Aanleiding
Het project Vitale Vakantieparken heeft als doel de vitaliteit van de recreatieve sector versterken. Een onderdeel van dit project is het terugdringen van de permanente bewoning in recreatieverblijven, onder andere op de vakantieparken maar ook in losse, solitaire recreatieverblijven. Permanente bewoning doet in veel gevallen afbreuk aan het recreatieve karakter. Daarom dient deze vorm van bewoning zoveel mogelijk te worden beperkt om de parken en de sector recreatief aantrekkelijk en vitaal te houden.
Dit gebeurt op twee manieren:
- -
Nieuwe permanente bewoning voorkomen via de BRP-procedure nieuwe inschrijvingen recreatieverblijven;
- -
Het opstellen van een plan voor de huidige bewoning in recreatieverblijven, zowel in solitaire recreatieverblijven als verblijven op de parken.
Ten aanzien van het eerste punt is het nu van belang om het aantal recreatieverblijven dat gebruikt wordt voor permanente bewoning niet verder toe te laten nemen. Om verdere toename van permanente bewoning te voorkomen is onderstaande procedure opgesteld.
De BRP-procedure
De procedure is erop gericht om bij nieuwe inschrijvingen in de BRP (Basisregistratie Personen) op adressen van een recreatieverblijf direct contact op te nemen met de betreffende persoon. Met nieuwe inschrijvingen wordt bedoeld: personen die een inschrijfdatum in de BRP hebben ná 14 juli 2026. Het gaat niet om bestaande bewoning. Het gaat ook niet om bewoners die vanwege een huisnummerbesluit een verhuisaangifte moeten doen, omdat zij al in het betreffende recreatieverblijf woonden en feitelijk niet verhuizen.
Contact opnemen gebeurt middels een brief namens gemeente en de mogelijkheid voor de inschrijver tot invullen van een formulier om duidelijk te maken waarom men hier woont. Vervolgens kan een gesprek volgen om te bepalen of de bewoning tijdelijk gedoogd wordt of niet. Indien dat niet mogelijk is, wordt een handhavingstraject gestart. Bij handhaving wordt altijd zowel de bewoner als ook de eigenaar van het recreatieverblijf aangeschreven. Op deze manier voorkomen we dat er nieuwe gevallen van permanente bewoning ontstaan. Het proces biedt daarnaast ruimte voor maatwerk voor inwoners die noodgedwongen gebruik maken van een recreatieverblijf. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot een tijdelijke gedoogverklaring en indien nodig ook tot ondersteuning op sociaal vlak.
Ten slotte wordt verwacht dat er een preventieve werking uitgaat van dit proces. Wanneer men weet dat het bewonen van een recreatieverblijf in de gemeente Haaksbergen niet zomaar meer kan, is de verwachting dat minder mensen deze optie serieus overwegen.
Gedoogverklaring
Een gedoogverklaring kan afgegeven worden indien:
- 1.
het recreatieverblijf bewoond wordt ter tijdelijke overbrugging tussen twee reguliere woningen. Dit is uitsluitend mogelijk wanneer er concreet zicht bestaat op andere huisvesting. Bijvoorbeeld doordat een andere woning reeds is gekocht of in aan-/verbouw is.
- 2.
het recreatieverblijf bewoond wordt ter tijdelijke overbrugging in het kader van verbouwing/herstelwerkzaamheden woning; mits zicht op oplevering binnen termijn;
- 3.
er sprake is van een sociaal schrijnende situatie, waarbij tijdelijke bewoning een belangrijke bijdrage kan leveren aan verbetering van de situatie, en er geen voorliggend alternatief beschikbaar is. Bovendien dient men zich direct in te schrijven als woningzoekende voor een huurwoning. Indien relevant kijkt sociaal domein mee.
Verdere voorwaarden voor het afgeven van de tijdelijke gedoogverklaring zijn:
- -
Er is nog geen gedoogverklaring aan deze persoon voor dezelfde casus verleend; én
- -
Er is concreet zicht op een einddatum dan wel sprake van een sociaal schrijnende situatie; én
- -
Eigenaar recreatieverblijf geeft toestemming.
In alle gevallen geldt dat de aanvrager er zelf zorg voor draagt dat het recreatieverblijf aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor recreatieverblijven voldoet. Oftewel, dat het recreatieverblijf daadwerkelijk geschikt is om tijdelijk in te wonen. Bewoner/eigenaar blijft zelf verantwoordelijk voor brandveiligheid, constructieve veiligheid, onderhoud, etc.
Bij voorkeur heeft de aanvrager binding met de gemeente Haaksbergen of de regio. Zo willen we voorkomen dat vanuit andere gemeenten aanwas van permanente bewoning komt in onze recreatieverblijven.
Er is altijd toestemming nodig van de eigenaar van het recreatieverblijf voordat een tijdelijke gedoogverklaring afgegeven kan worden. Het gaat om tijdelijke persoonsgebonden en objectgerelateerde gedoogverklaringen.
De duur van de gedoogverklaring betreft maatwerk. Er wordt uitgegaan van een maximale termijn van 3 maanden. De gedoogverklaring kan eventueel verlengd worden met maximaal 3 maanden als de situatie hier om vraagt.
Voorwaarden eenmalige verlenging:
- -
Langere (terug)bouwtijd/hersteltijdwoning; of
- -
Geen zicht op een passende (huur)woning inclusief inspanningsverplichting, waarbij aangetoond wordt dat aanvrager al sinds inschrijving BRP ingeschreven staat bij een woningbouwcorporatie en/of aan kan tonen dat hij/zij actief op woningen reageert.
De bewijslast hiervoor ligt bij de aanvrager.
Door korte termijnen te hanteren ontmoedigen we zoveel mogelijk dat mensen hun toevlucht nemen tot een recreatieverblijf.
Voor het afgeven van de tijdelijke gedoogverklaringen, moet een teamleider het mandaat krijgen. Dit wordt nog separaat in een mandaatbesluit opgenomen.
In geval van maatwerk buiten het geschetste proces om, zal het college een besluit moeten nemen tot het al dan niet afgeven van een gedoogverklaring.
Het proces is ook stapsgewijs uitgewerkt in een stroomschema in een apart document.
Communicatie
Om het gewenste effect van dit proces te vergroten en in het kader van transparantie, wordt deze werkwijze op hoofdlijnen gecommuniceerd met parkeigenaren. In overleg met de communicatieadviseur zal bepaald worden of hier ook op een andere manier nog aandacht voor gevraagd moet worden.