Subsidieregeling Herdenken Stichtse Vecht 2027-2031

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op het Subsidiebeleid Stichtse Vecht 2027 – 2031, het Integraal Beleidskader Sociaal Domein Stichtse Vecht en de Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

 

Overwegende dat:

  • herdenken bijdraagt aan bewustwording van historische gebeurtenissen en hun betekenis voor de samenleving;

  • herdenkingen bijdragen aan verbondenheid, ontmoeting en maatschappelijke betrokkenheid;

  • de gemeente Stichtse Vecht het belangrijk vindt dat inwoners gezamenlijk kunnen stilstaan bij gebeurtenissen die van betekenis zijn voor vrijheid, democratie, vrede en mensenrechten;

  • lokale herdenkingen bijdragen aan de identiteit en sociale samenhang binnen de verschillende kernen van Stichtse Vecht;

  • de gemeente ruimte wil bieden aan initiatieven van inwoners en organisaties die herdenken toegankelijk en betekenisvol maken voor verschillende generaties;

  • deze regeling uitvoering geeft aan gemeentelijke ambities op het gebied van ontmoeting, maatschappelijke betrokkenheid en gemeenschapsvorming;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

 

Besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder

  • 1.

    Aanvrager: een rechtspersoon of samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4 dat een subsidieaanvraag indient.

  • 2.

    ASV: Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026.

  • 3.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht.

  • 4.

    Herdenkingsactiviteit: een publiek toegankelijke activiteit waarbij gezamenlijk wordt stilgestaan bij gebeurtenissen, personen of groepen die van betekenis zijn voor de geschiedenis, vrijheid, democratie, vrede, mensenrechten of maatschappelijke ontwikkeling van Stichtse Vecht, Nederland of de wereld.

  • 5.

    Herdenken: het gezamenlijk of individueel stilstaan bij gebeurtenissen, personen of groepen uit het verleden met als doel bewustwording, kennisoverdracht, reflectie, ontmoeting of maatschappelijke betrokkenheid te bevorderen.

  • 6.

    Maatschappelijke betrokkenheid: actieve deelname van inwoners, vrijwilligers, organisaties of gemeenschappen aan de voorbereiding, uitvoering of ondersteuning van een herdenkingsactiviteit.

  • 7.

    Projectsubsidie: een subsidie voor een eenmalige activiteit of een afgebakend project dat bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling.

  • 8.

    Publiek toegankelijk: vrij toegankelijk voor inwoners en bezoekers of toegankelijk na voorafgaande aanmelding, waarbij deelname niet is beperkt tot een besloten groep.

  • 9.

    Samenwerkingspartner: een organisatie, instelling, gemeenschap of andere partij die aantoonbaar betrokken is bij de voorbereiding of uitvoering van een herdenkingsactiviteit.

  • 10.

    Sociale cohesie: de mate waarin inwoners zich verbonden voelen met elkaar, hun gemeenschap of hun leefomgeving en actief deelnemen aan het maatschappelijk leven.

  • 11.

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

  • 12.

    Subsidiabele activiteiten: activiteiten die op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan:

  • a.

    het bevorderen van ontmoeting en verbondenheid tussen inwoners;

  • b.

    het versterken van sociale cohesie binnen de kernen van Stichtse Vecht;

  • c.

    het vergroten van kennis en bewustwording over historische gebeurtenissen en hun betekenis voor de huidige samenleving;

  • d.

    het stimuleren van betrokkenheid bij vrijheid, democratie, vrede en mensenrechten;

  • e.

    het bevorderen van intergenerationele ontmoeting en kennisoverdracht.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het ondersteunen van activiteiten die inwoners gezamenlijk laten stilstaan bij gebeurtenissen, personen of groepen die van betekenis zijn voor de geschiedenis, vrijheid, democratie, vrede en maatschappelijke ontwikkeling van Stichtse Vecht en het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      stichtingen;

    • b.

      verenigingen;

    • c.

      maatschappelijke organisaties;

    • d.

      veteranenorganisaties;

    • e.

      erfgoedorganisaties;

    • f.

      wijk- en dorporganisaties;

    • g.

      samenwerkingsverbanden van inwoners en organisaties;

    • h.

      andere rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • 2.

    Indien een initiatief wordt ingediend door een groep inwoners zonder rechtspersoonlijkheid, dient de aanvraag te worden ingediend door een rechtspersoon die optreedt als penvoerder.

  • 3.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd:

    • a.

      vinden geheel plaats binnen de gemeente Stichtse Vecht;

    • b.

      zijn openbaar toegankelijk of komen aantoonbaar ten goede aan inwoners van Stichtse Vecht;

    • c.

      dragen bij aan de doelstellingen van deze regeling zoals bedoeld in artikel 3.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Voor subsidie komen in aanmerking:

    • a.

      lokale en nationale herdenkingsbijeenkomsten;

    • b.

      activiteiten rondom 4 en 5 mei;

    • c.

      herdenkingsactiviteiten gericht op vrijheid, democratie, vrede en mensenrechten;

    • d.

      educatieve activiteiten die verband houden met herdenken;

    • e.

      activiteiten die verschillende generaties betrekken bij herdenken;

    • f.

      activiteiten die bijdragen aan ontmoeting en gemeenschapsvorming rondom herdenken;

    • g.

      lezingen, gesprekken, tentoonstellingen of andere publieksactiviteiten met een duidelijk herdenkingsdoel.

  • 2.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      religieuze vieringen;

    • b.

      politieke bijeenkomsten of campagnes;

    • c.

      reguliere exploitatiekosten;

    • d.

      commerciële activiteiten;

    • e.

      activiteiten die behoren tot de regeling Levend Erfgoed;

    • f.

      activiteiten die behoren tot de regeling Kunst in de Openbare Ruimte;

    • g.

      de aanleg, restauratie of het onderhoud van monumenten of gedenktekens;

    • h.

      activiteiten die naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze regeling.

Artikel 6. Indicatoren

  • 1.

    De subsidieontvanger houdt gedurende de uitvoering van de activiteiten gegevens bij over:

    • a.

      het aantal georganiseerde activiteiten;

    • b.

      het aantal deelnemers of bezoekers;

    • c.

      de wijze waarop inwoners bij de activiteiten zijn betrokken;

    • d.

      de wijze waarop aandacht is besteed aan herdenken, vrijheid, democratie, vrede en mensenrechten;

    • e.

      de betrokkenheid van verschillende generaties, doelgroepen of gemeenschappen;

    • f.

      de samenwerking met andere organisaties, instellingen of vrijwilligers.

  • 2.

    De subsidieontvanger rapporteert hierover bij de subsidieverantwoording.

  • 3.

    Het college kan nadere afspraken maken over de wijze waarop de resultaten worden gemonitord en verantwoord.

Artikel 7. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Per aanvraag kan maximaal € 9.000 subsidie worden verleend.

  • 3.

    Subsidieaanvragen voor activiteiten die plaatsvinden in een kalenderjaar worden uiterlijk op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar ingediend.

  • 4.

    Het college beslist uiterlijk binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 5.

    Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria zoals opgenomen in artikel 8.

  • 6.

    Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

    • a.

      het subsidieplafond wordt overschreden;

    • b.

      de aanvraag onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

    • a.

      de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

    • b.

      de activiteiten passen binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;

    • c.

      de aanvraag past binnen het doel van deze regeling zoals bedoeld in artikel 3;

    • d.

      de aanvraag voldoet aan de aanvraagvereisten genoemd in artikel 9.

  • 2.

    Volledige aanvragen die voldoen aan het eerste lid worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria.

  • 3.

    Per criterium kunnen punten worden toegekend. Het maximaal aantal te behalen punten bedraagt 100.

     

    Beoordelingscriterium

    Maximaal aantal punten

    1. Bijdrage aan doelstellingen regeling

    25

    2, Maatschappelijke betekenis en relevantie voor inwoners

    20

    3. Publieksbereik en toegankelijkheid

    20

    4. Bijdrage aan ontmoeting en sociale cohesie

    15

    5. Betrokkenheid van verschillende generaties

    10

    6. Realistische begroting en doelmatige besteding van middelen

    10

     

  • 4.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanvragen die minimaal 70 punten behalen.

  • 5.

    Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen gerangschikt op basis van het behaalde aantal punten. Subsidie wordt verleend aan de hoogst scorende aanvragen totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 6.

    Indien meerdere aanvragen een gelijk aantal punten behalen en het subsidieplafond onvoldoende is om alle aanvragen volledig te honoreren, geeft het college achtereenvolgens voorrang aan de aanvraag die:

    • a.

      een groter publieksbereik heeft;

    • b.

      een grotere bijdrage levert aan ontmoeting, verbinding en sociale cohesie;

    • c.

      een grotere betekenis heeft voor de lokale gemeenschap;

    • d.

      meer verschillende generaties betrekt bij de activiteit.

  • 7.

    Indien toepassing van deze criteria niet tot onderscheid leidt, beslist het college.

  • 8.

    Het college kan nadere regels vaststellen voor de toepassing van de beoordelingscriteria.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

  • 1.

    Aanvragers dienen een subsidieaanvraag in via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag bevat in ieder geval:

    • a.

      een beschrijving van de activiteit of activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      een toelichting op de bijdrage van de activiteit aan de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      een beschrijving van de doelgroep(en) waarop de activiteit is gericht;

    • d.

      een beschrijving van de wijze waarop inwoners bij de activiteit worden betrokken;

    • e.

      een inschatting van het verwachte aantal deelnemers of bezoekers;

    • f.

      een beschrijving van eventuele samenwerkingspartners;

    • g.

      een planning en data van de voorbereiding en uitvoering van de activiteit;

    • h.

      een sluitende begroting en een dekkingsplan, inclusief eventuele bijdragen van derden;

    • i.

      indien van toepassing, een beschrijving van de wijze waarop verschillende generaties, gemeenschappen of doelgroepen bij de activiteit worden betrokken.

  • 2.

    De aanvrager vermeldt bij de aanvraag welke subsidies, fondsen of andere financiële bijdragen voor dezelfde activiteit zijn of worden aangevraagd of zijn ontvangen.

  • 3.

    Het college kan aanvullende informatie opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 4.

    Subsidieaanvragen voor activiteiten die plaatsvinden in een kalenderjaar worden uiterlijk op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar ingediend.

  • 5.

    Het college beslist uiterlijk binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 10. Verantwoording en controle

  • 1.

    De subsidieontvanger legt na afloop van de activiteit of het project binnen 12 weken verantwoording af over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 2.

    De verantwoording bevat ten minste:

    • a.

      een inhoudelijke beschrijving van de uitgevoerde activiteit(en);

    • b.

      een beschrijving van de behaalde resultaten in relatie tot de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      een overzicht van het aantal deelnemers, bezoekers of betrokken inwoners;

    • d.

      een financieel overzicht van de werkelijke inkomsten en uitgaven van de activiteit(en).

  • 3.

    Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de verantwoording.

  • 4.

    De subsidieontvanger verleent desgevraagd medewerking aan onderzoek of controle door of namens het college.

  • 5.

    Indien blijkt dat de activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd, of dat de subsidie niet overeenkomstig de doelstellingen van deze regeling is besteed, kan het college de subsidie lager vaststellen of geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 6.

    Subsidies tot en met € 2.000 worden direct vastgesteld. Voor deze subsidies is geen afzonderlijke financiële verantwoording vereist. De subsidieontvanger verstrekt binnen acht weken na afloop van de activiteit desgevraagd een korte inhoudelijke terugkoppeling van maximaal één pagina en ten minste één foto of ander bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de activiteit heeft plaatsgevonden.

  • 7.

    Op de verantwoording, vaststelling en controle van subsidies zijn tevens de bepalingen van de ASV van toepassing.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1.

    De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de ASV.

  • 2.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.

  • 3.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8.

  • 4.

    De subsidie wordt zodanig vastgesteld dat dezelfde subsidiabele kosten niet meer dan eenmaal met gemeentelijke middelen worden gefinancierd. Indien sprake is van dubbele gemeentelijke financiering kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, lager vaststellen of terugvorderen.

Artikel 12. Subsidieverlening

  • 1.

    Het college beoordeelt de subsidieaanvragen aan de hand van de voorwaarden en beoordelingscriteria zoals opgenomen in deze regeling.

  • 2.

    Subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling worden beoordeeld en gerangschikt overeenkomstig artikel 8.

  • 3.

    Indien het totaal van de aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen het subsidieplafond overschrijdt, wordt subsidie verleend aan de hoogst scorende aanvragen totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 4.

    Het college beslist uiterlijk binnen acht weken na vaststelling van de gemeentebegroting voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 5.

    De subsidie wordt na subsidieverlening in één voorschot uitbetaald, tenzij het college anders besluit.

  • 6.

    Subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentebegroting en beschikbaarheid van middelen.

Artikel 13 Monitoring en evaluatie

  • 1.

    Het college monitort gedurende de looptijd van deze regeling de uitvoering, resultaten en doelmatigheid van de verstrekte subsidies.

  • 2.

    Subsidieontvangers verlenen desgevraagd medewerking aan monitoring, onderzoek en evaluatie van deze regeling.

  • 3.

    Het college voert uiterlijk in 2030 een evaluatie uit van de werking, doeltreffendheid en effecten van deze regeling.

  • 4.

    De uitkomsten van de evaluatie worden betrokken bij de besluitvorming over de eventuele voortzetting, wijziging of vervanging van deze regeling na 31 december 2031.

Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 15. Inwerkingtreding, looptijd, citeertitel en slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking na publicatie.

  • 2.

    Deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Herdenken Stichtse Vecht 2027-2031".

  • 4.

    In stukken, correspondentie en communicatie-uitingen kan de regeling tevens worden aangeduid als: “Regeling Herdenken".

  • 5.

    Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Naar boven