Omgevingsprogramma Externe Veiligheid

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Schagen

gelezen de tekstinhoud van ”Omgevingsprogramma Externe veiligheid” 23 juni 2023

Overwegende dat:

1 de gemeente hiermee voldoet aan de instructieregels van het rijk.

De instructieregels (paragraaf 5.1.2.1 van het Bkl) geven aan dat de gemeente in het omgevingsplan regels moet opnemen met betrekking tot Externe Veiligheid. Om aan deze instructieregels te voldoen is het conceptprogramma opgesteld. In het programma wordt uitgelegd hoe de gemeente Schagen invulling geeft aan deze instructieregels en hoe deze worden geborgd in het omgevingsplan.

2. de gemeente een veilige leefomgeving wil waarborgen.

Bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven wordt de externe veiligheid integraal en expliciet meegenomen.

Door de regels uiteindelijk op te nemen in het omgevingsplan worden nieuwe initiatieven altijd getoetst aan externe veiligheid. Hierdoor kan van tevoren worden bepaald of het veilig is om een gebouw hier te realiseren en welke maatregelen er eventueel nodig zijn om de mensen in het gebouw veilig te houden in geval van nood. Deze integrale afstemming zorgt voor een eenduidige benadering van externe veiligheid en helpt om inwoners en gebruikers van gebouwen in onze gemeente veiliger te houden.

Besluit;

Stelt Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Schagen het Omgevingsprogramma Externe veiligheid vast met als doel:

1. Te voldoen aan de instructieregels van het rijk m.b.t. tot externe veiligheid wanneer het programma externe veiligheid opgenomen wordt in regels in het omgevingsplan.

2. Een veilige leefomgeving in de gemeente Schagen te waarborgen.

 

Artikel I

"Omgevingsprogramma Externe veiligheid" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld. Hiermee willen we een veilige leefomgeving in te waarborgen. Ook voldoen we dan aan de instructieregels van het rijk m.b.t. tot externe veiligheid wanneer het programma externe veiligheid opgenomen wordt in regels in het omgevingsplan.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking per 23‑06‑2026.

Aldus vastgesteld door Gemeente Schagen, 23 juni 2026

Aldus ondertekent,

college van burgemeester en wethouders van Gemeente Schagen

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Omgevingsprogramma Externe veiligheid

Voorwoord

Met invoering van de Omgevingswet is de wetgeving rondom externe veiligheid gewijzigd. Landelijke wet- en regelgeving moet nu geïmplementeerd worden in gemeentelijk beleid. Voor beleidsstukken rondom externe veiligheid die van kracht waren voor 2024, geldt dat deze sinds de invoering van de Omgevingswet niet meer passen bij de wetgeving. Doordat er meer verantwoordelijkheden bij de gemeente zijn komen te liggen, moet er een nieuw beleidskader rondom externe veiligheid gevormd worden. In de structuur van de Omgevingswet passen gerichte beleidskeuzes het beste in een programma. Om flexibiliteit in te bouwen in de besluitvorming rondom locaties voor milieubelastende activiteiten (MBA’s) met externe veiligheidsrisico’s is het nodig om gemotiveerde beleidskeuzes te kunnen maken. Dit programma externe veiligheid maakt gerichte beleidskeuzes die aanvullend zijn op het tijdelijk omgevingsplan. Deze beleidskeuzes vormen ook de basis voor goede omgevingsplanregels voor het definitieve omgevingsplan. Daarmee vormt dit programma externe veiligheid het beleidsstuk voor de gemeente Schagen in het kader van externe veiligheid. 

Externe veiligheid behandelt de risico’s voor de leefomgeving die ontstaan als gevolg van transport, opslag van of het werken met gevaarlijke stoffen. Enerzijds gaat het daarbij over de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle activiteiten of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (personen, gebouwen en locaties die niets met de activiteiten met gevaarlijke stoffen te maken hebben).

Binnen en nabij de gemeente Schagen zijn verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelegen. Al deze activiteiten zijn zichtbaar via www.atlasleefomgeving.nl. Zo zijn binnen de gemeente Schagen Rijksweg N9 en de provinciale weg N245 aanwezig voor het transport van gevaarlijke stoffen. Daarnaast zijn er (ondergrondse) hogedruk aardgasleidingen. Ook zijn er verschillende risicovolle activiteiten, zoals bijvoorbeeld propaantanks en LPG-tankstations. De aandachtsgebieden van deze milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s liggen verspreid over een groot deel van het grondgebied van de gemeente Schagen. Hierdoor heeft men bij veel (ruimtelijke) ontwikkelingen met externe veiligheid te maken. 

Dit programma schetst de huidige externe veiligheidssituatie van de gemeente Schagen. Daarnaast vormt het programma een beleidskader voor de gemeente voor de omgang met externe veiligheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en omgevingsvergunningen.

1 Inleiding

Algemene inleiding

Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat (decentrale) overheden, zoals de gemeente Schagen, bij hun plannen in een zo vroeg mogelijk stadium kijken naar veiligheid. Zo kan de gemeente een brand, ramp of crisis voorkomen of de gevolgen ervan beperken. Daarom is het belangrijk voor de gemeente Schagen om beleid te hebben op dit gebied: waar zijn welke nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving mogelijk, rekening houdend met externe veiligheid? In dit programma is het beleid van de gemeente Schagen met betrekking tot externe veiligheid opgenomen.

Met de intreding van de Omgevingswet is eventueel eerder vastgesteld beleid rondom externe veiligheid komen te vervallen. Hierdoor wordt de gemeente Schagen gedwongen om de doelstelling en ambities rondom het aspect externe veiligheid af te wegen, rekening houdend met het ambitieniveau uit de Omgevingsvisie.

Daarnaast kent de Omgevingswet rondom externe veiligheid een aantal wezenlijke veranderingen. Het begrip groepsrisico is vervangen door een systematiek van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. De regels voor de verschillende milieubelastende bedrijven met externe veiligheidsrisico’s zoals buisleidingen, basisnet spoor, weg en water en risicovolle activiteiten zijn nu in één besluit opgenomen (Besluit kwaliteit leefomgeving). De omgang met aandachtsgebieden is in decentraal beleid vastgelegd. Dat wil zeggen dat omgang en/of bijbehorende regels zijn opgenomen in de omgevingsvisie, het programma externe veiligheid en het omgevingsplan. 

Om gerichte planregels te kunnen opnemen in het omgevingsplan en om externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen op een goede manier te verantwoorden, kiest de gemeente Schagen om dit programma externe veiligheid op te stellen.

1.1 Wat is externe veiligheid? 

Externe veiligheid gaat over de kans op overlijden, buiten de locatie van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de locatie van de activiteit waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Windturbines vallen ook onder externe veiligheid, ondanks dat ze weinig met gevaarlijke stoffen te maken hebben.

De gemeente Schagen heeft te maken met diverse externe veiligheidsrisico’s. Het gaat hierbij onder andere om risico’s die samenhangen met het vervoer van gevaarlijke stoffen over openbare wegen, hogedruk aardgastransportleidingen en risicovolle activiteiten (o.a. LPG-tankstations en propaantanks). Dit zijn milieubelastende activiteiten (MBA’s) met externe veiligheidsrisico’s. De risico’s zijn veiligheidsrisico’s voor mensen die zich in de buurt van de milieubelastende activiteit bevinden. Bij externe veiligheid gaat het om veiligheid voor personen aanwezig buiten de locatie van de milieubelastende activiteit.  

1.2 Doel van dit programma

Het doel van het programma externe veiligheid is om een veilige leefomgeving in de gemeente Schagen te waarborgen. De gemeente Schagen heeft beleidsvrijheid om bepaalde functies, gebouwen en locaties en bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wel of niet toe te laten in bepaalde delen van de gemeente. In het programma externe veiligheid staan de beleidskeuzes van de gemeente Schagen over waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn waarbij externe veiligheid een rol speelt. Dit kan zijn bij het toevoegen van nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s of het toevoegen van gebouwen en locaties binnen aandachtsgebieden. Verder is een verantwoordingskader ontworpen wat de gemeente zal toepassen bij de afweging of nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, nieuwe (zeer) kwetsbare gebouwen en nieuwe kwetsbare locaties voldoende veilig kunnen worden gerealiseerd en of de locatiekeuze geschikt is. Het verantwoordingskader was vóór de intreding van de Omgevingswet nog verankerd in landelijke wetgeving zoals in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Met inwerking treden van de Omgevingswet zijn deze besluiten komen te vervallen, waardoor het verantwoordingskader opgenomen dient te worden in decentraal beleid. Dit programma externe veiligheid is hier een goed instrument voor.

1.3 Voor wie is dit programma bedoeld?

Het programma is bedoeld voor zowel bestuurders en ambtenaren als voor burgers en bedrijven. Bij het realiseren van nieuwe en bij bestaande ruimtelijke ontwikkelingen kunnen initiatiefnemers in dit programma de kaders rondom het thema externe veiligheid terugvinden. Daarnaast hebben ook (bestuurs)partners zoals de provincie, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN), de buurgemeenten, de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) en Rijkswaterstaat met dit document een duidelijk beeld van de Schagense visie op externe veiligheid.

1.4 Externe veiligheid in de Omgevingsvisie Schagen 

De omgevingsvisie bevat het strategische beleid voor de fysieke leefomgeving. De gemeente Schagen moet ook externe veiligheid meenemen bij hun afwegingen voor de omgevingsvisie. Het goed nadenken over de inrichting van een gebied kan mensen die in dat gebied wonen, werken of recreëren beschermen tegen de gevaren van een brand, explosie of een gifwolk. De omgevingsvisie geeft de beschermingsdoelstellingen in hoofdlijnen weer.

In het document ‘Omgevingsvisie gemeente Schagen’ vastgesteld in 2021 heeft de gemeente de doelstelling gesteld om een gezonde en veilige leefomgeving te ontwikkelen. Externe veiligheid is hier een onderdeel van. 

In dit programma externe veiligheid is concrete invulling gegeven aan dit ambitieniveau. De beleidskeuzes in dit programma zullen moeten leiden tot een goede indeling van de gemeente Schagen om te komen tot een gezonde en veilige leefomgeving.

1.5 Leeswijzer

Dit programma externe veiligheid is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de gemeentelijke situatie op het gebied van externe veiligheid weergegeven. Daarnaast worden hierbij de relevante wettelijke kaders en regelgeving gekoppeld aan de specifieke “Schagense” situatie en milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Daarna worden in hoofdstuk 3 de doelstellingen en ambities van de gemeente Schagen vertaald naar beleidskeuzes. In hoofdstuk 4 worden vervolgens deze beleidskeuzes gekoppeld aan gebiedstypes om invulling te geven aan een gezonde en veilige leefomgeving. Tot slot wordt het verantwoordingskader rondom het ontwikkelen in aandachtsgebieden (deze is niet meer vastgelegd in landelijke wetgeving) in hoofdstuk 5 beschreven.

Inzicht in wet- en regelgeving voor externe veiligheid is van belang om de strekking van dit programma volledig te vatten. Daarom geven de bijlagen bij dit programma een uitleg over de begrippen en systematiek van de Omgevingswet.

2 Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Inleiding MBA's met externe veiligheidsrisico’s

Het is belangrijk om te weten waar de bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zich bevinden binnen de gemeente. Zo heeft de gemeente een duidelijk beeld waar de aandachtsgebieden zich bevinden en waar eventueel het groepsrisico verantwoord dient te worden. Binnen de gemeente Schagen zijn er diverse milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s:

  • a.

    Locaties met milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s, dit zijn MBA’s met externe veiligheidsrisico’s conform bijlage VII van het Bkl (zoals LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en propaantanks);

  • b.

    Buisleidingen (hogedruk aardgasleidingen), conform bijlage VII D Bkl;

  • c.

    Wegen (Rijksweg N9 en Provincialeweg N245), zoals bedoeld in bijlage VII C Bkl;

  • d.

    Hoogspanningslijnen;

  • e.

    Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s (windturbines).

 

2.1 Register Externe veiligheid (REV)

Figuur 1
Kaart als indicatie voor milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico's in gemeente Schagen. Voor actuele informatie moet de Atlas Leefomgeving geraadpleegd worden.
Indicatie van aanwezige milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Schagen. De afbeelding is een momentopname van de situatie in oktober 2024 en ter illustratie. De data is afkomstig uit het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) en weergegeven in de Atlas LeefomgevingAtlas Leefomgeving (ALO), 2024

Op de Atlas Leefomgeving (Figuur 1) zijn de milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s in Schagen met vastgestelde veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risicocontouren en brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden zichtbaar. Voor een actueel overzicht hiervan, zie: Atlas Leefomgeving - Kaarten.

2.2 Risicovolle bedrijven

Er zijn meerdere locaties met MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle activiteiten bij bedrijven) gesitueerd binnen Schagen. Deze zijn weergegeven op de kaart (zie Figuur 2). Hierin zijn indien aanwezig de plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6 contouren), de brandaandachtsgebieden en/of de explosieaandachtsgebieden opgenomen.

De gifwolkaandachtsgebieden zijn in 2024 herberekend vanwege wijzigingen in de rekenmethodiek. Artikel 5.12 Bkl stelt: een gifwolkaandachtsgebied wordt begrensd door een afstand van 1,5 km als de daadwerkelijke afstand groter is dan 1,5 km. Een gifwolkaandachtsgebied zal dus nooit groter dan 1,5 km zijn, aangezien deze grens beleidsmatig is afgekapt. De gemeente dient rekening te houden met de aanwezigheid van een gifwolkaandachtsgebied bij de verantwoording van het groepsrisico. Bij het toestaan van nieuwe zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties binnen een gifwolkaandachtsgebied moet de risicocommunicatie op orde zijn en moet er voldoende verantwoording plaatsvinden.

Globaal gaat het om de volgende MBA’s met externe veiligheidsrisico’s activiteiten conform bijlage VII Bkl:

  • Propaantanks tot 13m3

  • Propaantanks groter dan 13m3

  • LPG-tankstation

  • Ammoniakkoelinstallatie

  • Windturbines

  • Restcategorie

  • Seveso inrichting (ligging buiten gemeente maar externe veiligheidscontouren overschrijden de gemeentegrens)

Voor actuele exacte aantallen van de MBA’s in de gemeente wordt verwezen naar de Atlas Leefomgeving (https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten).

Bij sommige MBA’s is de afstand van de plaatsgebonden risicocontour vastgesteld. Voor andere activiteiten geldt dat de plaatsgebonden risicocontour berekend moet worden. Sommige MBA’s hebben een brand-, explosie- en/of gifwolkaandachtsgebied.

In de gemeente bevinden zich meerdere bedrijventerreinen, hier komen MBA’s voor die externe veiligheidsrisico’s opleveren. 

Met de Omgevingswet verandert de drempelwaarde van enkele bestaande milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wanneer deze geregistreerd moeten worden in het Register Externe Veiligheid (zichtbaar worden op de risicokaart), inclusief PR 10-6 contour en veiligheidsafstanden. Het gaat hier bijvoorbeeld over:

  • Alle propaantanks (vanaf 150 l.): Voorheen propaantanks met inhoud meer dan 3000l (3m3) op de risicokaart.

  • Gasontvangststations type B: Voorheen alleen gasontvangstations type C op de risicokaart.

  • PGS-15 opslagen groter dan 2.500kg: Voorheen alleen opslagen groter dan 10.000kg. Bij opslag van bestrijdingsmiddelen was de ondergrens voor registratie al 2.500kg, deze zijn dus reeds in beeld. Andere opslagen vanaf 2.500kg zijn nog niet in beeld.

  • Opslag van verstikkende en oxiderende gassen (vanaf 150l): Voorheen alleen registratie bij grote opslagen en nu vanaf 150l. Opslag van dit soort gassen komt echter weinig voor.

Figuur 2
Afbeelding van een kaart met daarop een moment opname van risicovolle activiteiten met hun contouren in gemeente Schagen. Slechts ter illustratie.
Risicovolle activiteiten met hun contouren in Schagen. De afbeelding is een momentopname van de situatie in oktober 2024 en ter illustratie ODNHN

2.3 Buisleidingen

Door de gemeente Schagen lopen 11 hogedruk aardgasleidingen. Het betreft 6 zogenaamde A-leidingen (A-591, A-591-01, A-644, A-593, A-616, A-637), deze hebben een werkdruk van meer dan 40 bar. Daarnaast liggen er ook 2 kleinere W-leidingen (W-574-12, W-574-13) binnen het grondgebied van de gemeente. Deze hebben een werkdruk van 40 bar. Verder liggen er nog 3 overige buisleidingen (WIN-231_2, NOGAT.3, NAM.BL_V1-NP007). Deze hebben een werkdruk van meer dan 99 bar. Bij buisleidingen geldt een belemmeringenstrook van vier meter (voor de W-leidingen) of vijf meter (voor de A-leidingen en overige leidingen). Hierbinnen mogen geen bouwwerken worden opgericht, aangezien de ruimte is gereserveerd voor onderhoud aan de leidingen. De PR 10-6 contour en de aandachtsgebieden (Figuur 3) moeten op grond van het Bkl, bijlage VII onder D2 berekend worden voor buisleidingen. De leidingbeheerder levert deze aan het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Voor de buisleidingen in de gemeente Schagen zijn voornamelijk PR 10-8 contouren aanwezig en weergegeven op de kaart. Van PR 10-6 contouren blijkt zelden sprake te zijn.

Figuur 3
Afbeelding van een kaart voor buisleidingen in gemeente Schagen met specifieke aandachtsgebieden.
Buisleidingen in de gemeente Schagen met PR 10-6, PR 10-8 en aandachtsgebieden ODNHN

2.4 Wegen

Algemeen

Over de weg worden ook gevaarlijke stoffen vervoerd. Het gaat hier zowel om doorgaand vervoer over rijks- en provinciale wegen als om bestemmingsverkeer over gemeentelijke wegen. De regels over vervoer van gevaarlijke stoffen blijven buiten de Omgevingswet bestaan onder de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. 

De wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd in Schagen zijn niet allemaal zichtbaar op de risicokaart omdat het Basisnet alleen de hoofdsnelwegen bevat (de A-wegen) en enkele autowegen (N-wegen). In het geval van de gemeente Schagen geldt dat alleen de N9 op de risicokaart is geprojecteerd. 

Voor de transportroutes die niet tot het Basisnet behoren en waarover aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd worden, moet ook naar externe veiligheid gekeken worden. Dit is o.a. opgenomen in de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. In de toelichting van deze beleidsregels verzoekt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de provincies en gemeenten dit beleid ook op de transportroutes in hun beheer toe te passen. 

Er zijn wegen in Schagen die van invloed zijn op externe veiligheid.

2.4.1 Rijksweg N9

De Rijksweg N9 (wegvak NH28 en NH29) loopt door de gemeente Schagen. Deze Rijksweg is opgenomen in de Regeling Basisnet. Wegvak NH28 en NH29 kennen geen PR 10-6 contour. De gehele Rijksweg N9 kent wel een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter (Figuur 4). 

Figuur 4
Afbeelding van een kaart met erop de Rijksweg N9 met aandachtgebieden (brand, explosie en gifwolk)
Rijksweg N9 met aandachtsgebieden ODNHN
2.4.2 Provinciale weg N245 en N241

In de rapportage “vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Regio Noord-Holland Noord” van december 2015 zijn de bestaande risico’s van Provinciale wegen in Noord-Holland Noord beoordeeld. 

Hieruit is gebleken dat bij drie wegvakken een groepsrisico is berekend dat hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Hier is sprake van een knelpunt. In de gemeente Schagen ligt één van die wegvakken. Het betreft de N245 (wegvak N039, ter hoogte van stad Schagen).

Op basis van de inventarisatie die heeft plaatsgevonden ten behoeve van de risicoberekeningen, wordt geconcludeerd dat het transport van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen over het algemeen geen problemen oplevert, behalve voor de genoemde wegvakken. Voor deze wegvakken dient bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met een relevant groepsrisico. Dit kan gedaan worden met bijvoorbeeld een berekening of toepassing van de vuistregels HART (Handleiding Risicoanalyse Transport).

Onder de Omgevingswet worden de provinciale wegen niet gezien als zijnde MBA met externe veiligheidsrisico’s. Dit betekent dat mogelijke risico’s rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen niet meer afgewogen worden met betrekking tot het groepsrisico bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen. Gemeenten kunnen er echter wel voor kiezen om extra aandacht te laten schenken aan ruimtelijke ontwikkelingen rond Provinciale wegen waar sprake is van een knelpunt. Dit is van toepassing op het wegvak van de N245.

Er dient naar aanleiding van de hierboven beschreven inventarisatie en vaststelling van een knelpunt, binnen 200 meter aan weerszijden van de weg, bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het groepsrisico (Figuur 5). Deze 200 meter zone geeft het gebied weer waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen nog invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. Op grotere afstand hebben ruimtelijke ontwikkelingen namelijk, ook bij grote menigten, geen merkbare invloed op het groepsrisico.

De N241 loopt ter hoogte van de stad Schagen parallel aan de N245. In de rapportage “vervoer gevaarlijke stoffen over de weg Regio Noord-Holland Noord” van december 2015 is voor de N241 geen overschrijding van het groepsrisico vastgesteld. De geplande woningbouw in Schagen-Oost voorziet in een kleine toename van de populatie in een straal van 200 meter van de weg. In de “Omgevingsvisie 2040 stad Schagen” wordt aangegeven dat er middels een groenstrook minimaal 80 meter afstand wordt gehouden van de weg, met een gemiddelde van 140 meter afstand. Hierdoor zal de populatie binnen 200 meter van de weg naar verwachting niet zodanig toenemen dat het een significante impact zal hebben op het groepsrisico. Op basis van deze constatering wordt de N241 niet gezien als een knelpunt.

Figuur 5
Afbeelding met een kaart van gemeente Schagen inclusief uitsnede van de N245 en bijbehorende 200m zone.
N245 met een zone van 200 meter waarin rekening moet worden gehouden met het groepsrisico

ODNHN
2.4.3 Gemeentelijke (doorgaande) wegen

Binnen de gemeente worden er over de gemeentelijke doorgaande wegen geen grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoerd. Alleen voor het bevoorraden van (LPG)-tankstations en vullen van propaantanks worden indien sprake is van bestemmingsverkeer gevaarlijke stoffen vervoerd via de doorgaande weg. Op grond van de vervoersregelgeving (ADR) dienen kernen vermeden te worden tenzij sprake is van bestemmingsverkeer. Hierdoor wordt het vervoer door woongebieden die als ‘risicoluw gebied’ worden beschouwd, zoveel mogelijk beperkt. 

Onder de omgevingswet worden de gemeentelijke wegen niet gezien als zijnde MBA met externe veiligheidsrisico’s. Dit betekent dat mogelijke risico’s rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke wegen niet afgewogen hoeven te worden bij het realiseren van nieuwe ontwikkelingen.

2.5 Waterwegen

Het basisnet water wijst zeevaartroutes en binnenvaartroutes aan die relevant zijn voor externe veiligheid. Vanuit Amsterdam loopt een binnenvaartroute via Lelystad en provincie Friesland naar de Eemshaven in de provincie Groningen. Daardoor vindt in de regio Noord-Holland Noord geen structureel transport van gevaarlijke stoffen plaats over het water.

2.6 Spoorwegen

De spoorwegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd zijn opgenomen in het basisnet. Boven Zaandam en Amsterdam vindt geen relevant transport van gevaarlijke stoffen plaats over het spoor. Daarom zijn spoortrajecten in Noord-Holland Noord niet opgenomen in het basisnet. In dit programma is daarom geen aandacht geschonken aan dit aspect.

2.7 Hoogspanningslijnen

Door de gemeente Schagen loopt een bovengrondse hoogspanningslijn. Deze loopt langs de oostelijke kant van de stad Schagen (Figuur 6). Rondom hoogspanningslijnen zijn magneetvelden aanwezig, verschillend in sterkte en afhankelijk van de hoeveelheid elektriciteit die door de lijnen gaat.

In Nederland bestaat een (herijkt) voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen. In de herijking van 2023 zijn ondergrondse hoogspanningskabels en netwerkcomponenten toegevoegd. Het voorzorgbeleid betreft nieuwe situaties in de buurt van hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels en netwerkcomponenten vanwege (mogelijke) gezondheidseffecten. Voor bovengrondse hoogspanningslijnen wordt de magneetveldsterkte berekend. Binnen de magneetveldzone (0,4 microtesla) worden geen nieuwe woningen, scholen en kinderdagverblijven toegestaan. Voor ondergrondse hoogspanningskabels of netwerkcomponenten worden geen magneetveldzones berekend. Hiervoor is een lijst opgesteld met mogelijke bronmaatregelen die netwerkbeheerders treffen voor nieuwe of gewijzigde onderdelen van het elektriciteitsnet. 

Bij evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) leidt de herijking van het voorzorgbeleid niet tot afstandseisen of beperkingen voor ondergrondse hoogspanningskabels en netwerkcomponenten. Voor bovengrondse hoogspanningslijnen blijven magneetveldzones berekend worden. Voor bestaande situaties zijn maatregelen niet nodig. 

De risico’s van hoogspanningslijnen zijn voornamelijk gezondheidsrisico’s en worden daarom niet uitgewerkt in het programma externe veiligheid. De omgang met hoogspanningslijnen wordt in het omgevingsplan verder uitgewerkt. 

Figuur 6
Afbeelding met kaart van gemeente Schagen inclusief uitsnede met daarop de hoogspanningslijn.
Hoogspanningslijn in gemeente Schagen. De blauwe lijn geeft aan waar de hoogspanningslijn loopt. De zwarte lijn is de gemeentegrens ODNHN

2.8 Duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s

Met het oog op de toekomst is het belangrijk om duurzaamheid op te nemen in het programma externe veiligheid. In Nederland worden nieuwe ontwikkelingen geïntroduceerd die gericht zijn op duurzaamheid. Bepaalde duurzame ontwikkelingen kunnen externe veiligheidsrisico’s opleveren. Mede vanwege het maatschappelijk belang, wil de gemeente Schagen deze ontwikkelingen mogelijk kunnen maken. Voorbeelden van realistische duurzame ontwikkelingen met externe veiligheidsrisico’s zijn:

  • Buurtbatterijen: accu’s kunnen instabiel worden met als gevolg kortsluiting, thermal runaway en brand waarbij zeer giftige pyrolyseproducten vrijkomen. De risico’s zijn brand, explosie en gifwolk.

  • Waterstoftankstations: Er wordt gewerkt met hoge druk. Waterstof is zeer licht ontvlambaar en ontbrand bij een lage ontstekingsenergie. Het is tevens explosief bij zuurstof en een ontstekingsbron. Er geldt een brandaandachtsgebied.

  • Windturbines: mogelijkheid dat een blad of gondel afbreekt. Daarnaast zijn er indirecte risico’s bij nabijheid van andere MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (bijv. een afgebroken rotorblad breekt af en slaat in op een hogedruk aardgasleiding).

  • Zonnepanelen: kortsluiting met als gevolg brand, of brand door oververhitting en pyrolyse van montagemateriaal.

  • Alternatieve opties voor aardgas: brengen per soort risico’s met zich mee (zie: Transitievisie Warmte Schagen).

 

Belangrijk is om binnen de beleidskeuzes op het gebied van de gemeente Schagen en de bijbehorende gebiedstypes ruimte te laten voor deze duurzame ontwikkelingen. Indien dit op een verantwoorde veilige manier kan worden uitgevoerd, zal de gemeente Schagen duurzame ontwikkelingen in ieder gebiedstype mogelijk willen maken.

3 Beleidskeuzes

Inleiding beleidskeuzes

De gemeente Schagen maakt afwegingen en keuzes om de fysieke leefomgeving veilig in te richten. Hiermee kan de gemeente Schagen voldoen aan het ambitieniveau om de externe veiligheidsrisico’s binnen de gemeentegrenzen zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast wil de gemeente Schagen ook juist voor bedrijven een interessant ondernemersklimaat realiseren. De gemeente heeft de beleidsvrijheid om bepaalde gebouwen en locaties en bepaalde activiteiten met externe veiligheidsrisico’s wel of geheel niet toe te laten in bepaalde delen van de gemeente. Door gerichte beleidskeuzes te maken, kan de gemeente Schagen de balans tussen beide doelstellingen vinden. 

3.1 De Schagense blik op externe veiligheid 

De opvatting ten aanzien van externe veiligheid is in de Omgevingsvisie als volgt geformuleerd:

Uit Kader 4 Omgevingsvisie

“Veel vormen van ondernemen kunnen een plek krijgen in onze gemeente. Maar nieuwe grote datacentra, distributiecentra, transportbedrijven of zware industriële bedrijven (die overlast voor geur en geluid veroorzaken) passen hier niet.”

Bestaande situaties:

De bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s en kwetsbare gebouwen en locaties heeft de gemeente Schagen in beeld. Daar waar nodig zijn reeds brongerichte maatregelen getroffen. In het geval van bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s heeft de gemeente Schagen de volgende uitgangspunten geformuleerd:

1.    Het waar mogelijk beperken, verplaatsen of beëindigen van bestaande risicovolle bedrijven in risicoluw gebied. Uitbreiding van bestaande risicovolle bedrijven in het centrum en woonwijken wordt in beginsel niet toegestaan. Indien de ontwikkeling echter wel past in vastgesteld beleid en/of beleidsuitgangspunten, kan medewerking worden verleend als de risico’s niet toenemen. 

2.    Het mogelijk terugdringen van niet-acceptabele risicosituaties in de overige gebieden. MBA’s met externe veiligheidsrisico’s worden verminderd (aanpassing omgevingsvergunning) dan wel beëindigd (sanering) in situaties waarbij de risico’s de landelijke normen overschrijden, of indien het maatschappelijke belang daartoe aanleiding geeft.

Nieuwe situaties:

Bij nieuwe situaties wordt gebiedsgericht beleid gevolgd. Door het beleid toe te passen aanvullend op het tijdelijke omgevingsplan, wordt voorkomen dat er knelpunten en/of saneringssituaties ontstaan na implementatie van dit beleid in het definitieve omgevingsplan. Met het beleid worden de ruimtelijke consequenties van externe veiligheid in kaart gebracht en wordt door het treffen van maatregelen en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties een zo veilig mogelijke leefsituatie geschapen. Daarbij worden beleidskeuzes gehangen aan de eigenschappen van de omgeving. Dit is gericht op het verminderen van de gevolgen van een mogelijk incident voor de directe leefomgeving (de kans wordt dus niet verminderd). In de Omgevingsvisie 2021 is grofmazig per kern aangegeven welke gebieden mogelijk geschikt zijn voor MBA’s met externe veiligheidsrisico’s of juist voor woningbouw. In dit programma worden de gebiedstypes aangewezen. De uitgangspunten uit dit programma worden vertaald naar planregels in het definitieve omgevingsplan. Daarom dient dit programma en/of het omgevingsplan altijd te worden geraadpleegd voor uitbreidingen of nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s.

3.2 Uitgangspunten rondom bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

3.2.1 Vervoer van gevaarlijke stoffen

Een bijzonder aandachtspunt in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur.

Gebieden die in de nabijheid van deze risicovolle infrastructuur worden beschouwd, betreffen de locaties die binnen de aandachtsgebieden van een weg of een ondergrondse buisleiding vallen. In de gemeente Schagen zijn dit bijvoorbeeld Rijksweg N9 en de hogedruk aardgasleidingen.

De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom kiest de gemeente Schagen om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de voorwaarden van de gebiedstypes uit hoofdstuk 4. Concreet betekent dit dat waar bijvoorbeeld veel transport van gevaarlijke stoffen door het gebiedstype risicoluw loopt, de risicoluwe ambities worden gehanteerd. 

In hoofdstuk 4 wordt een omschrijving van de gebiedstypes gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden besproken.

3.2.2 Milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s (risicovolle bedrijven)

Voor bestaande risicovolle activiteiten bij bedrijven geldt dat de risicocontouren zoveel mogelijk worden beperkt om inefficiënt ruimtegebruik tegen te gaan. Dit wordt gedaan door een gerichte inzet van Best Beschikbare Technieken (BBT), waarbij de PR 10-6 contour (zoveel mogelijk) wordt teruggebracht binnen de begrenzing van de locatie. Hiermee worden beperkingen voor de aangrenzende percelen opgeheven.

3.2.3 Hogedruk aardgasleidingen

De gemeente Schagen wordt doorsneden door 11 hogedruk aardgasleidingen. Het maatgevend scenario voor aardgastransportleidingen is een fakkelbrand en/of explosie als gevolg van breuk van de leiding (door een externe oorzaak, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Afhankelijk van de leidingdiameter en gasdruk kan er een fakkel ontstaan van 60 meter tot enkele honderden meters hoog. 

Door de Gasunie zijn op basis van dit mogelijke scenario de effectafstanden voor verschillende leidingdiameters en drukken bepaald (Scenarioboek externe veiligheid).

De brandaandachtsgebieden van de hogedruk aardgasleidingen binnen de gemeente bedragen tussen de 94 en 569 meter. De stralingshitte op deze afstand bedraagt 10 kW/m2. Het brandaandachtsgebied is bepaald op basis van het scenario van een guillotinebreuk. Het gas ontsteekt en er treedt een fakkelbrand op. De kans op een guillotinebreuk is echter zeer klein. Het meest geloofwaardige scenario is een lek in de buisleiding. 

Bij het realiseren van nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties in aandachtsgebieden van aardgasbuisleidingen zal door middel van het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 blijken of aanvullende maatregelen getroffen moeten worden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen worden op voorhand uitgesloten binnen brand- en explosieaandachtsgebieden (zie 3.4).

3.3 Uitgangspunten rondom nieuwe milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

De ambitie van de gemeente Schagen is dat er ruimte moet zijn om nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s toe te staan en om bestaande uit te breiden. Alle MBA’s met externe veiligheidsrisico’s hebben een vergunning of melding nodig. 

Wenselijk is dat nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zo ver mogelijk van (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties plaatsvinden. Daarom geldt er alleen in het gebiedstype bedrijventerrein intensief een ‘ja, mits’ beleid. Voor de overige gebiedstypes geldt een ‘nee, tenzij’ beleid. Nieuwe Seveso-inrichtingen worden alleen op basis van een ‘ja, mits’ beleid toegelaten in het gebiedstype bedrijventerrein intensief als hiervan sprake is binnen de gemeente.

Het gebiedsgerichte beleid voor nieuwe MBA’s is eigenlijk bedoeld voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Deze activiteiten hebben namelijk naast de gebruikelijke plaatsgebonden risicocontouren in de meeste gevallen ook brand- en explosieaandachtsgebieden. Bij vergunningverlening dient te worden getoetst aan de gebiedsindeling uit het beleid. Daarbij wordt de inpasbaarheid van mogelijke aandachtsgebieden beoordeeld. 

Als een omgevingsplan is vastgesteld, dan zijn de gebiedsindeling en de randvoorwaarden die daarvoor gelden ook opgenomen in de regels. In die gevallen wordt bij vergunningverlening direct getoetst aan de regels van het omgevingsplan. Wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van ‘nee, tenzij’ of ‘ja, mits’, kan de vergunning in principe verleend worden. Uiteraard wordt in de vergunning ook nog getoetst aan alle andere milieuaspecten.   

Meldingsplichtige activiteiten hebben geen aandachtsgebieden, met uitzondering van propaantanks. Op basis van dit programma externe veiligheid kunnen propaantanks in het definitieve omgevingsplan worden geweerd door de vergunningplicht te laten gelden voor alle propaantanks. Dit heeft tot gevolg dat voor alle milieubelastende activiteiten met aandachtsgebieden de inpasbaarheid via een vergunning wordt beoordeeld. Indien niet aan de voorwaarden van het gebiedstype kan worden voldaan, wordt de vergunning niet verleend. 

Ten tijde van het tijdelijke omgevingsplan kunnen meldingsplichtige propaantanks in principe binnen alle gebieden worden geplaatst met een melding. Het vergunningplichtig maken van alle propaantanks kan eventueel worden geregeld door vooruitlopend op het omgevingsplan de bruidsschatregels te wijzigen. Hierbij wordt de vergunningplicht voor meer dan twee opslagtanks propaan of propeen vervangen door een opslagtank voor propaan of propeen. 

LPG-tankstations zijn onder het Bkl meldingsplichtig. In de bruidsschatregels is voor LPG-tankstations een vergunningplicht opgenomen. De gemeente Schagen neemt deze regels over, waarmee LPG-tankstations vergunningplichtig zijn. 

Belangrijk bij het realiseren van nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s is dat het alleen kan als een passend beschermingsniveau wordt bereikt. Voorwaarde hierbij is dat de PR 10-6 contour binnen de perceelgrens blijft of alleen over locaties zonder bebouwingsmogelijkheden ligt. Hierdoor wordt voorkomen dat (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen aanwezig mogen zijn of zich mogen vestigen binnen de PR 10-6 contour van milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Er kunnen dan geen nieuwe saneringssituaties ontstaan.

3.4 Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties nabij milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Inleiding kwetsbaarheid van gebouwen en locaties nabij milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

De beleidskeuze van de gemeente Schagen is om geen nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties of zeer kwetsbare gebouwen toe te staan in een brand- of explosieaandachtsgebied. Voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare gebouwen in deze gebieden dient eerst gekeken te worden naar de mogelijkheden buiten de aandachtsgebieden. Zowel in het tijdelijke- als in het definitieve omgevingsplan kan alleen in bepaalde gevallen onder voorwaarden hiervan worden afgeweken. 

In aanloop naar het definitieve omgevingsplan kan in het tijdelijke omgevingsplan met een BOPA worden afgeweken indien aangetoond is, middels het doorlopen van een stappenplan, dat de situatie voldoende veilig is, al dan niet door het treffen van maatregelen. Indien (al) sprake is van een omgevingsplan dan kunnen kwetsbare gebouwen en locaties worden toegelaten met een omgevingsplanwijziging. 

Wijzigingen aan bestaande en geheel nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties (met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen) kunnen eventueel ook mogelijk worden gemaakt met een vergunning omgevingsplanactiviteit (OPA). Dit kan alleen voor kwetsbare gebouwen en locaties waarbij er geen nadelige gevolgen zijn voor het groepsrisico. De vergunning kan dan bijvoorbeeld verleend worden als aangetoond is dat geen aanvullende maatregelen nodig zijn en kan worden volstaan met de wettelijke basisbescherming (maatregelenniveau A uit het Stappenplan). Daarmee is ook meteen het afzien van het aanwijzen van een voorschriftengebied verantwoord. Deze mogelijkheid om af te wijken kan voor deze situaties worden opgenomen in het omgevingsplan, zodat voor (eenvoudige) zaken waar groepsrisico geen rol speelt, geen omgevingsplanwijziging meer nodig is. 

Een gebouw wordt als zeer kwetsbaar aangemerkt als er personen in verblijven die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen (kinderopvang, dagverblijf personen met een lichamelijke of geestelijke beperking, celfunctie, gezondheidszorgfunctie met bedgebied of onderwijs voor minderjarigen en basisonderwijs). Zeer kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden worden beschouwd als onnodig onveilig, omdat de gevolgen ernstig kunnen zijn als mensen zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Een BOPA of omgevingsplanwijziging voor nieuwe zeer kwetsbare gebouwen binnen brand- of explosieaandachtsgebieden is daarom in principe niet mogelijk. Zeer kwetsbare gebouwen zijn wel toegestaan in het gifwolkaandachtsgebied gezien de grootte van dit gebied, mogelijke scenario’s en daarbij behorende beschermingsmaatregelen. Daarnaast dient te allen tijde de risicocommunicatie in orde te zijn op het moment dat er zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd in gifwolkaandachtsgebieden.

Op het moment dat er locaties voor zeer kwetsbare gebouwen via een BOPA of omgevingsplanwijziging in het brand- of explosieaandachtsgebied worden gerealiseerd, worden deze verplicht aangewezen als voorschriftengebied. Automatisch gelden dan voor het nieuwe gebouw de aanvullende bouweisen uit artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of gelijkwaardige maatregelen. Deze aanvullende bouweisen gelden alleen in het geval van (vervangende) nieuwbouw en dus niet voor bestaande gerealiseerde of bestemde locaties.

Indien sprake is van toepassing van bouwkundige maatregelen dan wordt het voorschriftengebied voor die locatie met een vergunning BOPA aangezet. Dit aanzetten van het voorschriftengebied geldt dan alleen voor die locatie. Omdat het een vergunning voor het afwijken van het tijdelijke omgevingsplan betreft, wordt het tijdelijke omgevingsplan hiermee feitelijk niet gewijzigd. Het aanwijzen van een brand- en/of explosievoorschriftengebied via een vergunning BOPA, is een tijdelijke regeling specifiek voor locaties die onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In de Omgevingswet is opgenomen dat verleende vergunningen voor een BOPA binnen 5 jaar opgenomen dienen te worden in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2027. 

Indien kwetsbare gebouwen en locaties worden toegelaten met een omgevingsplanwijziging, wordt het voorschriftengebied ook alleen aangewezen voor de te wijzigen locatie.

Mogelijke ontwikkellocaties voor (nieuwe) zeer kwetsbare gebouwen bevinden zich voornamelijk in het gebiedstype risicoluw. Nieuwe activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zijn hier in principe niet toegestaan, waardoor wordt voorkomen dat deze zeer kwetsbare gebouwen in nieuwe aandachtsgebieden komen te liggen

3.4.1 Knelpunten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen

Mogelijke knelpunten in de gemeente bevinden zich in woonkernen die (gedeeltelijk) gelegen zijn in aandachtsgebieden van het basisnet en/of buisleidingen. In de Omgevingsvisie wordt gesproken over de uitbreiding van woonkernen door verdichting en/of woningbouw aan de rand van de woonkernen. Indien de te ontwikkelen gebieden in aandachtsgebieden liggen, kan dit een belemmering vormen.

Een aandachtspunt is de toekomstige ontwikkeling binnen de stad Schagen, waar gebieden binnen 200 meter van de N245 zijn gelegen. Binnen deze afstand moet er rekening worden gehouden met het groepsrisico. De N245 loopt langs het bedrijventerrein Lagedijk, waar mogelijk transformatie naar een gemengd woon/werkmilieu gaat plaatsvinden. Deze transformatie kan een verhoging van het groepsrisico teweegbrengen binnen 200 meter van de N245.

3.5 Voorschriftengebied

De beleidskeuze van de gemeente Schagen is om de brand- en explosieaandachtsgebieden niet aan te wijzen als brand- of explosievoorschriftengebied. De gemeente Schagen kiest voor de uitzonderingsregel in artikel 5.14 lid 3 van het Bkl om af te wijken van het aanwijzen van voorschriftengebieden. Er worden in beginsel namelijk geen kwetsbare gebouwen en locaties toegestaan in aandachtsgebieden. Uitzondering hierop zijn wijzigingen aan bestaande en geheel nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties (met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen) die mogelijk worden gemaakt met een vergunning omgevingsplanactiviteit (OPA). Wanneer kwetsbare gebouwen of locaties worden gerealiseerd met een BOPA of omgevingsplanwijziging, kan uit de goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo) blijken dat bouwkundige maatregelen significante meerwaarde hebben. In dat geval kan een voorschriftengebied aangewezen worden voor die locatie. Er is hierbij geen onderscheid tussen de verschillende milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Deze keuze ondersteunt de gemeente Schagen voornamelijk om meer aantrekkelijke ruimte te creëren om aan de verdichtingsopgave te voldoen. Echter, bij nieuwe ontwikkelingen in het aandachtsgebied wordt er te allen tijde rekening gehouden met externe veiligheidsrisico’s en het bereiken van voldoende bescherming volgens het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5.

3.6 Groepsrisico

Bij nieuwe (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties in aandachtsgebieden dient de gemeente rekening te houden met het groepsrisico. De initiatiefnemer/ontwikkelaar heeft de mogelijkheid om zelf te beslissen over het uitvoeren van een groepsrisicoberekening bij een nieuwe ontwikkeling. De initiatiefnemer/ontwikkelaar moet bij ontwikkellocaties in aandachtsgebieden altijd aantonen dat er sprake is van passende bescherming middels het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5

Daarnaast wordt bij nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord (VRNHN) in de gelegenheid gesteld om advies te geven over zelfredzaamheid van personen, bestrijdbaarheid van het incident en bereikbaarheid van noodhulpdiensten.

4 Gebiedsgerichte risicoprofielen

Inleiding

De gemeente Schagen wil zorgen voor een goede balans tussen wonen en werken. Hierbij wil de gemeente ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving enerzijds en anderzijds ruimte maken voor ondernemen. Om vooraf structuur en handvaten te bieden over hoe de gemeente haar grondgebied wil inrichten, worden gebiedstypes geïntroduceerd. Het toewijzen van de gebiedstypes aan specifieke gebieden in de gemeente Schagen gebeurt in dit programma. De kaart van het grondgebied van de gemeente Schagen met de indeling van alle gebiedstypes is te vinden via ‘Regels op de kaart’.

Indeling gebiedstypes in Schagen:

  • Risicoluwgebied woongebied en gemengd gebied waar wonen en andere functies bij elkaar komen.

  • Bedrijventerrein extensief : dichtbij of aansluitend aan woongebied, klein of gemiddeld formaat bedrijven, bedrijven en andere functies bestaan naast elkaar.

  • Buitengebied : natuurgebied, agrarisch gebied en lintbebouwing.

 

De gebiedstypes zijn gebaseerd op de staalkaarten van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Er zijn in totaal vier gebiedstypes te onderscheiden. Deze zijn echter niet allemaal aanwezig in de gemeente Schagen.

Risicoluw gebied omvat bijvoorbeeld het centrum, waar wonen en andere functies bij elkaar komen. Daarnaast zijn er grote woonwijken met beperkte andere functies, bijvoorbeeld enkele functies zoals detailhandel. Ook woonkernen in het buitengebied worden gezien als risicoluw gebied. Hierbij is de gebiedsindeling zoals gegeven in de Omgevingsvisie zoveel mogelijk gehanteerd. Dat wil zeggen dat de Stad Schagen, grotere dorpen, kleinere dorpen en karakteristieke dorpen zoveel mogelijk als risicoluw zijn aangemerkt.

Alle bedrijventerreinen staan in hun huidige planregels geen nieuwe risicovolle activiteiten toe en zijn daarmee passend in het gebiedstype bedrijventerrein extensief.

De gemeente Schagen heeft een groot buitengebied, bestaande uit Zijpe en Hazepolder, West-Friesland en Polder Koegras. Het buitengebied kenmerkt zich door de vele verschillende (agrarische) MBA’s met externe veiligheidsrisico’s, buiten woonkernen gelegen recreatieterreinen en woongebied in de vorm van lintbebouwing. De gemeente Schagen kiest ervoor om dit gebied open te houden voor de ontwikkeling van zowel risicovolle (agrarische) activiteiten als het realiseren van woonvoorzieningen, mits dit goed verantwoord wordt conform het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5.

In de tabel hieronder zijn de gebiedstypes met bijbehorende beleidskeuzes beknopt in beeld gebracht. Op de volgende pagina’s zijn de beleidskeuzes per gebiedstype gedetailleerd in een overzicht gezet. Het gifwolkaandachtsgebied is geen belemmering voor het realiseren van kwetsbare gebouwen en locaties en komt daarom niet aan bod in de gebiedstypes.

alt="Tabel met beleidskeuzes externe veiligheid per gebiedstype. ODNHN

4.1 Risicoluw gebied

Algemeen
Tabel met beleidskeuzes externe veiligheid voor gebiedstype risicoluw. ODNHN

Een risicoluw gebied kenmerkt zich door een hoge bevolkingsdichtheid. De gemeente Schagen kiest ervoor om in principe geen ruimte te maken voor milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s. Het risicoluw gebied wordt juist aangewezen als zoeklocaties voor nieuw te realiseren (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties. De risico’s van eventueel aanwezige risicovolle activiteiten worden zoveel mogelijk beperkt. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn uitgesloten, tenzij dit noodzakelijk is voor het functioneren van het gebied. Hiermee wil de gemeente Schagen niet per definitie ontwikkelingen rondom de energietransitie (bijvoorbeeld buurtbatterijen, oplaadstations voor elektrische auto’s) uitsluiten.

De plaatsgebonden risicocontour van PR 10-6 moet dan binnen de begrenzing van de locatie blijven. Wanneer dat niet haalbaar is, kunnen de grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico in acht worden genomen. De brand- en explosieaandachtsgebieden mogen in dergelijk geval niet over BKGKGZKGBKL en KL liggen. Het is daarmee toegestaan om deze over bijvoorbeeld bestemde groenstroken, verkeersgebieden of water te laten vallen. Indien er niet aan alle drie de voorwaarden kan worden voldaan, zal de vergunning niet verleend worden.  

Voor propaantanks die vallen onder de meldingsplicht wordt een vergunningplicht opgenomen in het omgevingsplan. Zodat voorkomen wordt dat aandachtsgebieden van een MBA met externe veiligheidsrisico's binnen risicoluw gebied over gebouwen en/of locaties komen te liggen. 

Binnen aandachtsgebieden zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk via een BOPA of omgevingsplanwijziging, mits het planontwerp wordt geoptimaliseerd (mogelijkheden voor beheersbaarheid van calamiteiten, zelfredzaamheid van de burgers etc.). Er moet dan een voldoende beschermingsniveau worden gerealiseerd, op basis van het verantwoordingskader en toepassing van het stappenplan. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden zijn niet toegestaan. 

Specifieke locaties die in de gemeente onder het risicoluwe gebied vallen zijn:

4.1.1 Centrum

Het centrum is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals detailhandel, horeca en kleine bedrijvigheid.

4.1.2 Woongebied

Dit zijn locaties die worden gekenmerkt door hoge dichtheden van personen en activiteiten zoals woningen, scholen en zorginstellingen.

4.1.3 Woonkernen

In het buitengebied van de gemeente Schagen liggen woonkernen. Dit zijn kleine of grote dorpen waar hoofdzakelijk woningen zijn gesitueerd. Andere voorzieningen zoals detailhandel en horeca komen in beperkte mate voor.

4.2 Bedrijventerrein extensief

Algemeen
Tabel met beleidskeuzes externe veiligheid gebiedstype bedrijventerrein extensief. ODNHN

Bedrijventerreinen extensief zijn specifiek aangewezen voor vestiging van bedrijven, welke aangemerkt worden als niet-risicovol. Deze bedrijven hebben geen plaatsgebonden risicocontour en geen brand- of explosieaandachtsgebied. Indien een nieuwe MBA met externe veiligheidsrisico’s zich hier wil vestigen, dan zal aangetoond moeten worden dat deze noodzakelijk is voor het functioneren van het gebied. Tevens moet er aan de gestelde randvoorwaarden worden voldaan. Dat wil zeggen dat de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 binnen de begrenzing van de locatie moet blijven. Wanneer dat niet haalbaar is, kunnen de grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico in acht worden genomen. De brand- en explosieaandachtsgebieden mogen niet over risicoluw gebied en/of zeer kwetsbare gebouwen liggen. Indien er niet aan alle drie de voorwaarden kan worden voldaan, zal de vergunning niet verleend worden. 

Het kan voorkomen dat bestaande bedrijven met MBA’s met externe veiligheidsrisico’s van oudsher zijn gevestigd binnen dit gebiedstype. Door historisch verkregen rechten is het voor bestaande risicovolle bedrijven wel mogelijk om uit te breiden onder de voorwaarden voor het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kennen vaak een PR 10-6 contour en ook brand- en/of explosieaandachtsgebieden. Nieuwe woningen of andere kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan in dit gebiedstype. Bedrijfswoningen zijn beperkt kwetsbare gebouwen en blijven toegestaan. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen zijn per definitie niet toegestaan.

4.2.1 Bedrijventerreinen

De gemeente Schagen voorziet niet in de komst van nieuwe grote zware industriële bedrijven. Daarom worden alle bestaande bedrijventerreinen in de gemeente Schagen aangemerkt als bedrijventerrein extensief. Dit zijn de bedrijventerreinen:

  • Witte paal

  • Lagedijk

  • Onderzoekscentrum Petten

  • Huisweid

  • Oudevaart

  • Kalverdijk

  • ’t Zand

Het onderzoekscentrum Petten verdient hierbij nog extra aandacht vanwege de Hoge Flux Reactor waar radioactieve isotopen worden geproduceerd. De aard van deze activiteit maakt het niet wenselijk om risicovolle activiteiten in de nabije omgeving toe te staan. Daarom is het onderzoekscentrum aangemerkt als bedrijventerrein extensief. Deze activiteit valt onder de Kernenergiewet en niet onder externe veiligheidswetgeving, daarom zal dit niet verder uitgewerkt worden in dit beleid. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is voor deze activiteit het bevoegd gezag.

4.3 Buitengebied

Algemeen
Tabel met beleidskeuzes externe veiligheid gebiedstype buitengebied. ODNHN

Het gebiedstype buitengebied is minder eenduidig dan de gebiedstypes risicoluw en bedrijventerrein extensief. In dit gebied wordt de aanwezigheid van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s die gelieerd zijn aan agrarische hoofdactiviteiten als vanzelfsprekend gezien. Door historische ontwikkelingen heeft er een mengeling van wonen en agrarisch ondernemen plaatsgevonden. Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn toegestaan binnen dit gebiedstype, mits deze passen in het beeld van het buitengebied. Daarmee zijn alle MBA’s met externe veiligheidsrisico’s die gelieerd zijn aan een agrarische hoofdactiviteit toegestaan. Voor andere MBA’s met externe veiligheidsrisico’s moet beoordeeld worden of deze passen in het beeld van het buitengebied. De uitbreiding van bestaande MBA’s met externe veiligheidsrisico’s is tevens mogelijk. Andere industriële MBA’s met externe veiligheidsrisico’s (niet passend in het beeld van het buitengebied), zijn daarmee niet toegestaan. 

Alle MBA’s met externe veiligheidsrisico’s dienen te voldoen aan de gestelde voorwaarden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Dat wil zeggen dat de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 binnen de begrenzing van de locatie moet blijven. Wanneer dat niet haalbaar is, kunnen de grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico in acht worden genomen. De brand- en explosieaandachtsgebieden mogen niet over risicoluw gebied en/of zeer kwetsbare gebouwen liggen. Indien er niet aan alle drie de voorwaarden kan worden voldaan, zal de vergunning niet verleend worden. 

Het is mogelijk om (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties toe te staan, wanneer deze buiten brand- en explosieaandachtsgebieden van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zijn gelegen. Binnen brand- en/of explosieaandachtsgebieden zijn zeer kwetsbare gebouwen uitgesloten. (Beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties binnen aandachtsgebieden zijn mogelijk via een BOPA of omgevingsplanwijziging, mits voldaan wordt aan het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5.

Rondom de volgende activiteiten worden extra beleidskeuzes vastgelegd binnen dit gebiedstype:

4.3.1 Agrarische inrichtingen

Vestiging van inrichtingen met een intensief agrarisch karakter is mogelijk, vanuit het oogpunt van externe veiligheid bezien. De risico’s van dit soort bedrijvigheid hangen vaak samen met de plaatsing van propaantanks. Deze zijn toegestaan, omdat op sommige plekken een fijnmazig gasdistributienet in het buitengebied ontbreekt en hiervoor reeds adequate veiligheidsvoorzieningen zijn opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving (Besluit activiteiten leefomgeving).

4.3.2 LPG-tankstations en waterstoftankstations

De vestiging van nieuwe LPG-tankstations in het buitengebied wordt toegestaan. De industriële activiteiten van dergelijke inrichtingen hangen vaak nauw samen met de ligging van de doorgaande wegen in Schagen. Bovendien is het uit oogpunt van externe veiligheid verstandig om nieuwe LPG-tankstations zoveel mogelijk buiten bebouwde gebieden te vestigen. Dit geldt ook voor waterstoftankstations, die mogelijk door de energietransitie haar intrede kunnen maken binnen de gemeente Schagen. Locaties die ingericht zijn voor het afleveren van LPG zijn in de toekomst uitermate geschikt voor het huisvesten van activiteiten voor nieuwe of alternatieve risicovolle brandstoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof of een combinatie van verschillende brandstoffen (zoals voorkomt bij multifuel-tankstations), door de historisch gecreëerde afstand tussen kwetsbare gebouwen en de MBA’s met externe veiligheidsrisico’s.

4.3.3 Windturbines

Nederland staat voor een belangrijke opgave om meer duurzame energie te produceren. Windenergie moet hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Hoewel windenergie een belangrijke bijdrage kan leveren aan de landelijke opgave om meer duurzame energie te produceren, kiest de gemeente Schagen ervoor om geen nieuwe windturbines toe te staan. Deze keuze is voornamelijk gebaseerd op visuele hinder en geluidsoverlast. Een uitzondering hierop zijn kleine windturbines met een maximale ashoogte van 15 meter. Om te voorkomen dat zich ongelukken voordoen met windturbines, moeten windturbines aan strenge veiligheidseisen voldoen. Daarnaast is de locatie van de molens van belang waarbij voldoende afstand gehouden moet worden tot woningen en gebouwen van derden.

4.3.4 Linten

In het buitengebied van de gemeente Schagen is er sprake van lintbebouwing. In deze linten zijn voornamelijk woningen en een beperkt aantal andere functies gerealiseerd. De linten zijn geschaard onder het gebiedstype buitengebied vanwege de ligging in de omgeving en de lage bevolkingsdichtheid, in tegenstelling tot woonkernen en woongebieden.

4.3.5 Zaadveredelingsbedrijven

De gemeente Schagen is trots op de zaadveredelingsbedrijven in de gemeente. Deze bedrijven krijgen de ruimte om uit te breiden en zich nieuw te vestigen in het daarvoor aangewezen zaadveredelingsgebied. Vanwege de aard van de bedrijvigheid en de ligging in de omgeving worden (delen van) bedrijventerreinen waar enkel zaadveredelingsbedrijven zijn toegestaan aangemerkt als buitengebied, in plaats van bedrijventerrein extensief.

4.3.6 Duingebied

In de gemeente Schagen ligt het karakteristieke duinlandschap van de Noordzeekust. Dit beschermde natuurgebied bestaat grotendeels uit wandel- en fietspaden voor recreanten. Daarmee zijn recreatieverblijven en horecagelegenheden in of aan de rand van het gebied niet vreemd. Om te voorkomen dat deze locaties in hun activiteiten belemmerd worden, zijn ze aangemerkt als buitengebied. Dat wil zeggen dat MBA’s met externe veiligheidsrisico’s die passen in het beeld van het buitengebied (in dit geval het duinlandschap) en voldoen aan de gestelde randvoorwaarden worden toegestaan.

4.3.7 Toerisme en recreatie

De gemeente Schagen heeft een zekere toeristische en recreatieve waarde. Om alle toeristen en recreanten een verblijfsplaats te kunnen bieden zijn campings, huisjesparken, hotels en kleinschalige verblijfsplaatsen zoals B&B’s opgericht. De meeste verblijfsplaatsen zijn gevestigd in het buitengebied. Een aantal beschikken ook over propaantanks. Deze MBA’s passen, net als agrarische MBA’s, in het beeld van het buitengebied en zijn daarmee onder voorwaarden toegestaan. Enkele verblijfsplaatsen die in een woonkern zijn gelegen, zijn als risicoluw aangemerkt.

5 Verantwoordingskader

Algemeen

Conform 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving moet de gemeente in het omgevingsplan bij het realiseren van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brand-, explosie en/of gifwolkaandachtsgebied rekening houden met het groepsrisico. Om hieraan te voldoen kan de gemeente kiezen, conform artikel 5.15 lid 2, om dit op twee manieren in te vullen:

1. geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaten in aandachtsgebieden;

2. waar het omgevingsplan beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat, waarborgt de gemeente:

  • a.

    dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of

  • b.

    dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.

De gemeente Schagen kiest er bewust voor om in beginsel geen (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties of zeer kwetsbare gebouwen toe te staan in aandachtsgebieden. Op deze manier wordt er rekening gehouden met het groepsrisico en kan er afgezien worden van het aanwijzen van voorschriftengebieden. Alleen locaties waar reeds zeer kwetsbare gebouwen zijn gerealiseerd of toegestaan, moeten verplicht als voorschriftengebied worden aangewezen. In bepaalde gebiedstypes kunnen met een BOPA of een omgevingsplanwijziging onder voorwaarden wel (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties toegestaan worden in aandachtsgebieden. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen in brand- en explosieaandachtsgebieden worden in principe niet toegestaan. Indien de gemeente Schagen nieuwe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties wil toe staan in een aandachtsgebied moet het voldoen aan de voorwaarden van het gebiedstype en aantonen dat er voldoende bescherming middels maatregelen gewaarborgd wordt. Een andere mogelijkheid is het aantal personen (of tijdsduur) binnen het aandachtsgebied beperken.

Om aan te tonen dat er passende bescherming geboden kan worden aan de nieuwe populatie of dat de populatie beperkt kan worden, maakt de gemeente Schagen gebruik van het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de Provincie Noord-Brabant (Stappenplan is hier te downloaden).

5.1 Verantwoording van het groepsrisico

Algemeen

Uit de gebiedsindeling van dit programma kan blijken dat een ontwikkeling niet is toegestaan. Dit moet bij de inwerkingtreding van het definitieve omgevingsplan ook blijken uit de planregels in het omgevingsplan. 

Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het tijdelijk omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aanvragen. Wanneer een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het definitieve omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een omgevingsplanwijziging aanvragen. Het bevoegd gezag kan de BOPA of omgevingsplanwijziging verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Vrijwel altijd zijn burgemeester en wethouders (B&W) het bevoegd gezag bij de beslissing op een aanvraag voor een BOPA of omgevingsplanwijziging. In sommige gevallen zijn Gedeputeerde Staten of de minister het bevoegd gezag. Dit volgt uit het Omgevingsbesluit.

Wijzigingen aan bestaande en geheel nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties (met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen) kunnen eventueel ook mogelijk worden gemaakt met een vergunning omgevingsplanactiviteit (OPA). Dit kan alleen voor kwetsbare gebouwen en locaties waarbij er geen nadelige gevolgen zijn voor het groepsrisico. De vergunning kan dan bijvoorbeeld verleend worden als aangetoond is dat geen aanvullende maatregelen nodig zijn en kan worden volstaan met de wettelijke basisbescherming (maatregelenniveau A uit het Stappenplan). Daarmee is ook meteen het afzien van het aanwijzen van een voorschriftengebied verantwoord. Deze mogelijkheid om af te wijken is voor deze situaties opgenomen in het omgevingsplan, zodat voor (eenvoudige) zaken waar groepsrisico geen rol speelt, geen omgevingsplanwijziging meer nodig is.

5.1.1 Waaraan moet een BOPA of omgevingsplanwijziging voldoen?

Het bevoegd gezag kan een vergunning voor een BOPA of een omgevingsplanwijziging alleen verlenen als deze in ieder geval voldoet aan:

  • een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en

  • de instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het Besluit kwaliteit leefomgeving (afdeling 5.1 Bkl); en

  • de instructieregels in de provinciale omgevingsverordening; en

  • het programma externe veiligheid van de gemeente Schagen.

De instructieregels uit hoofdstuk 5 Bkl zijn dus alsnog van toepassing. Tevens moet er te allen tijde rekening worden gehouden met het groepsrisico indien een ontwikkeling gerealiseerd wordt in het brand- en/of explosieaandachtsgebied. Om bij een BOPA of omgevingsplanwijziging aan te tonen of er voldoende bescherming geboden kan worden aan de nieuwe populatie, of dat de populatie beperkt kan worden, maakt de gemeente Schagen gebruik van het stappenplan ‘afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden’ van de Provincie Noord-Brabant. Deze motivering dient ook terug te komen in de goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo) behorende bij de BOPA of omgevingsplanwijziging. De GoFlo dient tevens als verantwoording voor de keuze om voor die locatie een voorschriftengebied wel of niet aan te wijzen. Opgemerkt dient te worden dat wanneer er met een BOPA of omgevingsplanwijziging een zeer kwetsbaar gebouw mogelijk wordt gemaakt in een aandachtsgebied, er ook een voorschriftengebied aangewezen dient te worden. Voorschriftengebieden kunnen ook met een BOPA of omgevingsplanwijziging aangewezen worden. Een BOPA dient vanaf 2027 binnen 5 jaar opgenomen te worden in het omgevingsplan.

Bijlage I Afkortingenlijst

ODNHN

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

VRNHN

Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

MBA

Milieubelastende activiteit

EV

Externe veiligheid

Ow

Omgevingswet

Bkl

Besluit kwaliteit leefomgeving

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving

PR 10

PR 10-6  en PR 10-8 staan voor plaatsgebonden risicocontouren

GR

Groepsrisico

BKG

Beperkt kwetsbaar gebouw

KG

Kwetsbaar gebouw

ZKG

Zeer kwetsbaar gebouw

BKL

Beperkt kwetsbare locatie

KL

Kwetsbare locatie

PGS

Beperkt kwetsbare locatie

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

BBT

Best beschikbare technieken

OPA

Omgevingsplanactiviteit

BOPA

Buitenplanse omgevingsplanactiviteit

GoFlo

Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving

REV

Register externe veiligheid

Bijlage II Tabel vastgestelde aandachtsgebieden

Tabel vastgestelde aandachtsgebieden

Voor enkele activiteiten met externe veiligheidsrisico’s gelden vaste afstanden voor aandachtsgebieden. Deze zijn te vinden in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In de tabel hieronder staan de activiteiten met vaste afstanden in een duidelijk overzicht. Deze afstanden kunnen nog onderhevig zijn aan veranderingen door inhoudelijke wijzigingen van het Bkl. De overige afstanden van de brand- en explosieaandachtsgebieden bij activiteiten uit bijlage VII van het Bkl dienen berekend te worden. 

Voor het gifwolkaandachtsgebied geldt een beleidsmatige afkapping van maximaal 1,5 kilometer.

Bij Seveso-bedrijven wordt het gifwolkaandachtsgebied afgekapt op 300 meter.

tabel uit het Bkl met de Brand- en Explosieaandachtsgebieden.Omgevingswet-Bkl

Bijlage III Stappenplan Omgevingsveiligheid Veiligheidsregio

Stappenplan Omgevingsveiligheid Veiligheidsregio

Schema met stappenplan omgevingsveiligheid van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord. VRNHN

Collectieve advisering omgevingsveiligheid Veiligheidsregio Noord-Holland Noord in het kader van art. 5.11 en 5.15 Bkl

Bevat het initiatief een milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s?

Onder milieubelastende activiteit met externe veiligheidsrisico’s worden onder andere verstaan:

  • Risicovolle bedrijven

  • Buisleidingen

  • Wegen

  • Waterwegen

  • Spoorwegen

 

Bevat het initiatief een gebouw of locatie (bijv. een evenement) in een aandachtsgebied of attentiegebied?

Dit is ieder gebouw of locatie dat in een aandachtsgebied (brand-, explosie-, en gifwolkaandachtsgebied) of attentiegebied wordt aangevraagd.

Bevindt het initiatief zich in of nabij een Natura2000 gebied?

Voor Noord-Holland Noord is dit voornamelijk het duingebied.

Bevindt het initiatief zich in overstromingsgebieden (buitendijkse gebieden)?

Op deze gebieden heeft het hoogheemraadschap geen verantwoordelijkheid. Wegens ruimte tekort in de regio is het goed mogelijk dat hier ook gebouwd gaat worden. Graag adviseert de VRNHN op maatregelen voor vluchten, wateroverlast en hulpverlening.

Bevat het initiatief een gebouw met verminderd zelfredzame personen?

De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord hanteert een bredere definitie van gebouwen met verminderd zelfredzame personen. Deze definitie gaat verder dan zeer kwetsbare gebouwen zoals gesteld in bijlage VI van het Bkl. Er worden onder andere de volgende gebouwen mee bedoeld:

  • Senioren huisvesting

  • Kinderdagverblijf (Bkl)

  • Onderwijs (deels Bkl)

  • Zorg (deels Bkl)

Gaat het om een initiatief dat betrekking heeft tot de energietransitie?

Initiatieven met betrekking tot de energietransitie (o.a. zonneparken, trafohuisjes, EOS, elektrische schepen, waterstof) en nieuwe technieken/technologieën/activiteiten waarvan risico’s m.b.t. fysieke veiligheid en gezondheid nog onbekend zijn.

Gaat het om een initiatief dat betrekking heeft tot de klimaatadaptatie?

Denk hierbij circulair en duurzaam bouwen of maatregelen tegen hittestress zoals groene daken en groene gevels.

Gaat het om een initiatief met activiteiten met betrekking tot repressieve voorzieningen?

Onder repressieve voorzieningen worden bluswatervoorzieningen verstaan. Voor meer informatie: kijk in de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid VRNHN 2021.

Bij twijfel of vragen, neem contact op met team risicobeheersing via  risicobeheersing@vrnhn.nl

Bijlage IV Documenten

1 Kaart Gebiedstypes

kaart Gebiedstypes

Bijlage VI Overzicht Documentenbijlagen

kaart Gebiedstypes

/join/id/regdata/gm0441/2026/82f98d4874cf4cf4940e4b4ff4f1ebae/nld@2026‑07‑21;13363468

I Bijlagen

1 Nota van participatie programma Externe Veiligheid

Bijlage 1 Nota van participatie programma Externe Veiligheid.

2 Wettelijk kader

Bijlage 2 Wettelijk kader

3 Borging van externe veiligheid bij besluitvorming

Bijlage 3 Borging van externe veiligheid bij besluitvorming

Naar boven