Gemeenteblad van Utrechtse Heuvelrug
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2026, 349750 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2026, 349750 | overige overheidsinformatie |
Jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025
Voor u ligt het jaarverslag Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) over het jaar 2025 van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. In dit jaarverslag legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over de uitvoering van de VTH-taken en over de mate waarin de doelen, prioriteiten en activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma 2025 zijn gerealiseerd.
Vergunningverlening, toezicht en handhaving leveren een belangrijke bijdrage aan een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Door het zorgvuldig toetsen van aanvragen, het houden van toezicht op naleving van wet- en regelgeving en het waar nodig handhavend optreden, bewaakt de gemeente de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving en wordt ongewenste ontwikkeling en overlast zoveel mogelijk voorkomen.
In 2025 zijn de VTH-taken uitgevoerd binnen de beleidscyclus zoals voorgeschreven in de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarbij is gewerkt op basis van bestuurlijk vastgestelde prioriteiten, beschikbare capaciteit en actuele ontwikkelingen binnen het fysieke en veiligheidsdomein. De inwerkingtreding van nieuwe wet- en regelgeving, maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, duurzaamheid en energietransitie, en toenemende aandacht voor ondermijnende activiteiten vroegen daarbij om een flexibele en risicogerichte inzet van mensen en middelen.
De VTH-taken bestrijken een breed werkveld, waaronder bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, erfgoed, openbare orde en veiligheid en bijzondere wetten. In dit jaarverslag wordt per taakveld inzicht gegeven in de uitgevoerde activiteiten, de behaalde resultaten en de mate waarin deze aansluiten bij de doelstellingen uit het Uitvoeringsprogramma 2025. Waar doelen niet of slechts gedeeltelijk zijn behaald, wordt toegelicht welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen, welke afwegingen zijn gemaakt en welke lessen hieruit zijn getrokken voor de toekomst.
De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats in nauwe samenwerking met diverse ketenpartners. Intensieve afstemming met onder meer de Provincie Utrecht, omliggende gemeenten en gespecialiseerde uitvoeringsorganisaties, zoals de Omgevingsdienst Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht, de GGD Utrecht, Stichting MooiSticht, Ingenieursbureau Boorsma, het Openbaar Ministerie en de politie, is essentieel voor een integrale en effectieve aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door informatie te delen en gezamenlijk op te trekken bij complexe dossiers wordt de slagkracht van toezicht en handhaving vergroot.
Dit jaarverslag vormt tevens een belangrijk instrument voor het IBT en bestuurlijke verantwoording richting gemeenteraad, samenwerkingspartners en toezichthoudende instanties. Transparantie over resultaten, knelpunten en verbetermaatregelen draagt bij aan een lerende organisatie en aan het versterken van het vertrouwen in het gemeentelijk handelen.
De bevindingen en conclusies uit dit verslag worden benut om de uitvoering van de VTH-taken verder te professionaliseren en te verbeteren. Daarnaast vormen zij waardevolle input voor toekomstige uitvoeringsprogramma’s en beleidskeuzes, zodat de gemeente Utrechtse Heuvelrug ook in de komende jaren effectief kan blijven bijdragen aan een veilige, gezonde en kwalitatief hoogwaardige leefomgeving.
2. Wat hebben wij in 2025 gedaan?
In het afgelopen jaar heeft de gemeente uitvoering gegeven aan het Uitvoeringsprogramma 2025. In dit hoofdstuk wordt zowel in algemene zin teruggeblikt op de thematische uitvoering van het programma als meer gedetailleerd gerapporteerd per taak en activiteit. Voor de verantwoording per taakveld of activiteit wordt verwezen naar de bijbehorende productbladen. Dit hoofdstuk vormt daarmee het inhoudelijke jaarverslag over 2025. Eventuele verbeterpunten en noodzakelijke bijsturing worden meegenomen bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma 2026.
Gelet op de aard van de werkzaamheden van de toezichthouders (o.a. boa’s, bouwtoezichthouders en toezichthouders openbare ruimte) werken zij veelal op locatie. Thuiswerken is voor hen minder aan de orde. Juristen en casemanagers vergunningen werken ongeveer 50 procent van de werkweek thuis, en zijn minder locatiegebonden in hun werkzaamheden.
Uit onderzoek van een onafhankelijk advies- en toetsingsbureau bleek dat team Omgevingstoezicht en Omgevingsverzoeken, die beiden onderdeel uitmaken van het thema Omgeving, nadere kennis moesten opdoen van de Wet milieubeheer en Wet natuurbescherming om te voldoen aan de gewenste kwaliteitscriteria. Hierin is in 2025 gevolg aangegeven door middel van incompany trainingen. In 2025 hebben onze medewerkers eveneens trainingen gevolgd met het oog op kennisvergroting, zoals ‘actualiteiten BOPA’ en ‘jurisprudentie Omgevingswet’. Daarnaast is er ook op individueel niveau gekeken naar eventuele kennishiaten en zijn er ook dagcursussen gevolgd, zoals cursus Handhaving Omgevingswet, om ook in 2025 te kunnen voldoen aan de VTH-criteria.
Het in behandeling nemen van vergunningen geschiedt aanbodgestuurd. Het beoordelen van de vergunningsaanvragen en meldingen vindt vervolgens risicogericht plaats. Vergunningen moeten worden verleend als aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan, maar bij de beoordeling wordt steeds gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Belangrijke aandachtspunten in 2025 waren net als afgelopen jaren constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid.
In 2025 zijn meer aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend dan in 2024. Waar in 2024 726 activiteiten werden aangevraagd, steeg dit aantal in 2025 naar 865. Er werden met name vaker een Technische bouwactiviteit en Buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd. Er werden minder kapvergunningen aangevraagd, maar met de wijziging van de Bomenverordening wordt hier in 2026 een forse stijging (50%) in verwacht.
Er werden in 2025 minder vooroverleggen aangevraagd, namelijk 131 reguliere principeverzoek en 50 ruimtelijk initiatieven, ten opzichte van 149 en 53 in 2024. Er is wel een forse toename aan inhoudelijke vragen die via de postbus Omgevingsverzoeken worden gesteld.
Het aantal ingediende bezwaren tegen omgevingsvergunningen in 2025 bedroeg 71, waarvan 7 tegen de activiteit kappen. Dit is minder dan in 2024 (106 bezwaren) en ongeveer gelijk aan 2023 (75 bezwaren). Positief te noemen is de stijging van het aantal ingetrokken bezwaarschriften, met dank aan de meer mensgerichte en minder juridische aanpak van de bezwaarschriftenprocedure. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk informeel in gesprek te gaan met bezwaarmakers, zodat inwoners zich beter gehoord voelen en mogelijk onbegrip of misverstanden weggenomen kunnen worden. Van de 71 bezwaren zijn er 23 ingetrokken, dat is 32%, een mooie score. 8 bezwaren zijn nog in behandeling tijdens het schrijven van dit jaarverslag. In 2024 werd gemeentebreed 28% en in 2023 23% van de bezwaren ingetrokken. Let op: het aantal bezwaarschriften staat niet gelijk aan het aantal bestreden besluiten, tegen sommige besluiten worden meerdere bezwaren ontvangen.
Bij het team Omgevingstoezicht zijn in 2025 in totaal 35 bezwaren ingediend tegen genomen handhavingsbeschikkingen. Daarnaast zijn 6 bezwaren ingediend naar aanleiding van de afwijzing van een handhavingsverzoek. Tot slot zijn twee bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Bij het team APV en Bijzondere Wetten zijn 7 bezwaren ingediend. Het betreft twee bezwaren tegen vuurwerkverkoopvergunningen en 5 bezwaren tegen evenementenvergunningen.
Let op: in bovengenoemde aantallen zijn bezwaren tegen Woo-besluiten niet meegenomen.
Project Strategisch Openbaar Groen (snippergroen)
Vanuit team Omgevingsontwikkeling is in 2023 het project 'Strategisch Openbaar Groen' opgestart. Doel van dit project is om inzicht te krijgen in het gemeentelijk openbaar groen binnen de bebouwde kom. De stukken snippergroen en reststroken worden gezien als onmisbaar voor het behalen van diverse doelen in het kader van klimaatadaptatie, duurzaamheid en biodiversiteit. Voor deze ontwikkelingen is ruimte nodig, echter was onvoldoende helder waar ruimte is. In 2024 is vanuit dit project voor de hele gemeente dan ook een zogenaamde ‘Strategisch Openbaar Groenkaart’ opgesteld waarin de stukken snippergroen in onze gemeente in kaart zijn gebracht. Naar aanleiding daarvan hebben er inhoudelijke overleggen plaatsgevonden met betrekking tot de handhaving van (zonder toestemming) door inwoners ingebruikgenomen snippergroen. Vanuit het team Omgevingstoezicht heeft echter in 2025 minimale handhaving plaatsgevonden op dit project. De urenraming is gebaseerd op een prognose, waarbij de daadwerkelijke omvang van de taak wordt bepaald door het aantal aangedragen zaken vanuit team Omgevingsontwikkeling. Dit project is in 2025 niet overgedragen naar een nieuwe projectleider, en heeft feitelijk stilgelegen.
Project niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven
Zoals in voorgaande jaarverslagen staat de gemeente ook dit jaar kort stil bij de uitvoering van de beleidsnota ‘Niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’. In 2020 heeft de besluitvorming over deze beleidsnota plaatsgevonden in zowel het college van burgemeester en wethouders als de gemeenteraad. In deze fase lag de nadruk vooral op de voorbereiding van het project, het doorlopen van het bestuurlijke besluitvormingsproces, het opstellen van controlerapporten en het inrichten van bijbehorende werkprocessen.
Vanaf 2023 is een daadwerkelijke start gemaakt met de handhaving op permanente bewoning van recreatieverblijven op recreatieparken. Hiervoor is een specifiek aangewezen toezichthouder ingezet met een capaciteit van 0,6 fte.
In 2025 is voor de uitvoering van dit project structureel capaciteit gereserveerd: 24 uur per week voor toezicht en 12 uur per week voor juridische ondersteuning. Deze inzet blijft in 2026 ongewijzigd, zodat continuïteit in toezicht en handhaving is gewaarborgd en lopende dossiers zorgvuldig kunnen worden afgerond.
In 2025 heeft de toezichthouder 215 controles uitgevoerd op circa 10 verschillende recreatieterreinen. In 2025 heeft de gemeente meerdere integrale controles uitgevoerd op één vakantiepark. Naar aanleiding van deze controles zijn er 37 vooraanschrijvingen en 8 aanschrijvingen verstuurd. Sinds medio 2025 heeft de gemeente uitsluitend personen aangeschreven die na 16 mei 2024 op het vakantiepark zijn gaan wonen. Personen die vóór 16 mei 2024 op het vakantiepark zijn gaan wonen, komen mogelijk in aanmerking voor de instructieregel. Op dit moment is nog niet duidelijk wat er met de instructieregel gaat gebeuren.
Handhavingsbeschikkingen die vóór de bekendmaking van de concept-instructieregel zijn opgelegd, bleven in stand.
Een integrale controle op een vakantiepark is erg waardevol. Naast het constateren van permanente bewoning zijn er ook verschillende overtredingen op grond van de Opiumwet geconstateerd. Daarnaast hebben wij verschillende personen gesproken met een hulpvraag. Deze personen zijn in contact gebracht met de Sociale Dorpsteams.
Naast de handhavingszaken op dit vakantiepark heeft de gemeente bij circa 10 personen ook een handhavingstraject kunnen starten die op andere vakantieparken woonden.
Naar aanleiding van deze controles konden 36 hieruit voortvloeiende zaken worden opgepakt door de juristen. Permanente bewoners van recreatieverblijven hebben een begunstigingstermijn van 1,5 jaar gekregen om een alternatieve woonruimte te vinden. Uit deze dossiers over permanente bewoning op recreatieparken zijn in 2025 twee bezwaren voortgevloeid.
Bovendien is in 2024 samen met de VRU de situatie ten aanzien van brandveiligheid op de recreatieparken geïnventariseerd. Parkeigenaren bleken behoorlijk te moeten verbeteren aan brandveiligheid en blusvoorzieningen. Samen met de VRU is er in januari 2024 een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de parkmanagers van de vakantieparken in het kader van advies op brandveiligheid, en de implementering daarvan. Parkereigenaren hebben hiervoor de tijd gekregen in 2024 en 2025. De toezichthouders hebben in 2025 gepeild of er ontwikkelingen waren op het gebied van brandveiligheid. De VRU, en de gemeentelijke afdeling Openbare Orde en Veiligheid zijn in dit proces aangehaakt gebleven. De afspraak is gemaakt dat de vakantieparken in april 2026 brandveilig moeten zijn en met name moeten beschikken over adequate blusvoorzieningen en bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Ondermijning, openbare orde en adresonderzoek BRP (Basisregistratie Personen)
Vanaf 2017 heeft de gemeente middels een integrale aanpak met ketenpartners ingezet op het delen van informatie en kennis met samenwerkende partners zoals politie en RSD om ondermijning en minder zichtbare vormen van criminaliteit aan te pakken zoals fraude, hennepteelt en witwassen. Ook wordt er binnen de gemeente intern samengewerkt tussen verschillende afdelingen tijdens het “signalen overleg ondermijning”. Daarnaast vinden er ook “ondermijningsoverleggen” plaatst met de politie en RIEC. In 2021 is er in opdracht van de gemeente in samenwerking met het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Midden-Nederland (RIEC MN) een “Gelegenheidskaart Ondermijning” met bijbehorende risicokaart gemaakt. Hierin worden onderwerpen als recreatieparken, leegstand en verzorgingstehuizen in kaart gebracht, en de daarbij horende risico’s. De lokale politie is als ketenpartner eveneens aangehaakt geweest in dit proces. Dit is éénmalig gedaan. Wij merken op dat deze kaart ten tijde van de publicatie van dit jaarverslag vijf jaar oud is. Ontwikkelingen op het gebied van ondermijning worden opgevangen door BRP-controles, integrale controles op recreatieparken met ketenpartners en het trainen van onze toezichthouders op het herkennen van arbeidsuitbuiting, ondermijning en drugsproductie. Bij relevante casuïstiek wordt een RIEC-casus gestart, waarbij diverse overheidspartijen betrokken zijn. Waar nodig, zoals in het geval van drugsvondsten, wordt er handhavend opgetreden. Om de integrale samenwerking te bevorderen wordt er gewerkt aan integraal beleid om ondermijning tegen te gaan.
De boa’s dragen bij aan de aanpak van ondermijning door deel te nemen aan integrale controles met onder andere de politie. De boa’s fungeren daarbij als toezichthouder in het kader van de Wet BRP, de Alcoholwet en de APV. Bij deze integrale controles kunnen, afhankelijk van de controle(s), ook eventueel een toezichthouder omgevingsrecht en/of jurist aanwezig zijn in verband met de bouwkundige aspecten van een gebouw en een eventuele planologische toets.. Daarnaast doen boa’s reguliere adresonderzoeken op verzoek van thema Publiek of het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit in het kader van de aanpak van fraude en daarnaast om de basisregistratie actueel te houden.
De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) houdt toezicht op de naleving van brandveiligheidseisen tijdens de bouw, bij bestaande gebouwen, evenementen, vuurwerkverkoop en relevante milieuactiviteiten. Het toezicht is gericht op het waarborgen van een brandveilige omgeving voor gebruikers en bezoekers.
Daarbij wordt gecontroleerd op bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van bouwwerken en activiteiten. De eerste verantwoordelijkheid voor brandveiligheid ligt bij de gebruiker, zoals de eigenaar van een bouwwerk, de organisator van een evenement of de drijver van een inrichting.
De VRU houdt risicogericht toezicht en richt zich daarbij op situaties waar de grootste risico’s voor de samenleving bestaan. Om normconform gedrag te bevorderen en handhavend optreden zorgvuldig en uniform toe te passen, werkt de VRU volgens de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS).
Bouw: Controles van nieuwbouw zijn vraaggestuurd en worden uitgevoerd in overleg met de gemeente. Controles op bestaande bouw vinden plaats op basis van thematische prioritering. In 2025 zijn 232 van de 245 geplande controles uitgevoerd. Gemeentespecifieke controles of controles op recreatieparken hebben in 2025 niet plaatsgevonden.
Voor een uitgebreidere weergave van de verrichte werkzaamheden door samenwerkingspartners wordt verwezen naar hoofdstuk 4 ‘Evaluatie samenwerkingspartners’ van dit jaarverslag.
VRU: Toezicht bouw (gebouwenbestand)
De controles Bouw zijn vraaggestuurd; de VRU voert deze uit in overleg met/op verzoek van de gemeente. In 2025 zijn alle door de gemeente aangevraagde controles uitgevoerd. Er zijn minder bouwcontroles uitgevoerd dan opgenomen in het VRU jaarplan voor 2025, namelijk 232 in plaats van 245. Dit heeft deels te maken met gedeeltelijk onvolledige registratie. De jaarplanning voor 2026 is hierop aangepast. Voor 2025 waren er in het jaarplan geen gemeentespecifieke controles afgesproken. Uit het VRU jaarverslag 2025 blijkt dat er geen sprake is van controles op recreatieparken. Brandveiligheidscontroles op recreatieparken worden uitgevoerd door een toezichthouder handhaving van de gemeente, bijvoorbeeld als er sprake is van een situatie waarin er gedoogbeschikkingen voor wonen in een recreatieverblijf aangevraagd zijn. Hiervan is sprake als de gemeente statushouders (tijdelijk) onderbrengt in recreatieobjecten om aan de doelstellingen van het Rijk te voldoen.
Het aantal evenementen in gemeente Utrechtse Heuvelrug was in 2025 lager dan het jaar ervoor. Ook in 2025 heeft de VRU gecontroleerd op evenementen, in samenwerking met haar VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdienst). Waar nodig adviseert de VRU het bevoegd gezag om handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Het aantal controles op evenementen was lager dan opgenomen in het jaarverslag, namelijk 62 in plaats van de verwachtte 70.
Controles bij vuurwerkverkooppunten vinden plaats doorgaans in het laatste kwartaal van het kalenderjaar plaats. Ook in 2025 was daar sprake van. Gelet op het vanaf 2026 geldende vuurwerkverbod zal er minder capaciteit benodigd zijn op het controleren van vuurwerk. Ongeacht vuurwerkverboden zullen alle vuurwerkverkooppunten (en bijbehorende opslagplaatsen) gecontroleerd worden, samen met de ODU.
VRU: Meldingen brandonveilige situaties
Er zijn in 2025 voor onze gemeente 10 meldingen van mogelijk brandonveilige situaties in de gemeenten onderzocht. Dit aantal is gelijk aan de verwachte 10 situaties zoals opgenomen in het jaarplan 2025 van de VRU. Hierop zijn samen met de gemeente de benodigde acties ondernomen, door de meldingen te onderzoeken, een fysieke controle ter plaatse uit te voeren of een digitale controle. Er zijn tot op heden een beperkt aantal bijzondere handhavingsacties uitgevoerd, waarbij de assistentie van de VRU gevraagd werd.
Jaarlijks worden er door de VRU integrale controles uitgevoerd met de ODU bij bedrijven met een milieuvergunning of -melding. De toezichthouders van de VRU focussen zich op de BIO-aspecten (bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van brandveiligheid) en geven advies aan de toezichthouders van de ODU over brandveiligheidsaspecten milieuovertredingen. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. In 2026 zal de VRU óók rapporteren over de afzonderlijke milieucontroles waarbij zij worden gevraagd te inspecteren door gemeente, RUD of ODRU. Deze milieucontroles zijn vraaggestuurd.
Voor een verdere uitwerking van de jaarverslagen van onze samenwerkingspartners verwijzen wij naar hoofdstuk 4 ‘Evaluatie Samenwerkingspartners’ van dit jaarverslag.
De evaluatie van de werkzaamheden die in 2025 door de ODRU (vanaf 1 januari 2026 is dat Omgevingsdienst Utrecht geworden) zijn uitgevoerd, is opgenomen in de productbladen van dit jaarverslag. De planning voor 2026 is vastgelegd in het separaat vastgestelde Uitvoeringsprogramma 2026. Voor een nadere toelichting op de jaarverslagen van onze samenwerkingspartners wordt verwezen naar hoofdstuk 4 Evaluatie Samenwerkingspartners van dit jaarverslag.
Aangezien de omgevingsdienst een aanzienlijk groter deel van de VTH-taken voor de gemeente uitvoert dan andere samenwerkingspartners, is ook de jaarlijkse evaluatie van haar werkzaamheden omvangrijker. Om recht te doen aan de breedte, diepgang en impact van deze samenwerking is ervoor gekozen de volledige evaluatie integraal op te nemen in hoofdstuk 4 Evaluatie Samenwerkingspartners.
2.2. Welke lessen hebben wij geleerd?
In 2025 hebben we de volgende lessen geleerd:
In (de jaren na) de COVID-19 pandemie is er veel uit huis gewerkt. Tegenwoordig wordt er weer meer op kantoor gewerkt. Ook wordt er steeds vaker plaats- en tijdsonafhankelijk gewerkt. Dit leidt tot een optimale werk-privébalans voor medewerkers. Wel is de richtlijn om, waar mogelijk, minimaal de helft van de tijd op kantoor aanwezig te zijn om hechte teams te behouden en samenwerking te bevorderen.
Voor de vergunningverleners, toezichthouders bouw/handhaving en de juristen die gedeeltelijk op kantoor en gedeeltelijk vanuit huis werken is het van cruciaal belang dat de digitale ondersteuning op orde is en stabiel blijft functioneren. In 2025 leek dit over het algemeen goed te gaan.
Beschikbare personele capaciteit (1) - De beschikbare personele capaciteit van team Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht wordt jaarlijks verdeeld over de verschillende uit te voeren (projectmatige) werkzaamheden, en vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Naast de voortdurende en wettelijke verplichte werkzaamheden, zoals het toezicht houden op omgevingsvergunningen bouwen, ruimtelijke ordening en monumenten, brandveiligheid, en het behandelen van binnenkomende handhavingsverzoeken, klachten en (ambtshalve) meldingen, blijft er jaarlijks beperkte personele capaciteit over voor projectmatige werkzaamheden. Projecten worden vaak opgestart vanuit een bestuurlijke wens waardoor aan het project ook een zekere prioriteit wordt meegegeven. Als een project meer capaciteit vraagt dan vooraf gepland of als er gaandeweg het uitvoeringsjaar een project met prioriteit bijkomt, dan werd tot op heden de personele capaciteit gedurende het jaar herverdeeld aan de hand van prioriteit. Hierdoor kan druk komen te staan op de uit te voeren wettelijke taken en verschillende projectmatige werkzaamheden. Voor 2023 huurde het team Omgevingsverzoeken extra capaciteit in vanwege het project ‘Omgevingswet’, en het team Omgevingstoezicht deed dit voor het project ‘Recreatieterreinen’. Deze extra inhuur werd in 2024 voortgezet en zal ook in 2025 worden voortgezet.
Met betrekking tot de toename in onder andere aanvragen om omgevingsvergunningen, moet het management soms scherpe keuzes voor de dienstverlening op korte termijn nemen om de dienstverlening op lange termijn te kunnen waarborgen. Het gaat dan om keuzes met betrekking tot het inhuren van extra capaciteit om collega’s met enorm hoge werkdruk of hoge mentale belasting door een kritische omgeving te beschermen.
Beschikbare personele capaciteit (2) - Een adequaat niveau van toezicht en handhaving door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) en een toezichthouder Openbare Ruimte laat zich uitdrukken in tijd en geld. Naast een vaste formatie van boa’s huren wij boa’s in met verschillende themabudgetten (zogenaamd ‘gelabeld’ geld). Het taakveld is de afgelopen jaren volop in beweging en in opbouw geweest. De themabudgetten (en dus de inhuurcapaciteit) zijn de afgelopen jaren gelijk gebleven, met uitzondering van het themabudget dat gebruikt wordt voor de toezicht en handhaving op ‘afval’. Aangezien het takenpakket van de boa’s de laatste jaren juist is uitgebreid, is door de vermindering in personele capaciteit sinds 2018 meer druk komen te staan op de adequate uitvoering van toezicht en handhaving. Als de uren die met het gelabeld geld worden ingekocht zijn verbruikt, kan namelijk niet worden gestopt met de gemeentelijke toezicht- en handhavingstaken. Gedurende het jaar komt er dan druk te staan op de overige werkzaamheden die de boa’s uitvoeren.
In 2025 beschikte het team Omgevingstoezicht over 5,5 fte voor de eigen boa’s en 2 fte voor het inhuren van extra boa-capaciteit, inclusief de marktmeester. Door capaciteitsproblemen en personele wisselingen binnen het boa-team, mede beïnvloed door de huidige arbeidsmarkt, konden wij deze 7,5 fte gedurende het jaar helaas niet altijd volledig inzetten. Hierdoor waren er suboptimale omstandigheden, waardoor het werk niet altijd volledig naar behoren kon worden uitgevoerd en de cijfers van het afgelopen jaar onvoldoende zijn bijgehouden.
Uit de beperkte cijfers die van 2025 beschikbaar zijn, blijkt dat er onder andere is ingezet op overtredingen van de APV met betrekking tot fietsen, caravans en aanhangers, op overlast door jeugd en op dierenwelzijn. Ook was parkeren een terugkerend thema voor de boa’s, en meldingen over illegale dumpingen zijn eveneens opgepakt. Daarnaast waren de boa’s aanwezig bij diverse evenementen.
In november begonnen de grotere aantallen meldingen van vuurwerkoverlast binnen te komen. In december nam het aantal meldingen van vuurwerkoverlast verder aanzienlijk toe.
Door de wisselingen en capaciteitsproblemen zijn nieuwe boa’s onvoldoende ingewerkt en daardoor niet volledig bekend geweest met de werkwijze van het team. Sinds november 2025 bestaat het boa-team vrijwel geheel uit nieuwe medewerkers, waarmee de gemeente een stabiele basis wil opbouwen. Boa’s die in 2026 starten, zullen vanaf het begin actief worden meegenomen in de werkwijze van gemeente de Utrechtse Heuvelrug, van controles tot administratieve handelingen. Daarbij wordt elke nieuwe boa gekoppeld aan een ervaren collega om te voorkomen dat eerdere tekortkomingen opnieuw optreden.
De huidige arbeidsmarkt zorgt voor veel verloop binnen de organisatie. Het is een uitdaging om de benodigde kennis, kwaliteit en werkervaring, met name bij de boa’s op orde te houden. Het invullen van vacatures blijkt lastig. Gekozen is om een succesvolle formule bij vergunningsverleners ook te gebruiken bij jonge startende juristen, toezichthouders en boa’s. De formule is het werven via detachering en het vervolgens begeleiden naar de interne vacature. Het inwerken van de jonge startende talenten vraagt veel tijd van de organisatie en met name van het team Omgevingstoezicht.
Projecten ‘Recreatieterreinen’ en ‘Omgevingswet’
In 2025 heeft de gemeente Utrechtse Heuvelrug verdere uitvoering gegeven aan het in 2023 gestarte project Recreatieterreinen, dat is gericht op de aanpak van permanente bewoning van recreatieverblijven. Het project heeft een meerjarig karakter en wordt uitgevoerd door een toezichthouder recreatieterreinen, ondersteund door juristen.
In 2025 lag de nadruk op het voortzetten van handhavingstrajecten, het versterken van dossieropbouw en het verbeteren van de interne en externe samenwerking. Daarbij is gebleken dat de problematiek regelmatig samenhangt met sociaal-maatschappelijke omstandigheden, wat vraagt om een zorgvuldige en integrale benadering.
Ontwikkelingen op landelijk niveau hebben in 2025 invloed gehad op de uitvoering van het project. De invoering van een nieuwe instructieregel medio 2025 leidde tot een noodzakelijke bijstelling van de uitvoeringskoers. Deze aanpassing is eerder in dit verslag toegelicht.
De uitvoering in 2025 laat zien dat een consistente en zichtbare toezichtaanpak bijdraagt aan duidelijkheid voor betrokkenen en aan de naleving van regelgeving. Daarnaast blijkt tijdige juridische ondersteuning essentieel voor een zorgvuldig handhavingstraject. Ook is gebleken dat maatwerk regelmatig noodzakelijk is om tot passende en uitvoerbare oplossingen te komen.
Naast dit project stond 2025 in het teken van de verdere implementatie van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. Medewerkers van de teams Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht hebben aanvullende opleidingen gevolgd om vertrouwd te raken met nieuwe procedures en werkwijzen. Hierbij is tevens aandacht besteed aan de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
De opgedane ervaringen tonen aan dat verdere uniformering van werkprocessen noodzakelijk is en dat blijvende scholing essentieel blijft. Praktijkgerichte oefeningen blijken een effectief middel om nieuwe werkwijzen duurzaam in de organisatie te verankeren.
Illegale bouwwerken op recreatieparken
Tijdens controles in het kader van het project ‘Niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ is in 2023 geconstateerd dat zich op verschillende recreatieparken binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug een aanzienlijk aantal illegale bouwwerken bevindt. Deze constatering betreft zogenoemde ‘bijvangst’: overtredingen die aan het licht zijn gekomen tijdens inspecties die primair waren gericht op het tegengaan van permanente bewoning van recreatieverblijven.
De aangetroffen situaties lopen uiteen in aard en omvang, variërend van relatief beperkte afwijkingen tot omvangrijke bouwwerken die zonder de vereiste vergunningen zijn gerealiseerd. De aanwezigheid van deze bouwwerken kan gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit, brandveiligheid en leefbaarheid van de recreatieparken.
In 2025 is in een aantal gevallen handhavend opgetreden, waarbij prioriteit is gegeven aan situaties met verhoogde veiligheidsrisico’s en evidente strijdigheid met wet- en regelgeving. Daarbij is steeds een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de ernst van de overtreding, de belangen van betrokkenen en de beschikbare handhavingscapaciteit.
De meer complexe en omvangrijke dossiers vergen een langere doorlooptijd. De zwaarste gevallen, waaronder grote overschrijdingen en situaties waarin een formeel handhavingsverzoek is ingediend, worden daarom ook in 2026 verder opgepakt.
2.3. Waarin gaan wij bijsturen?
De geleerde lessen uit de uitvoering van 2025 geven aanleiding tot bijsturing in 2026. In eerdere edities van het jaarverslag beschreven wij op deze plaats welke acties wij zouden ondernemen op basis van de lessen uit het voorgaande jaar, om zo gericht bij te sturen richting de toekomst. Vanaf dit jaar wordt deze systematiek aangepast. Omdat het jaarverslag en het Uitvoeringsprogramma vanaf 2025 formeel van elkaar zijn losgekoppeld, wordt het hoofdstuk over de bijsturing voortaan opgenomen in het Uitvoeringsprogramma zelf (hoofdstuk 3.2). Op deze manier sluiten de leerpunten direct aan op de planning, prioriteiten en uitvoeringsafspraken voor het komende jaar, en ontstaat een overzichtelijkere en logischere structuur voor zowel terugblik als vooruitblik.
Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug stond 2025 in het teken van de verdere doorwerking van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in de dagelijkse VTH-praktijk. De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en heeft geleid tot nieuwe instrumenten, procedures en werkwijzen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Tegelijkertijd is de Wkb gefaseerd ingevoerd en geldt deze sinds 2024 uitsluitend voor nieuwbouw in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1).
Voorafgaand aan 2025 werd verwacht dat de impact van deze stelselwijzigingen op de werkvoorraad en werkprocessen beperkt en geleidelijk zou zijn. Daarbij werd rekening gehouden met een overgangsperiode waarin oude en nieuwe regelgeving naast elkaar zouden blijven bestaan. Verwacht werd onder meer dat:
Deze verwachtingen zijn in 2025 grotendeels uitgekomen. In totaal zijn er 27 Wkb-meldingen gedaan. Dit aantal is iets hoger dan vooraf ingeschat, maar nog altijd beperkt. Daardoor waren de gevolgen voor toezicht en handhaving vooralsnog niet aanzienlijk. De exacte impact van de Wkb op de werkverdeling tussen vergunningverlening, toezicht en de juridische ondersteuning is daarmee nog onvoldoende scherp in beeld.
Het aantal vooroverleggen (principeverzoeken en ruimtelijke initiatieven) is in 2025 redelijk gelijk gebleven aan 2024. Dat geldt ook voor het aantal aangevraagde vergunningen voor de activiteiten (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit, werk of werkzaamheden uitvoeren en monumentenactiviteiten. Het aantal aanvragen Technische bouwactiviteit is bijna verdubbeld, van 89 in 2024 naar 172 in 2025. Ook het aantal aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten is gestegen van 62 in 2024 naar 100 in 2025. Het aantal kapvergunningen en kapmeldingen nam iets af, maar daarvoor geldt vanaf 2026 nieuw beleid waardoor hier weer een stijging in de aantallen wordt verwacht.
In 2025 zijn 35 vergunningaanvragen onder de Wabo afgerond. Er zijn nu nog 13 vergunningaanvragen onder de Wabo in behandeling, de afname zet flink door, hoewel het om complexe dossiers gaat die nu nog in behandeling zijn.
Door deze omstandigheden was het noodzakelijk om bij de inzet van capaciteit en de onderbouwing van cijfers nog deels uit te gaan van bestaande aannames. Zo is de onder de Wabo gehanteerde 33%-verdeling (zie productblad 5) in 2025 voorlopig aangehouden, in afwachting van meer inzicht in de structurele effecten van de Wkb en de Omgevingswet.
Wij merken 2025 dan ook aan als een voortzetting van de overgangsfase. De focus lag op het uitvoeren van reguliere VTH-taken binnen het nieuwe wettelijke kader, het opdoen van praktijkervaring en het verzamelen van gegevens om toekomstige keuzes beter te kunnen onderbouwen. De personele inzet is in 2025 gelijk gebleven aan die van 2024. Eventuele extra capaciteitsbehoefte als gevolg van toekomstige ontwikkelingen in wet- en regelgeving zal, indien nodig, tijdelijk worden opgevangen. Op langere termijn kan worden bezien of structurele aanpassingen noodzakelijk zijn.
Productbladen verwijzen naar vorig VTH-beleidsplan 2019-2024
De gemeente merkt op dat prognoses uit de productbladen in dit jaarverslag zijn gehaald, omdat deze voortaan worden opgenomen in het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma. De productbladen in dit jaarverslag kijken uitsluitend terug, in dit geval op 2025, en verwijzen daarom nog naar en toetsen nog aan het VTH‑beleidsplan 2019–2024. Dit beleidsplan was tot medio november 2025 van kracht en vormde daarmee gedurende het grootste deel van 2025 het geldende toetsingskader. Naar het oordeel van de gemeente is het om die reden niet relevant om de productbladen in dit jaarverslag te baseren op de U&H‑strategie VTH 2025–2028, aangezien deze pas in november 2025 is vastgesteld.
3.2. Productbladen Taakveld Openbare Ruimte & Veiligheid
3.3. Productbladen Taakveld Overig
3.4. Productblad Taakveld Beleidsmatige, organisatorische en ondersteunende taken
4. Evaluatie samenwerkingspartners
4.2. Evaluatie ODRU gemeente Utrechtse Heuvelrug
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-349750.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.