Gemeenteblad van Utrechtse Heuvelrug
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2026, 349727 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2026, 349727 | beleidsregel |
Uitvoerings- en handhavingsstrategie Vergunningen, Toezicht en Handhaving (inclusief APV en Bijzondere Wetten) gemeente Utrechtse Heuvelrug 2025-2028
De gemeente Utrechtse Heuvelrug presenteert met deze U&H-strategie het integrale beleidskader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het fysieke domein. Dit document vervangt het VTH-beleidsplan 2019–2024.
De strategie bundelt alle VTH-taken binnen het Omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Bijzondere Wetten (BW). Milieutaken vallen buiten deze strategie en worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Zij hanteren een eigen regionale strategie, genaamd de U&H-strategie Regio Utrecht.
De missie is het behouden en versterken van de veilige, groene en leefbare gemeente. De visie richt zich op risicogestuurde uitvoering, klantvriendelijkheid, samenwerking en toekomstgericht handelen. Prioritering vindt plaats op basis van een risicoanalyse, waarbij veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid centraal staan.
De strategie kent drie pijlers:
Vijf uitvoeringsstrategieën zijn uitgewerkt:
Jaarlijks worden een uitvoeringsprogramma en evaluatierapportage opgesteld. Monitoring gebeurt via dashboards, audits en procesoverleggen. Evaluatie is gekoppeld aan de gemeentelijke planning- en controlcyclus.
De strategie is afgestemd met ketenpartners zoals ODU, VRU, MooiSticht, politie, OM, GGD en waterschappen.
Voor u ligt de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Deze strategie vervangt het VTH-beleidsplan 2019–2024 en vormt het beleidskader voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH). Het beleid heeft een andere naam gekregen om beter aan te sluiten bij de terminologie uit het Omgevingsbesluit.
De U&H-strategie beschrijft hoe de gemeente haar wettelijke en beleidsmatige verantwoordelijkheden op het gebied van VTH uitvoert binnen het Omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Bijzondere Wetten (BW). Hoewel er geen wettelijke verplichting bestaat om beleid op te stellen voor de APV/BW, heeft de gemeente bewust gekozen deze taken – voor zover zij betrekking hebben op de fysieke leefomgeving – te integreren in deze strategie. Daarmee zijn alle VTH-taken voor de fysieke leefomgeving gebundeld in één document, wat bijdraagt aan een integraal en samenhangend uitvoeringskader.
1.1 Wettelijk kader: Omgevingsbesluit en de BIG 8-cyclus
Het Omgevingsbesluit stelt in hoofdstuk 13 eisen aan de beleidscyclus voor de uitvoering en handhaving van VTH-taken. Deze zogenoemde procescriteria (artikelen 13.5 t/m 13.11) beschrijven de onderdelen die minimaal aanwezig moeten zijn binnen de strategische en programmatische uitvoering van deze taken.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug volgt hierbij de systematiek van de BIG-8-cyclus (figuur 1) uit het Omgevingsbesluit. Deze beleidscyclus bestaat uit twee samenhangende onderdelen:
De BIG-8 ondersteunt gemeenten bij het programmatisch, doelgericht en risicogericht vormgeven van hun wettelijke VTH-taken. Het model waarborgt dat beleid en uitvoering continu op elkaar worden afgestemd: beleid stuurt de uitvoering, terwijl ervaringen uit de praktijk het beleid weer voeden en bijstellen.
Een goede borging in de bredere planning- en controlcyclus en bestuurlijke betrokkenheid op alle niveaus zijn essentieel om de kwaliteit van de uitvoering blijvend te garanderen. De BIG-8 is een dynamisch proces dat voortdurend aandacht en actieve sturing vraagt om de effectiviteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving structureel te borgen.
Privaatrechtelijke handhaving valt buiten de reikwijdte van deze strategie. In sommige gevallen kan er echter sprake zijn van overlap tussen bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke overtredingen, bijvoorbeeld wanneer gemeentelijk snippergroen onrechtmatig wordt gebruikt of bebouwd. In dergelijke situaties maakt de gemeente, in lijn met de risicogestuurde visie, een bewuste afweging voor het meest effectieve handhavingsinstrument.
De milieutaken maken geen onderdeel uit van deze gemeentelijke U&H-strategie. Hoewel de gemeente Utrechtse Heuvelrug het bevoegd gezag is, zijn deze taken uitbesteed aan de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Vanaf 2026 zijn de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) gefuseerd tot de ODU. De ODU voert deze werkzaamheden uit op basis van de regionale U&H-strategie 2026–2029, waarin is vastgelegd hoe vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) regionaal worden vormgegeven. Deze regionale strategie is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.
1.3 Samenwerking en totstandkoming
De U&H-strategie is tot stand gekomen in nauwe afstemming met interne gemeentelijke teams en externe partners, waaronder de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), de ODU en de politie. De afspraken en samenwerking met ketenpartners staan beschreven in hoofdstuk 5.
Het beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad en de provincie Utrecht.
1.4 Uitvoering VTH-taken binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug
De VTH-taken worden door verschillende teams binnen de gemeentelijke organisatie uitgevoerd. Deze teams werken nauw samen, vanuit heldere taakafbakening en volgens geldende wet- en regelgeving.
|
Team Omgevingsverzoeken is verantwoordelijk voor de behandeling van omgevingsvergunningen, meldingen en conceptverzoeken gerelateerd aan de fysieke leefomgeving. |
De Omgevingsanalyse beschrijft de interne en externe ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de VTH-werkzaamheden in de komende beleidsperiode. Er wordt gestart met een terugblik op de eerdere VTH-taakuitvoering, gevolgd door een gebiedsanalyse en een beschrijving van de bestuurlijke ambities van de gemeente Utrechtse Heuvelrug voor het fysieke domein. Daarna wordt ingegaan op de impact van juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen op de VTH-werkzaamheden. Door het in kaart brengen van de ontwikkelingen, kan beter ingespeeld worden op wat er nu en in de toekomst van VTH gevraagd wordt.
De onzekerheid rondom de invoering van de Omgevingswet maakte het noodzakelijk om langer gebruik te maken van het vorige VTH-beleidsplan (oorspronkelijk 2019-2022), dat door Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT) als 'adequaat' werd beoordeeld. Tegelijkertijd werd aan het eind van 2022 een begin gemaakt met het ontwikkelen van nieuw strategisch meerjarenbeleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. In de volgende jaren is dit beleid verder vormgegeven onder de naam 'U&H-strategie gemeente Utrechtse Heuvelrug 2025-2028'.
Ondanks het langer aanhouden van het bestaande beleidsplan is de beleidsvoering niet stil blijven staan. Elk jaar werd een uitvoeringsprogramma opgesteld en een jaarverslag vastgesteld. Deze documenten boden inzicht in de data m.b.t. werkvoorraad, personele middelen en projecten van het betreffende jaar, een evaluatie van de uitvoering, een vooruitblik op het komende jaar en aandachtspunten ter verbetering.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug omvat de dorpen Amerongen, Doorn, Driebergen-Rijsenburg, Leersum, Maarn, Maarsbergen en Overberg. Het oppervlak van de gemeente is 13.410 ha. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is in oppervlakte de grootste gemeente van de provincie Utrecht. Het is een geliefde gemeente om te wonen, werken en recreëren. Dit komt onder andere door de strategische ligging ten opzichte van de Randstad, de relatief goede bereikbaarheid, en vooral door het aantrekkelijke landschap, vol cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden.
De gemeente telde in september 2025 51.094 inwoners. Er wonen verhoudingsgewijs veel ouderen en er zijn veel woonvoorzieningen voor ouderen. De gemeente herbergt een groot aantal kwetsbare objecten, voornamelijk gezondheidsinstellingen waar mensen wonen en werken.
Daarnaast wordt de gemeente gekenmerkt door een uniek en afwisselend landschap van bossen, heidevelden en rivieruiterwaarden. Centraal ligt het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, een uitgestrekt natuurgebied met stuwwallen uit de ijstijd, afgewisseld met oude landgoederen, kastelen en karakteristieke beukenlanen.
De combinatie van natuurwaarden en cultuurhistorie maakt de gemeente Utrechtse Heuvelrug bijzonder. Niet alleen vanwege de biodiversiteit, maar ook door het zorgvuldig behouden landschap met kastelen, grafheuvels en landgoederen. De gemeente zet actief in op natuurbeheer en het ontwikkelen van recreatieve voorzieningen, zodat inwoners en bezoekers duurzaam kunnen genieten van deze waardevolle omgeving.
De gemeente telt verder zeven bedrijventerreinen die kleinschalig van opzet zijn en grotendeels ontwikkeld zijn nabij verschillende kernen. De werkgelegenheid in de gemeente Utrechtse Heuvelrug wordt gekenmerkt door het grote aanbod zakelijke dienstverlening en collectieve dienstverlening. De woningvoorraad in de gemeente wijkt aanzienlijk af van de landelijke woningvoorraad. In de gemeente is 64,1% van de woningen een koopwoning en 35,6% een huurwoning ten opzichte van 58% koopwoningen en 42% huurwoningen op landelijk niveau. De totale woningvoorraad komt uit op 21.890 woningen waarvan het grootste deel eengezinswoningen betreft.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug is een gemeente waar de meeste mensen zich overwegend veilig voelen. De woonomgeving wordt in algemene zin als goed beoordeeld. Wel worden de netheid van de wijk (lees: zwerfafval), verkeersveiligheid, de nabijheid van politie en vandalisme door inwoners aangemerkt als verbeterprioriteiten. Ten aanzien van fysieke veiligheid liggen de grootste risico’s bij de kwetsbare objecten zoals (zorg)instellingen. Het aantal industriële risico-objecten als ook de eventuele gevolgen na incidenten bij deze objecten, zijn te omschrijven als ‘gemiddeld’. Het gaat vooral om de standaard risico-objecten zoals tankstations, brandstofhandel, automobielbedrijven en zwembaden. De gemeente kent geen bedrijven die onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen vallen.
De gemeenteraad van Utrechtse Heuvelrug heeft een Raadsprogramma opgesteld, dat door het college van B&W is uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Groen en Duurzaam Doen! (2023-2026). Dit programma vertaalt de raadsambities in concrete acties en prioriteiten. De nadruk ligt op woningbouw, verkeersveiligheid, openbaar groen en verduurzaming. Daarnaast zijn er vier centrale thema’s: wonen naar behoefte, groen en leefomgeving, mobiliteit en energietransitie. Ook onderwerpen als sociaal domein, economie, sport en cultuur, dierenwelzijn en veiligheid krijgen aandacht.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft in haar toekomstvisie 2040 een strategisch kader ontwikkeld met drie kernprincipes die samen het fundament vormen voor een vitale, aantrekkelijke en toekomstgerichte gemeente, namelijk:
Omgeving met kwaliteit: behoud en versterking van haar unieke groene identiteit, robuuste natuur met toegenomen biodiversiteit, het realiseren van een gezonde leefomgeving met goede lucht- en bodemkwaliteit, en het behouden van cultuurhistorische waarden, fungeren als 'landschapstuin' voor de regio, waarbij recreatie en natuur in balans zijn.
De Omgevingsvisie is een document waarin staat hoe de gemeente Utrechtse Heuvelrug wil dat het grondgebied er in 2040 uit gaat zien. Dit is een nadere uitwerking van de Toekomstvisie. Het gaat daarbij over alles wat nodig is om hier te kunnen leven, wonen, werken, studeren en recreëren. Het is een strategisch document waarin staat beschreven hoe de gemeente de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen en inrichten voor de lange termijn. In de Omgevingsvisie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug staan drie ambities met de volgende subdoelen:
De Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het beleid voor de hele fysieke leefomgeving in onze gemeente. Voor de uitwerking en uitvoering ervan is gekozen voor twee omgevingsprogramma’s. Hiermee houdt de Utrechtse Heuvelrug focus, kan direct op de voortgang gestuurd worden en goed zicht gehouden worden op de effecten. Eind 2023 zijn twee omgevingsprogramma’s gestart:
2.4 Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft een ambitieuze Woonzorgvisie 2024 ontwikkeld die zich richt op het creëren van vitale dorpen waar inwoners van jong tot oud prettig kunnen wonen. Drie hoofdthema's vormen de basis van de visie, namelijk (1) verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, (2) nieuwbouw als kwalitatieve aanvulling met concrete doelstelling van 167 tot 189 woningen per jaar tot 2030 en (3) betekenisvol leven, met aandacht voor wonen, zorg en welzijn. In alle woningbouwplannen moet aandacht zijn voor betaalbaarheid, vitale dorpen, duurzaamheid en groene leefomgeving.
De visie van de gemeente op duurzaamheid is ambitieus en uitgebreid, met een duidelijke focus op samenwerking en het creëren van een toekomstbestendige gemeente voor haar inwoners. Duurzaamheid omvat o.a. een klimaatneutrale organisatie, een klimaatbestendige fysieke leefomgeving, duurzaam bouwen, duurzame mobiliteit, circulaire economie, bescherming van natuur en landschap, aardgasvrij wonen en duurzame recreatie. Duurzaamheid komt daarnaast terug in zowel de Toekomstvisie, Visie op Vastgoed, de Omgevingsvisie als in het programma ‘Samen Duurzaam Doen’.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug streeft naar behoud en versterking van haar groene identiteit als fundament voor een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving. Het groene karakter vormt het vertrekpunt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven in de gemeente. In het samenwerkingsprogramma “Groen groeit mee” werken meer dan veertig partijen in de provincie Utrecht samen aan meer en beter groen. Steeds meer mensen willen wonen in de provincie Utrecht, de vraag naar ruimte is groot en de hoeveelheid groen per inwoner staat onder druk. Terwijl groen van grote waarde is als het gaat om het geluk en de gezondheid van inwoners, voor klimaatadaptatie en voor de biodiversiteit. Groen Groeit Mee is de ambitie om recreatief groen, natuur, water en landschap mee te laten groeien met het stijgende aantal woningen in de provincie Utrecht.
In de Omgevingsvisie én in het Integraal Veiligheidsplan Heuvelrug is aandacht voor ondermijning. Ondermijnende activiteiten, waarbij de criminele ‘onderwereld’ gebruik maakt van de bovenwereld, kunnen helaas ook in onze gemeente voorkomen. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is er scherp op in de handhaving en treffen maatregelen om zo veel mogelijk ondermijning tegen te gaan. Daarnaast zet de gemeente Utrechtse Heuvelrug onder andere in op gezond ondernemerschap en het tegengaan van leegstand, om zo ondermijning op bedrijventerreinen en andere bedrijfslocaties zoveel mogelijk te voorkomen.
2.4.5 Illegale bewoning recreatieparken
De gemeenteraad heeft in 2020 de beleidsnota ‘niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ vastgesteld. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is een aantrekkelijke gemeente voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Hiervoor is het belangrijk dat er goede recreatieverblijven zijn. Het belangrijkste is dat deze verblijven beschikbaar blijven voor recreatief verblijf. Op sommige recreatieterreinen wordt in meer of mindere mate (permanent) gewoond. Dit is niet goed voor de natuur en het buitengebied. Veel recreatieverblijven voldoen ook niet aan de landelijke brandveiligheidseisen voor gebruik als woning. Wonen op recreatieterreinen kan ook andere problemen veroorzaken. Zo is er risico van ondermijning en het verhinderen van de ontwikkeling van recreatieterreinen.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug wil de kwaliteit van de recreatieterreinen verbeteren. Daarvoor is voor een aantal recreatieterreinen een toekomstgericht bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug’ vastgesteld (nu onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan). Daarnaast wordt opgetreden tegen het niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven dat is ontstaan na 31 oktober 2003 én tegen huisvesting van arbeidsmigranten.
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving, onder andere op het gebied van bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft de afgelopen jaren onder andere het VTH-zaaksysteem opnieuw ingericht en de werkprocessen aangepast om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.
Om de kwaliteit van vergunningen te waarborgen is het eerste jaar na inwerkingtreding bij iedere vergunning het 4-ogen principe toegepast, zodat men de nieuwe processen en wet- en regelgeving eigen kon maken. In maart 2025 is dit afgeschaald naar de volgende werkwijze: nieuwe en inhuur casemanagers laten al hun vergunningen controleren door een senior casemanager, de andere casemanagers doen dit enkel bij ingewikkelde zaken. Deze controle is een verplichte stap in het proces in Rx.Mission.
De komende beleidsperiode zal het Omgevingsplan steeds verder vorm krijgen. Op dit moment wordt een nieuw Omgevingsplan (voor de kern Amerongen) opgesteld door team Omgevingsontwikkeling. De senior casemanagers toetsen nieuwe aanvragen in de kern Amerongen aan het nieuwe Omgevingsplan om de impact hiervan helder te krijgen en feedback te kunnen geven aan het team Omgevingsontwikkeling. Het nieuwe Omgevingsplan vraagt een nieuwe manier van beoordelen en dit zullen de casemanagers zich eigen moeten maken.
De komende jaren gaat de transitie door. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is hoofdzakelijk bezig met het opstellen van het Omgevingsplan, nadere samenwerkingsafspraken tussen de teams die VTH-werkzaamheden uitvoeren en verdere inrichting van de applicaties.
2.5.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) is gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden. Ook hiervoor heeft de gemeente de afgelopen jaren o.a. de werkprocessen aangepast. Met de komst van de Wkb wordt de technische beoordeling van bepaalde bouwwerken uitgevoerd binnen een stelsel van private kwaliteitsborging. Dit betekent dat de gemeente deze taak zelf niet meer uitvoert. Momenteel geldt dit alleen voor nieuwbouwprojecten met een laag risicoprofiel (gevolgklasse 1), zoals grondgebonden woningen en eenvoudige bouwwerken. Naar verwachting zal dit de komende jaren (nog) niet worden uitgebreid naar gevolgklasse 1 voor verbouw of naar gevolgklassen 2 en 3. Zodra dit aan de orde is, zal de gemeente deze uitbreiding verwerken in onder meer de werkprocessen en de legesverordening.
Nu de Wkb in werking is getreden, wordt pas echt praktijkervaring opgedaan met deze nieuwe wet. Het Wkb-proces is inmiddels bijna twee jaar operationeel, maar de uitvoering in de praktijk toont verschillende uitdagingen aan. Voor de aankomende beleidsperiode ligt de prioriteit op het verbeteren van de Wkb-processen, het realiseren van betere afstemming tussen de betrokken teams en het maken van specifieke werkafspraken over hoe de gemeente omgaat met haar nieuwe rol onder de Wkb. Het structureel verbeteren en vernieuwen van processen blijft essentieel om de uitvoering van de wet te optimaliseren.
2.5.3 Wet Natuurbescherming en Soortenmanagementplan
De gemeente Utrechtse Heuvelrug kampt sinds een aantal jaar met het spanningsveld tussen de wens van inwoners om hun woningen te verduurzamen en de verplichtingen uit de Wet natuurbescherming. Individuele ecologische onderzoeken voorafgaand aan isolatie bleken kostbaar, tijdrovend en een serieuze belemmering voor het behalen van de klimaatdoelen. Om deze spanning te doorbreken, zet de gemeente in op een Soortenmanagementplan (SMP): een gebiedsgerichte aanpak waarin populaties en leefgebieden van beschermde soorten integraal in beeld worden gebracht. Hiermee vervangt één gemeentebreed onderzoek honderden individuele onderzoeken, wat leidt tot versnelling en lastenverlichting.
Omdat de totstandkoming van een SMP één tot twee jaar duurt, is – in samenwerking met E.C.O. Logisch B.V. – een pre-SMP ingericht. Dit levert een tijdelijke provinciale ontheffing op, waardoor inwoners met grondgebonden woningen direct kunnen isoleren zonder individueel ecologisch onderzoek. De gemeente borgt de ecologische randvoorwaarden door alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen te realiseren en het isolatietempo te faseren. Zo wordt het risico voor beschermde soorten beperkt totdat het definitieve SMP gereed is.
2.5.4 Initiatiefwet “Veilige jaarwisseling”
De Eerste Kamer heeft op 1 juli 2025 de initiatiefwet Veilige Jaarwisseling aangenomen. Naar verwachting geldt vanaf de jaarwisseling van 2026 op 2027 in Nederland een landelijk verbod op consumentenvuurwerk, waarmee de verkoop ervan aan particulieren wordt stopgezet.
2.6 Organisatorische ontwikkelingen
2.6.1 Integratie van ORDU en RUD naar ODU
Per 1 januari 2026 fuseren de ODRU en de RUD tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Na de fusie ontstaat een samenhangend werkgebied voor de hele provincie Utrecht en een grotere omgevingsdienst die beter in kan spelen op nieuwe, complexe vraagstukken in de leefomgeving. Naar verwachting kan de nieuwe omgevingsdienst aan alle gestelde kwaliteitscriteria gaan voldoen. Deze fusie kan de komende beleidsperiode gevolgen hebben op de processen, financiën en samenwerking voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb per 1 januari 2024 — met o.a. het nieuwe Omgevingsloket, zwaardere participatie-eisen en kortere (8 weken) beslistermijnen — leidt in Utrechtse Heuvelrug tot een merkbare toename én complexiteit van VTH-taken. Daarom zet de gemeente, in lijn met de eigen U&H-strategie, risicogestuurd in. Schaarse capaciteit gaat naar activiteiten met de grootste impact op leefbaarheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. Een deel van de basistaken is belegd bij de ODU en wordt programmatisch uitgevoerd. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug gaat het om circa 14.000 uren inzet op jaarbasis, wat de noodzaak onderstreept om uren doelmatig en adaptief te prioriteren.
2.6.3 Inrichten systemen en processen
De digitalisering van VTH-processen is een belangrijk speerpunt voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Door de digitale dienstverlening te verbeteren en moderne applicaties in te zetten, wordt het proces van aanvraag tot besluit transparanter, sneller en beter toegankelijk. Bovendien draagt digitalisering bij aan een efficiëntere interne samenwerking en biedt het betere mogelijkheden om datagedreven te sturen op prioriteiten.
Voor de behandeling van omgevingsverzoeken en het houden van toezicht wordt sinds 2022 de applicatie Rx.Mission gebruikt. Meldingen in de openbare ruimte verlopen via de app Zo Gemeld, die is gekoppeld aan het open-source taaksysteem Signalen, waarmee boa’s en toezichthouders meldingen efficiënt kunnen afhandelen.
Deze digitale ondersteuning versterkt de aansluiting tussen beleid, uitvoering en handhaving. Uniforme registraties en betrouwbare stuurinformatie zijn hierbij onmisbaar, ook van ketenpartners. De gemeente wil als bevoegd gezag goed zicht houden op alle VTH-data om risicogericht te kunnen sturen.
Uit de analyse blijkt, dat op het vlak van monitoring nog enkele ontwikkelstappen mogelijk zijn. Het verder inrichten van de digitale systemen kan helpen om managementinformatie gemakkelijker en doelgerichter beschikbaar te maken.
2.6.4 Capaciteitsproblemen en krapte op de arbeidsmarkt
Net als veel andere gemeenten kampt de gemeente Utrechtse Heuvelrug met capaciteitsproblemen in de VTH-kolom, mede door de krapte op de arbeidsmarkt. Het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel, met name voor specialistische functies zoals bouwtoezicht, blijft een grote uitdaging. In de gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s van de afgelopen jaren is vastgelegd dat de capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving de afgelopen jaren is uitgebreid, onder meer door versterking van het boa-team. Toch blijft de uitvoering kwetsbaar door personele wisselingen en schaarste op de arbeidsmarkt.
Deze problematiek sluit aan bij landelijke signalen: voor een robuust VTH-stelsel zijn meer deskundigheid en continuïteit nodig. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug betekent dit dat scherpe keuzes in prioritering noodzakelijk zijn, met nadruk op thema’s met grote maatschappelijke impact zoals veiligheid en natuurbehoud. Ook regionale samenwerking via de ODU en structurele investeringen in kennisdeling en opleiding van medewerkers zijn cruciaal. Zo wordt de interne flexibiliteit vergroot en de afhankelijkheid van externe inhuur beperkt.
In dit hoofdstuk worden de missie en visie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug uiteengezet, die de basis vormen van het strategische beleidskader en tegelijkertijd richting geven aan de teams die de VTH-taken uitvoeren. In dit hoofdstuk worden daarnaast bovenstaande ontwikkelingen, de missie en visie en de prioritering uitgewerkt in meetbare doelstellingen voor de uitvoering van VTH-taken.
De missie, visie en uitgangspunten zijn gebaseerd op bestaande strategische documenten zoals de Toekomst- en Omgevingsvisie.
Vanuit de missie en visie zijn onderstaande uitgangspunten opgesteld. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de invulling van onze missie en visie en het vertrekpunt voor de ontwikkeling van onze doelstellingen en acties voor de komende beleidsperiode.
Risicogestuurde uitvoering: de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt risicogestuurd plaats. Dit houdt in dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug haar capaciteit en middelen gericht inzet waar de grootste risico’s en uitdagingen liggen. Er wordt geprioriteerd op onderwerpen die de grootste impact hebben op de veiligheid, gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Hiermee wordt gezorgd voor effectieve bescherming van de fysieke leefomgeving en het welzijn van inwoners en ondernemers.
Dienstverlenende houding: in de benadering van inwoners en bedrijven staan klantvriendelijkheid, duidelijkheid en rechtvaardigheid centraal. Een goede relatie met de samenleving leidt tot meer vertrouwen en een hoger nalevingsniveau. Of het nu gaat om het in ontvangst nemen van een aanvraag aan de balie in het gemeentehuis door vergunningverleners, toezicht door boa’s tijdens evenementen, of inspecties bij bouwprojecten door toezichthouders: er wordt altijd met respect, integriteit en in dialoog met de betrokkenen gehandeld.
Proactief en toekomstgericht handelen: er worden proactief maatregelen genomen om knelpunten te signaleren en te voorkomen. De uitdagingen op het gebied van verstedelijking, energietransitie en klimaatadaptatie vragen om een toekomstgerichte blik. VTH-taken ondersteunen de ontwikkeling van duurzame initiatieven en stimuleren naleving van regels die bijdragen aan een leefbare en veerkrachtige omgeving. Deze proactieve benadering helpt ons niet alleen problemen te voorkomen, maar zorgt er ook voor dat snel ingespeeld kan worden op veranderingen en nieuwe ontwikkelingen in de regio.
Samenwerking en participatie: de gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt intensief samen met inwoners, ondernemers en regionale partners om de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving vorm te geven. Participatie, transparante communicatie en het actief betrekken van stakeholders zijn hierbij essentieel. Deze samenwerking versterkt niet alleen de sociale cohesie, maar vergroot ook het draagvlak voor besluiten en acties.
3.3 Risicoanalyse en prioritering
Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren; dit betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. De gemeente Utrechtse Heuvelrug past bij de uitvoering van de VTH-taken een risico- en informatie gestuurde werkwijze toe. De prioritering is gebaseerd op een risicoanalyse en de raadpleging van het bestuur, waarbij de inzet van de beschikbare capaciteit wordt afgestemd op actuele informatie. Deze informatie is afkomstig uit meldingen van inwoners, signalen van samenwerkingspartners en eigen waarnemingen van toezichthouders. De risicoanalyse en prioritering voor de Omgevingsrecht- en APV/BW-taken zijn gemaakt in het besturingsmodel van Antea.
Hieronder volgt de uitleg van de risicoanalyse en prioritering, de werkwijze hoe tot de prioriteiten zijn gekomen, de strategie hoe de gemeente geprioriteerd wordt toegelicht en de 5 hoogste prioriteiten van de Omgevingsrecht- en APV/BW-taken.
3.3.1 Uitleg risicoanalyse en prioritering
De prioritering richt zich op toezichts- en handhavingstaken. Bij vergunningverlening is minder mogelijkheid tot prioriteren, omdat aan de wettelijke termijnen moet worden voldaan en alle aanvragen moeten worden behandeld. Echter zit er wel een natuurlijke prioritering in de werkvoorraad en diepgang van toetsing. Bij toezicht en handhaving is een duidelijke prioritering van essentieel belang. De capaciteit kan namelijk maar één keer ingezet worden, terwijl er wel een beginselplicht tot handhaving geldt. Een handhavingsverzoek moet daarom altijd resulteren in een besluit of er wel of niet gehandhaafd wordt. Afzien van handhaving, terwijl er een overtreding is geconstateerd, mag alleen in zeer bijzondere omstandigheden. Uit jurisprudentie blijkt bovendien dat een prioritering de mogelijkheid biedt om niet urgente handhavingszaken op een later moment op te pakken. De prioritering dient hier dus een essentieel onderdeel van de motivering om direct of op een later moment, al dan niet projectmatig, tot handhaving over te gaan.
Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep een analyse gemaakt van alle toezichts- en handhavingsactiviteiten. Hierbij zijn risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. Bij de risicoanalyse zijn de volgende vier effecttypen in overweging genomen;
Veiligheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de (fysieke) veiligheid en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de (fysieke) veiligheid, en/of veiligheidsrisico’s voor de omgeving of derden? Het gaat hierbij om zaken als brandgevaar, explosiegevaar of instortingsgevaar.
Gezonde fysieke leefomgeving: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid en in hoeverre heeft de overtreding gevolgen voor de volksgezondheid? Het betreft vooral effecten op de lange termijn als gevolg van onvoldoende licht of lucht, geluid, vochtigheid en gebruik van of blootstelling aan schadelijke stoffen.
Duurzaamheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van het milieu, de natuur en de cultuurhistorie en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de aspecten? Aspecten die hier aan de orde komen milieuverontreiniging (bodem, lucht water, afval), aantasting flora en fauna, duurzaamheid (verbruik van gas en elektra) en cultuurhistorie.
Aan de hand van deze vier effect typen is elke toezichts- en handhavingsactiviteit beoordeeld. Hiervoor werden per effect type de volgende twee vragen beantwoord;
Deze gegevens zijn in een database verwerkt. In de methodiek is hierbij telkens eerst de grootte van het effect vermenigvuldigd met de kans op slecht naleefgedrag. Hieruit volgt dan een risicoscore. Risicoscore = effect x kans. De categorieën met de hoogte risico’s hebben de hoogte prioriteit. Het gemiddelde effect van elke taak is vermenigvuldigd met de kans. Voor de toezicht en handhavingstaken is gekeken naar de kans dat de regels worden overtreden, de kans op een ernstige overtreding en de pakkans. Door de kans met het gemiddelde effect te vermenigvuldigen ontstaat de risicoscore. Op basis daarvan is een prioritering (1 is Zeer hoog 2 is hoog, 3 is gemiddeld, 4 is laag, 5 is zeer laag) voorgesteld. De volledige uitwerking is te vinden in bijlage 1 en 2.
3.3.5 Werkwijze prioritair werken
De prioritering die voortvloeit uit de risicoanalyse bepaalt de concrete uitvoering van het werk, zoals de frequentie van toezichtbezoeken en de behandeling van handhavingsverzoeken (direct oppakken of later inplannen). De gemeente Utrechtse Heuvelrug kan niet overal tegelijkertijd zijn en dus moet een evenwichtig handhavingsbeleid gevoerd worden waarbij de handhavingscapaciteit ingezet wordt op zaken met de hoogste prioriteit.
De gemeente behoudt nadrukkelijk de mogelijkheid om, waar nodig en gemotiveerd, van de risicoanalyse af te wijken en een andere prioritering toe te passen. Dat is belangrijk, omdat een exclusieve focus op de grootste risico’s kan leiden tot tunnelvisie en het over het hoofd zien van andere relevante signalen.
Daarom blijft de gemeente structureel reflecteren op de gehele fysieke leefomgeving en benut zij de praktijkervaringen van toezichthouders, vergunningverleners en beleidsadviseurs, evenals de kennis en signalen van externe partners. Deze praktijkinformatie wordt gecombineerd met de systematische risicoanalyse om te bepalen welke acties nodig zijn en waar bijsturing gewenst is.
Het is belangrijk om te benadrukken dat prioritering in toezichts- en handhavingstaken op basis van de risicoanalyse niet onder gedogen valt. Het is onmogelijk om alles te handhaven, dus het evenwichtige handhavingsbeleid leidt tot de inzet van onze handhavingscapaciteit op zaken met de hoogste prioriteit. In gevallen waarin wij ervoor kiezen om bepaalde overtredingen niet actief te handhaven, betekent dit niet dat wij deze overtredingen gedogen. Handhaving blijft mogelijk in gevallen waarin er bijvoorbeeld een klacht wordt ingediend of als de resultaten van een steekproef aanleiding geven tot controle van de gehele branche.
Met de uitvoering van de U&H-taken wordt bijgedragen aan een veilige, groene en leefbare leefomgeving door erop toe te zien dat bestaande regels en voorschriften worden nageleefd. De taken richten zich op de fysieke leefomgeving waarbij de nadruk ligt op de landelijke en bestuurlijke prioriteiten: veiligheid (constructie en brandveiligheid), gezondheid, duurzaamheid, het behoud en de versterking van bomen en groen, en onze culturele en historische elementen. De doelstellingen vloeien dus voort uit bestuurlijke ambities (hoofdstuk 2.3), de komende ontwikkelingen (hoofdstuk 2.4 tot en met 2.6) en de prioriteitstelling (hoofdstuk 3.3)
Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):
werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug volledig op basis van haar dienstverleningsprincipes samen met inwoners, ondernemers en ketenpartners aan de uitvoering en handhaving. Daarbij horen ook tijdigheid (het binnen een redelijke termijn in behandeling nemen en afhandelen van zaken) en het hanteren van de menselijke maat.
Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):
Aan het einde van de beleidsperiode (2025-2028):
3.4.1 Werkzaamheden die worden verricht n.a.v. deze doelstellingen
Op grond van artikel 13.6, lid 1 van het Omgevingsbesluit wordt hieronder per doelstelling (nummers tabel corresponderen met numerieke volgorde doelstellingen) gemotiveerd aangegeven welke werkzaamheden worden uitgevoerd om deze doelstelling te bereiken. De werkzaamheden om de subdoelen te bereiken is het uitvoeren van de strategieën, het sturen op de prioritering en het werken volgens de werkprocessen. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt dit concreter gemaakt aan de hand van prognoses, specifieke acties en benodigde fte.
De methoden die worden gebruikt om de voortgang te monitoren en om te bepalen wanneer een doelstelling is bereikt, staat beschreven in hoofdstuk 5.2.
Om het naleefgedrag van inwoners en bedrijven te verbeteren en de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen, hanteert de gemeente Utrechtse Heuvelrug vijf uitvoerings- en handhavingsstrategieën. Deze strategieën vormen de basis voor ons werk. Zij beschrijven de wijze waarop de U&H-taken worden uitgevoerd en dragen bij aan het behalen van de gestelde doelen.
De strategieën kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze vullen elkaar aan en versterken elkaar. De inzet van een instrument kan per overtreding of doelgroep verschillen. In veel gevallen zal een combinatie van deze strategieën en handhavingsinstrumenten resulteren in een betere naleving. De verschillende strategieën worden hierna verder toegelicht.
In de onderstaande tabellen is een overzicht van de strategieën weergegeven. Deze zijn aangepast aan de Omgevingswet en de Wkb. In de komende beleidsperiode monitort en evalueert de gemeente Utrechtse Heuvelrug de uitvoering van de strategieën en passen deze aan indien nodig. Het proces van monitoring en evaluatie staat beschreven in hoofdstuk 5.2.
Dit hoofdstuk richt zich op het waarborgen van de financiële en personele middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de U&H-taken. Dit vereist een interne systematiek die ervoor zorgt dat de werkzaamheden met betrekking tot de VTH-kwaliteitscriteria en de U&H-werkzaamheden consequent en volgens vaste procedures worden uitgevoerd. De eerste paragraaf richt zich op de organisatie en middelen en de tweede paragraaf over de monitoring en evaluatie.
Om de U&H-taken uit het Omgevingsrecht en APV en Bijzondere Wetten uit te kunnen voeren en onze beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen benodigd. Daarnaast zijn wettelijke eisen gesteld aan de organisatie en middelen. Deze worden hieronder beschreven.
De huidige uitvoering van de U&H-taken wordt uitgevoerd door verschillende teams van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, zie paragraaf 1.4. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt de prognose van werkzaamheden gemaakt voor het komende jaar en worden de – op dat moment – beschikbare personele middelen afgezet tegen de benodigde personele middelen. Hieronder de beschikbare en gevulde formatie (oktober 2025):
|
Reageren of besluiten op vergunningen, meldingen, verzoeken; beantwoorden van klantvragen en behandelen van bezwaarzaken |
Daarnaast wordt structureel gebruik gemaakt van de expertise van specialisten, waaronder de ODU, de VRU, MooiSticht en een externe constructeur. Kleine plannen (bouwsom tot €750.000) laat de gemeente Utrechtse Heuvelrug door haar interne casemanager duurzaamheid toetsen aan de duurzaamheidseisen uit het Bbl, terwijl de grote plannen (bouwsom boven €750.000) door een extern bureau (Nieman) aan deze eisen worden getoetst. De geraamde uren en middelen van de ODU en de VRU zijn vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten en eveneens geborgd in de meerjarenbegroting.
Bij samenwerking met de ODU zijn afspraken over uren, capaciteit en kostentoerekening expliciet vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. Dit geeft zowel de gemeente als de toezichthouder (provincie) inzicht in de feitelijke uitvoeringskosten.
Voor de Planning & Control van de financiële middelen binnen de U&H-strategie maakt de gemeente Utrechtse Heuvelrug gebruik van de applicatie LIAS Enterprise. Hiermee stellen wij de meerjarenbegroting, jaarrekening en tussentijdse rapportages op. De benodigde middelen voor de uitvoering van de VTH-taken worden jaarlijks structureel ingebed in de begrotingscyclus van gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Voor de komende jaren gaat de Utrechtse Heuvelrug werken met verschillende scenario’s (een basisniveau conform wettelijke minimumtaken en een plusniveau met aanvullende ambities). Daarmee kan de gemeente bij beperkte middelen onderbouwde keuzes maken. Tevens reserveren wij in de begroting een bufferpost voor onverwachte piekbelasting of onvoorziene uitgaven.
In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug de benodigde personele en materiële middelen concreet uit. Tegelijkertijd wordt de benodigde data (input, output, indicatoren) op orde gebracht voor de verplichte evaluatie- en monitoringsrapportages richting de provincie Utrecht. Daarmee wordt de benodigde capaciteit en financiering stap voor stap inzichtelijk en beter onderbouwd.
In de gemeentelijke begroting van Utrechtse Heuvelrug worden in ieder geval de volgende baten en lasten meegenomen:
De uitvoering van de VTH-taken zijn met de volgende financiële middelen geborgd in de begroting van de komende jaren:
De opstelling en borging van de middelen verloopt in gemeente Utrechtse Heuvelrug als volgt:
5.1.3 Kritieke massa (deel B VTH kwaliteitscriteria)
Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de U&H-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk de procescriteria en de eisen aan de kritieke massa (kwaliteitscriteria 3.0). De procescriteria stellen eisen die er zorg voor dragen dat er een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus ontstaat, zodat resultaatgericht gestuurd kan worden. Er worden ook eisen gesteld ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de U&H-taken (kritieke massa). Zij beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 23 verschillende deskundigheidsgebieden.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug laat het voldoen aan de kwaliteitscriteria extern monitoren via het KennisCentrum VTH. Het KennisCentrum VTH toetst opleidingen en cursussen aan de kwaliteitscriteria, en levert onafhankelijke rapportages over de deskundigheid en robuustheid van de organisatie. Hierdoor ontstaat een extern gewogen spiegel van de mate waarin de kritieke massa worden nageleefd, inclusief aanbevelingen voor verbeteringen.
5.1.4 Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving Omgevingsrecht
De gemeente Utrechtse Heuvelrug is verplicht een verordening te hebben waarin de kwaliteit van U&H-taken wordt geborgd. In deze verordening is opgenomen welke eisen gesteld worden aan de uitvoeringsorganisaties en of de organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria en een motivatie wanneer daarvan wordt afgeweken. Deze verordening is vastgesteld in 2024.
5.1.5 Werkprocessen en applicaties
De teams Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht, APV-vergunningen maken gebruik van de workflow-applicatie Rx.Mission. Hierin zijn werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving vastgelegd. Deze applicatie begeleidt medewerkers met verplichte processtappen, checklists en standaardbrieven. Het systeem voorziet in termijnbewaking en monitoring van de werkvoorraad en de doelstellingen van dit beleidsplan en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s. De werkprocessen staan beschreven in de strategieën.
Het boa-team zet sinds 2025 de applicatie Signalen in als ondersteunend instrument bij het behandelen van meldingen betreffende de openbare ruimte. Signalen is een open source proces- en taaksysteem dat oorspronkelijk werd ontwikkeld door de gemeente Amsterdam en inmiddels succesvol wordt gebruikt door meerdere gemeenten. Het systeem categoriseert meldingen automatisch en stuurt deze naar de juiste behandelaar, waardoor boa's niet langer reactief achter de feiten aan hoeven te lopen maar ontwikkelingen kunnen volgen en hierop anticiperen. Signalen past uitstekend binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van digitalisering, efficiëntie en burgerparticipatie. De implementatie verloopt volgens ervaringen van andere gemeenten eenvoudig en soepel, ondersteund door uitgebreide documentatie en VNG Realisatie. Periodieke evaluatie op gebruikerstevredenheid, doorlooptijden en kwaliteit van categorisering waarborgt de effectiviteit van het systeem. Signalen vormt daarmee een waardevolle aanvulling op de gereedschapskist van onze boa's voor een efficiëntere en effectievere afhandeling van meldingen over de openbare ruimte.
Om de objectiviteit van onze werkzaamheden en de beginselen van behoorlijk bestuur te waarborgen, hanteren wij binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. Dit betekent dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Ook binnen het domein toezicht en handhaving geldt een duidelijke functiescheiding.
Binnen het thema Omgeving zijn de vergunningstaken ondergebracht bij het team Omgevingsverzoeken en de toezicht- en handhavingstaken bij het team Omgevingstoezicht. Met uitzondering van het begeleiden van (hoger) beroepsprocedures is hiermee een duidelijke scheiding aangebracht op personeelsniveau: vergunningverlening enerzijds en toezicht & handhaving anderzijds. Deze scheiding wordt doorgevoerd op zaakniveau en geldt ook voor de organisaties die U&H-taken namens de gemeente uitvoeren (ODU en VRU).
Wat betreft de samenwerking tussen juristen en toezichthouders binnen het team Omgevingstoezicht is de werkwijze als volgt: een toezichthouder die een overtreding constateert naar aanleiding van een verzoek van de behandelend jurist, draagt het constateringsrapport vervolgens aan diezelfde jurist over voor het opleggen van sancties. Tegelijkertijd stimuleren wij een goede en constructieve samenwerking tussen de verschillende rollen, zodat kennis optimaal wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft.
Het team Omgevingsverzoeken heeft een eigen postbus waar inwoners/bedrijven vragen kunnen stellen en bijvoorbeeld archieftekeningen kunnen opvragen. Eenvoudige vragen kunnen direct beantwoord worden. Bij ingewikkelde inhoudelijke vragen worden zij doorverwezen naar de balie of vooroverleg. Het streven is om gestelde vragen binnen 5 werkdagen inhoudelijk te beantwoorden.
Deze informatie is ook te vinden op de website, waar de Utrechtse Heuvelrug een Omgevingsplein heeft ingericht. Op het Omgevingsplein is informatie over de regels voor bouwen/vergunningen te vinden maar ook antwoorden op veel gestelde vragen over de omgevingswet, participatie, vooroverleg, mantelzorg, nieuwbouwprojecten, bomen kappen etc.
Conform artikel 13.9, lid 2, sub d van het Omgevingsbesluit is de gemeente ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar voor het melden van acute klachten en het afhandelen van incidenten op het gebied van toezicht en handhaving.
Inwoners kunnen 24 uur per dag, 7 dagen per week calamiteiten of gevaarlijke situaties melden via het algemene telefoonnummer (0343) 56 56 00 (ook buiten kantooruren bereikbaar), via WhatsApp op 06 34 86 24 47, de Signalen-app of de meldpagina op de gemeentelijke website.
Milieuklachten kunnen buiten kantooruren worden gemeld bij de provinciale milieuklachtentelefoon (0800 – 022 55 10).
Bij acute spoed – zoals levensbedreigende situaties die niet enkele uren/dagen kunnen wachten – dient contact te worden opgenomen met het alarmnummer 112.
Toezicht en handhaving op het gebied van APV en Bouwregelgeving worden uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders en boa’s. Afhankelijk van het onderwerp komen meldingen binnen via de politie of rechtstreeks via de gemeente. Voor de uitvoering van VTH-taken werkt de gemeente structureel samen met vaste partners: de ODU voor milieutaken, de VRU voor brandveiligheid en crisisbeheersing, en Ingenieursbureau Boorsma voor constructieve veiligheid.
De toetsing van constructieve veiligheid vindt plaats op oproepbasis door Ingenieursbureau Boorsma en is niet ingericht als een publiek toegankelijke 24/7-piketdienst. In acute situaties kan echter via de crisisorganisatie of via gemeentelijke toezichthouders direct de benodigde expertise worden ingeschakeld. De VRU coördineert in noodgevallen de inzet als formeel verantwoordelijke voor crisisbeheersing binnen de Utrechtse gemeenten.
Hiermee is geborgd dat de gemeente, ook buiten kantooruren, altijd bereikbaar en inzetbaar is voor spoedeisende meldingen en incidenten binnen het domein van toezicht en handhaving.
Jaarlijks wordt de U&H-strategie verder uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma heeft haar wettelijke grond in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.
Het uitvoeringsprogramma bevat de werkvoorraad, prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau en fungeert als actieplan voor het komende jaar. Indien nodig wordt het uitvoeringsprogramma afgestemd met de instanties die verantwoordelijk zijn voor strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma geeft ook aan hoe de (financiële en personele) middelen van dat jaar worden ingezet en vergelijkt deze met de beschikbare capaciteit en de werkvoorraad. Eventuele verschillen hierin worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassingen in het plan en de begroting voor het komende jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt naar de provincie (IBT) gestuurd en ter kennisname naar de gemeenteraad.
5.2.2 Methoden monitoring doelstellingen
De doelen die in het uitvoeringsprogramma zijn geconcretiseerd, worden gedurende het jaar gemonitord. De volgende methoden worden toegepast:
Managementinformatie en dashboards: Het is van belang inzicht te hebben in werkvoorraden, doorlooptijden en trends en ontwikkelingen. Hierdoor wordt duidelijk welke resultaten zijn behaald en in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd. Het goed registreren van de uitvoering is zowel voor de dagelijkse sturing als voor het actueel en scherp houden van het beleid van belang. Nu en in de toekomst is dus data steeds belangrijker.
Evaluatie is nodig om te beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of het uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. De evaluatierapportage heeft haar wettelijk grond in artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit. Jaarlijks rapporteren wij in de evaluatierapportage over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Hierbij beoordeelt de Utrechtse Heuvelrug minimaal of:
De evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatierapportage en gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. De evaluatie kan de basis vormen het nieuw opstellen/aanpassen van de U&H-strategie. Het geeft inzicht in de bijdrage van het uitgevoerde beleid aan de gestelde visie en doelen en het naleefgedrag. De gegevens kunnen bijvoorbeeld aanleiding geven om de risicoanalyse aan te passen en doelen bij te stellen.
Het college rapporteert jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen in deze U&H-strategie. Hierbij wordt aangesloten bij de gemeentelijke planning- en control cyclus. Jaarlijks wordt aan de raad, gelijktijdig met de presentatie van de jaarrekening, verantwoording afgelegd met behulp van een jaarverslag.
De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende aanpak van de fysieke leefomgeving. Bij de uitvoering van de gemeentelijke U&H-taken is het van belang dat de gemeente Utrechtse Heuvelrug samenwerkt en daarover afspraken maakt met diverse (keten-/externe) partners. De intensiteit van samenwerking en de mate waarin de samenwerking structureel is ingericht, verschilt. Voor sommige taken is een gemeente zelfs verplicht om deze uit te besteden, zoals de milieutaken.
Deze U&H-strategie gaat over de taken op het gebied van uitvoering en handhaving die door de gemeente Utrechtse Heuvelrug zelf worden uitgevoerd. Hieronder zijn (niet limitatief) de verschillende samenwerkingspartners benoemd en welke rol deze partners vervullen:
De stichting MooiSticht organiseert in opdracht van de gemeente Utrechtse Heuvelrug de Integrale Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De commissie adviseert over nieuwbouw- en monumentenplannen en over bredere ruimtelijke ontwikkelingen. De samenwerking ontwikkelt zich richting een meer integrale benadering van ruimtelijke kwaliteit. De commissie is breder samengesteld en omvat ook expertise op cultuurhistorie en landbouw. De leden zijn door de gemeente benoemd en opereren geheel onafhankelijk. De samenwerking is vastgelegd in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Utrechtse Heuvelrug, vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2023. De commissie baseert haar adviezen op deze verordening, deze nota en actuele gemeentelijke beleidsstukken zoals beeldkwaliteitsplannen en stedenbouwkundige kaders. De samenwerking ontwikkelt zich richting een meer integrale benadering van ruimtelijke kwaliteit. De commissie is breder samengesteld en omvat ook expertise op cultuurhistorie en landbouw.
Om ervoor te zorgen dat de inhoud van de U&H-strategie goed is afgestemd, is hierover gesproken met MooiSticht. Daarbij is gekeken hoe de samenwerking verder kan worden versterkt en hoe knelpunten in de uitvoering kunnen worden voorkomen. Hieruit zijn de volgende werkafspraken voortgekomen:
Voorfase en tijdigheid: voor principeverzoeken en vooroverleggen wordt het advies tijdig geleverd volgens de afgesproken termijn van vijf werkdagen. Deze standaard geldt ook voor definitieve aanvragen. De naleving van deze afspraken wordt periodiek besproken tussen MooiSticht en de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Door structureel overleg en heldere werkafspraken is de samenwerking tussen de gemeente Utrechtse Heuvelrug en MooiSticht goed geborgd. Dit bevordert een efficiënte procesvoering, tijdige advisering en een hoge kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente.
De Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voert voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug de verplichte milieutaken uit en adviseert onder andere over archeologie, ecologie, bodem, geluid en luchtkwaliteit. De samenwerkingsafspraken zijn momenteel vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst met de huidige Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). ODRU rapporteert richting gemeenten periodiek; in de meest recente werkwijze ontvangen gemeenten zeven keer per jaar een cijfermatig overzicht (Marap) en twee keer per jaar een inhoudelijke rapportage. Samen met de gemeente wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld.
In de aanloop naar de fusie tussen ODRU en RUD Utrecht, waaruit per 1 januari 2026 de Omgevingsdienst Utrecht (ODU) ontstaat, is regionaal gewerkt aan het verder verbinden van beleid en uitvoering binnen een gezamenlijke regionale U&H-strategie. Hiervoor zijn expertsessies met juristen, beleidsmedewerkers en vakspecialisten georganiseerd om de uiteenlopende behoeften van de deelnemende gemeenten op te halen en te duiden.
ODRU heeft in de aanloop naar deze strategie regionaal een breed dienstenoverzicht opgesteld. Per gemeente wordt maatwerk geleverd, passend bij lokale opgaven (bijv. snelwegligging vs. omvangrijk buitengebied). Ook verschilt de mate van verbondenheid aan bovenlokale afspraken, zoals het Schone Lucht Akkoord—Utrechtse Heuvelrug heeft het SLA ondertekend (eind 2021, met vervolgacties in 2022 en tussenevaluatie in 2025).
Tijdens de afstemming in het kader van de vaststelling van de U&H-strategie is nadrukkelijk getoetst of de gemeentelijke prioriteiten in overeenstemming zijn met de doelen uit de regionale U&H-strategie; hiervan is sprake. De ODRU signaleert daarbij dat thema’s als illegale bewoning, kap en sloop bij meerdere gemeenten hoog op de agenda staan. Deze constatering sluit goed aan bij het streven naar regionale kennisdeling via de kerngroep, zodat zowel vraagstukken als mogelijke oplossingen sneller kunnen worden herkend en gedeeld.
Het gezamenlijke doel van deze afstemming is strategische landing bij alle partijen. Vanuit dit fundament wordt gewerkt aan een regionaal uitvoeringsprogramma, dat richting en samenhang biedt voor de daadwerkelijke uitvoering. In de overgang naar de ODU wordt bovendien toegewerkt naar nieuwe of geactualiseerde dienstverleningsovereenkomsten op basis van de regionale kaders. Het vaststellen van de inzet/uren voor 2026 gebeurt uiterlijk 1 december 2025.
De fusie beoogt een robuustere en efficiëntere organisatie, met behoud van kwaliteit en betrokkenheid van de deelnemende gemeenten; de formele start van de nieuwe dienst is voorzien op 1 januari 2026.
De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) adviseert over brandveilig gebruik en houdt toezicht op dit gebied. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Utrechtse Heuvelrug zijn vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Jaarlijks rapporteert de VRU over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt zij in overleg met de gemeente een jaarplan of jaarprogramma op.
Tijdens een overleg tussen de gemeente Utrechtse Heuvelrug en de VRU zijn concrete verbeterdoelen vastgesteld.
Risicogericht werken als uitgangspunt
Brandveiligheid neemt een prominente plaats in binnen de risicoanalyse en vraagt om een meer strategische aanpak. Het doel is om gezamenlijk risico’s te identificeren en daarop te sturen. In plaats van enkel te focussen op het aantal controles per branche (zoals ziekenhuizen of kinderdagverblijven), wordt de samenwerking versterkt door samen te bepalen waar de grootste risico’s liggen – bijvoorbeeld bij natuurbranden – en daarop de prioriteiten te richten. De VRU rolt in deze beleidsperiode een nieuwe werkwijze uit, waarbij jaarplannen uitgebreider worden opgesteld en gebaseerd zijn op een grondige risicoanalyse. Dit leidt tot meer maatwerk per situatie.
Gebiedsgericht samenwerken via de UVP-cyclus
De samenwerking wordt verder geoptimaliseerd door gebiedsgericht te werken: elke gemeente ontvangt advies dat aansluit bij de specifieke kenmerken van het eigen gebied. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug ligt de nadruk bijvoorbeeld meer op bosgebieden, terwijl bij andere gemeenten de focus juist kan liggen op watergerelateerde risico’s. Via de UVP-cyclus worden jaarlijks de risico’s binnen de gemeente besproken en worden vervolgens, in overleg met de VRU, de gezamenlijke prioriteiten vastgesteld.
Versterkte samenwerking en communicatie
De VRU en de gemeente streven naar meer dynamische gesprekken waarin concrete afspraken over handhaving worden gemaakt. Dit draagt bij aan een integrale aanpak waarbij toezicht en advies hand in hand gaan. Een belangrijke verbetering is de structurele terugkoppeling: wanneer de VRU een advies uitbrengt, ontvangt zij feedback over de implementatie en de behaalde resultaten.
De integratie met de Signalen-app ondersteunt deze verbeterde werkwijze en bevordert de informatiedeling.
De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de U&H-taken te coördineren. Het provinciebrede Samenwerkingsprogramma komt tot stand in overleg met de leden van het ambtelijk Provinciaal Milieuoverleg (hierna: PMO) en de onderliggende werkgroepen. Daarnaast ziet de Provincie Utrecht toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het Interbestuurlijk Toezicht richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. De provincie adviseert tevens in het kader van natuurbescherming en uitwegen op provinciale wegen.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) wordt door de gemeente gevraagd om advies wanneer sprake is van een rijksmonumentenactiviteit en/of een ingrijpende ingreep aan een rijksmonument. De gemeente beoordeelt op basis van de voorgenomen ingreep en het Omgevingsbesluit (artikel 4.32, lid 1, onder b) of advies van de RCE vereist is.
De RCE voert deze wettelijke adviestaak uit namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). In het vergunningenproces wordt de RCE, via het team Cultureel Erfgoed van de gemeente, betrokken bij de beoordeling van ingrijpende wijzigingen.
Tijdens een afstemmingsoverleg voor vaststelling van deze strategie is benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor rijksmonumenten volledig bij de gemeente ligt. De RCE heeft een adviserende rol, maar geen bevoegdheden op het gebied van handhaving; deze taak blijft bij de gemeente. Gemeenten hechten er doorgaans sterk aan om te handelen in lijn met het advies van de RCE, met name bij ingrijpende aanpassingen aan monumenten.
Hoewel cultureel erfgoed in de dagelijkse praktijk niet altijd prominent in beeld is, vormt de betrokkenheid van de RCE via het gemeentelijke loket een belangrijk instrument om de kwaliteit van besluitvorming te waarborgen en cultuurhistorische waarden te beschermen binnen het vergunningenproces.
Waterschap Vallei en Veluwe en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR): De samenwerking tussen de waterschappen en de gemeente heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en - kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.
De politie richt zich op de openbare orde en de zwaardere veiligheidsproblemen. De boa’s werken samen met de politie. De focus van de boa is op leefbaarheid en lichte veiligheidsproblematiek. Het Openbaar Ministerie (OM) is belast met de strafrechtelijke handhaving.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug werkt sinds 2019 intensief samen met de politie en het OM binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) Heuvelrug 2023–2026. De samenwerking vindt plaats met de gemeenten Renswoude, Rhenen, Veenendaal en Wijk bij Duurstede, die samen het werkgebied van politiebasisteam Heuvelrug vormen. Deze gemeenten hebben ervoor gekozen om veiligheidsbeleid en -uitvoering op elkaar af te stemmen, waardoor de politie, het OM en de burgemeesters als één veiligheidsregio opereren.
De politie werkt onder twee gezagslijnen. Bij de handhaving van de openbare orde en hulpverlening handelt zij onder gezag van de burgemeester; bij de opsporing van strafbare feiten staat zij onder gezag van de officier van justitie. Deze taakverdeling volgt uit de Politiewet 2012 en zorgt ervoor dat zowel bestuurlijke als strafrechtelijke belangen worden geborgd. De politie richt zich primair op de zwaardere veiligheidsproblematiek en op incidenten die de openbare orde raken. De boa's van de gemeente vullen dit aan met toezicht op leefbaarheid, naleving van de APV en lichte handhavingstaken. Boa's en politie voeren regelmatig gezamenlijke controles uit, onder meer gericht op horeca, ondermijning, verkeersveiligheid en buitengebiedtoezicht.
Het OM is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Omdat overtredingen vaak zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kunnen worden aangepakt, is afstemming tussen gemeente, politie en OM essentieel. Structureel overleg voorkomt doublures en zorgt voor een integrale inzet van bevoegdheden.
De gezagsdriehoek vormt de bestuurlijke kern van deze samenwerking. Op grond van artikel 13 van de Politiewet 2012 overleggen de (vijf) burgemeesters, de officier van justitie en de teamchefs van politie regelmatig over beleid, prioriteiten en taakuitvoering. In het gebied van basisteam Heuvelrug komt de driehoek ongeveer zes keer per jaar bijeen. Daarin worden gezamenlijke prioriteiten vastgesteld, afgestemd op het IVP 2023–2026. De huidige speerpunten zijn ondermijning, digitale veiligheid en maatschappelijke onrust. De afspraken uit dit overleg zijn leidend voor de inzet van politiecapaciteit en de strategische samenwerking met het OM.
Naast dit bestuurlijke overleg vindt elke zes weken een lokaal ondermijningsoverleg plaats, onder regie van het taakveld Openbare Orde en Veiligheid. In dit overleg worden concrete signalen en casussen besproken met politie, toezichthouders en andere partners. Per geval wordt beoordeeld welke middelen het meest effectief zijn – bestuursrechtelijk, strafrechtelijk en soms fiscaal of administratief. Indien nodig wordt een casus ingebracht bij het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC) Midden-Nederland, om expertise te benutten en de slagkracht te vergroten.
De kracht van de Heuvelrug-aanpak ligt in de complementariteit van instrumenten. Bestuursrechtelijke maatregelen bieden snelheid en zichtbaarheid, strafrechtelijke vervolging zorgt voor diepgang en structurele normhandhaving. Door beide sporen bewust te verbinden, treedt de overheid zichtbaar en gecoördineerd op tegen overtreders. De gemeente vervult daarbij de regierol, brengt partijen bij elkaar, actualiseert beleid op basis van nieuwe jurisprudentie en borgt dat bestuurlijke en strafrechtelijke inzet elkaar versterken.
Zo wordt binnen de Heuvelrug gewerkt aan een veilige leefomgeving waarin overheidspartners elkaar vinden, hun instrumenten slim combineren en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een effectieve en duurzame aanpak van criminaliteit en overlast.
De Gemeentelijke Gezondheidsdienstregio Utrecht (GGD) is de gemeentelijke gezondheidsdienst van de 26 gemeenten in de regio Utrecht. “Gezondheid” en “preventie” zijn dé sleutelwoorden in alles wat de GGD-regio Utrecht doet. Vanuit brede (sociaal medische) ervaring en deskundigheid wordt de gezondheid van alle inwoners bevorderd en beschermd. Er is een intentieovereenkomst getekend om te komen tot regionale samenwerkingsafspraken binnen de provincie Utrecht. Hierbij zijn de provincie, gemeenten en samenwerkingspartners betrokken. De samenwerkingsafspraken worden pas na vaststelling van deze U&H-strategie vastgesteld.
De preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving door het vergroten van de bewustwording. Het doel is dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden, omdat er minder overtredingen worden begaan. Bij het vergroten van de bewustwording speelt communicatie een belangrijke rol. Zo moeten inwoners en ondernemers weten welke regels er zijn. De gemeente heeft de taak om hen daarover te informeren. In deze strategie zien wij een link met onder andere het uitgangspunt dat handhaving eenduidig, helder en transparant is.
Om ervoor te zorgen dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden, zijn de volgende maatregelen doorgevoerd:
De gemeente biedt een aantal mogelijkheden tot vooroverleg om zodoende de haalbaarheid van een initiatief al in een vroegtijdig stadium te beoordelen. Voorbeelden van (voor)overleg zijn:
Up-to-date houden van informatievoorziening
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit is het nieuwe Omgevingsloket en hier is alle digitale informatie m.b.t. het Omgevingsrecht te vinden. Via het Omgevingsloket kunnen burgers en bedrijven snel zien wat onder de Omgevingswet op een locatie al dan niet is toegestaan. Na te gaan is, of er een informatie-, meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO.
De gemeente zorgt voor heldere, makkelijk te vinden informatieverstrekking via o.a. social media, gemeentelijke websites (met verwijzing naar (landelijke) overheden met actuele informatie over wet- en regelgeving), de balie en via de casemanagers en de toezichthouders.
Er kan buurtbemiddeling worden ingeschakeld (bijvoorbeeld via Heuvelrug verbindt) of mediation. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving.
Preventie- en handhavingsplan Alcohol, Drugs en Jeugd
Op 8 februari 2018 is het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol Drugs en Jeugd door de gemeenteraad vastgesteld waarin acties en maatregelen zijn opgenomen om het drugs- en alcoholgebruik onder jongeren te voorkomen en terug te dringen. Ter uitvoering van dit plan zijn budgetten ter beschikking gesteld voor onder meer toezicht en handhaving.
De kwaliteit van de leefomgeving wordt onder andere bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner wordt gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag. Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceelcontroles. Dat geldt voor Omgevingsrecht-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte door boa's vindt hierin plaats.
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
In deze bijlage wordt allereerst het wettelijk kader geschetst waarbinnen het verlenen van omgevingsvergunningen plaatsvindt. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten van vergunningverlening en worden de verschillende procedures beschreven, evenals de wijze waarop hier binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug invulling aan wordt gegeven.
Wet- en regelgeving en toetsingskaders
De gemeente Utrechtse Heuvelrug hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. Deze criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen Deze lijsten zijn niet limitatief en er kan aanvullende wet- en regelgeving vastgesteld worden waarbinnen nieuwe criteria worden vastgesteld die meegenomen moeten worden in de vergunningenwerkwijze.
Uitgangspunten vergunningverlening
Bij het behandelen omgevingsvergunningaanvragen wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd:
Snelheid: Wij streven ernaar om alle aanvragen en meldingen binnen de wettelijke beslistermijn te behandelen. Indien nodig maken wij gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Dit kan aan de orde zijn wanneer er sprake is van een buitenplanse omgevingsplan- activiteit (Bopa) of een anderszins complexe of omvangrijke aanvraag.
De taken bij vergunningverlening bestaan onder andere uit:
De processen voor het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en vooroverleggen zijn ingericht in de applicatie RX-Mission. Voor alle brieven (ontvangst- en procedurebevestiging, verzoek om aanvullingen, (ontwerp)besluit op aanvraag, eindadvies vooroverleg, besluit verlengen beslistermijn etc.) zijn standaardbrieven opgesteld. Ook de advisering (intern en extern), publicaties en communicatie met de aanvrager verloopt via het zaaksysteem.
Om de haalbaarheid van een initiatief verder te onderzoeken kan een initiatiefnemer een vooroverleg aanvragen. Naast de mogelijkheden voor informeel vooroverleg (telefonisch, per e-mail of op afspraak aan de balie), biedt de gemeente Utrechtse Heuvelrug de mogelijkheid om de haalbaarheid van een initiatief te laten toetsen voordat men een vergunning aanvraagt. Deze procedure noemen we een vooroverleg. Er zijn twee soorten vooroverleg: een principeverzoek of een ruimtelijk initiatief. Wanneer een initiatief past binnen het Omgevingsplan of met een binnenplanse of kleine buitenplanse afwijking verleend kan worden gaat het om een principeverzoek. Het initiatief wordt dan bijvoorbeeld beoordeeld door de disciplines Ruimtelijke ordening en stedenbouw, Cultuurhistorie en Monumenten en/of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstand). Wanneer het gaat om grotere, strijdige ontwikkelingen zoals de bouw van meerdere woningen gaat het om een ruimtelijk initiatief. Een ruimtelijk initiatief wordt zo volledig mogelijk getoetst en indien mogelijk uitgewerkt tot een referentievergunning. Beoordeling vindt plaats middels een Intaketafel en Omgevingstafel.
Voorafgaand aan een vooroverleg ruimtelijk initiatief is er de mogelijkheid om via het spreekuur ruimtelijke initiatieven een (kosteloos) verkennend gesprek met een projectleider en adviseur Ruimtelijke ordening te voeren over de haalbaarheid van het initiatief. Een vooroverleg kan via de website van gemeente of via het Omgevingsloket aangevraagd worden. In het Omgevingsloket wordt het vooroverleg een conceptaanvraag genoemd.
Werkwijze en proces vergunningverlening
Na binnenkomst van de aanvraag, wordt de standaardwerkwijze, die per type aanvraag kan verschillen, gevolgd. De processtappen van onze standaardwerkwijze zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van aanvraag of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. In het algemeen ziet het proces voor behandeling van een aangevraagde omgevingsvergunning (Omgevingsrecht) en vergunning op grond van de APV of Bijzondere Wetten eruit zoals hieronder beschreven. Ter nadere toelichting is in bijlage 9 een uitgebreidere en overzichtelijkere weergave van deze processen opgenomen, aan de hand van procesplaten.
|
|
|
|
|
|
|
Bij uitgebreide procedure: Ontwerpbesluit opstellen en ter inzage leggen
|
|
|
|
|
|
|
Juridische procedure Awb (optioneel)
|
Nadere toetsingskaders beoordeling vergunningaanvragen
De toetsingskaders uit wet- en regelgeving (zowel landelijk als gemeentelijk) is vooraan in deze strategie opgesomd. Hieronder een uitwerking van een aantal processtappen.
De Omgevingswet kent twee typen voorbereidingsprocedures voor de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: de reguliere voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Zowel de reguliere als de uitgebreide procedure zijn een uitwerking van de procedureregels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onder de Omgevingswet is op alle aanvragen de reguliere procedure van toepassing, tenzij verwacht kan worden dat de activiteiten een groot effect op de omgeving hebben (o.a. rijksmonumentenactiviteiten waarvoor advies van het ministerie van OCW nodig is en Natura-2000 activiteiten).
Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk wanneer de vereiste gegevens en bescheiden aanwezig zijn. Elke aanvraag wordt consequent getoetst op volledigheid en ontvankelijkheid. De minimale gegevens en de voorwaarden waaraan deze moeten worden voldoen zijn beschreven in de Omgevingsregeling en het omgevingsplan. Als een aanvraag niet volledig is, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. Deze termijn kan op verzoek van de aanvrager (met een redelijke termijn) worden verlengd. Als de ontbrekende gegevens niet of niet volledig binnen de gestelde termijn worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Tegen het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten kan bezwaar en beroep worden ingesteld.’
Binnen de VTH-processen speelt participatie een sleutelrol. Bij vergunningverlening wordt niet alleen gekeken naar juridische en technische criteria, maar ook naar de kwaliteit van het participatieproces: hoe zijn belanghebbenden geïnformeerd, welke zorgen zijn opgehaald en hoe is hiermee omgegaan? Bij toezicht en handhaving wordt daarnaast beoordeeld of gemaakte participatieafspraken, bijvoorbeeld over fasering of hinderbeperking, worden nagekomen.
In de gemeente Utrechtse Heuvelrug is per 16 augustus 2024 vastgesteld in welke gevallen participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Voor deze verplichte participatie zijn een participatiebeleid en een stappenplan ontwikkeld, zodat initiatiefnemers weten hoe zij participatie kunnen vormgeven en wat de gemeente hiervan verwacht. Dit draagt bij aan een transparant en voorspelbaar proces dat recht doet aan de belangen van inwoners en het vertrouwen in de overheid versterkt.
Participatie is verplicht bij initiatieven die aanzienlijke invloed hebben op de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn:
in het buitengebied: woningbouw van twee of meer woningen, de realisatie van een zonneveld groter dan 100 m², de bouw van een windmolen (ongeacht hoogte), de omvorming van verblijfsrecreatie naar wonen, het realiseren of uitbreiden van recreatieterreinen, het toevoegen van bebouwing op een historische buitenplaats, het oprichten van een nieuw landgoed, en nieuwe functies of bouwplannen die afwijken van het ruimtelijk beleid;
Ook is per 16 augustus 2024 vastgesteld in welke gevallen de raad een bindend advies geeft aan het college bij een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
In het Bbl zijn regels opgenomen over het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden. Zo is het verplicht om een veiligheidsafstand uit de richtlijn Bouw- en sloopveiligheid aan te houden bij het bouwen van een gebouw.
Bij het aanvragen van de Technische bouwactiviteit of bij de bouwmelding is het verplicht om een ingevulde Risicomatrix aan te leveren. Hieruit volgt een score met betrekking tot het veiligheidsrisico. De score kan leiden tot het verplicht opstellen van een bouwveiligheidsplan en het aanstellen van een veiligheidscoördinator door initiatiefnemer.
Voor meldingen van voormalige vergunningplichten (omgevingsrecht) geldt de grondslag van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit betreft onder andere bouwmeldingen, sloopmeldingen, meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval, kapmelding en de gebruiksmelding (brandveilig gebruik). In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een volledigheidsbeoordeling uitgevoerd. Meldingen kunnen via het DSO bij de gemeente worden ingediend en worden – indien nodig – uitbesteed aan de VRU of ODU. Wanneer een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, wordt dit opgevraagd bij onze ketenpartners.
Op 26 september 2023 heeft het college van B&W de Wkb strategie vastgesteld. Dit is voor inwerkingtreding van de Wkb vastgesteld en de komende jaren wordt ervaring opgedaan met deze strategie. Er is gekozen voor de procesbenadering. Dit houdt in dat het proces wordt uitgevoerd in lijn met de wettelijke vereisten en dat partijen in het nieuwe stelsel hun nieuwe rol en verantwoordelijkheden pakken.
Een sloopmelding moet worden ingediend als er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt. Ook is een sloopmelding nodig als er asbest kan vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden, ongeacht de hoeveelheid sloopafval die vrijkomt.
Bij kleine verbouwingen zonder asbest is dus geen sloopmelding nodig. Als tijdens een kleine verbouwing toch asbest wordt aangetroffen, moet alsnog een sloopmelding worden ingediend. Bij een sloopmelding kunnen in de acceptatiebrief ook aanvullende voorwaarden worden gesteld. Per 1 januari 2024 worden sloopmeldingen door de ODU behandeld.
Het Bbl verplicht in bepaalde gevallen een gebruiksmelding (melding brandveilig gebruik) voordat een gebouw in gebruik genomen kan worden. Deze gebruiksmeldingsplicht hangt af van de gebruiksfunctie(s) van het gebouw en/of van het aantal personen dat daarin zal verblijven. Zo is een gebruiksmelding verplicht bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur of een woonfunctie voor zorg. Bij de gebruiksmelding moeten o.a. gegevens inzake de brandveiligheidsvoorzieningen worden aangeleverd. Per 1 januari 2024 worden gebruiksmeldingen door de VRU behandeld.
Voor het kappen van dode bomen en het dunnen van bomen is geen kapvergunning nodig maar moet een kapmelding gedaan worden. Hierbij zijn gegevens zoals de soort boom, stamomtrek, foto, situatietekening benodigd. De melding wordt beoordeeld op grond van de Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug.
De gemeente is medeverantwoordelijk voor het bewaken van algemene belangen. Wanneer regels niet worden nageleefd door inwoners of bedrijven, en de algemene belangen in gevaar komen, is ingrijpen in sommige gevallen noodzakelijk. Toezicht op de naleving van wet- en regelgeving vindt plaats op basis van de vooraf gestelde prioriteiten en doelen.
Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders en boa’s/handhavers. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels wordt verbeterd, wat vervolgens leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van veiligheidsrisico’s. Zodra een overtreding is geconstateerd wordt de sanctioneringsstrategie gehanteerd, en in uitzonderlijke gevallen, met daarbij een goed uitgewerkte onderbouwing, de gedoogstrategie.
De toezichtstrategie is zowel voor de taken m.b.t. Omgevingsrecht als de APV/BW van toepassing.
Vormen van integraal toezicht (en handhaving)
Verschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht (en handhaving) binnen de fysieke leefomgeving. Dit geldt voor zowel de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door de gemeentelijke Boa’s/handhavers, het Waterschap, de VRU, de provincie Utrecht, de politie, de ODU en de gemeentelijke organisatie, waaronder de buitendienst.
Door informatie gestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hieronder uitgewerkt:
Controles worden zo veel mogelijk op integrale wijze uitgevoerd. Iedere toezichthouder voert vanuit zijn taakveld samen met toezichthouders uit andere taakvelden controles uit. Een integrale aanpak kan toegepast worden in situaties met een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit. Ook al is deze vorm van controleren soms nodig, is deze methodiek arbeidsintensief en relatief belastend voor de ondernemer of inwoner. Deze integrale aanpak ligt wel in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners en ondernemers. I
Verschillende toezichthouders van verschillende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve werking. De toezichtlast van na elkaar controleren neemt echter toe, waar de efficiëntie afneemt. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, wat mogelijk kan resulteren in interpretatieverschillen tussen de verschillende toezichthouders.
Een toezichthouder kan tijdens zijn “eigen” controle een mogelijke overtreding in een ander werkveld signaleren. Als hier aanleiding voor is, zal de specialist van dat werkveld zelf een controle uitvoeren. Door middel van deze vorm van toezicht worden overtredingen vaak in een eerder stadium gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming, coördinatie (en kunde) binnen een organisatie.
Een toezichthouder controleert tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden. Deze vorm van toezicht betreft voornamelijk situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor diverse surveillances.
Bij toezicht wordt er gekozen voor de meest effectieve en efficiënte werkmethode. Het streven is bij alle controles ook alert te zijn op signaalpunten van andere taakvelden en/of bevoegde gezagen. Alle opgemerkte signaalpunten worden na afloop van de controle doorgegeven aan de betrokken handhavingspartner.
Categorieën gemeentelijk toezicht
De werkwijze bij toezicht & handhaving door de gemeente wordt onderverdeeld in drie categorieën: preventief, actief en reactief toezicht. Deze onderverdeling bestaat vervolgens uit:
Daarnaast wordt ook wraken en programmatisch toezicht uitgelegd.
Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht
De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is deels afhankelijk van de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden”. Daar gaat een preventieve werking van uit. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd, zolang de bevindingen bij de juiste handhavingspartner worden gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht (zie hierboven).
Actief: periodiek/routinematig toezicht
Het periodiek toezicht betreft de routinematige controles die met een vaste frequentie worden uitgevoerd bij objecten binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Deze controles vinden plaats in de gebruiksfase en zijn gericht op het bevorderen van naleving en het vroegtijdig signaleren van risico's. Het periodiek toezicht vormt daarmee een structureel onderdeel van de uitvoering van het omgevingsrecht.
Bij periodiek toezicht worden alle relevante aspecten van de betreffende regelgeving betrokken. Het betreft in ieder geval toezicht op milieuregelgeving en op brandveilig gebruik en brandveiligheidsvoorschriften. Door deze integrale benadering wordt de naleving binnen het gehele fysieke domein versterkt en wordt efficiënt gebruikgemaakt van toezichtcapaciteit.
De uitvoering van het periodiek toezicht is belegd bij de ketenpartners:
De VRU is verantwoordelijk voor het periodieke toezicht op brandveilig gebruik. De VRU voert controles uit in bestaande bouw, nieuwbouw en gebruiksfuncties met een verhoogd brandveiligheidsrisico, zoals logiesfuncties, zorginstellingen, onderwijsgebouwen en kinderopvanglocaties. De controles worden afgestemd tussen de gemeente, ODU en VRU.
De periodiciteit van de controles wordt in de uitvoering voornamelijk bepaald door deze ketenpartners. Zij hanteren landelijke en regionale risicokaders, waarbij onder meer wordt gekeken naar naleefgedrag, aard en omvang van het object, en de risico's voor milieu, gezondheid en veiligheid. Het risicobeeld bepaalt de frequentie van controles.
In deze U&H-strategie zijn de uitgangspunten voor het periodieke toezicht vastgelegd. De jaarlijkse uitwerking – waaronder de selectie van toezichtobjecten, de feitelijke controlemomenten en de inzet van capaciteit – wordt opgenomen in de jaarplannen en jaarverslagen van de eerdergenoemde ketenpartners. In het Uitvoeringsprogramma en het jaarverslag wordt hier vervolgens naar verwezen.
Actief: gebiedsgerichte controle
Een controle kan voorvloeien uit een surveillance. Op basis van de controle kan een handhavingstraject worden opgestart. Het belang van een tijdige signalering is tweeledig:
De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor andere taakvelden, zoals milieu, bouwen en de openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten, zoals bebouwing in het voorerfgebied en foutief parkeren.
Actief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen
Actieve controle is traditioneel en is het resultaat van het nemen van besluiten, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het in behandeling nemen van meldingen. Bij vergunningverlening is de naleving van voorschriften van groot belang. Het gaat immers om zaken die expliciet vergund dienen te worden.
Verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd in lijn met het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie.
Reactief: controle naar aanleiding van klachten en/of verzoeken om handhaving
Niet alle klachten resulteren in een controle door een toezichthouder. Of er een controle volgt is afhankelijk van de vooraf opgestelde prioritering en de aard van de ingediende melding. Op basis van het beleid wordt prioriteit gegeven aan een formeel verzoek om handhaving, gelet op de wettelijk gestelde kaders en behandeltermijnen van 8 weken. Anonieme meldingen neemt de gemeente Utrechtse Heuvelrug in beginsel niet in behandeling. Er wordt uiteraard wel direct (binnen 1 werkdag) actie ondernomen in het geval van een acute situatie. Acuut betekent een situatie die een gevaar is voor de openbare orde en veiligheid en/of een onomkeerbare situatie. In het geval van een acute situatie legt de gemeente Utrechts Heuvelrug vaak een mondelinge stillegging op en handhaaft middels een zeer acute bestuursdwang.
Soms komt het voor dat er een overtreding wordt geconstateerd, maar dat het bevoegd gezag, op basis van de vastgestelde prioritering, geen actie onderneemt. In dit soort geval kan het bevoegd gezag een zogenaamde ‘wrakingsbrief' naar overtreders sturen. Door middel van de wrakingsbrief wordt de overtreder in kennis gesteld van de geconstateerde overtreding en op diens verantwoordelijkheid gewezen deze overtreding te beëindigen. Daarmee wordt de overtreder in kennis gesteld van ons recht in de toekomst alsnog handhavend op te treden, wanneer bijvoorbeeld beleidsmatig meer prioriteit wordt gegeven aan dit soort overtredingen.
Programmatisch toezicht is een probleemgerichte aanpak waarbij het gedrag van de doelgroepen als uitgangspunt wordt genomen om de toezicht- en handhavingsstrategie te bepalen. Door op systematische wijze het (naleef)gedrag van de doelgroep te analyseren, kan er op effectieve wijze een keuze gemaakt worden over de handhavingsinstrumenten die situatie-specifiek toegepast kunnen worden.
Voordat een controle door een toezichthouder wordt uitgevoerd, bestudeert de toezichthouder altijd eerst de relevante documentatie die onderdeel uitmaakt van het zaakdossier. Dit omvat onder andere de verleende vergunning, ingediende melding, ingediende plannen en bijlagen, en aanvullende stukken zoals constructieve berekeningen en stikstofberekeningen.
De bouwcontrole wordt door de afdeling Omgevingstoezicht aangemaakt in de taakapplicatie Rx.Mission. Via dit systeem ontvangt de toezichthouder, die ook onder Omgevingstoezicht valt, een toegewezen bouwcontrole. In het gekoppelde omgevingsdossier kan de toezichthouder alle relevante stukken raadplegen, zoals de vergunning, bijbehorende voorwaarden, en overige bijlagen. De vergunninghouder of uitvoerder van het werk informeert de toezichthouder daarnaast via e-mail of telefoon over de start van de werkzaamheden.
Tijdens de voorbereiding controleert de toezichthouder de voorwaarden, aandachtspunten en voorschriften die in de vergunning zijn opgenomen. Tevens wordt nagegaan of aanvullende documenten, zoals constructietekeningen en uitvoeringsplannen, tijdig zijn ingediend en goedgekeurd. Indien nodig wordt voorafgaand aan de controle intern overleg georganiseerd tussen verschillende afdelingen om aandachtspunten en risico's af te stemmen. Pas na een grondige voorbereiding voert de toezichthouder de toezichtcontrole uit.
Bij o.a. repressief toezicht, geïnitieerd vanuit de handhavingsjurist (bijvoorbeeld bij klachten, handhavingsverzoeken of eigen waarnemingen van de toezichthouder), wordt de controle voorbereid door de toezichthouder en handhavingsjurist. Ook hier wordt het adres opgezocht in verschillende systemen om het verleden van de mogelijke overtreding in kaart te brengen.
Vanuit Toezicht is een zorgvuldige verslaglegging essentieel voor een goede informatieoverdracht en opvolging. De bevindingen van de controles worden door de toezichthouders in het toezichtdossier in Rx.Mission uniform ingevoerd volgens een vast format. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt in situaties zoals op verzoek van belanghebbenden, in het kader van juridische procedures of op verzoek van bevoegde instanties zoals de politie of justitie. Over het aantal uitgevoerde controles wordt gerapporteerd in het jaarverslag.
Nadat de toezichthouder de controlerapportage(s) aan het toezichtdossier heeft toegevoegd en een overtreding is geconstateerd, wordt het dossier overgedragen aan de handhavingsjurist. Die gaat vervolgens handhaven volgens de landelijke handhavingsstrategie (LHSO).
Toezicht onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het toezicht op meldingsplichtige bouwactiviteiten waarbij een kwaliteitsborger is ingeschakeld, gericht op locatie-specifieke aspecten en risico’s. Dit type toezicht wordt met name toegepast in situaties waarin:
Locatie-specifieke aandachtspunten
Bij de uitvoering van toezicht wordt rekening gehouden met locatie-specifieke factoren die risico’s kunnen vergroten, waaronder:
Toezichthouders gebruiken deze locatie-specifieke aandachtspunten en risicoprofielen om toezicht proportioneel in te zetten. Dit draagt bij aan een efficiënte en doeltreffende uitvoering van toezicht en handhaving.
Samenwerking met kwaliteitsborgers
Een belangrijk aspect van de Wkb is de samenwerking tussen de gemeente en de kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger rapporteert afwijkingen van de bouwvoorschriften aan de gemeente. Toezichthouders beoordelen deze rapportages en kunnen aanvullende controles uitvoeren als er sprake lijkt te zijn van een strijdigheid.
Met de invoering van de Wkb is de rol van de gemeente geëvolueerd van uitvoerend toezichthouder naar regisseur van toezicht, waarbij een nadruk ligt op risico-gestuurd toezicht en handhaving bij complexe of afwijkende bouwprojecten.
Bijlage 6 Handhavingsstrategie
Als het uitvoeren van toezicht met een corrigerende insteek niet leidt tot beëindiging van de overtreding, is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen handhavend op te treden (de beginsel plicht tot handhaving). Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Er zijn zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De handhavingssancties zijn gebaseerd op de beschrijvingen in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ten aanzien van de handhavingsinstrumenten verandert er in de basis niet heel veel onder de Omgevingswet. Wel zijn verwijzingen naar de grondslag veranderd naar de artikelen in de Omgevingswet.
De handhavingsstrategie sluit aan op de verantwoordelijkheden van het gemeentebestuur en is afgestemd op de samenwerking met ketenpartners die betrokken zijn bij de strafrechtelijke handhaving, zoals de politie. Binnen deze strategie wordt onderscheid gemaakt tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Omdat beide routes verschillen in juridische grondslag, werkwijze en inzet van instrumenten, wordt de strafrechtelijke handhaving – waaronder de rol van boa’s – afzonderlijk toegelicht.
Uniforme aanpak – landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO)
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding geweest voor het vaststellen van de LHSO. De LHSO, vastgesteld op 12 oktober 2022, heeft een bredere reikwijdte dan de Landelijke handhavingsstrategie uit 2014.
Om uniformiteit in onze handhavingsaanpak te waarborgen, gebruikt de Utrechtse Heuvelrug de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Deze strategie is een afwegingsinstrument voor de uitvoerders van handhaving en stelt de gemeente in staat om de overtreding in een interventiematrix te plaatsen en passende maatregelen te nemen. Daarnaast maakt de LHSO afstemming tussen de verschillende handhavingspartners mogelijk, zoals de politie en het Openbaar Ministerie.
De LHSO is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, het terugbrengen naar de status quo ante. Ons voorkeur gaat uit naar bestuursrechtelijk optreden, met als doel de overtreding te beëindigen en/of herhaling te voorkomen. Dit wordt gedaan conform de relevante wet- en regelgeving, met de insteek het vastgestelde beleid te verwezenlijken. De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 4 van de LHSO opgenomen interventiematrix. De volgende bestuursrechtelijke interventies zijn mogelijk:
Aanspreken/informeren is een vorm van informele interventie (zonder wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie. Dit gebeurt op mondeling wijze, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die de norm onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.
Bestuurlijk waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. In de brief is opgenomen dat de handhavingsinstantie voornemens is vergaande bestuursrechtelijke interventies te nemen, zoals de LOB of de LOD. Deze werkwijze betreft geen standaard onderdeel van elke handhavingsprocedure.
Een bestuurlijk gesprek met de normadressaat is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen. Na het versturen van een waarschuwingsbrief zal een bestuurlijk gesprek plaatsvinden. Dit wordt vaak opgevolgd door verscherpt toezicht.
Dit houdt het meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat in. Van tevoren wordt duidelijk uiteengezet onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht zal worden uitgevoerd en wanneer het zal worden opgeheven.
Een last onder dwangsom (hierna: LOD) is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen, evenals het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat wordt verplicht (hij of zij krijgt een last opgelegd) om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Dit kan zijn door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden, ook wel bekend als “voldoende financiële prikkel”. De bevoegdheid hiervoor is vastgelegd in artikel 18.2 Omgevingswet, artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 125 van de Gemeentewet. In principe volgt de gemeente Utrechtse Heuvelrug het onderstaande stappenplan voor het opleggen van een LOD. In spoedeisende situaties kan van deze stappen worden afgeweken.
Voornemen LOD. Het is mogelijk om een zienswijze in te dienen tegen dit voornemen. In het voornemen wordt aangegeven binnen welke termijn dit moet gebeuren. Na het voornemen is het mogelijk om nog een (extra) controlemoment in te plannen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een LOD. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreding inmiddels ongedaan is gemaakt.
Indien de overtreder niet binnen de gestelde termijn de overtreding ongedaan maakt dan kan de overtreder een dwangsom verbeuren. De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid. Bij de hoogte van de dwangsom houdt de gemeente rekening met:
Om transparant te zijn naar de inwoners en ondernemers en willekeur tegen te gaan hanteert de gemeente bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen en de hersteltermijnen de 'Richtlijn dwangsombedragen en termijnen’ zoals deze in bijlage 8 is opgenomen.
In de handhavingsbeschikking wordt de hoogte van de dwangsom gemotiveerd. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie. Aan de tabel kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, een dwangsom vast te stellen in afwijking van de genoemde bedragen.
Indien niet aan de LOD is voldaan, zal de gemeente na verbeuren een nieuwe sanctiebeschikking opleggen. Dit kan een LOD zijn, waarbij de dwangsombedragen worden verdubbeld, of een LOB. In dit geval wordt er geen voornemen vooraf verzonden.
Een last onder bestuursdwang (hierna: LOB) is een op herstelgerichte-interventie voor het ongedaan maken van een overtreding. Als de overtreding niet of niet tijdig beëindigd wordt, zal de handhavingsinstantie de overtreding op kosten van de overtreder (laten) beëindigen. Een overheidsinstantie dient wettelijk bevoegd te zijn om LOB te kunnen toepassen.
Wanneer de overtreding een langere tijd aanhoudt, bestaat er een mogelijkheid om opnieuw een LOB of LOD op te leggen tot de overtreding beëindigd wordt. Ook is er een mogelijkheid om preventief een LOD of LOB op te leggen (zie artikel 5.7 Awb)
Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde te doorlopen stappenplan als voor de LOD. In spoedeisende situaties kan van deze stappen worden afgeweken.
Voornemen LOB. Het is mogelijk om een zienswijze in te dienen tegen dit voornemen. In het voornemen wordt aangegeven binnen welke termijn dit moet gebeuren. Na het voornemen is het mogelijk om nog een (extra) controlemoment in te plannen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een LOB. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreding inmiddels ongedaan is gemaakt.
De LOB is in geval van spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. De handhavingsjurist dient, na het uitvoeren van spoedeisende bestuursdwang, zo spoedig mogelijk het besluit bekend te maken.
Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten als gevolg van de overtreding tijdelijk tot een halt worden gebracht. Dit wordt gedaan tot de overtreding is hersteld of gelegaliseerd (bijvoorbeeld door middel van een verleende omgevingsvergunning) en er sprake is van naleving van het gewenste gedrag. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Aan een bouw- of sloopstop koppelt de gemeente Utrechtse Heuvelrug een dwangsom ter voorkoming van voortzetting activiteit.
Op basis van de Fraudewet bestaat de mogelijkheid om een bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Dit geldt ook voor niet vergunningplichtige normadressaten. Dit dient nauwkeurig te worden voorbereid. Het informeren van het beleid en de politiek is noodzakelijk.
Een begunstigingstermijn is de termijn die de overtreder krijgt om de overtreding te (laten) beëindigen. De begunstigingstermijn is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dat houdt in, dat de termijn voldoende lang is om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en gezien de omstandigheden van de situatie redelijk is.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug verlengt in principe vastgestelde begunstigingstermijnen in handhavingsbeschikkingen niet. Er kan echter een gegronde reden zijn waarom de begunstigingstermijn wordt verlengd of opgeschort. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer:
Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. De begunstigingstermijn wordt in de regel niet opgeschort enkel vanwege het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening. Opschorting kan echter aan de orde zijn in situaties waarin sprake is van (dreigende) onomkeerbare gevolgen – bijvoorbeeld bij het kappen van bomen – of wanneer de veiligheid in het geding is. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/ beroepsprocedures.
Een verleende vergunning kan ingetrokken worden als er binnen 104 weken geen start is gemaakt met de werkzaamheden tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn om dit eerder te doen. Bij het stilleggen van de werkzaamheden kan een vergunning na 1 jaar worden ingetrokken conform artikel 5.40, lid 2 onder b, Omgevingswet. De volledige strategie voor het intrekken van Omgevingsvergunningen is weergegeven in de ‘Beleidsregel intrekken Omgevingsvergunning, 2012’.
De strafrechtelijke handhaving door de boa’s vindt op een uniforme wijze plaats binnen duidelijke wettelijke kaders. Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is hierin leidend. Dit besluit regelt de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en voorwaarden voor de aanstelling en het functioneren van de boa’s. Daarnaast zijn de Domeinlijst Boa, akte van opsporingsbevoegdheid en akte van beëdiging essentieel. Deze documenten bepalen binnen welk domein onze boa’s actief mogen zijn, bevestigen hun bevoegdheid tot opsporing, en vormen de formele grondslag voor de uitvoering van de strafrechtelijke taken.
Binnen deze kaders werken de boa’s volgens de relevante landelijke handhavingskaders en gedragscodes, zoals vastgelegd in de Beleidsregels Boa. Het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering vormen de basis voor het opleggen van de strafrechtelijke sancties. Samenwerking en afstemming met de politie en het Openbaar Ministerie is essentieel voor de effectiviteit en legitimiteit van deze aanpak.
Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom. Deze vorm van interventie kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport wordt uitgevoerd door de handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM. De bestuurlijke boete wordt in de gemeente Utrechtse Heuvelrug hoofdzakelijk gebruikt voor de handhaving van de Alcoholwet.
De bestuurlijke strafbeschikking milieu (hierna: BSBm) is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde “Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten” wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet.
De bevoegdheid voor het opleggen van een strafbeschikking milieu is gegeven aan de directeur van de regionale uitvoeringsdiensten. Zie artikel 2.1 bevoegd gezag van de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv).
De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.
Het strafrecht komt in beeld als de (mogelijke) gevolgen van belang zijn of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar. Het strafrecht komt mede in beeld als het gedrag van de overtreder daar aanleiding toe geeft. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel.
Boa’s/handhavers die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een proces-verbaal (PV) opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingsstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.
Onze boa’s zetten zich dagelijks actief in om de openbare ruimte en veiligheid in de gemeente te bewaken. Dit is de kernopdracht. We grijpen direct in als dit in het geding is, bijvoorbeeld bij agressie, overlast of gevaarlijke situaties. De boa’s werken volgens duidelijke afspraken, treden doortastend op en zorgen ervoor dat overtreders worden aangesproken én waar nodig beboet.
De boa’s vertegenwoordigen het gezag van de gemeente op straat. Dit vraagt om een stevige, maar ook respectvolle houding. Onze boa’s stralen gezag uit door hun kennis, manier van optreden en communicatie. Wij maken duidelijke keuzes, treden rechtvaardig op en tonen daarbij altijd respect – ook in de lastige situaties.
Effectief handhaven begint met aanwezig zijn. Onze boa’s zijn aanwezig in de wijken en op plekken waar veel mensen samenkomen. Hun aanwezigheid werkt preventief en verlaagt de drempel voor inwoners om vragen te stellen of zorgen te delen. Wij gaan het gesprek aan, leggen uit en bouwen zo aan vertrouwen. Tegelijkertijd zijn we alert op signalen die kunnen wijzen op strafbare feiten of verstoringen van de orde. Door ons aanspreekbaar op te stellen, staan we dicht bij de samenleving.
Optreden bij overtredingen van een bestuursorgaan of andere tot de overheid behorende instantie
Het bevoegd gezag heeft de verplichting toezicht te houden en, bij geconstateerde overtredingen, handhavend op te treden. Deze verplichting geldt onverkort wanneer overtredingen worden vastgesteld binnen de eigen organisatie, bij een ander bestuursorgaan of bij een andere tot de overheid behorende instantie. Ook in dergelijke gevallen wordt handhavend opgetreden overeenkomstig de vastgestelde handhavingsstrategie. Het optreden wijkt daarbij niet af van het optreden richting burgers of bedrijven. Het naleefgedrag van de eigen organisatie draagt – meer nog dan dat van burgers – bij aan het algemene normbesef en aan de geloofwaardigheid van de overheid.
De gemeente hecht daarnaast grote waarde aan transparantie. Dat betekent dat niet alleen wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen op grond van de Wet open overheid (Woo), maar dat ook actief wordt meegewerkt aan niet-verplichte verzoeken om informatie. Door openheid te bieden over beleid, besluiten en uitvoering krijgen inwoners beter inzicht in het gemeentelijk handelen en wordt het vertrouwen in de overheid versterkt.
Vergunningaanvragen en verleende vergunningen – ook die van de eigen organisatie – worden daarom actief gepubliceerd, zodat inwoners deze kunnen inzien en controleren. Ook bij toezicht en handhaving geldt dat inwoners moeten kunnen volgen hoe de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt. Wanneer overtredingen binnen de eigen organisatie worden geconstateerd, wordt daar op dezelfde manier tegen opgetreden als bij burgers of bedrijven. Dit laat zien dat de gemeente zichzelf aan dezelfde regels houdt als haar inwoners en dat transparantie en gelijke behandeling de basis vormen voor een betrouwbare en geloofwaardige overheid.
In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft de gemeente ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De gemeente mag in beginsel alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg indien geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of indien een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de gemeente als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van:
De doorgelopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavingsinstantie geldende administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan de algemene beginselen van bestuur en de AVG-richtlijnen.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft ervoor gekozen om rapportage van overtredingen niet openbaar te maken. Deze keuze is gebaseerd op het feit dat wij ons als gemeente liever richten op preventie dan op sanctionering. Mocht sanctionering nodig zijn vertrouwen wij erop dat onze handhavingsstrategie op zichzelf de kans op herhaling verkleint. Openbare rapportage van overtredingen draagt daar naar ons idee niet op een constructieve manier aan bij. Daarbij hechten wij veel waarden aan de privacy van onze inwoners. Door de rapportages openbaar te maken zou dit kunnen worden geschaad.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug hanteert handhaving als uitgangspunt: overtredingen van wet- en regelgeving worden in principe aangepakt. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag besluiten om tijdelijk en onder strikte voorwaarden af te zien van handhavend optreden. Deze uitzonderingen worden vastgelegd in een gedoogbeschikking. Gedogen is nooit passief, maar altijd een bewuste, gemotiveerde en tijdelijke keuze, gebaseerd op een zorgvuldige belangenafweging en actuele jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het feit dat nog niet is opgetreden tegen een overtreding betekent niet dat sprake is van gedogen.
Het doel van deze gedoogstrategie is duidelijkheid verschaffen over de uitzonderlijke situaties waarin het bevoegd gezag kan besluiten niet handhavend op te treden. De strategie biedt een toetsingskader voor gemotiveerde besluitvorming, waarbij steeds wordt beoordeeld of gedogen noodzakelijk, proportioneel en tijdelijk is.
Gedogen kan uitsluitend plaatsvinden in de volgende gevallen:
In alle gevallen geldt dat het gedogen beperkt is in tijd en omvang, en alleen wordt toegepast als dit juridisch, maatschappelijk en bestuurlijk aanvaardbaar is.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug past de volgende uitgangspunten toe:
Bij elke mogelijke gedoogsituatie worden de volgende vragen beantwoord:
Alleen bij een positief antwoord op deze vragen kan een gedoogbeschikking worden verleend.
Een gedoogbeschikking wordt verleend voor een beperkte duur en is persoonsgebonden van aard. De beslistermijn voor het nemen van een gedoogbeschikking naar aanleiding van een aanvraag bedraagt maximaal acht weken. In de beschikking wordt een duidelijke einddatum of eindsituatie (bijvoorbeeld overlijden of verhuizing) opgenomen. Na afloop wordt de situatie opnieuw beoordeeld. De Utrechtse Heuvelrug volgt hiermee de gedoognota van de Tweede Kamer, genaamd "Gedogen in Nederland", vastgesteld in 1996-1997, evenals jurisprudentie van de Raad van State. Gedogen moet worden beperkt in tijd en omvang, in het kader van de rechtszekerheid van de normaddressaat en precedentwerking.
Gedogen is een bestuurlijk instrument dat met grote zorgvuldigheid wordt toegepast. Het biedt tijdelijk ruimte om tot een structurele oplossing te komen, zonder de handhavingsdoelstellingen uit het oog te verliezen.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug handelt hierbij in lijn met het principe:
“Handhaven is goed, maar preventie is beter.”
Wanneer optreden noodzakelijk is, wordt daadwerkelijk gehandhaafd. Gedogen blijft de uitzondering, niet de regel.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-349727.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.