Subsidieregeling Kunst in de Openbare Ruimte 2027-2031

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht,

gelet op het Subsidiebeleid Stichtse Vecht 2027 – 2031, het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en de Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 (ASV),

 

Overwegende dat:

  • kunst in de openbare ruimte bijdraagt aan de kwaliteit, identiteit en beleefbaarheid van de leefomgeving;

  • kunst inwoners en bezoekers uitnodigt tot ontmoeting, reflectie, verwondering en dialoog;

  • kunstwerken kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid van de geschiedenis, identiteit en verhalen van Stichtse Vecht;

  • de gemeente Stichtse Vecht waarde hecht aan een aantrekkelijke en betekenisvolle openbare ruimte;

  • kunst in de openbare ruimte kan bijdragen aan placemaking, gemeenschapsvorming en culturele participatie;

  • de gemeente ruimte wil bieden aan initiatieven van inwoners, kunstenaars en organisaties die bijdragen aan de kwaliteit en betekenis van de openbare ruimte;

  • deze regeling uitvoering geeft aan de gemeentelijke ambities op het gebied van kunst, cultuur, erfgoed, participatie en leefomgeving;

Voor alles waar deze subsidieregeling niet in voorziet geldt onverkort de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026.

 

Besluit de volgende regeling vast te stellen:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Aanvrager: een rechtspersoon of samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4 dat een subsidieaanvraag indient.

  • 2.

    ASV: Verordening Algemene subsidieverordening Stichtse Vecht 2026.

  • 3.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht.

  • 4.

    Kunst in de openbare ruimte: beeldende kunst die permanent of tijdelijk wordt geplaatst of gepresenteerd in een voor publiek toegankelijke buitenruimte en die een artistieke, culturele, maatschappelijke of ruimtelijke betekenis heeft.

  • 5.

    Kunstwerk: een artistieke creatie die door een kunstenaar of kunstenaarscollectief is ontworpen en die is bedoeld als autonome of toegepaste beeldende kunst. Onder kunstwerk worden in deze regeling niet verstaan civieltechnische of infrastructurele kunstwerken zoals bruggen, viaducten, tunnels, sluizen, beschoeiingen of vergelijkbare constructies.

  • 6.

    Kunstenaar: een professionele of amateurkunstenaar, kunstenaarscollectief of andere maker die verantwoordelijk is voor het artistieke ontwerp of de uitvoering van een kunstwerk.

  • 7.

    Openbare ruimte: een voor publiek toegankelijke buitenruimte binnen de gemeente Stichtse Vecht, waaronder straten, pleinen, parken, groenvoorzieningen, waterkanten en andere vrij toegankelijke locaties.

  • 8.

    Participatiecomponent: de actieve betrokkenheid van inwoners, gebruikers van een locatie of andere belanghebbenden bij de voorbereiding, ontwikkeling, realisatie of presentatie van een kunstproject.

  • 9.

    Projectsubsidie: een subsidie voor een eenmalige of tijdelijke activiteit of een afgebakend project dat bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling.

  • 10.

    Publiek toegankelijk: voor inwoners en bezoekers vrij toegankelijk of toegankelijk na voorafgaande aanmelding, waarbij deelname niet is beperkt tot een besloten groep.

  • 11.

    Samenwerkingspartner: een organisatie, instelling, gemeenschap, kunstenaar of andere partij die aantoonbaar betrokken is bij de ontwikkeling, realisatie of presentatie van het kunstproject.

  • 12.

    Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

  • 13.

    Subsidiabele activiteiten: activiteiten die op grond van artikel 5 voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 2. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

Deze regeling draagt bij aan:

  • a.

    het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en beleefbaarheid van de openbare ruimte;

  • b.

    het zichtbaar maken van de identiteit, geschiedenis en verhalen van Stichtse Vecht;

  • c.

    het bevorderen van ontmoeting, betrokkenheid en participatie van inwoners;

  • d.

    het vergroten van de toegankelijkheid van kunst voor inwoners en bezoekers;

  • e.

    het stimuleren van artistieke kwaliteit en culturele ontwikkeling.

Artikel 3. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de realisatie, plaatsing, vernieuwing of presentatie van kunst in de openbare ruimte en die een bijdrage leveren aan de identiteit, kwaliteit en beleefbaarheid van Stichtse Vecht.

Artikel 4. Doelgroep en reikwijdte

  • 1.

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      stichtingen;

    • b.

      verenigingen;

    • c.

      culturele organisaties;

    • d.

      erfgoedorganisaties;

    • e.

      kunstenaarscollectieven;

    • f.

      samenwerkingsverbanden van inwoners en organisaties;

    • g.

      andere rechtspersonen zonder winstoogmerk.

  • 2.

    Indien een initiatief wordt ingediend door een groep inwoners zonder rechtspersoonlijkheid, dient de aanvraag te worden ingediend door een rechtspersoon die optreedt als penvoerder.

  • 3.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd:

    • a.

      vinden geheel of gedeeltelijk plaats binnen de gemeente Stichtse Vecht;

    • b.

      zijn openbaar toegankelijk of komen aantoonbaar ten goede aan inwoners van Stichtse Vecht;

    • c.

      dragen bij aan de doelstellingen van deze regeling zoals bedoeld in artikel 3.

Artikel 5. Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Voor subsidie komen in aanmerking:

    • a.

      de ontwikkeling, vervaardiging en plaatsing van kunstwerken in de openbare ruimte;

    • b.

      kunstwerken die bijdragen aan de identiteit, geschiedenis of verhalen van Stichtse Vecht;

    • c.

      monumentale kunstwerken, herinneringskunstwerken en kunstzinnige markeringen van historische gebeurtenissen of gemeenschappen;

    • d.

      participatieve kunstprojecten waarbij inwoners betrokken zijn bij de ontwikkeling of totstandkoming van een kunstwerk;

    • e.

      tijdelijke en duurzame kunstprojecten in de openbare ruimte met een duidelijke publieke functie;

    • f.

      haalbaarheidsonderzoeken, ontwerptrajecten en participatietrajecten die rechtstreeks verband houden met een beoogd kunstwerk;

    • g.

      kosten voor vergunningen, leges en onderzoeken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding en realisatie van een kunstproject.

  • 3.

    Niet subsidiabel zijn:

    • a.

      reguliere exploitatiekosten van organisaties;

    • b.

      onderhoud van bestaande kunstwerken;

    • c.

      restauratie of onderhoud van monumenten of gebouwd erfgoed;

    • d.

      activiteiten die behoren tot de regeling Levend Erfgoed;

    • e.

      museale activiteiten of tentoonstellingen binnen gebouwen;

    • f.

      commerciële kunstprojecten;

    • g.

      activiteiten waarvoor reeds een gemeentelijke subsidie of bijdrage is verleend;

    • h.

      activiteiten die naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van deze regeling.

  • 4.

    Onder deze regeling worden niet verstaan civieltechnische of infrastructurele kunstwerken als bedoeld in de fysieke leefomgeving.

Artikel 6. Indicatoren

  • 1.

    De subsidieontvanger houdt gedurende de uitvoering van de activiteiten gegevens bij over:

    • a.

      de voortgang en realisatie van het kunstwerk of kunstproject;

    • b.

      de wijze waarop inwoners, gebruikers van de locatie of andere belanghebbenden bij het project zijn betrokken;

    • c.

      het aantal deelnemers aan eventuele participatie-, informatie- of publieksactiviteiten;

    • d.

      de wijze waarop het kunstwerk toegankelijk en zichtbaar is gemaakt voor inwoners en bezoekers;

    • e.

      de samenwerkingspartners die betrokken zijn bij de ontwikkeling, realisatie of presentatie van het kunstwerk;

    • f.

      de wijze waarop het kunstwerk bijdraagt aan de identiteit, geschiedenis, leefomgeving, erfgoed of maatschappelijke betekenis van de betreffende kern of locatie.

  • 2.

    De subsidieontvanger rapporteert hierover bij de subsidieverantwoording.

  • 3.

    Het college kan nadere afspraken maken over de wijze waarop de resultaten worden gemonitord en verantwoord.

Artikel 7. Subsidieplafond

  • 1.

    Het college stelt jaarlijks vóór aanvang van het subsidiejaar het subsidieplafond vast en maakt dit bekend overeenkomstig artikel 4:27 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Per aanvraag kan maximaal € 7.500 subsidie worden verleend.

  • 3.

    Subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd indien:

    • a.

      het subsidieplafond is bereikt;

    • b.

      de aanvraag onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling.

  • 4.

    Indien het totaal van de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden van deze regeling het subsidieplafond overschrijdt, worden de aanvragen gerangschikt op basis van de beoordelingscriteria zoals opgenomen in artikel 8.

Artikel 8. Beoordelingscriteria

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend indien:

    • a.

      de aanvrager voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 4;

    • b.

      de activiteiten passen binnen de subsidiabele activiteiten genoemd in artikel 5;

    • c.

      de aanvraag past binnen het doel van deze regeling zoals bedoeld in artikel 3;

    • d.

      de aanvraag voldoet aan de aanvraagvereisten genoemd in artikel 9.

  • 2.

    Volledige aanvragen die voldoen aan het eerste lid worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria.

  • 3.

    Per criterium kunnen punten worden toegekend. Het maximaal aantal te behalen punten bedraagt 100.

     

    Beoordelingscriterium

    Maximaal aantal punten

    1. Artistieke kwaliteit van het kunstwerk

    20

    2. Bijdrage aan identiteit, geschiedenis of verhalen van Stichtse Vecht

    20

    3. Publieke betekenis en toegankelijkheid

    15

    4. De mate van participatie en/of betrokkenheid van inwoners

    10

    5. Ruimtelijke kwaliteit en inpassing

    10

    6. Kwaliteit, uitvoerbaarheid en haalbaarheid van het plan

    10

    7. Realistische begroting en doelmatige besteding van middelen

    15

     

  • 4.

    Subsidie wordt uitsluitend verleend aan aanvragen die minimaal 70 punten behalen.

  • 5.

    Indien door honorering van een aanvraag het subsidieplafond zou worden overschreden, wordt de aanvraag geheel of gedeeltelijk geweigerd.

  • 6.

    Het college kan nadere regels vaststellen voor de toepassing van de beoordelingscriteria.

Artikel 9. Aanvraagvereisten

  • 1.

    Aanvragers dienen een subsidieaanvraag in via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2.

    De aanvraag bevat in ieder geval:

    • a.

      een beschrijving van het artistieke concept en de beoogde verschijningsvorm van het kunstproject, aangevuld met beeldmateriaal indien beschikbaar;

    • b.

      een toelichting op de bijdrage van het project aan de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      een beschrijving van de artistieke visie, inhoudelijke betekenis en maatschappelijke relevantie van het kunstwerk;

    • d.

      een beschrijving van de beoogde locatie en de relatie tussen het kunstwerk en de omgeving, indien deze bij aanvraag reeds bekend is;

    • e.

      een beschrijving van de wijze waarop inwoners, gebruikers van de locatie of andere belanghebbenden bij het project worden betrokken, indien van toepassing;

    • f.

      een planning van ontwerp, voorbereiding, realisatie en plaatsing;

    • g.

      een sluitende begroting en een dekkingsplan, inclusief eventuele bijdragen van derden;

    • h.

      een beschrijving van de eigendoms-, beheer- en onderhoudssituatie van het kunstwerk na realisatie, voor zover van toepassing;

    • i.

      indien beschikbaar, een verklaring waaruit blijkt dat de eigenaar van de beoogde locatie instemt met plaatsing van het kunstwerk;

    • j.

      indien van toepassing, een beschrijving van de samenwerkingspartners.

  • 3.

    De aanvrager vermeldt bij de aanvraag welke subsidies, fondsen of andere financiële bijdragen voor dezelfde activiteit zijn of worden aangevraagd of zijn ontvangen.

  • 4.

    Het college kan aanvullende informatie opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 5.

    Subsidieaanvragen dienen uiterlijk 16 weken voor aanvang van de activiteit te zijn ingediend.

  • 6.

    Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

Artikel 10. Verantwoording en controle

  • 1.

    De subsidieontvanger legt na afloop van de activiteit of het project binnen 12 weken verantwoording af over de uitvoering van de activiteiten en de besteding van de subsidie.

  • 2.

    De verantwoording bevat ten minste:

    • a.

      een inhoudelijke beschrijving van de uitgevoerde activiteiten;

    • b.

      een beschrijving van de behaalde resultaten in relatie tot de doelstellingen van deze regeling;

    • c.

      een beschrijving van de wijze waarop inwoners, gebruikers van de locatie of andere belanghebbenden bij het project zijn betrokken, indien van toepassing;

    • d.

      een beschrijving van de realisatie, plaatsing of presentatie van het kunstwerk of kunstproject;

    • e.

      beeldmateriaal waaruit blijkt dat het kunstwerk of kunstproject is gerealiseerd, indien van toepassing;

    • f.

      een financieel overzicht van de werkelijke inkomsten en uitgaven van de activiteit.

  • 3.

    Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de verantwoording.

  • 4.

    De subsidieontvanger verleent desgevraagd medewerking aan onderzoek of controle door of namens het college.

  • 5.

    Indien blijkt dat de activiteiten niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgevoerd, of dat de subsidie niet overeenkomstig de doelstellingen van deze regeling is besteed, kan het college de subsidie lager vaststellen of geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

  • 6.

    Subsidies tot en met € 2.000 worden direct vastgesteld. Voor deze subsidies is geen afzonderlijke financiële verantwoording vereist. De subsidieontvanger verstrekt binnen acht weken na afloop van de activiteit desgevraagd een korte inhoudelijke terugkoppeling van maximaal één pagina en ten minste één foto of ander bewijsmateriaal waaruit blijkt dat de activiteit heeft plaatsgevonden.

  • 7.

    Op de verantwoording, vaststelling en controle van subsidies zijn tevens de bepalingen van de ASV van toepassing.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1.

    De subsidie kan worden geweigerd op grond van de weigeringsgronden uit de ASV.

  • 2.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.

  • 3.

    De subsidie kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden als de aanvraag niet past binnen de genoemde subsidiabele activiteiten in artikel 5 en/of de beoordelingscriteria in artikel 8.

  • 4.

    De subsidie wordt zodanig vastgesteld dat dezelfde subsidiabele kosten niet meer dan eenmaal met gemeentelijke middelen worden gefinancierd. Indien sprake is van dubbele gemeentelijke financiering kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, lager vaststellen of terugvorderen.

Artikel 12. Subsidieverlening

  • 1.

    Het verkrijgen van eventuele vergunningen, toestemmingen of andere publiekrechtelijke besluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger.

  • 2.

    Aan een subsidieverlening op grond van deze regeling kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van de verlening van vergunningen, toestemmingen of andere publiekrechtelijke besluiten die voor de uitvoering van het project noodzakelijk zijn.

  • 3.

    Subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 4.

    Indien een aanvraag onvolledig is, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 5.

    Het college kan besluiten een lagere subsidie te verlenen dan is aangevraagd indien de beoordelingscriteria, de begroting van de activiteit of een evenwichtige verdeling van de beschikbare middelen daartoe aanleiding geven.

  • 6.

    Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 7.

    De subsidie wordt na subsidieverlening in één voorschot uitbetaald.

  • 8.

    Subsidieverlening vindt plaats onder voorbehoud van jaarlijkse begrotingsvaststelling en beschikbaarheid van middelen.

Artikel 13 Monitoring en evaluatie

  • 1.

    Het college monitort gedurende de looptijd van deze regeling de uitvoering, resultaten en doelmatigheid van de verstrekte subsidies.

  • 2.

    Subsidieontvangers verlenen desgevraagd medewerking aan monitoring, onderzoek en evaluatie van deze regeling.

  • 3.

    Het college voert uiterlijk in 2030 een evaluatie uit van de werking, doeltreffendheid en effecten van deze regeling.

  • 4.

    De uitkomsten van de evaluatie worden betrokken bij de besluitvorming over de eventuele voortzetting, wijziging of vervanging van deze regeling na 31 december 2031.

Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule

  • 1.

    In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

  • 2.

    Het college kan de bepalingen in deze subsidieregeling in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 15. Inwerkingtreding, looptijd, citeertitel en slotbepalingen

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking na publicatie.

  • 2.

    Deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2031.

  • 3.

    Deze regeling wordt aangehaald als: "Subsidieregeling Kunst in de Openbare Ruimte Stichtse Vecht 2027-2031".

  • 4.

    In stukken, correspondentie en communicatie-uitingen kan de regeling tevens worden aangeduid als: "KiOR Stichtse Vecht".

  • 5.

    Voor zover deze regeling niet voorziet, gelden de bepalingen uit de Verordening Algemene Subsidieverordening Stichtse Vecht 2026 en de Uitvoeringsvoorschriften Subsidies Stichtse Vecht 2026 onverkort.

Naar boven