“GEDRAGSCODE POLITIEKE AMBTSDRAGERS (voor burgemeester en wethouders)”, GEMEENTE BRUMMEN

Kenmerk Z121279 / D478121

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026 met kenmerk D478117;

Gehoord het behandeladvies van het forum van 09 april 2026;

 

Heeft besloten:

 

  • 1.

    De Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Brummen D478077 vast te stellen.

     

Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Brummen

 

Voor burgemeester en wethouders

 

Inleiding

Goed bestuur is integer bestuur. Zonder integer bestuur zal het vertrouwen in bestuurders en het democratische systeem ondermijnd worden. Integriteit verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol. Uitgangspunt is daarbij de eed of belofte, waarin een politieke ambtsdrager zweert of belooft getrouw te zijn aan de grondwet en naar eer en geweten te handelen. Onderdeel daarvan is dat bestuurders hun gedrag kunnen verantwoorden naar zichzelf, aan de raad en bovenal aan de inwoners van de gemeente Brummen.

 

Integriteit is niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur aangaat. Deze gedragscode biedt daarom handvaten voor integer handelen, die een nadere invulling en concretisering geeft aan de wettelijke kaders. De gemeenteraad heeft deze gedragscode voor burgemeester en wethouders vastgesteld, mede als aparte een gedragscode voor de eigen leden. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, welke een beoordelingskader biedt bij twijfel, vragen en discussie. De gedragscode heeft geen juridische status, al betekent dat niet dat deze vrijblijvend is. Bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden naar collega’s, de raad en de inwoners van Brummen. Het niet naleven van de gedragscode kan onderdeel worden van politiek debat en kan politieke gevolgen hebben. Het is belangrijk dat integriteit regelmatig onderwerp van gesprek is, om bewustzijn en bewustwording te bevorderen en dilemma’s met elkaar te delen. De raad en het college streven ernaar dit thema regelmatig, maar minimaal eens per twee jaar, met elkaar te bespreken.

 

Een politieke ambtsdrager vervult een voorbeeldfunctie in de samenleving. In zekere zin leeft hij in een glazen huis. Vandaar het belang dat een politieke ambtsdrager zich onthoudt van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

 

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook toe op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners, ambtenaren, externe partijen, raadsleden en collega’s, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. Vanzelfsprekend wordt verwacht dat gedrag vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag.

 

Bestuurders opereren vaak in diverse lokale netwerken en samenwerkingsverbanden. Deze samenwerkingsverbanden zijn complex ingericht en niet altijd transparant. Het is daarom belangrijk dat bestuurders zich hier bewust van zijn en tegelijkertijd beseffen dat deze netwerken onbewust invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van politieke ambtsdragers. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt dat het nadenken over integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen.

 

De gedragscode voor burgemeester en wethouders is in verschillende artikelen opgebouwd. Per artikel wordt de gedragsbepaling vermeld, de wettelijke grondslag daarvoor en een inhoudelijke toelichting op de gedragsbepaling. Deze gedragscode gaat niet in op hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen en wat te doen bij ongewenst gedrag. Deze richtlijnen zijn te vinden in het handelingsprotocol “Procesafspraken handhaving integriteit” (bijlage bij deze gedragscode).

 

Artikel 1. Algemene bepalingen

  • 1.

    Deze gedragscode, inclusief de bijlage “Procesafspraken handhaving integriteit”, geldt voor bestuurders, zijnde burgemeester en wethouders. Er is een afzonderlijke gedragscode voor raadsleden en steunfractieleden opgesteld.

  • 2.

    In gevallen waarin de code of de “Procesafspraken handhaving integriteit” niet eenduidig zijn, vindt bespreking plaats in het gemeenteraad, dan wel het presidium.

  • 3.

    De gedragscode is openbaar te vinden op www.overheid.nl.

  • 4.

    De burgemeester en wethouders ontvangen bij aantreden een exemplaar van de code.

 

Wettelijk kader

 

De Gemeentewet artikel 41c, tweede lid

De Gemeentewet artikel 69, tweede lid

 

 

Artikel 2. Het voorkomen van belangenverstrengeling

2.1 nevenfuncties

2.1.1

  • 1.

    De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.

    De burgemeester meldt het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt, aan de raad.

  • 3.

    De informatie betreft in ieder geval:

  • -

    de omschrijving van de nevenfunctie,

  • -

    de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht,

  • -

    wat het (verwachte) tijdsbeslag is en

  • -

    wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 4.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

2.1.2

  • 1.

    Wethouders leveren de gemeentesecretaris informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.

    Wethouders melden het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.

  • 3.

    De informatie betreft in ieder geval:

  • -

    de omschrijving van de nevenfunctie,

  • -

    de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht,

  • -

    of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft,

  • -

    wat het (verwachte) tijdsbeslag is,

  • -

    of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn.

  • 4.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

2.2 Tussentijdse aanvaarding van een functie

  • 1.

    De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden.

  • 2.

    Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

  • 3.

    Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning.

 

2.3 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten

  • 1.

    Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikelen 36b en 68 Gemeentewet). Het hebben van deze functies leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene zijn functie als bestuurder bij de gemeente neer moet leggen.

  • 2.

    Verder is bepaald dat bestuurders geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het ambt. Burgemeesters hebben evenmin nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of het vertrouwen daarin.

  • 2.

    Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.

  • 3.

    Als de bestuurder het nodig acht ontheffing te vragen als bedoeld in artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, artikel 15, eerste en tweede lid Gemeentewet, dan ondersteunt de gemeentesecretaris bij het aanvragen van de ontheffing.

  • 4.

    Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag.

 

2.4 Relatie gemeente en oud-bestuurders

  • 1.

    Het college sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente.

  • 2.

    De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester, dan wel wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken.

  • 4.

    Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren de raad regelmatig over de toepassing in de praktijk.

 

2.5 Benoemingen na aftreding

  • 1.

    Het college draagt de burgemeester en wethouders niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.

  • 2.

    Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”.

     

2.6 Onthouden aan beraadslaging en stemming

  • 1.

    Bestuurders onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie in strijd met artikel 58, artikel 28 Gemeentewet.

  • 2.

    Als bestuurders ingevolge het eerste lid niet deelnemen aan de beraadslaging en stemmen, melden zij dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt aan de voorzitter en vermelden zij op welke wijze de besluitvorming hun in het bijzonder aangaat. Bestuurders beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren.

 

2.4 Het melden van financiële belangen

  • 1.

    Bestuurders doen bij de gemeentesecretaris opgaaf van hun relevante en significante financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

  • a.

    een omschrijving van het belang (aard en omvang);

  • b.

    de organisatie waarin het financiële belang bestaat;

  • c.

    de aanvangsdatum van het financiële belang.

  • 3.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.”

 

Wettelijk kader

 

De Gemeentewet artikel 28

De Gemeentewet artikel 36b

De Gemeentewet artikel 41a, b, c

De Gemeentewet artikel 46

De Gemeentewet artikel 47

De Gemeentewet artikel 58

De Gemeentewet artikel 65

De Gemeentewet artikel 67

De Gemeentewet artikel 68

De Gemeentewet artikel 69

 

 

Artikel 3. Informatie

3.1 Geheimhoudingsplicht

  • 1.

    Bestuurders die beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat ze onder geheimhouding zullen gaan vallen, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.

  • 2.

    De burgemeester en wethouders zorgen ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.

 

 

3.2 Gebruik niet openbare informatie

De burgemeester en wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

 

Wettelijk kader

 

De Gemeentewet artikel 25

De Gemeentewet artikel 55

De Gemeentewet artikel 86

De Gemeentewet artikel 169

De Gemeentewet artikel 180

Algemene wet bestuursrecht, artikel 2:5

Wet openbaarheid van bestuur, artikel 10

Wetboek van Strafrecht, artikel 272

 

 

Artikel 4. Geschenken en uitnodigingen

4.1 Geschenken en kortingen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders accepteren en bieden geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als de onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Een bestuurder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 3.

    Geschenken die de burgemeester en wethouders uit hoofde van hun ambt ontvangen en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.

    De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    Geschenken worden niet op het woon- of huisadres ontvangen.

 

4.2 Excursies en reizen

  • 1.

    De burgemeester en wethouders accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het ambt, en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.

  • 2.

    Bij twijfel legt de bestuurder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 3.

    Uitnodigingen voor evenementen met een geschatte waarde van meer dan €50 worden gemeld aan de gemeentesecretaris en opgenomen in het register van geschenken, indien deze niet vergoed worden door de gemeente Brummen.

  • 4.

    De burgemeester en wethouders leggen het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe voor aan het college en de raad. De bestuurder geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

 

Wettelijk kader

 

De Gemeentewet 41a

De Gemeentewet 65

 

 

Artikel 5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente

5.1 Inrichting organisatie

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    De burgemeester en de wethouders verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures.

 

5.2 Buitenlandse dienstreizen

  • 1.

    Een bestuurder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.

  • 2.

    De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

  • 3.

    Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.

 

5.3 Verantwoording buitenlandse dienstreis

  • 1.

    Een bestuurder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente.

  • 2.

    De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

 

 

5.4 Uitsluiting buitenlandse dienstreizen

Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland.

 

5.5 Onkostenvergoedingen en declaraties.

  • 1.

    De burgemeester en wethouders houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.

  • 2.

    Een burgemeester of wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

 

5.6 Gebruik voorzieningen gemeente

  • 1.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.

  • 2.

    Een bestuurder houdt zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals ruimten, computerapparatuur met toebehoren, tablet en dergelijke.

 

Wettelijk kader

 

Regeling rechtspositie Burgemeester en wethouder gemeente Brummen 2019

 

 

Artikel 6. Uitvoering gedragscode

6.1 Onduidelijkheden

De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin.

 

6.2. Meldingen en vermoedens van integriteitsschendingen

Voor de werkwijzen rondom meldingen in dit kader wordt verwezen naar de bijlage “Procesafspraken handhaving integriteit” van de gemeente Brummen.

 

Artikel 7. Inwerkingtreding en citeerregel

  • 1.

    Deze gedragscode vervangt alle voorgaande door de gemeenteraad vastgestelde gedragscodes.

  • 2.

    Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking.

  • 3.

    Deze gedragscode wordt aangehaald als “Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Brummen”.

 

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 23 april 2026.

De gemeenteraad van Brummen,

Voorzitter Ir. J.N. Rozendaal,

Griffier M.E. Knook.

Naar boven