Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2026, 351018 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2026, 351018 | beleidsregel |
Subsidiebeleid Stichtse Vecht 2027-2031
De gemeente Stichtse Vecht zet subsidies in om maatschappelijke doelen te realiseren door activiteiten en initiatieven die daaraan bijdragen te ondersteunen. Subsidies zijn één van de instrumenten waarmee de gemeente samen met partners bijdraagt aan een sterke en leefbare samenleving.
De evaluatie van het subsidieprogramma 2021-2024 laat zien dat de huidige inrichting van subsidies onvoldoende houvast biedt voor sturing, verantwoording en transparantie. Met name de samenhang tussen doelen, resultaten en effecten, de juridische borging van subsidieregelingen en de rolverdeling tussen raad en college vroegen om nadere verduidelijking en aanscherping. Dit subsidiebeleid is opgesteld om deze knelpunten te adresseren en de inzet van subsidies toekomstbestendig te maken.
De gemeente beschikt over verschillende subsidiedocumenten, waaronder de Algemene subsidieverordening (ASV), uitvoeringsvoorschriften en subsidieregelingen. Dit subsidiebeleid vormt het strategisch kader dat deze documenten met elkaar verbindt. Het beschrijft waarom en hoe de gemeente subsidies inzet om gemeentelijke ambities te realiseren en bevat gemeentebrede kaders voor subsidieverlening.
Met dit beleid wordt een onderscheid gemaakt tussen de kaderstellende rol van de gemeenteraad en de uitvoerende rol van het college:
Deze rolverdeling maakt het mogelijk dat de raad gericht kan sturen op maatschappelijke effecten, terwijl het college ruimte heeft om de uitvoering praktisch, efficiënt en rechtmatig vorm te geven.
Dit subsidiebeleid heeft als doel om de inzet van subsidies doelgericht, transparant en samenhangend in te richten. Het beleid beoogt:
Dit beleid geldt voor alle subsidies die door de gemeente Stichtse Vecht worden verstrekt.
Het subsidiebeleid staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een samenhangend geheel van beleids- en uitvoeringsdocumenten:
Dit subsidiebeleid bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding, doelstelling en opbouw van het beleid. Hoofdstuk 2 gaat in op de rol van subsidie als gemeentelijk instrument en de verhouding tot andere sturingsmiddelen. In hoofdstuk 3 worden de sturingsprincipes voor subsidies toegelicht. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe strategische keuzes worden vertaald naar concrete subsidieregelingen. Tot slot bevat hoofdstuk 5 het gemeentebrede afwegingskader dat wordt gebruikt bij het ontwikkelen en toepassen van subsidieregelingen.
2. De rol van subsidie als gemeentelijk instrument
De gemeente Stichtse Vecht beschikt over verschillende instrumenten om maatschappelijke doelen te realiseren. Subsidie is één van deze instrumenten, naast onder meer inkoop, bestuurlijke afspraken en eigen uitvoering. Elk instrument kent een eigen vorm van sturing, mate van beïnvloeding en rolverdeling tussen gemeente en partners.
Subsidie wordt ingezet wanneer de gemeente maatschappelijke doelen wil realiseren in samenwerking met maatschappelijke partners, waarbij ruimte nodig is voor eigen initiatief, professionele afwegingen en innovatieve aanpakken. De gemeente stuurt daarbij primair op maatschappelijke effecten en resultaten, terwijl partners ruimte hebben om te bepalen hoe zij de activiteiten en aanpak invullen.
Subsidie als voorkeursinstrument
De gemeente kiest voor subsidie wanneer:
In al deze situaties geldt dat de gemeente met subsidie sturend is op doelen en resultaten, met ruimte in de wijze van uitvoering.
Inkoop als voorkeursinstrument
Inkoop is het aangewezen instrument wanneer:
De gemeente maakt bij maatschappelijke activiteiten een zorgvuldige afweging om te bepalen of en hoe zij deze ondersteunt. Daarbij staan twee samenhangende vragen centraal:
1. Is gemeentelijke betrokkenheid nodig?
De gemeente beoordeelt eerst of de activiteit onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt en/of ondersteuning nodig is. Daarbij wordt gekeken naar:
2. Welk instrument past het best: subsidie of inkoop?
Als gemeentelijke betrokkenheid wenselijk of noodzakelijk is, bepaalt de gemeente welk instrument het meest passend is:
Een zorgvuldige en navolgbare afweging tussen subsidie en inkoop is noodzakelijk, mede gelet op het aanbestedingsrecht, staatssteunregels en de Algemene wet bestuursrecht.
De gemeente Stichtse Vecht kent het uitdaagrecht, zoals vastgelegd in de participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026. Dit subsidiebeleid biedt ruimte om initiatieven vanuit het uitdaagrecht, waar passend, met subsidie te ondersteunen. Indien nodig wordt gezocht naar een passende oplossing.
Typen subsidies in de gemeente Stichtse Vecht
De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende typen subsidies om initiatieven en activiteiten in de samenleving te ondersteunen. De keuze voor een subsidietype hangt samen met het doel, de looptijd en de gewenste mate van sturing. Door onderscheid te maken tussen structurele, incidentele en projectsubsidies, kan de gemeente effectief inspelen op uiteenlopende maatschappelijke behoeften en ontwikkelingen. In het onderstaande overzicht worden de belangrijkste kenmerken en toepassingsmomenten per subsidietype toegelicht.
3. Sturingsprincipes voor subsidies
De gemeente Stichtse Vecht wil doelgericht, transparant en effectief sturen op maatschappelijke impact. Subsidies worden ingezet ter ondersteuning van gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgelegd in inhoudelijke beleidskaders. In de samenwerking met subsidiepartners richt de gemeente zich op de bedoeling van het beleid, het gezamenlijk ontwikkelen van oplossingen en het bieden van ruimte voor experiment. Daarom hanteert de gemeente een aantal sturingsprincipes waarin vertrouwen, proportionaliteit en gerichte outcome sturing centraal staan.
De sturingsprincipes beantwoorden drie kernvragen:
De gemeente hanteert de volgende algemene sturingsprincipes:
Deze principes vormen de basis voor alle subsidierelaties in de gemeente.
De gemeente stuurt op resultaten door in subsidiebeschikkingen KPI’s op te nemen die aansluiten bij de aard en omvang van de subsidie en bij de gemeentelijke beleidsdoelen. De KPI’s richten zich op de volgende onderdelen.
KPI’s geven grip, helpen partners doelgerichter te werken en ondersteunen het college en de raad bij het verkrijgen van inzicht in de resultaten en maatschappelijke effecten van subsidies. In subsidiebeschikkingen worden KPI’s zoveel mogelijk aangesloten op de doelen en bijbehorende indicatoren die al in beleid zijn vastgelegd. KPI’s dienen als sturings- en monitoringsinstrument en vormen geen resultaatsverplichting, tenzij dit expliciet en gemotiveerd is vastgelegd in de subsidiebeschikking.
Voor een zorgvuldig inzicht in maatschappelijke resultaten en effecten wordt gebruikgemaakt van zowel kwantitatieve gegevens (bijvoorbeeld cijfers over bereik) als kwalitatieve informatie (zoals ervaringen van inwoners, casuïstiek en signalen).. De combinatie hiervan zorgt voor een evenwichtige en transparante beoordeling van de maatschappelijke opbrengst van subsidies. Daarbij wordt gevraagd resultaten te onderbouwen met bestaande informatiebronnen, zoals cliëntervaringsonderzoeken en monitors (waaronder de Monitor Sociale Kracht).
Sturing gebeurt niet alleen op papier, maar vooral in de periodieke gesprekken met subsidiepartners. De gemeente en partners bespreken:
Voor kleine subsidies volstaat een lichte check. Voor middelgrote en grote subsidies vinden deze gesprekken structureel plaats, minimaal eenmaal per halfjaar.
De gemeente erkent dat sommige maatschappelijke partners afhankelijk zijn van stabiele financiering. Daarom kan de gemeente in passende gevallen meerjarige subsidies verlenen:
Meerjarige subsidies worden verleend met inachtneming van jaarlijkse begrotingsvaststelling en geven geen onvoorwaardelijk recht op voortzetting. Indien sprake is van beëindiging of een wezenlijke vermindering van een subsidierelatie die meerdere jaren heeft bestaan, maakt het college een zorgvuldige belangenafweging, waarbij rekening wordt gehouden met de vereisten van artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Vertaling naar subsidieregelingen
In subsidieregelingen wordt dit beleid concreet uitgewerkt. Waar dit strategische beleidsdocument richting geeft, worden in subsidieregelingen de specifieke voorwaarden, doelgroepen, subsidiabele activiteiten, beoordelingscriteria, looptijd, subsidieplafonds en verantwoordingsvereisten vastgelegd. Daarmee zijn subsidieregelingen de schakel tussen ambities en uitvoering. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Stichtse Vecht de vertaalslag maakt van strategisch beleid naar concrete subsidieregelingen.
Doel van de subsidieregelingen
Subsidieregelingen operationaliseren de beleidskeuzes uit dit subsidiebeleid door:
Subsidieregelingen worden gepubliceerd en zodanig ingericht dat vergelijkbare initiatieven gelijke kansen hebben, tenzij gemotiveerd wordt afgeweken.
Schaarse subsidies en transparantie
Bij de verdeling van subsidie kan sprake zijn van schaarse subsidies. Dit is het geval wanneer:
In deze situaties borgt de gemeente een transparante werkwijze met gelijke kansen. Dit betekent dat:
Hiermee zorgt de gemeente voor een transparante en eerlijke verdeling van beschikbare subsidies.
Inhoud van de subsidieregelingen
Elke subsidieregeling van de gemeente Stichtse Vecht bevat de onderstaande onderdelen.
1. Aansluiting bij gemeentelijke doelen
De regeling beschrijft hoe zij bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen en aansluit bij relevante beleidskaders.
De regeling beschrijft het doel van de regeling: de maatschappelijke opgave, beoogde resultaten en effecten.
De regeling beschrijft de doelgroep van de regeling, zoals: organisaties, vrijwilligersinitiatieven, verenigingen en inwoners.
De regeling specificeert welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie en welke activiteiten uitdrukkelijk niet subsidiabel zijn.
De regeling bevat indicatoren die passen bij de beleidsdoelen en het type activiteit. Indicatoren en prestatieafspraken worden proportioneel en passend bij het type subsidie geformuleerd. Tenzij expliciet anders gemotiveerd, worden zij aangemerkt als inspanningsverplichting en niet als resultaatsverplichting. Voorbeelden van indicatoren zijn aantallen deelnemers, percentage actieve vrijwilligers, gemiddelde waardering van deelnemers, aantal duurzame samenwerkingen of gedragsverandering bij deelnemers.
6. Subsidieplafond en verdeelregels
De regeling bevat het subsidieplafond (het maximale bedrag dat binnen de regeling beschikbaar is) en de wijze waarop het beschikbare budget wordt verdeeld.
De subsidieregeling bevat objectieve en toetsbare beoordelingscriteria die aansluiten bij het gemeentebrede afwegingskader (zie hoofdstuk 5). Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
De regeling kan, in aanvulling op de aanvraagvereisten uit de uitvoeringsvoorschriften, specificeren welke informatie aanvragers moeten aanleveren om een subsidieaanvraag te kunnen beoordelen.
De regeling beschrijft de periode waarin de regeling van kracht is, inclusief:
De regeling kan nadere bepalingen bevatten over de wijze van bevoorschotting, betaling, vaststelling en eindafrekening van subsidies.
5. Afwegingskader voor subsidieverlening
Om aanvragen op een consistente, transparante en rechtmatige manier te beoordelen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemeentebreed afwegingskader. Dit kader geldt voor alle subsidieregelingen en vormt de basis waarop het college aanvragen beoordeelt. Het maakt inzichtelijk op basis van welke overwegingen een aanvraag wordt toegekend, gedeeltelijk wordt toegekend of wordt afgewezen.
Het afwegingskader bestaat uit vijf samenhangende criteria, die aansluiten bij de uitgangspunten van dit subsidiebeleid. Deze criteria bieden richting voor de beoordeling van subsidieaanvragen. In subsidieregelingen kan, afhankelijk van het type subsidie of beleidsterrein, een nadere uitwerking worden gegeven. De criteria worden in samenhang beoordeeld en consistent toegepast. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en omvang van de subsidieaanvraag. Het college motiveert de gemaakte afweging en legt deze transparant vast.
1. Bijdrage aan maatschappelijke effecten en beleidsdoelen
De activiteit draagt aantoonbaar bij aan gemeentelijke doelen en maatschappelijke effecten zoals vastgelegd in gemeentelijke beleidskaders.
2. Doelgroep, bereik en toegankelijkheid
De activiteit bereikt de juiste doelgroep en sluit aan bij lokale behoeften en opgaven.
De activiteit draagt bij aan een samenhangend en toekomstbestendig aanbod.
4. Effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit
De activiteit is effectief, uitvoerbaar en staat in verhouding tot de gevraagde middelen.
5. Financiële onderbouwing en cofinanciering
De activiteit kan niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd zonder gemeentelijke bijdrage en er is sprake van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de financiering.
Met dit afwegingskader toetst de gemeente op maatschappelijke waarde, passendheid bij gemeentelijke doelen, doelmatigheid bij inzet van middelen, samenhang met bestaand aanbod en financiële verantwoordelijkheid. Deze criteria vormen de basis voor consistente, transparante en rechtmatige besluitvorming en gelden voor alle subsidieregelingen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-351018.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.