Gemeenteblad van Beesel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beesel | Gemeenteblad 2026, 349650 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beesel | Gemeenteblad 2026, 349650 | beleidsregel |
Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Beesel 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel;
Hoofdstuk 2: Algemene uitgangspunten bij een (maatwerk)voorziening
Hoofdstuk 4: Hulp bij het huishouden
Hoofdstuk 6: Woonvoorzieningen
Hoofdstuk 8: Verhuiskostenvergoeding
Hoofdstuk 9: Mobiliteitsvoorzieningen
Hoofdstuk 10: Collectief vraagafhankelijk vervoer/ Omnibuzz
Hoofdstuk 11: Persoonsgebonden Budget
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Elementaire woonruimtes: Elementaire woonruimtes zijn de delen van de woning die nodig zijn voor basisactiviteiten als wonen, slapen, douchen, eten, veiligheid en essentiële huishoudelijke taken. Ruimten die niet bijdragen aan deze basisactiviteiten vallen hier niet onder.
De noodzakelijke ruimtes in een woning zoals de woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer en het toilet. Ruimte zoals een hobbyruimte, studeerkamer, de zolder en de kelder worden in het kader van de Wmo 2015 niet gezien als een elementaire woonruimte, tenzij deze ruimten noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van een elementaire woonfunctie.
Gebruikelijke hulp: de hulp die mensen elkaar normaal gesproken bieden als zij een gezin vormen of samenleven, bijvoorbeeld helpen met eten koken, afwassen, stofzuigen en de kinderen naar school brengen. Als iemand in het gezin ziek wordt kunnen andere gezinsleden vaak een aantal van deze taken overnemen.
Voorliggend veld: Het voorliggend veld omvat alle algemene en laagdrempelige voorzieningen, hulp uit het sociale netwerk en andere wettelijke regelingen die vóór individuele Wmo-ondersteuning kunnen worden ingezet. De gemeente onderzoekt altijd eerst of deze voorzieningen de hulpvraag kunnen oplossen, voordat een maatwerkvoorziening wordt overwogen.
Hoofdstuk 2: Algemene uitgangspunten bij een (maatwerk)voorziening
Voor hulpvragen op het gebied van de Wmo is de gemeente bereikbaar via het samenlevingsloket. We maken daarnaast gebruik van een cliëntportaal waardoor ook digitaal de mogelijkheid bestaat voor vragen en contact.
De inwoner met zijn of haar omgeving staat centraal bij de hulpvraag en de bijbehorende oplossing. De hulpvraag wordt met een brede blik vanuit diverse leefgebieden onderzocht, waarbij de eigen regie en eigen kracht van inwoner wordt meegewogen in de oplossingen.
Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die andere inwonende(n) zoals bijvoorbeeld de partner, ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Het hebben van werk, naar school gaan of geen ervaring hebben met de uitvoer van taken wordt niet als reden gezien om geen gebruikelijke hulp te kunnen bieden. Onderstaande opsomming geeft enkele voorbeelden, deze lijst is niet uitputtend:
Artikel 5. Algemene voorzieningen
Een algemene voorziening is een aanbod van diensten of activiteiten die voor iedere inwoner van de gemeente beschikbaar is. Een inwoner kan hier terecht zonder indicatie en zonder voorafgaand onderzoek naar persoonlijke omstandigheden. Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt als inwoner met zijn ondersteuningsbehoefte gebruik kan maken van een algemene voorziening. De volgende algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar:
Artikel 6. Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening waarvan gelet op de omstandigheden het aannemelijk is dat inwoner daarover ook als hij geen beperkingen had zou kunnen beschikken. Er wordt geen maatwerkvoorziening verstrekt als er sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening. De criteria voor een algemeen gebruikelijke voorziening zijn:
Kan financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau. Een voorziening kan financieel gedragen worden met een minimum inkomen als de kosten daarvan binnen 36 maanden kunnen worden terugbetaald. Dit is maximaal €1.250,- volgens de jurisprudentie (stand van zaken 2024). Bij dit criterium kan er uitgegaan worden van het tweedehands aanbod.
Artikel 7. Ambtshalve beschikken
Het college kan besluiten ambtshalve te beschikken bij de volgende situaties:
Er kan enkel een ambtshalve besluit worden genomen wanneer het besluit in lijn ligt met de verwachting van inwoner (verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Beesel 2024, artikel 6.7)
Wanneer de indicatie van een eerder verstrekte maatwerkvoorziening afloopt en een verlenging of nieuwe indicatie gewenst is, is een inwoner verantwoordelijk om ten minste 8 weken voor de einddatum van de indicatie een melding als bedoeld in artikel 2 van Wmo verordening gemeente Beesel 2024 in te dienen.
Wanneer het onderzoek later plaatsvindt dan de einddatum van de geldende indicatie doordat een inwoner zicht te laat gemeld heeft, dan wordt door consulent bepaald of hier een kortdurende overbruggingsindicatie kan worden verstrekt. Onderstaande uitgangspunten geven weer wanneer er, in uitzonderlijke situaties een overbruggingsindicatie afgegeven kan worden:
Voorzieningen van de Wmo onder artikel 9 tot en met artikel 15 worden resultaatgericht geïndiceerd. Het college bepaalt samen met de inwoner welke doelen en resultaten behaald moeten worden (het wat). Dit wordt vastgelegd in het leefzorgplan. De zorgaanbieder bepaalt in samenspraak met de inwoner hoe het resultaat bereikt gaat worden (het hoe). Dit wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan. Dit leidt tot meer flexibiliteit in de te bieden ondersteuning, maatwerk (er wordt optimaal aangesloten bij de ondersteuningsbehoefte op elk moment) en geeft ruimte aan de zorgprofessional om de benodigde zorg flexibel op en af te schalen. Om duidelijkheid en transparantie te geven en zo veel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan inwoners, worden de doelen en resultaten in dit hoofdstuk beschreven.
Tevens zien we zoals ook vastgelegd in de verordening Wmo gemeente Beesel 2024 zowel het Leef zorgplan als het ondersteuningsplan als onderdeel van de beschikking.
Het uitgangspunt is dat professionals vanuit verschillende disciplines integraal samenwerken. Professionals beschikken over de juiste vaardigheden en kennis en houden deze up-to-date.
Artikel 9. Traject 1A: Volwassenen met een complexe of meervoudige ondersteuningsvraag
Traject 1A kent als enige een onderverdeling in twee delen: traject 1A1 en traject 1A2. De doelgroep is voor beide trajecten gelijk, maar traject 1A1 betreft de begeleiding en traject 1A2 de dagbesteding.
Volwassenen die vanwege psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van hun sociale netwerk of gebruikmakend van voorliggende voorzieningen, zich te handhaven in de samenleving. Er is bij deze doelgroep sprake van perspectief op vergroten van de zelfstandigheid. De focus ligt op het herstellen van en/of vergroten van de zelfredzaamheid. Door een incident is er tijdelijk ondersteuning nodig. De ondersteuning is op maat, passend bij de behoefte en mogelijkheden van de inwoner en gericht op het effectief en efficiënt bereiken van het beoogde resultaat. Deze ondersteuning kent een afgebakende periode met een duidelijk start- en eindmoment. Het uitgangspunt is dat inwoner na afronding van het traject zelfstandig verder kan en er geen professionele ondersteuning meer noodzakelijk is.
Het traject omvat ondersteuning die wordt geboden aan inwoner met uiteenlopende problematieken of beperkingen zoals:
Artikel 10. Traject 1B: Volwassenen met een kortdurende en enkelvoudige ondersteuningsvraag
Volwassenen met (enkelvoudige) problematiek waarbij de focus ligt op het herstellen van en/of vergroten van de zelfredzaamheid. De ondersteuning is ter bevordering van een of meerdere levensdomeinen. De inwoner is zelfstandig/zelfredzaam maar heeft door een incident tijdelijke ondersteuning nodig. De ondersteuning kent een afgebakende periode met een duidelijke start en eindmoment. De ondersteuning is passend bij de behoefte en de mogelijkheden van de inwoner en gericht op het effectief en efficiënt bereiken van het beoogde resultaat. Het eindresultaat is dat de inwoner na afronding van het traject zelfstandig (weer) verder kan. Er is dan geen professionele ondersteuning meer nodig.
Artikel 11. Traject 2A: Volwassenen met een langdurige ondersteuningsvraag
Volwassenen die door de aard van hun beperking of vraagstukken, langdurige minimale professionele ondersteuning nodig hebben op een of meerdere levensdomeinen. Ondersteuning is gericht op het stabiel krijgen en houden van de situatie in de eigen woonomgeving. In de praktijk kan er tijdelijk geen ondersteuningsbehoefte zijn, juist een intensievere ondersteuningsbehoefte of alleen een beperktere ondersteuningsbehoefte (waakvlamcontact). Inzet van ondersteuning is sterk onderhevig aan de behoefte van de volwassene. Aanleren is in de meeste situaties niet meer mogelijk. Vaker is er sprake van het overnemen van taken.
Artikel 12. Traject 2B: Volwassenen met aan ouderdom gerelateerde beperkingen
Volwassen met aan ouderdom gerelateerde klachten (vaak inwoners vanaf 75 jaar) waarvan de ondersteuning is gericht op stabilisatie van de situatie thuis. Doelstelling is deze ouderen zo lang als mogelijk verantwoord en zelfstandig thuis te laten wonen. Het gaat daarbij om de volgende problematieken: psychogeriatrisch en/of somatisch. Het gaat om ondersteuning met als centrale doelstelling stabilisatie.
Artikel 13. Maaltijdondersteuning
Er kan sprake zijn van maaltijdondersteuning wanneer deze noodzakelijk is ter compensatie van beperkingen in zelfredzaamheid of participatie. Dit kan gaan om aansporen of de structuur rond eten (begeleiding) en het opwarmen van maaltijden.
Maaltijdondersteuning in Zorg in Natura wordt weggezet onder segment begeleiding 2B. Uitzondering betreft een inwoner die al een indicatie voor begeleiding binnen een ander segment heeft. Als een inwoner al een indicatie begeleiding voor bijvoorbeeld segment 2A heeft, valt de begeleiding van maaltijden onder dit al ingezette segment.
Artikel 14. Vervoer maatwerkvoorziening dagbesteding
Het geven van dubbele indicaties/stapeling wordt tegengegaan. Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening zoals een scootmobiel of driewielfiets wordt verwacht dat de inwoner zelfstandig het vervoer naar de dagbesteding kan realiseren, tenzij hier (medische) aantoonbare redenen voor zijn dat dit niet mogelijk is.
Hoofdstuk 4: Hulp bij het huishouden
Artikel 16. Gebruikelijke hulp bij hulp in het huishouden
Voorwaarden waarbij er bij gebruikelijke hulp als bedoeld in artikel 12.2 lid b van de Wmo verordening gemeente Beesel 2024 afwijkend besloten kan worden:
Wanneer een huisgenoot van een zorgvrager geen gebruikelijke hulp kan leveren doordat hij structureel afwezig is vanwege zijn of haar werk. Structurele werkafwezigheid kan een relevante belemmering zijn om gebruikelijke hulp te bieden. Beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van feitelijke beschikbaarheid (hoe vaak en hoe lang is iemand daadwerkelijk afwezig), taakkarakter (is de nodige ondersteuning uitstelbaar/niet uitstelbaar), voorspelbaarheid (is er sprake van geplande arbeid) en draagkracht van de huisgenoot. Er kan gedacht worden aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland.
Artikel 17. Bijdrage van kinderen aan het huishouden
In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan wordt ervanuit gegaan, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.
Artikel 18. Particuliere ondersteuning bij het huishouden
De particuliere hulp wordt als algemeen gebruikelijk beschouwd als op het moment van de aanvraag deze huishoudelijke taken door de particuliere hulp worden uitgevoerd. Aanspraak op ondersteuning bij het huishouden in relatie tot particuliere hulp bestaat als er aangetoond kan worden dat er sprake is van een wijziging van de situatie waardoor particuliere ondersteuning geen passende oplossing meer is.
Logeren: richt zich op het tijdelijk of structureel bieden van dag- en nachtopvang ter ontlasting van de mantelzorgers. Hierbij wordt door de logeeraanbieder de ondersteuning aangeboden die in de thuissituatie door de mantelzorger wordt verricht.
Het primaire doel van logeren is ontlasting van de mantelzorger. En inwoner ervaart een zinvolle invulling van de dag.
Hoofdstuk 6: Woonvoorzieningen (exclusief trapliften en woningaanpassingen)
Het doel van een woningaanpassing is het wegnemen of verminderen van beperkingen die een inwoner ondervindt bij het normale gebruik van de woning, zodat de zelfredzaamheid en participatie in de samenleving behouden of bevorderd worden. De voorziening moet een passende bijdrage leveren aan het compenseren van deze beperkingen, zodat hij of zij zo zelfstandig mogelijk kan blijven functioneren in de eigen leefomgeving. Bij de beoordeling welke aanpassing noodzakelijk zijn worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Artikel 23. Aanvullende uitgangspunten bij eigen kracht en voorzienbaarheid
Bij ouderdomsklachten gaat het om veel voorkomende gezondheidsklachten bij ouderen, zoals slechthorendheid, slecht zien, kortademigheid, rugklachten en verlies van kracht en mobiliteit. Wanneer uit onderzoek blijkt dat er sprake is van voorzienbare ouderdomsklachten, dan gaan we uit van de ‘eigen kracht’ van de inwoner.
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van aanwezige beperkingen voor langer dan 12 maanden én inwoner gedurende deze 12 maanden heeft geweten dat er op termijn beperkingen zouden zijn bij het veilig en zelfstandig gebruik kunnen maken van de eigen woning, dan dient aannemelijk gemaakt te worden dat inwoner al het mogelijke heeft gedaan om rekening te houden met de toekomst. Daarmee kan worden gedoeld op;
Artikel 24. Aanvullende uitgangspunten bij een woningaanpassing
De toekomstige ontwikkelingen dienen meegewogen te worden in het onderzoek om te kunnen beoordelen of er ook sprake is van een langdurige passende oplossing. Op het moment dat er sprake is van een progressief ziektebeeld of er zijn andere twijfels over het toekomstig perspectief, dan kan er aanvullend (medisch) advies worden opgevraagd.
Wanneer de kosten van een woningaanpassing hoger zijn dan de kosten van een verhuiskostenvergoeding, maar uit onderzoek is gebleken dat verhuizen geen passende oplossing is, kan er ook sprake zijn van een woningaanpassing. Denk daarbij aan onderstaande situaties die worden meegewogen, deze lijst is niet onuitputtelijk.
Artikel 25. Aanvullende uitgangspunten bij een traplift
Door als gemeente een actieve rol te nemen bouwen we een extra stap in om de veiligheid van de trap na plaatsing van de traplift te kunnen waarborgen. Als uit onderzoek blijkt dat een traplift mogelijk een goedkoopst compenserende voorziening is, dan worden de volgende stappen doorlopen:
Er wordt geen goedkeuring gegeven als de traplift niet voldoet aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving in combinatie met het Infoblad Trapliften op bestaande trappen en deze met eenvoudige aanpassingen ook niet aan deze wettelijke eisen kan voldoen. In deze situatie gaan we opnieuw met de aanvrager in overleg.
Hoofdstuk 8: Verhuiskostenvergoeding
Artikel 27. Wanneer is er sprake van een verhuiskostenvergoeding?
Wanneer uit onderzoek blijkt dat er sprake is van het primaat van verhuizen, dan kan er een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt. Met het primaat van verhuizen wordt bedoeld dat verhuizen een passende en goedkopere oplossing is dan het aanpassen van de woning.
Er is sprake van het primaat van verhuizen wanneer:
Artikel 28. Aanvullende uitgangspunten bij een verhuiskostenvergoeding
Een inwoner mag ervoor kiezen om de verhuiskostenvergoeding te gebruiken als een financiële tegemoetkoming om de huidige woning aan te kunnen passen. Bijvoorbeeld door in plaats van te verhuizen toch de keuze te maken de financiële tegemoetkoming te gebruiken om een traplift te laten plaatsen. Eventuele meerkosten ook voor de toekomst die voorkomen hadden kunnen worden door te verhuizen zijn voor eigen rekening van de inwoner.
Artikel 29. Aanvullende uitgangspunten bij een medische urgentie
Een medische urgentie is geen maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Het is een besluit welke gemaakt wordt op basis van de huisvestingsverordening. Met een medische urgentie krijgt een woningzoekende in bijzondere situaties voorrang bij het reageren op een woning bij de corporatie.
Hoofdstuk 10: Collectief vraagafhankelijke vervoer/Omnibuzz
Collectief vraagafhankelijk (CVV) vervoer is een vorm van openbaar vervoer speciaal gericht op mensen met beperkingen. Het doel is het bereiken van sociale doeleinden.
Hoofdstuk 11: Persoonsgebonden budget (pgb)
Voor het verkrijgen van een pgb dient er voldaan te worden aan een aantal voorwaarden. De voorwaarden zijn vastgesteld in de wet. Hieronder wordt toegelicht hoe we deze voorwaarden toetsen en beoordelen.
Artikel 35. Persoonsgebonden budget (pgb) voor diensten
Diensten: zoals bijvoorbeeld begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke hulp.
Artikel 36. Persoonsgebonden budget (pgb) voor de aankoop van voorzieningen
Wat betreft de aankoop van de desbetreffende voorziening maakt het college per toekenning een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn een voorziening aan te schaffen vergelijkbaar met de natura voorziening inclusief voor de gemeente geldende korting. De aangeschafte voorziening dient de bestaande problemen voldoende te compenseren.
Artikel 38. Regels voor financiële tegemoetkoming
Het college kan aan een inwoner een financiële tegemoetkoming verstrekken. Een financiële tegemoetkoming hoeft anders dan bij een pgb niet toereikend te zijn om de maatwerkvoorziening of dienst in zijn geheel in te kopen. De regels over maatwerkvoorziening en in het bijzonder de regels over pgb’s zijn van overeenkomstige toepassing op de financiële tegemoetkoming.
Het college kan een tegemoetkoming verstrekken in geval van:
Hoofdstuk 12: Financiële paragraaf
Artikel 39. Tarieven maatwerkvoorziening
Onderstaande tarieven zijn vastgesteld voor 2026 en worden jaarlijks geïndexeerd. De laatste tarieven zijn ten alle tijden terug te vinden op:
Voor de maatwerkvoorzieningen gelden de volgende tarieven (vanaf 1-1-2026):
Collectief Vraagafhankelijk vervoer:
2026-2027: De hoogte van de bijdrage voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (Omnibuzz) is gelijk aan het OV-tarief. Het actuele tarief wordt kenbaar gemaakt op de website van Omnibzz. De tarieven bestaan in 206 en 2027 uit een prijs per zone plus een opstaptarief (een extra zone) De inwoner betaalt deze bijdrage aan de vervoerder.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-349650.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.