Subsidieregeling Amateurverenigingen Stichtse Vecht 2027-2031

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op het Subsidiebeleid Stichtse Vecht 2027 – 2031, het Integraal Beleidskader Stichtse Vecht 2026-2030 en de Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

 

Overwegende dat:

  • de gemeente Stichtse Vecht het belangrijk vindt dat inwoners actief kunnen deelnemen aan kunst en cultuur;

  • culturele amateurverenigingen een belangrijke bijdrage leveren aan cultuurparticipatie, ontmoeting en sociale cohesie;

  • culturele amateurverenigingen bijdragen aan een levendig cultureel klimaat en een sterke culturele basisinfrastructuur binnen de gemeente;

  • het voor de continuïteit van culturele amateurverenigingen van belang is dat zij ondersteuning ontvangen voor hun reguliere exploitatie;

  • de gemeente met deze regeling het voortbestaan en de toegankelijkheid van culturele amateurverenigingen wil ondersteunen;

besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Aanvrager: een vereniging of stichting als bedoeld in artikel 4 die een subsidieaanvraag indient.

  • 2.

    Actieve cultuurparticipatie: het gezamenlijk beoefenen en presenteren van kunst- en cultuuractiviteiten door amateurs binnen een culturele amateurvereniging.

  • 3.

    ASV: Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026.

  • 4.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht.

  • 5.

    Culturele amateurvereniging: een vereniging of stichting zonder winstoogmerk die zich structureel richt op de gezamenlijke beoefening van kunst en cultuur door amateurs in georganiseerd verband, op het gebied van muziek, zang, theater, dans, beeldende kunst, fotografie, literatuur, erfgoed of vergelijkbare culturele disciplines, en waarvan de primaire doelstelling niet bestaat uit het verzorgen van cultuureducatie, cursussen of lessen, maar uit de actieve deelname van leden aan gezamenlijke culturele activiteiten en presentaties.

  • 6.

    Exploitatiekosten: kosten die noodzakelijk zijn voor het reguliere functioneren van een culturele amateurvereniging.

  • 7.

    IBK: Integraal Beleidskader Stichtse Vecht 2026-2030.

  • 8.

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling.

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan de gemeentelijke ambities op het gebied van cultuurparticipatie, ontmoeting, leefbaarheid en sociale cohesie zoals opgenomen in het Integraal Beleidskader Stichtse Vecht 2026-2030 en het coalitieakkoord 2026-2030.

 

De regeling draagt in het bijzonder bij aan:

  • a.

    het in stand houden van culturele amateurverenigingen;

  • b.

    het bevorderen van actieve cultuurparticipatie van inwoners;

  • c.

    het versterken van sociale cohesie en ontmoeting;

  • d.

    het behouden van een sterke culturele basisinfrastructuur binnen de gemeente.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het ondersteunen van culturele amateurverenigingen in de gemeente Stichtse Vecht zodat zij hun activiteiten duurzaam kunnen voortzetten en toegankelijk blijven voor inwoners.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door culturele amateurverenigingen die:

    • a.

      gevestigd zijn in de gemeente Stichtse Vecht;

    • b.

      rechtspersoonlijkheid van een vereniging of stichting bezitten;

    • c.

      zonder winstoogmerk werkzaam zijn;

    • d.

      activiteiten uitvoeren die gericht zijn op actieve cultuurparticipatie.

  • 2.

    De activiteiten van de vereniging vinden hoofdzakelijk plaats binnen de gemeente Stichtse Vecht.

  • 3.

    De vereniging organiseert jaarlijks ten minste één openbare uitvoering, presentatie, tentoonstelling of andere activiteit die toegankelijk is voor inwoners van Stichtse Vecht.

Artikel 5. Subsidiabele kosten

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt voor het in stand houden van culturele amateurverenigingen.

  • 2.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor reguliere exploitatiekosten en reguliere kernactiviteiten van de vereniging.

  • 3.

    Onder subsidiabele kosten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      kosten voor repetitie-, oefen-, presentatie- en uitvoeringsruimten;

    • b.

      kosten voor professionele artistieke begeleiding, waaronder dirigenten, regisseurs, choreografen en docenten;

    • c.

      kosten voor administratie, bankkosten en verzekeringen;

    • d.

      kosten voor materialen, instrumenten en benodigdheden die noodzakelijk zijn voor de reguliere activiteiten van de vereniging;

    • e.

      kosten voor publiciteit en ledenwerving;

    • f.

      overige kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het reguliere functioneren van de vereniging.

  • 4.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      incidentele projecten, evenementen of producties;

    • b.

      activiteiten die primair gericht zijn op cultuureducatie, cursussen of lessen;

    • c.

      commerciële activiteiten;

    • d.

      investeringen in gebouwen of vastgoed;

    • e.

      aanschaf van duurzame bedrijfsmiddelen met een aanschafwaarde hoger dan € 2.500;

    • f.

      kosten die reeds op grond van een andere gemeentelijke subsidieregeling worden gesubsidieerd.

Artikel 6. Indicatoren

De subsidieontvanger rapporteert halfjaarlijks over:

  • a.

    het aantal leden;

  • b.

    het aantal actieve deelnemers;

  • c.

    het aantal georganiseerde activiteiten;

  • d.

    het aantal openbare uitvoeringen, presentaties, tentoonstellingen of optredens;

  • e.

    de bijdrage van de vereniging aan cultuurparticipatie binnen de gemeente.

Artikel 7. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Per culturele amateurvereniging wordt maximaal € 3.500 subsidie verleend.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal 70% van de subsidiabele exploitatiekosten.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

  • a.

    de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

  • b.

    de aanvraag betrekking heeft op subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 5;

  • c.

    de aanvraag voldoet aan de aanvraagvereisten genoemd in artikel 9.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

  • 1.

    Aanvragers dienen een subsidieaanvraag in via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag bevat in ieder geval:

    • a.

      een beschrijving van de vereniging;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten in het subsidiejaar;

    • c.

      het actuele aantal leden;

    • d.

      een begroting van de exploitatiekosten;

    • e.

      een overzicht van de inkomsten, waaronder contributies en overige bijdragen;

    • f.

      een sluitend dekkingsplan.

  • 3.

    Het college kan aanvullende informatie opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 4.

    Indien een aanvraag onvolledig is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen een door het college te stellen termijn aan te vullen.

Artikel 10. Verantwoording en controle

  • 1.

    De subsidieontvanger legt uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het subsidiejaar verantwoording af over de besteding van de subsidie.

  • 2.

    De verantwoording bevat ten minste:

    • a.

      een overzicht van de uitgevoerde activiteiten;

    • b.

      een overzicht van het aantal leden;

    • c.

      een overzicht van de openbare activiteiten;

    • d.

      een financieel overzicht van de werkelijke inkomsten en uitgaven.

  • 3.

    Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de verantwoording.

  • 4.

    Indien blijkt dat de subsidie niet overeenkomstig deze regeling is besteed, kan het college de subsidie lager vaststellen of geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 5.

    Op de verantwoording, vaststelling en controle van subsidies zijn tevens de bepalingen van de ASV van toepassing.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1.

    De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de ASV .

  • 2.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4;

    • b.

      de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling;

    • c.

      onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vereniging structureel actief is binnen de gemeente Stichtse Vecht.

  • 3.

    De subsidie wordt zodanig vastgesteld dat dezelfde subsidiabele kosten niet meer dan eenmaal met gemeentelijke middelen worden gefinancierd. Indien sprake is van dubbele gemeentelijke financiering kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, lager vaststellen of terugvorderen.

Artikel 12. Subsidieverlening

  • 1.

    Subsidieaanvragen worden jaarlijks uiterlijk op 1 oktober ingediend voor het daaropvolgende kalenderjaar.

  • 2.

    Het college beslist binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting op de volledige subsidieaanvragen.

  • 3.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling.

  • 4.

    Indien het totaal van de subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond overschrijdt, verdeelt het college het beschikbare budget naar rato over de subsidiabele aanvragen.

  • 5.

    Subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentebegroting en beschikbaarheid van middelen.

Artikel 13. Monitoring en evaluatie

  • 1.

    Het college monitort gedurende de looptijd van deze regeling de uitvoering, resultaten en doelmatigheid van de verstrekte subsidies.

  • 2.

    Subsidieontvangers verlenen desgevraagd medewerking aan monitoring, onderzoek en evaluatie van deze regeling.

  • 3.

    Het college voert uiterlijk in 2030 een evaluatie uit van de werking, doeltreffendheid en effecten van deze regeling.

  • 4.

    De uitkomsten van de evaluatie worden betrokken bij de besluitvorming over de eventuele voortzetting, wijziging of vervanging van deze regeling na 31 december 2031.

Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan de bepalingen in deze regeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing van die bepalingen gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met die bepalingen te dienen doelen.

Artikel 15. Inwerkingtreding, looptijd, citeertitel en slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking na publicatie.

  • 2.

    Deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: “Subsidieregeling Amateurverenigingen Stichtse Vecht 2027-2031”.

  • 4.

    In stukken, correspondentie en communicatie-uitingen kan deze regeling tevens worden aangeduid als: “Regeling Amateurverenigingen”.

  • 5.

    Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Naar boven