Gemeenteblad van Brummen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brummen | Gemeenteblad 2026, 353211 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Brummen | Gemeenteblad 2026, 353211 | beleidsregel |
“PROCESAFSPRAKEN HANDHAVING INTEGRITEIT POLITIEKE AMBTSDRAGERS”, GEMEENTE BRUMMEN
De procesafspraken handhaving integriteit Politieke Ambtsdragers beschrijft de procedurele afspraken die wij – raadsleden, wethouders en burgemeester van de gemeente Brummen – met elkaar hebben gemaakt over een zorgvuldige handelwijze bij mogelijke integriteitsschendingen, zoals beschreven in de gedragscodes. De procesafspraken bieden ook het instrumentarium voor de burgemeester om zijn wettelijke taak als ‘hoeder van de integriteit’ uit te oefenen en een zorgvuldige procesgang van melding tot mogelijke sanctionering te garanderen.
Met de procesafspraken geven wij, de politieke ambtsdragers van de gemeente Brummen, aan dat wij bepaalde principes delen: dat wij hechten aan zorgvuldigheid en goede omgangsvormen en dat wij bij het toezien op de naleving van de gedragscode en onderliggende wetgeving uitstijgen boven de partijpolitiek. Dit ter bescherming van iedere individuele politieke ambtsdrager en de geloofwaardigheid van de lokale politiek in de gemeente Brummen.
De Procesafspraken Integriteit zijn er ter ondersteuning van de politieke ambtsdragers, maar dragen tegelijk ook zorg voor de zorgvuldige omgang met vermoedens over ambtenaren uit de gemeente Brummen. De ambtelijke organisatie kent de ‘Regeling integriteitsschendingen en vermoeden misstanden’ en de daarbij behorende ‘Meldregeling ongewenst gedrag, integriteitsschendig en (vermoedden) misstand’. Deze regelingen zijn er ter ondersteuning van de medewerkers en gaan ook in op de omgang met vermoedens van de ambtenaren over de politieke ambtsdragers. Deze ‘Procesafspraken handhaving integriteit Politieke Ambtsdragers’ en de ‘Regeling integriteitsschendingen en vermoeden misstanden’ staan niet los van elkaar. Ze vullen elkaar aan en versterken elkaar. Integer handelen doen we samen, we houden elkaar scherp en bevragen elkaar bij twijfels. Zoals bij de ‘gedragscodes voor de politieke ambtsdragers’ staan in de ‘regeling integriteitsschendingen en vermoeden misstanden’ de normenkaders. De ‘Procesafspraken handhaving integriteit Politieke Ambtsdragers’ en de ‘Meldregeling ongewenst gedrag, integriteitsschendig en (vermoedden) misstand’ beschrijven de routes voor het bespreken en melden van integriteitsschendingen en vermoedens van misstanden.
Steeds duiden de procesafspraken wie het eerste aanspreekpunt is voor de politieke ambtsdragers en welke vervolgstappen (mogelijk) volgen. Op deze wijze is er steeds duidelijkheid over de te ondernemen stappen en de personen die aan zet zijn bij de verschillende stappen. De gedragscodes van de raadsleden, de wethouders en de burgemeester vormen samen met de Procesafspraken Integriteit de basisstructuur van de bestuurlijk integriteit in de gemeente Brummen. Beide documenten zijn openbaar en door derden te raadplegen. Raadsleden, wethouders en de burgemeester ontvangen bij aantreden een exemplaar van beiden. Met het oog op de zorgvuldige omgang met vermoedens bij het handelen van de burgemeester zal ook een exemplaar van de Procesafspraken Integriteit aan de Commissaris van de Koning (CvdK) van de provincie Gelderland worden aangeboden. Deze Procesafspraken Integriteit zijn geen statisch product. Ze zullen met enige regelmaat, maar ten minste eenmaal in de twee jaar, tegen het licht worden gehouden, steeds met het oog op het bevorderen van het goed functioneren van het gemeentebestuur.
De gedragscodes voor raadsleden, wethouders en de burgemeester (en de wetten waarop ze gebaseerd zijn) definiëren integriteitsschendingen en leggen zo de morele minima vast waaraan hun handelen moet voldoen. De zuiverheid van de besluitvorming wordt door deze ondergrens gewaarborgd. Gegeven deze morele minima uit de gedragscodes, is er geen enkele reden om de handhaving ervan inzet te maken van partijpolitiek. Ook het verschil tussen oppositie en coalitie mag in de handhaving geen rol spelen. Gebeurt dat toch, dan is de kans groot dat er onrecht geschiedt. Uit het beginsel van onpartijdige handhaving volgt dat alle volksvertegenwoordigers en bestuurders de discipline moeten opbrengen om bij de beoordeling van integriteitskwesties boven de partijen te staan.
2. Terughoudend met publiciteit
In Nederland wordt de politiek kritisch gevolgd door de media. Dat is een groot goed. Bij vermeende integriteitsschendingen door politici kan het echter voorkomen dat er in de media al een veroordeling plaatsvindt voordat er onderzoek is gedaan – met als gevolg willekeur, schade aan (eventueel onschuldige) individuele ambtsdragers en aantasting van de geloofwaardigheid van de politiek. Daarom is het zaak dat alle betrokkenen bij een integriteitskwestie de grootst mogelijke terughoudendheid betrachten en de kwestie niet in een te vroeg stadium in de publiciteit brengen. Hieruit volgt ook dat in alle stadia van de afhandeling van een kwestie de groep die erbij betrokken wordt zo klein mogelijk moet zijn. Als er uiteindelijk werkelijk sprake blijkt te zijn van een integriteitsschending en er een oordeel is gevormd over de ernst daarvan en over een passende sanctie, mag en moet de kwestie naar buiten worden gebracht.
3. Zorgvuldigheid tegenover de vermeende schender
Iedereen die mogelijk een integriteitsschending heeft begaan, heeft er recht op dat er uiterste zorgvuldigheid wordt betracht in alle fasen van de handhaving. Dat begint al voordat de betreffende handeling is uitgevoerd. Heeft u er weet van dat iemand van plan is om iets te doen wat een integriteitsschending kan opleveren, dan wordt u geacht hem of haar daarvoor te waarschuwen en de weg te wijzen naar advies. Iedere politieke ambtsdrager die twijfelt, heeft recht op vertrouwelijk advies. Komt iemand onder de verdenking te staan van het plegen van een integriteitsschending, dan dient via een vooronderzoek vastgesteld te worden of er überhaupt grond is voor de verdenking. Zijn er gronden, dan moet er een integriteitsonderzoek volgen waarin ook de context wordt meegenomen en waarin de mate van verwijtbaarheid apart wordt beoordeeld. Een eventuele sanctie moet passend zijn en in verhouding staan tot de schending.
4. Bescherming van slachtoffers
Iedereen die mogelijk het slachtoffer is geworden van een interpersoonlijke schending (ongewenst gedrag) – zoals discriminatie, pesten, treiteren, (seksuele) intimidatie, stalken of extremisme – heeft het recht om gehoord te worden, recht op een interventie om de schending stop te zetten als deze nog gaande is en recht op hulp, voor zover nodig. Voor ongewenst gedrag van en tegen politieke ambtsdragers en medewerkers is de regeling opvang en klachtenprocedure ongewenst gedrag van toepassing. Deze regeling biedt de politiek ambtsdrager of medewerker een duidelijke richtlijn als middel om iets te doen tegen ongewenst gedrag. Afhankelijk van de situatie en de persoon kan de aanpak anders zijn. De regeling biedt met inhoudelijke definities en normenkaders bescherming en voorkomt willekeur of onzorgvuldig handelen rondom ongewenst gedrag. Gemeente Brummen heeft geen interne klachtencommissie, maar is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie ongewenst gedrag (LKOG) voor de decentrale overheid van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). De LKOG is een onafhankelijke commissie van experts die klachten van politieke ambtsdragers en medewerkers over ongewenst gedrag behandeld. De LKOG is de schakel bij de afhandeling van klachten die intern niet opgelost kunnen worden
Een klacht over ongewenst gedrag kan rechtstreeks ingediend worden bij de LKOG. Melden kan ook via het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag stuurt de klacht dan door naar de klachtencommissie.
De LKOG is niet bevoegd voor het behandelen van klachten tussen politieke ambtsdragers onderling. Zij kunnen contact opnemen met de commissaris van de Koning of met de Nationale Ombudsman. Ook via deze kanalen wordt een klacht onderzocht en wordt advies uitgebracht aan de werkgever.
Iedere politieke ambtsdrager, committeert zich aan de basisprincipes en de praktische afspraken die in de Procesafspraken Integriteit zijn vastgelegd. Zij doen dit omwille van de bescherming van de individuele politieke ambtsdrager en de geloofwaardigheid van de politiek.
Sinds 1 februari 2016 heeft de wetgever de rol van ‘hoeder van de integriteit’ belegd bij de burgemeester (gemeenwet artikel 170). Hiermee werd een rol die de burgemeester in de praktijk al vervulde formeel in de wet vastgelegd. De wetgever liet echter na de burgemeester instrumenten aan te reiken om aan deze rol invulling te geven. Dat kon de wetgever ook niet doen, gegeven de positie van de gemeenteraad als hoogste bestuursorgaan.
Via de voorliggende Procesafspraken Integriteit krijgt de burgemeester alsnog bepaalde welomschreven taken en beslissingsbevoegdheden toebedeeld op basis waarvan hij/zij in geval van vermeende integriteitsschendingen zodanig kan optreden dat de zorgvuldigheid wordt gediend.
De wetgever heeft een rol vergelijkbaar aan die van de burgemeester belegd bij de Commissaris van de Koning (Provinciewet artikel 182). Dit artikel biedt ruimte aan de Commissaris om te adviseren en te bemiddelen in een gemeente indien daar de bestuurlijke integriteit in het geding is en de bestuurlijke verhoudingen er verstoord zijn.
Deze procesbeschrijving is opgezet als een routekaart voor politieke ambtsdragers die overwegen om een mogelijke integriteitsschending in het gemeentebestuur te bespreken en/of te melden. De route kent een eenvoudige basisstructuur, die vervolgens voor verschillende categorieën politieke ambtsdragers nader wordt uitgewerkt. Telkens gaat het om de vraag: ‘Wat doe ik nu?’
Voor alle politieke ambtsdragers is een vraagbaak/vertrouwenspersoon beschikbaar. Een raadslid dat twijfelt over een handeling of overweegt een melding te doen, overlegt met de griffier. Een wethouder overlegt in zo’n geval met de gemeentesecretaris. Zij kunnen ook gebruik maken van aanwezige externe vertrouwenspersonen. De route is als volgt:
De burgemeester is verantwoordelijk voor het beoordelen van meldingen (via vooronderzoek) en eventuele opdrachtverstrekking voor integriteitsonderzoek. Na een integriteitsonderzoek rapporteert de burgemeester over de bevindingen aan de gemeenteraad en presenteert daarbij een eigen oordeel over de ernst van de schending, indien er een is vastgesteld. De gemeenteraad velt het eindoordeel en kan een sanctie opleggen. Van een traject dat is afgerond, kunnen in gezamenlijkheid lessen worden geleerd.
In de volgende vier hoofdstukken wordt de hierboven uitgelegde stappen nader uitgewerkt in concrete procesafspraken. Elk hoofdstuk bestrijkt één fase:
Om de procesafspraken werkbaar te maken, wordt op punten afgeweken van de basisstructuur. Om een voor de hand liggend voorbeeld te noemen: als het de burgemeester zelf is die onder verdenking komt te staan, kan deze niet de rol van onderzoek verantwoordelijke op zich nemen.
Iedere politieke ambtsdrager kan voor de vraag komen te staan of een bepaalde handeling geoorloofd is. Daarom moet de weg naar deskundig advies helder zijn. Het bespreken van twijfels en vragen hoort gemeengoed te zijn.
Indien de twijfels een voorgenomen handeling van een ander betreffen, is het belangrijk om tijdig met diegene in gesprek te gaan. Dit ter bescherming van zowel de betrokkene zelf als de gemeentelijke bestuursorganen. Zeker als de mogelijk te plegen schending ernstig zou kunnen zijn, is aanspreken en waarschuwen geboden. De vertrouwenspersoon (d.w.z. de griffier of de gemeentesecretaris) en de externe vertrouwenspersonen zijn beschikbaar als vraagbaak en bieden ondersteuning. Indien nodig wordt ook de burgemeester ingeschakeld.
Als de vragen een reeds uitgevoerde handeling van een ander betreffen, vraagt de twijfelende politieke ambtsdrager altijd eerst de vertrouwenspersoon om advies: is deze handeling een schending? Als de twijfels aanhouden, is een melding bij de burgemeester de volgende stap. Eventueel doet degene die mogelijk een schending heeft gepleegd de melding zelf, na een gesprek met degene die de kwestie heeft aangekaart.
a) Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling
Als een raadslid in een persoonlijk gesprek een advies krijgt van de burgemeester, kan dit desgewenst door de griffier op schrift worden gesteld en meegegeven aan het raadslid. Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen het betrokken raadslid, de burgemeester en de griffier ervan.
b) Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling
Als het raadslid en de griffier er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal het raadslid in ieder geval de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De burgemeester beoordeelt de zwaarte van de schending en maakt dit zwaarte-oordeel bekend aan de gemeenteraad. De raad velt het eindoordeel en besluit over een eventuele sanctie (zie verder fase 3: oordelen en sanctioneren).
1.2 Betreft: handelen van een collega-raadslid
a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een ander raadslid
b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een ander raadslid
1.3 Betreft: handelen van een wethouder
a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een wethouder
b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een wethouder
1.4 Betreft: handelen van de burgemeester
a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester
b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester
1.5 Betreft: handelen van de griffier
a) Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier
b) Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier
Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3).
1.6 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
Een raadslid twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
Als de burgemeester daar reden toe ziet, informeert de burgemeester de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bij een uitgevoerde handeling, of er een melding doorgezet moet worden richting het Meldpunt in lijn met de geldende interne meldregeling. Communicatie met de melder verloopt steeds via de burgemeester. Een en ander valt buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. De Procesafspraken integriteitschending en (vermoeden) misstanden van de ambtelijke organisatie met bijbehorende meldregeling ‘melden ongewenst gedrag, integriteitsschending en (vermoeden) misstanden’ zijn op deze situatie van toepassing. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
a) Een wethouder twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling
Als een wethouder in een persoonlijk gesprek een advies krijgt van de burgemeester, kan dit desgewenst door de gemeentesecretaris op schrift worden gesteld en meegegeven aan de wethouder. Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen de betrokken wethouder, de burgemeester en de gemeentesecretaris ervan.
b) Een wethouder twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling
Als de wethouder en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de wethouder in ieder geval het college en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties, zonder dat de burgemeester eerst een zwaarte-oordeel heeft geveld (zie verder fase 3).
2.2 Betreft: handelen van een raadslid
a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van een raadslid
b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een raadslid
2.3 betreft: handelen van een collega-wethouder
a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van collega-wethouder
b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een collega-wethouder
2.4 Betreft: handelen van de burgemeester
a) Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester
b) Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester
2.5 Betreft: handelen van de griffier
Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3).
2.6 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
Een wethouder twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
Indien de burgemeester daar reden toe ziet, informeert de burgemeester de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bij een uitgevoerde handeling, of er een melding doorgezet moet worden richting het Meldpunt in lijn met de geldende interne meldregeling. Eventuele communicatie met de melder verloopt via de burgemeester. Een en ander valt buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. De Procesafspraken integriteitschending en (vermoeden) misstanden van de ambtelijke organisatie met bijbehorende meldregeling ‘melden ongewenst gedrag, integriteitsschending en (vermoeden) misstanden’ zijn op deze situatie van toepassing. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de burgemeester in ieder geval de wethouders en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties (zie fase 3 oordelen en sanctioneren).
3.5 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
De burgemeester twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bij een uitgevoerde handeling, of er een melding doorgezet moet worden richting het Meldpunt in lijn met de geldende interne meldregeling. De gemeentesecretaris verzorgt de communicatie met de melder (de burgemeester). Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
Het melden van (het vermoeden van) een misstand
Wanneer er sprake is van het vermoeden van een medewerker of politiek ambtsdrager dat er sprake is van een misstand binnen de gemeente Brummen of bij een andere organisatie (indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen) kan er direct extern gemeld worden. Dit betekent dat de melder de melding over een misstand niet eerst binnen de eigen organisatie hoeft te doen. Hierbij is belang dat:
De Wet bescherming Klokkenluiders (Wbk) geeft de mogelijkheid aan melders om direct extern te melden als gezien de omstandigheden een interne melding in redelijkheid niet van de melder kan worden gevraagd. Dat is in ieder geval aan de orde wanneer dit uit een wettelijk voorschrift voortvloeit of er sprake is van:
Een melding van een vermoeden van een misstand kan gedaan worden bij één van de bevoegde externe autoriteiten:
Het Huis voor Klokkenluiders (Hvk) is altijd te benaderen voor advies over melden of het meldtraject.
Een vermoeden van een misstand kan extern gemeld worden bij de afdeling onderzoek HvK of een andere daartoe bevoegde instantie, als:
Het HvK biedt niet de mogelijkheid om anoniem misstanden te melden. Voor een onderzoek moet de identiteit van de klokkenluider altijd bekend zijn. Het Huis kan personen die anoniem willen blijven wel adviseren.
Een integriteitsschending kan niet rechtstreeks extern gemeld worden bij het huis van Klokkenluiders. Het huis van Klokkenluiders kan deze ook niet onderzoeken.
Hieronder wordt beschreven welke stappen worden gezet indien in fase 1 gebleken is dat er sprake is van een vermoeden van een integriteitsschending dat mogelijk onderzocht moet worden. De beoordeling van de melding vormt in elk traject een cruciaal moment. Een zorgvuldige afweging is geboden, aangezien tot het instellen van een formeel, persoonsgericht onderzoek niet overhaast mag worden overgegaan. Indien uit het vooronderzoek blijkt dat de melding onderzoek waardig is, volgt er een objectief integriteitsonderzoek.
Stap 1: Duiding en vooronderzoek
1.1 Betreft: handelen van een raadslid of een wethouder
Bij een melding van een mogelijke integriteitsschending door een raadslid of een wethouder beoordeelt de burgemeester of er sprake is een onderzoek waardige melding. Dit is het geval indien:
• de melding een vermoedelijke schending van de gedragscode en/of wetgeving betreft, van een zekere ernst;
• de melding voldoende betrouwbaar en concreet is;
• de melding in redelijkheid onderzoekbaar is (dat wil zeggen: er zijn voldoende onderzoeksmogelijkheden).
Om de onderzoek waardigheid te kunnen bepalen vindt altijd een gesprek met de melder plaats. Daarnaast kan het vooronderzoek onder meer bestaan uit:
Ook een gesprek met degene op wie de melding betrekking heeft, kan deel uitmaken van het vooronderzoek. Een dergelijk gesprek vindt niet plaats indien de vermoedelijke schending ernstig is en een eventueel vervolgonderzoek in gevaar kan komen als de betrokkene in dit stadium op de hoogte wordt gesteld.
De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het vooronderzoek. In de regel zal hij/zij ervoor kiezen zich te laten ondersteunen door een adviesgroep met specialisten die concrete taken uitvoeren. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld behoren:
Adviezen van ondersteuners aan de burgemeester worden bij voorkeur op schrift gesteld. Op basis hiervan brengt de burgemeester advies uit. Er zijn vier mogelijke scenario’s te onderscheiden:
De burgemeester concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding een kleinigheid betreft, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid te onderzoeken is. De burgemeester informeert de melder hierover en, indien dat gepast is, ook degene op wie de melding betrekking had.
De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1).
Blijkt uit het vooronderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht.
1.2 Betreft: handelen van de burgemeester
Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is de CvdK eindverantwoordelijk voor een deugdelijk vooronderzoek. De CvdK formeert een adviesgroep van ondersteuners die in het kader van het vooronderzoek concrete taken uitvoeren. Hierin hebben minimaal de volgende ambtenaren zitting: een senior jurist en de integriteitscoördinator. Desgewenst kan de CvdK ook externe deskundigen inschakelen.
De CvdK beoordeelt de resultaten van het vooronderzoek. Er zijn dan vier mogelijkheden:
De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2).
Indien de verdenking van het plegen van een strafbaar feit de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet.
2.1 Betreft: handelen van een raadslid of een wethouder
Als het vooronderzoek heeft geleid tot de conclusie dat een melding over een wethouder of een raadslid onderzoek waardig is, geeft de burgemeester – na al dan niet intern of extern deskundig advies te hebben ingewonnen – opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. Tot het moment van openbaarmaking wordt geheimhouding opgelegd op alles wat met het onderzoek te maken heeft.
De onderzoeksopdracht wordt zo helder mogelijk geformuleerd en omvat ten minste de volgende zaken:
De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek (in termen van kwaliteit, tijd en kosten). Concrete taken laat hij uitvoeren door:
In het kader van het onderzoek wordt in ieder geval degene geïnterviewd op wie de melding betrekking heeft. Daarnaast kan het onderzoek onder meer bestaan uit:
Het onderzoek mondt uit in een schriftelijk rapport. Nadat de burgemeester de conceptversie heeft gelezen, wordt deze ter inzage voorgelegd aan degene wiens handelen is onderzocht in het kader van hoor en wederhoor. Diens eventuele open aanmerkingen worden schriftelijk vastgelegd en als bijlage toegevoegd aan het definitieve rapport. Dat blijft (vooralsnog) geheim.
2.2 Betreft: handelen van de burgemeester
Indien een onderzoek waardige melding de burgemeester betreft, is het de CvdK die opdracht geeft tot het instellen van een integriteitsonderzoek. Het onderzoekstraject voltrekt zich verder analoog aan het proces zoals hierboven geschetst, met twee verschillen:
Als is vastgesteld dat een politieke ambtsdrager een integriteitsregel heeft overtreden kan dit tot een sanctie leiden. Deze sanctie moet proportioneel zijn. Een te lichte sanctie bij een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan van zowel individuele ambtsdragers als bestuursorganen. Hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending.
In ons democratisch bestel is het aantal formele sanctiemogelijkheden voor volksvertegenwoordigers beperkt. Echter, ook een publiekelijk geuit blijk van afkeuring door (een meerderheid binnen) de gemeenteraad over het feit dat een van de leden een regel heeft overtreden zal als een sanctie worden ervaren. Tegelijkertijd levert dit informatie op voor de burger, die bij volgende verkiezingen zijn stem moet bepalen.
Bij het bepalen van een passende sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen die heeft plaatsgevonden een belangrijke rol. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming– zoals daadwerkelijke belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rond het gebruik van informatie – raken aan de kerntaak van de politieke ambtsdrager en zijn dus een vorm van machtsmisbruik. Bij dergelijke schendingen passen in de regel zwaardere sancties. Het onvoldoende voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling of corruptie levert ook een integriteitsschending op, maar een veel lichtere. De zuiverheid van de besluitvorming is hier niet in het geding en machtsmisbruik is niet aan de orde; wel wordt het vertrouwen in de politiek geschaad. Ook interpersoonlijke integriteitsschendingen zijn er in soorten en maten – van incidentele onheuse bejegening tot intimidatie en geweld.
Nadat de aard van de schending is vastgesteld, moeten zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart worden gebracht. Erkent de betrokkene dat hij/zij een schending heeft gepleegd? Was er sprake van naïviteit, van opzet of recidive? Is de politieke ambtsdrager onder druk gezet door partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel die is overtreden, hoe minder snel een bepaalde omstandigheid als verzachtend kan worden aangenomen. Blijkt uit het integriteitsonderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht. Indien de verdenking de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet.
Voor (benoemde of gekozen) politieke ambtsdragers en de griffier zijn er verschillende sancties die aan de orde kunnen zijn. Deze laten zich in drie categorieën verdelen:
Overzicht van sanctiemogelijkheden:
De sancties voor de ambtelijke organisatie (en daarmee ook voor de gemeentesecretaris en op de griffie werkzame medewerkers) staan beschreven in het Sanctiebeleid voor de ambtelijke organisatie.
‘De medewerker of politieke ambtsdrager die te goeder trouw en naar behoren een integriteitsschending of vermoeden van een misstand meldt, zal in verband daarmee geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden’. Dit geldt zowel tijdens als na de behandeling van deze melding bij de werkgever, een andere organisatie of een extern meldpunt.
De politiek ambtsdrager zal als gevolg van een melding geen nadelige gevolgen ondervinden bij zijn werk als bestuurder of volksvertegenwoordiger.
Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval (voor zover van toepassing) verstaan:
voor zover deze besluiten worden genomen vanwege de door de politieke ambtsdrager gedane melding.
Ook dragen we er zorg voor dat de politieke ambtsdrager niet op andere wijze als bestuurder of volksvertegenwoordiger nadelige gevolgen van de melding ondervindt. Dit geldt ook wanneer er te goeder trouw een klacht wordt ingediend over een andere organisatie dan die van de gemeente. Dit gebeurt dan volgens een bij die organisatie geldende regeling.
De bescherming bij deze melding geldt alleen wanneer de politiek ambtsdrager:
3.1 Betreft: handelen van een raadslid
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid is afgerond, beoordeelt de burgemeester het definitieve onderzoeksrapport.
Als de conclusie luidt dat er geen schending is gepleegd, deelt de burgemeester de onderzoeksresultaten in principe alleen met het raadslid dat onder verdenking stond, de melder, de griffier en de fractievoorzitters. Eventueel kan de burgemeester er in overleg met het betrokken raadslid voor kiezen om de onderzoeksresultaten breder bekend te maken.
Als de conclusie luidt dat er wel een schending is begaan, spreekt de burgemeester (na al dan niet intern of extern advies te hebben ingewonnen) zijn oordeel uit over de zwaarte ervan, daarmee voorsorterend op het sanctie-oordeel van de gemeenteraad. In een vertrouwelijk overleg van de burgemeester en de fractievoorzitters wordt gesproken over:
Vervolgens legt de burgemeester de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel. De raad vormt zich over dit alles een oordeel en neemt een besluit over een eventuele sanctie. Hierbij vermijdt de raad iedere partijpolitieke bevangenheid.
3.2 Betreft: handelen van een wethouder
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een wethouder is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt hij/zij het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties.
3.3 Betreft: handelen van de burgemeester
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de burgemeester is afgerond, neemt de CvdK als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de CvdK het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, zonder een zwaarte-oordeel te vellen over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties.
3.4 Betreft: handelen van de griffier
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de griffier is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de werkgeverscommissie, die besluit over een eventuele sanctie.
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadsadviseur of griffiemedewerker is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de griffier, die besluit over een eventuele sanctie.
Bij sanctionering van een raadslid: Nadat de burgemeester het eigen zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd – en nog vóór de raadsvergadering – stelt hij/zij de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen (zoals de melder, het raadslid wiens handelen is onderzocht, fractievoorzitters, raadsleden, politieke partijen) met de pers. Allen wachten daarmee tot na de raadsvergadering, aangezien dit de kans op onpartijdigheid sterk vergroot.
Bij sanctionering van de griffier: Over een eventuele schending van de griffier wordt niet gecommuniceerd naar de pers, behalve als het een zwaardere schending met dientengevolge een zwaardere sanctie. De burgemeester brengt dan, kort nadat de werkgeverscommissie een besluit over sanctionering heeft genomen, de pers op de hoogte kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
Interne onderzoeksrapporten zijn niet bestemd voor openbaarmaking. Voor overheidsorganisaties geldt dat onderzoeksrapporten vallen onder het bereik van de Wet open overheid (WOO). Op grond van artikel 5.1 en 5.2 van de WOO kan worden besloten deze dossiers niet of slechts gedeeltelijk openbaar te maken. Is openbaarmaking noodzakelijk dan worden persoonsgegevens geanonimiseerd en is de identiteit van de betrokkenen niet te herleiden uit de context. Dit is belangrijk voor zowel melders als eventuele betrokkenen.
Raadsleden of wethouders maken gedurende hun politieke loopbaan hoogstens een beperkt aantal handhavingstrajecten mee, meestal zijdelings. De burgemeester zal meer ervaring opdoen, maar ook voor hem of haar geldt: handhaven wordt nooit routine. Daarom is in de regel na afronding van een integriteitsvraagstuk een korte reflectie geboden – of de zaak nu al wordt afgerond na de beoordeling van een melding, nadat er vooronderzoek is verricht of pas na een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot sanctionering heeft geleid.
Bij complexere en/of ernstige zaken krijgt deze terugblik het karakter van een meer formele (schriftelijke) evaluatie. Dan is doorgaans ook een vorm van nazorg geboden. Na een raadsvergadering waarin de uitkomsten van een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder zijn besproken, kan de burgemeester een evaluatiegesprek met betrokkene inplannen.
Eens per vier jaar maken de griffier en de gemeentesecretaris, eventueel met hulp van interne of externe deskundigen, ter bespreking in de gemeenteraad en het college B&W een geanonimiseerd overzicht van de lessen die getrokken kunnen worden uit adviezen die zijn gegeven en uit de resultaten van vooronderzoek en integriteitsonderzoek. Dat gebeurt op een manier die geen link naar specifieke personen mogelijk maakt.
De afspraken in de Procesafspraken Integriteit alsmede de geldende gedragscodes worden eens per vier jaar door de fractievoorzitters, de griffier, de gemeentesecretaris, de burgemeester en de wethouders geëvalueerd, eventueel met hulp van deskundigen. Desgewenst worden de afspraken bijgesteld.
4.3 Jaarverslagen vertrouwenspersonen
De vertrouwenspersonen (intern en extern) maken jaarlijks (gezamenlijk) een verslag van het soort meldingen (ongewenst gedrag en integriteit), de aantallen en de thema’s die er bij gemeente Brummen spelen. Dit verslag wordt aan de OR, het MT, het college en de raad gestuurd en openbaar gemaakt. Uit het jaarverslag van de vertrouwenspersonen zijn signalen, trends en adviezen te halen. Deze kunnen ook meegenomen worden om van te leren.
Samenvatting van rollen en taken
* Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek.
* Vormt een zwaarte-oordeel over een schending die is vastgesteld.
* Informeert de fractievoorzitters over de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel.
* Legt de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad.
* Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek.
* Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad.
Commissaris van de Koning (CvdK)
Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de burgemeester betreft:
* Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek.
* Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad.
Bij alle bovenstaande stappen kan de CvdK, desgewenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen.
Vormen een klankbord voor de burgemeester, vanaf het moment dat een integriteitskwestie betreffende een raadslid in de openbaarheid is gekomen dan wel vanaf het moment dat het integriteitsonderzoek is afgerond en de resultaten bekend zijn. Als het raadzaam lijkt, kan de burgemeester er ook voor kiezen om de fractievoorzitters reeds bij aanvang van het integriteitsonderzoek te informeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-353211.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.