Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht;

  • gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 februari 2026;

  • gelet op:

    artikel 2.8 van de Omgevingswet;

    artikel 4.14, vijfde lid, van de Omgevingswet.

Overwegende:

  • dat een voortvarende opbouw van het omgevingsplan nodig is om de doelstelling van de Omgeviingswet, het verhogen van het gebruiksgemak, te realiseren,

  • dat delegatie kan bijdrage aan een efficiëntere besluitvorming.

Besluit het volgende:

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    delegatie: “het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent” (artikel 10.13 van de Algemene wet bestuursrecht);

  • b.

    ontwikkelfunctie: een functie, onder de Wet ruimtelijke ordening ook bestemming genoemd, die op een locatie nieuwe gebouwen of nieuwe activiteiten toestaat;

  • c.

    regeling: regels en de daarbij horende werkingsgebieden;

  • d.

    TAM-omgevingsplan: wijziging van het omgevingsplan die als Tijdelijke Alternatieve Maatregel gepubliceerd is in de vorm van een bestemmingsplan;

  • e.

    tijdelijk deel van het omgevingsplan: bestemmingsplannen, beheersverordeningen en hoofdstuk 22 van het omgevingsplan (“de bruidsschat”), regelingen die op grond van de wet of van de Invoeringswet van die wet zijn aangewezen om tijdelijk deel uit te maken van het omgevingsplan;

  • f.

    verordening: een door de gemeenteraad vastgestelde verordening met regels die op grond van de wet in het omgevingsplan thuishoren;

  • g.

    werkingsgebied: de locatie waar een regel geldt;

  • h.

    wet: de Omgevingswet.

Artikel 2 Delegatie omgevingsplanwijziging voor onderhoud van het omgevingsplan

De bevoegdheid om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 3 staan:

  • a.

    de wijziging zet een regeling over van het tijdelijke deel van het omgevingsplan of uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan;

  • b.

    de wijziging zet een regeling over van een TAM-omgevingsplan;

  • c.

    de wijziging zet een regeling over van een ontwikkelfunctie uit hoofdstuk 3 van het omgevingsplan;

  • d.

    de wijziging zet een regeling over van een verordening;

  • e.

    de wijziging voert artikel 4.17 van de wet uit door een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit in overeenstemming te brengen met het omgevingsplan;

  • f.

    de wijziging verwerkt een uitspraak van de rechter in het omgevingsplan;

  • g.

    de wijziging neemt een regeling in het omgevingsplan op die op grond van een instructieregel van het Rijk of van de provincie verplicht is en waarbij de gemeente geen beleidsvrijheid heeft om de inhoud van de regeling te bepalen;

  • h.

    de wijziging herstelt en verbetert kennelijke fouten in een regeling;

  • i.

    de wijziging verwerkt inzichten uit nieuw onderzoek naar archeologie in de werkingsgebieden van archeologische waarden.

Artikel 3 Voorwaarden aan omgevingsplanwijziging op grond van artikel 2a tot en met 2e

  • 1.

    Een wijziging die in artikel 2 onder a tot en met e genoemd wordt voldoet aan de voorwaarde dat de nieuwe regeling in het omgevingsplan een zo nauwkeurig mogelijke vertaling is van de oude regeling of van de vergunde situatie.

  • 2.

    De wijziging mag in de volgende gevallen afwijken van de voorwaarde die in lid 1 staat, als de afwijking de bestaande belangen niet onevenredig doorkruist:

    • a.

      de nieuwe regeling voert ruimtelijke beleid uit dat de gemeenteraad heeft vastgesteld;

    • b.

      de nieuwe regeling neemt beleidsregels over die door het college zijn vastgesteld;

    • c.

      de nieuwe regeling bevat een aanpassing die op grond van de wet nodig is;

    • d.

      de nieuwe regeling bevordert dat in gelijke gevallen dezelfde regels gelden;

    • e.

      de nieuwe regeling bevat regels voor het planologische beheer van een afgeronde ontwikkeling, waarbij de gerealiseerde bebouwing met de daarbij horende activiteiten als uitganspunt voor de nieuwe regels geldt in plaats van de regels van de ontwikkelfunctie.

Artikel 4 Delegatie omgevingsplanwijziging voor de uitvoering van een project

  • 1.

    Voor de volgende twee deelgebieden zowel het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten als wijzigingen van omgevingsplannen wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders:

    • a.

      Kanaleneiland en Transwijk (beleidsnota/omgevingsvisie voor een deelgebied, vastgesteld op 1 december 2022)

    • b.

      Merwedekanaalzone (beleidsnota/omgevingsvisie voor een deelgebied deel 2, vastgesteld op 7 oktober 2021), waarbij voor Merwedekanaalzone, deelgebied 5, fase 2 geen delegatie aan het college wordt verstrekt.

  • 2.

    [gereserveerd]

Artikel 5 Delegatie bevoegdheid om een voorbereidingsbesluit te nemen

De bevoegdheid om een voorbereidingsbesluit te nemen op grond van artikel 4.14, vijfde lid, van de wet, wordt gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders, als dat nodig is om activiteiten tegen te houden die onwenselijk zijn in verband met de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan en de wijziging geen beleid uitvoert dat nog niet door de gemeenteraad is vastgesteld.

Artikel 6 Overzicht genomen besluiten

Het college verstrekt de gemeenteraad eenmaal per jaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten.

Artikel 7 Intrekking

De volgende delegatiebesluiten worden ingetrokken:

  • a.

    het raadsbesluit Delegatie vaststellen omgevingsplan en bindend advies bij afwijkvergunningen, beslispunt 1, van 2 november 2023;

  • b.

    het raadsbesluit Wijziging Utrechts Planproces, beslispunt 2 van 14 november 2024;

  • c.

    het raadsbesluit Mandaatbesluit voor bevoegdheid tot nemen mer-beoordelingsbeslissing, delegatie van voorbereidingsbesluiten voor ontwerp wijziging omgevingsplan, beslispunt 3, van 14 november 2024.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad.

Artikel 9 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Utrecht.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 juli 2026.

De burgemeester,

Sharon A.M. Dijksma

De griffier,

Miguel Israel

Naar boven