Subsidiebeleid Stichtse Vecht 2027-2031

 

1. Inleiding

 

De gemeente Stichtse Vecht zet subsidies in om maatschappelijke doelen te realiseren door activiteiten en initiatieven die daaraan bijdragen te ondersteunen. Subsidies zijn één van de instrumenten waarmee de gemeente samen met partners bijdraagt aan een sterke en leefbare samenleving.

 

De evaluatie van het subsidieprogramma 2021-2024 laat zien dat de huidige inrichting van subsidies onvoldoende houvast biedt voor sturing, verantwoording en transparantie. Met name de samenhang tussen doelen, resultaten en effecten, de juridische borging van subsidieregelingen en de rolverdeling tussen raad en college vroegen om nadere verduidelijking en aanscherping. Dit subsidiebeleid is opgesteld om deze knelpunten te adresseren en de inzet van subsidies toekomstbestendig te maken.

 

De gemeente beschikt over verschillende subsidiedocumenten, waaronder de Algemene subsidieverordening (ASV), uitvoeringsvoorschriften en subsidieregelingen. Dit subsidiebeleid vormt het strategisch kader dat deze documenten met elkaar verbindt. Het beschrijft waarom en hoe de gemeente subsidies inzet om gemeentelijke ambities te realiseren en bevat gemeentebrede kaders voor subsidieverlening.

 

Met dit beleid wordt een onderscheid gemaakt tussen de kaderstellende rol van de gemeenteraad en de uitvoerende rol van het college:

  • De gemeenteraad stelt de strategische kaders vast voor de inzet van subsidies, waaronder de uitgangspunten, doelen en beoogde maatschappelijke effecten. De raad houdt grip op de inzet van subsidies door kaderstelling via het subsidiebeleid en door het budgetrecht via de begroting.

  • Het college vertaalt deze kaders in subsidieregelingen en uitvoeringsvoorschriften, waarin onder meer doelgroepen, beoordelingscriteria, subsidiabele activiteiten, voorwaarden en werkwijzen worden vastgelegd.

Deze rolverdeling maakt het mogelijk dat de raad gericht kan sturen op maatschappelijke effecten, terwijl het college ruimte heeft om de uitvoering praktisch, efficiënt en rechtmatig vorm te geven.

 

Doel

Dit subsidiebeleid heeft als doel om de inzet van subsidies doelgericht, transparant en samenhangend in te richten. Het beleid beoogt:

  • gemeentebrede kaders en uitgangspunten voor subsidieverlening vast te leggen

  • eenduidigheid in subsidieverlening te bevorderen

  • de relatie tussen ambities, doelen en de inzet van subsidies te verduidelijken

  • duidelijk te maken wanneer subsidie een passend instrument is en wanneer andere instrumenten effectiever zijn

  • richting te geven aan subsidieregelingen en uitvoeringsvoorschriften

Reikwijdte

Dit beleid geldt voor alle subsidies die door de gemeente Stichtse Vecht worden verstrekt.

 

Relatie met andere documenten

Het subsidiebeleid staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een samenhangend geheel van beleids- en uitvoeringsdocumenten:

  • ASV – juridisch kader voor subsidieverlening en de bevoegdheden van raad en college

  • uitvoeringsvoorschriften – generieke regels voor het subsidieproces en de uitvoering, zoals aanvraagprocedures, termijnen en verantwoording

  • subsidieregelingen – concrete voorwaarden per thema, gekoppeld aan gemeentelijke beleidsdoelen

  • inhoudelijke beleidskaders – gemeentelijke beleidsdocumenten waarin doelen en ambities zijn vastgelegd waarop subsidies aansluiten, zoals het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en andere thematische beleidsprogramma’s

  • begroting – het financiële kader waarbinnen subsidieplafonds worden vastgesteld en subsidies worden verstrekt

Leeswijzer

Dit subsidiebeleid bestaat uit vijf hoofdstukken. Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding, doelstelling en opbouw van het beleid. Hoofdstuk 2 gaat in op de rol van subsidie als gemeentelijk instrument en de verhouding tot andere sturingsmiddelen. In hoofdstuk 3 worden de sturingsprincipes voor subsidies toegelicht. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe strategische keuzes worden vertaald naar concrete subsidieregelingen. Tot slot bevat hoofdstuk 5 het gemeentebrede afwegingskader dat wordt gebruikt bij het ontwikkelen en toepassen van subsidieregelingen.

2. De rol van subsidie als gemeentelijk instrument

 

De gemeente Stichtse Vecht beschikt over verschillende instrumenten om maatschappelijke doelen te realiseren. Subsidie is één van deze instrumenten, naast onder meer inkoop, bestuurlijke afspraken en eigen uitvoering. Elk instrument kent een eigen vorm van sturing, mate van beïnvloeding en rolverdeling tussen gemeente en partners.

 

Subsidie wordt ingezet wanneer de gemeente maatschappelijke doelen wil realiseren in samenwerking met maatschappelijke partners, waarbij ruimte nodig is voor eigen initiatief, professionele afwegingen en innovatieve aanpakken. De gemeente stuurt daarbij primair op maatschappelijke effecten en resultaten, terwijl partners ruimte hebben om te bepalen hoe zij de activiteiten en aanpak invullen.

 

Subsidie als voorkeursinstrument

De gemeente kiest voor subsidie wanneer:

  • 1.

    Maatschappelijke meerwaarde centraal staat. De activiteit of voorziening levert aantoonbaar publieke waarde op voor inwoners of gemeenschappen, zonder dat sprake is van een directe leveringsverplichting richting de gemeente.

  • 2.

    Het initiatief (deels) uit de samenleving komt. Bijvoorbeeld door vrijwilligersorganisaties, maatschappelijke partners of samenwerkingsverbanden die zelf activiteiten ontwikkelen die aansluiten bij gemeentelijke ambities. Subsidie biedt ruimte voor eigen initiatief en maatwerk.

  • 3.

    Innovatie, experiment of ontwikkeling gewenst is. Subsidie is geschikt voor situaties waarin nog geen uitgekristalliseerde opdracht of vastomlijnd eindproduct bestaat. Het biedt flexibiliteit en stimuleert nieuwe werkwijzen.

  • 4.

    De activiteit niet doelmatig kan worden ingekocht. Als er geen duidelijke dienst is die de gemeente als opdrachtgever kan specificeren, of wanneer marktwerking onvoldoende passend of efficiënt is, is subsidie het aangewezen instrument.

  • 5.

    Samenwerking en partnerschap centraal staan. Wanneer de gemeente maatschappelijke partners wil versterken en duurzame samenwerking zoekt, sluit subsidiëring beter aan dan een klassieke opdrachtgever–opdrachtnemerrelatie.

In al deze situaties geldt dat de gemeente met subsidie sturend is op doelen en resultaten, met ruimte in de wijze van uitvoering.

 

Inkoop als voorkeursinstrument

Inkoop is het aangewezen instrument wanneer:

  • 1.

    De gemeente een concreet afgebakende opdracht wil laten uitvoeren. De gemeente bepaalt de inhoud, kwaliteit en resultaten, en verlangt dat deze binnen een af te spreken termijn en tegen een vooraf vastgestelde prijs worden geleverd.

  • 2.

    Er sprake is van een leveringsplicht. Wanneer de gemeente een dienst of prestatie wil ontvangen en direct verantwoordelijk is voor de aansturing en kwaliteitsborging, is inkoop juridisch en praktisch passend.

  • 3.

    De markt vergelijkbare diensten aanbiedt die goed te contracteren zijn.Inkoop biedt doelmatigheid en rechtmatigheid wanneer de opdracht helder te specificeren is en meerdere aanbieders kunnen worden betrokken.

  • 4.

    Er behoefte is aan stevige sturingsrelaties en contractmanagement. Bijvoorbeeld bij structurele dienstverlening, continuïteitsvereisten of wettelijke taken waarin prestaties en risico’s nauwkeurig moeten worden vastgelegd.

Keuzeafweging en motivering

De gemeente maakt bij maatschappelijke activiteiten een zorgvuldige afweging om te bepalen of en hoe zij deze ondersteunt. Daarbij staan twee samenhangende vragen centraal:

 

1. Is gemeentelijke betrokkenheid nodig?

De gemeente beoordeelt eerst of de activiteit onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt en/of ondersteuning nodig is. Daarbij wordt gekeken naar:

  • Publieke taak en doelen. Draagt de activiteit aantoonbaar bij aan gemeentelijke ambities of wettelijke taken?

  • Juridische passendheid. Sluit een eventuele bekostiging aan bij de geldende wettelijke en beleidsmatige kaders (o.a. Awb, Aanbestedingswet, ASV)?

  • Sturingsbehoefte. Hoeveel invloed wil en moet de gemeente hebben op resultaten?

  • Marktwerking. Is er een normale, concurrerende markt die dit soort activiteiten kan leveren?

  • Proportionaliteit. Past gemeentelijke inzet bij de schaal en impact van de activiteit?

2. Welk instrument past het best: subsidie of inkoop?

Als gemeentelijke betrokkenheid wenselijk of noodzakelijk is, bepaalt de gemeente welk instrument het meest passend is:

  • Inkoop wordt ingezet wanneer de gemeente een concreet afgebakende opdracht wil laten uitvoeren, waarbij levering, kwaliteit en uitvoering expliciet door de gemeente worden bepaald en sprake is van een duidelijke opdrachtrelatie.

  • Subsidie wordt ingezet wanneer maatschappelijke meerwaarde centraal staat en activiteiten of voorzieningen bijdragen aan gemeentelijke doelen, waarbij ruimte bestaat voor eigen invulling door maatschappelijke partners en de gemeente stuurt op doelen en resultaten.

Een zorgvuldige en navolgbare afweging tussen subsidie en inkoop is noodzakelijk, mede gelet op het aanbestedingsrecht, staatssteunregels en de Algemene wet bestuursrecht.

 

Relatie met het uitdaagrecht

De gemeente Stichtse Vecht kent het uitdaagrecht, zoals vastgelegd in de participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026. Dit subsidiebeleid biedt ruimte om initiatieven vanuit het uitdaagrecht, waar passend, met subsidie te ondersteunen. Indien nodig wordt gezocht naar een passende oplossing.

 

Typen subsidies in de gemeente Stichtse Vecht

De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende typen subsidies om initiatieven en activiteiten in de samenleving te ondersteunen. De keuze voor een subsidietype hangt samen met het doel, de looptijd en de gewenste mate van sturing. Door onderscheid te maken tussen structurele, incidentele en projectsubsidies, kan de gemeente effectief inspelen op uiteenlopende maatschappelijke behoeften en ontwikkelingen. In het onderstaande overzicht worden de belangrijkste kenmerken en toepassingsmomenten per subsidietype toegelicht.

 

Instrument / type

Kenmerk

Wanneer inzetten?

Structurele subsidie

Doorlopende maatschappelijke activiteiten

Continuïteit, basisvoorzieningen, initiatieven vanuit de samenleving

Incidentele subsidie

Tijdelijk, vernieuwend

Pilots, experimenten, eenmalige maatschappelijke activiteiten

Projectsubsidie

Afgebakend project met duidelijke doelstelling en looptijd

Projecten met eigen initiatief van partners

Stimulerings-/ontwikkelsubsidie

Versterken samenwerking / partners

Ontwikkeling, netwerkvorming, co-creatie

3. Sturingsprincipes voor subsidies

 

De gemeente Stichtse Vecht wil doelgericht, transparant en effectief sturen op maatschappelijke impact. Subsidies worden ingezet ter ondersteuning van gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgelegd in inhoudelijke beleidskaders. In de samenwerking met subsidiepartners richt de gemeente zich op de bedoeling van het beleid, het gezamenlijk ontwikkelen van oplossingen en het bieden van ruimte voor experiment. Daarom hanteert de gemeente een aantal sturingsprincipes waarin vertrouwen, proportionaliteit en gerichte outcome sturing centraal staan.

 

De sturingsprincipes beantwoorden drie kernvragen:

  • 1.

    Hoe richt de gemeente de relatie met subsidiepartners in?

  • 2.

    Hoe zorgt de gemeente voor goede informatie om te sturen op resultaten en effecten?

  • 3.

    Hoe houdt de gemeente het systeem eenvoudig, uitvoerbaar en passend bij schaal en aard van subsidies?

Algemene sturingsprincipes

De gemeente hanteert de volgende algemene sturingsprincipes:

  • Heldere doelen. Vooraf duidelijk geformuleerd, gekoppeld aan ambities en doelen zoals vastgelegd in relevante beleidskaders.

  • Eenvoudige werkwijze. Administratieve lasten zo laag mogelijk, passend bij de hoogte en aard van de subsidie.

  • Transparante beoordeling en afweging. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op een inzichtelijke en navolgbare wijze. 

  • Ruimte voor afwegingen van partners. Vertrouwen is de basis, er is ruimte voor experimenteren en innoveren. Geen micromanagement.

  • Sturen op outcome, niet alleen op output. Nadruk op daadwerkelijke maatschappelijke verbetering.

  • Dialoog en samenwerking. Voortgangsgesprekken zijn integraal onderdeel van sturing.

  • Samenwerking en netwerk. Samenwerking tussen partijen wordt actief gestimuleerd, onder andere via gezamenlijke aanvragen en door het verbinden van partijen die elkaar nog niet kennen. In subsidieregelingen kunnen hiervoor nadere voorwaarden worden opgenomen.

Deze principes vormen de basis voor alle subsidierelaties in de gemeente.

 

Resultaatgerichte sturing

De gemeente stuurt op resultaten door in subsidiebeschikkingen KPI’s op te nemen die aansluiten bij de aard en omvang van de subsidie en bij de gemeentelijke beleidsdoelen. De KPI’s richten zich op de volgende onderdelen.

  • 1.

    Activiteiten (output, wat doen we?)

    • o

      denk aan: aantallen, bereik, frequentie

  • 2.

    Resultaten (wat levert het op?)

    • o

      denk aan: verbeteringen bij deelnemers, minder aanmeldingen

  • 3.

    Effecten (outcome, welke maatschappelijke impact heeft het?)

    • o

      denk aan: bijdrage aan gemeentelijke beleidsopgaven, maatschappelijke participatie of leefbaarheid

KPI’s geven grip, helpen partners doelgerichter te werken en ondersteunen het college en de raad bij het verkrijgen van inzicht in de resultaten en maatschappelijke effecten van subsidies. In subsidiebeschikkingen worden KPI’s zoveel mogelijk aangesloten op de doelen en bijbehorende indicatoren die al in beleid zijn vastgelegd. KPI’s dienen als sturings- en monitoringsinstrument en vormen geen resultaatsverplichting, tenzij dit expliciet en gemotiveerd is vastgelegd in de subsidiebeschikking.

 

Voor een zorgvuldig inzicht in maatschappelijke resultaten en effecten wordt gebruikgemaakt van zowel kwantitatieve gegevens (bijvoorbeeld cijfers over bereik) als kwalitatieve informatie (zoals ervaringen van inwoners, casuïstiek en signalen).. De combinatie hiervan zorgt voor een evenwichtige en transparante beoordeling van de maatschappelijke opbrengst van subsidies. Daarbij wordt gevraagd resultaten te onderbouwen met bestaande informatiebronnen, zoals cliëntervaringsonderzoeken en monitors (waaronder de Monitor Sociale Kracht).

 

Sturing middels dialoog

Sturing gebeurt niet alleen op papier, maar vooral in de periodieke gesprekken met subsidiepartners. De gemeente en partners bespreken:

  • voortgang op activiteiten en KPI’s

  • knelpunten, risico’s en kansen

  • eventuele bijsturing binnen het jaar

  • aansluiting op het bredere beleid of andere partners

Voor kleine subsidies volstaat een lichte check. Voor middelgrote en grote subsidies vinden deze gesprekken structureel plaats, minimaal eenmaal per halfjaar.

 

Meerjarige subsidies

De gemeente erkent dat sommige maatschappelijke partners afhankelijk zijn van stabiele financiering. Daarom kan de gemeente in passende gevallen meerjarige subsidies verlenen:

  • meerjarig subsidiëren is mogelijk voor organisaties met structurele maatschappelijke waarde

  • voorwaarden worden vastgelegd in de subsidiebeschikking; jaarlijkse voortgangsmonitoring blijft daarbij verplicht

  • dit draagt bij aan continuïteit van dienstverlening voor partners en aan een voorspelbare inzet van middelen voor de gemeente

Meerjarige subsidies worden verleend met inachtneming van jaarlijkse begrotingsvaststelling en geven geen onvoorwaardelijk recht op voortzetting. Indien sprake is van beëindiging of een wezenlijke vermindering van een subsidierelatie die meerdere jaren heeft bestaan, maakt het college een zorgvuldige belangenafweging, waarbij rekening wordt gehouden met de vereisten van artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht.

4. Vertaling naar subsidieregelingen

 

In subsidieregelingen wordt dit beleid concreet uitgewerkt. Waar dit strategische beleidsdocument richting geeft, worden in subsidieregelingen de specifieke voorwaarden, doelgroepen, subsidiabele activiteiten, beoordelingscriteria, looptijd, subsidieplafonds en verantwoordingsvereisten vastgelegd. Daarmee zijn subsidieregelingen de schakel tussen ambities en uitvoering. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Stichtse Vecht de vertaalslag maakt van strategisch beleid naar concrete subsidieregelingen.

 

Doel van de subsidieregelingen

Subsidieregelingen operationaliseren de beleidskeuzes uit dit subsidiebeleid door:

  • helder te maken welk probleem of maatschappelijke opgave een regeling adresseert

  • expliciet te maken welke activiteiten worden ondersteund

  • objectieve en transparante beoordelingscriteria vast te leggen

  • eenduidige kaders voor financiële toekenning vast te stellen (inclusief subsidieplafonds)

  • rechtmatig en doelgericht handelen te borgen

Publicatie subsidieregelingen

Subsidieregelingen worden gepubliceerd en zodanig ingericht dat vergelijkbare initiatieven gelijke kansen hebben, tenzij gemotiveerd wordt afgeweken.

 

Schaarse subsidies en transparantie

Bij de verdeling van subsidie kan sprake zijn van schaarse subsidies. Dit is het geval wanneer:

  • het subsidieplafond ontoereikend is voor alle (potentiële) aanvragen, of

  • de gemeente voornemens is subsidie aan één specifieke partij te verlenen terwijl meerdere gegadigden denkbaar zijn.

In deze situaties borgt de gemeente een transparante werkwijze met gelijke kansen. Dit betekent dat:

  • 1.

    vooraf wordt verkend of meerdere gegadigden redelijkerwijs in aanmerking kunnen komen

  • 2.

    indien meerdere gegadigden mogelijk zijn, wordt gewerkt met vooraf kenbare, objectieve en toetsbare criteria en een passende verdeelprocedure

  • 3.

    indien het college gemotiveerd meent dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt en geen open verdeelprocedure via een subsidieregeling plaatsvindt wordt dit voornemen vooraf openbaar gemaakt met een redelijke reactietermijn

  • 4.

    de motivering van de keuze expliciet wordt vastgelegd in het besluit

Hiermee zorgt de gemeente voor een transparante en eerlijke verdeling van beschikbare subsidies.

 

Inhoud van de subsidieregelingen

Elke subsidieregeling van de gemeente Stichtse Vecht bevat de onderstaande onderdelen.

 

1. Aansluiting bij gemeentelijke doelen

De regeling beschrijft hoe zij bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelen en aansluit bij relevante beleidskaders.

 

2. Doel van de regeling

De regeling beschrijft het doel van de regeling: de maatschappelijke opgave, beoogde resultaten en effecten.

 

3. Doelgroep en reikwijdte

De regeling beschrijft de doelgroep van de regeling, zoals: organisaties, vrijwilligersinitiatieven, verenigingen en inwoners.

 

4. Subsidiabele activiteiten

De regeling specificeert welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidie en welke activiteiten uitdrukkelijk niet subsidiabel zijn.

 

5. Indicatoren

De regeling bevat indicatoren die passen bij de beleidsdoelen en het type activiteit. Indicatoren en prestatieafspraken worden proportioneel en passend bij het type subsidie geformuleerd. Tenzij expliciet anders gemotiveerd, worden zij aangemerkt als inspanningsverplichting en niet als resultaatsverplichting. Voorbeelden van indicatoren zijn aantallen deelnemers, percentage actieve vrijwilligers, gemiddelde waardering van deelnemers, aantal duurzame samenwerkingen of gedragsverandering bij deelnemers.

 

6. Subsidieplafond en verdeelregels

De regeling bevat het subsidieplafond (het maximale bedrag dat binnen de regeling beschikbaar is) en de wijze waarop het beschikbare budget wordt verdeeld.

 

7. Beoordelingscriteria

De subsidieregeling bevat objectieve en toetsbare beoordelingscriteria die aansluiten bij het gemeentebrede afwegingskader (zie hoofdstuk 5). Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • bijdrage aan maatschappelijke effecten en beleidsdoelen

  • doelgroep, bereik en toegankelijkheid

  • samenhang en samenwerking

  • effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit

  • financiële onderbouwing en cofinanciering

8. Aanvraagvereisten

De regeling kan, in aanvulling op de aanvraagvereisten uit de uitvoeringsvoorschriften, specificeren welke informatie aanvragers moeten aanleveren om een subsidieaanvraag te kunnen beoordelen.

 

9. Looptijd van de regeling

De regeling beschrijft de periode waarin de regeling van kracht is, inclusief:

  • ingangsdatum

  • eventuele einddatum

  • mogelijkheid tot verlenging of tussentijdse aanpassing onder voorwaarden

10. Betalingswijze

De regeling kan nadere bepalingen bevatten over de wijze van bevoorschotting, betaling, vaststelling en eindafrekening van subsidies.

5. Afwegingskader voor subsidieverlening

 

Om aanvragen op een consistente, transparante en rechtmatige manier te beoordelen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemeentebreed afwegingskader. Dit kader geldt voor alle subsidieregelingen en vormt de basis waarop het college aanvragen beoordeelt. Het maakt inzichtelijk op basis van welke overwegingen een aanvraag wordt toegekend, gedeeltelijk wordt toegekend of wordt afgewezen.

 

Het afwegingskader bestaat uit vijf samenhangende criteria, die aansluiten bij de uitgangspunten van dit subsidiebeleid. Deze criteria bieden richting voor de beoordeling van subsidieaanvragen. In subsidieregelingen kan, afhankelijk van het type subsidie of beleidsterrein, een nadere uitwerking worden gegeven. De criteria worden in samenhang beoordeeld en consistent toegepast. Daarbij wordt rekening gehouden met de aard en omvang van de subsidieaanvraag. Het college motiveert de gemaakte afweging en legt deze transparant vast.

 

1. Bijdrage aan maatschappelijke effecten en beleidsdoelen

De activiteit draagt aantoonbaar bij aan gemeentelijke doelen en maatschappelijke effecten zoals vastgelegd in gemeentelijke beleidskaders.

 

Beoordeling richt zich op:

  • aansluiting op actuele beleidsopgaven en maatschappelijke ontwikkelingen

  • mate waarin de activiteit publieke waarde toevoegt

  • bijdrage aan preventie, participatie, zelfredzaamheid en inclusie

  • ondersteuning van kwetsbare inwoners (waar relevant)

2. Doelgroep, bereik en toegankelijkheid

De activiteit bereikt de juiste doelgroep en sluit aan bij lokale behoeften en opgaven.

 

Beoordeling richt zich op:

  • relevantie van de doelgroep voor de opgave

  • realistisch en passend verwacht bereik

  • laagdrempelige toegankelijkheid (financieel, fysiek, sociaal)

  • gerichtheid op inwoners en de lokale samenleving van Stichtse Vecht

3. Samenhang en samenwerking

De activiteit draagt bij aan een samenhangend en toekomstbestendig aanbod.

 

Beoordeling richt zich op:

  • aansluiting op bestaand aanbod (voorkomt onnodige overlap)

  • samenwerking met relevante partners in het gebied

  • mate van versterking van lokale netwerken en initiatieven

  • multifunctioneel gebruik van ruimte (indien relevant)

4. Effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit

De activiteit is effectief, uitvoerbaar en staat in verhouding tot de gevraagde middelen.

 

Beoordeling richt zich op:

  • of subsidie het juiste instrument is (vs. inkoop of anderszins)

  • de verhouding tussen kosten en het beoogde maatschappelijke effect

  • verhouding tussen subsidiebedrag en frequentie/toegankelijkheid

  • uitvoerbaarheid (organisatie, planning, professionaliteit)

  • realistische begroting en doelmatige inzet van middelen

5. Financiële onderbouwing en cofinanciering

De activiteit kan niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd zonder gemeentelijke bijdrage en er is sprake van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de financiering.

 

Beoordeling richt zich op:

  • de noodzaak van subsidie voor de uitvoering van de activiteit

  • de mate waarin andere financieringsbronnen worden benut (zoals fondsen, contributies, sponsoring of andere vormen van cofinanciering)

  • verhouding tussen eigen bijdragen en de omvang van het project

  • inzichtelijkheid van bijdragen in natura (zoals hulp, materialen of korting)

  • mate waarin afhankelijkheid van gemeentelijke middelen beperkt blijft

Met dit afwegingskader toetst de gemeente op maatschappelijke waarde, passendheid bij gemeentelijke doelen, doelmatigheid bij inzet van middelen, samenhang met bestaand aanbod en financiële verantwoordelijkheid. Deze criteria vormen de basis voor consistente, transparante en rechtmatige besluitvorming en gelden voor alle subsidieregelingen.

Naar boven