Bekendmaking
Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 7 juli 2026 de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027 hebben vastgesteld.
De in deze regeling opgenomen subsidieplafonds worden vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting 2027 door de gemeenteraad.
Inwerkingtreding
De subsidieregeling wordt van kracht met ingang van de dag na deze bekendmaking en geldt voor aanvragen voor activiteiten vanaf het jaar 2027.
Rechtsmiddelen
Tegen het besluit tot vaststelling van de subsidieregeling is geen bezwaar of beroep mogelijk.
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot vaststelling van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027
Burgemeester en wethouders van Breda;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025;
besluiten de volgende nadere regels vast te stellen:
Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1:1 Definities
In deze subsidieregeling betekent:
- -
Adviescommissie: adviescommissie die burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen die op grond van deze subsidieregeling zijn ingediend;
- -
ASV: Algemene subsidieverordening Breda 2025;
- -
Beleidsdoel: een doel dat zich richt op binnen een termijn beoogde concrete (meetbare) veranderingen in een situatie of bij een doelgroep die een directe bijdrage leveren aan het realiseren van geformuleerde maatschappelijke effecten;
- -
Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda;
- -
Code Good Governance: een code met daarin de waarborgen van samenhang en transparantie in het bestuur en toezicht van een organisatie, met het oog op een efficiënte en effectieve realisatie van beleidsdoelstellingen. Voor verschillende sectoren is in dit kader een eigen code ontwikkeld;
- -
Fair Practice Code: een gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie, te raadplegen via https://fairpracticecode.nl;
- -
Inspectierapport: rapport over een beschermd monument dat de technische of fysieke staat van dat monument beschrijft en dat is opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ter zake deskundige persoon of instantie;
- -
Meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor twee, drie of vier opeenvolgende jaren en als zodanig voor meerdere jaren verleend per twee- drie- of vierjarig subsidiebesluit;
- -
Raad: de gemeenteraad van de gemeente Breda;
- -
Resultaat(afspraken): een concrete, waarneembare en toetsbare beschreven opbrengst, die een directe bijdrage levert aan het beoogde beleidsdoel;
- -
Vastgesteld beleidskader: een door de raad vastgesteld document waarin de beleidsdoelen op een bepaald terrein zijn vastgesteld. Het vormt het kader waarbinnen alle (keuzes voor) inspanningen en beoogde resultaten dienen plaats te vinden.
Artikel 1:2 Toepassing en algemene regels
- 1.
De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle subsidieaanvragen die burgemeester en wethouders behandelen op grond van deze subsidieregeling, met uitzondering van aanvragen voor subsidie onder hoofdstuk 2, 3, 4, 6, 9, 18, 25, 26 en 27. Op deze aanvragen zijn artikel 1:3 tot en met 1:8 niet van toepassing. Ook zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing op de subsidies die direct en onverkort voortvloeien uit Europees, rijks- of provinciaal beleid.
- 2.
Burgemeester en wethouders weigeren een aanvraag die naar hun oordeel niet of onvoldoende voldoet aan een of meer toepasselijke criteria uit deze regeling.
- 3.
Subsidiabele activiteiten zijn beschikbaar voor alle inwoners van Breda. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk inclusief aanbod.
- 4.
Burgemeester en wethouders verstrekken geen subsidie voor jubilea, reprises of andere activiteiten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders naar hun aard vergelijkbaar zijn.
Artikel 1:3 Beleidsdoelen
- 1.
Activiteiten leveren onderbouwd en aantoonbaar een bijdrage aan een of meerdere door de raad vastgestelde beleidsdoelen die verwoord zijn in vastgestelde beleidskaders.
- 2.
Uit de aanvraag blijkt hoe de aanvrager de beoogde doelgroep(en) bereikt en welk resultaat hij beoogt. Het resultaat is SMART omschreven en bevat in ieder geval het beoogd aantal gebruikers/bezoekers/deelnemers/leden en geeft inzicht in hoe het resultaat wordt vastgelegd.
- 3.
Burgemeester en wethouders beoordelen aanvragen aan de hand van de volgende criteria:
- a.
De mate van duurzaamheid van de beoogde resultaten: in hoeverre gaat het hier om langdurige effecten en inbedding in het reguliere activiteitenprogramma.
- b.
De mate van innovatie: in hoeverre is sprake van vernieuwing ten opzichte van het bestaande stedelijke aanbod.
- c.
De mate van uitvoerbaarheid: in hoeverre zijn activiteiten uitvoerbaar, is de begroting realistisch en is de organisatie solide.
- d.
De mate van gebiedsgerichte aanpak: in hoeverre is er sprake van ketenaanpak van activiteiten in eenzelfde gebied/wijk/buurt.
Artikel 1:4 Doelmatigheid
- 1.
De aanvrager toont een realistische verhouding aan tussen de verwachte resultaten en de gevraagde gemeentelijke bijdrage.
- 2.
De inzet van professionals is kwalitatief en kwantitatief in verhouding tot de te organiseren activiteiten en wordt ingezet tegen een realistische kostprijs.
- 3.
De kostprijs is bepaald op basis van een integrale kostprijs en is opgebouwd uit de volgende elementen: personele lasten, huisvestingslasten, overhead, activiteitlasten en organisatielasten.
- 4.
De aanvrager vermeldt welke bijdrage de beoogde doelgroep levert in financiële of in personele zin.
Artikel 1:5 Samenwerking
- 1.
De aanvrager toont aan dat hij aansluit bij én samenwerkt met voorzieningen of organisaties in de keten.
- 2.
Aanvragen voor samenwerking binnen een ketenaanpak dienen de betrokken ketenpartners gezamenlijk in.
- 3.
Aanvragen voor samenwerking op het gebied van preventie, signalering, vroeghulp en behandeling dienen de betrokken ketenpartners, zowel vrijwilligersorganisaties of initiatieven als professionals, gezamenlijk in.
Artikel 1:6 Jaarlijkse subsidie
- 1.
Burgemeester en wethouders verstrekken alleen een jaarlijkse subsidie aan organisaties die, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, aantoonbaar bijdragen aan de maatschappelijke keten en de beoogde resultaten zoals genoemd in artikel 1:3 van deze regeling.
- 2.
Voor organisaties die een jaarlijkse subsidie aanvragen van € 50.000,-, of meer én die professionele krachten in dienst hebben, gelden daarnaast in ieder geval de volgende criteria:
- a.
de efficiënte en effectieve manier om mensen vooruit te helpen in het leven;
- b.
de vernieuwing in de werkwijze;
- c.
- d.
- e.
de mate waarmee met vrijwilligers gewerkt wordt (vrijwillig waar het kan, professioneel waar het moet);
- f.
- g.
veilig (vrijwilligers)werk;
- h.
het toepassen van de ‘Code Good Governance’ voor de sector. Deze toepassing van de code wordt verantwoord in het jaarverslag.
Artikel 1:7 Voorschotten en betalen
- 1.
Burgemeester en wethouders bevoorschotten subsidies boven de € 10.000,- tot maximaal 95%. De resterende 5% keren zij uit als de vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft.
- 2.
Voor alle subsidies van € 125.000,- of meer geldt dat 95% wordt uitbetaald in termijnen. Burgemeester en wethouders kunnen hiervan gemotiveerd afwijken. De resterende 5% wordt uitgekeerd als de definitieve vaststelling van de subsidie daar aanleiding toe geeft.
Artikel 1:8 Indieningsdatum aanvraag tot vaststelling subsidie
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 13 van de ASV en subsidies tot en met € 10.000:
- a.
- b.
ambtshalve vaststellen binnen dertien weken, nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, tweede lid van de ASV afwijken van artikel 14 van de ASV indien de subsidie meer bedraagt dan € 10.000. In dat geval dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij burgemeester en wethouders:
- a.
bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de activiteiten zijn verricht;
- b.
bij een jaarlijks verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend;
- c.
bij een meerjarig verstrekte subsidie: uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het subsidietijdvak waarvoor subsidie is verleend.
Artikel 1:9 Aanvullende regels bij tenderprocedures
- 1.
Als burgemeester en wethouders voor de verdeling van subsidie gebruik maken van een tenderprocedure, gelden de volgende aanvullende regels ter waarborging van gelijke behandeling:
- a.
Alle tijdig ingediende aanvragen worden beoordeeld na afloop van de indieningstermijn, aan de hand van gelijke criteria en onder gelijke omstandigheden.
- b.
Het is niet toegestaan dat burgemeester en wethouders inhoudelijk communiceren met aanvragers over hun aanvraag gedurende of na afloop van de indieningsperiode, tenzij dit voor alle aanvragers op gelijke wijze en gelijktijdig plaatsvindt.
- c.
De verantwoordelijkheid voor een tijdige en volledige aanvraag rust bij de aanvrager. De aanvraag dient uiterlijk op de dag van sluiting van de aanvraagtermijn te zijn ontvangen, vergezeld van alle noodzakelijke gegevens en documenten zoals voorgeschreven.
- 2.
Burgemeester en wethouders wijzen een onvolledige aanvraag af, tenzij het uitsluitend gaat om kennelijke schrijffouten of administratieve omissies die naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen invloed hebben op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. In dat geval wordt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken geboden. Als binnen deze termijn correcties worden aangeleverd, geldt als ontvangstdatum de datum van indiening van de oorspronkelijke aanvraag.
- 3.
Gegevens of documenten die ná de sluitingstermijn worden overgelegd en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van invloed zijn op de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag, blijven buiten beschouwing.
Artikel 1:10 Fusie en rechtsopvolging
- 1.
Een subsidieontvanger meldt onverwijld en schriftelijk aan burgemeester en wethouders wanneer sprake is van een fusie, overname of andere vorm van rechtsopvolging.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten de subsidie voort te zetten ten gunste van de rechtsopvolger, onder de voorwaarde dat deze de gesubsidieerde activiteiten ongewijzigd voortzet en zich conformeert aan de oorspronkelijke subsidievoorwaarden.
- 3.
In afwijking van het mededingingsbeginsel kunnen burgemeester en wethouders bij schaarse subsidies afzien van herverdeling via een competitieve procedure, als voortzetting door de rechtsopvolger gerechtvaardigd is in het licht van de continuïteit en het publiek belang.
Artikel 1:11 Taal van de aanvraag
- 1.
Subsidieaanvragen worden in de Nederlandse taal ingediend.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag weigeren als deze niet in het Nederlands is gesteld.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste en tweede lid afwijken en besluiten een aanvraag in een andere taal te accepteren, als dit naar hun oordeel de beoordeling van de aanvraag niet belemmert.
Artikel 1:12 Begrotingsvoorbehoud
- 1.
Subsidie wordt slechts verleend voor zover de gemeenteraad daartoe middelen beschikbaar heeft gesteld in de gemeentelijke begroting, als bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
- 2.
Indien subsidie wordt verleend voor meerdere jaren, geschiedt dit per subsidiejaar onder hetzelfde begrotingsvoorbehoud.
- 3.
Dit artikel is van toepassing op alle subsidies die op grond van deze regeling worden verstrekt.
Artikel 1:13 Te hoog aangevraagd subsidiebedrag
- 1.
De aanvraag wordt geweigerd als het aangevraagde subsidiebedrag:
- a.
hoger is dan het in deze regeling bepaalde maximale subsidiebedrag per aanvraag;
of
- b.
het subsidieplafond overschrijdt.
- 2.
Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om het activiteitenplan en de begroting af te stemmen op het maximaal aan te vragen subsidiebedrag.
- 3.
In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag toch in behandeling te nemen, indien het aangevraagde bedrag na aanpassing door de aanvrager binnen de in het eerste lid bedoelde grenzen kan worden gebracht.
- 4.
Het derde lid is niet van toepassing op subsidies die worden verdeeld door middel van een tender of een andere procedure waarbij aanvragen worden gerangschikt.
Hoofdstuk 2 Samen doorpakken Breda 2027
Artikel 2:1 Doel en achtergrond
Dit hoofdstuk heeft de volgende doelen:
- a.
het stimuleren van samenwerking en van maatschappelijke initiatieven binnen het sociaal domein;
- b.
het financieren van activiteiten die bijdragen aan beleidsdoelen uit het beleidskader 'Samen Doorpakken' en ander gemeentelijk beleid binnen het sociaal domein; en
- c.
het bevorderen van effectiviteit, samenhang en doelgerichtheid binnen het voorliggend veld.
Artikel 2:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- -
Aanvullend uitvoeringsplan: een uitvoeringsplan dat betrekking heeft op de verdeling van de extra gelden die beschikbaar zijn als gevolg van een verhoging van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid;
- -
Beleidswaarden: een maatschappelijke waarde zoals benoemd in door burgemeester en wethouders vastgesteld beleid binnen het sociaal domein, met betrekking tot de Waardenetwerken: zelf- en samenredzaamheid, bestaanszekerheid, een veilig thuis, thuiskomen in Breda, een gezond en actief leven en een Kansrijke Jeugd.
Waaronder: het beleidskader Samen Doorpakken, het uitvoeringskader sport en bewegen, het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk, en Pact 3 Verbeter Breda.
- -
Deelnemer: een maatschappelijke organisatie, ervaringsdeskundige of inwoner die deelneemt aan een waardenetwerk;
- -
Kinderopvangtoeslag (KOT): een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van kinderopvang;
- -
Kleine initiatieven: kleinschalige, laagdrempelige activiteiten met een maximale subsidie van € 5.000,- die bijdragen aan zelfredzaamheid binnen een beleidswaarde;
- -
Landelijk Register Kinderopvang (LRK): het register bedoeld in artikel 1.47b van de Wet kinderopvang;
- -
Normtarief: het jaarlijks door de Belastingdienst vastgestelde landelijk maximum uurtarief per opvangsoort;
- -
Ouderbijdragetabel: een jaarlijks opgestelde adviestabel van de VNG, op basis van toeslagen van de Belastingdienst, over de hoogte van de eigen bijdrage voor ouders per uur, per inkomenscategorie;
- -
Positieve gezondheid: een bredere kijk op gezondheid, uitgewerkt in zes dimensies (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren). Met die bredere benadering wordt bijgedragen aan het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. De grondlegger van het model is Machteld Huber;
- -
Uitvoeringsplan: een door een waardenetwerk opgesteld schriftelijk stuk dat een beschrijving geeft van de door de deelnemers aan het waardenetwerk beoogde activiteiten en daarmee gemoeide bedragen die een bijdrage leveren aan de doelen en beoogde resultaten van het Beleidskader Breda Samen doorpakken, voor de periode 2024-2027 en met betrekking tot het voor het waardenetwerk aangewezen waarde;
- -
VE : Voorschoolse educatie;
- -
VE-indicatie: een door het consultatiebureau van de Jeugdgezondheidszorg afgegeven verklaring dat de afgesproken criteria voor deelname aan voorschoolse educatie van toepassing zijn, die afname van 16 uur VE rechtvaardigt;
- -
Verbeter Breda: het stadsprogramma waarmee partijen in Breda met extra investeringen in de Verbeter Breda-buurten een stad maken met een kansrijke toekomst voor iedereen;
- -
Verbeter Breda buurten: dit zijn de 15 buurten in Breda die na een Rekenkameronderzoek (2021) zijn beoordeeld als kwetsbaar. De inwoners zijn kansarmer, de kwaliteit van de leefomgeving is lager en er is meer sprake is van overlast en onveiligheid. Het betreft de buurten: Biesdonk, Doornbos-Linie, Fellenoord, Geeren-Noord, Geeren- Zuid, Haagpoort, Heuvel, Kesteren, Muizenberg, Schorsmolen, Tuinzigt, Wisselaar, Brabantpark, Heusdenhout en Valkenberg;
- -
Waardenetwerk: een door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen overlegstructuur gericht op samenwerking binnen een beleidswaarde. Deelname aan een waardenetwerk staat in beginsel open voor iedere partij die waarde kan toevoegen. Elk waardenetwerk kent een procesmanager, aangewezen door burgemeester en wethouders. De werkwijze van het waardenetwerk volgt uit de spelregels zoals opgenomen in het bijbehorende beleidskader.
Artikel 2:3 Toepassingsbereik en uitgangspunten
- 1.
Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen die betrekking hebben op beleidswaarden zoals benoemd in het beleidskader Samen Doorpakken, het uitvoeringskader sport en bewegen het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk, en Pact 3 Verbeter Breda.
- 2.
Burgemeester en wethouders stimuleren samenwerking tussen maatschappelijke organisaties binnen zogenoemde waardenetwerken. Binnen deze waardenetwerken worden gezamenlijk uitvoeringsplannen opgesteld met daarin de gewenste activiteiten en de verdeling van middelen.
- 3.
Organisaties kunnen subsidie aanvragen:
- a.
als deelnemer aan een uitvoeringsplan, waarin activiteiten zijn opgenomen die in samenwerking met andere partijen tot stand zijn gekomen binnen een waardenetwerk;
- b.
als individuele aanvrager, voor zelfstandig uitgevoerde activiteiten die bijdragen aan dezelfde beleidswaarden.
- 4.
Waar relevant, wordt in dit hoofdstuk onderscheid gemaakt tussen aanvragen binnen of buiten een uitvoeringsplan. Dit onderscheid kan gevolgen hebben voor de mogelijkheid tot meerjarige subsidie en de verdeling bij gelijke score in een tender.
Artikel 2:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het behalen van de doelen van een beleidswaarde.
Artikel 2:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
de activiteit draagt bij aan één of meer beleidswaarden uit het geldende beleidskader;
- b.
de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, sluiten aan bij het doel van het subsidieplafond waaronder de aanvraag is ingediend, zoals dat doel is vermeld bij de publicatie van het subsidieplafond. Activiteiten die hier niet bij aansluiten, komen niet voor subsidie in aanmerking;
- c.
als de aanvraag deel uitmaakt van een uitvoeringsplan, neemt de aanvrager uiterlijk op 1 augustus voorafgaand aan het subsidiejaar deel aan het desbetreffende waardenetwerk;
- d.
voor meerjarige subsidieverlening is vereist dat een uitvoeringsplan is ingediend dat past binnen het voor de activiteit beschikbare subsidieplafond zoals opgenomen in bijlage 1;
- e.
als bij een beoordelingscriterium in bijlage 2A of 2B een minimumpuntenaantal is voorgeschreven, behaalt de aanvraag op dat criterium ten minste het vereiste aantal punten; en
- f.
bij het verdelen van de subsidiemiddelen via een tenderprocedure geldt als voorwaarde dat op de algemene beoordelingscriteria uit bijlage 2A in totaal ten minste 60 punten worden behaald;
- g.
in hetzelfde tijdvak mag een activiteit maar op één subsidieplafond tegelijk aangevraagd worden.
Artikel 2:6 Aanvullende voorwaarden per waardenetwerk
Voor aanvragen binnen specifieke waardenetwerken en/of deelplafonds gelden per waardenetwerk naast de algemene voorwaarden uit artikel 2:5 ook de volgende aanvullende voorwaarden:
- 1.
Waardenetwerk Gezond en Actief Leven:
- a.
de activiteit voldoet aan het Toetsingskader Sport en Bewegen 2023–2030; en
- b.
de activiteit voldoet aan de Bestuurlijke afspraken Brede Regeling Combinatiefuncties 2023–2026, of een rijksregeling die deze vervangt of opvolgt en betrekking heeft op hetzelfde thematische beleidsterrein.
- 2.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Leert):
- a.
de activiteit voldoet aan de wettelijke eisen van het onderwijsachterstandenbeleid, zoals opgenomen in artikel 158, 159 en 160 van de Wet op het primair onderwijs;
- b.
als de activiteit voorschoolse educatie betreft, gelden de volgende voorwaarden:
- i.
de activiteit wordt aangeboden door een kinderopvanglocatie die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd is in Breda;
- ii.
de activiteit moet minimaal 960 uur voorschoolse educatie per jaar aanbieden voor doelgroepkinderen (2,5–4 jaar), conform landelijke eisen (minimaal 16 uur per week, verspreid over minimaal drie dagen, maximaal 40 weken per jaar);
- iii.
de VE-uurprijs en het aantal kindplaatsen wordt vastgesteld door het college en de subsidie wordt berekend op basis van een vastgesteld rekenmodel afhankelijk van recht op kinderopvangtoeslag; en
- iv.
de aanbieder voldoet aan artikel 1.50b van de Wet kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de Regeling wet kinderopvang.
- 3.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Peuterregeling):
- a.
de activiteit betreft peuteropvang en omvat maximaal 8 uur opvang per week voor peuters in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die geen recht hebben op voorschoolse educatie en van wie de wettelijk vertegenwoordiger(s) geen recht heeft/hebben op kinderopvangtoeslag, aangeboden gedurende maximaal 40 weken per jaar, en;
- b.
de activiteit peuteropvang wordt aangeboden door een kinderopvanglocatie die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en gevestigd is in gemeente Breda;
- c.
de subsidie voor peuteropvang wordt berekend op basis van het normtarief, verminderd met de inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
- 4.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafonds Algemene preventie, Peer to peer jongerenwerk en Wijksport)
- a.
Er wordt geen subsidie verstrekt voor taken die opgenomen zijn in de opdracht van het Stevig Lokaal Team.
- 5.
Waardenetwerk Kansrijke Jeugd (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor:
- a.
activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten;
- b.
activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
- 6.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaamheid (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor:
- a.
activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten;
- b.
activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
- 7.
Waardenetwerk Bestaanszekerheid (subsidieplafond Verbeter Breda):
Subsidie wordt verstrekt voor:
- a.
activiteiten in de aangewezen Verbeter Breda buurten;
- b.
activiteiten waarvan de deelnemers in één van de Verbeter Breda buurten wonen.
- 8.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaam (subsidieplafonds LHBTIQA+ emancipatiebeleid en Diversiteit Gelijkwaardigheid en Inclusie):
- a.
de activiteiten leveren een aantoonbare bijdrage aan de tweede ambitie van het beleidskader Inclusief samenleven: Gelijkwaardig, verbonden en toegankelijk: een verbonden samenleving;
- b.
voor het subsidieplafond Diversiteit Gelijkwaardigheid en inclusie kan per organisatie uitsluitend subsidie worden aangevraagd voor één activiteit;
- c.
voor het subsidieplafond Diversiteit Gelijkwaardigheid en inclusie kan per organisatie kan maximaal € 5.000 subsidie worden aangevraagd;
- d.
voor het subsidieplafond LHBTIQA+ emancipatiebeleid kan per organisatie kan maximaal € 11.319 subsidie worden aangevraagd;
- e.
een subsidieaanvraag die niet voldoet aan de voorwaarden uit dit lid sub b, sub c of sub d wordt niet in behandeling genomen;
- f.
het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om het activiteitenplan en de begroting af te stemmen op het maximaal aan te vragen subsidiebedrag.
- 9.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaamheid (subsidieplafonds Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk – verkennende gesprekken (VG) GGZ en IZA Welzijn op recept):
- a.
uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager kennis heeft van de partners in het sociaal en medisch domein in Breda.
Artikel 2:7 Beschikbare middelen en subsidieplafonds
- 1.
De maximale subsidiebedragen (subsidieplafonds) zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze dit hoofdstuk.
- 2.
Het subsidieplafond voor waardenetwerk Gezond en Actief Leven wordt vastgesteld onder voorbehoud van beschikbaarstelling van voldoende middelen voor de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties in 2027. Indien voor 2027 minder middelen beschikbaar worden gesteld dan waarvan bij de vaststelling van dit subsidieplafond is uitgegaan, kan het college het subsidieplafond overeenkomstig verlagen. Een verlaging kan gevolgen hebben voor de behandeling en honorering van al ingediende aanvragen.
Artikel 2:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
Bij de subsidieaanvraag worden de volgende documenten meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente Breda;
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel (te downloaden van de website van de gemeente), waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; en
- c.
een activiteitenplan en/of een formulier ‘format criteria subsidieaanvraag’ (te downloaden van de website).
Artikel 2:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvraag wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar.
- 2.
Als burgemeester en wethouders na 1 oktober een subsidieplafond vaststellen of verhogen, wordt dit opgenomen in bijlage 1a of een daaropvolgende bijlage. De bijbehorende aanvraagtermijn bedraagt zes weken vanaf publicatie van het plafond, tenzij in de betreffende bijlage anders is bepaald.
Artikel 2:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als binnen een subsidieplafond het totaalbedrag van alle ingediende aanvragen die aan de subsidievoorwaarden voldoen het beschikbare bedrag overschrijdt, vindt verdeling plaats via een tenderprocedure.
- 2.
Aanvragen binnen een uitvoeringsplan en aanvragen zonder uitvoeringsplan concurreren in dezelfde tender.
- 3.
Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een ambtelijke adviescommissie bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring.
- 4.
Elk commissielid beoordeelt de bij de aanvragen behorende activiteiten elk onafhankelijk aan de hand van de beoordelingscriteria zoals opgenomen in bijlage 2A (algemeen) en, voor zover van toepassing, bijlage 2B (waardenetwerkspecifiek). Per criterium wordt een score toegekend. De individuele scores worden geregistreerd.
- 5.
De commissie bespreekt de aanvragen en de toegekende scores. Tijdens dit overleg kunnen leden hun eigen scores heroverwegen en eventueel aanpassen, met motivatie. Doel van dit overleg is het waarborgen van een gezamenlijke interpretatie van de beoordelingscriteria en een consistente toepassing daarvan. Dit kan ertoe leiden dat eerder gegeven scores worden bijgesteld, maar dat is niet noodzakelijk het geval.
- 6.
Per criterium wordt het gemiddelde van de definitieve scores berekend (afronding op twee decimalen). De eindscore van een aanvraag is de som van deze gemiddelden en wordt eveneens afgerond op twee decimalen.
- 7.
De volledige aanvragen die niet worden geweigerd, worden gerangschikt op basis van de eindscore. Subsidie wordt toegekend op volgorde van rangschikking, tot het subsidieplafond is bereikt.
- 8.
Als twee of meer aanvragen betrekking hebben op dezelfde activiteit, en burgemeester en wethouders het niet wenselijk achten dat de activiteit meermaals wordt uitgevoerd, wordt slechts de activiteit met de hoogste score opgenomen in de rangschikking. De overige activiteiten worden afgewezen.
- 9.
Bij gelijke eindscore wordt de volgorde in de rangschikking als volgt bepaald:
- a.
Als de eindscore geen doorslag geeft, wordt de aanvraag met de hoogste score op het criterium 'maatschappelijk resultaat' hoger geplaatst;
- b.
Als ook dat geen onderscheid oplevert wordt voorrang gegeven aan activiteiten op basis van een uitvoeringsplan;
- c.
Als ook dat geen onderscheid oplevert, wordt de rangorde bepaald door loting onder verantwoordelijkheid van een notaris
- 10.
Als blijkt dat in één of meer waardenetwerken het subsidieplafond niet wordt overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere subsidieplafonds van waardenetwerken toe te voegen.
Artikel 2:11 Verhoging of opnieuw openstellen van het subsidieplafond
- 1.
Als burgemeester en wethouders besluiten tot verhoging of opnieuw (gedeeltelijk) openstellen van een subsidieplafond zoals bedoeld in bijlage 1, kunnen aanvullende aanvragen worden ingediend voor activiteiten die passen binnen het beleidskader en de betreffende beleidswaarde.
- 2.
Aanvullende aanvragen worden getoetst op dezelfde wijze als reguliere aanvragen van hetzelfde type, met inachtneming van de beoordelingscriteria en indieningseisen zoals opgenomen in dit hoofdstuk.
- 3.
Burgemeester en wethouders bepalen de uiterste indieningsdatum voor aanvullende aanvragen. Indien van toepassing kan een aanvullend uitvoeringsplan worden opgesteld.
Artikel 2:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
- 2.
Deze termijn kan eenmaal met maximaal dertien weken worden verlengd.
Artikel 2:13 Wanneer kan de subsidie worden geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren:
- a.
voor zover de subsidie wordt gevraagd voor de bekostiging van een vrijwilligersvergoeding; of
- b.
als de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden in artikel 2:5 en als van toepassing artikel 2:6;
- c.
als op een beoordelingscriterium uit bijlage 2A en/of 2B het minimumaantal punten niet wordt behaald
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren in gevallen zoals bepaald in artikel 6 van de ASV.
- 3.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie in gevallen zoals bepaald in artikel 7 van de ASV.
- 4.
In aanvulling op de weigeringsgronden als bedoeld in de ASV en de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie worden geweigerd indien de begrote kosten niet in een redelijke verhouding staan tot de aard, omvang en het beoogde resultaat van de activiteiten, zoals deze in de subsidieaanvraag zijn beschreven.
Artikel 2:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen uit de ASV gelden nog de volgende verplichtingen:
- a.
activiteiten worden uitgevoerd zoals opgenomen in de aanvraag;
- b.
in geval van een meerjarige subsidie wordt jaarlijks tussentijdse verantwoording over voortgang en besteding verwacht;
- c.
de subsidieontvanger werkt mee aan monitoring, evaluatie en gezamenlijke leeractiviteiten binnen het waardenetwerk.
Hoofdstuk 3 Subsidie kleine stedelijke initiatieven Breda 2027
Artikel 3:1 Doel
Deze subsidie heeft als doel het ondersteunen van kleinschalige, laagdrempelige activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid van inwoners van Breda. De subsidie is bedoeld voor initiatieven die geen subsidie ontvangen op grond van hoofdstuk 2.
Artikel 3:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- •
Klein stedelijk initiatief: een activiteit met een maatschappelijk doel die op kleine schaal en met beperkte middelen wordt uitgevoerd, met een maximaal subsidiebedrag van € 5.000,-.
- •
Zelfredzaamheid: het vermogen van inwoners om, met of zonder ondersteuning van hun omgeving, hun leven zelfstandig vorm te geven.
Artikel 3:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor natuurlijke personen, bewonersinitiatieven, (informele) groepen of organisaties zonder winstoogmerk die een activiteit uitvoeren in Breda en daarvoor geen andere gemeentelijke subsidie ontvangen.
Artikel 3:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt voor kleinschalige activiteiten die:
- a.
bijdragen aan de zelfredzaamheid van inwoners van Breda; en
- b.
passen binnen een of meer beleidswaarden uit het beleidskader Samen Doorpakken.
Artikel 3:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, voldoet de aanvrager aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteit is laagdrempelig en niet-commercieel;
- b.
de activiteit vindt plaats binnen de gemeente Breda;
- c.
een aanvrager ontvangt voor het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft maximaal één keer subsidie op grond van dit hoofdstuk;
- d.
de aanvrager ontvangt geen subsidie voor dezelfde activiteit via een andere gemeentelijke regeling; en
- e.
vrijwilligersvergoedingen komen niet voor subsidie in aanmerking.
Artikel 3:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) bedraagt twee keer € 35.000. Burgemeester en wethouders stellen dus twee plafonds per kalenderjaar vast, met twee bijbehorende aanvraagtijdvakken, overeenkomstig artikel 3:8.
- 2.
Iedere aanvrager kan maximaal € 5.000,- subsidie aanvragen.
Artikel 3:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
Bij de subsidieaanvraag stuurt de aanvrager de volgende documenten mee:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; en
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 3:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
Een subsidieaanvraag voor activiteiten in 2027 kan door de aanvrager worden ingediend in één van de twee aanvraagperiodes:
- a.
van 1 november 2026 tot en met 1 maart 2027; of
- b.
van 1 mei 2027 tot en met 1 september 2027.
- 2.
Als een subsidieaanvraag bij indiening niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de aanvraag volledig is gemaakt als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als het subsidieplafond is bereikt, verdelen burgemeester en wethouders de subsidie op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
Artikel 3:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
- 2.
Deze termijn kan eenmaal met maximaal dertien weken worden verlengd.
Artikel 3:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als niet is voldaan aan de voorwaarden of andere voorschriften uit dit hoofdstuk.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren in gevallen zoals bepaald in artikel 6 van de ASV.
- 3.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie in gevallen zoals bepaald in artikel 7 van de ASV.
Artikel 3:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen uit de ASV geldt dat:
- a.
de aanvrager de activiteit uitvoert zoals in de aanvraag is beschreven;
- b.
de aanvrager op verzoek van burgemeester en wethouders een verantwoording geeft van de uitvoering en besteding van de subsidie (steekproef).
Hoofdstuk 4 Wijk- en dorpssubsidies
Paragraaf 4.1 Algemeen
Artikel 4:1 Doel
Dit hoofdstuk heeft als doel het subsidiëren van activiteiten die het wonen en leven in het dorp of de wijk verbeteren voor inwoners van Breda.
Artikel 4:2 Definities
In dit hoofdstuk betekent:
- -
natuurlijk persoon: een mens als individu. Geen rechtspersoon zoals een organisatie;
- -
wijkplatform of dorpsplatform: een overleggroep die aangeeft wat ze vindt van de aanvragen voor activiteiten voor het dorp of de wijk. Dit oordeel (bevindingen) nemen zij mee in hun besluitvorming. Voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, moet het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier worden voorgelegd aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp.
Artikel 4:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor iedereen die een activiteit wil organiseren voor inwoners in een dorp of wijk in Breda op het gebied van:
- a.
opgroeien/kunnen worden wie je wilt zijn;
- b.
- c.
- d.
- e.
ontmoeten/Goed Wonen in een fijne buurt;
- f.
- g.
Artikel 4:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Subsidie kan worden verstrekt aan een ieder voor activiteiten die:
- a.
belangrijk zijn voor het dorp of de wijk waar de activiteit plaatsvindt;
- b.
de leefbaarheid en diversiteit in het dorp of de wijk ten goede komen en/of verbeteren;
- c.
niet op een andere manier volledig betaald kunnen worden; en
- d.
volgens het oordeel van het wijkplatform of het dorpsplatform voldoen aan de voorwaarden die in artikel 4:5 staan.
Artikel 4:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Het wijkplatform of het dorpsplatform oordeelt over het volgende:
- a.
het belang van de activiteit voor het dorp of de wijk; en
- b.
de noodzakelijkheid van de subsidie voor de activiteit; en
- c.
eventueel de hoogte van de subsidie.
Artikel 4:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2027 is als volgt verdeeld:
|
Wijk/buurt
|
Subsidieplafond in €
Bedrag is op basis inwonersaantal
|
|
Centrum, incl. Belcrum
|
€ 25.275
|
|
Noord-Oost
|
€ 38.034
|
|
Zuid-Oost
|
€ 68.657
|
|
Zuid-West
|
€ 50.655
|
|
Noord-West
|
€ 44.558
|
- 2.
Een natuurlijk persoon kan maximaal 5000 euro subsidie aanvragen.
Paragraaf 4.2 Subsidieaanvraag
Artikel 4:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Voordat de subsidieaanvraag wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, legt de aanvrager het plan voor de activiteit met een aanmeldformulier voor aan het wijk- of dorpsplatform of rechtstreeks aan de sociaal wijkbeheerder van de betreffende wijk of dorp. Nadat het wijk- of dorpsplatform het plan heeft beoordeeld, zullen zij aangeven wat zij van het plan vinden en hun bevindingen op de laatste pagina van het aanmeldformulier vermelden.
- 2.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
het aanmeldformulier waarin het plan is toegelicht en waarin de bevindingen van het wijk- of dorpsplatform zijn opgenomen; en
- b.
een digitaal ingevuld en ondertekend aanvraagformulier door de aanvrager.
Artikel 4:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvraag wordt minimaal zes weken voor de activiteit ingediend.
- 2.
Subsidie aanvragen voor 2027 kan tot en met 1 december 2027.
Paragraaf 4.3 Subsidiebehandeling
Artikel 4:9 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 4:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd.
Artikel 4:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor:
- a.
een straatfeest, jubileum of barbecue, of een soortgelijke activiteit;
- b.
de activiteit in het teken staat van Sinterklaas, maar niet in lijn is met de landelijke intocht van Sinterklaas;
- c.
de activiteit al gesubsidieerd wordt vanuit een andere gemeentelijke subsidieregeling.
Paragraaf 4.4 Verplichtingen
Artikel 4:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie
Hoofdstuk 6 Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg
Artikel 6:1 Toepassingsbereik
- 1.
Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant 2022-2025, of een beleidskader dat dit vervangt of opvolgt en betrekking heeft op hetzelfde thematische beleidsterrein.
- 2.
Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van verschillende geweldsvormen en acute en niet-acute crises, zoals beschreven in het Beleidskader.
- 3.
In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze regeling komen de subsidies vanuit dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg.
Artikel 6:2 Voor wie
Subsidie in dit hoofdstuk is bestemd voor:
- a.
Stichting Veilig Thuis West-Brabant;
- b.
- c.
Organisaties of samenwerkingsverbanden met aantoonbare expertise op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties;
- d.
Meldpunt crisiszorg West-Brabant.
Artikel 6:3 Activiteiten
De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie:
- a.
Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, onder a:
Taken van Stichting Veilig Thuis West-Brabant zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 1 van het Beleidskader en uitvoering taken Cirkel is Rond zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 3 van het Beleidskader.
- b.
Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, onder b:
Activiteiten vrouwenopvang zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 2 van het Beleidskader
- c.
Voor de organisatie(s) genoemd in artikel 6:2, onder c:
Overige activiteiten Geweld in Afhankelijkheidsrelaties zoals beschreven in het Beleidskader in het algemeen, en in bijlage 1, paragraaf 3 in het bijzonder (uitgezonderd de taken Cirkel is Rond).
- d.
Voor de organisatie(s) of samenwerkingsverband genoemd in artikel 6:2, onder d: Activiteiten meldpunt crisiszorg (acuut en niet-acuut), zoals beschreven in het Beleidskader, deel II.
Artikel 6:4 Criteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
De activiteiten worden uitgevoerd in West-Brabant;
- b.
De activiteiten zijn gericht op voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld, kindermishandeling en acute en niet-acute crises;
- c.
De subsidieaanvrager onderschrijft en werkt volgens de Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid.
Artikel 6:5 Aanvraag
- 1.
De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente;
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar;
- c.
een projectplan waarin de volgende onderdelen volledig en duidelijke beschreven staan:
- I.
Context en probleemstelling: wat zijn de relevante ontwikkelingen en uw rol en positie binnen deze context? Ga in op wat er zonder deze subsidie niet of onvoldoende mogelijk is; voor wie dit een probleem is; waarom dit niet (volledig) kan worden opgevangen binnen bestaande middelen of werkwijzen. Benoem hierbij kort wat deze subsidie niet oplost; waar de verantwoordelijkheid elders ligt
- II.
Activiteit en aanpak: beschrijf welke activiteiten binnen de subsidieperiode worden uitgevoerd en op welke wijze deze bijdragen aan de beoogde resultaten. Geef per activiteit een korte toelichting op de aanpak, de doelgroep en eventuele samenwerkingspartners.
- III.
Beoogde resultaten en indicatoren: Beschrijf per activiteit 2-4 concrete resultaten die binnen de subsidieperiode worden gerealiseerd. Formuleer daarbij minimaal een indicator die kwantitatief en/of kwalitatief is.
|
Voorbeeld: Beoogde resultaten en indicatoren
Activiteit: Training voor intermediairs
Output: 4 trainingen uitgevoerd, 60 deelnemers
Resultaat (korte termijn): Deelnemers herkennen signalen sneller en weten waar zij kunnen doorverwijzen
Indicatoren:
-aantal getrainde professionals
-zelfrapportage in evaluatieformulieren
-voorbeelden uit casuïstiekbespreking
|
- IV.
Bijdrage aan de maatschappelijke opgave: Beschrijf beknopt hoe de beoogde resultaten bijdragen aan de relevante maatschappelijke opgave en voor welke doelgroep(en).
- V.
Monitoring: Beschrijf hoe uw organisatie de voortgang van bij effectdoelen, resultaten en activiteiten monitort, en hoe inzichten worden gebruikt om bij te sturen.
- VI.
Risico’s: Beschrijf de belangrijkste interne en externe risico’s, en de daarbij behorende beheersmaatregelen.
- 2.
Aanvragen worden ingediend voor 1 oktober voor het volgende kalenderjaar, tenzij burgemeester en wethouders bij de bekendmaking van het subsidieplafond een andere indieningstermijn voor subsidieaanvragen bekendmaken.
Artikel 6:6 Subsidieplafond
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2027 is als volgt en verdeeld over:
- a.
Veilig thuis zoals bedoeld in artikel 6:2, onder a: €11.671.090,-
- b.
Vrouwenopvang zoals bedoeld in artikel 6:2, onder b: € 4.784.415,-
- c.
Overige activiteiten GIA zoals bedoeld in artikel 6:2, onder c: € 715.887,-
- d.
Meldpunt Crisiszorg West Brabant, zoals bedoeld in artikel 6:2, onder d: € 3.847.304,-.
- 2.
Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten en voor specifieke organisaties zoals genoemd onder artikel 6:2 en 6:3. Verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van kwalitatieve toetsing.
- 3.
Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, door burgemeester en wethouders wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in dit hoofdstuk zijn beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid.
- 4.
Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 6:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in dit hoofdstuk zijn beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid.
- 5.
Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot zes weken na bekendmaking.
- 6.
Als blijkt dat één of meer deelplafonds van het eerste lid, onder a, b of c niet worden overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere deelplafonds van het eerste lid, sub a, b of c toe te voegen.
Artikel 6:7 Procedure
- 1.
Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 6:3, onder c, én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria:
- a.
de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1 van het Beleidskader, maximaal 50 punten;
- b.
de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is, maximaal 10 punten;
- c.
de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten;
- d.
de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten;
- e.
de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten;
- f.
de kostprijs, maximaal 10 punten.
- 2.
Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot door een notaris.
- 3.
Als het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend.
- 4.
Burgemeester en wethouders kunnen van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit naar hun oordeel in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen.
Artikel 6:8 Weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV kan een subsidie worden geweigerd als:
- a.
de subsidieaanvrager geen rechtspersoonlijkheid bezit, blijkende uit een inschrijving van Kamer van Koophandel;
- b.
de subsidieaanvrager geen aantoonbare relevante ervaring heeft met de activiteiten en/of doelgroep waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- c.
de activiteiten alleen zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde gemeente of gemeenten en dus niet regionaal van aard zijn. Tenzij er sprake is van een pilot/proef, dienen subsidies ten goede te komen aan alle inwoners van West-Brabant die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties of crises (acuut en niet-acuut);
- d.
toekenning zou kunnen leiden tot versnippering van het ondersteuningsaanbod.
Artikel 6:9 Verplichtingen subsidieontvanger
Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, is de subsidieontvanger verplicht om iedere zes maanden samen met de gemeente een accountgesprek te organiseren, waarin de voortgang van de doelstellingen en behaalde resultaten wordt besproken.
Hoofdstuk 7 Dierenweides en kinderboerderijen
Paragraaf 7.1 Subsidie Dierenweides en kinderboerderijen
Artikel 7:1 Doel
Deze subsidie heeft als doel om stichtingen te ondersteunen in de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij.
Artikel 7:2 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor stichtingen die hobbymatig boerderijen houden op een dierenweide of kinderboerderij. De dierenweide of kinderboerderij is belangrijk voor buurtbewoners en kinderen:
- a.
voor de vrijetijdsbesteding;
- b.
als ontmoetingsplaats; of
- c.
Artikel 7:3 Activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die horen bij de zorg voor de dierenweide of kinderboerderij, zoals:
- a.
dierenvoer, inclusief hooi;
- b.
- c.
- d.
- e.
abonnementskosten vast (aansluiting);
- f.
Artikel 7:4 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te ontvangen, voldoet de aanvrager aan de volgende voorwaarden:
- a.
de stichting is volgens de Kamer van Koophandel gevestigd in de gemeente Breda;
- b.
de stichting is volgens de statuten opgericht voor het hebben van een dierenweide of kinderboerderij;
- c.
de stichting heeft voor de dierenweide of de kinderboerderij gratis gemeentegrond in bruikleen van de gemeente Breda; en
- d.
de dierenweide of de kinderboerderij is openbaar en vrij toegankelijk voor bezoekers.
Artikel 7:5 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 67.128
- 2.
Iedere subsidieaanvrager kan maximaal per jaar € 25.725 subsidie ontvangen.
Paragraaf 7.2 Subsidieaanvraag
Artikel 7:6 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Bij de subsidieaanvraag stuurt de aanvrager de volgende documenten worden mee:
- a.
een activiteitenplan voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b.
een duidelijk overzicht van de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij;
- 2.
Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, stuurt de aanvrager een de-minimisverklaring mee.
Artikel 7:7 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders ingeleverd zijn vóór 1 oktober voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Paragraaf 7.3 Subsidiebehandeling
Artikel 7:8 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen behandeld en toegekend tot het subsidieplafond is bereikt.
- 2.
Als een subsidieaanvraag bij indiening niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de aanvraag volledig is gemaakt als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
- 3.
Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald naar tijdstip van ontvangst, waarbij de aanvraag met het vroegste tijdstip van ontvangst als eerste in aanmerking komt.
Artikel 7:9 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 7:10 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de aanvrager subsidie aanvraagt voor:
- a.
- b.
andere kosten, zoals kosten voor nieuwe investeringen;
- c.
het opbouwen van eigen vermogen.
Paragraaf 7.4 Subsidieverstrekking
Artikel 7:11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie:
- a.
de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als de dierenweide of de kinderboerderij stopt;
- b.
de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als er minder kosten worden gemaakt. De subsidie moet dan worden terugbetaald.
Hoofdstuk 8 Sport
Paragraaf 8.1 Subsidie Breedtesportevenementen en topsportevenementen Breda 2027
Artikel 8:1 Doel
Subsidie op basis van deze paragraaf wordt verstrekt om bij te dragen aan de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader.
Artikel 8:2 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- -
Beleidskader: nota Team Breda, Visie op sport en bewegen 2017 – 2030;
- -
Schoolsporttoernooien: een- of meerdaagse sportwedstrijden, met deelname van scholenteams bestaande uit leerlingen van het primair of voortgezet onderwijs, met een minimale deelname van tien Bredase scholen voor primair onderwijs of vier Bredase scholen voor voortgezet onderwijs;
- -
Side-events: sportactiviteiten die aangeboden worden naast het wedstrijdprogramma van een topsportevenement, die onder verantwoordelijkheid van dezelfde organisatie georganiseerd worden en die tot doel hebben een breed publiek met de betreffende sport kennis te laten maken;
- -
Sportvereniging: een vereniging die activiteiten organiseert die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF en die is aangesloten bij een overkoepelende organisatie of een organisatie die activiteiten organiseert die gericht zijn op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging door middel van de uitoefening van sport- en spelactiviteiten onder deskundige leiding, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders.
Artikel 8:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
Subsidie op basis van deze paragraaf is bedoeld voor:
- a.
Sportverenigingen en sportorganisaties die gevestigd zijn in de gemeente Breda en die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van de gemeente Breda, gericht op de beoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF.
- b.
Nederlandse organisaties die topsportevenementen organiseren, en die beschikken over aantoonbare ervaring en organisatorische capaciteit voor het realiseren van dergelijke evenementen. Deze evenementen vinden (gedeeltelijk) plaats in de gemeente Breda en dragen bij aan de sportparticipatie, zichtbaarheid en/of economische en maatschappelijke waarde van sport in de gemeente Breda.
- c.
Organisaties die als kerntaak hebben het stimuleren van actieve lichaamsbeweging bij inwoners van de gemeente Breda, waarbij de activiteiten bestaan uit sport- en spelvormen die plaatsvinden onder deskundige begeleiding.
- 2.
De geschiktheid van de activiteiten als bedoeld in eerste lid, onder c, wordt beoordeeld door burgemeester en wethouders.
- 3.
De organisatie levert met haar activiteiten een aantoonbare bijdrage aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader.
Artikel 8:4 Activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor uitsluitend de volgende activiteiten:
Artikel 8:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- 1.
Om subsidie voor Breedtesportevenementen te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
Onder breedtesportevenementen vallen:
- I.
schoolsporttoernooien waarvan er maximaal twee toernooien per sport per jaar voor subsidie in aanmerking komen;
- II.
side-events van Bredase topsportevenementen met minimaal 100 Bredase deelnemers aan de tot het side-event behorende activiteit
- b.
De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen op de begroting. Er wordt geen subsidie verleend voor start- en prijzengelden.
- 2.
Om subsidie voor Topsportevenementen te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
Een evenement wordt aangemerkt als een topsportevenement als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
- I.
het betreft een Nationaal Kampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldkampioenschap of een sportevenement dat een aantoonbare bijdrage levert aan de promotie van de desbetreffende sport in de gemeente Breda; en
- II.
er zijn minimaal drie deelnemers / deelnemende teams uit de top 8 ranking (Nationaal, Europees en Wereld).
- b.
De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen. Er wordt geen subsidie verleend voor start- en prijzengelden.
Artikel 8:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2027 is €155.000,
- 2.
De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen behandeld en toegekend tot het subsidieplafond is bereikt.
- 3.
Als een subsidieaanvraag bij indiening niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de aanvraag volledig is gemaakt als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
- 4.
Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald naar tijdstip van ontvangst, waarbij de aanvraag met het vroegste tijdstip van ontvangst als eerste in aanmerking komt.
Artikel 8:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een ingevuld webformulier op de website van de gemeente;
- b.
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
- 2.
Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd.
Artikel 8:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders minimaal 13 weken vóór de start van het evenement worden ingediend.
Artikel 8:9 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 8:10 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
Artikel 8:11 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
Paragraaf 8.2 Subsidie talentontwikkeling sport Breda 2027
Artikel 8:12 Doel
Subsidie op grond van deze paragraaf heeft als doel het (mede)financieren van kwalitatieve talentprogramma’s die als doen hebben om sporters optimaal te ondersteunen in hun opleiding tot topsporter.
Artikel 8:13 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- -
Beleidskader: nota Team Breda, Visie op sport en bewegen 2017 – 2030;
- -
Regionaal Talentprogramma: een gestructureerd traject binnen een regio dat is bedoeld om talentvolle sporters (meestal jeugd en jongeren) extra ontwikkelkansen te bieden, naast hun reguliere vereniging en opleiding, met als doel de doorstroom van sporters naar nationaal topsportniveau.
Artikel 8:14 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van deze paragraaf is bedoeld voor:
- a.
Sportverenigingen en/of sportorganisaties die gevestigd zijn in de gemeente Breda en die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van de gemeente Breda gericht op de beoefening van een sport of meerdere sporten die is/zijn erkend door NOC*NSF;
- b.
organisaties die met hun activiteiten een aantoonbare bijdrage leveren aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader.
Artikel 8:15 Activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor een door de sportbond erkend Regionaal Talentprogramma, gericht op de doorstroom van sporters naar nationaal topsportniveau.
Artikel 8:16 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- •
er is sprake van een professionele organisatie zonder commercieel oogmerk die gericht is op het stimuleren van talentvolle sporters tussen 12 en 23 jaar uit de gemeente Breda en omgeving;
- •
ten minste een derde van de begroting van het project is afkomstig uit andere inkomstenbronnen, zoals landelijke of provinciale bijdragen, deelnemersbijdragen of sponsoring;
- •
een door NOC*NSF erkende sportbond dient het regionaal talentprogramma te erkennen. Het programma dient zichtbaar onderdeel uit te maken van de formele opleidingsstructuur van de betreffende sportbond;
- •
er is sprake van aantoonbare kwaliteit wat betreft de selectie en begeleiding van deelnemers;
- •
het regionaal talentprogramma werkt zichtbaar samen met één of meerdere Bredase sportverenigingen en onderwijsinstellingen in de gemeente Breda;
- •
de activiteit draagt zichtbaar bij aan talentidentificatie in het onderwijs en/of bij sportaanbieders en de verbetering van de kwaliteit van trainers en coaches (opleidingen);
- •
er vindt samenwerking plaats met lokale en bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk;
- •
er is afstemming met de Gemeente Breda over de accommodaties die worden gebuikt;
- •
de activiteit heeft een meerjarenperspectief, in lijn met de olympische cyclus;
- •
de activiteit behoort niet tot de reguliere taken/activiteiten van een vereniging of andere sportaanbieder;
- •
het project draagt zichtbaar bij aan versterking van de (top)sportinfrastructuur van de gemeente;
- •
de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, vinden plaats in de gemeente Breda;
- •
de subsidie wordt uitsluitend gebruikt voor de inzet van een trainer en/of voor de kosten van de huur van de sportaccommodatie;
- •
trainers van het regionaal talentprogramma dienen bevoegd te zijn voor trainingen in het kader van beweegwijsheid en kunnen hiervoor in ieder geval twee keer per jaar ingezet worden in het bewegingsonderwijs of bij een sportvereniging;
- •
de aanvrager maakt helder hoe zij bijdragen aan een (sociaal) veilige sportomgeving;
- •
het regionaal talentprogramma past bij de faciliteiten die beschikbaar zijn in de gemeente Breda en draagt bij aan de ambities van één of meerdere Bredase sportverenigingen.
Artikel 8:17 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2027 is € 279.950,-.
- 2.
Dit subsidieplafond wordt vastgesteld onder voorbehoud van beschikbaarstelling van voldoende middelen voor de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties in 2027. Indien voor 2027 minder middelen beschikbaar worden gesteld dan waarvan bij de vaststelling van dit subsidieplafond is uitgegaan, kan het college het subsidieplafond overeenkomstig verlagen. Een verlaging kan gevolgen hebben voor de behandeling en honorering van al ingediende aanvragen.
Artikel 8:18 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen behandeld en toegekend tot het subsidieplafond is bereikt.
- 2.
Als een aanvraag bij ontvangst niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen een daartoe gestelde termijn aan te vullen.
- 3.
Voor de bepaling van de volgorde van ontvangst, als bedoeld in het eerste lid, geldt het tijdstip waarop de aanvraag volledig is geworden, met dien verstande dat het tijdstip wordt gecorrigeerd door de tijd die is verstreken tussen de oorspronkelijke indieningsdatum en de datum van verzending van het verzoek tot aanvulling, in mindering te brengen op het tijdstip waarop de aanvullende gegevens door het college zijn ontvangen. De aldus berekende datum geldt als de datum van ontvangst voor de rangschikking van de aanvraag.
Artikel 8:19 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een ingevuld webformulier op de website van de gemeente;
- b.
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 8:20 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd vóór 1 oktober 2026.
Artikel 8:21 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 8:22 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als niet wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 8:16.
Artikel 8:23 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
Hoofdstuk 10 Water en groen op eigen terrein
Artikel 10:1 Definities
- -
Groene daken: beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen, kruiden en/of vaste planten;
- -
Groene gevels: grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten;
- -
Regenwatervoorzieningen: voorzieningen die regenwater vasthouden of laten infiltreren in de bodem, zoals een voorziening met eenzelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan;
- -
Onttegelen- en vergroenen van tuinen: maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen door een robuuste vergroening in de voor- en/of achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen;
- -
Hemelwaterriolering: rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd;
- -
Groen schoolplein: een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen en draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress.
Artikel 10:2 Doel van de subsidie
- 1.
De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om een maatregelpakket te stimuleren:
- a.
dat regenwater vasthoudt waar het valt en de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperkt;
- b.
dat bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat;
- c.
dat de leefomgeving voor planten en dieren, de biodiversiteit bevordert;
- d.
dat door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling en luchtkwaliteit (opname van fijnstof) van de buitenruimte.
- 2.
Het doel van deze subsidie specifiek voor groene schoolpleinen is, naast de doelen uit het eerste lid:
- a.
het creëren van een natuurlijke leefomgeving waarin bewegen en spelen wordt gestimuleerd en bijdraagt aan het mentaal welbevinden voor kinderen jonger dan 18 jaar;
- b.
een plek creëren waar kinderen in aanraking komen met natuur en gezonde voeding;
- c.
minimaal 35% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter, zoals: groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand). Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen;
- d.
een groen schoolplein is ingericht met (overwegend) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat;
- e.
de speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon;
- f.
het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein, kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen, moestuinieren en natuurlijke materialen en biedt het schoolplein kansen voor bewegend leren.
Artikel 10:3 Doelgroep
Alle natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals bedrijven, stichtingen, VVE’s en scholen, die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda kunnen voor subsidie in aanmerking komen.
Artikel 10:4 Maatregelen en subsidiabele kosten
- 1.
De subsidie is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen voor alle doelgroepen:
- a.
- b.
groene gevels, met uitzondering van de aanleg van gevelsystemen;
- c.
regenwatervoorzieningen (regenton, infiltratievoorziening).
- d.
onttegelen en vergroenen van tuinen;
- e.
aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering;
- f.
aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering;
- g.
aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering.
- h.
constructief voorbereidend onderzoek voor de aanleg van een groen dak;
- i.
voorbereidend bodem- en grondwaterstandonderzoek voor de aanleg van een regenwatervoorziening (infiltratievoorziening).
- 2.
Criteria, nadere bepalingen en uitzonderingen per doelgroep zijn opgenomen in bijlage 3 bij dit hoofdstuk.
- 3.
Subsidie wordt verstrekt als de maatregel aangelegd wordt in eigen persoon of als de maatregel wordt aangelegd door iemand anders.
- 4.
Er is voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen, naast de maatregelen en subsidiabele kosten uit het eerste lid ook een subsidie mogelijk voor het opstellen van een ontwerp- en inrichtingsschets van het buitenterrein met minimaal 10% nieuw groen in aanleg.
Artikel 10:5 Subsidieplafond en verdeling
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is als volgt:
- a.
voor water en groen voor particulieren en individuele bedrijven en stichtingen: € 116.684.
- b.
voor groene schoolpleinen: € 60.000.
- 2.
Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
- 3.
Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelenpakketten, de maximumbedragen zijn gespecificeerd in bijlage 3.
- 4.
Alleen de werkelijke kosten worden gesubsidieerd. Vallen de kosten lager uit dan het verleende subsidiebedrag, dan moet de aanvrager dit actief te melden aan burgemeester en wethouders zodat de verlening hierop aangepast kan worden.
- 5.
Subsidie voor de inrichtingsschets voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen wordt per jaar in totaal voor maximaal 20 aanvragen verleend.
Artikel 10:6 Verantwoording na verstrekken van de subsidie
Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd, verstrekt de aanvrager een getekende offerte (indien van toepassing) en fotomateriaal aan burgemeester en wethouders. De foto’s zijn vrij van rechten mogen door de gemeente gebruikt worden. Het fotomateriaal bestaat uit:
- a.
een foto van de situatie vóór aanpassing;
- b.
een foto van de situatie na aanpassing waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en dat daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan;
- c.
enkel voor de doelgroep individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen die een ontwerp-of inrichtingsschets maken, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de aanvrager stuurt de ontwerpschets binnen 16 weken na de vaststelling van de subsidie aan burgemeester en wethouders;
- d.
enkel voor de doelgroep groene schoolpleinen, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de subsidieontvanger stuurt bij de verantwoording ter vaststelling van de subsidie foto’s van het schoolplein vóór aanpassing, tijdens de werkzaamheden en na aanpassing.
Artikel 10:7 Stapelen van subsidies
De aanvrager mag de ‘subsidie Water en Groen’ combineren met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- a.
het totaal van verleende subsidies bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden;
- b.
de aanvrager meldt te allen tijde bij burgemeester en wethouders als door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket);
- c.
Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door burgemeester en wethouders verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd.
Artikel 10:8 Indieningsvoorwaarden
- 1.
De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. In geval een subsidie voor meerdere partijen wordt aangevraagd wordt een penvoerder aangewezen die gemachtigd is namens de andere partijen de aanvraag te doen.
- 2.
De subsidieaanvraag voor particulieren, huurders en bedrijven dient uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening door burgemeester en wethouders te zijn ontvangen. Bij de aanvraag voor een groen dak mag de indiener voorafgaand aan de aanleg een subsidieverzoek indienen.
- 3.
Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens en documenten worden meegezonden:
- a.
volledig ingevuld aanvraagformulier;
- b.
offerte van de aan te vragen maatregelen;
- c.
beschrijving van de maatregel of het pakket aan maatregelen.
- 4.
De subsidieaanvraag voor groene schoolpleinen bevat een projectplan inclusief begroting, een plattegrond van de huidige situatie, een schetsontwerp voor de nieuwe situatie waaruit percentages groen en verharding zijn af te leiden en duidelijke foto’s van het huidige schoolplein.
- 5.
De aanvrager legt uiterlijk 13 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan als sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak.
- 6.
De aanvrager van een aanvraag voor groene schoolpleinen heeft de inrichtingswerkzaamheden uiterlijk 1,5 jaar na verlening van de subsidie gereed.
- 7.
Subsidieaanvragen voor particulieren, huurders en bedrijven kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 15 december.
- 8.
Subsidieaanvragen voor groene schoolpleinen en gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 1 december.
- 9.
Scholen kunnen per locatie in een periode van vijf jaar maximaal eenmaal subsidie aanvragen voor een groen schoolplein.
Artikel 10:9 Verplichtingen
- 1.
De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding, het beheer en het onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal vijf jaar.
- 2.
Alleen voor groene schoolpleinen geldt een instandhoudings-, onderhouds- en beheerplicht van minimaal tien jaar na vergroening.
- 3.
Voor scholen geldt de verplichting om de gemeente te betrekken bij het proces van openen van het groene schoolplein. Aanvrager is verplicht bij media-uitingen de gemeentelijke subsidie te vermelden.
Artikel 10:10 Weigeringsgronden
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als:
- a.
de maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte.
- b.
de voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving.
- c.
de maatregel geen – op kwalitatieve wijze- uitlegbare bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten in een klimaatbestendige stad.
- d.
het ontwerp, aanleg en beheer van het groene schoolplein niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is.
- e.
de subsidie wordt aangevraagd door projectontwikkelaars voor de herontwikkeling van bestaand en nieuw vastgoed;
- f.
een school subsidie aanvraagt voor een groen schoolplein en binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds subsidie heeft ontvangen hiervoor.
Hoofdstuk 11 Preventie met Gezag Breda 2027
Paragraaf 11:1 Algemeen
Artikel 11:1 Doel subsidie
- 1.
Deze subsidie heeft als doel het ondersteunen van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar in wijken die zijn aangewezen als gebied waar gewerkt wordt overeenkomstig Preventie met Gezag. Hierbij worden hoofddoelen en subdoelen onderscheiden.
- 2.
De hoofddoelen zijn:
- a.
het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit;
- b.
het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
- 3.
De subdoelen zijn:
- a.
overlast door jongeren wordt verminderd of voorkomen;
- b.
kinderen en jongeren krijgen een beter toekomstperspectief;
- c.
door middel van preventie worden kinderen, jongeren en jongvolwassenen weerbaarder gemaakt tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Ook grensoverschrijdend gedrag en schoolverzuim worden hiermee tegengegaan.
Artikel 11:2 Definities
In dit hoofdstuk betekent:
- -
Gecertificeerde instelling (GI): een organisatie die door de overheid officieel is erkend (gecertificeerd) om jeugdbescherming en jeugdreclassering uit te voeren, zoals vastgelegd in de Jeugdwet.
- -
Gezags- en preventiepartners: partners van de gemeente Breda die participeren in het meerjarig programma Preventie met Gezag van de gemeente Breda, waaronder organisaties of instanties die verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de openbare orde, veiligheid en rechtshandhaving, zoals het Openbaar Ministerie, de politie en de reclassering. Deze partijen werken actief mee aan het voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen in Breda (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit.
- -
Preventie met Gezag: een meerjarig programma van de gemeente Breda dat erop gericht is om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen tot 27 jaar (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit.
- -
Schakelteam: de gemeentelijke persoonsgerichte aanpak binnen Preventie met Gezag Breda.
- -
Tafel Jeugdcriminaliteit (TJC): de persoonsgerichte aanpak binnen Preventie met Gezag binnen het Zorg- en Veiligheidshuis De Baronie.
- -
Tenderprocedure: procedure waarbij alle volledige subsidieaanvragen binnen een bepaalde periode moeten zijn ingediend, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de beoordelingscriteria in dit hoofdstuk.
Artikel 11:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidies op grond van dit hoofdstuk zijn bestemd voor organisaties met rechtspersoonlijkheid en zonder winstoogmerk, die nauw samenwerken met gezags- en preventiepartners, en beschikken over kennis en ervaring op het gebied van de preventie van jeugdcriminaliteit. De subsidie is verdeeld over verschillende categorieën met ieder zijn eigen plafond zoals genoemd in artikel 11:7.
Artikel 11:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Activiteiten die voor subsidie op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen, dragen aantoonbaar bij aan de hoofddoelstelling van dit hoofdstuk en de subdoelen die genoemd zijn in artikel 11:1. De activiteiten zijn onder te verdelen in 2 categorieën: activiteiten die zijn te omschrijven als voorlichting, bewustwording en preventieve spreekuren én activiteiten die hun basis hebben in jeugdreclasseringswerkzaamheden.
Categorie 1: Voorlichting, bewustwording en preventieve spreekuren:
- •
Het geven van voorlichting op scholen in of in de buurt van de wijk Hoge Vucht, gericht op het vergroten van de bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag.
- •
Het geven van voorlichting in wijken waar gewerkt wordt met Preventie met Gezag, gericht op het vergroten van bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag. Daarmee wordt gewerkt aan een geïntegreerde aanpak op school en in de wijk.
- •
Het organiseren van preventieve spreekuren voor jongeren, gericht op het vroegtijdig signaleren van risico’s op jeugdcriminaliteit en het bieden van passende ondersteuning om crimineel gedrag te voorkomen.
- •
Het organiseren van preventieve en herstelgerichte activiteiten die bijdragen aan het versterken van een gezond opvoed- en opgroeiklimaat voor jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie of extra ondersteuning nodig hebben.
- •
Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan bewustwording en het bieden van handelingsperspectief aan jongeren, ouders en onderwijzend personeel, met als doel een alternatief te bieden voor het instappen of doorgroeien in ondermijnende criminaliteit.
Categorie 2: Jeugdreclassering:
- •
Het inbrengen van (forensische) expertise, consultatie en advies bij het Schakelteam en de Tafel Jeugdcriminaliteit betreffende inzet van jeugdreclassering voor minderjarigen in de wijken waar gewerkt wordt met Preventie met Gezag.
- •
Het inzetten van de trajecten Straatkracht en Kansrijk bij jongeren die behoren tot de doelgroep Preventie met Gezag.
Artikel 11:5 Voorwaarden aan de aanvrager voor categorie 1 en categorie 2
Om subsidie te kunnen ontvangen, voldoet de aanvrager aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
- 1.
De aanvrager beschikt over personeel met kennis en expertise op het gebied van jeugdcriminaliteit en over kennis en deskundigheid met betrekking tot de activiteiten en de doelgroep.
- 2.
De activiteiten zijn gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar.
- 3.
De activiteiten worden uitgevoerd in of in de buurt van wijken waar gewerkt wordt met Preventie met Gezag.
- 4.
De aanvrager werkt nauw samen met gezags- en preventiepartners.
- 5.
De aanvrager draagt, voor zover dit past bij de aangevraagde activiteiten en de rol van de aanvrager binnen Preventie met Gezag, actief bij aan de lokale persoonsgerichte aanpak, waaronder het Schakelteam en de Tafel Jeugdcriminaliteit.
Artikel 11:6 Voorwaarden aan de aanvrager voor categorie 2
De aanvrager voor een subsidie uit deze categorie is een gecertificeerde instelling die ervaring heeft met het uitvoeren van jeugdbescherming en jeugdreclassering in Breda.
Artikel 11:7 Hoeveel subsidie is er voor welke periode?
Burgemeester en wethouders verdelen het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) als volgt:
|
Categorie
|
Subsidieplafond in €
|
Periode
|
|
1 Voorlichting, bewustwording en preventieve spreekuren
|
158.000
|
2027
|
|
2 Jeugdreclassering
|
90.000
|
2027
|
Paragraaf 11.2 Subsidieaanvraag
Artikel 11:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvrager dient de aanvraag in via de website van gemeente Breda. De aanvrager stuurt bij de subsidieaanvraag de volgende documenten worden mee:
- a.
een ingevuld webformulier op de website van de gemeente Breda;
- b.
een activiteitenplan van maximaal 10 pagina's;
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 11:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
De aanvrager kan een subsidieaanvraag indienen bij burgemeester en wethouders in de periode van 1 augustus tot 1 oktober 2026.
Paragraaf 11.3 Subsidiebehandeling
Artikel 11:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als meerdere aanvragen worden ingediend die aan de voorwaarden voldoen, maar op grond van dit hoofdstuk maximaal aan één aanvrager subsidie kan worden verstrekt, verdelen burgemeester en wethouders de subsidie via een tenderprocedure zoals uitgewerkt in de volgende artikelleden.
- 2.
Alle volledige subsidieaanvragen die tijdig zijn ingeleverd en die niet zijn geweigerd op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door een ambtelijke adviescommissie die een advies opstelt.
- 3.
Burgemeester en wethouders laten zich bij de beoordeling van de aanvragen adviseren door de in het tweede lid bedoelde adviescommissie, bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring. De adviescommissie hanteert daarbij het volgende beoordelingskader:
Categorie 1: Voorlichting, bewustwording en preventieve spreekuren:
|
Criteria
|
Max. punten
|
Toelichting
|
|
1. Bijdrage aan de hoofddoelstellingen
|
20 punten: bijdrage aan 1 doelstelling
40 punten: bijdrage aan alle doelstellingen
|
Mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van dit hoofdstuk, namelijk:
1.Het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit.
2.Het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
|
|
2. Efficiëntie
|
10 punten: Efficiënt: met beperkte inzet middelen wordt een duidelijke impact behaald; aanpak is logisch
15 punten: Zeer efficiënt: met relatief weinig middelen wordt een grote en aantoonbare impact bereikt
20 punten: Uitzonderlijk efficiënt: minimale middeleninzet met maximale impact; kostenbewust en innovatief
|
Bij dit criterium wordt gekeken naar de verhouding tussen de ingezette middelen (zoals tijd, geld en personeel) en de verwachte resultaten. Een voorstel scoort hoger op efficiëntie wanneer met een relatief beperkte inzet van middelen een duidelijke en aantoonbare impact wordt gerealiseerd. Daarbij wordt ook gelet op doelmatigheid: of de gekozen aanpak logisch, goed onderbouwd en kostenbewust is.
|
|
3. Meet- en haalbaarheid
|
10 punten: Enigszins haalbaar, resultaten deels meetbaar
20 punten: Zeer haalbaar, resultaten concreet en goed meetbaar
|
Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de voorgestelde activiteiten realistisch en uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en context. Daarnaast is van belang dat de beoogde resultaten concreet en meetbaar zijn, zodat achteraf kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn behaald.
|
|
4. Impact
|
10 punten: Enige bijdrage aan vermindering van risicofactoren en/of versterking van beschermende factoren
20 punten: Sterke, duurzame gedragsverandering en brede maatschappelijke impact met duidelijke preventieve effecten
|
Bij dit criterium wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde activiteiten bijdragen aan een duurzame en positieve verandering, met specifieke aandacht voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Projecten die erin slagen risicofactoren bij jongeren te verminderen of beschermende factoren te versterken, scoren hoger op impact. Er wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief structurele gedragsverandering teweegbrengt, jongeren bereikt die extra ondersteuning nodig hebben, en op termijn maatschappelijke kosten helpt voorkomen.
|
Categorie 2: Jeugdreclassering:
|
Criteria
|
Max. punten
|
Toelichting
|
|
1. Bijdrage aan de hoofddoelstellingen
|
20 punten: bijdrage aan 1 doelstelling
40 punten: bijdrage aan alle doelstellingen
|
Bij de beoordeling wordt getoetst in hoeverre het project bijdraagt aan de volgende doelstellingen:
- a.
Het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar in wijken die zijn aangewezen als gebied waar gewerkt wordt overeenkomstig Preventie met Gezag en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit.
- b.
Het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
waarbij tevens wordt beoordeeld in hoeverre het project bijdraagt aan:
- c.
Het inzetten op preventieve trajecten, zoals Kansrijk en Staatskracht, om daarmee (verder) afglijden van jongeren in de criminaliteit te voorkomen.
- d.
Het bieden van forensische expertise voor de persoonsgerichte aanpakken.
|
|
2. Efficiëntie
|
10 punten: Efficiënt: met beperkte inzet middelen wordt een duidelijke impact behaald; aanpak is logisch
15 punten: Zeer efficiënt: met relatief weinig middelen wordt een grote en aantoonbare impact bereikt
20 punten: Uitzonderlijk efficiënt: minimale middeleninzet met maximale impact; kostenbewust en innovatief
|
Bij dit criterium wordt gekeken naar de verhouding tussen de ingezette middelen (zoals tijd, geld en personeel) en de verwachte resultaten. Een voorstel scoort hoger op efficiëntie wanneer met een relatief beperkte inzet van middelen een duidelijke en aantoonbare impact wordt gerealiseerd. Daarbij wordt ook gelet op doelmatigheid: of de gekozen aanpak logisch, goed onderbouwd en kostenbewust is.
|
|
3. Meet- en haalbaarheid
|
0 punten: Enigszins haalbaar, resultaten deels meetbaar
20 punten: Zeer haalbaar, resultaten concreet en goed meetbaar
|
Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de voorgestelde activiteiten realistisch en uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en context. Daarnaast is van belang dat de beoogde resultaten concreet en meetbaar zijn, zodat achteraf kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn behaald.
|
|
4. Impact
|
10 punten: Enige bijdrage aan vermindering van risicofactoren en/of versterking van beschermende factoren
20 punten: Sterke, duurzame gedragsverandering en brede maatschappelijke impact met duidelijke preventieve effecten
|
Bij dit criterium wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde activiteiten bijdragen aan een duurzame en positieve verandering, met specifieke aandacht voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Projecten die erin slagen risicofactoren bij jongeren te verminderen of beschermende factoren te versterken, scoren hoger op impact. Er wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief structurele gedragsverandering teweegbrengt, jongeren bereikt die extra ondersteuning nodig hebben, en op termijn maatschappelijke kosten helpt voorkomen.
|
- 4.
De subsidieaanvraag dient in het totaal minimaal 50 punten te scoren bij de beoordeling. Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan weigeren burgemeester en wethouders de subsidieaanvraag. Na advies van de beoordelingscommissie worden de ingediende aanvragen door burgemeester en wethouders op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt.
- 5.
Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend in dezelfde categorie en/of het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan verdelen burgemeester en wethouders de subsidie gelijkelijk over deze aanvragers.
Artikel 11:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 11:12 Wanneer kan subsidie worden geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie (deels) weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als:
- a.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 11:5 en, indien van toepassing, artikel 11:6;
- b.
de activiteiten niet bijdragen aan het doel van dit hoofdstuk; of
- c.
niet wordt voldaan aan andere voorschriften uit dit hoofdstuk.
Paragraaf 11.4 Subsidieverstrekking
Artikel 11:13 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen geldt het volgende:
- a.
de subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens, en;
- b.
de aanvrager is in staat aan te tonen dat de met de subsidie beoogde doelstelling(en) is/zijn bereikt en verstrekt daartoe inzicht in de resultaten en meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten. Dit kan onder meer blijken uit een verslag, rapportage of andere relevante onderbouwing.
Hoofdstuk 13 Grootstedelijke evenementen Breda 2027
Paragraaf 13.1 Algemeen
Artikel 13:1 Doel
Subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om evenementen te bevorderen met een stedelijke of grootstedelijke uitstraling die worden georganiseerd in de gemeente Breda en die aansluiten bij het Evenementenbeleid van de gemeente Breda. Dit houdt in dat evenementen minimaal een publiek uit de hele stad trekken, of beter nog uit de regio of het land.
Artikel 13:2 Definities
In dit hoofdstuk betekent:
- -
Evenement: een bijzondere, georganiseerde activiteit van beperkte duur, eenmalig of jaarlijks terugkerend, openbaar toegankelijk en gericht op een relatief groot publiek. Het evenement kan gratis zijn of met entreebewijzen;
- -
(Evenementen)vergunning: een toestemming van de burgemeester van de gemeente Breda dat een organisator zijn evenement mag uitvoeren volgens de in de vergunning opgenomen voorwaarden;
- -
Kindervrijmarkt Koningsdag: een vrijmarkt speciaal voor en door kinderen, georganiseerd in de binnenstad van Breda op Koningsdag. Kinderen verkopen hier op kleedjes hun eigen speelgoed, boeken en andere spullen. De kindervrijmarkt is laagdrempelig, bevordert ondernemerschap en betrokkenheid onder jeugdige deelnemers, en maakt onderdeel uit van de feestelijke viering van Koningsdag in de stad.
- -
Lokale carnavalsoptocht: een jaarlijkse carnavalsoptocht georganiseerd in Prinsenbeek, gekenmerkt door praalwagens, loopgroepen, muziek en creatieve uitingen van lokale verenigingen en inwoners. De optocht is toonaangevend, maakt deel uit van de Brabantse carnavalstraditie en draagt bij aan de sociale cohesie, culturele identiteit en gemeenschapszin binnen de kern Prinsenbeek.
- -
Muziekfestival: een wekelijks muziekfestival dat gedurende enkele weken in de zomer plaatsvindt in een park of groene openbare ruimte in Breda. Het festival biedt liveoptredens van bands, dj’s of andere artiesten en richt zich op een breed publiek. Door de combinatie van natuur, muziek en ontmoeting draagt het festival bij aan de culturele beleving in de buitenruimte en het gebruik van parken als laagdrempelige ontmoetingsplek.
- -
Orkestfestival in de binnenstad: een meerdaags festival in het centrum van Breda waarbij amateur- en professionele orkesten optreden op diverse binnenstedelijke locaties. Het festival richt zich op een breed publiek en biedt een podium aan symfonische muziek, harmonie, fanfare en andere orkestvormen. Het draagt bij aan de muzikale diversiteit, talentontwikkeling en de culturele levendigheid van de binnenstad.
- -
Sinterklaasintocht: een jaarlijks evenement in de binnenstad van Breda ter gelegenheid van de intocht van Sinterklaas. De activiteit omvat een feestelijke optocht, muzikale omlijsting en ontmoetingen met Sinterklaas en zijn gezelschap. De intocht is gericht op jonge kinderen en hun families, en draagt bij aan het behoud van een culturele traditie en het creëren van een gezamenlijke beleving in de stad.
- -
Stedelijk jazzfestival: een meerdaags festival met een focus op jazz en aanverwante muziekstijlen, verspreid over meerdere locaties in de binnenstad. Het festival combineert concerten, improvisatie en samenwerkingen tussen artiesten, en draagt bij aan het culturele aanbod, de muzikale diversiteit en de zichtbaarheid van jazzmuziek in het stedelijke landschap.
- -
Stedelijk popfestival: een meerdaags popfestival dat plaatsvindt op meerdere locaties in de binnenstad van Breda, met een programmering verspreid over verschillende podia. Het festival richt zich op een breed publiek, en draagt bij aan de levendigheid, culturele diversiteit en zichtbaarheid van popmuziek in de stedelijke ruimte.
- -
Tenderprocedure: procedure waarbij alle volledige subsidieaanvragen binnen een bepaalde periode moeten zijn ingediend, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de beoordelingscriteria in dit hoofdstuk.
Artikel 13:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor organisatoren van evenementen met een stedelijke of grootstedelijke uitstraling die binnen de gemeente Breda plaatsvinden. De subsidie is verdeeld over verschillende categorieën met ieder zijn eigen plafond zoals genoemd in artikel 13:14.
Paragraaf 13.2 Activiteiten en voorwaarden
Artikel 13:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Voor subsidie op grond van dit hoofdstuk zijn er verschillende categorieën en deelplafonds. De definities en de voorwaarden van de verschillende deelplafonds worden benoemd in artikel 13:6 tot en met 13:12. Subsidie kan worden verstrekt voor evenementen in de volgende categorieën, namelijk:
|
Categorie 1
|
Stedelijk popfestival
|
|
Categorie 2
|
Stedelijk jazzfestival
|
|
Categorie 3
|
Lokale carnavalsoptocht met een regionale uitstraling
|
|
Categorie 4
|
Stedelijke Sinterklaasintocht
|
|
Categorie 5
|
Kindervrijmarkt Koningsdag in de binnenstad
|
|
Categorie 6
|
Orkestfestival in de binnenstad
|
|
Categorie 7
|
Wekelijks Muziekfestival in de zomer
|
Artikel 13:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
De evenementen voldoen aan de volgende uitgangspunten:
- a.
subsidie aan een evenement wordt verleend onder voorbehoud van het verkrijgen van de benodigde vergunning(en) voor het betreffende evenement. Als de benodigde vergunning(en) niet verleend wordt/ worden, houdt dit in dat het verleende subsidiebedrag moet worden terugbetaald;
- b.
het evenement wordt geplaatst op de reserveringskalender van de gemeente Breda, waarmee tijd/datum en locatie gereserveerd zijn voor dit evenement;
- c.
de organisator heeft oog voor de omgeving waarin het evenement georganiseerd wordt. Dit houdt in zorgvuldige communicatie en respectvolle omgang met omwonenden en omgeving en het tot een minimum beperken van de overlast;
- d.
de organisator beschikt aantoonbaar over de benodigde organisatiekracht en professionaliteit om het evenement te realiseren;
- e.
een subsidie kan nooit meer bedragen dan een derde van de totale begroting van een evenement.
Artikel 13:6 Stedelijk popfestival
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
het popfestival wordt over meerdere dagen georganiseerd;
- b.
het popfestival is (grotendeels) gratis toegankelijk of hanteert een zeer lage of symbolische prijs om een breed publiek te bereiken.
- c.
het popfestival vindt plaats in de binnenstad en draagt bij aan de culturele profilering en levendigheid van het stedelijk gebied;
- d.
de programmering bestaat voornamelijk uit popmuziek, in brede zin van het woord (inclusief subgenres zoals indie, rock, hiphop, elektronisch, enz.), met aandacht voor kwaliteit, diversiteit en actualiteit;
- e.
het popfestival biedt meerdere podia voor verschillende subgenres.
Artikel 13:7 Stedelijk jazzfestival
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
het jazzfestival wordt over meerdere dagen georganiseerd;
- b.
de programmering is van hoge artistieke kwaliteit, met aandacht voor verschillende jazzstijlen (bijv. traditioneel, modern, fusion, wereldjazz);
- c.
de organisatie is professioneel, betrouwbaar en beschikt over een realistisch begrotings- en productieplan;
- d.
het jazzfestival is (deels) gratis toegankelijk of hanteert een toegankelijke prijspolitiek om een breed publiek te bereiken.
Artikel 13:8 Lokale carnavalsoptocht met een regionale uitstraling
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
de carnavalsoptocht vindt plaats binnen de kern Prinsenbeek en is vrij toegankelijk voor publiek;
- b.
de carnavalsoptocht draagt bij aan het behoud van lokale carnavalscultuur, met ruimte voor creativiteit, satire, en traditie, zonder aanstootgevende of discriminerende uitingen;
- c.
de carnavalsoptocht draagt bij aan de sociale cohesie.
Artikel 13:9 Sinterklaasintocht
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
er worden geen Zwarte Pieten ingezet tijdens het evenement;
- b.
de sinterklaasintocht is openbaar toegankelijk voor een breed publiek, inclusief kinderen en gezinnen;
- c.
de sinterklaasintocht moet plaatsvinden in de binnenstad van Breda en bijdragen aan de levendigheid van de stad of gemeente;
- d.
samenwerking met lokale verenigingen, scholen of ondernemers is een pré.
Artikel 13:10 Kindervrijmarkt Koningsdag in de binnenstad
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
de kindervrijmarkt vindt plaats op Koningsdag (27 april);
- b.
deelname aan de kindervrijmarkt is gratis en laagdrempelig;
- c.
de organisatie zorgt voor voldoende toezicht en veiligheidsmaatregelen, passend bij het aantal deelnemers en bezoekers.
Artikel 13:11 Orkestfestival in de binnenstad
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
het orkestfestival vindt plaats in de openbare ruimte van de binnenstad en draagt actief bij aan de levendigheid en culturele beleving van het stadscentrum;
- b.
minimaal drie verschillende orkesten of muziekensembles nemen deel aan het festival;
- c.
de optredens zijn toegankelijk voor een breed publiek.
Artikel 13:12 Wekelijks Muziekfestival in de zomer
Om in aanmerking te komen voor subsidie, moet er naast artikel 13:5 ook aan de volgende aanvullende voorwaarden worden voldaan:
- a.
het muziekfestival vindt plaats in een openbaar park, waarbij het park gedurende het evenement volledig toegankelijk moet blijven voor publiek. Het evenement houdt rekening met de natuurlijke omgeving, flora en fauna;
- b.
het muziekfestival is gratis toegankelijk voor het publiek en vindt plaats in de zomer;
- c.
het muziekfestival draagt bij aan het culturele profiel van de stad of regio en bevordert ontmoeting, beleving en gemeenschapsvorming;
- d.
het muziekfestival kent een open karakter en omvat een zogenoemde ‘picknickzone’, waar bezoekers de mogelijkheid hebben om eigen consumpties mee te brengen. Het faciliteren van deze zone omvat ten minste het beschikbaar stellen van sanitaire voorzieningen, het waarborgen van hygiëne en schoonmaak, evenals het garanderen van de veiligheid, inclusief adequate verlichting.
Artikel 13:13 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2027 is als volgt verdeeld:
|
Categorie
|
Subsidieplafond in €
|
|
Stedelijk popfestival
|
45.000
|
|
Stedelijk jazzfestival
|
140.000
|
|
Lokale carnavalsoptocht
|
25.000
|
|
Sinterklaasintocht
|
15.000
|
|
Kindervrijmarkt Koningsdag
|
27.750
|
|
Orkestfestival in de binnenstad
|
35.000
|
|
Muziekfestival in de openbare ruimte
|
22.500
|
- 2.
Een aanvrager kan binnen dit hoofdstuk slechts voor één categorie subsidie aanvragen.
- 3.
Als een deelplafond niet wordt bereikt na beoordeling van alle aanvragen, hebben burgemeester en wethouders de vrijheid om dit overschot in te zetten voor andere deelplafonds.
Paragraaf 13:3 Subsidieaanvraag
Artikel 13:14 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een ingevuld webformulier op de website van de gemeente;
- b.
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 13:15 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd zijn vóór 1 oktober voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Paragraaf 13:4 Subsidiebehandeling
Artikel 13:16 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als er in een indientermijn meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond met een tenderprocedure. De aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een ambtelijke adviescommissie bestaande uit vier ambtenaren met relevante kennis en ervaring.
- 1.
De beoordelingscriteria zijn opgenomen in bijlage 4.
- 2.
Aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag waaraan de meeste punten is toegekend, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. In bijlage 4 bij dit hoofdstuk zijn de criteria en de manier waarop de criteria worden gewogen, uitgewerkt.
- 3.
De subsidieaanvraag dient in het totaal minimaal 60 punten te scoren bij de beoordeling. Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan wordt de subsidieaanvraag geweigerd.
- 4.
Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend en het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan wordt de subsidie toegekend door loting tussen de aanvragen die hetzelfde aantal punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris.
Artikel 13:17 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 13:18 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen is de subsidieontvanger verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens
Hoofdstuk 14 Cultuur
Paragraaf 14.1 Subsidie Creatieve Talenten en Makers Breda
Artikel 14:1 Doel
Subsidie op basis van deze paragraaf ondersteunt de ontwikkeling van Bredase, creatieve (jonge) talenten, (mogelijk-)makers en collectieven in verschillende fasen van hun creatieve loopbaan. Breda maakt creatieve experimenten en nieuwe initiatieven mogelijk, creëert ruimte voor leren, werken en ontmoeten, en verbindt (jonge) professionals aan het werkveld en de stad.
Artikel 14:2 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
Collectief: een samenwerkingsverband van twee of meer professioneel werkende (mogelijk)makers die gezamenlijk artistieke activiteiten ontwikkelen en uitvoeren. Het collectief werkt op basis van een gedeelde artistieke visie en de samenwerking is duurzaam en meerjarig van aard.
- •
Creatief talent of creatieve maker: een persoon die op professionele, dat wil zeggen beroepsmatige, basis een bepaalde vorm van cultuur beoefent. Een creatieve maker produceert en/of verkoopt diens creatief werk en maakt dit zichtbaar door middel van een portfolio, website of iets dergelijks. De persoon heeft daartoe een professionele, creatieve opleiding afgerond en/of heeft op basis van ervaring artistieke competenties opgebouwd in het professionele cultuurveld, door minimaal twee jaar op beroepsmatige basis creatief werk te hebben ontwikkeld en een professionele creatieve beroepspraktijk te hebben uitgeoefend, zoals blijkt uit een cv;
- •
Creatieve mogelijk-maker: een persoon die werkt vanuit een uitgesproken creatieve visie en missie. Een creatieve mogelijk-maker produceert of presenteert werk van makers die hierbij passen. Voorbeelden van creatieve mogelijk-makers zijn creative producers, curatoren en programmeurs. De creatieve mogelijk-maker werkt bij of werkt samen met een professionele culturele organisatie in Breda en heeft minimaal twee jaar relevante ervaring en competenties opgebouwd in het professionele cultuurveld, zoals blijkt uit een cv;
- •
Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis;
- •
Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad;
- •
Culturele organisatie: een professionele organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie;
- •
Professionele cultuurveld: het veld van professionele creatieve makers en professionele culturele organisaties die primair gericht zijn op het beroepsmatig vervaardigen, produceren, ontwikkelen of tonen van cultureel aanbod;
- •
Street sports & culture: Street Sports & Culture is de verzamelnaam voor een breed palet aan muzikale, visuele, fysieke en creatieve uitingsvormen die ontstaan vanuit de leefwereld van (jonge) inwoners en zich ontwikkelen in de openbare ruimte. Kenmerkend is dat de initiatieven ontstaan van onderop, vanuit de gemeenschap zelf, en buiten de traditionele kaders van formele organisaties. Zelfexpressie, gemeenschapsvorming en laagdrempelige deelname staan centraal.
- •
Tendersysteem: subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de in deze paragraaf genoemde vereisten en worden onderling gewogen.
Artikel 14:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is voor creatieve talenten en (mogelijk-)makers die minimaal een jaar werken in de gemeente Breda en zich artistiek willen ontwikkelen binnen hun professionele creatieve beroepspraktijk om ambities te realiseren.
- 2.
Creatieve talenten en (mogelijk-)makers kunnen zowel individueel als namens een collectief subsidie aanvragen. Als er sprake is van een collectief kan er één subsidieaanvraag worden ingediend voor een gezamenlijk project.
- 3.
Een aanvrager mag per aanvraagronde uit artikel 14:9 maar één aanvraag indienen. Dit kan een individuele aanvraag zijn of een aanvraag als onderdeel van een collectief.
- 4.
Creatieve talenten en (mogelijk-)makers binnen alle cultuurdisciplines, street sports & culture, interdisciplinaire projecten en crossovers kunnen subsidie aanvragen.
- 5.
Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen.
Artikel 14:4 Activiteiten
De subsidie is voor activiteiten die een impuls geven aan de professionele creatieve loopbaan van talenten en (mogelijk-)makers en waarmee zij zich verbinden aan het werkveld en de stad.
Artikel 14:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie.
- 1.
Het project is van voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht.
- 2.
Het project geeft een impuls aan de artistieke ontwikkeling van de creatieve loopbaan van de subsidieaanvrager, zoals blijkt uit uitbreiding of vernieuwing ten opzichte van eerdere activiteiten en ervaring.
- 3.
Het project heeft voldoende organisatorische en zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting, een gedegen en doordachte aanpak en realistische planning.
- 4.
De aanvrager levert een bijdrage aan een evenwichtige Bredase culturele infrastructuur, door de positionering in de sector en door samenwerking met culturele organisaties en/of andere creatieve makers. Met het project verbindt de subsidieaanvrager zich aan het werkveld en/of de stad.
- 5.
De aanvrager is een creatief talent of een creatieve (mogelijk-)maker die werkt in de gemeente Breda.
- 6.
Het project vindt plaats in de gemeente Breda.
- 7.
Het project vindt plaats in 2027 en start niet eerder dan 13 weken na sluiting de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 14:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 264.710.
- 2.
In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed.
- 3.
De aanvrager kan voor kalenderjaar 2027 één keer subsidie ontvangen uit deze paragraaf.
- 4.
De maximale subsidie is € 5.000 per aanvraag.
- 5.
De maximale subsidie voor een collectief is per lid van het collectief € 5.000 en in totaal maximaal € 15.000 per aanvraag.
Artikel 14:7 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- 1.
Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en).
- 2.
Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en).
- 3.
Er wordt geen subsidie gegeven voor de aankoop van computers, tablets en mobiele telefoons.
- 4.
Er wordt geen subsidie gegeven voor reis – verblijfskosten in of naar het buitenland.
Artikel 14:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat.
- 2.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een activiteitenplan van maximaal 10 pagina’s, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de subsidievoorwaarden, in het format van de gemeente Breda;
- b.
een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda;
- c.
een CV van het talent of de (mogelijk-)maker waaruit de reeds opgedane ervaringen binnen de creatieve loopbaan blijken;
- d.
eventueel een samenwerkingsovereenkomst met een professionele culturele organisatie (in het geval van een mogelijk-maker);
- e.
voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
Artikel 14:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd binnen een van de onderstaande indientermijnen:
- a.
Van 1 augustus tot 1 oktober 2026 (start activiteiten vanaf 1 januari 2027)
- b.
Van 1 januari tot 1 maart 2027 (start activiteiten vanaf 1 juni 2027)
- 2.
In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed.
Artikel 14:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als er in een indientermijn meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond met een tenderprocedure. De aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. De beoordelingscriteria zijn:
- a.
Het project is van voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht, te waarderen met 100 punten.
- b.
Het project geeft een impuls aan de artistieke ontwikkeling van de creatieve loopbaan van de subsidieaanvrager, zoals blijkt uit uitbreiding of vernieuwing ten opzichte van eerdere activiteiten en ervaring, te waarderen met 100 punten.
- c.
Het project heeft voldoende organisatorische en zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting, een gedegen en doordachte aanpak en een realistische planning, te waarderen met 100 punten.
- d.
De aanvrager levert een bijdrage aan een evenwichtige Bredase culturele infrastructuur, door de positionering in de sector, door samenwerking met culturele organisaties en/of andere creatieve makers, en met het project verbindt de aanvrager zich aan het werkveld en de stad, te waarderen met 100 punten.
- 2.
Aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag waaraan de meeste punten is toegekend, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. In de toelichting op deze paragraaf zijn de criteria en de manier waarop de criteria worden gewogen, uitgewerkt.
- 3.
Als een aanvraag niet compleet is en/of niet voldoet aan voorwaarden 5 t/m 7 uit artikel 14:5, dan wordt de aanvraag geweigerd en doet deze aanvraag niet mee met de tenderprocedure.
- 4.
Als de subsidieaanvrager op een beoordelingscriterium minder dan 41 punten behaalde, dan wordt de aanvraag geweigerd.
- 5.
Als een subsidieaanvraag in totaal minder dan 200 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd.
- 6.
Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium d ‘Bijdrage aan culturele infrastructuur’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking.
- 7.
Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het beoordelingscriterium b ‘Impuls aan creatieve loopbaan’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking.
- 8.
Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
Artikel 14:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.
Artikel 14:12 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
De aanvrager of één van de leden van een collectief al subsidie heeft ontvangen vanuit deze paragraaf voor kalenderjaar 2027.
- b.
De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2027 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidie Samen cultuur maken, Culturele Activiteiten in de Dorpen en wijken Breda, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda, Creatieve Talenten en Makers Breda) heeft ontvangen.
- c.
De activiteiten onderdeel uitmaken van een kunst(vak)opleiding/-cursus.
Artikel 14:13 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie:
- a.
De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie.
- b.
De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen.
- c.
De subsidieontvanger neemt deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft.
Paragraaf 14.2 Subsidie Culturele Activiteiten in de Dorpen en Wijken Breda
Artikel 14:14 Doel subsidie
Subsidie op basis van deze paragraaf ondersteunt culturele activiteiten in de dorpen en wijken van Breda, die bewoners stimuleren om te komen kijken of mee te doen. De activiteit wordt gestart en ontwikkeld door of samen met buurtbewoners. Breda vergroot de leefbaarheid in de dorpen en wijken en versterkt de sociale cohesie.
Artikel 14:15 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
Cultuurparticipatie: het meedoen aan cultuur, actief door zelf te maken of doen of passief door te kijken of luisteren als publiek;
- •
Laagdrempelig: gemakkelijk toegankelijk voor verschillende doelgroepen. Dit betekent dat fysieke, sociale en/of digitale drempels zoveel mogelijk worden weggenomen, zodat deelname voor een breed publiek mogelijk is.
- •
Wijk- of dorpsgerichte culturele activiteit: een activiteit die primair van artistiek-culturele aard. Hiermee wordt bedoeld dat de activiteit draait om een kunstzinnige of creatieve uiting. Daarnaast is de activiteit specifiek bedoeld voor de inwoners van één of twee Bredase wijken of dorpen.
Artikel 14:16 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is voor initiatiefnemers van een wijk- of dorpsgerichte culturele activiteit, bijvoorbeeld buurtbewoners, wijk- en dorpsraden, creatieve makers, culturele organisaties en maatschappelijke organisaties.
- 2.
Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen.
Artikel 14:17 Activiteiten
De subsidie is voor culturele activiteiten in de Bredase dorpen en wijken die bewoners stimuleren om te komen kijken of mee te doen.
Artikel 14:18 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie.
- 1.
De subsidieaanvrager heeft een wijk- of dorpsgerichte culturele activiteitgericht op de inwoners van één of twee Bredase dorpen of wijken.
- 2.
De activiteit wordt gestart en ontwikkeld door of samen met buurtbewoners, waarbij de aanvrager duidelijk aantoonbaar maakt in hoeverre buurtbewoners betrokken zijn.
- 3.
De activiteit is laagdrempelig en stimuleert buurtbewoners om mee te doen of te komen kijken.
- 4.
De activiteit is nieuw en vindt voor het eerst plaats of het project is een al bestaande activiteit, maar wordt verder doorontwikkeld. Dat wil zeggen dat de activiteit inhoudelijk veranderd, verbeterd of vernieuwd wordt.
- 5.
De activiteit vindt plaats in de gemeente Breda.
- 6.
De activiteit vindt plaats in 2027 en start niet eerder dan 13 weken na het indienen van de aanvraag.
Artikel 14:19 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 105.884.
- 2.
De maximale subsidie per aanvrager is € 10.000 per kalenderjaar.
Artikel 14:20 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- 1.
Subsidie kan worden aangevraagd voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit, bijvoorbeeld de huur van een locatie, apparatuur en culturele programmering.
- 2.
Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van het project. De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit.
- 3.
Kosten voor eten en drinken kunnen voor 1/3 deel gesubsidieerd worden.
Artikel 14:21 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat.
- 2.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een activiteitenplan van maximaal 10 pagina’s, in het format van de gemeente Breda;
- b.
een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda;
- c.
voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
Artikel 14:22 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd vóór 1 oktober 2026.
- 2.
Het aanvraagtijdvak vangt aan op 1 augustus 2026.
- 3.
Als het subsidieplafond is bereikt, kunnen er geen aanvragen meer worden ingediend.
Artikel 14:23 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Burgemeester en wethouders verdelen subsidie op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvraag, totdat het subsidieplafond is bereikt.
Artikel 14:24 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de aanvraag is ingediend;
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.
Artikel 14:25 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
De subsidieaanvraag voor kalenderjaar 2027 al € 10.000 aan subsidie uit deze regeling heeft ontvangen.
- b.
De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2027 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken Breda, Culturele Activiteiten in de Dorpen en wijken Breda, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda, Creatieve Talenten en Makers Breda) heeft ontvangen.
- c.
De activiteit een regulier presentatiemoment van cultuurbeoefenaars in de vrije tijd is.
- d.
De activiteit een straat- of buurtfeest is.
Artikel 14:26 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie:
- a.
De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie.
- b.
De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen.
- c.
De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan bij de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda.
- d.
De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft.
Paragraaf 14.3 Subsidie Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda
Artikel 14:27 Doel subsidieregeling
Subsidie op basis van deze paragraaf faciliteert culturele projecten die een breed publiek aantrekken en Breda op de kaart zetten als stad van de creatieve industrie. De projecten dragen bij aan één of meerdere doelen uit het cultuurbeleid:
- •
Het bieden van een podium aan Bredase talenten en makers;
- •
Het stimuleren van creatieve experimenten en nieuwe initiatieven;
- •
Het geven van een impuls aan cultuur voor en door jongeren;
- •
Het stimuleren van verbindingen tussen de cultuursector, het onderwijs, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven;
- •
Het vergroten van de zichtbaarheid van cultuur, bijvoorbeeld in de publieke ruimte;
- •
Het bijdragen aan Breda als internationale hotspot van Toegepaste Technologie en Creativiteit (TT&C).
Artikel 14:28 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
Cofinanciering: andere inkomsten naast subsidiebijdragen van de gemeente Breda, bijvoorbeeld inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, fondsen en bijdragen in natura (met uitzondering van vrijwilligersinzet);
- •
Culturele infrastructuur: alle culturele voorzieningen vormen, samen met het aanbod, de culturele infrastructuur van de stad;
- •
Culturele amateurkunstorganisaties: vrijwilligersorganisaties met een artistiek inhoudelijke doelstelling waarvan de deelnemers een bepaalde kunstvorm beoefenen op een niet-beroepsmatige basis;
- •
Culturele organisatie: een professionele organisatie met een in de statuten verankerde culturele doelstelling, die niet valt onder de bepaling van een culturele amateurkunstorganisatie;
- •
Cultuurbeleid: het document Cultuurbeleid 2025-2040: ‘Stad van creatief talent’. Hierin staan beleidsdoelen die de gemeente Breda wil bereiken. Dit beleidskader wordt gebruikt bij het beoordelen van de aanvragen;
- •
Cultureel project met stedelijk belang: een project dat primair van artistiek-culturele aard is, draait om een kunstzinnige of creatieve uiting, Breda op de kaart zet als stad van creatief talent en aantrekkingskracht heeft op bewoners en bezoekers.
- •
Inhoudelijke samenwerking: houdt in dat partijen op artistiek gebied actief meedenken en meewerken aan de inhoud van een activiteit.
- •
Tendersysteem: subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van de in deze regeling genoemde vereisten en worden onderling gewogen.
- •
De-minimis verklaring: de de-minimisverklaring wordt ingezet om te controleren of een organisatie de-minimissteun ontvangt en hoeveel. In de verklaring dient ingevuld te worden hoeveel staatsteun in het huidige en de twee voorgaande belastingjaren is ontvangen. Hiermee wordt gecontroleerd of dit bedrag niet het maximum van 300.000 euro overschrijdt.
Artikel 14:29 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is voor initiatiefnemers van een cultureel project met stedelijk belang, bijvoorbeeld creatieve makers, culturele organisaties, maatschappelijke organisaties of evenementenorganisaties.
- 2.
Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon.
Artikel 14:30 Activiteiten
De subsidie is voor culturele projecten die Breda op de kaart zetten als stad van creatief talent en een breed publiek aantrekken.
Artikel 14:31 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie.
- 1.
Het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit de visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht.
- 2.
Het project heeft voldoende zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering, een realistische planning en passend ondernemerschap qua verbindingen in stad en samenwerkingen.
- 3.
Het project heeft voldoende stedelijk belang, zoals blijkt uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur, omgevingsbewustzijn en aansluiting bij het cultuurbeleid ‘Stad van Creatief Talent 2025-2040’.
- 4.
Het project heeft een voldoende breed en divers publieksbereik, zoals blijkt uit een visie op duurzame publieksopbouw en een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen.
- 5.
De subsidieaanvrager is gevestigd in de gemeente Breda of gaat een inhoudelijke samenwerking aan met een in de gemeente Breda gevestigde culturele organisatie.
- 6.
Het project vindt plaats in de gemeente Breda.
- 7.
De uitvoering van het project is kortstondig van aard en duidelijk afgebakend in tijd en omvang. Doorlopende programma’s of jaarplannen met meerdere activiteiten komen niet in aanmerking voor subsidie.
- 8.
Het project vindt plaats in 2027 en start niet eerder dan 13 weken na sluiting van de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 14:32 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 444.713.
- 2.
In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed.
- 3.
Een aanvrager kan voor kalenderjaar 2027 maar één keer subsidie ontvangen uit deze regeling.
- 4.
De maximale subsidie per aanvrager is € 50.000 per kalenderjaar.
- 5.
De subsidie per aanvraag is maximaal 60% van de subsidiabele kosten.
Artikel 14:33 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- 1.
Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en).
- 2.
Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en).
Artikel 14:34 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat.
- 2.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een activiteitenplan van maximaal 20 pagina’s, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden;
- b.
een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda;
- c.
een toelichting op het dekkingsplan met de beoogde cofinanciering;
- d.
eventueel een samenwerkingsovereenkomst met de betrokken organisatie(s);
- e.
statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
- 3.
Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van de naleving van de staatssteunregels aanvrager vragen een de-minimisverklaring in te vullen. Deze de-minimisverklaring telt niet mee voor de volledigheid van de aanvraag in de zin van artikel 14:36, derde lid. Vult aanvrager de de-minimisverklaring niet in of blijkt uit de verklaring dat de subsidieverlening in strijd is met de staatssteunregels dan kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de aanvraag te weigeren.
- 4.
Bij de behandeling van de subsidieaanvraag worden uitsluitend bovengenoemde stukken beoordeeld. Alle overige ingediende documenten, bijlagen of aanvullende informatie worden niet meegenomen in de beoordeling van de aanvraag.
Artikel 14:35 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd binnen een van de onderstaande indientermijnen:
- o
Van 1 augustus tot 1 oktober 2026 (start activiteiten vanaf 1 januari 2027)
- o
Van 1 januari tot 1 maart 2027 (start activiteiten vanaf 1 juni 2027)
- 2.
In de eerste indientermijn wordt maximaal 70% van het subsidieplafond besteed.
Artikel 14:36 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Burgemeester en wethouders verdelen het subsidieplafond met een tenderprocedure. De aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag, tot het subsidieplafond is bereikt. De beoordelingscriteria zijn:
- a.
Het project heeft voldoende artistieke kwaliteit, zoals blijkt uit visie, oorspronkelijkheid, vakdeskundigheid en zeggingskracht, te waarderen met 100 punten.
- b.
Het project heeft voldoende zakelijke kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering, een realistische planning en passend ondernemerschap qua verbindingen in stad en samenwerkingen, te waarderen met 100 punten.
- c.
Het project heeft voldoende stedelijk belang, zoals blijkt uit de bijdrage aan de Bredase culturele infrastructuur, omgevingsbewustzijn en aansluiting bij het cultuurbeleid ‘Stad van Creatief Talent’, te waarderen met 100 punten.
- d.
Het project heeft een voldoende breed en divers publieksbereik, zoals blijkt uit een visie op duurzame publieksopbouw en een passende benadering van (nieuwe) doelgroepen, te waarderen met 100 punten.
- 2.
Aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal behaalde punten. De aanvraag waaraan de meeste punten is toegekend, komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin de aanvraag voldoet aan het criterium. In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de manier waarop de criteria worden gewogen, uitgewerkt.
- 3.
Als een aanvraag niet compleet is en/of niet voldoet aan voorwaarden 5 t/m 8 uit artikel 14:31, dan wordt de aanvraag geweigerd en doet deze aanvraag niet mee met de tenderprocedure.
- 4.
Een aanvraag moet een minimum aantal punten halen per criterium en in totaal om voor subsidie in aanmerking te komen:
- a.
Als een subsidieaanvraag tot op een beoordelingscriterium minder dan 41 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd.
- b.
Als een subsidieaanvraag in totaal minder dan 200 punten behaalt, dan wordt de aanvraag geweigerd.
- 5.
Als aanvragen na de beoordeling op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium c ‘Stedelijk belang’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking.
- 6.
Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt de rangschikking bepaald door het beoordelingscriterium d ‘Publieksbereik’, waarbij de aanvraag met de meeste punten op dit beoordelingscriterium hoger eindigt in de rangschikking.
- 7.
Als het toepassen van het vorige lid ervoor zorgt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.
Artikel 14:37 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.
Artikel 14:38 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2027 al € 50.000 aan subsidie uit deze regeling heeft ontvangen.
- b.
De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2027 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken Breda, Culturele Activiteiten in de Dorpen en wijken Breda, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda, Creatieve Talenten en Makers Breda) heeft ontvangen.
- c.
Als voor het project al eerder subsidie is verleend door de gemeente Breda op grond van een (meerjarige) subsidieregeling van de gemeente Breda.
Artikel 14:39 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie:
- a.
De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders of de beoogde cofinanciering is gelukt. Als blijkt dat de cofinanciering niet is gelukt, kan de subsidie worden ingetrokken of lager worden bijgesteld.
- b.
De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie.
- c.
De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen.
- d.
De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan op de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda.
- e.
De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft.
Paragraaf 14.4 Subsidie Samen Cultuur Maken Breda
Artikel 14:40 Doel
Subsidie op basis van deze paragraaf stimuleert actieve cultuurparticipatie van Bredase bewoners in groepsverband. Breda maakt activiteiten mogelijk van (nieuwe) groepen van jongeren en amateurkunstenaars die cultuur beoefenen in de vrije tijd, bestaande amateurkunstverenigingen die verbreden, vernieuwen of doorontwikkelen, en publieke presentatiemomenten van cultuurbeoefenaars in de vrije tijd.
Artikel 14:41 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
Actieve cultuurparticipatie: cultuurbeoefening in de vrije tijd, bijvoorbeeld muziek maken met je band of orkest, schilderen, toneelspelen of breaken op straat;
- •
Cofinanciering: andere inkomsten naast de subsidiebijdragen van de gemeente Breda, bijvoorbeeld deelnemersbijdragen of contributie, inkomsten uit kaartverkoop, sponsoring, fondsen en bijdragen in natura (met uitzondering van vrijwilligersinzet). Cofinanciering mag niet uitsluitend bestaan uit bijdragen in natura;
- •
Professionele leiding/begeleiding: de activiteiten worden professioneel begeleid door een persoon of partij uit het professionele cultuurveld;
- •
Professionele cultuurveld: het veld van professionele creatieve makers en professionele culturele organisaties die primair gericht zijn op het beroepsmatig vervaardigen, produceren, ontwikkelen of tonen van cultureel aanbod.
- •
Regulier les- en cursusaanbod op het gebied van kunst en cultuur: structureel en terugkerend onderwijsaanbod in kunst- en cultuurdisciplines, dat gericht is op vaardigheidsontwikkeling of educatie, wordt aangeboden tegen betaling van les- of cursusgeld en voor een brede of vaste doelgroep openstaat. Hieronder vallen onder meer lessen, cursussen en opleidingen die onderdeel uitmaken van het reguliere aanbod van kunstencentra, muziekscholen, particuliere aanbieders of zelfstandige docenten.
Artikel 14:42 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is voor initiatieven op het gebied van actieve cultuurparticipatie in groepsverband, bijvoorbeeld amateurkunstverenigingen, street culture and sports-collectieven of game-ontwikkelgroepen.
- 2.
Natuurlijke personen of rechtspersonen zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen.
Artikel 14:43 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
De subsidie is voor:
- 1.
Samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen, waarbij de deelnemers onder professionele begeleiding samenkomen om kunst te maken of een vorm van cultuur te beoefenen, nieuwe dingen te leren en elkaar te ontmoeten.
- 2.
Publieke presentatiemomenten door cultuurbeoefenaars in de vrije tijd, waarbij het resultaat wordt getoond aan een breed publiek.
- 3.
De activiteiten ‘samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen’ en ‘publieke presentatiemomenten’ kunnen in één aanvraag gecombineerd worden.
Artikel 14:44 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie. In de toelichting op deze regeling zijn de voorwaarden uitgebreider uitgelegd.
- 1.
De aanvrager zet actief in op één of meerdere van de onderstaande doelen:
- a.
Bevorderen van actieve cultuurparticipatie onder jeugd en jongeren: de activiteit is gericht op jeugd en/of jongeren, of deze doelgroep wordt actief betrokken;
- b.
Stimuleren en versterken van verbindingen: de activiteit bevat een samenwerking met het professionele cultuurveld, een maatschappelijke of sociale organisatie, scholen, sportverenigingen, bedrijven of een (andere) amateurkunstorganisatie binnen een ander genre en/of discipline;
- c.
Vergroten van de zichtbaarheid van cultuurbeoefening in de vrije tijd: met de activiteiten wordt bijgedragen aan de zichtbaarheid en bekendheid van cultuurbeoefening in de vrije tijd.
- 2.
De activiteiten zijn van voldoende organisatorische kwaliteit, zoals blijkt uit een realistische begroting met minimaal 40% cofinanciering en een realistische planning.
- 3.
Er is sprake van professionele leiding/begeleiding, zoals blijkt uit de samenwerking met een persoon of partij uit het professionele cultuurveld.
- 4.
Bij de activiteiten zijn minimaal 5 deelnemers betrokken of in het geval van een amateurkunstvereniging heeft deze minimaal 10 leden.
- 5.
De activiteiten vinden plaats in de gemeente Breda.
- 6.
De activiteiten vinden plaats in 2027 en starten niet eerder dan 13 weken na sluiting van de indientermijn waarin de aanvraag is ingediend.
Artikel 14:45 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 300.725.
- 2.
De maximale subsidie per aanvrager is € 10.000 per kalenderjaar, waarvan maximaal € 7.500 voor samen oefenen, repeteren en/of ontwikkelen en maximaal € 2.500 voor publieke presentatiemomenten.
- 3.
De subsidie per aanvraag is maximaal 60% van de subsidiabele kosten.
Artikel 14:46 Waar kan subsidie voor worden aangevraagd?
- 1.
Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en), bijvoorbeeld de huur van een repetitielocatie, apparatuur en professionele leiding/begeleiding.
- 2.
Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en).
- 3.
Er wordt geen subsidie gegeven voor de aankoop van computers, tablets en mobiele telefoons.
- 4.
Er wordt geen subsidie gegeven voor verblijfkosten in de vorm van overnachtingen.
Artikel 14:47 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Een subsidieaanvrager maakt gebruik van het formulier dat daarvoor op de website van de gemeente staat.
- 2.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een activiteitenplan van maximaal 10 pagina’s, in het format van de gemeente Breda;
- b.
een activiteitenbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar, in het format van de gemeente Breda;
- c.
een toelichting op de inkomsten op de begroting met de beoogde cofinanciering (het dekkingsplan);
- d.
een toelichting op de professionele leiding/begeleiding en een cv of samenwerkingsovereenkomst met een persoon of partij uit het professionele cultuurveld;
- e.
voor rechtspersonen: statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel.
Artikel 14:48 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd tussen 1 augustus en 1 oktober 2026 (start activiteiten vanaf 1 januari 2027)
Artikel 14:49 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Als er in een indientermijn meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op de volgende manier: de subsidiebedragen van de aanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden naar rato naar beneden bijgesteld.
Artikel 14:50 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken nadat de indientermijn is gesloten.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.
Artikel 14:51 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de Subsidieverordening van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als:
- a.
De subsidieaanvrager voor kalenderjaar 2027 al € 60.000 aan activiteitensubsidies cultuur (Subsidieregelingen Samen Cultuur Maken, Culturele Activiteiten in de Dorpen en wijken Breda, Culturele Projecten met Stedelijk Belang Breda, Creatieve Talenten en Makers Breda) heeft ontvangen.
- b.
De activiteiten onderdeel uitmaken van cultuureducatie in schoolverband of een kunst(vak)opleiding (onderwijs) of regulier les- en cursusaanbod op het gebied van kunst en cultuur.
- c.
De subsidieaanvraag de viering van jubilea of de publicatie van boeken, catalogi, platen, cd’s ter promotie van makers en gezelschappen betreft.
- d.
Als voor het project al eerder subsidie is verleend door de gemeente Breda op grond van een (meerjarige) subsidieregeling van de gemeente Breda.
Artikel 14:52 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van deze subsidie:
- a.
De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie.
- b.
De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen.
- c.
De subsidieontvanger meldt publieke activiteiten aan bij de UITagenda van explorebreda.com. Breda Marketing controleert en bepaalt vervolgens of de activiteit wordt geplaatst in de UITagenda.
- d.
De subsidieontvanger neem deel aan (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft.
Hoofdstuk 15 Erfgoed
Paragraaf 15.1 Algemene bepalingen
Artikel 15:1 Betekenissen
- -
Aangewezen organisatie voor monumentenbehoud: een privaatrechtelijke rechtspersoon die ten minste tien beschermde monumenten in eigendom heeft, en voldens burgemeester en wethouders beschikt over voldoende professionele deskundigheid;
- -
Cultureel erfgoed: materiële, immateriële, zichtbare en onzichtbare overblijfselen van onze maatschappelijke ontwikkeling, die burgemeester en wethouders waardevol vinden voor ons gemeenschappelijke geheugen en onze identiteit;
- -
Erfgoedorganisaties: organisaties die het cultureel erfgoed als hun aandachtsgebied beschouwen. Inspectierapport: rapport over een beschermd monument dat de technische of fysieke staat van dat monument beschrijft en dat is opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ter zake deskundige persoon of instantie;
- -
Subsidiabele kosten monumenten: kosten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn om een beschermd monument in stand te houden;
- -
Zelfstandig onderdeel: het onderdeel van een beschermd monument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid en dat deel is van een park of tuinaanleg behorend aan één eigenaar.
Artikel 15:2 Geldend beleidskader
Het beleidskader voor de subsidies uit dit hoofdstuk is de erfgoedvisie Grondstof voor de Toekomst 2019, zoals vastgesteld door de raad op 23 januari 2020, verlengd tot 31-12-2027.
Artikel 15:3 Voor wie
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van dit hoofdstuk subsidie verstrekken aan:
- a.
- b.
natuurlijke personen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument;
- c.
stichtingen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument of op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511);
- d.
aangewezen organisaties voor monumentenbehoud die een recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk of rijksmonument.
- e.
rechtspersonen die op projectbasis initiatieven ontplooien op het gebied van erfgoed gericht op talentontwikkeling, erfgoededucatie en erfgoedparticipatie.
- 2.
Burgemeester en wethouders verstrekken alleen subsidie als de activiteiten zich, overeenkomstig artikel 6 van de ASV, richten op de gemeente Breda en aantoonbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente Breda.
Paragraaf 15. 2 Subsidie Erfgoedactiviteiten in de Buurt Gemeente Breda 2027
Artikel 15:4 Doel subsidie
Het doel van subsidie op grond van deze paragraaf is om kleine organisaties of musea te helpen bij het maken van inhoudelijke en publieksgerichte activiteiten. De activiteiten stimuleren samenwerking en passen bij de nieuwe manier waarop erfgoed in Breda wordt beleefd.
De gemeente zet met dit nieuwe beleid in op drie pijlers: bewaren, beleven en delen:
- •
Bewaren: een toekomstbestendig depot en bescherming van unieke gebouwen en landschappen.
- •
Beleven: erfgoedpunten in alle wijken, augmented reality-routes, escape tours en samenwerking met creatieve makers.
- •
Delen: ruimte voor álle stemmen, van jong tot oud, met participatie via burgerjury’s, verhalenavonden en digitale platforms.
Artikel 15:5 Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
(Erfgoed)collecties: Verzamelingen van objecten, documenten of verhalen met historische, maatschappelijke en/of culturele betekenis. Ze vormen de basis voor behoud, onderzoek, presentatie en educatie.
- •
(Erfgoed)educatie: voorlichting geven over het verleden aan de hand van het cultureel erfgoed. Educatieve activiteiten die kennis en begrip over erfgoed overdragen aan diverse doelgroepen zoals inwoners, bezoekers en scholieren. Gericht op bewustwording, overdracht van verhalen en begrip van het verleden. Kan plaatsvinden via lessen, rondleidingen, workshops of publieksactiviteiten.
- •
Erfgoedorganisaties: organisaties die het cultureel erfgoed als hun aandachtsgebied beschouwen. Cultureel erfgoed omvat die materiële, immateriële, zichtbare en onzichtbare overblijfselen van onze maatschappelijke ontwikkeling, die burgemeester en wethouders waardevol vinden voor ons gemeenschappelijke geheugen en onze identiteit;
- •
Immaterieel erfgoed: niet-tastbaar erfgoed. Erfgoed dat in de hoofden, harten en handen van mensen zit die deze praktijken beleven, belichamen of willen doorgeven. Denk hierbij aan dans, rituelen, ambachten, of culinaire tradities. Kleinschalige routes: verschillende korte thematische wandel- en fietsroutes binnen je eigen wijk of buurt.
- •
Materieel erfgoed: de combinatie van roerend en onroerend erfgoed. Onroerend erfgoed omvat onverplaatsbare elementen, zoals landschappen, monumenten en waardevolle gebouwen en archeologische sites. Roerend erfgoed omvat verplaatsbare elementen, zoals objecten, gebruiksvoorwerpen, schilderijen, meubelstukken, documenten, foto’s.
Artikel 15:6 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Deze subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon zonder winstoogmerk of een natuurlijk persoon. De aanvrager beheert, presenteert en duidt een collectie of een samenhangend geheel van materieel en/of immaterieel erfgoed. De organisatie is actief met vrijwilligers.
Artikel 15:7 Activiteiten
- 1.
Subsidie op grond van deze paragraaf stimuleert kleinschalige en inhoudelijk sterke activiteiten. Deze activiteiten helpen organisaties om publieksactiviteiten te ontwikkelen die ook op de langere termijn passend zijn.
- 2.
De aanvrager kan subsidie aanvragen voor activiteiten binnen de volgende onderdelen:
- a.
Beleving en presentatie
Activiteiten zoals thematische presentaties, kleinschalige exposities, micro exposities, kleine routes en eenvoudige digitale toepassingen. Ook het testen van nieuwe vormen van presentatie valt hieronder.
- b.
Kennis en educatie
Activiteiten gericht op kennisoverdracht en educatie, zoals activiteiten voor jongeren, educatieve samenwerkingen met scholen, onderzoek met vrijwilligers en het toegankelijk maken van (delen van) collecties.
- c.
Beheer en toegankelijkheid
Kleine aanpassingen die direct bijdragen aan een betere ervaring voor bezoekers, bijvoorbeeld verbeteringen in presentatie of toegankelijkheid.
- d.
Ontwikkeling en samenwerking
Activiteiten waarbij erfgoed wordt verbonden met actuele thema’s, gebiedsontwikkeling of samenwerking met makers, ontwerpers of andere musea.
Artikel 15:8 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- 1.
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet de aanvrager aan de hieronder beschreven voorwaarden voldoen:
- a.
De aanvrager woont of is gevestigd in de gemeente Breda (statutaire zetel en/of bezoekadres).Dit blijkt uit het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en uit het feit dat de organisatie Bredase inwoners en/of erfgoedgemeenschappen en organisaties betrekt.
- b.
De activiteit vindt plaats in de gemeente Breda;
- c.
De activiteiten zijn van voldoende organisatorische kwaliteit, zoals blijkt uit een sluitende begroting met minimaal 10% cofinanciering en een realistische planning;
- d.
De aanvraag bevat een activiteitenplan waarbij de ontwikkeling van toekomstbestendige publieksactiviteiten bij erfgoedorganisaties centraal staan. Uit dit projectplan blijkt dat wordt voldaan aan onderstaande beoordelingscriteria (zoals uitgeschreven in artikel 15:12):
- i.
Inhoudelijke kwaliteit en erfgoed waarde (samen met impact op stad en thema's;
- ii.
Zakelijke kwaliteit samen met uitvoerbaarheid en organisatie;
- iii.
Samenwerking en Crossovers;
- iv.
Toegankelijkheid en publiekswerking.
- 2.
Bij de beoordeling houden burgemeester en wethouders rekening met het profiel, de context en de ervaring van de subsidieaanvrager.
- 3.
Als niet is voldaan aan één of meerdere voorwaarden, dan krijgt de subsidieaanvrager geen subsidie.
Artikel 15:9 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 28.933,10.
- 2.
Iedere subsidieaanvrager kan per kalenderjaar maximaal € 3.000 ,- aan subsidie op basis van dit hoofdstuk ontvangen.
Artikel 15:10 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Bij de subsidieaanvraag stuurt de aanvrager de volgende documenten mee:
- a.
een activiteitenplan volgens verplicht format (zoals vermeld op de website), waarin duidelijk wordt gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden en doelstellingen zoals beschreven in artikel 15:4 en artikel 15:8;
- b.
een sluitende activiteitenbegroting volgens verplicht format (genoemd op de website);
- c.
een toelichting op het dekkingsplan met de beoogde cofinanciering;
- d.
uittrekstel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en eventueel statuten, bij een rechtspersoon;
- e.
in het geval van samenwerking: een samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring.
- 2.
Een onvolledige aanvraag (met uitzondering van administratieve omissies) of een aanvraag die niet voldoet aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 15:8 wordt niet inhoudelijk beoordeeld. Voor onvolledige aanvragen waar het gaat om administratieve aanvullingen, wordt een hersteltermijn geboden van 14 dagen.
Artikel 15:11 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvrager dient de subsidieaanvraag in bij burgemeester en wethouders binnen een van de volgende termijnen:
- a.
van 1 augustus tot 1 oktober 2056, voor activiteiten die starten vanaf 1 januari 2027;
- b.
van 1 januari tot 1 maart 2027, voor activiteiten die starten vanaf 1 juni 2027.
- 2.
Burgemeester en wethouders besteden in de eerste indieningsperiode maximaal 70% van het subsidieplafond.
Artikel 15:12 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Burgemeester en wethouders verdelen het subsidieplafond met een tenderprocedure op de volgende manier:
- 1.
De aanvragen worden toegekend op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag. De aanvragen die het hoogste scoren, worden toegekend tot dat het subsidieplafond bereikt is. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van de volgende beoordelingscriteria:
- a.
Inhoudelijke kwaliteit en Erfgoedwaarde (max. 100 punten)
Bij dit criterium beoordelen burgemeester en wethouders of de activiteit(en) inhoudelijk sterk zijn en een duidelijke meerwaarde hebben voor het erfgoed en het maatschappelijk of stedelijk belang van Breda. De activiteiten sluiten aan bij de erfgoedvisie en het erfgoedbeleid van de gemeente, met de pijlers bewaren, beleven en delen, zoals deze zijn uitgelegd in artikel 15.4. In het plan is een duidelijke visie opgenomen met een helder doel, erfgoedthema en betekenis voor Breda. Ook beoordelen burgemeester en wethouders de kwaliteit van de activiteiten, zoals oorspronkelijkheid, vakmanschap en zeggingskracht. Daarnaast wegen burgemeester en wethouders of de aanvraag aan een evenwichtig erfgoedaanbod en aan actuele dorps- en stadsverhalen bijdraagt.
- b.
Toegankelijkheid en Publiekswerking (max. 100 punten)
Bij dit criterium beoordelen burgemeester en wethouders of de activiteit(en) toegankelijk zijn voor een breed publiek en of sprake is van een doordachte publiekswerking. Het plan laat zien hoe zowel bestaand als nieuw publiek wordt bereikt en betrokken, met aandacht voor inclusie en het wegnemen van drempels. Daarnaast bevat het plan een duidelijke visie en beschrijving op toegankelijkheid, bijvoorbeeld op het gebied van fysieke bereikbaarheid, communicatie, taalniveau en betaalbaarheid.
- c.
Samenwerking en Verbindingen (max. 100 punten)
Bij dit criterium beoordelen burgemeester en wethouders in hoeverre de aanvrager aantoonbaar samenwerkt met relevante partners uit het erfgoedveld, onderwijs, technologie, ecologie, cultuur en/of toerisme. Samenwerking met erfgoedlocaties, vrijwilligers, erfgoedorganisaties, kunst- en cultuurinstellingen, onderwijsinstellingen, toerisme organisaties, kunstenaars en lokale partners draagt bij aan de kwaliteit, het bereik en de duurzaamheid van de activiteit. Activiteiten scoren hoger wanneer de samenwerking inhoudelijk is onderbouwd, wederzijds voordeel oplevert en concreet is vastgelegd, bijvoorbeeld via afspraken over rollen, bijdragen en gezamenlijke activiteiten.
- d.
Zakelijke kwaliteit (max. 100 punten)
Bij dit criterium beoordelen burgemeester en wethouders of de aanvraag zakelijk sterk, realistisch en haalbaar is. Het plan moet laten zien dat de aanvrager beschikt over een duidelijke en uitvoerbare aanpak, met een realistische planning en voldoende capaciteit. De begroting moet goed onderbouwd zijn en in verhouding staan tot de activiteiten en het beoogde bereik, waarbij minimaal 10% cofinanciering wordt verwacht. Ook nemen burgemeester en wethouders de mix van financieringsbronnen en de aanwezigheid van een duidelijke risicoanalyse met passende beheersmaatregelen in hun oordeel mee. Tot slot moet de organisatiestructuur helder zijn beschreven, met aandacht voor een veilige werkomgeving, de omgang met vrijwilligers en de duurzame voortzetting van de organisatie.
- 2.
Burgemeester en wethouders rangschikken de aanvragen op basis van het totaal aantal punten. De aanvraag met de meeste punten komt voor subsidie in aanmerking.
Het aantal punten per criterium hangt af van de mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet.
In de toelichting op deze paragraaf (artikel 15:12 lid 1) staat hoe de criteria worden gewogen en beoordeeld.
- 3.
Minimumscore per criterium: burgemeester en wethouders wijzen een aanvraag af als op één van de beoordelingscriteria minder dan 51 punten wordt behaald.
- 4.
Minimumscore totaal: burgemeester en wethouders wijzen een aanvraag af als in totaal minder dan 240 punten wordt behaald.
- 5.
Gelijke scores, eerstvolgende criterium: als aanvragen op hetzelfde totaal aantal punten eindigen, bepaalt de score op het criterium Inhoudelijke kwaliteit en Erfgoedwaarde’ de rangschikking. De aanvraag met de hoogste score op dit criterium eindigt hoger.
- 6.
Gelijke scores na toepassing van criterium: als na toepassing van het vijfde lid nog steeds sprake is van gelijke scores, bepalen burgemeester en wethouders de rangschikking door loting via een notaris. De aanvraag die als eerste wordt getrokken, krijgt de hoogste plek. De hoogst gerangschikte aanvraag komt in aanmerking voor subsidie.
Artikel 15:13 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 15:14 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
voor dezelfde activiteiten al een subsidie van de gemeente wordt ontvangen;
- b.
de activiteiten niet in de gemeente Breda plaatsvinden;
- c.
de aanvrager een meerjarige subsidie voor de periode 2027-2028 van de gemeente Breda heeft ontvangen.
- d.
wanneer er meer is aangevraagd dan het maximaal aan te vragen bedrag genoemd in artikel 15:9.
Artikel 15:15 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
Artikel 15:16 Afwijkingsmogelijkheid
Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als burgemeester en wethouders daarvan afwijken, dan staat dat in deze paragraaf.
Paragraaf 15.3 Subsidieregeling Instandhouding Monumenten
Artikel 15:17 Definitie
Een subsidie Instandhouding Monumenten kan worden verleend voor de instandhouding van één of meer beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen aan:
- a.
natuurlijke personen of stichtingen die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk monument of op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511);
- b.
aangewezen organisaties voor monumentenbehoud die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht hebben op een gemeentelijk of rijksmonument.
Artikel 15:18 Weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV wordt een subsidie geweigerd:
- a.
als de aanvraag betrekking heeft op een onroerende zaak dat niet als monument beschermd is, dan wel het monument niet binnen de gemeente Breda gelegen is;
- b.
als de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk monument dat geen onderdeel is van het privévermogen van de aanvrager of een rijksmonument, tenzij de aanvrager vooraf door burgemeester en wethouders is aangewezen als een organisaties voor monumentenbehoud of de aanvraag betrekking heeft op maalvaardige molens (monumentnummers 30490 en 30511);
- c.
als de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het beschermde monument, dan wel de werkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet somber en doelmatig zijn;
- d.
als de restauratiebehoefte naar oordeel van burgemeester en wethouders is ontstaan door onvoldoende onderhoud door de eigenaar van het beschermde monument;
- e.
indien voor de instandhouding van het monument of het zelfstandige onderdeel voor vergelijkbare werkzaamheden afgelopen 15 jaar subsidie is verstrekt;
- f.
indien het bedrag, dat overeenkomstig de bepalingen van deze regeling zou worden verstrekt, lager is dan € 3.000,-.
Artikel 15:19 Subsidievereisten
- 1.
De subsidieaanvraag omschrijft in ieder geval:
- a.
een actueel inspectierapport per beschermd monument of per zelfstandig onderdeel wat de technische of fysieke staat van dat monument beschrijft en dat is opgesteld door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders ter zake deskundige persoon of instantie;
- b.
een restauratieplan per beschermd monument of per zelfstandig onderdeel waarin opgenomen een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden, een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten en een begroting. Deze begroting dient te zijn opgezet in STABU systematiek;
- c.
een kopie van de verleende omgevingsvergunning voor de betreffende werkzaamheden dan wel een schriftelijke verklaring van het bevoegd gezag (de afdeling Veiligheid en Leefomgeving namens het college) dat er voor de werkzaamheden waarvoor subsidie is aangevraagd geen vergunning noodzakelijk is.
- 2.
De subsidieontvanger is verplicht voor de duur van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, een CascoAllRisk verzekering af te sluiten.
- 3.
De subsidieontvanger is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, op zijn kosten het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade.
- 4.
De subsidieontvanger is verplicht na afloop van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te bewaren en te onderhouden in de staat waarin het door de werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend, is gebracht.
- 5.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichten het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel.
- 6.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger bij de subsidieverlening verplichten:
- a.
mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het beschermd monument;
- b.
mee te werken aan een onderzoek naar de uitvoering van het restauratieplan door een deskundige.
Artikel 15:20 Aanvraagtermijn
- 1.
Aanvragen voor een subsidie als bedoeld in deze paragraaf kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend.
- 2.
Aanvragen dienen minimaal acht weken voor aanvang van de werkzaamheden zijn ingediend.
Artikel 15:21 Subsidiehoogte
- 1.
Burgemeester en wethouders stellen de subsidiabele kosten vast op basis van de begrotingsonderdelen die bijdragen aan de doelstelling van de regeling, vermeerderd met een forfaitaire opslag van 28,7% voor de algemene kosten, algemene bouwplaatskosten en winst & risico, alsmede voor de kosten van onderzoek, ontwerp, advies en vergunningaanvragen.
- 2.
De subsidie bedraagt maximaal 30% van de vastgestelde subsidiabele kosten
- 3.
In afwijking van bovenstaande leden wordt voor de maalvaardige molens enkel subsidie beschikbaar gesteld voor het onderhoud van de molen in aanvulling op subsidie van het rijk. De gemeente Breda stelt een subsidie van maximaal € 5.000 beschikbaar op basis van de volgende uitgangspunten:
- a.
de subsidie van de gemeente Breda is nooit hoger dan de subsidie die de aanvrager van het rijk ontvangt;
- b.
de totale subsidie van rijk en gemeente Breda bedraagt nooit meer dan 100% van de kosten van de voorgenomen werkzaamheden .
Artikel 15:22 Subsidieplafond
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 is € 58.836.
- 2.
Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van aanvragen totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
Hoofdstuk 18 Subsidie Maatschappelijke Opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingspreventie
Artikel 18:1 Toepassingsbereik
- 1.
Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Beleidskader Maatschappelijke Opvang, OGGZ en Verslavingspreventie regio Breda “Een (t)huis = een zorg minder”.
- 2.
Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op ontmoeting en activering dak- en thuisloze mensen, toeleiding naar ondersteuning/zorg en voorkomen en terugdringen van overlast, verslavingspreventie en opvang dak- en thuisloze mensen.
- 3.
In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze subsidieregeling komen de subsidies van dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert, hierna te noemen regio Breda.
Artikel 18:2 Voor wie
- 1.
Een subsidie kan worden verstrekt aan de volgende organisaties:
- a.
- b.
Stichting GGz Breburg Groep
- c.
Stichting Maatschappelijke Opvang Breda en omgeving
- d.
Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
- e.
Stichting Novadic-Kentron
- f.
- g.
Stichting Instituut voor Maatschappelijk Welzijn Breda e.o.
- h.
Organisaties, met rechtspersoonlijkheid, met aantoonbare expertise op het gebied van ontmoeting en activering dak- en thuislozen, toeleiding naar ondersteuning/zorg, voorkomen en terugdringen van overlast, verslavingspreventie en opvang dak- en thuislozen.
Artikel 18:3 Activiteiten
Voor de organisaties genoemd in artikel 18:2 komen de volgende activiteiten in aanmerking voor subsidie, mits zij voldoen aan elk van de opgenomen eisen per categorie:
- a.
Inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen (Categorie A) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.1, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
de inloopvoorzieningen werken met elkaar samen om een zo effectief mogelijk gespreid aanbod van inlooptijden en bijhorende activiteiten voor de dak- en thuisloze mensen neer te zetten;
- •
de inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen zijn gelokaliseerd in de gemeente Breda;
- •
er zijn maximaal drie verschillende inloopvoorzieningen voor dak- en thuisloze mensen;
- •
per dagdeel zijn maximaal twee verschillende inloopvoorzieningen voor dak- en thuisloze mensen gelijktijdig geopend die op een gespreide afstand van minimaal 1 kilometer reisafstand van elkaar liggen;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.1; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 3 partijen.
- b.
Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda (Categorie B) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.2, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.2; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- c.
Maatschappelijk Steunsysteem (Categorie C) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.1, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
in iedere gemeente in de regio Breda is minimaal 1 MaSS overleg;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.1; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- d.
Bemoeizorg (Categorie D) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.2 , waarbij het volgende geboden wordt:
- •
toeleiden van 300 zorgwekkende zorgmijders per jaar;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.2;
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 5 partijen; en
- •
de partijen werken samen in één integraal team bemoeizorg.
- e.
Straatteam (Categorie E) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.3, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.3; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- f.
Verslavingspreventie (Categorie F) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 3.1, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 3.1; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- g.
Dag- en nachtopvang (Categorie G) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.1, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
de dag- en nachtopvang is gelokaliseerd in de gemeente Breda;
- •
in ieder geval 30 plekken (in 1 a 2 persoonskamers) voor dag- en nachtopvang; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- h.
Crisiswoningen (Categorie H) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.2, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
in ieder geval 20 crisiswoningen in regio Breda;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.2; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal 1 partij.
- i.
Tussenvoorziening Mondiaal Centrum Breda (MCB) (Categorie I) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
minimaal 10 tijdelijke woonplekken in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuisloze mensen die verblijven in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de tussenvoorziening;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4; en
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal twee partijen.
- j.
Tussenvoorziening Warm Thuis Breda (Categorie J) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
minimaal 12 tijdelijke woonplekken in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuislozen jongeren die verblijven in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor (omgevings)beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de tussenvoorziening;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4;
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal één partij.
- k.
Opvang dak- en thuisloze jongeren (Categorie K) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.3, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
15 opvangplekken voor dak- en thuisloze jongeren;
- •
persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuisloze jongeren die in de opvang verblijven;
- •
zorgdragen van (omgevings)beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de opvangvoorziening;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.3;
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal één partij.
- l.
Tussenvoorziening P-Dens (Categorie L) zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4, waarbij het volgende geboden wordt:
- •
minimaal 6 tijdelijke woonplekken in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor persoonlijke ondersteuning en begeleiding van dak- en thuisloze mensen die verblijven in de tussenvoorziening;
- •
zorgdragen voor (omgevings)beheer, exploitatie en algemene woonbegeleiding van de tussenvoorziening;
- •
invulling aan de richtlijnen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4;
- •
voor deze activiteit wordt subsidie verstrekt aan maximaal één partij.
Artikel 18:4 Criteria
Om voor de subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende subsidiecriteria:
- 1.
Voor Inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen (Categorie A):
- I.
activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.1.
- 2.
Voor Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda(Categorie B):
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 1.2.
- 3.
Voor Maatschappelijk Steunsysteem (Categorie C):
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.1.
- 4.
Voor Bemoeizorg (Categorie D):
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.2.
- 5.
Voor Straatteam (Categorie E):
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 2.3.
- 6.
Voor Verslavingspreventie (Categorie F):
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 3.1.
- 7.
Voor Dag- en nachtopvang (Categorie G)
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.1.
- 8.
Voor Crisiswoningen (Categorie H)
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.2.
- 9.
Tussenvoorziening Mondiaal Centrum Breda (MCB) (Categorie I)
- I.
Activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
Activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4.
- 10.
Tussenvoorziening Warm Thuis (Categorie J)
- I.
De woonplekken zijn gelokaliseerd binnen de gemeente Breda; en
- II.
de activiteit is enkel gericht op inwoners van de gemeente Breda; en
- III.
de activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.2.
- 11.
Opvang dak- en thuisloze jongeren (Categorie K)
- I.
de activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
de activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.3.
- 12.
Opvang Tussenvoorziening P-Dens (Categorie L)
- I.
de activiteit is gericht op inwoners van gemeenten in de regio Breda; en
- II.
de activiteit moet bijdragen aan de doelen zoals beschreven in bijlage 6, hoofdstuk 4.4.
Artikel 18:5 Aanvraag
- 1.
De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente;
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar;
- c.
een projectplan, waarin de volgende onderdelen duidelijk beschreven staan:
- i.
een beschrijving van de activiteiten;
- ii.
een toelichting op de begroting met een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
- iii.
een paragraaf waaruit de samenwerking met ketenpartners van de Overlegtafel Regio Breda vangt Op” blijkt;
- iv.
een beschrijving van de resultaten; en
- v.
het bereik en de meetindicatoren.
- 2.
Uit de onderbouwing bij de subsidieaanvraag dient te blijken:
- a.
dat er wordt voldaan aan de voorwaarden van deze regeling;
- b.
op welke doelgroepen de activiteit zich richt met daarbij vermeld de verwachte omvang van de doelgroep (aantallen); en
- c.
welke doelen behaald zullen worden en de te verwachten resultaten.
- 3.
Aanvragen voor activiteiten voor categorie A kunnen worden ingediend tot en met 30 september 2026 voor het kalenderjaar 2027.
Artikel 18:6 Subsidieplafond
- 1.
Alleen voor activiteiten zoals opgenomen in artikel 18:3 onder a kan subsidie worden aangevraagd. De overige subsidies zijn reeds meerjarig verleend. Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2027 voor de activiteiten zoals opgenomen in artikel 18:3 onder a is € 277.952.
- 2.
Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, door burgemeester en wethouders worden verhoogd of opnieuw gedeeltelijk open wordt gesteld, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op ophoging van dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in dit hoofdstuk is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3.
- 3.
Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 18:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3.
- 4.
Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging, opnieuw gedeeltelijke openstelling of toevoeging zoals bedoeld in lid 2 en 3, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot twee weken na bekendmaking.
Artikel 18:7 Procedure
- 1.
Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 18:3 én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, of van een overschrijding van het subsidieplafond, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria:
- a.
de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 6, maximaal 40 punten;
- b.
de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 15 punten;
- c.
de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van passende ervaringsdeskundigheid, maximaal 15 punten;
- d.
de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 15 punten; en
- e.
de kostprijs, maximaal 15 punten.
- 2.
Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan de criteria door middel van een beoordelingsformat, dat als bijlage 5 bij deze subsidieregeling is opgenomen.
- 3.
Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot.
- 4.
De subsidie wordt voor maximaal 2 kalenderjaren verstrekt, met uitzondering van categorie A die voor maximaal 1 kalenderjaar wordt verstrekt.
Artikel 18:8 Verplichtingen subsidieontvanger
- 1.
Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
vóór 1 juni 2027 wordt door subsidieontvanger een inhoudelijke en financiële voortgangsrapportage overlegd;
- b.
steeds na 6 maanden organiseert de subsidieontvanger met de gemeente een accountgesprek, waar de voortgang van de doelstellingen en resultaten worden besproken; en
- c.
de activiteiten worden uitgevoerd conform bijlage 6.
- 2.
Het college kan in de beschikking verplichtingen opleggen met betrekking de dagdelen de Inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen (Categorie A) dient te zijn geopend.
Hoofdstuk 19 Verbeter Breda
Paragraaf 19.1 Subsidie voor activiteiten van de Buurtpunten
Artikel 19:1 Doel subsidie
- 1.
De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan gelijke kansen voor inwoners van Breda, onafhankelijk van waar je opgroeit in Breda.
- 2.
De subsidie draagt bij aan de drie bouwstenen van Verbeter Breda, zoals beschreven in artikel 19:2.
- 3.
De subsidie wordt ingezet voor de 15 Verbeter Breda buurten ten behoeve van de doelgroep, zoals beschreven in artikel 19:2.
- 4.
Inwoners en organisaties in de stad werken samen en activiteiten versterken elkaar.
- 5.
De subsidie draagt bij aan de bedoeling van Verbeter Breda zoals omschreven in het in artikel 19:2 gedefinieerde Pact:
- •
- •
bij elk plan zijn buurtbewoners betrokken.
- •
rekening houden met de mogelijke kwetsbaarheid van initiatiefnemers
- •
ruimte voor pionieren, geen strakke voorwaarden.
Artikel 19:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- -
bouwstenen Verbeter Breda: dit zijn de drie thema’s die in het Pact van Breda deel 3 (2023) met concrete plannen zijn uitgewerkt:
Bouwsteen 1. Goed wonen in een fijne buurt;
Bouwsteen 2. Kunnen worden wie je wilt zijn;
Bouwsteen 3. Een leefbaar inkomen.
- -
buurtpunten: de specifiek daartoe aangewezen vijf centrale locaties in Breda waar buurtbewoners samenwerken met wijkprofessionals (waaronder woonconsulenten, hulpverleners, welzijnswerkers en wijkbeheerders) aan de leefbaarheid van de buurten en het welbevinden van inwoners. Buurtbewoners en professionals kunnen hier terecht voor ontmoeting, vergaderen of samen werken aan buurtinitiatieven. Er zijn spreekuren voor persoonlijke hulpvragen en algemeen over wonen en leefbaarheid. De vijf buurtpunten zijn: Brabantpark, Fellenoord-Schorsmolen, Haagse Beemden, Hoge Vucht en Tuinzigt.
- -
buurtpuntpartners: een samenwerkingsverband van partijen die actief zijn binnen de buurtpunten en gezamenlijk een aanvraag indienen. Partijen kunnen natuurlijke personen en/of rechtspersonen zijn. Bij een samenwerkingsverband moet ten minste één rechtspersoon aangesloten zijn.
- -
doelgroep: de inwoners van Breda die minder kansen en meer risico hebben op kwetsbaarheid: zij hebben over het algemeen genomen een laag inkomen, een lager opleidingsniveau, ervaren een slechtere gezondheid en zijn minder zelfredzaam. Voor deze doelgroep heeft het programma Verbeter Breda extra aandacht, inzet van mensen en middelen.
- -
het Pact: hiermee wordt bedoeld het Pact van Breda, deel 3: een programma voor de periode 2023-2028 dat van Breda een stad met gelijkere kansen voor iedereen moet maken. Dit Pact is ondertekend door de Partijen in een Alliantie, waaronder de gemeente Breda op 4 april 2023. Het omvat de plannen voor een kansrijke toekomst voor iedereen en het verkleinen van de kloof tussen kansrijke en kansarme Bredanaars.
- -
Penvoerder: en door de samenwerkende partijen in het Buurtpunt aangewezen deelnemer, niet zijnde de gemeente, die namens de partijen de subsidie aanvraagt en verantwoordelijk is voor:
- •
de naleving van deze subsidieregeling;
- •
de uitvoering van de in de beschikking aangewezen subsidiabele activiteiten en de daaraan verbonden verplichtingen; en
- •
de aanvraag tot subsidievaststelling.
- -
Voorschotten en subsidiebetalingen aan de penvoerder gelden als betalingen aan alle deelnemende partijen.
- -
Verbeter Breda: het stadsprogramma waarmee partijen in Breda met extra investeringen in de Verbeter Breda-buurten een stad doen met een kansrijke toekomst voor iedereen.
- -
Verbeter Breda buurten: dit zijn de 15 buurten in Breda die na een Rekenkameronderzoek (2021) zijn beoordeeld als kwetsbaar. De inwoners zijn kansarmer, de kwaliteit van de leefomgeving is lager en er is meer sprake van overlast en onveiligheid. Het betreft de buurten: Biesdonk, Doornbos-Linie, Fellenoord, Geeren-Noord, Geeren- Zuid, Haagpoort, Heuvel, Kesteren, Muizenberg, Schorsmolen, Tuinzigt, Wisselaar, Brabantpark, Heusdenhout en Valkenberg.
Artikel 19:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is bedoeld voor de buurtpuntpartners die (gezamenlijk) activiteiten organiseren in of voor een Verbeter Breda buurt.
- 2.
De buurtpuntpartners werken samen om de doelen van Verbeter Breda te realiseren. Zij zijn actief betrokken, maken gezamenlijk een activiteitenplan met begroting, dragen inhoudelijk bij aan de activiteiten, ieder met hun eigen verantwoordelijkheid.
- 3.
Eén partij in het buurtpunt wordt door de gezamenlijke buurtpuntpartners aangewezen als penvoerder voor de subsidie.
Artikel 19:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
- 1.
Er is subsidie voor activiteiten die bijdragen aan het realiseren van de doelen, zoals opgenomen in artikel 19:1.
- 2.
De activiteiten passen in één of meerdere bouwstenen van het Pact van Breda deel 3, zoals omschreven in artikel 19:2.
Artikel 19:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- 1.
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet de aanvrager aan alle van de volgende voorwaarden voldoen:
- a.
de activiteiten dragen bij aan het realiseren van de doelen Verbeter Breda zoals opgenomen in artikel 19:1.
- b.
de activiteiten dragen bij aan minstens één van de ambities uit het Pact. Dat zijn:
- c.
de activiteiten zijn gericht op de doelgroep zoals omschreven in artikel 19:2.
- d.
de activiteiten zijn in ieder geval toegankelijk voor iedereen uit het gebied die behoort tot de doelgroep.
- e.
de activiteiten zijn laagdrempelig en vinden plaats in één of meerdere Verbeter Breda buurten die vallen onder het buurtpunt.
- f.
het activiteitenplan voldoet aan het vereiste format, zoals genoemd in artikel 19:8, onder c.
- g.
het activiteitenplan wordt gezamenlijk met eigen buurtbewoners opgesteld en uitgevoerd.
- h.
er wordt per buurtpunt aan maximaal één gezamenlijke aanvraag (met één activiteitenplan en begroting) subsidie toegekend.
- i.
de activiteiten worden niet al op een andere wijze gefinancierd.
- j.
de activiteiten hebben geen winstoogmerk.
- k.
de aangewezen penvoerder vraagt namens alle buurtpuntpartners subsidie aan.
- l.
de aangewezen penvoerder van de buurtpuntpartners is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en heeft blijkens het uittreksel van de Kamer van Koophandel een bezoekadres (hoofdvestiging of nevenvestiging) in Breda.
- m.
de penvoerder dient de subsidieaanvraag en eindverantwoording in bij burgemeester en wethouders, conform de subsidiebeschikking en deze regeling.
- n.
elke deelnemende partner blijft verantwoordelijk voor uitvoering van het eigen aandeel in de gezamenlijke aanvraag.
Artikel 19:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het subsidieplafond in 2027 voor de regeling is € 246.700,-. De verdeling in het jaar 2027 is als volgt:
|
Buurtpunt (met betreffende Verbeter Breda buurten)
|
Bedrag 2027
|
|
Brabantpark (Brabantpark, Heusdenhout)
|
€ 32.900
|
|
Fellenoord-Schorsmolen (Fellenoord, Schorsmolen, Valkenberg
|
€ 49.300
|
|
Haagse Beemden (Muizenberg, Kesteren)
|
€ 32.900
|
|
Hoge Vucht (Biesdonk, Doornbos-Linie, Geeren-Noord, Geeren-Zuid, Wisselaar)
|
€ 82.300
|
|
Tuinzigt (Haagpoort, Heuvel, Tuinzigt)
|
€ 49.300
|
- 2.
Bij onderbesteding vanuit een buurtpunt kunnen burgemeester en wethouders budget ten behoeve van besteding vanuit een ander buurtpunt beschikbaar stellen. In dat geval doen burgemeester en wethouders na het verstrijken van de indieningstermijn een nieuwe uitvraag.
Artikel 19:7 Subsidiabele kosten
Burgemeester en wethouders verstrekken alleen subsidie voor:
- a.
kosten voor organisatie en uitvoering van activiteiten zoals beschreven in artikel 19:4.
- b.
kosten voor het maken van materialen die ondersteunend zijn aan de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
- c.
eten en drinken, alleen wanneer dit een essentieel onderdeel uitmaakt van de activiteit; een eigen bijdrage is in dat geval een voorwaarde.
- d.
de kosten van huur of huisvesting, alleen wanneer deze direct betrekking hebben op de activiteit en niet al op een andere manier worden gefinancierd.
- e.
de kosten van personeel, alleen wanneer de inzet direct betrekking heeft op de activiteit, de kosten extra zijn naast het gewone/dagelijkse werk en niet al op een andere manier worden gefinancierd.
- f.
het uitvoeren van het penvoerderschap. Deze post bedraagt per buurtpunt maximaal 5% van de totale begroting.
Paragraaf 19.2 Subsidieaanvraag
Artikel 19:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvrager dient de subsidieaanvraag in via de website van gemeente Breda. De volgende documenten moeten worden meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente Breda.
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel (te downloaden van de website van de gemeente), waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
- c.
een activiteitenplan in het verplichte format ‘criteria subsidieaanvraag’, te downloaden van de website van de gemeente.
- d.
een verklaring van de buurtpuntpartners waarin zij de penvoerder machtigen om namens de partijen die samenwerken in een Buurtpunt, een subsidieaanvraag in te dienen.
Artikel 19:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag voor 2027 kan worden ingediend bij burgemeester en wethouders vóór 1 oktober 2026.
Paragraaf 19.3 Subsidiebehandeling
Artikel 19.10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als meerdere aanvragen worden ingediend die aan de voorwaarden voldoen, maar op grond van deze regeling maximaal aan één aanvrager subsidie kan worden verstrekt, verdelen burgemeester en wethouders de subsidie via een tenderprocedure.
- 2.
Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een beoordelingscommissie bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring.
- 3.
Alle complete subsidieaanvragen die op tijd zijn ingeleverd, en die niet geweigerd zijn op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door een beoordelingscommissie die vervolgens een advies opstelt.
- 4.
De beoordelingscommissie hanteert het volgende beoordelingskader:
|
Maatschappelijk resultaat
Mate waarin wordt bijgedragen aan het halen van één of meer ambities uit het Pact van Breda
Maximaal 60 punten
|
|
- 1.
De activiteiten dragen bij aan één of meer ambities van het Pact van Breda. Er is een duidelijke beschrijving van de concreet uit te voeren activiteiten.
|
0 punten: Het is niet duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan de ambities.
|
|
|
10 punten: Het lijkt aannemelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één ambitie van het Pact van Breda. De opbrengsten van de activiteiten en het bereik binnen de doelgroep zijn beperkt.
|
|
|
15 punten: Het is aannemelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één ambitie van het Pact van Breda. De opbrengsten van de activiteiten en het bereik binnen de doelgroep is voldoende.
|
|
|
20 punten: Het is duidelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één ambitie van het Pact van Breda. De opbrengsten van de activiteiten zijn uitstekend.
|
|
- 2.
De activiteiten sluiten aan bij de behoefte van de doelgroep. Het bereik van de doelgroep is goed.
|
0 punten: De doelgroep is niet helder. De activiteiten sluiten niet aan bij de behoefte van de doelgroep. Het verwachte bereik van de doelgroep is onvoldoende.
|
|
|
10: punten: De doelgroep is helder. De activiteiten sluiten matig aan bij de behoefte van de doelgroep. Het verwachte bereik van de doelgroep is matig.
|
|
|
15 punten: De doelgroep is helder, de activiteiten sluiten voldoende aan bij behoefte van de doelgroep en het verwachtte bereik van de doelgroep is voldoende.
|
|
|
20 punten: De doelgroep is helder, de activiteiten sluiten uitstekend aan bij de doelgroep en ook het verwachtte bereik van de doelgroep is uitstekend.
|
|
- 3.
Buurtbewoners én professionele partners zijn actief betrokken bij het activiteitenplan en de uitvoering van activiteiten. Daarbij wordt gekeken naar de omvang van de buurt en de mate van betrokkenheid tot dan toe. Zit daarin groei, ook in diversiteit?
|
0 punten: Er zijn geen buurtbewoners betrokken bij de aanvraag en de uitvoering van activiteiten.
|
|
|
10 punten: Er zijn buurtbewoners betrokken bij de aanvraag en/of de uitvoering van activiteiten. Dit aantal is beperkt en steeds dezelfde.
|
|
15 punten: Er zijn buurtbewoners én 3 of meer professionele partners betrokken bij de aanvraag en/of de uitvoering van activiteiten. Dit aantal groeit.
|
|
20 punten: Er zijn buurtbewoners én 5 of meer professionele partners betrokken bij zowel de aanvraag als de uitvoering van activiteiten. Dit aantal groeit, ook in diversiteit.
|
|
Effectiviteit
Hoe is de verhouding tussen de inzet van middelen en menskracht versus de behaalde resultaten?
Maximaal 15 punten
|
- 4.
Uit de aanvraag blijkt een reëel subsidiebedrag per activiteit in relatie tot beoogde resultaten.
|
0 punten: De kostprijzen zijn niet in redelijke verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
5 punten: De kostprijzen zijn in matige verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
10 punten: De kostprijzen zijn in voldoende tot goede verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
15 punten: De kostprijzen zijn in uitstekende verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
Uitvoering
Hoe is de uitvoering van de activiteit? En de borging?
Maximaal 45 punten
|
|
- 5.
De activiteit is nieuw, een doorbraak en/of een doorontwikkeling en onderscheidt zich van het bestaande aanbod
|
0 punten: De activiteit is niet nieuw in Breda, is geen doorbraak en/of betreft geen doorontwikkeling van het bestaande aanbod.
|
|
5 punten: De activiteit is nieuw in Breda, een doorbraak en/of betreft een doorontwikkeling. Maar onderscheidt zich niet van het bestaande aanbod.
|
|
10 punten: De activiteit is nieuw in Breda, een doorbraak en/of betreft een doorontwikkeling. En onderscheidt zich enigszins van het bestaande aanbod.
|
|
15 punten: De activiteit is nieuw in Breda, een doorbraak en/of betreft een doorontwikkeling. En onderscheidt zich duidelijk van het bestaande aanbod.
|
- 6.
De risico’s zijn duidelijk in beeld en het is duidelijk hoe deze worden beheerst
|
0 punten: De risico’s worden niet beschreven in de aanvraag.
|
|
5 punten: De risico’s geven geen realistisch/volledig beeld. Het is niet duidelijk hoe deze worden beheerst.
|
|
10 punten: De risico’s geven een realistisch/volledig beeld. Het is niet duidelijk hoe deze worden opgelost en/of beheerst.
|
|
15 punten: De risico’s geven een realistisch/volledig beeld. De aanvraag is duidelijk over hoe de risico's en knelpunten worden opgelost en/of beheerst.
|
- 7.
Er is een duidelijke en realistische planning, waarbij helder is wie verantwoordelijk is voor welke activiteit(en).
|
0 punten: de planning is onvoldoende
|
|
5 punten: de planning is matig
|
|
10 punten: de planning is voldoende
|
|
15 punten: de planning is goed
|
- 5.
De subsidieaanvraag dient in totaal minimaal 75 punten te scoren bij de beoordeling.
- 6.
Als aan twee of meer aanvragen eenzelfde aantal punten is toegekend en deze betrekking hebben op hetzelfde buurtpunt met dezelfde Verbeter Breda buurten, dan kennen burgemeester en wethouders de subsidie toe door loting tussen deze aanvragen. De loting wordt verricht door een notaris.
Artikel 19:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
- 2.
Deze termijn kan eenmaal met maximaal dertien weken worden verlengd.
- 3.
Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en compleet gemaakt is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 19:12 Wanneer kan de subsidie worden geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een of meer van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als niet wordt voldaan aan de in deze regeling opgenomen voorwaarden of andere voorschriften.
Paragraaf 19.4 Subsidieverstrekking
Artikel 19:13 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan de algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
De subsidieontvanger zorgt voor beeldmateriaal van de uitgevoerde activiteiten. Dit beeldmateriaal wordt ter beschikking gesteld aan de Gemeente Breda.
Hoofdstuk 24 Subsidie Wijk- en dorpsraden
Artikel 24:1 Doel
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor de wijk- en dorpsraden die het algemeen belang behartigen door hun signalerende en adviserende rol ten aanzien van de sociale en fysieke leefbaarheid, hun actieve betrokkenheid bij (gemeentelijke) projecten en plannen op wijk- en dorpsniveau, en door het betrekken van hun achterban. Daarnaast kunnen de wijk – en dorpsraden ook activiteiten realiseren in het kader van fysieke- en sociale leefbaarheid.
Artikel 24:2 Voor wie
Subsidie op basis van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door wijk- en dorpsraden in de gemeente Breda die aan de doelstelling van artikel 24:1 voldoen.
Artikel 24:3 Voor wat
- 1.
Een subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een activiteit of maatregel die bijdrage levert aan het doel zoals is opgenomen in artikel 24:1 van deze regeling.
- 2.
Activiteiten die worden georganiseerd rondom of verband houden met het Sinterklaasfeest dienen in lijn te zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas. Subsidie aanvragen voor activiteiten die niet in lijn zijn met de landelijke intocht van Sinterklaas worden geweigerd.
Artikel 24:4 De aanvraag
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (het subsidieplafond) voor 2027 is € 96.022.
- 2.
Aan een wijk- en dorpsraad, als bedoeld in artikel 24:2 kan jaarlijks een subsidie verleend worden van maximaal € 5.000 bestaande uit:
- a.
een bedrag van maximaal € 2.500 voor bureaukosten en kosten voor PR, communicatie en vergaderingen om als wijk- of dorpsraad te kunnen functioneren
- b.
een bedrag van maximaal € 2.500 voor de uitvoering van activiteiten gericht op het bevorderen van de fysieke en sociale leefbaarheid in wijk of dorp.
Artikel 24:5 Aanvraag
- 1.
De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een activiteitenplan. Het activiteitenplan bevat activiteiten die bijdragen aan de sociale en fysieke leefbaarheid in de wijk of het dorp. Per activiteit wordt:
- •
de relatie gelegd met relevante (gemeentelijke) plannen en projecten in de wijk of het dorp; en
- •
toegelicht op welke wijze de activiteit bijdraagt aan het verbeteren van de sociale en fysieke leefbaarheid.
Het activiteitenplan wordt in samenspraak met de gemeente Breda afgestemd en geëvalueerd;
- b.
een toelichting op de bureaukosten en kosten voor PR, communicatie en vergaderingen om als wijk- of dorpsraad te kunnen functioneren.
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
- 2.
Aanvragen worden uiterlijk voor 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar ingediend.
Artikel 24:6 Procedure
Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen dertien weken na indiening, mits volledig ingediend en voorzien van alle vereiste bijlagen zoals bedoel in artikel 24:5 van dit hoofdstuk.
Hoofdstuk 25 Verduurzamingsprojecten gespikkeld bezit Brabantpark en Heuvel
Paragraaf 25.1 Algemeen
Artikel 25:1 Doel
Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel buurtgericht verduurzamen van grondgebonden woningen in particulier eigendom in de wijken Brabantpark en Heuvel in de gemeente Breda. De subsidie draagt bij aan een inclusieve energietransitie en aan het verbeteren van de woonkwaliteit en leefbaarheid in een duurzame en veilige woonomgeving door fysieke ingrepen.
Artikel 25:2 Betekenissen
In hoofdstuk betekent:
- •
Aannemer: persoon of onderneming die de verantwoordelijkheid op zicht neemt om bouwactiviteiten te realiseren en coördineren.
- •
Energielabel: hulpmiddel om het energieverbruik van een woning aan te geven. Met het energielabel voor renovatie wordt bedoeld het geregistreerde label in EP online. Het energielabel na renovatie moet opnieuw worden vastgesteld en voldoen aan NTA 8800.
- •
EP-Online is de officiële landelijke database waarin energielabels en energieprestatie-indicatoren van gebouwen zijn opgenomen.
- •
Grondgebonden woning: een zelfstandige woning die rechtstreeks toegankelijk is vanaf straatniveau en waarvan de woonruimte direct grenst aan het maaiveld. De woning is niet gestapeld: er bevindt zich geen andere woning direct boven of onder.
- •
HR++: dubbel glas met een coating en gasvulling.
- •
NVI: Natuurvriendelijk isoleren.
- •
Particuliere eigenaar: een natuurlijk persoon, die eigenaar is van één van de koopwoningen als genoemd in artikel 3 van deze regeling.
- •
Verduurzamingsprojecten gespikkeld bezit: grondgebonden woningen in particulier eigendom die gelegen zijn naast of tussen sociale huurwoningen van de woningcorporatie waar een duurzame renovatie uitgevoerd wordt in het kader van de grootonderhoudplanning. De gezamenlijke buurtgerichte aanpak van de gemeente Breda, betrokken woningcorporatie en hun aannemer(s) richt zich op deze koopwoningen door het informeren en ondersteunen van betrokken particuliere eigenaar over de (financiële) mogelijkheden om op onderdelen van de schilrenovatie mee te doen.
- •
VHF2: Volkshuisvestingsfonds tweede Tranche
- •
Woningcorporatie: sociale woningbouworganisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van kwalitatief goede woonruimte met een betaalbare huur.
Artikel 25:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken op grond van dit hoofdstuk voor grondgebonden woningen binnen de buurtgerichte verduurzamingsaanpak in Brabantpark en Heuvel in de gemeente Breda, met adressen zoals opgenomen in bijlage 7. De WOZ-waarde van de woning is maximaal € 420.000,- (waardepeildatum 1 januari 2024, belastingjaar 2025).
- 2.
Alleen de particuliere eigenaar van een in het eerste lid bedoelde woning kan subsidie aanvragen.
Artikel 25:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor kosten van:
- a.
Het isoleren en renoveren van het dak;
- b.
Het vervangen van de kozijnen in voor- en achtergevel en/of vervanging van het glas met (minimale) kwaliteit HR++;
- c.
Het isoleren van bestaande spouwmuren;
- d.
Het isoleren van de vloer;
- e.
Het isoleren van binnenzijde gevels;
- f.
Het aanbrengen van een CO2 gestuurd mechanisch ventilatiesysteem met CO2-meting in woon- en hoofdslaapkamer. Indien mogelijk minimaal ventilatiesysteem D met warmteterugwinning;
- g.
Kosten voor het aanpassen of uitbreiden van de meterkast indien nodig voor elektrisch koken inclusief het aanbrengen van een Perilex wandcontactdoos en bekabeling;
- h.
De kosten voor het vaststellen van het energielabel NTA 8800 na isolatie/renovatie van de woning;
- i.
De kosten voor natuurvriendelijk isoleren i.r.t. de Omgevingswet, het aanvragen van collectieve omgevingsvergunning indien op offerte van aannemer Woningcorporatie meegenomen;
- j.
De kosten van noodzakelijk wft-gecertificeerd financieel advies ten behoeve vanfinanciering eigen bijdrage van 50%. De subsidie bedraagt 50% van de advieskosten, tot een maximum van 750,- aan subsidie;
- k.
Noodzakelijk aanvraag omgevingsvergunning, maximaal 50% van de aanvraagkosten tot een maximum van € 82,50 aan subsidie.
- 2.
Artikel 25:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de activiteiten dienen minimaal te zorgen dat de woning na renovatie verduurzaamd is. Aan te tonen middels een definitief energielabel;
- b.
het adres van de woning staat in de lijst zoals aangegeven in de bijlage 7;
- c.
de uitvoerder werkt volgens de richtlijnen van NVI; en
- d.
de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2028.
Artikel 25:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2027 is € 575.000 voor de wijk Brabantpark en € 125.000,- voor de wijk Heuvel.
- 2.
Op één adres kan maximaal € 8.500,- subsidie worden aangevraagd. De subsidie is maximaal gelijk aan 50% van het totale bedrag aan renovatiewerkzaamheden zoals genoemd in artikel 25:4.
Paragraaf 25.2 Subsidieaanvraag
Artikel 25:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
De aanvrager dient de aanvraag in met het aanvraagformulier op de website van de gemeente. Deze moet volledig zijn ingevuld.
- 2.
Een van de volgende drie documenten moet worden meegestuurd met de aanvraag:
- I.
Een op naam van de eigenaar gestelde en door de eigenaar en aannemer getekende offerte;
- II.
een op naam van de eigenaar gestelde factuur; of
- III.
een door de woningeigenaar ondertekende opdrachtbevestiging.
- 3.
Uit het document bedoeld in het tweede lid volgt dat de uitvoerder werkt volgens de richtlijnen van NVI.
Artikel 25:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvrager kan subsidie aanvragen van 2 januari 2027 en 31 december 2027.
- 2.
De aanvrager dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk 1 juni 2029.
Paragraaf 25.3 Subsidiebehandeling
Artikel 25:9 Hoe verdelen burgemeester en wethouders de subsidie?
- 1.
Burgemeester en wethouders kennen subsidie toe op basis van de volgorde waarin de volledige aanvragen door hen zijn ontvangen.
- 2.
Als burgemeester en wethouders subsidie toekennen, betalen zij eerst een voorschot van 75%. De overige 25% betalen burgemeester en wethouders als aan alle verplichtingen voor de subsidie is voldaan zoals opgenomen in artikel 25:13. Dat is na het indienen van de facturen, het betalingsbewijs en het definitieve energielabel.
Artikel 25:10 Wanneer besluiten burgemeester en wethouders op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 25:11 Wanneer kunnen burgemeester en wethouders subsidie weigeren?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Daarnaast weigeren Burgemeester en wethouders de subsidie als:
- a.
Het gaat om een aanvraag van een woning die wordt verhuurd en eigenaar 4 of meer panden in eigendom heeft; of
- b.
De kosten van de renovatiewerkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat.
Paragraaf 25.4 Verplichtingen en verantwoording
Artikel 25:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die gelden voor het ontvangen van subsidie.
- 2.
De subsidieontvanger meldt een verhuizing of het niet uitvoeren van de werkzaamheden om een andere reden zo snel mogelijk schriftelijk bij burgemeester en wethouders.
Artikel 25:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- 1.
De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in met het verantwoordingsformulier op de website van de gemeente Breda.
- 2.
In afwijking van de ASV stuurt de subsidieontvanger bij de verantwoording de volgende documenten:
- a.
De facturen van de werkzaamheden
- b.
Kopie van het betalingsbewijs
- c.
het definitieve energielabel na uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden zoals geregistreerd in EP-online.
Hoofdstuk 26 verduurzamen woningen Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt
Paragraaf 26.1 Algemeen
Artikel 26:1 Doel
Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel verduurzamen van woningen in de wijken Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt door middel van isolerende maatregelen om de leefbaarheid voor inwoners en de wijk te verbeteren. Hierbij wordt het energielabel van de woning verbeterd waardoor het label minimaal met 3 stappen omhoog (bijvoorbeeld van F naar C) gaat, óf het energielabel naar B (of hoger) gaat (C voor woningen t/m 1945) óf er wordt voldaan aan de isolatiestandaard.
Artikel 26:2 Betekenissen
In hoofdstuk betekent:
- •
Aannemer: het bedrijf dat ervoor zorgt dat de verbouwing wordt gedaan. Dit bedrijf is hiervoor ook gekwalificeerd;
- •
Energielabel: een label (volgens NTA 8800) dat laat zien hoe energiezuinig een woning is. Deze wordt afgegeven door een erkend Energieprestatie-adviseur om te beoordelen of de woning ná de verduurzaming energiezuinig genoeg is;
- •
EP-Online is de officiële landelijke database waarin energielabels en energieprestatie-indicatoren van gebouwen zijn opgenomen.
- •
Grondgebonden woning: een woning, niet zijnde een appartement of flat, die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan éen van de woonlagen aansluit op het maaiveld. Deze woning en de grond waarop de woning staat is in eigendom van de aanvrager;
- •
- •
NVI: Natuur Vriendelijk Isoleren;
- •
SMP: SoortenManagementPlan;
- •
Ventilatiesysteem C4, D2, D3, D4, D5 of E: dit zijn verschillende ventilatiesystemen volgens NTA 8800 (bijlage S: Systeemvarianten ventilatiesystemen);
- •
VHF: Volkshuisvestingsfonds;
- •
Voorlopig energielabel: dit is een tijdelijk energielabel (volgens NTA 8800) dat wordt afgegeven door een erkend Energieprestatie-adviseur indien de woning er nog geen heeft. Deze staat in het rapport van de adviseur om te beoordelen in hoeverre de woning energiezuiniger wordt door de maatregelen.
Artikel 26:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken op grond van dit hoofdstuk voor woningeigenaren van een grondgebonden woning of appartement (hierna: woning).
De woning staat in postcodegebied:
- -
Hoge Vucht: 4826 of 4827 of;
- -
- -
Tuinzigt: zie bijlage 8 voor lijst met postcodes.
- 2.
Subsidie wordt alleen verstrekt als de WOZ-waarde van de woning maximaal € 420.000,-bedraagt (waardepeildatum 1 januari 2024, belastingjaar 2025).
- 3.
Voor appartementen die subsidie kunnen ontvangen uit de tijdelijke subsidieregeling VHF VVE Hoge Vucht Breda en/of subsidie hebben ontvangen uit de subsidieregeling VvE's Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt Breda wordt geen subsidie verstrekt.
Artikel 26:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor kosten van:
- a.
Dak-, zolder- of vlieringvloerisolatie;
- b.
- c.
- d.
- e.
Plaatsen van minimaal HR++ glas en indien nodig het vervangen van de kozijnen;
- f.
Kosten voor het aanpassen of uitbreiden van de meterkast indien nodig voor elektrisch koken inclusief het aanbrengen van een Perilex wandcontactdoos en bekabeling;
- g.
Het toepassen van de volgende ventilatiesystemen: C4 (met CO2-meting minimaal in woon- en hoofdslaapkamer), D2, D3, D4, D5 of E;
- h.
Achterstallig onderhoud dat hoort bij de isolatiemaatregelen;
- i.
Kosten voor asbestonderzoek en sanering dat hoort bij de isolatiemaatregelen;
- j.
Kosten voor natuurvriendelijk isoleren;
- k.
Kosten van noodzakelijk omgevingsvergunning aanvraag. Tot een maximum van € 82,50 aan subsidie;
- l.
De kosten van noodzakelijk financieel advies in verband met de eigen bijdrage. De subsidie bedraagt 50% van de advieskosten met een maximum van € 750 aan subsidie,-;
- m.
De kosten voor het vaststellen van een voorlopig energielabel NTA 8800 om zo vooraf te kunnen beoordelen of de renovatie voldoet aan minimaal energielabel B, C indien 1945 of ouder of 3 stappen omhoog;
- n.
De kosten voor het vaststellen van het energielabel NTA 8800 na renovatie van de woning.
Artikel 26:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- 1.
- a.
de subsidieaanvrager is eigenaar van de woning.
- b.
de isolerende maatregelen voldoen aan de isolatiewaarden uit de ISDE maatregelenlijst van RVO. Deze lijst staat op: Externe link:https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/isde/woningeigenaren/isolatiemaatregelen#subsidiebedragen-per-m2.
- c.
de aannemer moet volgens de richtlijnen van NVI werken of handelen conform SMP.
- d.
de maatregel of maatregelen worden uitgevoerd in de periode van 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2029.
- 2.
Na het uitvoeren van de isolatiemaatregelen moet de woning voldoen aan ten minste één van de volgende voorwaarden:
- a.
het energielabel van de woning verbetert met minimaal drie stappen (bijvoorbeeld van F naar C);
- b.
de woning verbetert na het uitvoeren van de maatregelen minimaal naar een energielabel B (of C bij woningen gebouwd tot en met 1945);
- c.
als de woning al label B heeft voldoet de woning na uitvoeren van de maatregelen aan de isolatiestandaard.
- 3.
Bij een tweede en volgende aanvraag kom je voor subsidie in aanmerking wanneer bij de eerste aanvraag aan één van de vereisten in het tweede lid werd voldaan.
Artikel 26:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2027:
- a.
Hoge Vucht: € 1.250.000,-;
- b.
Doornbos-Linie € 2000.000,-;
- c.
- 2.
Op één adres kan maximaal € 19.000,- subsidie worden aangevraagd per grondgebonden woning.
- 3.
Op één adres kan maximaal € 9.500,- subsidie worden aangevraagd per appartement.
- 4.
De subsidie kan vaker worden aangevraagd tot het maximale subsidiebedrag van € 19.000,- per adres per grondgebonden woning of € 9.500,- per adres van het appartement is bereikt.
- 5.
De subsidie is maximaal gelijk aan 50% van het totale bedrag aan maatregelen en kosten zoals genoemd in artikel 26:4.
Paragraaf 26.2 Subsidieaanvraag
Artikel 26:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
De aanvrager dient de aanvraag in met het aanvraagformulier op de website van de gemeente. Deze moet volledig zijn ingevuld.
- 2.
De volgende documenten moeten worden meegestuurd met de aanvraag:
- 3.
Een rapport van een erkend Energieprestatie-adviseur met:
- I.
De verbetering van de energiezuinigheid van de woning: en
- II.
Een (voorlopig) energielabel van vóór de maatregelen;
- 4.
Daarnaast moet een van de volgende drie documenten worden meegestuurd:
- I.
Een op naam van de eigenaar gestelde en door de eigenaar en aannemer getekende offerte;
- II.
een op naam van de eigenaar gestelde factuur; of
- III.
een door de woningeigenaar ondertekende opdrachtbevestiging.
- 5.
Uit het document bedoeld in het tweede lid, onder b, volgt dat de uitvoerder werkt volgens de richtlijnen van NVI.
Artikel 26:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvrager kan subsidie aanvragen van 2 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
- 2.
De aanvrager dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk 1 juni 2030 in.
Paragraaf 26.3 Subsidiebehandeling
Artikel 26:9 Hoe verdelen burgemeester en wethouders de subsidie?
- 1.
Burgemeester en wethouders kennen subsidie toe op basis van de volgorde waarin de volledige aanvragen door hen zijn ontvangen.
- 2.
Als burgemeester en wethouders subsidie toekennen, betalen zij eerst een voorschot van 75%. De overige 25% betalen burgemeester en wethouders als aan alle verplichtingen voor de subsidie is voldaan zoals opgenomen in artikel 26:13. Dat is pas ná het indienen van de facturen, het betalingsbewijs en het definitieve energielabel.
Artikel 26:10 Wanneer besluiten burgemeester en wethouders op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 26:11 Wanneer kunnen burgemeester en wethouders de subsidie weigeren?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een weigeringsgrond van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
de woning al een energielabel B of beter heeft en er niet tot de isolatiestandaard wordt verduurzaamd;
- b.
er niet is voldaan aan één van de voorwaarden;
- c.
de kosten voor de maatregelen naar het oordeel van burgemeester en wethouders onredelijk hoog zijn;
- d.
de woning een appartement betreft waarvan de eigenaar subsidie kan ontvangen uit de tijdelijke subsidieregeling VHF VVE Hoge Vucht Breda of al subsidie heeft ontvangen uit de subsidieregeling VvE's Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt; of
- e.
het een woning betreft die wordt verhuurd én de eigenaar van de woning vier of meer panden in bezit heeft.
Paragraaf 26.4 Verplichtingen en verantwoording
Artikel 26:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
De subsidieontvanger meldt een verhuizing of het niet uitvoeren van de werkzaamheden om een andere reden zo snel mogelijk schriftelijk bij burgemeester en wethouders.
Artikel 26:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- 1.
De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in met het verantwoordingsformulier op de website van de gemeente Breda.
- 2.
In afwijking van de ASV stuurt de subsidieontvanger bij de verantwoording de volgende documenten:
- a.
de facturen van de werkzaamheden;
- b.
kopie van het betalingsbewijs;
- c.
het definitieve energielabel na uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden zoals geregistreerd in EP-online.
Hoofdstuk 27 Verduurzamen VvE’s Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt Breda 2027
Paragraaf 27.1 Algemeen
Artikel 27:1 Doel
- 1.
Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel buurtgericht verduurzamen van appartementencomplexen in de wijken Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt in de gemeente Breda. De subsidie draagt bij aan een inclusieve energietransitie en aan het verbeteren van de woonkwaliteit en leefbaarheid in een duurzame en veilige woonomgeving door fysieke ingrepen.
- 2.
De subsidie is gericht op het verduurzamen van appartementencomplexen. Na uitvoering van de isolatiemaatregelen voldoet elk appartement in het complex aan ten minste één van deze voorwaarden:
- a.
het energielabel verbetert met ten minste 3 stappen (bijvoorbeeld van F naar C);
- b.
de woning heeft na de maatregelen ten minste energielabel B, of energielabel C als de woning is gebouwd vóór 1946;
- c.
de woning voldoet aan de isolatiestandaard.
Artikel 27:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- •
Aannemer: de onderneming die de verantwoordelijkheid op zich neemt om de renovatiewerkzaamheden uit te voeren en daartoe gekwalificeerd is.
- •
Appartement: woning, niet zijde een grondgebonden woning, onderdeel van een VvE.
- •
Energielabel: methodiek om het energieverbruik van een woning aan te geven, afgegeven door een erkende adviseur die energielabels kan opstellen volgens de NTA 8800-methode (energieprestatie-adviseur).
- •
HR++: dubbel glas met een coating en gasvulling.
- •
- •
Kleine verhuurder: particuliere verhuurder met maximaal drie woningen in eigendom in Nederland.
- •
Duurzaammeerjarenonderhoudsplan (DMJOP): een langetermijnplanning voor het uitvoeren van noodzakelijk onderhoud aan gebouwen, terreinen en installaties.
- •
RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
- •
SMP: SoortenManagementPlan;
- •
SVVE: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars.
- •
VvE: Vereniging van Eigenaars, rechtspersoon die de gemeenschappelijke belangen van appartementseigenaars behartigt.
Artikel 27:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen op grond van dit hoofdstuk subsidie verstrekken aan een VvE waarvan de woningen liggen in:
- a.
de wijk Hoge Vucht (postcode 4826 of 4827);
- b.
de wijk Doornbos-Linie (postcode 4816); of
- c.
de wijk Tuinzigt (postcodes zoals opgenomen in bijlage 8).
- 2.
Subsidie wordt alleen verstrekt als de WOZ-waarde van de woning maximaal € 420.000,- bedraagt (waardepeildatum 1 januari 2024, belastingjaar 2025).
- 3.
Alleen de VvE kan subsidie aanvragen. Individuele appartementseigenaren kunnen geen aanvraag indienen.
- 4.
Per adres dient een VvE maximaal één aanvraag in. Voor elk adres wordt de subsidie eenmaal verstrekt. Als een individuele eigenaar voor dezelfde woning al subsidie heeft ontvangen op grond van de individuele subsidieregeling VHF, kan het subsidiebedrag voor die woning aangevuld worden tot maximaal €12.500,-.
- 5.
Voor de appartementencomplexen Kasterleestraat 200-310, Antwerpenstraat 140-290 en 294-412 wordt geen subsidie verstrekt.
Artikel 27:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verstrekken voor:
- 1.
de volgende onderzoeken, als deze noodzakelijk zijn voor het treffen van verduurzamingsmaatregelen:
- a.
advies over bouwkundige en energetische staat van het gebouw;
- b.
- c.
- d.
brandveiligheidsonderzoek;
- e.
duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP);
- f.
duurzaam Monumenten advies (DuMo-advies);
- g.
- h.
- i.
financieel haalbaarheidsonderzoek voor ten minste twee verduurzamingsmaatregelen;
- j.
flora- en faunaonderzoek;
- k.
gelijkwaardigheidsonderzoek;
- l.
- m.
- n.
- o.
procesbegeleiding bij de besluitvorming;
- p.
- 2.
het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen, waaronder:
- a.
proces- en begeleidingskosten;
- b.
een of meer van de volgende werkzaamheden:
- i.
het isoleren en renoveren van het dak;
- ii.
het vervangen van kozijnen in voor-, zij- of achtergevel en/of vervanging van het glas (minimaal HR++);
- iii.
het isoleren van bestaande spouwmuren;
- iv.
het isoleren van de vloer;
- v.
het isoleren van (binnen)gevels;
- vi.
het aanpassen of uitbreiden van de meterkast voor elektrisch koken inclusief perilex-aansluiting en bekabeling;
- vii.
het aanbrengen van een CO2 -gestuurd mechanisch ventilatiesysteem met CO2-meting in woon- en hoofdslaapkamer. Bij voorkeur minimaal ventilatiesysteem D met warmteterugwinning;
- c.
het vaststellen van het energielabel volgens NTA 8800 na isolatie/renovatie van de woning;
- d.
kosten voor natuurvriendelijk isoleren en voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen, waaronder een omgevingsvergunning of een vergunning voor een flora- en fauna activiteit.
Artikel 27:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie als bedoeld in artikel 27:4, eerste lid, verstrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de VvE neemt vóór de start van de onderzoeken contact op met de adviseur energietransitie VvE’s van de gemeente Breda over de uitvoering conform het SMP;
- b.
de onderzoeken worden uitgevoerd door daarvoor gekwalificeerde onderzoeksbureaus;
- c.
de VvE bestaat niet uitsluitend uit verhuurde woningen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen subsidie als bedoeld in artikel 27:4, tweede lid, verstrekken als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
na uitvoering van de isolatiemaatregelen voldoet de woning aan ten minste één van de volgende voorwaarden:
- i.
het energielabel verbetert met ten minste drie stappen (bijvoorbeeld van F naar C);
- ii.
de woning heeft na de maatregelen ten minste energielabel B, of energielabel C als de woning is gebouwd vóór 1946;
- iii.
de woning voldoet aan de isolatiestandaard;
- b.
de werkzaamheden worden uitgevoerd in de periode van 1 september 2025 tot en met 31 december 2029;
- c.
voor de VvE is subsidie verstrekt op grond van de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars (SVVE) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO);
- d.
- e.
als de subsidie betrekking heeft op verhuurde woningen: de eigenaar bezit maximaal drie woningen (in eigendom volgens kadaster) en verstrekt, als burgemeester en wethouders dat vragen, een de-minimisverklaring;
- f.
als een woningcorporatie lid is van de VvE, verklaart het bestuur van de VvE schriftelijk, met overlegging van de notulen van de vergadering, dat de subsidie alleen wordt gebruikt voor het verlagen van de kosten voor particuliere woningeigenaren.
Artikel 27:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2027 is € 1.500.000,-.
- 2.
De subsidie voor kosten als bedoeld in artikel 27:4, eerste lid, bedraagt per 25% van de kosten per aanvraag, met een maximum van:
- a.
€ 5.000,- voor een gebouw of groep gebouwen van 1 tot en met 10 woningen;
- b.
€ 6.500,- voor een gebouw of groep gebouwen van 11 tot en met 30 woningen;
- c.
€ 10.000,- voor een gebouw of groep gebouwen van meer dan 30 woningen.
- 3.
De subsidie voor kosten als bedoeld in artikel 27:4, tweede lid, bedraagt per woning maximaal €12.500,- en niet meer dan 50% van de kosten per woning.
- 4.
Burgemeester en wethouders berekenen het totale subsidiebedrag voor de VvE door het aantal woningen binnen de VvE te vermenigvuldigen met het subsidiebedrag per woning. Woningen die niet aan de subsidiecriteria voldoen, tellen niet mee.
- 5.
Burgemeester en wethouders verdelen het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen.
Paragraaf 27.2 Subsidieaanvraag
Artikel 27:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvrager dient de aanvraag in met het aanvraagformulier op de website van de gemeente Breda en voegt daarbij in ieder geval de volgende stukken:
- a.
een beschikking van de SVVE subsidie door RvO voor ieder adres waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b.
een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt welke bestuurders bevoegd zijn;
- c.
voor subsidie als bedoeld in artikel 27:4, eerste lid, een op naam van de VvE gestelde factuur, ondertekend door zowel het volledige VvE-bestuur als de aannemer.
- d.
bij de aanvraag voor de activiteiten als bedoeld in artikel 27:4, tweede lid, voegt de aanvrager een projectplan toe met daarin:
- i.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- ii.
een beschrijving van de doelstellingen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd;
- iii.
een begroting en dekkingsplan van de kosten voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen, private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, met vermelding van de stand van zaken daarvan.
- e.
als subsidie is aangevraagd voor de onderzoeken zoals beschreven in artikel 27:4, eerste lid, de resultaten ervan en, indien van toepassing, bewijs van de naar aanleiding daarvan getroffen maatregelen;
- f.
het energiemaatwerkadvies met bijbehorende factuur waaruit, per woning blijkt met welke scenario’s aan maatregelen minimaal label B (of minimaal label C indien 1945 of ouder), minimaal 3 labelstappen of de isolatiestandaard bereikt worden;
- g.
het besluit van de algemene ledenvergadering over het gekozen scenario uit het Energiemaatwerkadvies, inclusief het advies van de bewonersadviesgroep verduurzaming;
- h.
een op naam van de VvE gestelde en door de aannemer ondertekende offerte, waarbij de werkzaamheden conform het advies van de bewonersadviesgroep verduurzaming uitgevoerd worden. Uit de offerte blijkt op welke adressen de werkzaamheden worden uitgevoerd;
- i.
de voor de werkzaamheden vereiste omgevingsvergunning;
- j.
een specificatie van de proces- en begeleidingskosten;
- k.
als een woningcorporatie lid is van de VvE: een verklaring van het bestuur van de VvE met de bijbehorende notulen zoals bedoeld in artikel 27:5, tweede lid, onder f.
Artikel 27:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
- 1.
De aanvrager kan subsidie aanvragen van 2 januari 2027 tot en met 31 december 2027.
- 2.
De aanvrager dient de aanvraag tot vaststelling uiterlijk op 1 juni 2030 in.
Paragraaf 27.3 Subsidiebehandeling
Artikel 27:9 Hoe verdelen burgemeester en wethouders de subsidie?
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het beschikbare budget op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
Artikel 27:10 Wanneer besluiten burgemeester en wethouders op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 27:11 Wanneer kunnen burgemeester en wethouders de subsidie weigeren?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een weigeringsgrond van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
de kosten van de renovatiewerkzaamheden naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet in redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat; of
- b.
de aanvraag betrekking heeft op een verhuurd appartement en de eigenaar vier (inclusief eigen woning) of meer panden in eigendom heeft.
Paragraaf 27.4 Verplichtingen en verantwoordingen
Artikel 27:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die gelden voor het ontvangen van subsidie.
- 2.
De subsidieontvanger meldt een verhuizing of het niet uitvoeren van de werkzaamheden om een andere reden zo snel mogelijk schriftelijk bij burgemeester en wethouders.
Artikel 27:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- 1.
De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in met het verantwoordingsformulier op de website van de gemeente Breda.
- 2.
In afwijking van de ASV stuurt de subsidieontvanger bij de verantwoording de volgende documenten mee:
- a.
facturen van de uitgevoerde werkzaamheden;
- b.
een kopie van het betalingsbewijs;
- c.
het definitieve energielabel na uitvoeren van de renovatiewerkzaamheden voor elk appartement waarvoor subsidie is verstrekt, zoals geregistreerd in EP-online.
Hoofdstuk 30 Slotbepalingen
Artikel 30:1 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen in een bijzonder geval afwijken van een bepaling van deze regeling, als zij van oordeel zijn dat toepassing daarvan leidt tot onevenredige gevolgen in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen.
Artikel 30:2 Overgangsbepaling
- 1.
De Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017 blijven van toepassing op:
- a.
aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend;
- b.
besluiten op die aanvragen;
- c.
de uitvoering, verantwoording en vaststelling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op die regeling;
- d.
besluiten tot wijziging van de onder b en c bedoelde besluiten; en
- e.
bezwaar- en beroepsprocedures over de onder b, c en d bedoelde besluiten.
- 2.
De Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 blijft van toepassing op:
- a.
aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend;
- b.
besluiten op die aanvragen;
- c.
de uitvoering, verantwoording en vaststelling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op die regeling;
- d.
besluiten tot wijziging van de onder b en c bedoelde besluiten; en
- e.
bezwaar- en beroepsprocedures over de onder b en c bedoelde besluiten.
- 3.
Als er op grond van het overgangsrecht bij de ‘Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017’ of de ‘Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026’ andere regels gelden voor aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid, blijven die regels gelden.
Artikel 30:3 Intrekken Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026
De Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 wordt met ingang van 1 januari 2027 ingetrokken. Deze regeling blijft van toepassing als dat volgt uit artikel 30:2, tweede en derde lid.
Artikel 30:4 Vervalbepaling
- 1.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met uitzondering van paragraaf 15.5 en de hoofdstukken 28 en 29, die vervallen met ingang van 1 januari 2029.
- 2.
Deze regeling blijft van toepassing op:
- a.
aanvragen die op grond van deze regeling zijn ingediend;
- b.
besluiten op die aanvragen;
- c.
de uitvoering, verantwoording en afwikkeling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op deze regeling;
- d.
besluiten tot wijziging van de onder b en c bedoelde besluiten; en
- e.
bezwaar- en beroepsprocedures over de onder b en c bedoelde besluiten.
- 3.
De bepalingen in de hoofdstukken 28 en 29 blijven vanaf 1 januari 2028 van toepassing op subsidieaanvragen die uiterlijk op 1 november 2028 volledig zijn ingediend, en de daarop volgende besluitvorming en afhandeling.
Artikel 30:5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en geldt voor aanvragen voor activiteiten vanaf 2027.
Artikel 30:6 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als: Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027.
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van Breda op 7 juli 2026,
Burgemeester en wethouders van Breda,
, burgemeester
, gemeentesecretaris
Bijlage 1 Subsidieplafonds waardenetwerken
Deelplafonds van waardenetwerk Zelf- en samenredzaam
|
Deelplafond
|
Doelen
|
Subsidie-plafond 2027
|
|
Zelf- en samenredzaamheid (Verbeter Breda)
|
De activiteiten zijn gericht op ontmoeting en gezond, veilig en prettig wonen. De focus is gericht op de jeugd.
|
€ 72.030
|
|
LHBTIQA+ emancipatiebeleid
|
Het bevorderen van de veiligheid, sociale acceptatie en emancipatie van LHBTIQA+ personen in Breda
|
€ 22.640
|
|
Diversiteit Gelijkwaardigheid en Inclusie
|
Het bevorderen van een inclusieve en gelijkwaardige samenleving waar inwoners zich thuis verbonden en gewaardeerd voelen door discriminatie te bestrijden, bewustwording over Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie te vergroten en sociale cohesie te versterken.
|
€ 20.000
|
|
Community building bij tijdelijke woningen
|
Het bieden van goede huisvesting en begeleiding voor statushouders en uitstromers op flexlocaties in Breda.
|
€ 292.500
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+
|
Inzet van 5 fte, voor het passend ondersteunen van mensen met psychische klachten doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein en GGZ behandeling –samenwerken.
|
€ 725.620
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ
|
Het bijwonen van 223 MDO’s zodat mensen met psychische klachten sneller passende ondersteuning krijgen doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein, GGZ behandeling en huisartsenzorg– vroegtijdig samen optrekken
|
€ 134.848
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - verkennende gesprekken
(VG) GGZ
|
Deelnemen aan 819 verkennende gesprekken zodat mensen met psychische klanten sneller passende ondersteuning krijgen doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein en GGZ behandeling– vroegtijdig samen optrekken
|
€ 198.099
|
Deelplafonds van waardenetwerk Kansrijke Jeugd
|
Deelplafond
|
Doelen
|
Subsidie-plafond 2027
|
|
Algemene preventie
|
Dit deelplafond richt zich op algemene, laagdrempelige preventie voor kinderen, jongeren en ouders. De inzet vindt plaats in de leefwereld van gezin, school, wijk én online en is in de basis gericht op groepen en algemeen toegankelijk.
De activiteiten dragen bij aan het versterken van de pedagogische en sociale basis door het vergroten van veerkracht, het normaliseren van opgroei- en opvoedvragen en het stimuleren van positief contact. Het gaat bijvoorbeeld om de inzet van vrijwilligers onder professionele coördinatie, ontmoetingsactiviteiten, peer-to-peer en inwonersinitiatieven, educatie en bewustwording en het versterken van de sociale en fysieke leefomgeving.
Binnen deze inzet kan lichte en kortdurende individuele ondersteuning voorkomen, bijvoorbeeld door vrijwilligers, zolang deze ondersteunend is aan het preventieve karakter en niet leidt tot structurele begeleiding.
|
€ 1.217.000
|
|
Peer to peer jongerenwerk
|
Een peer-to-peer programma waarbij (oudere) jongeren als rolmodellen fungeren, jongere kinderen of jongeren begeleiden en ondersteunen in hun ontwikkeling en vaardigheden aanleren, terwijl ze zich tegelijkertijd inzetten voor hun omgeving. Dit creëert een maatschappelijke oefenruimte voor collectieve groei en verbondenheid.
|
€ 795.000
|
|
Wijksport
|
Het inzetten van sportactiviteiten vanwege hun pedagogische waarde om de doelgroep beter te bereiken, aansluiting te vinden bij hun belevingswereld, in contact te blijven, jongeren structuur te bieden en ongewenst gedrag bij te sturen.
|
€ 236.000
|
|
Leert
|
De activiteiten zijn gericht op het voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden bij kinderen tot en met de basisschoolleeftijd. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van de kansengelijkheid in de stad.
|
€5.000.000
|
|
Peuterregeling
|
De activiteiten zijn gericht op het stimuleren van peuteropvang. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van de kansengelijkheid in de stad.
|
€ 316.700
|
|
Kansrijke Jeugd (verbeter Breda)
|
De activiteiten zijn gericht op kansengelijkheid en op gezond en veilig kunnen opgroeien: thuis, in de buurt, op school en op het werk
|
€ 82.320
|
Deelplafonds van waardenetwerk Gezond en Actief leven*
|
Deelplafond
|
Doelen
|
Subsidie-plafond 2027
|
|
Gezond en actief leven
|
Meer Bredanaars voldoen aan de beweegrichtlijnen en sporten wekelijks en sport- en beweegaanbieders zijn vitaal en leveren waar mogelijk een bijdrage aan maatschappelijke uitdagingen.
|
€ 2.355.106
|
* Dit subsidieplafond wordt vastgesteld onder voorbehoud van beschikbaarstelling van voldoende middelen voor de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties in 2027. Indien voor 2027 minder middelen beschikbaar worden gesteld dan waarvan bij de vaststelling van dit subsidieplafond is uitgegaan, kan het college het subsidieplafond overeenkomstig verlagen. Een verlaging kan gevolgen hebben voor de behandeling en honorering van al ingediende aanvragen.
Deelplafonds van waardenetwerk Bestaanszekerheid
|
Deelplafond
|
Doelen
|
Subsidie-plafond 2027
|
|
Bestaanszekerheid (Verbeter Breda)
|
Verbeter Breda begint bij de jeugd. We geven jongeren een zekerder bestaan mee. Dit doen we door het ondersteunen van activiteiten die zijn gericht op een leefbaar inkomen zodat er voldoende geld is om in basisbehoeften te voorzien.
|
€ 72.030
|
Bijlage 2A
Beoordelingsformat algemene criteria subsidieaanvragen waardenetwerken
|
1. Maatschappelijk Resultaat (max. 40 punten, minimaal vereist 10 punten)
|
|
Hoe draagt de activiteit bij aan de maatschappelijke doelen uit het hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen uit het beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, andere relevante beleidskaders voor het waardenetwerk? Wat heb je als de activiteit klaar is?
|
|
1.1 In welke mate draagt de activiteit bij aan de gestelde maatschappelijke doelen?
|
|
30 punten
|
De bijdrage is zeer goed.
|
|
20 punten
|
De bijdrage is goed.
|
|
10 punten
|
De bijdrage is beperkt.
|
|
0 punten
|
Er is geen duidelijke bijdrage of relatie met de thema’s.
|
|
1.2 In welke mate is inzichtelijk gemaakt wat de inwoner mag verwachten van de activiteit?
|
|
10 punten
|
Het is zeer duidelijk wat de inwoner mag verwachten.
|
|
5 punten
|
Het is voldoende duidelijk wat de inwoner mag verwachten.
|
|
0 punten
|
Het is onduidelijk wat inwoner mag verwachten
|
|
2. Bereik (max. 5 punten)
|
|
Hoe groot is de doelgroep? (aantal inwoners) en hoeveel inwoners binnen die doelgroep worden bereikt met de activiteit?
|
|
2.1 In de aanvraag wordt de doelgroep duidelijk omschreven en wordt aannemelijk gemaakt dat het beoogde bereik realistisch is.
|
|
3 punten
|
De doelgroep is duidelijk omschreven, en het is aannemelijk dat het beoogde bereik realistisch is.
|
|
1 punt
|
De doelgroep is duidelijk omschreven, maar het is niet aannemelijk dat het beoogde bereik realistisch is.
|
|
0 punten
|
De doelgroep is onduidelijk omschreven.
|
|
2.2 De doelgroep komt overeen met een van de in hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken: waarden, visie, inwonergroepen en doelen” van het Beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, doelgroepen van andere in de regeling genoemde beleidskaders.
|
|
2 punten
|
De doelgroep komt overeen met een van de in het beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, van andere in de regeling genoemde beleidskaders benoemde doelgroepen.
|
|
1 punt
|
De doelgroep komt deels overeen met een van de in het beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, van andere in de regeling genoemde beleidskaders benoemde doelgroepen.
|
|
0 punten
|
De doelgroep komt niet overeen met een van de in het beleidskader Samen Doorpakken en, indien van toepassing, van andere in de regeling genoemde beleidskaders benoemde doelgroepen.
|
|
3. Zelfredzaamheid (max. 5 punten)
|
|
Wat kan een inwoner door deelname aan de activiteit zelf, al dan niet met steun van anderen uit zijn omgeving?
|
|
3.1 Uit de aanvraag blijkt hoe de activiteit bijdraagt aan het versterken dan wel ondersteunen van de zelfredzaamheid van de inwoner
|
|
2 punten
|
Dit blijkt duidelijk uit de aanvraag
|
|
1 punt
|
Dit blijkt beperkt uit de aanvraag
|
|
0 punten
|
Dit blijkt niet uit de aanvraag
|
|
3.2 In welke mate draagt de activiteit bij aan het versterken danwel ondersteunen van de zelfredzaamheid van de inwoner?
|
|
3 punten
|
De bijdrage is goed.
|
|
1 punten
|
De bijdrage is beperkt.
|
|
0 punten
|
Er is geen duidelijke bijdrage of dit blijkt niet uit de aanvraag.
|
|
4. Vakmanschap: (max. 15 punten, minimaal vereist 5 punten)
|
|
Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige andere persoon? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien?
|
|
4.1 Is de keuze en meerwaarde voor vrijwillige en/of professionele inzet onderbouwd?
|
|
10 punten
|
De meerwaarde van professionele en vrijwillige inzet in bepaalde situaties is duidelijk omschreven
|
|
6 punten
|
Het is duidelijk wanneer en waarom er sprake is van professionele inzet en vrijwillige inzet.
|
|
0 punten
|
Het is niet duidelijk wanneer of waarom er sprake is van professionele inzet en vrijwillige inzet.
|
|
4.2 Wat is de verwachte kwaliteit van de uitvoering van de activiteit, gelet op vakmanschap
|
|
5 punten
|
De verwachte kwaliteit van de uitvoering is goed.
|
|
3 punten
|
De verwachte kwaliteit van de uitvoering is voldoende.
|
|
0 punten
|
De verwachte kwaliteit van de uitvoering is onvoldoende of niet te beoordelen.
|
|
5. Synergie (max. 10 punten, minimaal vereist 3 punten)
|
|
Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan het door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen de waarde? Wat levert deze samenwerking op?
|
|
5.1 In hoeverre is duidelijk hoe er wordt samengewerkt en wat hiervan de meerwaarde is.
|
|
7 punten
|
Het is duidelijk hoe er wordt samengewerkt en wat de waarde daarvan is voor een deelnemer aan de activiteit.
|
|
3 punt
|
Het is onduidelijk hoe er precies wordt samengewerkt.
|
|
0 punten
|
Er wordt niet samengewerkt.
|
|
5.2 In hoeverre levert de samenwerking extra impact of efficiency op binnen de uitvoering van de activiteit?
|
|
3 punten
|
Het is aannemelijk dat de activiteit juist door samenwerking zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden
|
|
1 punt
|
De meerwaarde van de samenwerking in termen van kwaliteit, snelheid en kosten is niet expliciet aannemelijk gemaakt.
|
|
0 punten
|
Er wordt niet samengewerkt.
|
|
6. Tevredenheid (max. 5 punten)
|
|
Hoe tevreden is de klant en zijn/haar omgeving? Maar ook: hoe tevreden zijn financiers, medewerkers, toezichthouders? De activiteiten moeten in de eerste plaats belangrijk en nuttig zijn voor de klant. Ook moeten alle betrokkenen in beeld zijn. Wat vindt de omgeving belangrijk? Hoe kun je daaraan bijdragen? En hoe kun je daar steeds beter in worden? We noemen dit omgevingssensitiviteit. Het gaat hierbij om hoe je tevredenheid in kaart brengt, voor nieuwe of bestaande activiteiten.
|
|
6.1 Hoe wordt tevredenheid in kaart gebracht?
|
|
5 punten
|
Tevredenheid wordt op een zeer goede manier in kaart gebracht, ook bij andere betrokkenen (zoals medewerkers, financiers of toezichthouders), en er wordt actief gestuurd op verbetering.
|
|
3 punten
|
Tevredenheid wordt op een voldoende manier in kaart gebracht, met aandacht voor wat er verbeterd kan worden.
|
|
0 punten
|
Tevredenheid wordt niet of op beperkte wijze in kaart gebracht, bijvoorbeeld alleen bij deelnemers, zonder duidelijke opvolging.
|
|
7. Kostprijs (max. 20 punten, minimaal vereist 3 punten)
|
|
De prijs per bereikte inwoner uit de doelgroep. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, met een weergave van een businesscase)
|
|
7.1 In hoeverre is de prijs per bereikt lid beschreven en onderbouwd?
|
|
5 punten
|
De prijs is voldoende duidelijk opgenomen en duidelijk onderbouwd.
|
|
0 punten
|
De prijs is niet duidelijk opgenomen en/of niet duidelijk onderbouwd
|
|
7.2 In hoeverre is de schatting van bespaarde kosten beschreven en onderbouwd?
|
|
5 punten
|
De bespaarde kosten per bereikte inwoner zijn voldoende duidelijk opgenomen en onderbouwd met behulp van een business case.
|
|
3 punten
|
De bespaarde kosten per bereikte inwoner zijn voldoende duidelijk opgenomen en duidelijk onderbouwd.
|
|
1 punten
|
De bespaarde kosten per bereikte inwoner zijn voldoende duidelijk opgenomen en niet duidelijk onderbouwd.
|
|
0 punten
|
De bespaarde kosten per bereikte inwoner zijn niet duidelijk opgenomen.
|
|
7.3 Zijn de kosten per bereikt lid proportioneel in verhouding tot het maatschappelijk resultaat van de activiteit?
|
|
10 punten
|
De prijs is laag in verhouding tot het maatschappelijk resultaat.
|
|
6 punten
|
De prijs is gemiddeld in verhouding tot het maatschappelijk resultaat.
|
|
2 punten
|
De prijs is hoog in verhouding tot het maatschappelijk resultaat.
|
|
0 punten
|
De prijs is niet duidelijk opgenomen en/of de verhouding tot het maatschappelijk resultaat is niet duidelijk.
|
Bijlage 2B
Beoordelingsformat specifieke criteria subsidieaanvragen waardenetwerken
Specifieke criteria voor alle deelplafonds van waardenetwerk Kansrijke Jeugd
|
Collectief aanbod (max. 10 punten)
|
|
1.1. Activiteiten voor jeugdigen worden zoveel mogelijk in collectieve vorm (groepsgericht) aangeboden, tenzij het karakter van de activiteit vraagt om een individuele invulling
|
|
10 punten
|
De activiteit is in collectieve vorm OF er is een geldige reden gegeven waarom het noodzakelijk is om een individuele invulling aan de activiteit te geven
|
|
0 punten
|
De activiteit is niet in collectieve vorm EN een geldige reden ontbreekt waarom het noodzakelijke is om een individuele invulling aan de activiteit te geven.
|
|
Aansluiting van activiteiten op de leefwereld van jeugdigen en versterking van de pedagogische basis (max. 10 punten)
|
|
1.2 De activiteiten sluiten aan op de leefwerelden van jeugdigen: thuis, in de wijk, op school en/of online. Activiteiten dragen bij aan het versterken van de pedagogische basis, door:
- •
een (school)omgeving te creëren waarin jeugdigen zich gesteund voelen;
- •
ouders te ondersteunen bij het bespreekbaar maken van opvoedingsuitdagingen als normale opvoedingssituaties.
|
|
10 punten
|
Er is duidelijk onderbouwd hoe de activiteit zich richt op het aansluiten bij de vier leefwerelden en versterken van de pedagogische basis.
|
|
0 punten
|
Er is geen/onduidelijke onderbouwing hoe de activiteit zich richt op het aansluiten bij de vier leefwerelden en versterken van de pedagogische basis.
|
Specifieke criteria voor Waardenetwerk Kansrijke Jeugd - deelplafond Leert
|
Voorrang (toeleiden tot) voorschoolse educatie (max. 100 punten)
|
|
2.1 Aanvragen van organisaties die aantoonbaar doelgroepkinderen zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs gericht toeleiden naar VE of VE aanbieden ontvangen een hogere beoordeling.
|
|
100 punten
|
De aanvrager leidt aantoonbaar doelgroepkinderen toe naar voorschoolse educatie (VE), of biedt zelf VE aan, zoals bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
|
|
0 punten
|
De aanvrager biedt geen VE aan en leidt ook niet actief toe naar VE.
|
Specifieke criteria voor waardenetwerk Zelf- en samenredzaam – deelplafonds Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - verkennende gesprekken (VG) GGZ
|
3. Bijdrage aan het streven naar herstelgerichte benadering GGZ en werken volgens het model van positieve gezondheid (max. 15 punten, minimaal 5 punten)
|
|
3.1 Uit de aanvraag blijkt in welke mate de activiteit bijdraagt aan de herstel gerichte benadering GGZ en gewerkt wordt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
15 punten
|
de activiteit draagt in hoge mate bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
10 punten
|
de activiteit draagt bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
5 punten
|
de activiteit draagt beperkt bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
0 punten
|
de activiteit draagt niet bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt niet gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
Specifieke criteria voor alle deelplafonds van Verbeter Breda (waardenetwerken Kansrijke Jeugd, Bestaanszekerheid en Zelf- en samenredzaamheid)
|
4. Vernieuwing: (max. 30 punten, minimaal 10 punten)
|
|
4.1 De activiteit/interventie is nieuw en vindt voor het eerst plaats of de activiteit/interventie bestaat al, maar wordt verder doorontwikkeld in de zin dat het wordt veranderd, verbeterd of vernieuwd. Het mag dus niet uitsluitend gaan om opschaling van bestaande activiteiten/interventies
|
|
30 punten
|
De activiteit of interventie is nieuw in Verbeter Breda buurten en wijken, of er is sprake van een substantiële doorontwikkeling waarbij de activiteit of interventie aantoonbaar is veranderd, verbeterd of vernieuwd. De activiteit of interventie onderscheidt zich duidelijk en op meerdere vlakken van het bestaande aanbod in Verbeter Breda wijken en buurten. De meerwaarde ten opzichte van wat al beschikbaar is, is helder onderbouwd en overtuigend aangetoond.
|
|
20 punten
|
De activiteit of interventie is nieuw in Verbeter Breda buurten en wijken, of er is sprake van een duidelijke doorontwikkeling waarbij de activiteit of interventie inhoudelijk is veranderd, verbeterd of vernieuwd. De activiteit of interventie onderscheidt zich op onderdelen van het bestaande aanbod in Verbeter Breda buurten en wijken, maar dit onderscheid is niet op alle vlakken even duidelijk uitgewerkt of onderbouwd. De meerwaarde is aanwezig, maar gedeeltelijk.
|
|
10 punten
|
De activiteit of interventie is nieuw in Verbeter Breda wijken of buurten, of er is sprake van enige doorontwikkeling ten opzichte van de bestaande situatie. De aanpassingen of vernieuwingen zijn echter beperkt en de activiteit of interventie onderscheidt zich nauwelijks van wat al beschikbaar is in Verbeter Breda buurten en wijken. De meerwaarde ten opzichte van het bestaande aanbod is niet of nauwelijks aantoonbaar.
|
|
0 punten
|
De activiteit of interventie is niet nieuw in Verbeter Breda wijken en buurten en er is geen sprake van doorontwikkeling. Het gaat om een bestaande activiteit of interventie die ongewijzigd wordt voortgezet of uitsluitend wordt opgeschaald. Er worden geen aanpassingen, verbeteringen of vernieuwingen doorgevoerd aan de inhoud, werkwijze of aanpak.
|
Bijlage 3
Voorwaarden behorend bij hoofdstuk 10 subsidie ‘water en groen op eigen terrein’ van de gemeente Breda
|
Subsidiabele maatregelen/criteria huiseigenaren en huurders (aanpassingen op eigen terrein)
|
|
|
|
|
|
Subsidiabel
|
Niet-Subsidiabel:
|
Vergoeding van de subsidiabele kosten
|
Met een maximum bedrag van:
|
|
Groen dak
Substraatlaag groter dan of gelijk aan dan 40 mm
Met minimaal 8 inheemse plantensoorten
Met een minimum van 25 liter waterberging per m2
Met een minimum van 8 m2
|
Groen dak pakket, inclusief beplanting
Aanlegkosten.
|
Aanleg of vervanging van dakbedekking.
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
€ 25,- per m2
|
€ 3.000,-
|
|
Groen dak
Bouwkundige onderzoek
|
Bouwkundige onderzoek
|
Kosten worden alleen vergoed indien het groene dak wordt aangelegd.
|
€ 250,- <100m2
€ 350,- >100m2
|
€ 350,-
|
|
Tegel eruit, groen erin
Indien de kosten van vergroening lager uitvallen dan €10,- per vierkante meter, worden alleen de werkelijke kosten vergoed
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Grond/ halfverharding in contact met ondergrond
|
Verplaatsen kabels en leidingen
Aanleg kunstgras
|
€ 10,- per m2
Half/open verharding € 5,- per m2
|
€ 1.500,-
|
|
Geveltuinen
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Kosten voor steunpunten geveltuin
|
Verplaatsen kabels en leidingen
|
35%
|
€ 1.500,-
|
|
Infiltratievoorzieningen
Inhoud van de regenton, regenzuil of waterschutting is minimaal 100 liter
|
Regenton
n
Waterzuil
Waterschutting
Infiltratie-voorzieningen
|
Maximaal 2 regentonnen per aanvraag.
|
35%
|
Regenton
€ 250,- per regenton
Water-schutting
€ 700,-
Infiltratievoorziening
€ 1.000,-
|
|
Aansluiting op de hemelwaterriolering
Minimaal 25 m2 af te koppelen
|
Dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering
Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte
|
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
Particulieren €500,- eenmalig
|
€ 500,-
|
|
Subsidiabele maatregelen/criteria bedrijven, stichtingen en verenigingen met uitzondering van de inrichting van schoolpleinen van scholen. Scholen kunnen wel subsidie ontvangen voor een groen dak.
|
|
|
|
|
|
Subsidiabel
|
Niet-Subsidiabel:
|
Vergoeding van de subsidiabele kosten
|
Met een maximum bedrag van:
|
|
Groen dak
Substraatlaag groter dan of gelijk aan dan 40 mm
Met minimaal 8 inheemse plantensoorten
Met een minimum van 25 liter waterberging per m2
Met een minimum van 8 m2
|
Groen dak pakket, inclusief beplanting
Aanlegkosten.
|
Aanleg of vervanging van dakbedekking.
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
€ 25,- per m2
|
€ 10.000,-
|
|
Groen dak
Bouwkundige onderzoek
|
Bouwkundige onderzoek
|
Kosten worden alleen vergoed indien het groene dak wordt aangelegd.
|
|
€ 750,-
|
|
Tegel eruit, groen erin
Indien de kosten van vergroening lager uitvallen dan €10,- per vierkante meter, worden alleen de werkelijke kosten vergoed
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Grond/ halfverharding in contact met ondergrond
|
Verplaatsen kabels en leidingen
Aanleg kunstgras
|
€ 10,- per m2
Half/open
verharding 5,- per m2
|
€ 7.500,-
|
|
Geveltuinen
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Kosten voor steunpunten geveltuin
|
Verplaatsen kabels en leidingen
|
35% van de werkelijk gemaakte kosten
|
€ 3.500,-
|
|
Infiltratievoorzieningen
Inhoud van de regenton, regenzuil of waterschutting is minimaal 100 liter
|
Regenton
Waterzuil
Waterschutting
Infiltratie-voorzieningen
|
Maximaal 4 regentonnen
|
35%
|
€ 250,-per regenton
Water schutting
€ 1.500,-
Infiltratie-voorziening/
€ 7.500,-
|
|
Aansluiting op de hemelwaterriolering
Minimaal 25 m2 af te koppelen
|
Het dakopper- vlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering
Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte
|
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
max 50% van de kosten tot maximaal €10.000,-
|
€ 10.000,-
|
|
Ontwerp-inrichtingsschets voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen
Bevat minimaal 10% nieuw groen
Geeft inzicht in de hoeveelheid en berekening waterberging en maatregelen
Geeft inzicht in het toevoegen van bomen en toename van de biodiversiteit
|
Inhuur van een landschaps-architect/ professionals op het gebied van groen- en wateradvies voor inzicht en advisering op de mogelijkheden en ruimtelijke inpassingen van groen / water op (een deel van) het bedrijventerrein.
|
Uitvoeringskosten
|
50%
|
€ 2.500,-
|
|
Subsidiabele maatregelen scholen en scholengemeenschappen
Algemene criteria:
- 1.
Het huidige verharde gedeelte van het schoolplein wordt omgevormd tot minimaal 1/3 in onverhard/waterdoorlatende verharding.
- 2.
Het totale schoolplein bestaat na de inrichting uit minimaal 25% beplanting. Hieronder vallen bomen, heesters, (moestuin) planten en kruiden. Geveltuinen mogen hierbij meegerekend worden.
- 3.
Het schoolplein is, zoveel mogelijk na schooltijd, toegankelijk voor spelende kinderen uit de buurt.
- 5.
De school levert zelf een financiële bijdrage.
- 6.
De school betrekt leerlingen, het schoolteam, ouders en buurtbewoners bij het plan.
|
|
Subsidiabel
|
Niet-Subsidiabel:
|
Vergoeding van de subsidiabele kosten
|
Met een maximum bedrag van:
|
|
Groen dak
Substraatlaag groter dan of gelijk aan dan 40 mm
Met minimaal 8 inheemse plantensoorten
Met een minimum van 25 liter waterberging per m2
Met een minimum van 8 m2
|
Groen dak pakket, inclusief beplanting
Aanlegkosten.
|
Aanleg of vervanging van dakbedekking.
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
75%
|
€20.000
voor totale uitvoerings-kosten. Hierbij dient 17.500 te worden ingezet voor inrichting en 2.500,- van de subsidie ingezet te worden voor het duurzaam beheer en onderhoud van het plein.
|
|
Tegel eruit, groen erin
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Grond/ halfverharding in contact met ondergrond
|
Verplaatsen kabels en leidingen
Aanleg kunstgras
|
|
|
|
Geveltuinen
|
Beplanting
Teelaarde
Aanlegkosten
Kosten voor steunpunten geveltuin
|
Verplaatsen kabels en leidingen
|
|
|
|
Infiltratievoorzieningen
Inhoud van de regenton, regenzuil of waterschutting is minimaal 100 liter
|
Regenton
|
|
|
|
|
Aansluiting op de hemelwaterriolering
Minimaal 25 m2 af te koppelen
|
Dakoppervlak en/of afwaterende verharding moet nu aangesloten zijn op gemengde riolering
Er moet aangesloten worden op een bestaande hemelwater aansluitleiding in de openbare ruimte
|
Aanpassingen aan de bouwkundige staat van dak of gebouw.
|
|
|
Bijlage 4
bij hoofdstuk 13
|
Beoordelingsmatrix grootstedelijke evenementen
|
Sociaal-maatschappelijke relevantie en traditie
|
|
Categorie
|
Omschrijving
|
Beschrijving
|
Punten
|
|
1
|
Niet relevant
|
Het evenement levert nauwelijks bijdrage aan verbinding binnen de gemeenschap, en/of heeft geen relevante plek in de lokale traditie, en/of wordt niet breed gedragen door bewoners en andere partijen in de stad.
|
0
|
|
2
|
Enigszins relevant
|
Het evenement draagt enigszins bij aan verbinding binnen de gemeenschap, en/of heeft enige plek in de lokale traditie, en/of wordt enigszins gedragen door bewoners en andere partijen in de stad.
|
5
|
|
3
|
Gemiddeld relevant
|
Het evenement stimuleert verbinding binnen de gemeenschap, en/of heeft een herkenbare maar nog niet ingebedde rol in de lokale traditie, en/of wordt gemiddeld gedragen door bewoners en andere partijen in de stad.
|
10
|
|
4
|
Duidelijk relevant
|
Het evenement draagt duidelijk bij aan verbinding binnen de gemeenschap, en/of ontwikkelt zichtbare traditie binnen de lokale gemeenschap, en/of wordt gedragen door bewoners en andere partijen in de stad.
|
15
|
|
5
|
Zeer relevant
|
Het evenement draagt in grote mate bij aan de verbinding binnen de gemeenschap en biedt ruimte voor ontmoeting en participatie. Het is een terugkerend evenement met een belangrijke plek in de lokale traditie en wordt breed gedragen door bewoners en andere partijen in de stad.
|
20
|
|
Stadspromotie / citymarketing
|
|
Categorie
|
Omschrijving
|
Beschrijving
|
Punten
|
|
1
|
Niet relevant
|
Het evenement heeft nauwelijks publiciteitswaarde voor de stad en/of draagt nauwelijks bij aan ‘Het Verhaal van Breda’ en/of er is nauwelijks sprake van een doeltreffend en kwalitatief marketingplan.
|
0
|
|
2
|
Enigszins relevant
|
Het evenement heeft enigszins publiciteitswaarde voor de stad en/of draagt enigszins bij aan ‘Het Verhaal van Breda’ en/of er is enigszins sprake van een doeltreffend en kwalitatief marketingplan.
|
5
|
|
3
|
Gemiddeld relevant
|
Het evenement heeft publiciteitswaarde voor de stad en/of draagt bij aan ‘Het Verhaal van Breda’ en/of er is sprake van een enigszins doeltreffend en kwalitatief marketingplan.
|
10
|
|
4
|
Duidelijk relevant
|
Het evenement heeft duidelijke publiciteitswaarde voor de stad en/of draagt aanzienlijk bij aan ‘Het Verhaal van Breda’ en/of er is sprake van een doeltreffend en kwalitatief marketingplan.
|
15
|
|
5
|
Zeer relevant
|
Het evenement heeft een zeer grote publiciteitswaarde voor de stad en draagt sterk bij aan ‘Het Verhaal van Breda’. Er is daarnaast sprake van een doeltreffend en kwalitatief marketingplan.
|
20
|
|
Doelgroep
|
|
Categorie
|
Omschrijving
|
Beschrijving
|
Punten
|
|
1
|
Niet relevant
|
Het evenement bereikt weinig mensen en/of richt zich niet op specifieke doelgroepen die relevant zijn voor de stad en haar beleidsdoelstellingen.
|
0
|
|
2
|
Enigszins relevant
|
Het evenement bereikt een beperkt aantal mensen en/of richt zich enigszins op specifieke doelgroepen die relevant zijn voor de stad en haar beleidsdoelstellingen.
|
5
|
|
3
|
Gemiddeld relevant
|
Het evenement bereikt een gemiddeld aantal mensen en/of richt zich op specifieke doelgroepen die redelijk relevant zijn voor de stad en haar beleidsdoelstellingen.
|
10
|
|
4
|
Duidelijk relevant
|
Het evenement bereikt een groot aantal mensen en/of richt zich op specifieke doelgroepen die relevant zijn voor de stad en haar beleidsdoelstellingen.
|
15
|
|
5
|
Zeer relevant
|
Het evenement bereikt zeer veel mensen en/of richt zich op specifieke doelgroepen die zeer relevant zijn voor de stad en haar beleidsdoelstellingen.
|
20
|
|
|
|
Economische spin-off
|
|
Categorie
|
Omschrijving
|
Beschrijving
|
Punten
|
|
1
|
Niet relevant
|
Het evenement genereert nauwelijks economische activiteit of samenwerking met lokale ondernemers
|
0
|
|
2
|
Enigszins relevant
|
Het evenement levert enige lokale economische activiteit op.
|
5
|
|
3
|
Gemiddeld relevant
|
Het evenement zorgt voor merkbare extra bestedingen en samenwerkingen in de stad.
|
10
|
|
4
|
Duidelijk relevant
|
Het evenement levert significante economische waarde op en versterkt lokale partnerschappen.
|
15
|
|
5
|
Zeer relevant
|
Het evenement draagt sterk bij aan de lokale economie, bijvoorbeeld door extra bestedingen in de stad. Daarnaast bevordert het samenwerking met lokale ondernemers en/of trekt het veel bezoekers van buiten Breda.
|
20
|
|
Excelleren
|
|
Categorie
|
Omschrijving
|
Beschrijving
|
Punten
|
|
1
|
Niet relevant
|
Het evenement onderscheidt zich nauwelijks van andere evenementen in kwaliteit, organisatie of impact.
|
0
|
|
2
|
Enigszins relevant
|
Het evenement onderscheidt zich enigszins van andere evenementen in kwaliteit, organisatie of impact.
|
5
|
|
3
|
Gemiddeld relevant
|
Het evenement onderscheidt zich gemiddeld van andere evenementen in kwaliteit, organisatie of impact.
|
10
|
|
4
|
Duidelijk relevant
|
Het evenement onderscheidt zich duidelijk van andere evenementen door innovatie, professionaliteit of bijzondere prestaties.
|
15
|
|
5
|
Zeer relevant
|
Het evenement onderscheidt zich zeer sterk van andere evenementen door innovatie, professionaliteit of bijzondere prestaties.
|
20
|
Bijlage 5
Beoordelingsformat subsidieaanvragen Subsidie Maatschappelijke Opvang, Openbare Geestelijke Gezondheidszorg en Verslavingspreventie
|
Criterium
|
Score
|
|
Maatschappelijk resultaat
|
|
|
Hoe draagt de activiteit bij aan de doelstellingen zoals genoemd in bijlage 6.
|
|
Scoremogelijkheden:
|
40 punten
|
Op basis van de omschrijving van de activiteit is het duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het is (eventueel op basis van onderzochte effectiviteit) zeer aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van meerdere voor de thema geformuleerde maatschappelijke doelen.
|
|
30 punten
|
Op basis van de omschrijving van de activiteit is het duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het is (eventueel op basis van onderzochte effectiviteit) zeer aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van één voor de thema geformuleerde maatschappelijke doelen.
|
|
20 punten
|
Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet geheel duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het lijkt desondanks aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van meerdere voor dit thema geformuleerde maatschappelijke doelen.
|
|
10 punten
|
Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet geheel duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Het lijkt desondanks aannemelijk dat de activiteit bijdraagt aan het realiseren van één voor de thema geformuleerde maatschappelijke doelen.
|
|
0 punten
|
Op basis van de omschrijving van de activiteit is het niet duidelijk wat de inwoner van deze activiteit mag verwachten en wat het beoogde resultaat hiervan is. Daardoor kan ook niet beoordeeld worden of en hoe de activiteit bijdraagt aan het realiseren van de voor de thema geformuleerde maatschappelijke doelen.
|
|
Criterium
|
Score
|
|
Vakmanschap
|
|
|
Wat is de toegevoegde waarde van de inzet van betaalde professionals? Anders gezegd: wat doen betaalde en opgeleide professionals beter of anders dan een willekeurige buurvrouw? En waar kan iemand die er weinig kennis van heeft dat aan zien?
|
|
Scoremogelijkheden:
|
15 punten
|
Er wordt een bewuste keuze gemaakt rondom professionele inzet. Uit de omschrijving van de activiteit blijkt in welke situaties sprake is van professionele inzet en wordt uitgelegd en aannemelijk gemaakt wat de meerwaarde hiervan is. Ook wordt beschreven op welke manier professionals ondersteund worden/professionaliteit op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als (zeer) goed.
In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet professionele inzet, wordt aannemelijk gemaakt dat dit passend is voor kwalitatief goede uitvoering van de activiteit. Ook wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als zeer goed.
|
|
10 punten
|
Aanvrager omschrijft in welke situaties sprake is van professionele inzet en geeft globaal aan wat de meerwaarde hiervan is. Er wordt aangegeven op welke manier professionals ondersteund worden/professionaliteit op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.
|
|
In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet
professionele inzet, wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.
|
|
5 punten
|
Aanvrager omschrijft slechts globaal de wijze waarop professionele dan wel vrijwillige inzet wordt ondersteund bij uitvoering van de activiteit. Op basis hiervan kan enig zicht verkregen worden over de kwaliteit.
|
|
0 punten
|
Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe invulling wordt gegeven aan vakmanschap.
|
|
Criterium
|
Score
|
|
Passende ervaringsdeskundigheid
|
|
|
De mate waarin gebruik wordt gemaakt van passende ervaringsdeskundigheid zoals genoemd in het in bijlage 6.
|
|
Scoremogelijkheden:
|
15 punten
|
Er wordt een bewuste keuze gemaakt rondom inzet ervaringsdeskundigheid. Uit de omschrijving van de activiteit blijkt in welke situaties sprake is van passende ervaringsdeskundigheid.
Ook wordt beschreven op welke manier ervaringsdeskundigheid op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als (zeer) goed.
In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet professionele inzet, wordt aannemelijk gemaakt dat dit passend is voor kwalitatief goede uitvoering van de activiteit. Ook wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als zeer goed.
|
|
10 punten
|
Aanvrager omschrijft in welke situaties sprake is van passende ervaringsdeskundigheid en geeft globaal aan wat de meerwaarde hiervan is.
Er wordt aangegeven op welke manier ervaringsdeskundigheid op peil wordt gehouden en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.
In geval sprake is van (uitsluitend) vrijwillige of niet professionele inzet, wordt beschreven op welke manier vrijwillige/niet professionele inzet door de aanvrager ondersteund wordt bij uitvoering van taken en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van uitvoering van de activiteit. De (op basis hiervan) te verwachten kwaliteit is te beoordelen als voldoende.
|
|
5 punten
|
Aanvrager omschrijft slechts globaal de wijze waarop ervaringsdeskundigheid wordt ondersteund bij uitvoering van de activiteit. Op basis hiervan kan enig zicht verkregen worden over de kwaliteit.
|
|
0 punten
|
Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe invulling wordt gegeven aan ervaringsdeskundigheid.
|
|
Criterium
|
Score
|
|
Samenwerking
|
|
|
Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? Draagt de activiteit bij aan het realiseren van een ambitie? Kan deze activiteit door slim samenwerken zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd worden? In welke mate wordt samengewerkt met andere partners binnen het thema? Wat levert deze samenwerking op?
|
|
Scoremogelijkheden:
|
15 punten
|
Aanvrager werkt slim samen met andere maatschappelijke partners binnen het thema. Hij maakt aannemelijk dat de activiteit juist door samenwerking zo goed mogelijk, zo snel mogelijk en zo goedkoop mogelijk uitgevoerd kan worden.
|
|
10 punten
|
Aanvrager werkt met verschillende partners samen. Duidelijk is waar deze samenwerking uit bestaat en wat de waarde daarvan is voor een deelnemer aan de activiteit. De meerwaarde in termen van kwaliteit, snelheid en kosten is niet expliciet aannemelijk gemaakt.
|
|
5 punten
|
Aanvrager werkt bij uitvoering van de activiteit beperkt samen met anderen. Of uit de omschrijving blijkt wel dat wordt samengewerkt, maar wordt niet aangegeven hoe precies.
|
|
0 punten
|
Aanvrager omschrijft niet of nauwelijks hoe invulling wordt gegeven aan samenwerking
|
|
Criterium
|
Score
|
|
Kostprijs
|
|
|
De prijs per eenheid. Ook hoort hierbij: een schatting van de kosten die bespaard kunnen worden door maatwerkvoorzieningen (indien van toepassing, weergave businesscase). Kan de kostprijs worden onderbouwd? Hoe verhoudt de prijs zich tot andere aanvragen?
Voor de activiteiten uit het beleidskader hanteren we de volgende eenheid om de kostprijs te bepalen:
Inloopvoorziening dak- en thuislozen (Categorie A): kostprijs per dagdeel, uitgaande dat de inloop op dit dagdeel 52 keer in het jaar geopend is
Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuislozen (Categorie B): kostprijs per unieke deelnemer
Maatschappelijk Steunsysteem (Categorie C): kostprijs per zorgconferentie
Bemoeizorg (Categorie D): kostprijs per traject
Straatteam (Categorie E): kostprijs per bereikt persoon die op straat verblijft
Verslavingspreventie (Categorie F): kostprijs per activiteit
Dag- en nachtopvang (Categorie G): kostprijs per opvangplek
Crisiswoningen (Categorie H): kostprijs per lid per opvangplek
Tussenvoorziening Mondiaal Centrum Breda (Categorie I ): kostprijs per opvangplek
Opvang dak- en thuisloze jongeren (Categorie K) kostprijs per opvangplek
Tussenvoorziening P-Dens (Categorie L) kostprijs per opvangplek
|
|
Scoremogelijkheden:
|
15 punten
|
Prijs per eenheid. Met een businesscase is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een besparing op de kosten van maatwerkvoorzieningen(indien van toepassing). De prijs ligt in lijn met andere aanvragen
|
|
12 punten
|
Prijs per eenheid is beschreven en onderbouwd. Met een businesscase is aannemelijk gemaakt dat sprake is van een besparing op de kosten van maatwerkvoorzieningen(indien van toepassing). De prijs is duurder dan andere aanvragen
|
|
10 punten
|
Prijs per eenheid is beschreven en onderbouwd.
|
|
5 punten
|
Prijs per eenheid is beschreven.
|
|
0 punten
|
Er is geen prijs per eenheid beschreven.
|
Bijlage 6
Kader voor uitvoering regionale activiteiten Maatschappelijke Opvang, OGGZ en Verslavingspreventie 2026 – 2027
In dit deel worden de regionale activiteiten in het kader van de Maatschappelijke Opvang, OGGZ en Verslavingspreventie, uitgevoerd door de partners, beschreven. Per activiteit worden de daarbij behorende doelen en richtlijnen omschreven.
Hoofdstuk 1: Ontmoeting en activering dak- en thuisloze mensen
In dit hoofdstuk worden de activiteiten en de daarbij behorende doelen en richtlijnen voor inloopvoorzieningen en programmatisch activiteitenaanbod voor dak- en thuisloze mensen omschreven.
1.1 Inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen
Een inloopvoorziening is een ontmoetingsruimte voor dak- en thuisloze mensen met vaste openingstijden in de week, waar laagdrempelige (ontmoetings-) activiteiten worden geboden.
Doelen
- •
Dak- en thuisloze mensen een plek geven voor ontmoeting, contact en praktische ondersteuning.
- •
Dak- en thuisloze mensen vinden en waar mogelijk toeleiden naar professionele zorg en ondersteuning.
- •
Maatschappelijke participatie van dak- en thuisloze mensen om de eerste stappen richting herstel te zetten.
Richtlijnen
- •
In de inloopvoorzieningen voor dak- en thuisloze mensen participeert iedereen naar vermogen.
- •
Inloopvoorzieningen voor dak- en thuisloze mensen werken activerend en herstelgericht.
- •
Passende (ervarings)deskundigheid wordt ingezet bij de ondersteuning aan dak- en thuisloze mensen in de inloopvoorzieningen.
- •
De professionals en vrijwilligers die ingezet worden in de inloopvoorziening hebben kennis en ervaring met doelgroep dak- en thuisloze mensen en met het omgaan met agressie en met mensen met psychische problemen en/of een verslaving.
1.2 Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda
Voor dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda is er een programmatisch activiteitenaanbod beschikbaar.
Doelen
- •
Dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda krijgen in een beschermde omgeving de ruimte om te ontdekken waar de eigen kracht ligt en wat zij nodig hebben bij het toewerken naar een zo volwaardig mogelijk participatie aan de samenleving.
- •
Dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda ontwikkelen hun talenten, vergroten hun eigenwaarde en vertrouwen, vermeerderen hun sociale contacten en krijgen plezier in eigen kunnen.
- •
Bijdragen aan herstel en het vergroten van eigen regie van dak- en thuisloze mensen en kwetsbare inwoners uit de gemeente Breda.
Richtlijnen
- •
De activiteiten dragen bij aan het zetten van stappen naar weer meedoen in de samenleving, meedoen aan reguliere activiteiten en waar mogelijk aan ontwikkeling naar werk.
- •
Het programmatisch activiteitenaanbod is gericht op activering en herstel.
- •
De activiteiten zijn op vaste momenten in de week en gericht op het aanbrengen van dagstructuur en dagritme.
- •
Passende ervaringsdeskundigheid wordt ingezet bij de ondersteuning en begeleiding van deelnemers in het programmatisch activiteitenaanbod.
- •
Er wordt ingezet op het behouden, onderhouden of waar nodig opbouwen van een sociaal en versterkend netwerk. Dit werkt ondersteunend bij het vergroten van de zelfredzaamheid van dak- en thuisloze en kwetsbare mensen.
Hoofdstuk 2: Toeleiding naar zorg en voorkomen en terugdringen van overlast
In dit hoofdstuk worden de activiteiten, de doelen en richtlijnen voor Maatschappelijke Steunsysteem, Bemoeizorg, Straatteam en Ondersteuning dakloze EU-burgers omschreven.
2.1 Maatschappelijke Steunsysteem (MaSS)
Signalen over zorg en of overlast van kwetsbare inwoners met meervoudige problemen waarvoor in de reguliere zorg en dienstverlening nog geen passende oplossing gevonden is, worden besproken in een gecoördineerd multidisciplinair overleg met partners om vanuit een integraal plan van aanpak doorbraken te realiseren. In de regio Breda vindt samenwerking plaats middels een Maatschappelijk Steunsysteem (MaSS).
Doelen
- •
Dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen;
- •
Verbeteren kwaliteit van leven en het bevorderen van een leefbare situatie van de betrokken inwoner en zijn of haar omgeving.
Richtlijnen
- •
De activiteiten van het MaSS dragen bij aan het destigmatiseren van inwoners met een psychisch- of verslavingsprobleem en het verbeteren van kennis en expertise bij vrijwilligers, professionals en inwoners.
- •
Er is sprake van een integrale aanpak op maat, voor situaties waarbij afzonderlijke organisaties niet tot een oplossing of doorbraak komen.
- •
Betrokken inwoners worden actief en assertief uitgenodigd om ondersteuning te accepteren, waarbij het zorgaanbod op hun vragen en problemen wordt afgestemd.
- •
Zorgconferenties worden georganiseerd waarbij met betrokkenen, hun netwerk en betrokken maatschappelijke partners gesproken wordt over hun situatie en indien nodig kan MaSS procesregie worden ingezet.
- •
De MaSS voorzitters stellen hun kennis en expertise beschikbaar door het bieden van consultatie, het geven van trainingen en educatie, het leggen van verbindingen en het meedenken over knelpunten en beleid.
- •
Informatie wordt onderling alleen uitgewisseld met toestemming van de betrokken persoon of op basis van een afsprakenkader en werkwijze MaSS.
2.2 Bemoeizorg
Bemoeizorg wordt ingezet om kwetsbare inwoners met meervoudige problemen die zorg mijden (hierna zorgwekkende zorgmijders) toe te leiden naar zorg en voor het adviseren en consulteren van lokale netwerkpartners in de regio Breda.
Doelen
- •
Dak- en thuisloosheid wordt zoveel mogelijk voorkomen.
- •
Het zo snel mogelijk in contact komen met zorgwekkende zorgmijders.
- •
Zorg- en ondersteuningsbehoefte van zorgwekkende zorgmijders is in beeld.
- •
Zorgwekkende zorgmijders worden toegeleid naar passende zorg en ondersteuning.
- •
Het ondersteunen van inwoners die in hun omgeving of werk te maken krijgen met zorgwekkende zorgmijders.
- •
Overdragen van kennis en inzichten over (benaderen van) zorgwekkende zorgmijders aan anderen, teneinde samenwernking tussen betrokken partners te bevorderen en een samenhangende aanpak te realiseren.
- •
Vergroten van leefbaarheid voor zorgwekkende zorgmijders en hun systeem en omgeving, sociale veiligheid vergroten en verminderen of opheffen en voorkomen van maatschappelijke teloorgang.
- •
Het signaleren van hiaten in reguliere zorg- en hulpverlening.
Richtlijnen
- •
Team Bemoeizorg heeft expertise en ervaring in de verslavingszorg en Licht verstandelijke beperkingen (LVB), expertise met betrekking tot het herkennen en duiden van psychiatrische problematiek en ervaring met het bieden van financiële ondersteuning ten aanzien van schuldenproblematiek en het bieden van psychosociale ondersteuning.
- •
Er wordt outreachende zorg en ondersteuning ingezet door middel van wetenschappelijk bewezen methodieken zoals de evidence based Critical Time Intervention (CTI) methodiek.
- •
Team bemoeizorg maakt gebruik van een ervaringsdeskundige die een opleiding tot ervaringsdeskundige hebben afgerond.
- •
Team bemoeizorg voert regie zolang als nodig met aandacht voor overdracht en afschalen naar reguliere zorg/het voorliggende veld.
2.3 Straatteam
Het Straatteam maakt en onderhoudt contact met dak- en thuisloze mensen die langdurig op straat leven. Dit gebeurt mede op basis van zorg- en/of overlastmeldingen van inwoners, instanties, politie en andere handhavers.
Doelen
- •
Contact maken met dakloze mensen die op straat leven.
- •
Dak- en thuisloze mensen die langdurig op straat leven zijn in beeld.
- •
Dak- en thuisloze mensen daar waar mogelijk toeleiden naar passende zorg en ondersteuning.
- •
Het voorkomen van overlast door op straat levende dakloze mensen.
Richtlijnen
- •
Er wordt outreachende ondersteuning ingezet; dak- en thuisloze mensen die op straat leven worden actief opgezocht.
- •
Methodisch wordt vanuit een krachtgerichte benadering gewerkt, uitgaande van de mogelijkheden en krachten van de persoon.
- •
Er wordt, onder meer op het gebied van overlastmeldingen, samengewerkt met politie, corporaties en handhaving.
- •
Er is passende ervaringsdeskundigheid in het Straatteam aanwezig.
2.4 Ondersteuning dakloze EU-burgers
Dit team maakt en onderhoudt contact met dakloze EU-burgers die langdurig op straat leven. Dit gebeurt mede op basis van zorg- en/of overlastmeldingen van instanties, politie en andere handhavers.
Doelen
- •
Contact maken met dakloze EU-burgers die op straat leven.
- •
Het in beeld hebben en houden van dakloze EU-burgers die op straat leven.
- •
Het bieden van ondersteuning naar wonen, betaald werk en/of terugkeer naar land van herkomst.
- •
Het voorkomen van overlast door op straat levende dakloze EU-burgers
Richtlijnen
- •
Er wordt outreachende ondersteuning ingezet; dak- en thuisloze EU-burgers die op straat leven worden actief opgezocht.
- •
Team spreekt verschillende talen uit Midden- en Oost-Europa.
- •
Team heeft kennis en ervaring met omgang met dakloze Eu-burgers en is op de hoogte van relevante wet- en regelgeving in Nederland en land van herkomst.
- •
Er wordt, onder meer op het gebied van overlastmeldingen, samengewerkt met politie en handhaving.
- •
Er wordt passende ervaringsdeskundigheid ingezet.
Hoofdstuk 3 Verslavingspreventie
In dit hoofdstuk worden de activiteit verslavingspreventie en de bijbehorende doelen en richtlijnen omschreven.
3.1 Verslavingspreventie
Verslavingspreventie richt zich op het voorkomen van problemen en beperken van schade van specifieke verslavingen.
Doelen
- •
Dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen.
- •
Het bevorderen van een gezondere bevolking door te voorkomen dat mensen gaan gebruiken.
- •
Voorkomen en beperken van schade door gebruik van alcohol, drugs, medicijnen, gokken, internetten en gamen.
- •
Vroegtijdig signaleren van (beginnende) problemen door gebruik, zodat de kans op herstel zo groot mogelijk is.
- •
In beeld krijgen van inwoners die op het gebied van verslaving zorg en ondersteuning nodig hebben en deze inwoners begeleiden naar passende zorg en ondersteuning.
Richtlijnen
- •
Er wordt outreachende ondersteuning ingezet.
- •
De organisatie die in de regio verslavingspreventie uitvoert is aangesloten bij Verslavingskunde Nederland (VKN) en werkt met het Landelijk Basispakket Verslavingspreventie.
- •
De verschillende vormen van preventie (universeel, selectief, geïndiceerd en case finding) worden geboden.
- •
De organisatie heeft ervaring met het bieden van voorlichting, advies en deskundigheidsbevordering op het thema verslavingen.
- •
Bij de uitvoering van verslavingspreventie wordt gebruik gemaakt van een ervaringsdeskundige die een opleiding tot ervaringsdeskundige hebben afgerond.
Hoofdstuk 4 Opvang dak- en thuisloze mensen
In dit hoofdstuk zijn de activiteiten en de daarbij behorende de doelen en richtlijnen voor dag- en nachtopvang, crisiswoningen, opvang aan risicojongeren en tussenvoorzieningen opgenomen.
4.1 Dag- en nachtopvang
Aan personen die hun thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving wordt tijdelijk dag- en nachtopvang en begeleiding geboden om te werken aan herstel. Beoordeling van het recht op opvang in de dag- en nachtopvang vindt plaats bij Centraal Onthaal.
Doelen
- •
Voor rechthebbende dak- en thuisloze mensen vanaf 18 jaar is dag- en nachtopvang beschikbaar.
- •
De zorg- en ondersteuningsbehoefte van dak- en thuisloze mensen wordt gedurende in verblijf in de dag- en nachtopvang in beeld gebracht.
- •
Dak- en thuisloze mensen stromen zo snel mogelijk door naar een passende woon- of vervolgplek.
Richtlijnen
- •
De dag- en nachtopvang is 365 dagen per jaar en 24 uur per dag geopend.
- •
In de dag- en nachtopvang wordt in ieder geval het volgende aangeboden:
- o
- o
Gelegenheid om te douchen
- o
Gelegenheid om kleding te wassen
- o
- •
In de dag- en nachtopvang participeert iedereen naar vermogen.
- •
Dak- en thuisloze mensen ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel.
- •
De dak- en thuisloze mensen in de dag en nachtopvang staan ingeschreven bij een digitaal aanmeldloket voor (sociale) huurwoningen, zoals Klik voor Wonen en wordt gestimuleerd zelfstandig op zoek te gaan naar een woonplek.
- •
Voor alle dak- en thuisloze mensen in de dag- en nachtopvang wordt binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld.
- •
Alle inspanningen zijn erop gericht om dak- en thuisloze mensen zo snel als mogelijk, en binnen maximaal 3 maanden, toe te leiden naar een passende woon- en of vervolgplek.
- •
Wanneer iemand uit de dag- en nachtopvang uitstroomt naar zelfstandig wonen wordt de ondersteuning door dezelfde mentor gecontinueerd, totdat passende ondersteuning op de nieuwe woonplek is georganiseerd. Deze overbrugging wordt maximaal 3 maanden ingezet en is zo kort als mogelijk.
- •
Het uitgangspunt bij uitstroom uit de opvang is ‘Wonen Eerst’: zoveel als mogelijk zelfstandig wonen, indien nodig met (intensieve) begeleiding. Wanneer zelfstandig wonen (nog) niet haalbaar is, streven we naar een geschikte vervolgplek die zoveel als mogelijk op regulier wonen lijkt.
- •
Als iemand zelfstandig kan wonen en afkomstig is uit een regiogemeente of van buiten de regio wordt iemand zo snel als mogelijk aangemeld bij het Regionaal Transferpunt voor uitstroom naar gemeenten in de regio. In aansluiting op het uitgangspunt terug naar de gemeente van herkomst, tenzij dit niet helpend is voor herstel.
- •
Indien iemand in de dag- en nachtopvang in de eerste twee weken na aankomst in de dag- en nachtopvang niet kan aantonen dat hij zelfstandig zijn financiën kan beheren, dan wordt budgetbeheer ingezet.
- •
In de dag- en nachtopvang wordt gebruik gemaakt van een ervaringsdeskundige die een opleiding tot ervaringsdeskundige hebben afgerond.
- •
Dak- en thuisloze mensen in de regio Breda worden door Centraal Onthaal, het loket voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen van de Gemeente Breda toegeleid naar de dag- en nachtopvang.
- •
Er wordt ingezet op het zo veel als mogelijk behouden, onderhouden of waar nodig opbouwen van een sociaal en versterkend netwerk. Dit werkt ondersteunend bij het vergroten van de zelfredzaamheid van dak- en thuisloze mensen.
4.2 Crisiswoningen
Mensen die hun thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving worden opgevangen in een crisiswoning en ontvangen begeleiding om te werken aan herstel. In een crisiswoning worden dak- en thuisloze mensen opgevangen die met begeleiding in staat zijn om zelfstandig te wonen. Beoordeling van het recht op verblijf in een crisiswoning vindt plaats bij Centraal Onthaal.
Doelen
- •
Voor dak- en thuisloze mensen vanaf 18 jaar zijn voor eerste opvang crisiswoningen beschikbaar.
- •
De zorg- en ondersteuningsbehoefte van dak- en thuisloze mensen wordt gedurende in verblijf in de crisiswoningen in beeld gebracht.
- •
Dak- en thuisloze mensen stromen zo snel mogelijk door naar een passende woon- of vervolgplek.
Richtlijnen
- •
De crisiswoningen worden zo veel mogelijk regionaal gespreid.
- •
Dak- en thuisloze mensen ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel.
- •
Budgetbeheer wordt daar nodig ingezet.
- •
De dak- en thuisloze mensen in de crisiswoningen staan ingeschreven bij een digitaal aanmeldloket voor (sociale) huurwoningen, zoals Klik voor Wonen en wordt gestimuleerd zelfstandig op zoek te gaan naar een woonplek
- •
Alle inspanningen zijn erop gericht om dak- en thuisloze mensen zo snel als mogelijk en binnen maximaal 3 maanden toe te leiden naar een passende woon- en of vervolgplek.
- •
Voor alle dak- en thuisloze mensen in de crisiswoningen wordt binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld
- •
Wanneer iemand uit de crisiswoning uitstroomt naar zelfstandig wonen wordt de ondersteuning door dezelfde begeleider gecontinueerd, totdat passende ondersteuning op de nieuwe woonplek is georganiseerd. Deze overbrugging wordt maximaal 3 maanden ingezet en is zo kort als mogelijk.
- •
Het uitgangspunt bij uitstroom uit de crisiswoning is: zoveel als mogelijk zelfstandig wonen, indien nodig met (intensieve) begeleiding. Wanneer zelfstandig wonen (nog) niet haalbaar is, streven we naar een geschikte vervolgplek die zoveel als mogelijk op regulier wonen lijkt.
- •
Als iemand zelfstandig kan wonen en afkomstig is uit een regiogemeente of van buiten de regio dan wordt iemand zo snel als mogelijk aangemeld bij het Regionaal Transferpunt voor uitstroom naar gemeenten in de regio. In aansluiting op het uitgangspunt terug naar de gemeente van herkomst, tenzij dit niet helpend is voor herstel.
- •
In de crisiswoning wordt gebruik gemaakt van een ervaringsdeskundige die een opleiding hebben afgerond.
- •
Dak- en thuisloze mensen in de regio Breda worden door Centraal Onthaal, het loket voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen van de Gemeente Breda toegeleid naar de crisiswoning.
- •
Er wordt ingezet op het behouden, onderhouden of waar nodig opbouwen van een sociaal en versterkend.
4.3 Opvang dak- en thuisloze jongeren
Dak- en thuisloze jongeren die hun thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving bieden we opvang en begeleiding aan. Beoordeling van het recht op opvang in de opvang voor dak- en thuisloze jongeren vindt plaats bij Centraal Onthaal.
Doelen
- •
Voor dak- en thuisloze jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar is passende opvang en integrale begeleiding beschikbaar.
- •
De zorg- en ondersteuningsbehoefte van dak- en thuisloze jongeren wordt gedurende in verblijf in de opvang in beeld gebracht
- •
Dak- en thuisloze mensen jongeren stromen zo snel mogelijk door naar een duurzame passende woon- of vervolgplek.
Richtlijnen
- •
In de voor dak- en thuisloze jongeren wordt in ieder geval het volgende aangeboden:
- o
- o
Gelegenheid om te douchen
- o
Gelegenheid om kleding te wassen
- o
- •
Dak- en thuisloze jongeren ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel.
- •
In de opvang voor dak- en thuisloze jongeren participeert iedereen naar vermogen.
- •
De dak- en thuisloze jongeren in de opvang staan ingeschreven bij een digitaal aanmeldloket voor (sociale) huurwoningen, zoals Klik voor Wonen en wordt gestimuleerd zelfstandig op zoek te gaan naar een woonplek
- •
Voor alle dak- en thuisloze jongeren in de opvang wordt binnen 6 weken een ondersteuningsplan opgesteld
- •
Alle inspanningen zijn erop gericht om dak- en thuisloze jongeren zoals snel mogelijk en binnen maximaal 3 maanden toe te leiden naar een passende woon- en of vervolgplek.
- •
Wanneer iemand uit de opvang uitstroomt naar zelfstandig wonen wordt de ondersteuning door dezelfde begeleider gecontinueerd, totdat passende ondersteuning op de nieuwe woonplek is georganiseerd. Deze overbrugging wordt maximaal 3 maanden ingezet en is zo kort als mogelijk.
- •
Het uitgangspunt bij uitstroom uit de opvang voor dak- en thuisloze jongeren is ‘Wonen Eerst’: zoveel als mogelijk zelfstandig wonen, indien nodig met (intensieve) begeleiding. Wanneer zelfstandig wonen (nog) niet haalbaar is, streven we naar een geschikte vervolgplek die zoveel als mogelijk op regulier wonen lijkt.
- •
Als iemand zelfstandig kan wonen en afkomstig is uit een regiogemeente of van buiten de regio wordt iemand zo snel als mogelijk aangemeld bij het Regionaal Transferpunt voor uitstroom naar gemeenten in de regio. In aansluiting op het uitgangspunt terug naar de gemeente van herkomst, tenzij dit niet helpend is voor herstel.
- •
Indien iemand in de opvang in de eerste twee weken na aankomst in de opvang niet kan aantonen dat hij zelfstandig zijn financiën kan beheren, dan wordt budgetbeheer ingezet.
- •
In de opvang voor dak- en thuisloze jongeren wordt gebruik gemaakt van een ervaringsdeskundige die een opleiding tot ervaringsdeskundige hebben afgerond.
- •
Dak- en thuisloze mensen in de regio Breda worden door Centraal Onthaal, het loket voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen van de Gemeente Breda toegeleid naar de opvang voor dak- en thuisloze jongeren.
- •
Er wordt ingezet op het zo veel als mogelijk behouden, onderhouden of waar nodig opbouwen van een sociaal en versterkend netwerk. Dit werkt ondersteunend bij het vergroten van de zelfredzaamheid van dak- en thuisloze mensen
4.4 Tussenvoorzieningen
Een tussenvoorziening is een tijdelijke woonplek in groepsverband voor dak- en thuisloze mensen. In een tussenvoorziening worden dak- en thuisloze mensen opgevangen die met begeleiding in staat zijn om zelfstandig te wonen. Beoordeling van het recht op verblijf in een tussenvoorziening vindt plaats bij Centraal Onthaal.
Doelen
- •
Voor dak- en thuisloze mensen zijn tijdelijke woonplekken in tussenvoorzieningen en integrale begeleiding beschikbaar.
- •
Dak- en thuisloze mensen stromen zo snel mogelijk door naar een duurzame passende woonplek.
Richtlijnen
- •
De tussenvoorzieningen worden zo veel mogelijk regionaal gespreid, zijn tijdelijk en worden zodra er voldoende reguliere woonplekken beschikbaar zijn ook weer afgebouwd.
- •
De verblijfsduur in een tussenvoorziening is maximaal één jaar.
- •
Dak- en thuisloze mensen ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel.
- •
De mensen die in een tussenvoorziening verblijven staan ingeschreven bij een digitaal aanmeldloket voor (sociale) huurwoningen, zoals Klik voor Wonen en wordt gestimuleerd zelfstandig op zoek te gaan naar een woonplek.
- •
Alle inspanningen zijn erop gericht om dak- en thuisloze mensen zo snel mogelijk toe te leiden naar een passende woon- en of vervolgplek.
- •
Wanneer iemand uit de tussenvoorziening uitstroomt naar zelfstandig wonen wordt de ondersteuning door dezelfde begeleider gecontinueerd, totdat passende ondersteuning op de nieuwe woonplek is georganiseerd. Deze overbrugging wordt maximaal 3 maanden ingezet en is zo kort als mogelijk.
- •
Het uitgangspunt bij uitstroom uit de opvang is; zoveel als mogelijk zelfstandig wonen, indien nodig met (intensieve) begeleiding. Wanneer zelfstandig wonen (nog) niet haalbaar is, streven we naar een geschikte vervolgplek die zoveel als mogelijk op regulier wonen lijkt.
- •
Als iemand zelfstandig kan wonen en afkomstig is uit een regiogemeente of van buiten de regio dan wordt iemand zo snel als mogelijk aangemeld bij het Regionaal Transferpunt voor uitstroom naar gemeenten in de regio. In aansluiting op het uitgangspunt terug naar de gemeente van herkomst, tenzij dit niet helpend is voor herstel.
- •
Indien nodig wordt budgetbeheer ingezet.
- •
In een tussenvoorziening wordt gebruik gemaakt van een ervaringsdeskundige die een opleiding hebben afgerond.
- •
Dak- en thuisloze mensen in de regio Breda worden door Centraal Onthaal, het loket voor (dreigend) dak- en thuisloze mensen van de Gemeente Breda toegeleid naar een tussenvoorziening.
- •
Er wordt ingezet op het behouden, onderhouden of waar nodig opbouwen van een sociaal en versterkend netwerk. Dit werkt ondersteunend bij het vergroten van de zelfredzaamheid van dak- en thuisloze mensen.
Bijlage 7
Adressenlijst bij hoofdstuk 25. Verduurzamingsprojecten gespikkeld bezit Brabantpark en Heuvel Breda
Brabantpark:
Achtervang
Bijvang
Eekhoornstraat
Elandstraat
Epelenberg
Geertshof
Giraffestraat
Hermelijnstraat
Hoogeind
Hooghout 100, 104, 106, 108, 110, 112, 118, 122, 124, 128
Kangoeroestraat 18, 24, 26, 28, 34, 38
Karbouwstraat 15, 17, 21, 25, 27, 30, 34, 36, 42
Lage Kant 13, 17, 19, 20, 22, 25, 26, 29, 30, 32, 34, 38, 42, 44, 46, 50, 52, 56
Landheining
Leeuwenhof
Marterring 3, 7, 8, 12, 15, 16, 17, 23, 25, 26, 27, 28, 31, 36, 38, 39, 44, 46, 48, 52, 54
Naundorffstraat
Nieuwe Inslag 6, 8, 12, 16, 18, 20, 26, 30
Otterring 6, 8, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 20, 22, 25, 26, 28, 31, 32, 34, 38, 40, 42, 48, 54, 56, 58, 60, 64, 72, 76, 78, 82
Papenhof
St. Ignatiusstraat
Tijgerhof
Uitvang
Wolvenring 5, 7, 13, 16, 18, 20, 22, 28, 29, 31, 33, 37, 39, 40, 43, 44, 45, 46, 48, 49, 52, 56, 58, 62, 66
Voorvang
Heuvel:
Bonairestraat 27
Curacaostraat 14, 16, 18 en 30
Van de Spiegelstraat 1, 3, 5, 25, 27, 39, 2, 10, 20, 36
Bijlage 8
Postcodelijst bij hoofdstuk 26 en hoofdstuk 27. Verduurzamen woningen Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt
4812 XB, XC, XD, XE, XG, XN, XT
4813 XM
4814 AB, AC, AD, AE, AG, AH, AK, AL, AM, AN, AP, AR, AS, AT, AV, AW, AX
4814 BA, BB, BC, BD, BE, BG, BH, BJ, BK, BL, BM, BN, BP, BR, BS, BT, BV, BW, BX, BZ
4814 CA, CB, CC, CD, CE, CG, CH, CJ, CK, CL, CM, CN, CP, CR, CS, CT
4814 DB
4814 GA, GB, GC, GD, GE, GG, GH, GK
4814 HA, HB, HC, HD, HE, HG, HH, HJ, HK, HL, HM, HN, HP, HR, HS, HT, HV, HW, HX
4814 JA, JB, JC, JD, JE, JG, JH, JK, JL, JM, JN, JP, JR, JS, JT, JV, JX, JZ
4814 KA, KB, KC, KD, KE, KG, KH, KJ, KK, KL, KM, KN, KP, KR, KS, KT, KV, KW, KX
4814 LA, LB, LC, LD, LE, LG, LH, LJ, LK, LL, LM, LN, LP, LR, LS, LT, LV, LW
4814 NN
4814 PJ, PK, PL, PM