelijk monument
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag dat het monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
PARAGRAAF 3.2 Bescherming gemeentelijke monumenten
Artikel 3:9. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 3:10. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument
Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden wanneer en onder welke voorwaarden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid, kan worden opgelegd.
Artikel 3:13. Weigeringsgronden
Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Hoofdstuk 4: Cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landschapselementen
Paragraaf 4.1: Aanwijzing beschermde cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landschapselementen
Artikel 4:1 Aanwijzing beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement
Dit artikel is niet van toepassing op:
monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 4:5. Mededeling en registratie aanwijzingsbesluit
De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van artikel 4:1, eerste lid, aangewezen beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement een bestemmingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement kan hiertoe een termijn worden gesteld.
Artikel 4:6. Wijziging of intrekking aanwijzing beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement
Bij toepassing van lid 1 zijn artikel 4:2 en 4:3 hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het beschermd cultuurhistorisch landschap of beschermd cultuurhistorisch landschapselement waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgedaan.
Paragraaf 4.2 Bescherming Cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landschapselementen
Artikel 4:7. Instandhoudingsplicht beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement
Het is verboden om een cultuurhistorisch waardevol landschap of een cultuurhistorisch waardevol landschapselement te beschadigen of te vernielen.
Artikel 4:8. Omgevingsvergunning beschermd cultuurhistorisch waardevol landschap of beschermd cultuurhistorisch waardevol landschapselement
Hoofdstuk 5: Beschermde gemeentelijke cultuurgoederen
Paragraaf 5.1 Aanwijzing gemeentelijk beschermd cultuurgoed en gemeentelijk beschermde verzameling
Artikel 5:1. Aanwijzing van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed en een beschermde gemeentelijke verzameling
Dit artikel is niet van toepassing op:
beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen van cultuurgoederen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en;
cultuurgoederen aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
Artikel 5:5. Wijziging of intrekking aanwijzing beschermd gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag dat het beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3.11 van de Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Bijlage 1 – Waarderingscriteria
A. Gebouwde monumenten en monumentale objecten
II. Architectuur- en kunsthistorische waarde:
III. Situationele en ensemblewaarde:
IV. Gaafheid en herkenbaarheid:
Het betreft een grafmonument dat ouder is dan vijftig jaar.
Toelichting: De ouderdom van het grafmonument is met name bedoeld om te bewaken dat het oorspronkelijke grafmonument wordt gewaardeerd wordt. Het komt regelmatig voor dat historische grafmonumenten door hergebruik zijn aangepast, waardoor de cultuurhistorische waarden als geheel verloren zijn gegaan. Nieuwe of vernieuwde monumenten worden niet gewaardeerd, tenzij deze op een graf van een persoon staan die historische betekenis heeft.
Een aanduiding of verwijzing naar een historische persoon of familie.
Toelichting: Om op grond van dit criterium op de lijst te kunnen worden geplaatst, dienen onder meer de volgende richtlijnen:
Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, zijn de personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie is, indien van toepassing, ook opgenomen in de lijst.
De categorieën voor de deze begraafplaats zijn als volgt vastgesteld:
Bij de categorie v1 wordt vooral gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht. De cijfers lopen van 1 tot en met 5, waarbij het hoogste cijfer staat voor het meeste belang. Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van Brunssum:
III. Materiaalgebruik en hantering:
Een grafmonument waarin sprake is van bijzonder materiaalgebruik en -hantering.
Toelichting: Bijzondere materialen zijn met name materialen die in het algemeen niet vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten, zoals zandsteen, marmer of graniet maar ook bijvoorbeeld kunststeen. Ook metaal (hekwerken, gietijzeren monumenten of ornamenten) en houten grafmonumenten kunnen van belang zijn. De hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld het grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. Als een grafmonument van een uitzonderlijk materiaal is gemaakt of een bijzondere bewerkingswijze dan wordt aan het monument een punt toegekend.
IV. Vormgeving van het monument:
Een grafmonument met een vormgeving met cultuurhistorische betekenis.
Toelichting: De vormgeving van een individueel grafmonument kan van doorslaggevende betekenis zijn om dit te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed voorbeeld vormt. Om die reden is bijvoorbeeld gekeken naar een grafmonumenten die te maken hebben met de zogenaamde ‘armere’ grafcultuur waarbij geen natuursteen wordt toegepast. Voor dit criterium wordt ook gekeken naar de plaats van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats. Indien sprake is van een bijzonder vormgegeven grafmonument dan wordt aan het monument een punt toegekend.
Een grafmonument dat voorzien is van bijzondere symboliek of bijzondere teksten.
Toelichting: Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten. Op Nederlandse begraafplaatsen zijn de palmtak en het kruis de meest voorkomende symbolen, beide verwijzend naar het christelijke geloof. Alleen wanneer sprake is van een uitzonderlijke vormgeving zou zo’n symbool opgenomen kunnen worden in de lijst. Persoonlijke symboliek of een samenvoeging van verschillende betekenissen kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonder symbool. Voor dit criterium wordt gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. Wanneer een grafmonument voorzien is van een bijzonder symbool dan wordt aan het monument een punt toegekend.
VI. Passend in karakter van het grafveld:
Een grafmonument dat een impact heeft op de totale aanblik van de begraafplaats of van belang is voor de karakteristiek van het betreffende grafveld.
Toelichting: Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van de begraafplaats of het grafveld. Dat betekent dat groepen van grafmonumenten in aanmerking kunnen komen, zoals een verzameling zerken met een gave vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving. Grote en hoge grafmonumenten kunnen om die reden gescoord worden. Voor de onderhavige begraafplaats geldt dat de karakteristiek grotendeels gevormd wordt door volumineuze grafmonumenten (tomben of anderzijds samengestelde grafmonumenten) samen met kruizen op hoge sokkels. Het verdwijnen van dergelijke grafmonumenten van de begraafplaats zou een zeer grote impact hebben voor de karakteristiek. Het kan ook zijn dat er door de verscheidenheid aan grafmonumenten op een vak geen sprake (meer) is van een echte karakteristiek. In dat geval is dat ook meegenomen door dan niet of nauwelijks aandacht te geven aan dit onderdeel.
Waarvan het grafmonument in een dusdanige technische staat verkeert (onderscheiden in Goed, Redelijk, Matig, Slecht) dat geen grote ingreep nodig is.
Toelichting: Wanneer bijvoorbeeld het monument onherstelbaar beschadigd is, kan dat een andere waardering inhouden dan wanneer het monument gaaf is. Dit criterium speelt met name een rol wanneer de technische staat van onderhoud goed is. Dat betekent dat te slechte grafmonumenten niet opgenomen zullen worden omdat die niet genoeg punten krijgen. Verder is dit onderdeel van belang bij de uitwerking van het toekomstig beleid. De aanduidingen die hier gebruikt worden:
C. Cultuurhistorisch waardevolle landschappen en landschapselementen
Bijlage 2 - Archeologische verwachtings- en beleidskaart
https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/CVDR/CVDR307557/1/xml/i230714.pdf
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-356141.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.