Verkeersmaatregel Maasboulevard

Ruimte / Mobiliteit / 2026-2063284

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het opheffen van twee bushaltes aan de Maasboulevard.

 

Overwegingen

De Maasboulevard is een gebiedsontsluitingsweg gelegen in de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

 

Aan de Maasboulevard, ter hoogte van de Ursulinenweg, zijn twee bushaltes van TEC (Belgische vervoersmaatschappij) gelegen. Deze haltes worden niet of nauwelijks gebruikt.

 

De TEC heeft aangegeven deze twee bushaltes per 1 februari 2026 op te heffen.

 

Binnen een acceptabele loopafstand bevinden zich alternatieve bushaltes die dezelfde bestemmingen bedienen.

 

Deze maatregel wordt genomen om de verkeersveiligheid te verzekeren, het beschermen van weggebruikers en passagier en de het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

 

Belangenafweging

Enerzijds is het belang van reizigers om gebruik te kunnen maken van openbaar vervoer zo dicht mogelijk bij hun bestemming. Het opheffen van de bushaltes kan voor een beperkt aantal reizigers leiden tot een langere loopafstand.

 

Gezien het zeer geringe gebruik van deze haltes en de aanwezigheid van volwaardige alternatieve bushaltes binnen een acceptabele loopafstand, wordt de nadelige gevolgen voor reizigers beperkt geacht.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Maasboulevard in hun besluit van 15 november 2012, Ruimte / Mobiliteit en Milieu / 2012-50152;

  • 2.

    de bushaltes ter hoogte van de Ursulinenweg aan de Maasboulevard op te heffen door het verwijderen van de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  • 3.

    de verkeersborden A1 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te attenderen op de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom van 50 km/h;

  • 4.

    de verkeersborden A1 van Bijlage I van het RVV 1990 om de maximum snelheid buiten de bebouwde kom in te stellen op 70 km/h;

  • 5.

    de verkeersborden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om de Maasboulevard als voorrangsweg in te stellen;

  • 6.

    de verkeersborden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de rijbanen in de tunnel, met uitzondering van de transittunnel, als eenrichtingsweg in te stellen, gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren in zuidelijke richting;

  • 7.

    de verkeersborden C15 van Bijlage I van het RVV 1990 om de Maasboulevard gesloten te verklaren voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen:

    • a.

      op het wegvak Sint Teunisstraat – Maastrichter Grachtstraat;

    • b.

      op het wegvak Maastrichter Grachtstraat – Graanmarkt; in noordelijke richting ontbreekt bord

    • c.

      op het wegvak Sint Lambertuslaan – Maasboulevard, tot een punt ca. 150 m ten zuiden van perceel Lage Kanaaldijk 119;

  • 8.

    de verkeersborden C19 van Bijlage I van het RVV 1990 om de parkeertunnel gesloten te verklaren voor voertuigen, die met inbegrip van lading, hoger zijn dan 4,20 m;

  • 9.

    de verkeersborden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te gebieden het verkeersbord voorbij te rijden aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 10.

    de verkeersborden D4 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te gebieden de richting te volgen die het verkeersbord aangeeft;

  • 11.

    verkeersbord E2 van Bijlage I van het RVV 1990 om een verbod stil te staan in te stellen vanaf een punt ca. 30 m ten zuiden van de Biesenweg, in noordelijke rijrichting;

  • 12.

    verkeersbord E5 van Bijlage I van het RVV 1990 om als taxistandplaatsen aan te wijzen de parkeervakken aan de westzijde van de Maasboulevard, direct ten zuiden van de aanlanding van de Hoge Brug;

  • 13.

    verkeersbord E7 van Bijlage I van het RVV 1990 om als gelegenheid voor het onmiddellijk laden en/of lossen van goederen in te stellen de parkeergelegenheid aan de oostzijde van de Maasboulevard ter hoogte van Botel Maastricht;

  • 14.

    de verkeersborden E8d en onderborden met de tekst ‘max. 30 min’ en OB503 om de parkeergelegenheid aan de westzijde van de Maasboulevard, direct ten zuiden van de aanlanding van de Hoge Brug aan te wijzen als parkeergelegenheid voor bussen, met een maximum parkeerduur van 30 minuten;

  • 15.

    de verkeersborden G7 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “fietsers toegestaan brom/snorfietsen verboden” om het vrijliggende pad aan de oostzijde van de Maasboulevard, ter hoogte van de ENCI aan te wijzen als voetpad waar fietsers zijn toegestaan;

  • 16.

    de verkeersborden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om de vrijliggende paden aan de westzijde van de Maasboulevard, ten zuiden van de Lage Kanaaldijk aan te wijzen als verplicht fiets/bromfietspad;

  • 17.

    de verkeersborden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de haltes aan de Maasboulevard aan te wijzen als bushaltes;

  • 18.

    de fietsstroken, als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990, om de stroken langs de Maasboulevard aan te wijzen als fietsstroken;

  • 19.

    de zebramarkering en verkeersborden L2 van Bijlage I van het RVV 1990, om de voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49, lid 2 van het RVV 1990, te behouden.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2023” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht.

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 27 januari 2026

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

Naar boven