Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Zeist 2026

De raad van de gemeente Zeist;

 

Gelezen het voorstel van de fractievoorzitters van 15 juni 2026;

 

Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

De volgende verordening vast te stellen:

 

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Zeist 2026

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • -

    ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren;

  • -

    bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie;

  • -

    fractieondersteuner: persoon die werkzaamheden verricht ter ondersteuning van een fractie en daarvoor een vrijwilligersvergoeding ontvangt als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;

Paragraaf 2. Verzoeken om informatie of ambtelijke bijstand

 

Artikel 2. Verzoek om informatie

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat.

  • 2.

    De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.

Artikel 3. Verzoek om bijstand

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand.

  • 2.

    De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.

  • 3.

    De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:

    • a.

      naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden

    • b.

      dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden

    • c.

      het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.

  • 4.

    Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand

  • 1.

    Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.

  • 2.

    Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

 

Paragraaf 3: Fractieondersteuning

 

Artikel 6. Recht op financiële bijdrage

  • 1.

    De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.

  • 2.

    De financiële bijdrage bestaat jaarlijks uit een basisbedrag van € 1.500,- per fractie en een variabel deel van € 100,- per raadszetel van de fractie.

  • 3.

    De bijdrage, bedoeld in het tweede lid, wordt verhoogd met een bedrag van € 2.200,- per fractieondersteuner per jaar, met een maximum van twee fractieondersteuners per fractie, mits de fractievoorzitter de fractieondersteuner schriftelijk heeft aangemeld bij de griffier. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de maximale vrijwilligersvergoeding als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

  • 4.

    In een jaar waarin raadsleden aftreden na reguliere raadsverkiezingen of op grond van artikel 56d of 56e van de Wet Algemene regels herindeling, verstrekt de raad, in afwijking van het eerste, tweede en derde lid:

    • a.

      een financiële bijdrage over de periode van januari tot en met de maand van aftreden;

    • b.

      een financiële bijdrage over de resterende maanden van dat jaar.

  • 1.

    Deze financiële bijdragen bestaan uit 1/12e deel van de bedragen, bedoeld in het tweede en derde lid, vermenigvuldigd met het aantal maanden dat de desbetreffende periode omvat.

  • 5.

    De Algemene subsidieverordening is niet van toepassing.

Artikel 7. Besteding financiële bijdrage

  • 1.

    De financiële bijdrage wordt uitsluitend besteed aan ondersteuning die ertoe strekt de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de fractie te versterken.

  • 2.

    De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:

    • a.

      betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;

    • b.

      giften, leningen, beleggingen en voorschotten

    • c.

      uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten.

Artikel 8. Uitbetaling financiële bijdrage

  • 1.

    De bijdrage voor fractieondersteuning wordt op declaratiebasis uitbetaald.

  • 2.

    De declaraties worden door de fractievoorzitter ingediend bij de griffier, die optreedt als budgethouder namens de raad.

  • 3.

    Indien de griffier van mening is dat de besteding niet in overeenstemming is met de bepalingen van artikel 7 van deze verordening, legt hij de declaratie voor aan het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg beslist of de declaratie zal worden uitbetaald. De griffier deelt dit besluit mee aan de betreffende fractie.

Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie

  • 1.

    Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt. De verhoging voor een fractieondersteuner als bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt toebedeeld aan de fractie waaraan die ondersteuner na de splitsing feitelijk verbonden is, mits het maximum van twee fractieondersteuners per fractie niet wordt overschreden.

  • 2.

    Als zich een situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet, wordt de financiële bijdrage voor het lopende jaar naar evenredigheid herberekend met ingang van de maand volgend op de maand waarin de splitsing plaatsvindt.

  • 3.

    Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 10. Reserve

  • 1.

    De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in het volgende jaar.

  • 2.

    Een reserve is in elk jaar niet groter dan 30% van de financiële bijdrage, waarop de fractie in het voorgaande kalenderjaar recht had op grond van artikel 6.

  • 3.

    De opgebouwde reserve vervalt als er verkiezingen hebben plaatsgevonden.

Artikel 11 Verantwoording

De griffier verstrekt de raad binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar een overzicht van de uitgekeerde bedragen per fractie.

 

Paragraaf 4. Slotbepalingen

 

Artikel 12. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2006 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2006 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen.

Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Zeist 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 juli en voortgezet op 9 juli 2026,

De griffier,

drs. E.M.H. Lemaier

De voorzitter,

drs. J. Langenacker

Toelichting verordening

Algemeen

Artikel 33 van de Gemeentewet (hierna: wet) bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op ambtelijke bijstand (eerste lid) en dat de in de raad vertegenwoordigde groeperingen (de fracties) recht hebben op ondersteuning (tweede lid). De raad is verplicht hiervoor een verordening vast te stellen die ten aanzien van de ondersteuning regels bevat over de besteding en de verantwoording (derde lid). Met deze verordening wordt hieraan uitvoering gegeven.

De formulering van artikel 33 van de wet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan.

De financiële bijdrage voor de fractieondersteuning is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Dit betekent dat titel 4.2 van de Awb van toepassing is. In Zeist wordt de bijdrage op declaratiebasis uitbetaald. De griffier toetst bij elke declaratie of de besteding voldoet aan de verordening; elke uitbetaling geldt als verlening en vaststelling van de bijdrage voor dat bedrag.

In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. De griffier is het eerste aanspreekpunt voor raadsleden bij verzoeken om informatie en bijstand. Een nadere omschrijving van de taken van de griffier is vastgelegd in de ambtsinstructie van de griffier. De griffiemedewerkers vallen onder het gezag van de griffier.

De griffier vervult, via de secretaris, ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. Dat de raad over een griffier met griffie beschikt die bijstand kan verlenen, betekent niet dat er geen behoefte is aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal in bepaalde gevallen een beroep op deze organisatie dan ook nodig zijn. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie, wijst de secretaris in die gevallen de betrokken ambtenaar aan. Daarom zijn de relevante aspecten van de rol van de secretaris in deze verordening nader uitgewerkt.

 

Artikelsgewijs

Hierna worden uitsluitend de bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven.

 

Artikel 1. Definities

Bijstand in de vorm van ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties kan verleend worden door ambtenaren die onder het gezag van de raad vallen (artikel 107e van de wet) of door ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie die onder het gezag van het college valt (artikel 160 van de wet). Hoewel medewerkers van de griffie ambtenaren zijn in de zin van de Ambtenarenwet, is de term ‘ambtelijke bijstand’ in deze verordening voorbehouden bijstand verleend door de reguliere ambtelijke organisatie.

De definitie van fractieondersteuner ziet op personen die op vrijwillige basis werkzaamheden verrichten voor een fractie en daarvoor een vrijwilligersvergoeding van de fractie ontvangt.

 

Artikel 2. Verzoek om informatie

Raadsleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben of inzage of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de wet tot het college te richten. Zij kunnen hun verzoek aan de griffier richten. Verzoeken die betrekking hebben op documenten waarop geheimhouding rust, worden eveneens aan de griffier gericht. De griffier neemt een opgelegde geheimhouding in acht. Als een raadslid geheime stukken opvraagt die alleen mogen worden ingezien, leidt de griffier het verzoek door naar het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd.

De griffier verstrekt de informatie zo spoedig mogelijk. Als de griffier niet volledig aan het verzoek kan voldoen, verzoekt hij de secretaris of de reguliere ambtelijke organisatie de ontbrekende informatie kan leveren. Het is in lijn met de onderlinge taakverdeling dat de griffier het aanspreekpunt en de aangewezen persoon is om de voortgang in het proces te bewaken.

 

Artikel 3. Verzoek om bijstand

Verzoeken om bijstand worden eveneens aan de griffier gericht. Als de griffier of de griffiemedewerkers de verzochte ondersteuning niet kunnen leveren, verzoekt de griffier de secretaris om inzet van ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie. De secretaris beoordeelt of een van de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ van toepassing is. Bij een conflict over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand ligt het in de rede dat de burgemeester als voorzitter van zowel de raad als het college, hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig het betrokken raadslid (vierde lid).

 

Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand

Als een raadslid niet tevreden is over de verleende ambtelijke bijstand, kan de burgemeester een bemiddelende rol vervullen. De positie van de burgemeester als voorzitter van zowel de raad als het college maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak.

 

Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

Dit artikel voorkomt dat de ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent in een spagaat tussen raad en college terechtkomt. Een raadslid moet erop kunnen vertrouwen dat de ambtenaar bij het verlenen van bijstand onafhankelijk van het college opereert. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid, is bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Als hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.

 

Artikel 6. Recht op financiële bijdrage

Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen.

De bijdrage wordt verstrekt voor de duur van de zittingsperiode van de raad (eerste lid). Ook na een gemeentelijke herindeling waarbij de nieuwe raad vanaf 1 januari aantreedt, zal de bijdrage voor de duur van de zittingsperiode van die raad verstrekt worden (op basis van een door de nieuwe raad vastgestelde verordening). De herindelingsverkiezingen zijn dan in november van het jaar daarvóór geweest.

De bijdrage bestaat uit een basisbedrag per in de raad vertegenwoordigde fractie en een variabel deel per raadszetel van die fractie (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie zich op een gelijkwaardig basisniveau kan laten ondersteunen. Naar rato van fractiegrootte wordt daarnaast een variabel deel toegekend, zodat ook ieder fractielid op gelijkwaardig niveau ondersteund kan worden.

Het derde lid regelt een aanvullende verhoging voor fractieondersteuners. Voorwaarde is dat de fractievoorzitter de fractieondersteuner bij de griffier heeft aangemeld. De vergoeding is gemaximeerd op de wettelijke vrijwilligersvergoeding en wordt jaarlijks geïndexeerd via de koppeling aan artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

In Zeist zijn fractieondersteuners in de praktijk doorgaans tevens als commissielid aangewezen op grond van de Regeling commissieleden. Als commissielid ontvangen zij een vergoeding op grond van artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor het bijwonen van commissievergaderingen. Die vergoeding staat geheel los van de vrijwilligersvergoeding op grond van dit artikel: de commissievergoeding ziet op de werkzaamheden als commissielid, de vrijwilligersvergoeding op de ondersteuning van de fractie in bredere zin.

Het vierde lid bevat een bijzondere regeling voor het verkiezingsjaar. In dat jaar treedt de oude raad af na de reguliere raadsverkiezingen en treedt de nieuwe raad aan. De bijdrage wordt in dat geval pro rata berekend over het aantal maanden in de respectieve perioden.

De financiële bijdrage voor fractieondersteuning voldoet aan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Omdat het verlenen van subsidies in de Algemene subsidieverordening ((hierna: ASV) indien van kracht) in de gemeente doorgaans aan het college gedelegeerd is, is voornoemde verordening in het vijfde lid niet van toepassing verklaard op de bijdrage voor fractieondersteuning. Niet alleen vanwege het dualisme tussen de raad en het college, maar ook omdat het regime in de ASV wezenlijk anders is dan het regime voor het verlenen, vaststellen en verantwoorden van de bijdrage voor fractieondersteuning.

 

Artikel 7. Besteding financiële bijdrage

Fracties worden grotendeels vrijgelaten in de besteding van de financiële bijdrage. De minimumvoorwaarde is dat de bijdrage wordt aangewend ter versterking van de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de fractie. In het tweede lid is een niet-limitatieve opsomming opgenomen van bestedingen die in ieder geval niet zijn toegestaan.

Raadsleden mogen hun persoonlijke vergoeding voor het raadswerk niet aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en ook contributies aan politieke partijen of gelieerde organisaties mogen niet via de fractieondersteuning worden gefinancierd. Een partijlidmaatschap is een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie.

Fooien komen niet voor vergoeding in aanmerking. Basis daarvoor is te vinden in de 'Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen' (een uitgave van ministerie van BZK, VNG, IPO en de Unie van Waterschappen), waarin is bepaald dat fooien voor eigen rekening van politieke ambtsdragers komen.

Ook giften kunnen niet uit het fractiebudget worden betaald. Attenties of een geldelijke beloning voor personen ter vergoeding van een tegenprestatie kunnen wel uit het fractiebudget worden betaald. Kosten voor lief en leed (verjaardagen, ziekte etc.) kunnen niet vanuit het fractiebudget worden betaald, omdat zij niet bijdragen aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van de fractie. Verder worden kosten voor representatie en cadeaus niet ten laste van het fractiebudget gebracht, tenzij deze dienen als vergoeding van prestaties geleverd ten behoeve van de fractie.

Enkele voorbeelden n.a.v. deze regels:

  • -

    een boekenbon (of een geldelijke beloning) voor iemand die een presentatie heeft gegeven op een bijeenkomst georganiseerd door de fractie (gericht op raadsactiviteiten) kan uit het fractiebudget worden betaald;

  • -

    een bos bloemen voor een ziek fractielid wordt niet uit het fractiebudget betaald;

  • -

    een afscheidscadeau voor een vertrekkend wethouder of griffier wordt niet uit het fractiebudget betaald;

  • -

    een fles wijn of vergelijkbare attentie voor iemand die een concrete bijdrage heeft geleverd ten behoeve van de fractie (bv. het kosteloos beschikbaar stellen van een vergaderruimte) kan uit het fractiebudget worden betaald.

Onderdeel c sluit bestedingen uit waarvoor al een andere wettelijke voorziening bestaat. Dit betreft onder meer reis- en verblijfkosten, kosten voor een buitenlandse excursie of reis, kosten voor een computer of internetverbinding, niet-partijpolitiek georiënteerde scholing die door of namens de gemeente wordt aangeboden. Deze komen voor vergoeding in aanmerking op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet. In het bijzonder wordt benadrukt dat het ook niet is toegestaan om met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning verkiezingscampagnes te financieren. Het fractiebudget is bedoeld ter ondersteuning van het functioneren van de fractie als onderdeel van de raad, niet ter ondersteuning van de partij als politieke organisatie.

Gemaakte kosten van een gezamenlijk overleg van twee of meer fracties kunnen vanuit het fractiebudget van de betrokken fracties worden betaald. De kosten worden evenredig verdeeld over de deelnemende fracties en in de verantwoording per fractie opgenomen.

 

Artikel 8. Uitbetaling financiële bijdrage

Zeist heeft gekozen voor uitbetaling op declaratiebasis in plaats van een voorschotsysteem. Dit houdt in dat fracties kosten eerst maken en vervolgens declareren. De fractievoorzitter dient de declaraties in bij de griffier, die als budgethouder namens de raad optreedt. Als de griffier twijfelt of een besteding voldoet aan de vereisten van artikel 7, legt hij de declaratie voor aan het fractievoorzittersoverleg ter besluitvorming.

 

Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie

Als raadsleden een nieuwe zelfstandige fractie vormen of zich bij een andere fractie aansluiten, wordt alleen het variabele deel van de bijdrage — dat gekoppeld is aan het zeteltal — toebedeeld aan de nieuwe of ontvangende fractie. Het basisbedrag blijft bij de fractie waaruit de leden zijn vertrokken.

De vergoeding voor een fractieondersteuner volgt de fractie waaraan die ondersteuner feitelijk verbonden is, mits het maximum van twee fractieondersteuners per fractie niet wordt overschreden.

 

Artikel 10. Reserve

De reservemogelijkheid geeft uitvoering aan de door de gemeenteraad aangenomen motie 'Fractiebudget' van 7 november 2023. Daarin sprak de raad de wens uit dat niet-bestede fractiebudgetten kunnen worden meegenomen naar het volgende jaar, zodat fracties kunnen sparen voor grotere uitgaven, zoals het inhuren van extern advies of een second opinion.

 

Niet-bestede budgetten worden automatisch door de raad gereserveerd; fracties hoeven hiervoor geen apart verzoek in te dienen. De griffier verwerkt dit in het jaarlijkse overzicht als bedoeld in artikel 11.

De reserve is gemaximeerd op 30% van de bijdrage waarop de fractie in het voorgaande jaar recht had (tweede lid). Dit voorkomt dat reserves zich eindeloos ophopen en buiten verhouding raken tot het doel van de fractieondersteuning. Een overschot boven het maximum vloeit terug naar het jaarrekeningresultaat.

 

Na verkiezingen vervalt de opgebouwde reserve (derde lid). Dit zorgt ervoor dat alle fracties na de verkiezingen, ongeacht hun omvang of besteedgedrag in de vorige raadsperiode, met een gelijke uitgangspositie beginnen. De reserve is immers verbonden aan de fractie in de lopende zittingsperiode, niet aan de politieke partij.

 

Artikel 11. Verantwoording

De griffier verstrekt jaarlijks een overzicht van de uitgekeerde bedragen per fractie aan de raad.

 

Artikelen 12 en 13. Slotbepalingen

De oude verordening uit 2006 wordt ingetrokken. Het overgangsrecht zorgt ervoor dat lopende financiële bijdragen en de verantwoording daarover nog worden afgehandeld op basis van de ingetrokken verordening. De nieuwe verordening treedt in werking de dag na bekendmaking in het elektronisch Gemeenteblad.

Naar boven