|
Bestaande tekst
|
Nieuwe tekst
|
Toelichting
|
|
Algemene toelichting
De Woonagenda 2020-2024 biedt nog geen handvatten om kleine initiatieven te toetsen aan het woonbeleid. Het huidig afwegingskader in de Woonagenda geldt vanaf 10 woningen. Het gevolg hiervan is dat kleine woningen met hoge huurprijzen kunnen worden gerealiseerd. Dit is niet in lijn met de ambities van het college om bij initiatieven 65% betaalbare woningen te realiseren, waarvan 30% sociaal, en te behouden voor de doelgroep. Kleinere woningen zijn gewenst, als gevolg van het groeiende aantal éénpersoonshuishoudens, maar niet als deze tegen (te) hoge huurprijzen worden verhuurd. Met deze beleidsregel wordt hier op gestuurd.
|
Algemene toelichting
De Woonagenda 2020-2024, nu Woonagenda 2024, biedt handvatten om kleine initiatieven te toetsen aan het woonbeleid. Kleinere woningen zijn gewenst, als gevolg van het groeiende aantal éénpersoonshuishoudens, maar niet als deze tegen (te) hoge huurprijzen worden verhuurd. Met deze beleidsregel wordt hierop gestuurd.
|
De bestaande tekst is gedateerd.
|
|
Artikel 2 Afbakening
Deze beleidsregel is niet van toepassing bij woningbouwinitiatieven van 10 woningen of meer. Hiervoor geldt het afwegingskader uit de Woonagenda 2020-2024. Deze beleidsregel geldt bij kleinere woningbouwinitiatieven, van minimaal twee tot en met maximaal negen zelfstandige woningen. Het afwegingskader uit de Woonagenda en deze beleidsregel zijn beide vigerend beleid en worden onafhankelijk van elkaar gebruikt, afhankelijk van het aantal woningen in een woningbouwinitiatief.
|
Artikel 2 Afbakening
Deze beleidsregel is niet van toepassing bij woningbouwinitiatieven van 10 woningen of meer. Hiervoor geldt het afwegingskader uit de Woonagenda 2024. Deze beleidsregel geldt bij kleinere woningbouwinitiatieven, van minimaal drie tot en met maximaal negen zelfstandige woningen. Het afwegingskader uit de Woonagenda en deze beleidsregel zijn beide vigerend beleid en worden onafhankelijk van elkaar gebruikt, afhankelijk van het aantal woningen in een woningbouwinitiatief.
|
De bestaande tekst is gedateerd.
|
|
Artikel 3 Toetsingscriteria
Artikel 3, lid 2, omschrijft dat er in het geval van woningvorming en/of transformatie van (exact) twee woningen, die bedoeld zijn voor het koopsegment, de woningen maximaal verkocht mogen worden tegen een betaalbare koopprijs. Dit criterium geldt dus alleen voor woningvorming en transformatie. Voor nieuwbouw is dit lid niet van toepassing. Naast de omgevingsvergunning is in veel gevallen ook een huisvestingsvergunning voor woningvorming vereist. Dit betekent dat in die gevallen zowel een huisvestingsvergunning als een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. Een huisvestingsvergunning is nodig als de woningen onder de schaarse voorraad vallen, zoals beschreven in de Huisvestingsverordening.
|
Artikel 3 Toetsingscriteria
Komt te vervallen
.
|
De bestaande tekst zal, na vaststelling voorstel door het college, komen te vervallen.
|
|
Prijsgrenzen op basis van prijspeil 2022
|
Prijsgrenzen zijn geactualiseerd naar het prijspeil van 2026
|
De bestaande prijsgrenzen zijn gedateerd
|
|
Stroomschema kleinschalige initiatieven
|
Geactualiseerde Stroomschema kleinschalige initiatieven
|
De bestaande stroomschema is gedateerd
|