Subsidieregeling Maatschappelijke Dienstverlening Stichtse Vecht 2027–2031

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

 

gelet op de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV), de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en het Integraal Beleidskader Sociaal Domein Stichtse Vecht,

 

overwegende dat:

  • inwoners soms ondersteuning nodig hebben bij sociale, maatschappelijke, psychosociale of relationele vraagstukken;

  • laagdrempelige maatschappelijke dienstverlening bijdraagt aan zelfredzaamheid, participatie en het voorkomen van zwaardere problematiek;

  • het versterken van de sociale basis vraagt om toegankelijke ondersteuning dichtbij inwoners;

  • maatschappelijke dienstverlening een belangrijke rol vervult in het versterken van sociale netwerken, eigen regie en veerkracht;

  • gemeenten op grond van de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van zelfredzaamheid, participatie, sociale samenhang, mantelzorg en ondersteuning van inwoners;

  • het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) onderstreept het belang van een sterke sociale basis waarin professionele ondersteuning, vrijwilligers en informele netwerken elkaar versterken;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

 

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1 Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Aanvrager: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die activiteiten uitvoert gericht op maatschappelijke dienstverlening;

ASV: algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026;

AZWA: Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord;

Belangenorganisatie: Een organisatie die opkomt voor de belangen van inwoners met een beperking, chronische ziekte, slachtofferschap of andere kwetsbare positie.

Collectieve ondersteuning: Ondersteuning gericht op groepen inwoners met vergelijkbare vragen of behoeften.

College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

IBK: Integraal Beleidskader Sociaal Domein Stichtse Vecht;

Maatschappelijke dienstverlening: Laagdrempelige ondersteuning gericht op het versterken van zelfredzaamheid, participatie, sociale netwerken en veerkracht van inwoners.

Maatschappelijk werk: Professionele ondersteuning bij sociale, maatschappelijke, psychosociale, financiële, relationele en opvoedkundige vraagstukken.

Schoolmaatschappelijk werk: Ondersteuning aan kinderen, jongeren, ouders en scholen gericht op het versterken van ontwikkeling, welzijn en participatie.

Sociale basis: het geheel van informele netwerken, inwonersinitiatieven.

Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak maximaal beschikbaar is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling;

Subsidiabele activiteiten: activiteiten die naar het oordeel van het college bijdragen aan de doelstellingen van deze regeling;

Waakvlamprincipe: Een vorm van lichte en laagdrempelige nazorg waarbij inwoners na afronding van een ondersteuningstraject laagdrempelig terugvallen op een vertrouwde professional wanneer opnieuw ondersteuning nodig is.

WMO: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan de uitvoering van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein.

 

De regeling draagt in het bijzonder bij aan:

Voorkomen is beter

Door tijdige ondersteuning worden problemen vroeg gesignaleerd en wordt escalatie voorkomen.

 

Samenredzaam en verdraagzaam

Inwoners worden ondersteund bij het versterken van hun eigen mogelijkheden en sociale netwerk.

 

Iedereen doet mee

Inwoners worden ondersteund om actief deel te nemen aan de samenleving.

 

Thuis en dichtbij

Ondersteuning is laagdrempelig, toegankelijk en dichtbij georganiseerd.

 

Wettelijke basis

Deze regeling geeft uitvoering aan de doelstellingen van de Wmo door bij te dragen aan:

  • zelfredzaamheid;

  • participatie;

  • sociale samenhang;

  • cliëntondersteuning;

  • ondersteuning van inwoners in kwetsbare situaties.

  • Daarnaast sluit de regeling aan bij de uitgangspunten van het AZWA.

Artikel 3 Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het ondersteunen van inwoners bij maatschappelijke, sociale en psychosociale vraagstukken zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren en kunnen deelnemen aan de samenleving.

 

De regeling draagt bij aan:

  • het versterken van zelfredzaamheid;

  • het versterken van sociale netwerken;

  • het vergroten van veerkracht en weerbaarheid;

  • het voorkomen van (verergering van) problemen;

  • het versterken van participatie;

  • het bevorderen van inclusie;

  • het bieden van laagdrempelige ondersteuning;

  • het toepassen van het waakvlamprincipe.

Artikel 4 Doelgroep en reikwijdte

Subsidie kan worden verstrekt aan:

  • 1.

    Organisaties die maatschappelijke dienstverlening uitvoeren voor inwoners van de gemeente Stichtse Vecht.

    De regeling richt zich onder andere op:

    • volwassenen;

    • ouderen;

    • kinderen en jongeren;

    • gezinnen;

    • inwoners met psychosociale problematiek;

    • inwoners met relatie- of gezinsproblemen;

    • inwoners met een beperking;

    • inwoners met een chronische ziekte;

    • slachtoffers van geweld, criminaliteit of ingrijpende gebeurtenissen.

  • 2.

    De subsidieontvanger draagt zorg voor een veilige en verantwoorde uitvoering van de activiteiten en voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke kwaliteitseisen

Artikel 5 Subsidiabele activiteiten

Categorie 1. Individuele ondersteuning

  • maatschappelijk werk;

  • schoolmaatschappelijk werk;

  • informatie en advies;

  • vraagverheldering;

  • psychosociale ondersteuning;

  • ondersteuning bij relatie- en gezinsproblematiek;

  • ondersteuning bij verlies, rouw en scheiding;

  • ondersteuning bij huiselijk geweld;

  • ondersteuning gericht op zelfredzaamheid.

  • versterken van sociale netwerken;

  • stimuleren van informele ondersteuning;

  • verbinden van inwoners aan voorzieningen en activiteiten.

  • Waakvlamondersteuning

  • lichte nazorg;

  • terugvalpreventie.

  • periodieke contactmomenten;

Categorie 2. Collectieve ondersteuning

  • groepsgerichte ondersteuning;

  • themabijeenkomsten;

  • voorlichtingsactiviteiten;

  • trainingen;

  • lotgenotencontact;

  • weerbaarheidstrainingen.

Categorie 3. Belangenbehartiging

  • signalering van knelpunten;

  • belangenvertegenwoordiging;

  • bevorderen van toegankelijkheid en inclusie.

Artikel 6 Indicatoren

De subsidieontvanger rapporteert jaarlijks over:

  • 1.

    Outputindicatoren

    • Individuele ondersteuning

      • °

        aantal cliënten;

      • °

        aantal trajecten;

      • °

        aard van de hulpvragen.

    • Schoolmaatschappelijk werk

      • °

        aantal leerlingen;

      • °

        aantal oudergesprekken;

      • °

        aantal schoolcontacten.

    • Collectieve ondersteuning

      • °

        aantal groepsactiviteiten;

      • °

        aantal deelnemers;

      • °

        aantal bijeenkomsten.

    • Waakvlamfunctie

      • °

        aantal waakvlamcontacten;

      • °

        aantal inwoners dat opnieuw ondersteuning ontvangt na een waakvlamcontact.

  • 2.

    Kwalitatieve indicatoren

Het college kan verzoeken aanvullend te rapporteren over de volgende kwalitatieve indicatoren:

Zelfredzaamheid

De subsidieontvanger rapporteert in welke mate inwoners:

  • Beter in staat zijn zelfstandig oplossingen te vinden voor hun vragen of problemen;

  • meer regie ervaren over hun eigen situatie;

  • beter weten welke ondersteuning beschikbaar is;

  • beter in staat zijn om zelfstandig verder te gaan na afronding van het traject.

Versterking van sociale netwerken

De subsidieontvanger rapporteert in welke mate inwoners:

  • hun sociale netwerk hebben versterkt;

  • meer steun ervaren vanuit hun omgeving;

  • gebruik maken van informele ondersteuning;

  • meer verbonden zijn met activiteiten of organisaties in de wijk of kern.

Veerkracht en welzijn

De subsidieontvanger rapporteert op welke wijze ondersteuning heeft bijgedragen aan:

  • het vergroten van veerkracht;

  • het verminderen van gevoelens van stress, overbelasting of eenzaamheid;

  • het beter omgaan met ingrijpende levensgebeurtenissen;

  • het hervatten van dagelijkse activiteiten.

Participatie

De subsidieontvanger rapporteert in welke mate inwoners:

  • actief deelnemen aan maatschappelijke activiteiten;

  • vrijwilligerswerk uitvoeren;

  • deelnemen aan onderwijs, werk of daginvulling;

  • betrokken zijn geraakt bij activiteiten in hun buurt of netwerk.

Maatschappelijk rendement

De subsidieontvanger beschrijft jaarlijks:

  • welke maatschappelijke effecten zijn bereikt;

  • welke trends en ontwikkelingen zichtbaar zijn in hulpvragen;

  • welke signalen relevant zijn voor beleid en uitvoering;

  • welke bijdrage de dienstverlening heeft geleverd aan een sterke sociale basis;

  • praktijkvoorbeelden en ervaringsverhalen die inzicht geven in de maatschappelijke waarde van de dienstverlening.

Artikel 7 Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze regeling.

  • 2.

    Het subsidieplafond wordt verdeeld over de volgende categorieën:

Categorie 1 – Individuele maatschappelijke dienstverlening

Deze categorie omvat:

  • maatschappelijk werk;

  • schoolmaatschappelijk werk;

  • psychosociale ondersteuning;

  • informatie en advies;

  • vraagverheldering;

  • ondersteuning gericht op zelfredzaamheid;

  • waakvlamondersteuning.

Categorie 2 – Collectieve ondersteuning

Deze categorie omvat:

  • groepsgerichte ondersteuning;

  • trainingen;

  • voorlichting;

  • lotgenotencontact;

  • activiteiten gericht op zelfredzaamheid;

  • activiteiten gericht op netwerkversterking;

  • activiteiten gericht op participatie.

Categorie 3 – Belangenbehartiging en ervaringsdeskundigheid

Deze categorie omvat:

  • belangenbehartiging;

  • cliëntvertegenwoordiging;

  • ervaringsdeskundigheid;

  • signalering;

  • toegankelijkheid en inclusie.

     

  • 3.

    Het college stelt jaarlijks voor iedere categorie afzonderlijk een subsidieplafond vast.

  • 4.

    Subsidieplafonds van de verschillende categorieën worden onafhankelijk van elkaar beoordeeld en verdeeld.

  • 5.

    Een overschrijding van het subsidieplafond binnen één categorie heeft geen gevolgen voor de beschikbare middelen binnen de andere categorieën.

  • 6.

    Indien binnen een categorie onvoldoende subsidieaanvragen worden ingediend, kan het college besluiten resterende middelen over te hevelen naar een andere categorie.

Artikel 8 Beoordelingscriteria

Algemeen

  • 1.

    Aanvragen worden uitsluitend beoordeeld binnen de categorie waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Aanvragen dienen aan te sluiten bij de doelstellingen van deze regeling en bijdragen aan de doelen van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein.

  • 3.

    Per categorie geldt een afzonderlijk beoordelingskader:

     

    Categorie 1 – Individuele maatschappelijke dienstverlening

    Maximale score: 100 punten

    Minimale score voor subsidieverlening: 75 punten.

     

    Beoordelingscriterium

    Punten

    Kwaliteit van de dienstverlening

    20

    Deskundigheid en ervaring

    15

    Bijdrage aan zelfredzaamheid

    15

    Versterking van sociale netwerken

    10

    Schoolmaatschappelijk werk

    10

    Toegankelijkheid en bereikbaarheid

    10

    Waakvlamfunctie

    5

    Samenwerking binnen het sociaal domein

    5

    Monitoring en kwaliteitsborging

    5

    Bijdrage aan gemeentelijke doelen

    5

    Totaal

    100

     

    Indien meerdere aanvragen voldoen aan de voorwaarden wordt subsidie verleend aan de aanvraag met de hoogste score.

     

    Het college heeft bij categorie 1 een voorkeur voor subsidiering van één uitvoerende organisatie of één samenwerkingsverband dat integraal uitvoering geeft aan de individuele maatschappelijke dienstverlening.

     

    Voor een toelichting op deze keuze verwijzen wij u naar bijlage 1.

     

    Categorie 2 – Collectieve ondersteuning

     

    Maximale score: 100 punten

    Minimale score voor subsidieverlening: 65 punten.

     

    Beoordelingscriterium

    Punten

    Bijdrage aan zelfredzaamheid

    20

    Versterking van sociale netwerken

    20

    Bereik van inwoners

    15

    Participatie en inclusie

    15

    Kwaliteit van het aanbod

    10

    Samenwerking

    10

    Vrijwilligers en ervaringsdeskundigheid

    5

    Monitoring en evaluatie

    5

    Totaal

    100

     

    Binnen deze categorie kunnen meerdere organisaties subsidie ontvangen.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden worden aanvragen gerangschikt op basis van de behaalde score.

     

    Categorie 3 – Belangenbehartiging en ervaringsdeskundigheid

    Maximale score: 100 punten

    Minimale score voor subsidieverlening: 60 punten.

     

    Beoordelingscriterium

    Punten

    Vertegenwoordiging van de doelgroep

    25

    Signalering van knelpunten

    20

    Inzet van ervaringsdeskundigheid

    15

    Bijdrage aan inclusie en toegankelijkheid

    15

    Samenwerking met partners

    10

    Bereik van de doelgroep

    10

    Monitoring en verantwoording

    5

    Totaal

    100

    Binnen deze categorie kunnen meerdere organisaties subsidie ontvangen.

    Indien het subsidieplafond wordt overschreden worden aanvragen gerangschikt op basis van de behaalde score.

     

Artikel 9 Aanvraagvereisten

  • Aanvragers kunnen een subsidieaanvraag indienen via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag bevat in ieder geval:

    • een project- of activiteitenplan met daarin:

      • °

        de doelstellingen en beoogde resultaten;

      • °

        een beschrijving van de doelgroep(en);

      • °

        een beschrijving van de activiteiten;

      • °

        een beschrijving van de samenwerking met andere partijen;

      • °

        een planning;

      • °

        een begroting;

      • °

        een beschrijving van monitoring en evaluatie.

  • 3.

    Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 4.

    Indien de aanvraag betrekking heeft op een volgend kalenderjaar, beslist het college uiterlijk acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting.

Artikel 10. Verantwoording en controle

  • 1.

    De subsidieontvanger legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 2.

    Het college kan tussentijdse controles uitvoeren op de voortgang van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 3.

    De subsidie wordt verstrekt in de vorm van voorschotten in nader te bepalen termijnen.

  • 4.

    Definitieve subsidievaststelling vindt plaats na afloop van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1.

    De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de ASV.

  • 2.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

    • niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

    • de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;

    • niet wordt voldaan aan de beoordelingscriteria genoemd in artikel 8.

Artikel 12. Subsidieverlening

  • 1.

    Subsidie wordt per categorie verleend aan de aanvraag of aanvragen die, met inachtneming van artikel 8 en binnen het beschikbare subsidieplafond, de hoogste puntenscore behalen.

  • 2.

    De aanvraag moet uiterlijk 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd schriftelijk zijn ingediend. Het college neemt een besluit binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    De gemeente Stichtse Vecht gaat een subsidierelatie aan voor de duur van één jaar.

  • 4.

    Het college kan subsidie voor meerdere jaren verlenen, indien dit past bij de aard van de activiteiten en onder voorbehoud van jaarlijkse begrotingsvaststelling en beschikbaarheid van middelen.

  • 5.

    Voor ieder subsidiejaar wordt beoordeeld of voldoende budget beschikbaar is (subsidieplafond). Voortzetting in een volgend jaar is afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen.

Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 14. Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking na publicatie.

  • 2.

    De looptijd van deze regeling is tot en met 31 december 2031.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling Maatschappelijke Dienstverlening Stichtse Vecht 2027–2031”

  • 4.

    Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Bijlage 1 Toelichting voorkeur 1 partij

Categorie 1 Individuele Ondersteuning

 

Het college heeft bij categorie 1 Individuele ondersteuning, de voorkeur om deze aan 1 partij (of samenwerkinsgverband) te gunnen.

 

Deze voorkeur is gebaseerd op de volgende overwegingen:

  • a.

    inwoners zijn gebaat bij een herkenbaar, laagdrempelig en eenduidig toegangspunt voor maatschappelijke ondersteuning;

  • b.

    maatschappelijke dienstverlening vraagt om continuïteit van ondersteuning, zodat inwoners kunnen terugvallen op een vertrouwde professional en het waakvlamprincipe effectief kan worden toegepast;

  • c.

    een integrale uitvoeringsorganisatie bevordert samenhang tussen maatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, collectieve ondersteuning, signalering en doorverwijzing;

  • d.

    een integrale uitvoeringsorganisatie draagt bij aan een efficiënte samenwerking met gemeentelijke toegang, onderwijs, welzijnsorganisaties, huisartsen, zorgaanbieders en andere partners binnen het sociaal domein;

  • e.

    versnippering van individuele maatschappelijke dienstverlening over meerdere aanbieders kan leiden tot onduidelijkheid voor inwoners, overlap in werkzaamheden en verminderde efficiëntie;

  • f.

    één uitvoerende organisatie maakt een uniforme werkwijze, consistente monitoring en eenduidige verantwoording mogelijk;

  • g.

    de voorkeur voor één uitvoerende organisatie draagt bij aan doelmatige inzet van publieke middelen.

Het college kan gemotiveerd afwijken van deze voorkeur indien een samenwerkingsverband van organisaties aantoonbaar beter bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling.

 

Bijlage 2 – Afwegingskader

Categorie 1

Individuele maatschappelijke dienstverlening

 

Beoordelingscriterium

Lage score

Middelhoge score

Hoge score

Kwaliteit van de dienstverlening

Het aanbod is beperkt uitgewerkt, versnipperd of sluit onvoldoende aan op de behoeften van inwoners.

Het aanbod is voldoende uitgewerkt en sluit aan op de doelgroep(en).

Er is sprake van een integraal, professioneel en samenhangend aanbod dat aantoonbaar aansluit op de behoeften van inwoners.

Deskundigheid en ervaring

Beperkte ervaring en deskundigheid aanwezig.

Voldoende ervaring en deskundigheid aanwezig.

Specialistische kennis en ruime ervaring met complexe maatschappelijke vraagstukken aanwezig.

Bijdrage aan zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid speelt een beperkte rol.

Zelfredzaamheid is een belangrijk onderdeel van de ondersteuning.

Versterking van zelfredzaamheid en eigen regie vormt het centrale uitgangspunt van de dienstverlening.

Versterking van sociale netwerken

Het sociale netwerk wordt nauwelijks betrokken.

Het sociale netwerk wordt betrokken waar mogelijk.

Actieve inzet op het versterken, uitbreiden en benutten van sociale netwerken.

Schoolmaatschappelijk werk

Beperkte samenwerking met onderwijs.

Structurele samenwerking met scholen aanwezig.

Sterke verbinding tussen onderwijs, ouders, maatschappelijke ondersteuning en gemeentelijke voorzieningen.

Toegankelijkheid en bereikbaarheid

Ondersteuning is beperkt toegankelijk of moeilijk vindbaar.

Ondersteuning is voldoende toegankelijk.

Ondersteuning is laagdrempelig, goed bereikbaar en zichtbaar aanwezig binnen de gemeente.

Waakvlamfunctie

Niet of nauwelijks uitgewerkt.

Waakvlamfunctie maakt onderdeel uit van de dienstverlening.

Waakvlamfunctie is structureel ingebed en aantoonbaar effectief.

Samenwerking binnen het sociaal domein

Incidentele samenwerking.

Regelmatige samenwerking met partners.

Structurele en integrale samenwerking binnen de sociale basis.

Monitoring en kwaliteitsborging

Beperkte monitoring en verantwoording.

Resultaten worden gevolgd en geëvalueerd.

Er is sprake van structurele kwaliteitsverbetering en inzicht in maatschappelijke effecten.

Bijdrage aan gemeentelijke doelen

Beperkte aansluiting op gemeentelijke doelen.

Duidelijke aansluiting op gemeentelijke doelen.

Sterke aantoonbare bijdrage aan het IBK, de Wmo en de sociale basis.

Maximale score: 100 punten

Minimale score voor subsidieverlening: 75 punten

 

 

Categorie 2

Collectieve ondersteuning

 

Beoordelingscriterium

Lage score

Middelhoge score

Hoge score

Bijdrage aan zelfredzaamheid

Activiteiten dragen beperkt bij aan zelfredzaamheid.

Activiteiten dragen aantoonbaar bij aan zelfredzaamheid.

Versterking van zelfredzaamheid vormt het primaire doel van de activiteiten.

Versterking van sociale netwerken

Activiteiten leiden beperkt tot ontmoeting of verbinding.

Activiteiten stimuleren ontmoeting en verbinding.

Activiteiten versterken aantoonbaar sociale netwerken en de sociale basis.

Bereik van inwoners

Klein bereik binnen een beperkte doelgroep.

Redelijk bereik binnen de doelgroep.

Breed en divers bereik van inwoners binnen de gemeente.

Participatie en inclusie

Beperkte bijdrage aan participatie en inclusie.

Activiteiten dragen aantoonbaar bij aan participatie.

Activiteiten leveren een sterke bijdrage aan inclusie en maatschappelijke participatie.

Kwaliteit van het aanbod

Aanbod is beperkt uitgewerkt.

Aanbod is passend en voldoende onderbouwd.

Hoogwaardig, goed onderbouwd en vernieuwend aanbod.

Samenwerking

Beperkte samenwerking met partners.

Regelmatige samenwerking met partners.

Structurele samenwerking binnen de sociale basis.

Vrijwilligers en ervaringsdeskundigheid

Nauwelijks inzet van vrijwilligers of ervaringsdeskundigen.

Vrijwilligers of ervaringsdeskundigen worden ingezet.

Vrijwilligers en ervaringsdeskundigen vervullen een actieve en betekenisvolle rol.

Monitoring en evaluatie

Beperkte evaluatie van resultaten.

Resultaten worden gevolgd en geëvalueerd.

Er is inzicht in maatschappelijke effecten en opbrengsten.

Maximale score: 100 punten

Minimale score voor subsidieverlening: 65 punten

 

 

Categorie 3

Belangenbehartiging en ervaringsdeskundigheid

Beoordelingscriterium

Lage score

Middelhoge score

Hoge score

Vertegenwoordiging van de doelgroep

Beperkte vertegenwoordiging van de doelgroep.

Regelmatig contact met en vertegenwoordiging van de doelgroep.

Breed gedragen vertegenwoordiging en sterke binding met de doelgroep.

Signalering van knelpunten

Incidentele signalering.

Regelmatige signalering van knelpunten.

Structurele signalering met aantoonbare opvolging en terugkoppeling.

Inzet van ervaringsdeskundigheid

Ervaringsdeskundigheid wordt beperkt benut.

Ervaringsdeskundigheid wordt regelmatig ingezet.

Ervaringsdeskundigheid is structureel ingebed in organisatie en activiteiten.

Inclusie en toegankelijkheid

Beperkte bijdrage aan inclusie en toegankelijkheid.

Activiteiten dragen aantoonbaar bij aan inclusie.

Sterke aantoonbare bijdrage aan inclusie, toegankelijkheid en gelijke kansen.

Samenwerking

Beperkte samenwerking met partners.

Regelmatige samenwerking met partners.

Structurele samenwerking en actieve bijdrage aan beleidsontwikkeling.

Bereik van de doelgroep

Klein bereik van de doelgroep.

Redelijk bereik van de doelgroep.

Groot en divers bereik van de doelgroep.

Monitoring en verantwoording

Beperkte verantwoording van resultaten.

Resultaten worden inzichtelijk gemaakt.

Sterke focus op maatschappelijke effecten, signalering en verbetering.

Maximale score: 100 punten

Minimale score voor subsidieverlening: 60 punten

 

 

Naar boven