Gemeenteblad van Medemblik
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Medemblik | Gemeenteblad 2026, 355439 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Medemblik | Gemeenteblad 2026, 355439 | beleidsregel |
Lokale detailhandelsvisie gemeente Medemblik 2026-2030
Detailhandelsvisie in één oogopslag
Medemblik kiest voor een heldere koers:
Daarmee bereiken we de volgende doelen:
Doel van de detailhandelsvisie: bereikbare voorzieningen en leefbare kernen
De gemeente Medemblik staat op een kruispunt. Onze dorpen en stad zijn geliefd om hun karakter, hun voorzieningen en hun saamhorigheid. De wereld om ons heen verandert echter snel: online winkelen groeit, de bevolkingsontwikkeling stagneert, de bevolking vergrijst, ondernemers worden ouder en de concurrentie tussen winkelgebieden neemt toe. Juist nu is het moment om samen te kiezen voor een koers die onze kernen vitaal houdt en de bereikbaarheid van voorzieningen borgt – voor iedereen, nu en straks.
Het hart van deze visie is helder: we willen dat iedere inwoner, jong en oud, in nabijheid van de woning kan rekenen op een compleet en bereikbaar aanbod van dagelijkse voorzieningen. Niet alleen omdat boodschappen doen een basisbehoefte is, maar ook omdat winkels plekken zijn waar mensen elkaar ontmoeten, waar het levendig is, waar dorpen en stad hun gezicht tonen. In een gemeente waar vergrijzing steeds meer een rol speelt en waar mobiliteit niet voor iedereen vanzelfsprekend is, is nabijheid van voorzieningen cruciaal voor zelfstandigheid, leefbaarheid en sociale samenhang.
We staan echter voor een grote uitdaging: er is een overaanbod aan winkelmeters in Medemblik. Dat klinkt wellicht als luxe, maar het betekent dat winkels het moeilijk hebben, leegstand toeneemt en het aanbod verschraalt. Als we niets doen, dreigen voorzieningen te verdwijnen en verliezen dorpen hun levendigheid. Daarom draait deze visie om het vinden van balans: hoe houden we voorzieningen bereikbaar, zonder het aanbod te versnipperen? Hoe zorgen we dat winkels en ondernemers toekomst hebben, juist in een tijd van verandering?
Onze aanpak is gebaseerd op vier strategische pijlers, die samen het fundament vormen voor een toekomstbestendige winkelstructuur:
1. Een sterke en geconcentreerde hoofdstructuur
We kiezen bewust voor krachtige winkelgebieden in Medemblik, Andijk, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk 1 . Hier bundelen we het aanbod en versterken we de kwaliteit. Nieuwe initiatieven moeten bijdragen aan deze hoofdstructuur, zodat we leegstand tegengaan en de centra aantrekkelijk houden. Zo blijft het aanbod bereikbaar én vitaal.
2. Supermarkten als dragers van onze kernen
Supermarkten zijn het kloppend hart van onze dorpen. Ze trekken bezoekers, houden andere winkels overeind en zijn ontmoetingsplekken voor buurtbewoners. We zetten in op een evenwichtige spreiding van supermarkten, zodat iedere kern binnen de hoofdwinkelstructuur een sterk dagelijks aanbod heeft. Uitbreiding is alleen mogelijk als het de hoofdstructuur versterkt en niet elders tot verschraling leidt.
3. Lokaal ondernemerschap koesteren en vernieuwen
Lokale ondernemers geven kleur aan onze winkelgebieden. Zij zorgen voor diversiteit, binding en vernieuwing. We ondersteunen starters en innovatieve concepten, zoals boerderijwinkels en hybride formules, omdat ze voorzien in een behoefte en ondernemers de kans geven zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd bewaken we het gelijke speelveld: nieuwe initiatieven moeten de bestaande structuur aanvullen, niet ondermijnen.
4. Investeren in kwaliteit en beleving
Een aantrekkelijk winkelgebied is meer dan een rij winkels. Het is een plek waar je graag komt, waar je blijft hangen, waar ontmoeting en beleving centraal staan. We investeren in de openbare ruimte, vergroening, uitstraling en het combineren van functies zoals horeca en maatschappelijke voorzieningen. Zo maken we onze centra toekomstbestendig en uitnodigend.
Naast het overaanbod aan winkelmeters zijn er andere uitdagingen die vragen om een scherpe koers. De vergrijzing onder ondernemers zet de continuïteit van voorzieningen onder druk. Publieksaantrekkende functies zitten nu vaak op bedrijventerreinen, terwijl ze juist in de centra meerwaarde bieden. Bovendien verdient het toeristisch-recreatieve profiel van Medemblik verdere uitbouw, zodat we extra koopstromen aantrekken en onze economie versterken.
Deze visie is dus geen pleidooi voor méér winkels, maar voor de juiste winkels op de juiste plek en maximale inzet op het behouden van dagelijkse voorzieningen in de kernen. We kiezen voor concentratie, kwaliteit en samenwerking. Zo houden we onze dorpen en stad vitaal, bereikbaar en aantrekkelijk – voor inwoners, ondernemers én bezoekers.
Juridische borging & uitvoering
De visie is een bouwsteen voor het Omgevingsplan. We leggen zonering en definities vast. We koppelen dit aan heldere communicatie en handhaving en voeren uit via een actielijst.
Hoofdwinkelstructuur van de gemeente Medemblik
De hoofdwinkelstructuur is het fundament voor de ruimtelijke en economische koers van de detailhandel in Medemblik. Deze structuur geeft aan waar voorzieningen samenkomen, waar versterking mogelijk is en welke gebieden juist vragen om behoud of zorgvuldig beheer.
De hoofdstructuur bestaat uit drie onderdelen:
Figuur 1: Hoofdwinkelstructuur gemeente Medemblik
Deze gebieden vormen het hart van de detailhandelsstructuur van Medemblik. De gemeente bundelt hier de belangrijkste voorzieningen voor dagelijkse, recreatieve en doelgerichte aankopen. In alle vijf gebieden vind je minimaal een supermarkt, een drogisterij en een basisaanbod aan speciaalzaken. Elk gebied heeft een eigen profiel en een duidelijke rol binnen de gemeente. Deze kernwinkelgebieden zijn de belangrijkste plekken voor nieuwe detailhandelsontwikkelingen. Hier investeert de gemeente in behoud en versterking van winkels, clustering van voorzieningen en verbetering van openbare ruimte en kwaliteit.
2. Drie tot vier kernverzorgende winkelgebieden
De kernen Abbekerk, Midwoud en Nibbixwoud bieden buurtsupers en basisvoorzieningen die onmisbaar zijn voor de leefbaarheid van kleinere kernen. Ze vervullen een buurtverzorgende rol, gericht op nabijheid en dagelijkse bereikbaarheid. Deze drie kernen maken formeel deel uit van de hoofdwinkelstructuur. Er is een initiatief voor een nieuwe supermarkt in Opperdoes. Indien deze vergund wordt, wordt ook Opperdoes een kernverzorgend winkelgebied. Deze winkelgebieden garanderen dagelijkse supermarktvoorzieningen in het buitengebied en zorgen voor een evenwichtige spreiding van supermarkten in de gemeente. We richten ons hier hoofdzakelijk op het behoud van de supermarkt. Aanvullende winkels blijven bestaan zolang ze goed functioneren en aansluiten bij de lokale vraag. Bij het stoppen van activiteiten kan verplaatsing naar een van de vijf kernwinkelgebieden als oplossing dienen. We beoordelen dit per situatie.
Verspreid door de gemeente Medemblik liggen solitaire winkels en kleine clusters van minder dan vijf winkels. Deze locaties bevinden zich meestal buiten de kernwinkelgebieden en vervullen uiteenlopende functies. Ze dragen bij aan de bereikbaarheid van voorzieningen, maar zijn kwetsbaar door het ontbreken van trekkracht en clustering. Voorbeelden zijn kleine speciaalzaken of dienstverleners in woonwijken, solitair gelegen supermarkten of winkels in het buitengebied of winkels op bedrijventerreinen of langs ontsluitingswegen.
De hoofdwinkelstructuur is het sturende kader voor de komende jaren. Alle supermarkten en dagelijkse voorzieningen binnen deze structuur behouden hun plek, ook bij negatieve marktruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten aantoonbaar bijdragen aan versterking van deze structuur. Buiten de vijf kernwinkelgebieden geldt terughoudend beleid: extra winkelmeters zijn alleen toegestaan onder strikte voorwaarden.
Aanleiding voor nieuw detailhandelsbeleid
De detailhandel in Medemblik verandert snel door ontwikkelingen zoals online winkelen, verschuivende bestedingspatronen en vergrijzing onder zowel consumenten als ondernemers. Hierdoor hebben de gevestigde winkels het moeilijk, vooral in kleinere kernen en dorpen waar veel zelfstandige ondernemers actief zijn. Tegelijkertijd zijn vitale winkelgebieden essentieel voor de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze kernen. Ze bieden immers niet alleen plekken om boodschappen te doen of diensten te bezoeken, maar ook ontmoetingsplekken die reuring en sociale interactie op straat stimuleren. Daarnaast ontstaan er nieuwe kansen in de winkelmarkt. Zo komen er nieuwe detailhandelsvormen op en ontstaan concepten waarbij functies worden gemengd, zoals bijvoorbeeld de bakker in Wervershoof die ook koffie verkoopt. Aangezien het huidige detailhandelsbeleid uit 2018 stamt en liep tot 2023, is nieuw beleid noodzakelijk om in te kunnen spelen op deze veranderende markt. We willen met dit detailhandelsbeleid een duidelijke koers en toepasbaar kader vaststellen. Specifiek maken we keuzes over waar we clusteren en versterken, waar we functies scheiden of niet toestaan en waar we transformatie faciliteren. We willen zorgen voor bereikbare voorzieningen voor onze bevolking en ouderen in het bijzonder. Deze visie biedt houvast aan ondernemers, vastgoedeigenaren en inwoners en borgt de toekomstbestendigheid van de Medemblikse detailhandel.
Diverse ontwikkelingen vragen om een duidelijke koers
In de gemeente Medemblik spelen uiteenlopende ontwikkelingen die direct of indirect invloed hebben op de detailhandelsstructuur.
Ontwikkelingen binnen de detailhandel
De detailhandel is in beweging. We zien met name de ontwikkelingen bij Winkelhart Zwaagdijk, de groei van boerderijwinkels en de vergrijzing van detaillisten. Deze ontwikkelingen veranderen het aanbod en daarmee de dynamiek binnen de bestaande structuur.
Ontwikkelingen buiten de detailhandel
Er liggen forse woningbouwopgaven binnen de eigen gemeente en omliggende gemeenten die leiden tot gebiedsontwikkelingen, zoals uitbreiding of herinrichting van woonwijken, clustering van voorzieningen en aanpassingen in infrastructuur en bedrijventerreinen. Het is hierbij wel van belang te beseffen dat deze woningbouw niet gepaard gaat met bevolkingsgroei, maar meer gericht is op het accommoderen van de huishoudensverdunning.
Gevolgen en noodzaak tot koers
Samen leiden deze binnen- en buitensectorale ontwikkelingen tot vragen over de toekomstbestendigheid van het voorzieningenniveau, in het bijzonder de bereikbaarheid van dagelijkse boodschappen. De gemeente wil daarom heldere en toekomstgerichte kaders stellen, met oog voor de belangen van inwoners en ondernemers. Een lokale visie op detailhandel biedt daarbij richting, door nieuwe winkelinitiatieven zorgvuldig af te stemmen op bevolkingsontwikkeling, het versterken en concentreren van voorzieningen in bestaande centra en het bepalen van een koers voor perifere locaties en solitaire vestigingen. Zo wordt gewerkt aan een vitaal en toekomstbestendig voorzieningennetwerk voor alle kernen.
Samenhang tussen het provinciale, regionale en lokale detailhandelsbeleid
De detailhandelsvisie van de gemeente Medemblik moet aansluiten bij de kaders van de provincie Noord-Holland en passen binnen de regionale detailhandelsvisie West-Friesland. Deze kaders zijn helder: detailhandel wordt geconcentreerd en versterkt in bestaande stads- en dorpskernen, nieuwe winkelconcentraties buiten de centra zijn niet toegestaan en bij bestaande winkelgebieden ligt de nadruk op herstructurering en kwaliteitsverbetering in plaats van uitbreiding.
Binnen deze beleidskaders heeft de gemeente ruimte om een eigen lokale detailhandelsvisie te ontwikkelen. Deze visie vertaalt de provinciale en regionale uitgangspunten naar de lokale situatie en houdt daarbij rekening met de specifieke kenmerken, behoeften en ontwikkelingen binnen Medemblik. Denk hierbij aan de spreiding van voorzieningen over de kernen, de invloed van demografische trends en de kansen om het voorzieningenniveau toekomstbestendig te maken.
Tot slot geldt dat de gemeentelijke detailhandelsvisie, na vaststelling door de gemeenteraad, door de provincie Noord-Holland moet worden beoordeeld en goedgekeurd. Daarmee wordt geborgd dat het lokale beleid consistent blijft met het regionale en provinciale detailhandelsbeleid.
Beleid maken begint met luisteren naar mensen die er dagelijks mee te maken hebben. Voor het opstellen van dit detailhandelsbeleid hebben we daarom actief opgehaald wat speelt bij ondernemers, inwoners en raadsleden. We hebben gevraagd om concrete doelen die ervoor zorgen dat het detailhandelsaanbod aansluit op de behoeften van inwoners. Daarnaast besteden we aandacht aan het behoud van ondernemers, zodat het aanbod op peil blijft. Ondernemers kregen daarom een centrale rol in de participatie.
Tijdens de schouw van de winkelgebieden in Andijk, Medemblik, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk is het detailhandelslandschap van de gemeente Medemblik van dichtbij verkend. Door fysiek door de kernen te lopen, was het mogelijk om een scherp beeld van de ruimtelijke kwaliteit, de samenhang tussen functies en de beleving van de winkelgebieden te krijgen. Er is ook gesproken met ondernemers om waardevolle inzichten over kansen, knelpunten en lokale dynamiek te verzamelen. Deze observaties en gesprekken koppelen het feitelijke detailhandelsaanbod aan de dagelijkse praktijk en de identiteit van de verschillende kernen. De schouw voegt daarmee een cruciaal praktijkperspectief toe aan het detailhandelsbeleid: niet alleen gebaseerd op cijfers en analyses, maar stevig geworteld in lokale context, ervaringen en ambities. Zo ontstaat een realistisch, gedragen en toekomstbestendig beleid dat recht doet aan het eigen karakter van de winkelgebieden binnen de gemeente.
Om inzicht te krijgen in de mening van inwoners en bezoekers over de Medemblikse detailhandel en winkelgebieden, is gekozen voor directe participatie. Er zijn mensen uit verschillende kernen van de gemeente op straat benaderd om een open gesprek te voeren over de detailhandel en winkelgebieden in de gemeente. Zo kwamen behoeften, drijfveren en meningen over de lokale detailhandel naar voren. Tijdens korte interviews konden deelnemers hun mening geven en vragen beantwoorden over het winkelaanbod in Medemblik. De reacties uit deze gesprekken vormen een belangrijke basis voor het detailhandelsbeleid van de gemeente.
Ondernemers uit verschillende kernen hebben op drie momenten meegedacht in een externe klankbordgroep over het detailhandelsbeleid van de gemeente Medemblik. Zij kennen hun branche goed en beschikken over actuele informatie. De klankbordgroep gaf feedback op belangrijke thema’s. Zo werd duidelijk wat er speelt: wat werkt, wat ontbreekt en wat beter kan. Ondernemers kregen meerdere kansen tijdens externe brede sessies om mee te praten over de toekomst van de Medemblikse detailhandel.
Interne consultatie bij diverse beleidsvelden
Naast externe participatiemomenten vond ook interne consultatie plaats met verschillende beleidsvelden binnen de gemeente. Samen bekeken we het detailhandelsaanbod in de gemeente en in de afzonderlijke kernen. Er is onderzocht hoe dit aanbod zich verhoudt tot beleid op ruimtelijke ontwikkeling, economie, mobiliteit, wonen en leefbaarheid. Deze interne afstemming bracht raakvlakken, wederzijdse afhankelijkheden en lopende trajecten en rapporten binnen de organisatie in beeld. Door het detailhandelsbeleid expliciet te koppelen aan andere beleidsvelden ontstaat een integraal en samenhangend beleidskader. Dit sluit aan bij bestaande ambities en ontwikkelingen binnen de gemeente. Het resultaat: een beleid dat uitvoerbaar en consistent is. Keuzes in de detailhandel dragen zo bij aan bredere gemeentelijke doelen, zoals vitale kernen, een aantrekkelijke openbare ruimte en een toekomstbestendige lokale economie.
Tijdens de consultatiesessie met de gemeenteraad zijn verschillende perspectieven en belangen over het detailhandelsaanbod besproken. De raad bracht zowel lokale signalen uit de samenleving als bredere bestuurlijke overwegingen in. Deze input was waardevol voor het opstellen van het detailhandelsbeleid. In de gesprekken is nadrukkelijk gekeken naar de samenhang tussen detailhandel en andere beleidsvelden, zoals ruimtelijke ontwikkeling, leefbaarheid, economie en mobiliteit. Door deze meningen en belangen in samenhang te bekijken, is gewerkt aan een integraal beleidsstuk. Dit stuk geeft richting aan de ontwikkeling van detailhandel en sluit aan bij andere beleidsdoelen en maatschappelijke opgaven. De consultatie zorgt voor een zorgvuldig afgewogen en breed gedragen beleid. Het biedt ruimte voor lokale diversiteit en bestuurlijke keuzes die passen bij de ambities van de gemeente.
Het document kent een heldere opbouw. Eerst zetten we de context en analyse uiteen: hoe staat de detailhandel er nu voor in Medemblik; wat zijn kwaliteiten en uitdagingen? Daarna volgt de visie: welke ontwikkelingen zijn gewenst, en wat willen we waar toestaan? Deze zijn vervolgens uitgewerkt voor de verschillende winkelgebieden in de gemeente. Daarna volgen de actielijst en de beleidsregels. Zo ontstaat een logisch geheel dat laat zien waar we staan, waar we naartoe willen en hoe we dat gaan doen.
Hoofdstuk 2 – Inleiding en aanleiding van de visie
Hoofdstuk 3 – Hoe staat Medemblik ervoor? Een analyse van landelijke trends en de impact daarvan op de gemeente Medemblik. Verder geven we een analyse van de huidige situatie: wat zijn de kwaliteiten en uitdagingen?
Hoofdstuk 4 – Hoofdstructuur en strategie. De visie op de detailhandelsstructuur, waar zetten we op in? We geven de strategie op hoofdlijnen en de strategie per kernwinkelgebied afzonderlijk.
Hoofdstuk 5 – Actielijnen. Welke acties gaan we opzetten en ondernemen om de visie te bereiken.
Hoofdstuk 6 – Ruimtelijk kader. We stellen de beleidsregels voor de detailhandel en binnen welk ruimtelijk kader deze gelden.
Bijlagen – Achtergrondinformatie en definities. Samenvatting van een separaat opgesteld analysedocument2 , definities, de hoofwinkelstructuur en een begrippenlijst.
3. Hoe staat Medemblik ervoor?
In dit hoofdstuk bespreken we eerst landelijke trends die invloed hebben op de detailhandel en winkelgebieden in Medemblik. We leggen uit wat deze trends betekenen voor Medemblik. Daarbij maken we onderscheid tussen trends die spelen in veranderende binnensteden (zoals de stad Medemblik, zie tabel 1) en trends die vooral relevant zijn voor kleinere dorpskernen (zie tabel 2). Vervolgens gaan we in op de kwaliteiten en uitdagingen van de Medemblikse detailhandel en winkelgebieden. Deze analyse is gebaseerd op het onderliggende rapport.
3.1 Landelijke trends en impact daarvan op Medemblik
Voor een gedegen analyse van de stand van zaken in de detailhandel onderscheiden we drie hoofdbranches, elk met hun eigen kenmerken en consumentendoelgroepen:
Dagelijkse voorzieningen – Dit betreft winkels die voorzien in de dagelijkse of wekelijkse behoeften van consumenten, zoals supermarkten, bakkers, slagers, groentewinkels en drogisterijen. Deze winkels zijn essentieel voor de leefbaarheid van kernen en trekken veelal terugkerende klanten uit de buurt.
Recreatieve voorzieningen – Dit zijn winkels die vooral bezocht worden voor vrijetijdsbesteding, mode en persoonlijke interesse, zoals kleding- en schoenenwinkels, juweliers, sport- en spelwinkels en hobby- en cadeauwinkels. Klanten komen hier niet dagelijks, maar vooral voor inspiratie, ontspanning en een prettige ervaring.
Doelgerichte voorzieningen – Deze groep omvat winkels waar consumenten gericht voor specifieke producten komen, zoals bruingoed- en witgoedzaken, woonwinkels, tuincentra, bouwmarkten en elektronicazaken. Het bezoek is vaak gepland, gericht op een concrete behoefte en kan ook een groter verzorgingsgebied hebben dan dagelijkse voorzieningen.
Tabel 1: Trends over veranderende binnensteden
Tabel 2: Trends over kleinere dorpskernen
Winkels en supermarkten in Medemblik versterken de leefbaarheid in de kernen
Winkels vervullen een belangrijke rol in de kernen. Door de spreiding van winkelgebieden binnen de gemeente vinden bewoners uit grotere kernen voorzieningen dichtbij huis. De kleinere lokaal verzorgende gebieden richten zich voornamelijk op dagelijkse behoeften. Zelfstandige ondernemers in de kleinere kernen hebben vaak een trouwe klantenkring en zorgen zo voor verbinding in de buurt. Bewoners kopen graag lokaal en voelen zich betrokken bij hun ondernemers, terwijl ondernemers op hun beurt sterk verbonden zijn met hun omgeving. Samen ondernemen staat centraal. Het voorzieningenaanbod is de afgelopen jaren echter teruggelopen. Daardoor is de kwetsbaarheid van de overgebleven winkels toegenomen, en daarmee ook het belang dat deze winkels behouden blijven. Winkelgebieden spelen een grote rol in het bereikbaar houden van voorzieningen, wat essentieel is voor ontmoeting tussen bewoners en het sociale karakter van de kernen. Deze winkelgebieden zijn dus niet alleen plekken om boodschappen te doen, maar ook belangrijke sociale ontmoetingsplaatsen. Het is daarom onze prioriteit om de bestaande winkelkernen in stand te houden. De huidige hoofdstructuur van de detailhandel in Medemblik draagt bij aan deze leefbaarheid. Door deze structuur te behouden, blijven voorzieningen bereikbaar en blijft de leefbaarheid in de kernen gewaarborgd.
Innovatief ondernemerschap in Medemblik speelt in op verbinding en bereikbaarheid
In Medemblik krijgt innovatief ondernemerschap volop waardering en steun, vooral als het bijdraagt aan de lokale identiteit, leefbaarheid en bereikbaarheid. Medemblikse ondernemers zoeken naar diverse manieren om hun producten te kunnen verkopen en de bereikbaarheid van voorzieningen voor hun klanten te borgen. Dat zien we terug bij bijvoorbeeld boerderijwinkels, standplaatsen, marktkramen en winkels die meerdere functies combineren. Boerderijwinkels en marktkramen brengen lokale producten dichtbij huis én creëren ontmoetingsplekken. Ze versterken de korte voedselketen en de band tussen producent en consument. Daarnaast zetten ondernemers in op blurring.3
Wat blijkt er uit de participatie?
Brede steun voor functiemenging, mits duidelijke kaders
Ondernemers, inwoners, ambtenaren en raadsleden steunen functiemenging in de hoofdwinkelstructuur. Voorwaarde is dat dit de kernfunctie van winkels versterkt en geen oneerlijke concurrentie veroorzaakt. Ondernemers gunnen elkaar ruimte en waarderen slim, innovatief ondernemerschap dat winkelgebieden aantrekkelijker maakt. Denk aan blurring of een aanvullend assortiment. Wel moet duidelijk blijven wat de hoofdfunctie is. Voorkom dat winkels elkaars omzet afsnoepen of in elkaars vaarwater komen. Dit speelt vooral bij standplaatsen, boerderijwinkels en aanvullende verkoop. Ondernemers accepteren extra activiteiten en inkomsten, zolang het assortiment beperkt en aansluitend blijft. Voorbeeld: de slager in Wognum die naast vlees ook broodjes verkoopt. Zulke initiatieven spelen in op de behoefte aan nabijheid, sociale verbinding en economische veerkracht in de gemeente.
Ruimtelijke kaders zorgen voor een onderscheidend Medemblik binnen heldere kaders
Vanuit de participatie wordt benadrukt dat functiemenging kwaliteit toevoegt aan de hoofdstructuur en bijdraagt aan vitale kernen. Tegelijk wordt er gevraagd om duidelijke en transparante kaders om het speelveld eerlijk te houden. Denk aan regels voor omvang, assortiment en nevenfuncties. Zo krijgen innovatieve concepten ruimte zonder dat voorzieningen uithollen of bestaande ondernemers worden verdrongen.
Toeristisch Medemblik trekt bezoekers
Bezoekers uit de regio komen af op de historische sfeer, gastvrijheid, goede service en het gevarieerde winkelaanbod. De combinatie van een landelijke omgeving, de ligging aan het IJsselmeer en goede voorzieningen maakt Medemblik aantrekkelijk om te bezoeken en voor recreatie. De stad Medemblik heeft een recreatief winkelgebied in een sfeervolle historische binnenstad. Hier zijn zowel winkels voor dagelijkse boodschappen als voor recreatief winkelen gevestigd. De binnenstad functioneert goed. Met het Stadsplan werkt de gemeente aan het versterken van de positie van de binnenstad en het toerisme in de regio. Hiermee speelt Medemblik in op het groeiende (binnenlandse) toerisme.
Te veel winkelmeters verminderen levensvatbaarheid van winkels in verzorgingskernen
De gemeente Medemblik kampt met een overschot aan winkelruimte. De bevolking groeit nauwelijks, vergrijst en veel inwoners doen hun aankopen buiten de eigen kern. Hierdoor is er steeds minder marktruimte voor winkels en is een negatief saldo van 3.100 m² winkelvloeroppervlak voor dagelijkse en 1.800 m² winkelvloeroppervlak voor doelgerichte detailhandel ontstaan (zie nadere toelichting pagina 21). Dit overschot zet ondernemers onder druk, vergroot de kans op leegstand en leidt tot verschraling van het aanbod. Tegelijkertijd zijn er nieuwe detailhandelsinitiatieven in de kernen en het buitengebied. Hoewel die de lokale betrokkenheid laten zien, vergroten extra winkels het risico dat de bestaande structuur verder verzwakt. Consumenten kunnen hun geld immers maar één keer uitgeven.
Om de leefbaarheid in de kernen te behouden, zijn gerichte keuzes noodzakelijk. Het is van belang initiatieven te ondersteunen die de hoofdstructuur versterken en te waken voor ontwikkelingen die voorzieningen juist versnipperen. Daarbij moet vooral worden gezorgd dat basisvoorzieningen dichtbij en goed bereikbaar blijven, ook voor de ouder wordende bevolking.
Wat blijkt er uit de participatie?
Behoud van voorzieningen in kernen is cruciaal
Uit alle participatiegesprekken blijkt één duidelijke boodschap: het in stand houden van (detailhandels)voorzieningen in de kernen is essentieel voor leefbaarheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen.
Belang voor inwoners en ondernemers
Ondernemers benadrukken dat supermarkten en basiswinkels dichtbij huis onmisbaar zijn voor ouderen, mensen zonder auto en andere groepen die afhankelijk zijn van nabijgelegen voorzieningen. Interne klankbordleden wijzen daarnaast op de sociale functie van supermarkten, vooral in kleine kernen. Door vergrijzing en beperkte bevolkingsgroei neemt het lokale draagvlak af, waardoor voorzieningen dicht bij huis steeds belangrijker worden. Deze winkels of voorzieningen dragen rechtstreeks bij aan het dagelijks functioneren en de leefbaarheid van bewoners in de gemeente.
Risico’s bij ontwikkelingen buiten de kern: gezamenlijk signaal
Diverse ondernemers waarschuwen dat nieuwe ontwikkelingen buiten de kernen leiden tot verschraling, leegstand en verlies van reuring in dorpscentra. Daardoor verliezen kernlocaties hun rol als voorzieningenhart. Alle geconsulteerde groepen geven hetzelfde signaal: behoud en versterking van dagelijkse voorzieningen ín de kernen is noodzakelijk voor bereikbaarheid en sociale samenhang in een vergrijzende, deels minder mobiele samenleving.
Medemblik positioneren als recreatieve en toeristische bestemming voor het aantrekken van extra koopstromen
Medemblik heeft sterke troeven als recreatieve en toeristische bestemming: de historische binnenstad, de ligging aan het water en de aanwezige cultuur- en natuurwaarden. Deze kwaliteiten zorgen al voor een zekere aantrekkingskracht, maar worden nog niet volledig benut. De uitdaging ligt erin dit potentieel verder te ontwikkelen en gericht uit te bouwen, zodat Medemblik zich sterker kan positioneren als toeristische trekker in de regio. Dat vraagt om een samenhangende aanpak, met investeringen in gastvrijheid, beleving en voorzieningen en een betere koppeling tussen detailhandel, horeca, cultuur en recreatie. Het Stadsplan Medemblik biedt hiervoor concrete handvatten. De opgave is om deze goede uitgangspositie te verzilveren en te vertalen naar extra koopstromen die de lokale economie en detailhandel versterken.
Versterken van de winkelgebieden: juiste functie op de juiste plek…
Publieksaantrekkende functies zoals sport- en dansscholen, showrooms, maatschappelijke voorzieningen en winkels met consumentenproducten zijn nu vaak gevestigd op bedrijventerreinen. Daarmee nemen ze kostbare ruimte in beslag die eigenlijk nodig is voor bedrijven die hier vanwege hun aard (met name milieuhinder) thuishoren. Tegelijkertijd zouden deze functies juist in de winkelgebieden veel meerwaarde hebben: ze versterken het voorzieningenaanbod, vergroten de aantrekkelijkheid van de centra en vullen leegstand op. Door deze functies meer in de centra te concentreren, neemt bovendien de diversiteit van het aanbod toe. Bezoekers komen dan om uiteenlopende redenen naar het centrum: de ene keer voor boodschappen of een aankoop, de andere keer om te sporten of voor een maatschappelijke functie zoals een tandarts- of fysiotherapiebezoek. Dat vergroot de ontmoetingskans en de kans dat mensen vaker en langer in de centra verblijven, wat de lokale economie verder versterkt.
… en kostbare bedrijventerreinenruimte vrijspelen/behouden
Tegelijkertijd zorgen deze functies op bedrijventerreinen voor knelpunten. De ruimte daar is schaars en hard nodig voor bedrijven die vanwege hun milieuhinder alleen op deze locaties kunnen functioneren. Publieksaantrekkende functies verdringen die bedrijvigheid en leiden bovendien tot extra verkeersdruk en veiligheidsrisico’s, omdat de terreinen hier vaak niet op zijn ingericht. Daarmee ontstaat een suboptimale ruimtelijke ordening.
De uitdaging is om hier actiever op te sturen. Dat betekent publieksaantrekkende functies zoveel mogelijk richting centrumgebieden te geleiden en de schaarse ruimte op bedrijventerreinen te behouden voor bedrijven die daar echt thuishoren. Dit vraagt om een scherpere planologische begrenzing – bijvoorbeeld via het omgevingsplan en middels milieucategorieën – en om het stimuleren van verplaatsing naar centra. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 5 (Actielijnen) en hoofdstuk 6 (Ruimtelijk kader). Door functies te verplaatsen naar de centra en bedrijventerreinen te reserveren voor bedrijven die daar thuishoren, versterken we de vitaliteit en diversiteit van de centra én maken we kostbare ruimte op bedrijventerreinen vrij.
Wat blijkt er uit de participatie?
Boerderijwinkels: een kans voor lokaal én vitaal
Boerderijwinkels versterken het lokale aanbod en brengen de korte keten dichterbij. Ze bieden inwoners verse producten van dichtbij, dragen bij aan educatie en geven agrarische bedrijven extra inkomsten. Ondernemers zien hierin een kans om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Het onderscheidende karakter wordt breed gewaardeerd in de gemeente. Velen willen daarom ook ruimte geven aan ondernemerschap om dit mogelijk te maken.
Het wordt breed gedragen dat boerderijwinkels geen reguliere detailhandel mogen worden. Heldere regels over omvang en assortiment zijn cruciaal om concurrentie met bestaande winkels te voorkomen en de vitaliteit van winkelgebieden te beschermen. Er is steun om boerderijwinkels toe te staan, mits de omvang begrensd blijft. Zo blijven bestaande voorzieningen én boerderijwinkels naast elkaar bestaan. Dit beleid biedt ruimte voor innovatie én behoud van een eerlijk speelveld.
Vergrijzing van ondernemers en behoud van voorzieningen
Veel winkeliers en zelfstandigen naderen de pensioengerechtigde leeftijd, terwijl opvolging of nieuwe instroom onzeker is. Dit zet de continuïteit van voorzieningen onder druk. In kernen zoals Wervershoof zorgt onzekerheid over ontwikkelingsplannen ervoor dat ondernemers minder investeren en zich niet langdurig binden. In kleinere kernen is bovendien geen kernwinkelgebied meer gedefinieerd, waardoor stoppende ondernemers hun panden kunnen transformeren naar andere functies en voorzieningen verdwijnen, met negatieve gevolgen voor de leefbaarheid. De uitdaging is om, om te gaan met deze vergrijzing en transformatie en ondernemers perspectief te bieden. Zonder duidelijkheid en vertrouwen dreigt een negatieve spiraal: voorzieningen verdwijnen, leegstand neemt toe en de leefbaarheid van de kernen verslechtert. Daarom zorgen we voor een helder en transparant gemeentelijk beleid. Het versterken van het ondernemersklimaat4 en het aantrekkelijk maken voor nieuwe ondernemers is daarbij een cruciale uitdaging.
4. Hoofdstructuur en strategie
In dit hoofdstuk wordt de detailhandelsstructuur van de gemeente Medemblik uiteengezet en toegelicht. In paragraaf 4.1 bespreken we de hoofdstructuur: welke voorzieningen aanwezig zijn, hoe deze over de kernen zijn verspreid en welke rol de verschillende winkelgebieden vervullen (zie bijlage voor een kaart van de hoofdwinkelstructuur in de gemeente). Daarnaast wordt ingegaan op het overaanbod aan detailhandelsmeters en de impact hiervan op het functioneren van de winkelgebieden, met speciale aandacht voor supermarkten vanwege hun cruciale positie in kleinere kernen.
Paragraaf 4.2 beschrijft de visie op detailhandel: het overkoepelende doel van de gemeente en de vier strategische pijlers waarop wij inzetten om een vitale en toekomstbestendige detailhandelsstructuur te waarborgen. In paragraaf 4.3 volgt de strategie per winkelgebied, waarin concreet wordt aangegeven welke ontwikkeling en sturing nodig zijn om de hoofdstructuur en de leefbaarheid van de kernen te behouden.
Vijf kernwinkelgebieden verspreid over Medemblik vormen het primaat voor de detailhandel
De gemeente Medemblik kent vijf kernwinkelgebieden die verdeeld over de gemeente voorzien in de behoefte van de inwoners van de gemeente. Het gaat om de volgende winkelgebieden: Medemblik, Andijk, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk. We gaan hierna in op de detailhandelsstructuur (voor een uitgebreider profiel en beschrijving van de winkelgebieden zie tabel 4 op pagina 17).
Medemblik vervult een centrale rol als winkelgebied voor de hele gemeente én de regio. Alle vormen van detailhandel zijn hier aanwezig. De stad is goed bereikbaar en biedt voldoende ruime parkeergelegenheid. Het historisch centrum en culturele aanbod trekken bezoekers aan. Het voorzieningenaanbod sluit aan op uiteenlopende consumentenbehoeften. Daardoor heeft Medemblik een groot verzorgingsgebied: stads- én regioverzorgend.
Winkelhart Zwaagdijk is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een groot winkelgebied met een streekverzorgend profiel dankzij de gunstige ligging, goede bereikbaarheid en ruime parkeergelegenheid. Door de aanwezigheid van trekkers zoals een Action en Wibra, welke ontbreken in de lokaal verzorgende winkelgebieden, heeft het gebied een sterke regionale functie.
Andijk, Wervershoof en Wognum vormen lokaal verzorgende winkelgebieden. Ze liggen verspreid in de gemeente en bedienen vooral de dagelijkse behoeften van inwoners uit de kernen en omliggende kernen en buurtschappen. Deze winkelgebieden hebben daardoor een belangrijke functie in hun verzorgingsgebied. Deze opzet zorgt voor een verspreide winkelstructuur (zie figuur 1).
Naast de vijf kernwinkelgebieden ligt er ook verspreide detailhandel in andere delen van de gemeente. Deze locaties zijn minder geclusterd, maar dragen wel bij aan het totale winkelaanbod. Zo zijn er supermarkten gevestigd in Nibbixwoud, Midwoud en Abbekerk. Daarnaast is er een initiatief voor een nieuwe supermarkt in Opperdoes. Door het landelijke karakter en de lage bevolkingsdichtheid zijn de vijf kernwinkelgebieden en drie solitaire supermarktlocaties (in de toekomst eventueel vier na realisatie van een nieuwe supermarkt in Opperdoes) van groot belang, ook voor inwoners buiten deze kernen.
Alle kernwinkelgebieden voorzien in de basisbehoeften
Alle vijf kernwinkelgebieden in de gemeente Medemblik beschikken over belangrijke dagelijkse voorzieningen. Dit omvat minimaal een supermarkt, een drogist en enkele aanvullende speciaalzaken (zie tabel 3 voor een overzicht van het aanbod per winkelgebied). Dit pakket vormt de essentiële basis voor een goed functionerend winkelgebied en garandeert dat de dagelijkse behoeften van inwoners in deze kernen en omliggende kernen/buurtschappen worden vervuld. Daarnaast is er in de meeste winkelgebieden een beperkt aanvullend aanbod van recreatieve winkels en doelgerichte detailhandel, wat bijdraagt aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van de centra. Zo hebben alle kernwinkelgebieden een solide fundament waarop de leefbaarheid en economische vitaliteit verder kunnen worden versterkt.
Tabel 3: Aanwezigheid detailhandel in de winkelgebieden
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Figuur 4: Huidige detailhandelsstructuur gemeente Medemblik
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Figuur 5: Winkels en leegstand in gemeente Medemblik per winkelgebied (in m2 wvo)
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Overschot aan detailhandelsmeters zet de bestaande voorzieningen onder druk
Uit distributieplanologisch onderzoek (DPO) blijkt dat er in Medemblik sprake is van een overaanbod aan detailhandel. Dit zien we overigens terug in de gehele regio. In de onderstaande tabel zijn de onderzoeksresultaten uitgesplitst naar de verschillende typen detailhandel. De recreatieve detailhandel is over het algemeen in balans. In de doelgerichte detailhandel is sprake van een beperkt overschot van circa 6%. Het grootste knelpunt doet zich echter voor binnen de dagelijkse detailhandel (supermarkten en winkels voor alledaagse boodschappen). Daar is sprake van een fors overaanbod van 16% winkelvloeroppervlak. Dit overschot heeft tot gevolg dat de dagelijkse detailhandel minder goed functioneert: de gemiddelde omzet per vierkante meter ligt daardoor lager dan gemiddeld in Nederland. De impact van dit overaanbod en de daarmee samenhangende kwetsbaarheid verschilt per winkelgebied. Waar we eerder constateerden dat de winkelgebieden een solide basis aan voorzieningen hebben, neemt de druk op dit aanbod toe.
Tabel 4: Marktruimte per detailhandelstype voor de gemeente Medemblik (in m² winkelvloeroppervlak (wvo)) 5
Bron: Koopstromenonderzoek (2021); CBS (2024); Primos (2024); Panteia (2024); Locatus (2025); Stec Groep (2025). *Voor een compleet overzicht van de gehanteerde parameters en bronnen, zie bijlage 3.
In deze calculatie is geen rekening gehouden met een nieuw initiatief voor een supermarkt in Opperdoes. Indien dit initiatief vergund wordt, neemt de negatieve marktruimte voor dagelijks met 1.200 m² toe naar -4.300 m². We hanteren als stelregel dat een negatieve marktruimte tot 10% zonder negatieve gevolgen mogelijk is. In dat perspectief is een overaanbod van bijna 27% fors, waardoor op termijn negatieve effecten te verwachten zijn. Er is een DPO nodig om de lokale effecten te onderzoeken. Het is dan ook raadzaam voor dit initiatief een DPO uit te voeren, voordat deze vergund wordt.
Marktruimte is een economisch-ruimtelijk begrip dat aangeeft hoeveel winkelvloeroppervlak (meestal in m² wvo) in een bepaald gebied duurzaam kan functioneren. Het is daarmee een maat voor de economische ruimte voor uitbreiding, optimalisatie of nieuwvestiging van winkels. Marktruimte wordt bepaald aan de hand van distributieplanologisch onderzoek (DPO) en is gebaseerd op:
Zie bijlage 3 voor een nadere toelichting van de uitgangspunten.
Er is positieve marktruimte wanneer het haalbaar aanbod groter is dan het bestaande aanbod.
Dit betekent: bestaande winkels presteren bovengemiddeld qua vloerproductiviteit, er is ruimte voor uitbreiding van winkelvloeroppervlakte. Er is negatieve marktruimte wanneer het haalbaar aanbod kleiner is dan het bestaande aanbod. Dit betekent dat de vloerproductiviteit onder de norm ligt en er feitelijk een overaanbod is in verhouding tot de vraag.
In dit geval berekenen we de marktruimte op gemeenteniveau. Negatieve marktruimte zegt dus niets over prestaties van individuele winkels. Negatieve marktruimte wil niet zeggen dat bedrijven niet kunnen bestaan, maar dat ondernemingen ondergemiddeld presteren en lagere omzetten generen dan de landelijke vloerproductiviteitsnormen zoals gehanteerd in DPO’s. Bij negatieve marktruimte ligt de gemiddelde omzet per m² onder deze norm. Daardoor neemt de concurrentie toe, nemen de marges af en wordt het lastiger om stijgende kosten door te berekenen. Sterke formules, goede locaties en onderscheidende concepten kunnen nog steeds goed functioneren. Zwakkere locaties, verouderde panden en generieke concepten komen sterk onder druk te staan en het is niet uit te sluiten dat ondernemingen na verloop van tijd moeten sluiten.
Supermarkten houden kleine kernen vitaal: juiste spreiding is cruciaal
Supermarkten vormen vaak de dragers van kleinere kernen en bepalen grotendeels het verzorgingsgebied van een winkelgebied. In deze kernen zijn voorzieningen vaak gebundeld rond de supermarkt, waardoor bewoners hun boodschappen kunnen combineren met andere dagelijkse aankopen. Dit maakt het bezoek efficiënt, aantrekkelijk en stimuleert langere verblijfsduur, hogere bestedingen, levendigheid en sociale ontmoetingen.
Wanneer deze clustering wegvalt, bijvoorbeeld door stoppende of verhuizende ondernemers, neemt de aantrekkelijkheid van het winkelgebied af. Combinatiebezoeken nemen af, het winkelaanbod versplintert en voorzieningen verdwijnen, waardoor de leefbaarheid van de kern onder druk komt. Behoud van supermarkten in de kernen is daarom cruciaal. Een goed functionerende supermarkt ondersteunt andere voorzieningen en versterkt de vitaliteit van de dorpskern. Een juiste spreiding van supermarkten over de kernen is essentieel om voorzieningen bereikbaar te houden en de leefbaarheid te behouden. Voor een overzicht van de spreiding van supermarkten binnen de gemeente, zie figuur 3.
[De laatste volzin onder de kop Supermarkten houden kleine kernen vitaal: juiste spreiding is cruciaal bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Voor een overzicht van de spreiding van supermarkten binnen de gemeente, zie figuur 6.]
Figuur 6: Spreiding supermarktaanbod gemeente Medemblik
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Huidige spreiding supermarkten: grotere kernen met een compleet aanbod en verspreide buurtsupers
Binnen de huidige spreiding worden alle grotere kernen zoals Medemblik, Wervershoof, Andijk en Wognum bediend met minimaal twee supermarkten, veelal in de combinatie van een fullservice en discountsupermarkt. Deze combinatie versterkt de positie van de winkelgebieden, gezien het complementaire aanbod en aantrekkingskracht. Deze supermarkten zijn voornamelijk lokaal verzorgend met een beperkte bovenlokale aantrekkingskracht. Daarnaast is er in Winkelhart Zwaagdijk een vijfde locatie waar een cluster supermarkten een bredere regio bedient. Daarnaast zijn er nog verspreide buurtsupermarkten in dorpen als Abbekerk, Nibbixwoud en Midwoud. In 2027 komt er mogelijk een nieuwe supermarkt in Opperdoes bij.
Welke factoren beïnvloeden het verzorgingsgebied van een supermarkt?
De afstand die consumenten af willen leggen om van een supermarkt gebruik te maken verschilt per type supermarkt. Vijf factoren spelen hierbij een rol:
Positie supermarkt bij consument: Vrijwel geen enkele consument doet alle boodschappen bij één supermarktformule. Zij maken, persoonsafhankelijk, onderscheid in primaire, secundaire en tertiaire supermarkten. De meeste bestedingen vinden plaats in de primaire supermarkt (68%), daarop volgt de secundaire (23%) en tertiaire (9%), bijvoorbeeld vanwege aanbiedingen, specifieke producten, onderscheidend assortiment of service. Afhankelijk van de primaire, secundaire en tertiaire supermarkt is men bereid meer of minder ver te reizen.
Ambitie: bestaande voorzieningen behouden, ondanks negatieve marktruimte
In de onderstaande tabel wordt per winkelgebied het profiel, ontwikkelrichting en (indicatieve) functioneren beschreven, met specifieke aandacht voor de aanwezige supermarktmeters. Supermarkten vormen in vrijwel alle kernen de dragers van het winkelgebied en bepalen in belangrijke mate het verzorgingsgebied. Het behoud van deze voorzieningen is cruciaal om bereikbaarheid, vitaliteit en leefbaarheid van de kernen te waarborgen.
Onze ambitie is daarom om de bestaande supermarktvoorzieningen binnen de hoofdwinkelstructuur te behouden, ondanks de negatieve marktruimte.
Daarnaast willen we verspreide winkels buiten de vijf kernwinkelgebieden en genoemde kernen behouden. Verdwijnt een van deze voorzieningen, dan is onze ambitie om deze te verplaatsen naar een van de vijf kernwinkelgebieden. Zo houden we deze winkelgebieden vitaal, aantrekkelijk en toekomstbestendig.
Dit vraagt enerzijds om het versterken van supermarkten met een kwetsbare positie, en anderzijds om het voorkomen van onnodige concurrentie. Het leidende principe hierbij is helder: “extra meters op de ene plek mogen nooit leiden tot het aantasten van het functioneren van een supermarkt elders.”
Tabel 5: Huidige profielen van de vijf kernwinkelgebieden
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Tabel 6: Huidige en/of mogelijke profielen van de vier kernverzorgende winkelgebieden(met focus op supermarkten)
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025). Bron Opperdoes: gemeente Medemblik (2026)
Tabel 7: Huidige profielen van de verspreide winkels in de gemeente
|
Verspreide bewinkeling 6 |
Tot slot is er een groep winkels te vinden op verspreide locaties binnen de gemeente Medemblik. Deze voorzieningen bevinden zich buiten de bestaande winkelstructuur. Het gaat om solitaire detailhandelsvestigingen buiten de kernen Medemblik, Andijk, Wervershoof, Wognum en Zwaagdijk, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen alsook enkele vestigingen binnen de kernen. |
Solitaire dagelijkse – en recreatieve detailhandel buiten de kernwinkelgebieden – hebben het doorgaans lastig vanwege het ontbreken van voldoende trekkracht en combinatiebezoek. Voor de doelgerichte detailhandel geldt dat deze op verspreide locaties wel kan functioneren, dankzij het bezoekersmotief en de aantrekkingskracht van deze winkels |
Vier pijlers onder hoofddoel evenwichtige spreiding detailhandel
We zetten hier onze strategieën voor de detailhandelsstructuur in Medemblik uiteen. Het hoofddoel van deze visie is: een evenwichtige spreiding van detailhandel7 , zodat voorzieningen bereikbaar blijven en dorpen leefbaar. Om dit doel te bereiken zetten we in op vier pijlers:
Overkoepelend doel: een evenwichtige spreiding van detailhandel zodat voorzieningen bereikbaar blijven en dorpen leefbaar
Wij willen dat inwoners van de gemeente Medemblik in alle kernen, nu en in de toekomst, kunnen rekenen op nabijheid en bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen. Dat gaat verder dan alleen boodschappen doen. Supermarkten, drogisterijen, bakkerijen en andere basiswinkels vormen het hart van onze dorpen. Het zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten, waar jong en oud samenkomen en waar vanzelfsprekendheid en gemak hand in hand gaan. Het behouden van deze voorzieningen betekent het behouden van de levendigheid, aantrekkelijkheid en sociale samenhang van onze kernen.
In een gemeente die vergrijst en er een groeiende groep mensen is voor wie mobiliteit steeds minder vanzelfsprekend is, neemt dit belang alleen maar toe. Niet iedereen kan eenvoudig naar een grotere kern reizen voor dagelijkse boodschappen, denk aan mensen zonder een auto tot hun beschikking. Een goede spreiding van voorzieningen over de kernen betekent dat ouderen zelfstandig kunnen blijven wonen, dat gezinnen hun leven efficiënt kunnen organiseren en dat dorpen leefbaar en aantrekkelijk blijven voor nieuwe generaties. Het gaat dus niet alleen om economie, maar ook om bredere maatschappelijke doelstellingen, leefbaarheid en sociale cohesie in onze dorpen.
Juist daarom kiezen wij voor een visie waarin de evenwichtige spreiding van supermarkten en andere basisvoorzieningen het fundament vormt. Dit is de sleutel om vitale dorpscentra te behouden. Een centrum zonder supermarkt of dagelijkse voorzieningen verliest zijn functie als ontmoetingsplek, waardoor de samenhang en levendigheid afneemt. Voorzieningen in de nabijheid zorgen er juist voor dat mensen vaker en langer in hun kern verblijven, waardoor ook lokale ondernemers, horeca en maatschappelijke functies profiteren.
Alle andere keuzes die we in deze visie maken—het versterken van de hoofdstructuur, het behouden van lokaal ondernemerschap en het investeren in de kwaliteit van winkelgebieden—staan ten dienste van dit doel. Alleen met sterke, bereikbare voorzieningen kunnen we immers de leefbaarheid van onze dorpen ook in de toekomst waarborgen.
Wat blijkt er uit de participatie?
Ondernemers en inwoners vinden het essentieel dat het detailhandelsbeleid aansluit op de praktijk in Medemblik. Zij benadrukken een sterke hoofdstructuur met supermarkten als kern, zodat dagelijkse voorzieningen voor iedereen bereikbaar blijven, vooral voor kwetsbare groepen. Ondernemers waarschuwen dat uitbreiding buiten dorpskernen leegstand en verlies van levendigheid veroorzaakt. Er is brede steun voor het behoud van lokaal ondernemerschap en voor kwaliteit in winkelgebieden. Dat vraagt om verduurzaming en investeringen in de openbare ruimte. Boerderijwinkels gelden als waardevolle aanvulling, mits duidelijke kaders voor omvang en assortiment concurrentie met reguliere winkels beperken. Ook is er draagvlak voor branchevervaging en slimme functieverplaatsing, zolang dit bijdraagt aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig winkelaanbod en niet leidt tot extra druk op de concurrentie.
Pijler 1. Een sterke en geconcentreerde hoofdstructuur
We kiezen bewust voor een krachtige en compacte hoofdstructuur voor de detailhandel. Binnen deze structuur krijgt de detailhandel ruimte om zich verder te ontwikkelen. We versterken de bestaande winkelgebieden, zodat ze aantrekkelijk en economisch vitaal blijven. Nieuwe winkelinitiatieven moeten bijdragen aan deze hoofdstructuur.
In het licht van een duurzame en toekomstbestendige ruimtelijke ordening is het van cruciaal belang dat nieuwe detailhandelsinitiatieven primair landen binnen de hoofdwinkelstructuur van de vijf kernen. Het beschermen én versterken van deze hoofdstructuur vormt de ruggengraat van het gemeentelijke voorzieningenaanbod en draagt direct bij aan de leefbaarheid van de dorpen. Juist in een vergrijzende gemeente als Medemblik, waar de mobiliteit van inwoners afneemt en de behoefte aan nabijheid van voorzieningen toeneemt, is het essentieel dat winkels en basisvoorzieningen goed bereikbaar en geconcentreerd aanwezig blijven in de dorpscentra. Dit sluit ook nauw aan bij het woon- en zorgbeleid van de gemeente, waarin langer zelfstandig wonen en nabijheid van diensten centraal staan. De herinvulling van leegstaande winkelpanden met zowel commerciële als maatschappelijke functies – denk aan kleinschalige zorg, dienstverlening of ontmoeting – is hierin een belangrijke strategische opgave. We vullen het detailhandelsaanbod aan met andere commerciële of maatschappelijke voorzieningen. Elk initiatief beoordelen we afzonderlijk. Tegelijkertijd betekent dit dat uitbreidingen van detailhandel buiten de hoofdstructuur slechts mogelijk zijn onder strikte voorwaarden: alleen als deze aantoonbaar aanvullend zijn op het bestaande aanbod, géén afbreuk doen aan de vitaliteit van de hoofdstructuur én een duidelijke meerwaarde leveren voor specifieke doelgroepen of lokale behoeften. Deze lijn wordt stevig verankerd in het detailhandelsbeleid van de gemeente Medemblik. We kiezen bewust voor een geconcentreerde hoofdwinkelstructuur met beperkte ontwikkelingsruimte daarbuiten, omdat versnippering van het aanbod leidt tot leegstand, verschraling van voorzieningen en een verzwakking van de dorpscentra als vitale ontmoetingsplekken.
Pijler 2: Supermarkten als dragers van onze kernen; belang van evenwichtige spreiding
Supermarkten trekken veel publiek en houden andere winkels in stand. Ze bieden bovendien een plek waar buurtbewoners elkaar ontmoeten. Dat maakt supermarkten belangrijk voor de leefbaarheid van dorpen. We kiezen er daarom bewust voor om supermarkten te concentreren binnen de bestaande (hoofdwinkel-)structuur, maar we zien ook dat de marktruimte in de gemeente Medemblik verzadigd is. Er zijn meer supermarktmeters dan nodig op basis van het aantal inwoners. Landelijk zien we dat een overschot niet direct leidt tot onderpresterende supermarkten. Onderscheidende profielen zorgen ervoor dat formules elkaar aanvullen in plaats van direct concurreren. Zo blijft het aanbod op peil en blijft de aantrekkingskracht groot, zonder dat de regionale detailhandelsstructuur verstoord raakt. Extra meters toevoegen is echter ongewenst. Om die groei te voorkomen, stellen we aanvullende richtlijnen op voor nieuwe supermarktinitiatieven.
Supermarkten groeien snel. Ze bieden consumenten steeds meer gemak en keuze. Tegelijkertijd komt het economisch draagvlak van buurtwinkels en speciaalzaken onder druk te staan. Kleine ondernemers kunnen moeilijk opboksen tegen de schaalvoordelen van grote ketens. Grote supermarktformules breiden hun assortiment vaak uit met versproducten, biologische en luxere varianten, en non-food. Daardoor verliezen speciaalzaken hun functie en bestaansrecht. Wij zien lokaal ondernemerschap als het visitekaartje van onze centra. We streven naar een goede balans tussen dorpen en centra, zodat voorzieningen voor iedereen bereikbaar blijven. Nieuwe supermarktinitiatieven stemmen we daarom af op gemeentelijk niveau, het uitgangspunt is daarbij dat winkelgebieden lokaal verzorgend zijn. Winkelgebieden met een grotere aantrekkingskracht ondermijnen marktpotentie elders. Daarmee vormen ze een gevaar voor de evenwichtige spreiding die wij nastreven om voorzieningen bereikbaar te houden en de leefbaarheid te borgen. Uitbreiding heeft namelijk directe impact op bestaande supermarkten, buurtwinkels en koopstromen tussen kernen. Daarom is uitbreiding alleen wenselijk wanneer er in het directe verzorgingsgebied van de supermarkt voldoende lokale marktpotentie is om de uitbreiding te accommoderen. Een gelijk speelveld vraagt om zorgvuldige beoordeling van nieuwvestiging en uitbreiding. Om een evenwichtige spreiding van supermarktmeters te borgen werken we met een maximale omvang van 1.500 m² wvo. Zo voorkomen we extreem grote supermarkten die de marktpotentie van omliggende kernen ondermijnen. Elke uitbreiding of nieuwvestiging is daarnaast ook DPO-plichtig (inclusief effectenanalyse), in lijn met de landelijke en regionale regels.
Pijler 3: Lokaal en startend ondernemerschap in stand houden in onze kernen
Winkelgebieden bloeien door de kracht van lokale ondernemers. Landelijke ketens trekken een breed publiek, maar lokale winkels zorgen voor diversiteit en karakter. Samen vormen ze een sterk geheel en bedienen ze verschillende doelgroepen. In Medemblik staat het lokale ondernemerschap onder druk. Daarom is een gezonde balans tussen landelijke ketens en lokale ondernemers nodig. Die balans begint bij het stimuleren van startende ondernemers.
Vooral startende ondernemers hebben het zwaar. Waar gevestigde ondernemers vaak hun pand al hebben afbetaald en dit zien als een vorm van pensioen, moeten starters doorgaans een lening afsluiten. De vaste lasten drukken zwaar op de exploitatie, waardoor het moeilijk is om de onderneming in de eerste jaren rendabel te maken. Dit maakt de drempel om een nieuwe zaak te beginnen hoog en zet de vernieuwing van het lokale ondernemerschap onder druk. Tegelijkertijd zien we ook nieuwe, laagdrempelige vormen van ondernemerschap ontstaan, zoals boerderijwinkels, zelfbedieningsstalletjes of hybride concepten die detailhandel combineren met horeca of beleving (voor de specifieke regels: zie H.6 ruimtelijk kader). Dit zijn positieve ontwikkelingen: ze geven kleur aan de gemeente, versterken het voorzieningenniveau en dragen bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze kernen en het buitengebied. Wel moeten we waken voor oneerlijke concurrentievoordelen. Ondernemers die buiten de reguliere winkelgebieden opereren, hebben vaak lagere kosten en minder strikte regelgeving, terwijl gevestigde winkels in de centra te maken hebben met hogere lasten en verplichtingen. Een gelijk speelveld8 is cruciaal, zodat deze nieuwe initiatieven de bestaande winkelstructuur aanvullen in plaats van ondermijnen. Detailhandel buiten deze structuur vinden we onwenselijk en bouwen we af. We bepalen wat onder detailhandel valt en wat ondergeschikte detailhandel is. Deze definities leggen we vast in het ruimtelijk kader (zie Hoofdstuk 6), met duidelijke regels over assortiment en maximaal oppervlak. Handhaving pakken we integraal aan. We geven prioriteit aan belangrijke zaken en combineren controle met (actieve) voorlichting over de regels. De gemeente voert een actief, risicogericht handhavingsbeleid met als doel: een gelijk speelveld voor alle detailhandelsinitiatieven binnen en buiten de kernwinkelgebieden. Bij de uitvoering van het beleid beoordelen we per geval de gevolgen.
Om lokaal ondernemerschap toekomstbestendig te maken, zet de gemeente in op gerichte ondersteuning en facilitering in de vorm van een startersloket9 . Dat betekent: het stimuleren van starters met praktische hulp bij financiering, locatiekeuze en vergunningen, het verminderen van wachttijden en regeldruk en het inrichten van een centraal ondernemersloket als vast aanspreekpunt. Waar mogelijk geven we lokale ondernemers bij gelijke voorwaarden de voorkeur bij aanbestedingen binnen de detailhandel. Op de langere termijn bieden we starters de kans om door te groeien tot gevestigde ondernemers. Tegelijkertijd stimuleren we vernieuwing en functiemenging om innovatieve bedrijfsmodellen mogelijk te maken. We zoeken naar slimme oplossingen om leegstand tegen te gaan en vastgoed beter te benutten. We richten ons op de kwaliteit van de openbare ruimte zodat deze aantrekkelijk blijft voor ondernemers en bezoekers. We geven ruimte aan hybride vormen van detailhandel, zoals combinaties met andere functies, waar dat past binnen het ruimtelijk kader. De gemeente speelt hierin een faciliterende en verbindende rol. We stimuleren samenwerking, verminderen beleidsbelemmeringen en betrekken ondernemers actief bij de ontwikkeling van de kernen. Door ondernemerschap te koppelen aan bredere opgaven zoals leefbaarheid, duurzaamheid en digitalisering, ontstaat een klimaat waarin ondernemers kunnen meegroeien met maatschappelijke ontwikkelingen. Zo bouwen we aan een divers en vitaal ondernemerschap dat de kernen van Medemblik levendig en aantrekkelijk houdt.
Pijler 4: Kwaliteit van winkelgebieden waarborgen
In de komende jaren staan in de gemeente Medemblik diverse gebiedsontwikkelingen op stapel, zoals woningbouwprojecten en de ontwikkelingsplannen van winkelcentrum Wervershoof. Deze plannen bieden momentum én investeringspotentie om winkelgebieden toekomstbestendig in te richten en te investeren in een prettig verblijfsklimaat.
Voor een duurzame structuur is het cruciaal dat de positie van deze winkelgebieden binnen de hoofdstructuur helder wordt bepaald en dat de aangewezen gebieden zich onderscheiden door hoge ruimtelijke kwaliteit. Een uitnodigende openbare ruimte maakt winkelen en verblijven aantrekkelijker, stimuleert ontmoeting en zorgt dat bezoekers langer blijven hangen. Dit vertaalt zich direct in beter economisch functioneren: meer bestedingen, meer vertrouwen bij ondernemers en een gezonder ondernemersklimaat. Goed onderhouden en aantrekkelijke winkelgebieden voorkomen leegstand, trekken nieuwe functies aan en vergroten de dynamiek en spreiding van bezoekers over de dag. Waar mogelijk versterken we de aantrekkelijkheid met horecavoorzieningen, zodat centra ook buiten de piekuren levendig blijven. Daarnaast richten we ons op de duurzaamheid van onze winkelgebieden. Zo kunnen energiezuinige gebouwen, vergroening of circulaire concepten de verduurzaming en leefbaarheid van onze winkelgebieden versterken. Onze strategie is dan ook helder: wij investeren gericht in de ruimtelijke en functionele kwaliteit van bestaande winkelgebieden. Alleen zo kunnen zij hun rol behouden als vitale en economisch sterke centra binnen de kernen van Medemblik.
Naast de overkoepelende pijlers die richting geven aan de detailhandelsvisie, spelen er ook specifieke ontwikkelingen en dynamieken in de afzonderlijke winkelgebieden. Elk winkelgebied kent zijn eigen profiel, kansen en uitdagingen. Om de visie handen en voeten te geven, werken we dit in het vervolg van dit hoofdstuk uit in een strategie per winkelgebied.
4.3 Strategie per winkelgebied
|
De detailhandel is het meest toekomstbestendig wanneer zij onderdeel vormt van een groter gebied met winkels en andere voorzieningen. We zetten daarom in op concentratie in de hoofdstructuur. Voor gebieden die buiten de hoofdstructuur vallen werken we aan geleidelijke afbouw van detailhandel. Binnen de hoofdstructuur maken we duidelijke keuzes in welke vormen van detailhandel we waar willen hebben. |
We leggen de hoofdwinkelstructuur vast in het Omgevingsplan. We stimuleren dat verspreide winkels verplaatsen naar deze structuur. Waar mogelijk passen we een uitsterfconstructie toe. Daarnaast scherpen we de planologische regels voor supermarkten aan op basis van het ruimtelijk kader. |
|
|
Een schoon, heel en veilig winkelgebied is een basisvoorwaarde voor een aantrekkelijk centrum. Bezoekers voelen zich er welkom en verblijven er langer, wat direct bijdraagt aan hogere bestedingen en levendigheid. Voor ondernemers schept het vertrouwen om te investeren en zich langdurig te vestigen. Afval, leegstand, onveilige situaties of slecht onderhoud hebben daarentegen een afschrikwekkend effect: mensen mijden het gebied en de vitaliteit neemt af. Schoon, heel en veilig is daarmee niet alleen een kwestie van uitstraling, maar ook van economische kracht, sociale veiligheid en trots op de kern. Het vormt de randvoorwaarde waaronder andere verbeteringen in winkelgebieden kunnen slagen. |
Door deze maatregelen houden we zicht op wat er speelt. Dat zorgt voor betere kwaliteit. We voeren deze maatregelen uit om het winkelgebied goed in te richten. |
|
|
We willen dat winkelgebieden nog meer inspelen op een maatschappelijke functie voor de wijk. Het inpassen van maatschappelijke functies (zoals gezondheid, welzijn) in winkelgebieden op één locatie leidt tot een win-winsituatie; voor de consumenten is het prettig dat alles op één plek zit en voor de ondernemers is het prettig dat er meer traffic is. We zien ook een belangrijke maatschappelijke opgave om winkelgebieden meer te laten fungeren als ‘hart van de wijk’ en plek voor kwetsbare doelgroepen. |
We gaan verkennen hoe de multifunctionele centra (hierna MFC’s) breder ingezet kunnen worden, bijvoorbeeld als openbare plek om bijvoorbeeld koffie te drinken of een krant te lezen. Waar mogelijk wordt er een relatie gelegd tussen de MFC’s en de nabijgelegen winkelgebieden. |
|
|
Verplaatsen van lichte functies op bedrijven-terreinen naar winkelgebieden |
In Medemblik zijn op de bedrijventerreinen volop functies met een lichte milieucategorie aanwezig (zoals kleine ambachtelijke bedrijven, sportscholen, dienstverleners, kleine kantoren). Deze functies passen uitstekend in de winkelgebieden. De ruimte op bedrijventerreinen is schaars en de vraag naar geschikte locaties voor bedrijven is groot. Door winkelfuncties van bedrijventerreinen naar de binnenstad, stadsdelen en wijkcentra te verplaatsen, ontstaat er dubbel voordeel. Enerzijds komt er ruimte vrij op bedrijventerreinen voor bedrijven die er echt thuishoren en anderzijds worden winkelgebieden verlevendigd en wordt leegstand ingevuld. |
We kijken waar nadere inzet nodig is op betaalbaarheid voor functies waarvoor de huurprijzen in winkelgebieden te hoog zijn. Daarbij is wel de verwachting dat huurprijzen op bedrijventerreinen gaan stijgen vanwege krapte. |
Vertaling beleidsuitgangspunten naar het Omgevingsplan
Ruimtelijk detailhandelsbeleid zorgt voor investeringen en dynamiek waar het wenselijk is, en daarmee voor een gezonde en diverse detailhandelhoofdstructuur voor inwoners en bezoekers. Om hier daadwerkelijk op te kunnen sturen en waar nodig te handhaven, is het van belang dat dit detailhandelsbeleid wordt vertaald in het Omgevingsplan. De gemeente Medemblik pakt dit de komende jaren op. In het Omgevingsplan bepalen we waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. Waar mogelijk specificeren we het type detailhandel (zoals supermarkten) dat op een plek is toegestaan, zodat we beter kunnen sturen op het versterken van de hoofdstructuur detailhandel.
Aanvullende beleidsuitwerkingen op de hoofdstructuur
De hoofdstructuur (hoofdstuk vier) is leidend in hoe we sturen op vestiging en concentratie van detailhandel. Initiatieven voor detailhandel zijn hier, binnen de geldende bestemmingsplannen/omgevingsplannen, toegestaan. Voor specifieke vormen van detailhandel stellen we aanvullende beleidsuitwerkingen, namelijk:
Het uitgangspunt bij deze beleidsuitwerkingen is dat we bijzondere detailhandel toestaan als deze aanvullend is aan de hoofdstructuur en geen negatieve invloed heeft op de hoofdstructuur.
Ondergeschikte detailhandel en branchevervaging
Van oudsher vindt detailhandel plaats als ondergeschikte nevenactiviteit bij andere bedrijfsactiviteiten. De afgelopen jaren is deze branchevervaging sterker aanwezig tussen detailhandel en andere bedrijfsactiviteiten: vaak met horeca, maar ook steeds meer met bijvoorbeeld dienstverlening en ambachten. We noemen dat functiemenging/branchevervaging.
Het uitgangspunt is dat functiemenging binnen de hoofdstructuur gewenst is. Het biedt ondernemers mogelijkheden om te innoveren, beleving toe te voegen in de winkel, nieuwe verdienmodellen te creëren en in te spelen op veranderend consumentengedrag. Huidige bestemmingsplannen/omgevingsplannen staan dit vaak al toe en waar dit niet het geval is, faciliteren we dit. Daarbij geldt dat nevenfuncties of nevenassortimenten geloofwaardig en verwant dienen te zijn aan de hoofdactiviteit van de ondernemer, zodat het kernprofiel van de onderneming herkenbaar en helder blijft voor de consument. Hiermee wordt voorkomen dat detailhandel een schijnfunctie krijgt of gebruikt wordt als dekmantel voor wezenlijk andere bedrijfsactiviteiten.
Verder geldt dat wet- en regelgeving op een transparante en gelijke manier moet worden toegepast op alle ondernemers die een vergelijkbare activiteit uitvoeren, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Het beleid is er daarmee op gericht een gelijk speelveld te waarborgen, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt geboden aan innovatieve bedrijfsconcepten die passen binnen een gezonde en evenwichtige detailhandelsstructuur. Om een transparante en uniforme uitvoering van beleid te realiseren werken we met een leidraad zoals bepaald in de regionale detailhandelsvisie. Daarbij geldt dat er onder de volgende voorwaarden ondergeschikte detailhandel toegestaan is binnen een hoofdfunctie:
Buiten de hoofdstructuur vinden we branchevervaging in de basis ongewenst en stellen we grenzen. Hier zetten we juist in op het beperken van de winkelfunctie. Ondergeschikte detailhandel kan gevestigd zijn op kantoorlocaties en bedrijventerreinen, in of bij musea, recreatie- en/of attractieparken, bij de logiessector (zoals campings, bungalowparken en hotels), in/bij ziekenhuizen of klinieken, bij een woning of in/bij buurthuizen, bibliotheken, scholen, kerken en dergelijke in de woonwijken.
Bij aanpassing van het Omgevingsplan 11 implementeren we de volgende regels voor ondergeschikte detailhandel en branchevervaging:
Ondergeschikte detailhandel op trafficlocaties (bijvoorbeeld een treinstation of tankstation) is mogelijk, mits het assortiment gericht is op de directe behoefte van de reiziger. Hier geldt enkel de grens van 125 m² bvo.
Ondergeschikte detailhandel en branchevervaging specifiek boerderijwinkels
Boerderijwinkels zijn een vorm van ondergeschikte detailhandel, waarbij de verkoop van producten plaatsvindt naast de hoofdactiviteit van de agrarische onderneming. Deze winkels bieden meerdere voordelen: ze creëren een extra verdienmodel voor agrarische ondernemers, bieden educatieve mogelijkheden over productie en streekproducten en geven inwoners en met name ouderen de kans op een “momentje eruit” in een landelijke omgeving. Boerderijwinkels dragen bij aan het profiel en de identiteit van de gemeente Medemblik en worden door winkeliers in de centra over het algemeen als passend ervaren vanwege hun beperkte schaal en lokale binding.
Hoewel boerderijwinkels een positieve bijdrage leveren, is het noodzakelijk om duidelijke kaders te hanteren zodat deze winkels niet onbedoeld concurreren met detailhandel in de hoofdstructuur van de kernen. Dit is belangrijk om de concentratie van voorzieningen in de dorpscentra te behouden, mobiliteitsstromen te beperken en de bereikbaarheid voor ouderen en mindervaliden te waarborgen.
De regels voor boerderijwinkels zijn als volgt:
Een belangrijke notie is dat vanuit ander beleid een motivering kan bestaan om een boerderijwinkel op een specifieke locatie niet toe te staan, bijvoorbeeld vanwege verkeer, mobiliteit, veiligheid, natuurbeheer of andere ruimtelijke belangen.
Verplaatsing detailhandel naar kernwinkelgebieden
In Medemblik ligt detailhandel verspreid buiten de aangewezen kernwinkelgebieden. Deze situatie is historisch ontstaan door ruime en gemengde bestemmingen in oude plannen. Verspreide winkels versterken de hoofdwinkelstructuur niet. Ze zorgen juist voor versnippering, minder aantrekkingskracht en meer risico op leegstand. Daarom kiest de gemeente voor concentratie van detailhandel in de kernwinkelgebieden van Medemblik, Wervershoof en Andijk. Buiten deze gebieden is nieuwe detailhandel in principe niet gewenst 12 .
Uitsterfconstructie voor bestaande winkels
Voor bestaande detailhandel buiten de kernwinkelgebieden geldt een uitsterfconstructie. Dit voorkomt leegstand, versterkt vitale winkelcentra en sluit aan bij de Omgevingswet:
Voorzienbaarheid en communicatie
De gemeente maakt deze beleidswijziging expliciet en kenbaar voor eigenaren en ondernemers. Daarnaast zet zij in op:
Zo is het beleid voorzienbaar en komen eventuele nadelige gevolgen van toekomstige wijzigingen vooraf duidelijk in beeld.
Nevenassortiment perifere detailhandel
Perifere detailhandelszaken (tuincentra, bouwmarkten, woongerelateerde detailhandel in volumineuze goederen) verkopen steeds vaker recreatieve artikelen die in de basis bedoeld zijn voor verkoop in de binnenstad en andere winkelgebieden in de hoofdstructuur. Bij supermarkten zien we steeds vaker (een groter en wisselend assortiment) non-foodartikelen. We willen de diversiteit in winkelgebieden behouden en voldoende economisch bestaansrecht voor lokale winkeliers borgen. We stellen daarom regels om nevenassortiment te beperken. We definiëren nevenassortiment als: branchevreemde artikelen die niet direct gerelateerd zijn aan de primaire producten van de winkel. Voorbeelden zijn een supermarkt die naast voedingsmiddelen ook huishoudelijke apparaten verkoopt of een bouwmarkt die ook speelgoed verkoopt. Het voeren van nevenassortiment is onder voorwaarden mogelijk. Dit houdt in dat maximaal 10% van het bruto vloeroppervlak (bvo) kan worden gebruikt voor verkoop van nevenassortiment, waarbij geldt dat het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment. We rekenen daarbij met een maximum van 400 m² bvo. Zonder deze normering dreigt de omvang van het nevenassortiment te groot te worden en daarmee ook de impact op de hoofdstructuur.
Bestaande solitaire supermarkt/detailhandelsvestigingen in kernen
Vanuit de leefbaarheid in kleine kernen bezien willen we bestaande voorzieningen zo lang mogelijk open houden. Voor de kleinere kernen die formeel geen onderdeel uitmaken van de hoofdwinkelstructuur, hanteert de gemeente een positief stimulerend beleid ten aanzien van het behoud van de bestaande detailhandelsvoorzieningen. Deze voorzieningen vervullen een belangrijke rol in de lokale leefbaarheid en de sociale cohesie van deze kernen. Het in stand houden van bestaande detailhandel wordt wenselijk geacht, mits passend binnen de schaal en het karakter van de kern en zonder onevenredige effecten op de hoofdwinkelstructuur. We behandelen deze gevallen afzonderlijk en afhankelijk van de (lokale) context.
We vinden het belangrijk dat dagelijkse winkelvoorzieningen direct in de buurt toegankelijk zijn voor bewoners. Dit vraagt om een goede verdeling van supermarktmeters over de kernen, als trekkers van de wijkwinkelcentra. Het uitgangspunt is dat de winkelcentra zich primair richten op de eigen kern en omliggende kernen/buurtschappen en geen breed regionaal verzorgingsgebied hebben. “Meer meters hier” mag nooit “minder bestaansrecht daar” betekenen. De supermarktmeters horen juist in de wijkwinkelcentra geconcentreerd te zijn, zodat voorzieningen dichtbij en gebundeld voor bewoners beschikbaar blijven en de wijkwinkelcentra economisch vitaal blijven.
Supermarkten zijn enkel toegestaan ter plaatse van de aanduiding “supermarkt”. Dit maakt dat zij zich niet zomaar overal vrij kunnen vestigen. Om nog beter te sturen op het supermarktaanbod binnen de gemeente hanteren wij daarom juridische handvatten – we ondernemen de komende jaren de volgende maatregelen:
In het omgevingsplan gebruiken we duidelijke aanduidingen, zoals in de huidige praktijk. Alle bestaande supermarkten behouden hun huidige omvang en krijgen een specifieke functie. Dit zorgt voor transparante en consistente beleidsregels. Zo houden we grip op ontwikkelingen en leveren we maatwerk per locatie. Om dit duidelijk af te bakenen, verdelen we de functies in drie groepen:
Bij uitbreiding van supermarkten is een distributieplanologisch onderzoek (DPO) nodig, inclusief effectenanalyse getoetst aan de detailhandelsstructuur. Bij DPO-berekeningen moet de behoefte primair uitgaan van inwoners in de eigen kern en omliggende kernen/buurtschappen waarvoor de winkel de dichtstbijzijnde supermarktvoorziening is.
Ambulante handel is een vorm van detailhandel die plaatsvindt buiten een vaste winkelruimte. Het gaat om verkopers die hun producten mobiel of op tijdelijke locaties aanbieden. Hieronder vallen verschillende vormen van verkoop zoals de weekmarkten en standplaatsen. Deze vormen van detailhandel hebben elk hun eigen beleid of hun eigen regels, waardoor de verdere uitwerking geen onderdeel is van het detailhandelsbeleid. Wel nemen we op hoe de weekmarkten en standplaatsen visiematig worden beoordeeld.
In de gemeente Medemblik zijn er diverse weekmarkten. Het aanbod van de weekmarkten is divers; van vers voedsel tot kleding en meer. Op maandag is de markt in Medemblik, op woensdag in Andijk (visboer en in het seizoen een aardbeienkraam) en op vrijdag in Wognum. Deze weekmarkten vormen een toevoeging op de bestaande detailhandelsstructuur en versterken de aantrekkelijkheid van het gebied waar ze gehouden worden.
Een standplaats is een plek in de open lucht waar je vanuit een voertuig of kraam goederen of diensten verkoopt of aanbiedt aan het publiek. We maken onderscheid tussen vaste standplaatsen (voor ambulante handel op een vaste dag in de week; denk hierbij aan een viskraam of loempiakar), tijdelijke of incidentele standplaatsen, seizoenstandplaatsen (voor de verkoop van oliebollen, kerstbomen of ijs) en promotiestandplaatsen (voor een commercieel of ideëel doel).
Standplaatsen leveren een bijdrage aan het versterken van de lokale economie, verhogen het voorzieningenniveau voor de consument, zorgen voor werkgelegenheid en trekken bezoekers. Deze vorm van ambulante handel vormt op veel plekken in de stad een aanvulling op het winkelbestand (denk aan een vis- of bloemenkraam bij een winkelcentrum) of voorziet in een behoefte in een bepaald seizoen (denk aan oliebollenkramen). Standplaatsen zorgen voor een aantrekkelijk en levendig straatbeeld. Daarnaast heeft een standplaats een belangrijke sociale functie: het zorgt voor levendigheid en gezelligheid op straat en is een ontmoetingsplek voor bewoners. Veel kramen staan er al tientallen jaren en beschikken over een grote en vaste klantenkring. Aan de andere kant realiseren wij ons dat standplaatsen ook kunnen zorgen voor overlast voor omwonenden (zoals geur, geluid en ruimtebeslag).
Om winkelleegstand tegen te gaan is een goede afstemming met overige aanwezige voorzieningen, zoals winkels, van belang. De behoefte aan een standplaats dient, met het oog op het voorkomen van structurele winkelleegstand, te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod van winkelruimtes per winkelgebied. Uit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet een standplaats niet een zodanige winkelleegstand tot gevolg hebben dat het tot een onaanvaardbare situatie leidt.
Wij actualiseren de regels voor standplaatsen bij het opstellen van het nieuwe standplaatsenbeleid (of het herzien van het huidige standplaatsenbeleid). Deze regels vormen de basis voor de gewenste situatie die in het detailhandelsbeleid is beschreven voor ambulante handel. Zo sluiten beide beleidsstukken goed op elkaar aan en zijn de regels praktisch uitvoerbaar. Tot die tijd volgen we de uitgangspunten en regels van het huidige standplaatsenbeleid.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Medemblik, gehouden op 15 juni 2026
De griffier,
De voorzitter,
Bijlage 1 Definitie niet-bedrijfseigen producten
“Maximaal 10% van het assortiment mag bestaan uit niet-bedrijfseigen producten”*
Het assortiment van boerderijwinkels in West-Friesland bestaat hoofdzakelijk uit agrarische producten van het eigen bedrijf, lokale/regiospecifieke agrarische en ondersteunende producten.
Hierin bestaat een onderscheid in niet-bedrijfseigen producten:
Maximaal 10% van het assortiment mag bestaan uit niet-bedrijfseigen producten, verdeeld over de volgende categorieën:
Onder lokale en regionale producten verstaan wij agrarische en ondersteunende producten die primair afkomstig zijn uit West-Friesland of aangrenzende regio’s en die voldoen aan de voorwaarden van herkomst (teelt, oogst, of productie op agrarische grond binnen de regio). Deze producten vallen buiten de 10%-beperking.
Maximaal 50m2 netto winkelvloeroppervlakte
De netto verkoopruimte van de boerderijwinkel bedraagt maximaal 50 m², exclusief opslag, en is gelegen op het eigen erf.
Bijlage 2 Samenvatting analyse detailhandel gemeente Medemblik
In een separate startnotitie zijn analyses uitgevoerd naar ontwikkelingen in de Medemblikse detailhandelssector. Denk aan een overzicht van de verschillende detailhandelszaken (binnen de winkelgebieden) en hun spreiding binnen de gemeente. Ook is er een analyse gemaakt van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en is er bekeken hoe de toekomstige vraag naar detailhandel eruit ziet. In deze bijlage geven we een korte samenvatting van de uitkomsten.
Detailhandel in gemeente Medemblik
Het winkelaanbod in Medemblik is gevarieerd en speelt in op dagelijkse, recreatieve en doelgerichte behoeften. Per winkelgebied zijn er duidelijke verschillen. Dagelijkse detailhandel domineert in Andijk, Wervershoof en Wognum. Deze kernen zijn kleinschalig en richten zich op frequente aankopen. Medemblik heeft ondanks haar recreatieve profiel ook een sterke dagelijkse component. Dit zorgt voor levendigheid en veel bezoekers, maar het is belangrijk om het recreatieve karakter te behouden. Recreatief winkelen concentreert zich in Medemblik zelf, met horeca, de historische binnenstad en de waterligging als trekker voor funshoppen. Zwaagdijk biedt vooral functioneel-recreatief winkelen met ketens zoals Action en Wibra. Doelgerichte detailhandel is beperkt, behalve in Zwaagdijk, waar grote spelers zoals Mammoet actief zijn. Buiten de hoofdstructuur ligt circa 25.000 m² verspreide bewinkeling, vooral bouwmarkten en meubelzaken op bedrijventerreinen. Dit kan concurreren met de centra. Leegstand blijft een aandachtspunt. Een evenwichtige mix is nodig om zowel dagelijkse als recreatieve functies te behouden.
Figuur 7: Winkels en leegstand in gemeente Medemblik per winkelgebied (in m2 wvo)
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Ontwikkeling van detailhandelsaanbod in de gemeente Medemblik
Het winkelaanbod in Medemblik, uitgedrukt in vierkante meters wvo, kromp in tien jaar tijd met 12%. Vooral recreatieve winkels (-34%) en doelgerichte winkels (-20%) verdwenen. Daartegenover groeide de dagelijkse detailhandel met 22%. Deze is nu in alle winkelgebieden aanwezig. Medemblik blijft het enige recreatieve centrum; het aanbod daalde daar slechts licht. Zwaagdijk, traditioneel doelgericht, krijgt juist steeds meer dagelijkse winkels. Deze verschuiving volgt de landelijke trend: recreatieve en doelgerichte meters verdwijnen en maken plaats voor dagelijkse voorzieningen en horeca. De leegstand verschilt per kern. Wervershoof piekte in 2021 op 18%, maar dit daalde naar 13% in 2025. Wognum zit met 7% nog boven het frictieniveau. Medemblik verbeterde sterk: van 11% naar 2%. Transformatie naar horeca (+2.000 m² sinds 2018) en woningen helpt leegstand te beperken. De detailhandel verliest wel aandeel. In 2015 vormde detailhandel nog 61% van het totale aanbod; in 2025 is dat 55%. Dit onderstreept de noodzaak om zorgvuldig om te gaan met vrijkomende winkelruimte.
Figuur 8: Historische ontwikkeling detailhandel gemeente Medemblik (in m2 wvo)
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
Functiemix: winkelgebieden in beweging
In de meeste winkelgebieden ligt het primaat op dagelijkse detailhandel; horeca en diensten vullen dit aan. In Medemblik neemt het recreatieve aanbod af, vooral mode- en speelgoedzaken, terwijl horeca en diensten stabiel blijven. Bezorg- en afhaalzaken groeien, cafés en lunchrooms dalen. Andijk richt zich steeds meer op dagelijkse aankopen; recreatieve en doelgerichte winkels én diensten zoals salons en makelaars verdwijnen. Wervershoof verliest mode-, luxe- en vrijetijdszaken, kent stijgende leegstand en ontwikkelt zich naar een dagelijks profiel met enkele horeca en diensten. In Wognum neemt leegstand toe en verdwijnen mode- en luxewinkels, terwijl supermarkten en culturele voorzieningen zoals bibliotheken en fitness groeien. Het profiel verschuift naar dagelijkse behoeften en maatschappelijke functies. Zwaagdijk blijft qua omvang gelijk, maar het aandeel dagelijkse winkels stijgt en doelgerichte detailhandel daalt, waardoor ook hier een dagelijks profiel ontstaat.
Figuur 9: Ontwikkeling functiemix winkelgebieden in gemeente Medemblik
Bron: Locatus (2025). Bewerking: Stec Groep (2025).
De detailhandel in Medemblik heeft een lokaal verzorgingsgebied
Maar liefst 96% van de dagelijkse bestedingen en ruim 80% van de recreatieve en doelgerichte aankopen komt van inwoners uit de gemeente en omliggende plaatsen. Jaarlijks besteden consumenten circa €182 miljoen, voornamelijk in de kern Medemblik. De toestroom van bezoekers van buiten blijft echter beperkt: slechts 15% bij recreatieve aankopen, tegenover 26% in vergelijkbare gemeenten. Zwaagdijk vormt een uitzondering. Dankzij de goede bereikbaarheid en het brede aanbod heeft deze locatie een regionaal profiel. De gemeente Medemblik scoort laag op koopkrachtbinding. Slechts 18% van de recreatieve aankopen en 29% van de doelgerichte aankopen vindt plaats binnen de gemeente. Dit wijst op een aanzienlijke afvloeiing naar grotere winkelgebieden en naar online kanalen.
Figuur 10: Binding en afvloeiing per bezoekmotief voor de gemeente Medemblik
Bron: Koopstromenonderzoek (2021). Bewerking: Stec Groep (2025).
De detailhandelsmarkt in Medemblik is verzadigd. Er is geen behoefte aan extra winkelvloeroppervlakte. Zowel in de dagelijkse als in de doelgerichte sectoren bestaat een structureel overaanbod: circa 3.000 m² wvo (16%) in de dagelijkse sector en ongeveer 1.800 m² wvo (6%) in de doelgerichte sector. Dit sluit aan bij provinciale ramingen. Schaalvergroting bij supermarkten en grote ketens versterkt dit probleem. Kleine aanbieders verdwijnen, het aantal verkooppunten daalt, maar het totale aanbod groeit in omvang. Het recreatieve aanbod is in balans, maar door een krimp van ruim 15% sinds 2021 verliest Medemblik aantrekkingskracht. Bestedingen verschuiven naar grotere steden zoals Hoorn en Alkmaar en naar online kanalen.
Het verzorgingsgebied blijft beperkt door stagnerende bevolkingsgroei en een lichte krimp in de toekomst. Dit zet de marktruimte verder onder druk. Bovendien is het aanbod verspreid over meerdere locaties, waaronder bedrijventerreinen en buiten de bebouwde kom. Deze spreiding beïnvloedt huurprijzen en vloerproductiviteit. Door de beperkte koopkrachtbinding en de huidige spreiding komt de situatie overeen met provinciale prognoses: minimale of negatieve marktruimte tot 2030.
Tabel 8: Marktruimte per detailhandelstype voor de gemeente Medemblik (in m2 wvo)
Bron: Koopstromenonderzoek, 2021; CBS, 2024; Primos, 2024; Panteia, 2024; Locatus, 2024; Stec Groep, 2025.
Voor het bepalen van de (indicatieve) marktruimte en actuele behoefte voeren we distributie-planologisch onderzoek (DPO) uit. We beschouwen hierbij de marktsituatie in de gemeente Medemblik. We kijken vooruit tot 2035; een tijdsperiode van tien jaar. We hanteren een horizon van tien jaar omdat dit een betrouwbare termijn is om vooruit te kijken wat betreft bevolkingsontwikkeling en om rekening te houden met veranderende (markt)omstandigheden. Denk hierbij aan veranderingen in consumentengedrag of economische conjunctuur. Om de marktruimte te bepalen voor supermarkten is een benadering gemaakt van het huidige en toekomstig economisch functioneren van de markt. We hanteren in het DPO de meest recente cijfers. Uitkomsten van het DPO dienen niet als harde waarheid maar als indicatie. Er spelen diverse trends en ontwikkelingen die hier in de loop van de jaren invloed op kunnen gaan uitoefenen, zoals online boodschappen doen, veranderend consumentengedrag en blurring (menging met horeca). Waar mogelijk wordt met deze trends rekening gehouden.
We hanteren in het DPO de volgende uitgangspunten:
Bevolkingsomvang: volgens de meest recente cijfers ligt het inwoneraantal van gemeente Medemblik momenteel op 46.000 (CBS, peildatum: 1 januari 2025). Voor het aantal inwoners in 2035 gebruiken we de bevolkingsprognose van Primos (2024). De raming gaat uit van een zeer lichte daling van circa tachtig inwoners tot 2035. Het inwoneraantal in het verzorgingsgebied komt hiermee uit op circa 45.920. In deze prognose wordt, naast met woningbouwplannen, ook rekening gehouden met andere onderliggende trends zoals huishoudensverdunning, vergrijzing en migratie.
Omzet per inwoner: om de omzet per inwoner in de detailhandelsbranches dagelijks, recreatief en doelgericht te bepalen, baseren we ons op cijfers van Panteia (juli, 2024, ‘Omzetkengetallen 2023’). Volgens de meest recente cijfers is de omzet per inwoner voor dagelijks € 2.839, recreatief € 1.014 en doelgericht € 1.238. Indien er sprake is van een onder- of boven¬gemiddeld besteedbaar inkomen in het verzorgingsgebied dient een correctie op de bestedingscijfers te worden toegepast. Het gemiddelde inkomen in de gemeente Medemblik ligt met € 31.000 iets onder het gemiddelde Nederlandse inkomen van € 32.700. We voeren daarom een inkomens¬correctie uit op basis van inkomenselasticiteit van 0,4 voor de sector dagelijks en 0,7 voor de sectoren recreatief en doelgericht (conform afspraken in de omzetkengetallen notitie van Panteia, 2024).
Koopkrachtbinding: dit betreft de omzet die door inwoners van het verzorgingsgebied in het verzorgingsgebied gegenereerd wordt. We baseren ons op het Koopstromenonderzoek Randstad en Noord-Brabant (2021). De koopkrachtbinding in gemeente Medemblik ziet er als volgt uit:
Dagelijks: 87%; recreatief: 27%; doelgericht: 37% (alle gecorrigeerd voor het aandeel online bestedingen).
Koopkrachttoevloeiing: dit betreft het aandeel van de bestedingen in de gemeente Medemblik dat gedaan wordt door inwoners van buiten de gemeente (o.a. door toeristen). Om dit aandeel voor supermarkten te bepalen, baseren we ons wederom op het meest recente koopstromen¬onderzoek (Randstad en Noord-Brabant, 2021). Hieruit komen de volgende toevloeiingscijfers
Vloerproductiviteit: de vloerproductiviteit geeft aan wat de gemiddelde omzet per m2 wvo vloeroppervlak bedraagt. Conform Panteia (juli 2024) gaan we uit van de gemiddelde vloerproductiviteit van de afgelopen vijf jaar. Voor doelgerichte bestedingen voeren een correctie door vanwege afwijkende vloerproductiviteitsnormen op gemeenteniveau. Voor dagelijkse detailhandel ligt deze omzet op € 8.289. De gemiddelde vloerproductiviteit voor recreatieve bestedingen zijn € 2.390 en voor doelgerichte bestedingen € 1.330 (specifiek in de gemeente Medemblik).
Een evenwichtige spreiding van winkels zorgt voor een leefbare en goed functionerende omgeving. Door detailhandel zorgvuldig over het gebied te verdelen, blijven voorzieningen bereikbaar voor alle bewoners. Dit voorkomt concentratie op één plek en leegstand elders. Zo blijven centrumgebieden én dorps- en wijkkernen economisch vitaal. Overbelasting van centrale gebieden en eenzijdige ontwikkeling wordt tegengegaan, terwijl kleinere kernen hun functie behouden. Het resultaat is een gezonde balans tussen bereikbaarheid, dynamiek en leefbaarheid. Detailhandel draagt zo bij aan ruimtelijke kwaliteit en het dagelijks functioneren van het gebied.
Onder een gelijk speelveld wordt verstaan dat alle detailhandelsvestigingen binnen de gemeente — ongeacht ligging in een kernwinkelgebied of daarbuiten — moeten voldoen aan dezelfde geldende wet- en regelgeving, waaronder bestemmingsplannen, vergunningvereisten, milieuregels, handhaving en overige relevante beleidskaders. Uitzonderingen zijn uitsluitend mogelijk indien deze expliciet wettelijk zijn vastgelegd of beleidsmatig gemotiveerd.
Het Startersloket West-Friesland ondersteunt (startende) ondernemers met informatie, advies en praktische tools om een eigen bedrijf op te zetten. Via trainingen en netwerkdoorverwijzingen helpt het loket om ideeën haalbaar en kansrijk te maken. Zo versterkt het lokaal ondernemerschap en draagt het bij aan een vitaal, divers economisch klimaat in West-Friesland (bron: Startersloket West-Friesland).
We houden er rekening mee dat een wijziging veel tijd kost, omdat het om een uitgebreide procedure gaat. We voeren dit waarschijnlijk uit via een zogenoemd veegplan. Daarbij verzamelen we alle noodzakelijke wijzigingen en verwerken die periodiek in het omgevingsplan. Ook houden we rekening met mogelijke nadeelcompensatie bij een wijziging van een locatie in het omgevingsplan. De eigenaar van het perceel kan namelijk beperkt worden in de gebruiksmogelijkheden door de wijziging, ook al is dit een rechtmatige overheidsmaatregel.
We houden rekening met overgangsrecht bij een wijziging van het Omgevingsplan. Deze regels gelden na vaststelling voor nieuwe bedrijven die zich op een locatie vestigen. Bestaande bedrijven op die locatie kunnen zich beroepen op het overgangsrecht. Daarnaast kunnen wijzigingen in het Omgevingsplan leiden tot nadeelcompensatie voor de perceeleigenaar. We behandelen en volgen deze situaties altijd afzonderlijk.
Deze regel geldt niet voor grootschalige detailhandel. Winkels met een groot vloeroppervlak of een specifieke ruimtevraag – zoals bouwmarkten, meubelzaken, grote fietsenwinkels en elektronicazaken – passen functioneel en ruimtelijk niet in reguliere winkelgebieden. Daarom blijven deze vormen van detailhandel aangewezen op perifere locaties. Dit wordt nader bekeken per situatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-355439.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.