Gemeenteblad van Etten-Leur
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Etten-Leur | Gemeenteblad 2026, 34860 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Etten-Leur | Gemeenteblad 2026, 34860 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De gemeenteraad van de Gemeente Etten-Leur,
Overwegende dat:
de gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur voorbeschermingsregels heeft vastgesteld inhoudende een verbod tot een toename van gebruiksoppervlakte voor middelgrote logistiek en bedrijfsverzamelgebouwen;
de provinciale staten van de provincie Noord-Brabant voorbeschermingsregels hebben vastgesteld inhoudende een verbod tot een toename van gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek en de inhoud van de regels inmiddels als instructieregels hebben verwerkt in de omgevingsverordening Noord-Brabant;
de gemeenteraad op basis van artikel 2.4 van de Omgevingswet bevoegd is het omgevingsplan van de gemeente Etten-Leur te wijzigen met een wijzigingsbesluit;
op grond van artikel 16.29 van de Omgevingswet in het Gemeenteblad het voornemen kenbaar is gemaakt het omgevingsplan te willen wijzigen met als doel de gemeentelijke en provinciale voorbeschermingsregels omtrent logistiek en bedrijfsverzamelgebouwen te verwerken in het omgevingsplan;
het wijzigingsbesluit 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2026-WB01' zich hiertoe beperkt;
met het wijzigingsbesluit 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2026-WB01' geen regels over de fysieke leefomgeving uit gemeentelijke verordeningen worden toegevoegd aan het omgevingsplan en deze naast het omgevingsplan blijven bestaan;
de op het op het wijzigingsbesluit betrekking hebbende stukken elektronisch te raadplegen zijn via www.etten-leurmakenwesamen.nl;
tijdens de terinzagelegging van het ontwerp is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is ingetrokken.
na vaststelling van het wijzigingsbesluit met ingang van donderdag 29 januari 2026 gedurende zes weken na bekendmaking rechtstreeks beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. U kunt ook digitaal beroep instellen bij de Raad van State. Zie voor de mogelijkheden de website van de Raad van State
Besluit;
Het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2026-WB01' gewijzigd vast te stellen en de regeling Omgevingsplan gemeente Etten-Leur" te wijzigen zoals opgenomen in Bijlage A.
Aldus besloten door de gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur in zijn vergadering van 20 januari 2026.
drs. W.C.M. (Wim) voeten MBA
Griffier
drs. M.C. (Marina) Starmans -Gelijns
Burgemeester
A
Artikel 1.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op hoofdstukdit22 van dit omgevingsplanomgevingsplan, tenzij daarvan in bijlage II of III is afgeweken.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 5 van dit omgevingsplan.
B
Artikel 3.1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Voor zover de regels in deze subparagraaf (3.2.5.2) strijdig zijn met de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, gaan de regels in deze subparagraaf voor. Bijlage IIIIV van dit omgevingsplan bevat de artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, waarop deze subparagraaf voorgaat.
C
Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels binnen dit hoofdstuk gelden binnen werkgebieden.
De gronden binnen de locatie bedrijvigheid in werkgebieden hebben de functie bedrijvigheid.
Artikel 5.5 Voorrangsbepaling gebruiksregels
Voor zover de regels in deze subparagraaf (5.2.3.4) strijdig zijn met de regels uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de wet, gaan de regels in deze subparagraaf voor.
De regels binnen deze subparagraaf gaan over verboden gebruiksactiviteiten op gronden met de functie bedrijvigheid.
Artikel 5.7 Gebruiken van gronden en bouwwerken voor middelgrote logistiek - verbod
Binnen de locatie beperking middelgrote logistiek is een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor middelgrote logistiek verboden.
Als bestaande gebruiksoppervlakte voor middelgrote logistiek geldt de oppervlakte van:
Artikel 5.8 Gebruiken van gronden en bouwwerken grootschalige logistiek - verbod
Binnen de locatie beperking grootschalige logistiek is een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek verboden.
Als bestaande gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek geldt de oppervlakte van:
Artikel 5.9 Gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsverzamelgebouwen - verbod
Binnen de locatie beperking bedrijfsverzamelgebouwen is een toename van de bestaande gebruiksoppervlakte van bedrijfsverzamelgebouwen verboden.
Als bestaande gebruiksoppervlakte voor bedrijfsverzamelgebouwen geldt de oppervlakte van:
D
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0777/2024/ec6ac303f9784df09eebf94afea91cad/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/33dc6f241b67429caea5e24a6c7bdfa7/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/070df6d814a14ea6a4f7c037507853b6/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/29fdc50496284b79a245311b15b610dd/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/007bf66c6491411faa7e023659283162/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/e7db468afb61402eb9327a8cf838d31f/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/ec6ac303f9784df09eebf94afea91cad/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/33dc6f241b67429caea5e24a6c7bdfa7/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/070df6d814a14ea6a4f7c037507853b6/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/29fdc50496284b79a245311b15b610dd/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/007bf66c6491411faa7e023659283162/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2024/e7db468afb61402eb9327a8cf838d31f/nld@2024‑08‑28;07450728
/join/id/regdata/gm0777/2025/3fbf7204dd3843eab9f1553236ed5e4e/nld@2026‑01‑23;09540158
/join/id/regdata/gm0777/2025/d8bb9427319346a98be73e9d1925da80/nld@2026‑01‑23;09540158
/join/id/regdata/gm0777/2025/3d6a46e1211444bc9c0d81a566ec8739/nld@2026‑01‑23;09540158
/join/id/regdata/gm0777/2025/3f371f237dca4cde8c4581bd017a7fb0/nld@2026‑01‑23;09540158
/join/id/regdata/gm0777/2025/fdc0cf96a2644a068730ec7a1aec8aea/nld@2026‑01‑23;09540158
/join/id/regdata/gm0777/2025/c0d88cdebe0e4f9299157a0c3a14be09/nld@2026‑01‑23;09540158
E
Na bijlage II wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Voor de toepassing van hoofdstuk 5 wordt verstaan onder:
Gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van tussen de 1 en 3 hectare, waarop bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- (met uitzondering van productielogistiek, waarbij rekening gehouden wordt met regionale meerwaarde) of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit.
Een gebouw op een bouwperceel, dat dient voor de huisvesting van drie of meer verschillende bedrijven, waarbij eventueel faciliteiten, zoals ICT-voorzieningen, parkeervoorzieningen en vergaderruimtes, gedeeld worden of kunnen worden en waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van een bedrijf.
Bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580.
Onderdeel van de productieketen dat zich richt op de beheersing en optimalisatie van de goederenstroom binnen een productieomgeving, vanaf de ontvangst en opslag van inkomende grondstoffen tot het moment dat een eindproduct voor de onderneming is gerealiseerd. Als de onderneming halffabricaten produceert, worden deze beschouwd als het eindproduct binnen de productieketen.
Een product dat voltooid en klaar is voor verkoop of consumptie.
Gebruik van gronden of bouwwerken op een perceel van 3 hectare of groter waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit.
F
Tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (bestemmingsplannen). | Onderdelen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, waar subparagraaf 3.2.5.2 voorrang op heeft. |
Withofcomplex en omgeving | Artikel 16 Waarde – Archeologie 1 Artikel 17 Waarde – Archeologie 2 |
Attelaken | Artikel 21 Waarde – Archeologie 1 Artikel 22 Waarde – Archeologie 2 |
Bedrijventerrein Zwartenberg | Artikel 10 Waarde – Archeologie 3 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4 |
Grauwe Polder | Artikel 13 Waarde – Archeologie 1 |
Markt-Centrum e.o. | Artikel 28 Waarde – Archeologie 1 Artikel 29 Waarde – Archeologie 3 |
Sander-Banken | Artikel 20 Waarde – Archeologie 1 Artikel 21 Waarde – Archeologie 2 |
Brandseweg-Keen | Artikel 24 Waarde – Archeologie 1 Artikel 25 Waarde – Archeologie 2 Artikel 26 Waarde – Archeologie 3 Artikel 27 Waarde – Archeologie 4 Artikel 28 Waarde – Archeologie 5 |
Buitengebied | Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4 |
Etten Zuid | Artikel 21 Waarde – Archeologie 1 |
Landgoed De Schuitvaart | Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 3 |
Spoorzone Noord | Artikel 15 Waarde – Archeologie 2 |
Bisschopsmolenstraat-Voorvang | Artikel 4 Waarde – Archeologie 1 |
Lange Brugstraat 130 | Artikel 7 Waarde – Archeologie 2 |
Het Withof | Artikel 4 Waarde – Archeologie 1 |
Etten West – De Grient | Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2 Artikel 20 Waarde – Archeologie 3 |
Schoenmakershoek | Artikel 19 Waarde – Archeologie 1 |
Stijn Streuvelslaan 42-KSE | Artikel 18 Waarde – Archeologie 1 Artikel 19 Waarde – Archeologie 2 |
Herziening 1 Bedrijventerrein Vosdonk | Artikel 19 Waarde – Archeologie 1 Artikel 20 Waarde – Archeologie 2 Artikel 21 Waarde – Archeologie 3 Artikel 22 Waarde – Archeologie 4 |
Stationsstraat 23-d’n Overkant | Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 3 |
Buitengebied, Rijsbergseweg 74 | Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 |
Grauwe Polder 86-88 | Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 108 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Etten Oost | Artikel 22 Waarde – Archeologie 1 Artikel 23 Waarde – Archeologie 3 Artikel 24 Waarde – Archeologie 4 |
Herziening 1 Lange Brugstraat 130 | Artikel 7 Waarde – Archeologie 2 |
Westpolderplas | Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Artikel 7 Waarde – Archeologie 3 Artikel 8 Waarde – Archeologie 4 |
Bierdragerspad | Artikel 5 Waarde – Archeologie 1 |
Menmoerhoeve Zundertseweg 66 - 66a | Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 Artikel 10 Waarde – Archeologie 4 |
Van Bergenpark | Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 |
Couperuslaan | Artikel 5 Waarde – Archeologie 1 |
Partiële herziening Buitengebied | Artikel 26 Waarde – Archeologie 1 Artikel 27 Waarde – Archeologie 2 Artikel 28 Waarde – Archeologie 3 Artikel 29 Waarde – Archeologie 4 |
Kloostervelden | Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 |
Loon- en grondwerkbedrijf de Regt | Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 Artikel 10 Waarde – Archeologie 2 Artikel 11 Waarde – Archeologie 4 |
Bankenstraat 13 | Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 |
Van ‘t Hoffstraat | Artikel 6 Waarde – Archeologie 1 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Lochtsepad 13 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Achter de Molen 9, binnenterrein | Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Hoge Bremberg 33C | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Bankenstraat 19-21 a/b | Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 Artikel 7 Waarde – Archeologie 4 |
Hoge Neerstraat 2 | Artikel 9 Waarde – Archeologie 1 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Donk 38 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Molenaarsstraat 8 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Zandspui 45 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Spoorlaan 19 | Artikel 5 Waarde – Archeologie 3 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Lage Bremberg 5 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Zundertseweg 38 | Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 10 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Zundertseweg 68 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Natuurontwikkeling Kelsdonk-Zwermlaken | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Voedselbos Bollendonk | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Heigatstraat 9 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Reconstructie N389 | Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 4 |
Schuitvaartjaagpad 13 | Artikel 6 Waarde – Archeologie 2 |
Midden Donk 2 | Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 Artikel 9 Waarde – Archeologie 3 |
Wijzigingsplan Buitengebied, Windgat 35 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Deurnestraat 2 en 2A | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Bollenstraat 15 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Hilsebaan 319 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Wijzigingsplan Buitengebied, Haansberg 146 | Gewijzigd via bestemmingsplan Buitengebied en daarop van toepassing zijnde herzieningen |
Bisschopsmolenstraat | Artikel 11 Archeologisch waardevol gebied |
Centrum Leur | Artikel 17 Archeologisch waardevol gebied (dubbelbestemming) |
Kom Leur | Artikel 15 Waarde - Archeologie |
Korte Brugstraat 55/55a | Gewijzigd via bestemmingsplan Kom Leur |
G
Na sectie ' Mogelijkheid verbinden voorschriften aan omgevingsvergunning archeologie' worden drie secties ingevoegd, luidende:
In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor middelgrote logistiek. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.
In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte voor grootschalige logistiek. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing. Met het opnemen van dit artikel in het omgevingsplan wordt voldaan aan de instructieregels uit de omgevingsverordening.
In het eerste lid is een verbod opgenomen voor een toename van de gebruiksoppervlakte van bedrijfsverzamelgebouwen. In het tweede lid is uitgewerkt wat als bestaande gebruiksoppervlakte geldt. De gebruiksoppervlakte omvat daarbij zowel een toename van de gebruiksfunctie van onbebouwde grond als van bebouwing.
H
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.28 bevat uitzonderingen en aanvullende randvoorwaarden voor de in artikel 22.27 aangewezen gevallen. Gevolg is dat, als uitzondering op de uitzondering, de vergunningplicht uit artikel 22.26 toch blijft gelden voor die gevallen (als niet aan de aanvullende randvoorwaarden wordt voldaan). Deze systematiek is overgenomen uit de artikelen 4a en 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht. De vergunningvrije mogelijkheden zijn in het kader van de bescherming van cultureel erfgoed beperkt in geval van (voor)beschermde monumenten en archeologische monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Artikel 22.28, vierde lid, is een voortzetting van artikel 5, vierde lid, van bijlage II bij het voormalige Besluit omgevingsrecht, waarbij op basis van de jurisprudentie één wijziging is aangebracht. Artikel In artikel 22.28, vierde lid, aanhef, verklaart als hoofdregel de op grond van artikel 22.27, aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan bestaande mogelijkheden om een bijbehorend bouwwerk of een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te bouwen zonder de op grond van artikel 22.26 van dit omgevingsplan vereiste omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit buiten toepassing, als er op de locatie van het bouwwerk regels gelden als bedoeld in artikel 22.22 van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In artikel 22.28, vierde lid, onder a, is de al onder het Besluit omgevingsrecht bestaande uitzondering op deze hoofdregel opgenomen dat deze niet geldt als de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m2 bedraagt. Op basis van de jurisprudentie is aan de regeling in dit omgevingsplan een subonderdeel toegevoegd (artikel 22.28, vierde lid, onder b). Per saldo leidt dit nieuwe subonderdeel ertoe dat de vergunningvrije bouwmogelijkheden voor een bijbehorend bouwwerk en een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf op grond van artikel 22.27, aanhef en onder a en b, van dit omgevingsplan in een groter aantal gevallen van toepassing blijven, ook al gelden er op de locatie van het bouwwerk regels als bedoeld in artikel 22.22 van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. Het nieuwe subonderdeel regelt namelijk dat die vergunningvrije bouwmogelijkheden in dat geval ook van toepassing blijven als het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit en daarop regels als bedoeld in artikel 22.22 van dit omgevingsplan over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn. Op het moment dat sprake is van een dergelijk verbod met daarop betrekking hebbende regels over het verrichten van archeologisch onderzoek, is er geen reden om de desbetreffende vergunningvrije gevallen uit artikel 22.27 te beperken. In dat geval is de bescherming van de archeologische waarden op de locatie voldoende verzekerd. De uitzondering op de vergunningplicht uit artikel 22.26 kan dan blijven gelden. De toevoeging van dit nieuwe subonderdeel is een uitvloeisel van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met nummer ECLI:NL:RVS:2014:2066. Bij deze uitspraak heeft de Afdeling kort samengevat geoordeeld dat het bestaan van een vergunningplicht voor een bouwactiviteit een eventuele vergunningplicht voor het uitvoeren van grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit onverlet laat. Om die reden is het niet langer meer nodig om de bescherming van archeologische waarden die gevolgen kunnen ondervinden van grondwerkzaamheden in het kader van een bouwactiviteit, te laten plaatsvinden via regels die betrekking hebben op die bouwactiviteit. Het zijn twee zelfstandige kaders. In de voormalige planologische regelingen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is dit uiteraard nog niet tot uitdrukking gebracht. Om die reden gebeurt dit nu in het nieuwe subonderdeel. Het is aan gemeenten om dit bij het vaststellen van het omgevingsplan verder te regelen en de regels die met het oog op de bescherming van archeologische waarden op een locatie worden gesteld aan het bouwen en het uitvoeren van grondwerkzaamheden in onderlinge samenhang te bezien en desgewenst aan te passen.
In aanvulling op de toelichting op artikel 2.30 van het Bbl (bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet oorspronkelijk genummerd als artikel 2.15g) wordt hieronder ingegaan op de instructieregels en instructies die in ieder geval in acht genomen moeten worden bij het in het omgevingsplan aanpassen van de artikelen 22.26 en 22.27 van dit omgevingsplan en de in dit artikel (22.28) opgenomen uitzonderingen daarop voor cultureel erfgoed.
Bij aanpassing van het omgevingsplan moet de gemeente de instructieregels en instructies van de provincie en het Rijk in acht nemen. Bij dit onderwerp gaat het dan in ieder geval om de instructieregels uit het Bkl over het behoud van cultureel erfgoed (artikel 5.130) en werelderfgoed (artikel 5.131), de provinciale instructieregels over werelderfgoed (op grond van artikel 7.4, derde lid, van het Bkl) en de instructies ter bescherming van rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet).
Voor omgevingsplanactiviteiten in, aan of op via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten of archeologische monumenten zal het daarbij vooral draaien om de vraag of de activiteit van invloed kan zijn op de monumentale waarden. De omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk valt hier immers één op één samen met de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een (gemeentelijk of provinciaal) beschermd monument of archeologisch monument. Als een gemeente niet tot een vergunningvrijregime per locatie wil overgaan, ligt een vergelijkbaar regime als opgenomen in artikel 13.11 van het Bal, waarin de vergunningvrije gevallen voor de rijksmonumentenactiviteit zijn aangewezen, voor de hand. In de omgeving van – bij – (voor)beschermde monumenten is in ieder geval relevant de instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 1°, van het Bkl, dat de aantasting van de omgeving van deze monumenten moet worden voorkomen voor zover deze daardoor zouden worden ontsierd of beschadigd. De mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht meer omgevingsplanactiviteiten vergunningvrij te maken, worden enerzijds specifiek begrensd door het niveau van bescherming dat ten tijde van de aanwijzing als beschermd gezicht op grond van de Monumentenwet 1988 of de instructie op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet voldoende beschermend werd geacht. Anderzijds vormt de generieke instructieregel in artikel 5.130, tweede lid, onder d, onder 2°, van het Bkl in algemene zin een ondergrens. Deze instructieregel bepaalt dat aantasting van het karakter van beschermde stads- en dorpsgezichten (ongeacht op welk overheidsniveau deze zijn beschermd) moet worden voorkomen. Hoewel in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 5.130 van het Bkl is opgemerkt dat het tweede lid, onder d, onder 2°, zich in eerste instantie richt op stads- en dorpsgezichten (en cultuurlandschappen) die op initiatief van de gemeente zelf worden beschermd, is de bepaling uitdrukkelijk ook van toepassing op rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten. Dit is ook nodig, omdat veel aanwijzingen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht inmiddels zo’n vijftig jaar oud zijn en de meeste nog op het oude stelsel zijn geënt, waarin van rechtswege een bouwvergunningplicht gold. Daardoor zijn die als instructie aangemerkte oude aanwijzingen in de praktijk niet altijd leesbaar als een actuele en gedetailleerde instructie als bedoeld in artikel 2.34 van de Omgevingswet. De instructieregel in artikel 5.130, eerste lid, van het Bkl verplicht de gemeente in zo’n geval de karakteristieken van het beschermde gezicht aanvullend te analyseren en te betrekken bij de vraag of er ruimte is voor aanvullende vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten. Het ligt niet voor de hand dat er op gemeentelijk niveau generiek veel meer vergunningvrij zal kunnen worden verklaard. Voornoemde instructieregel voor beschermde stads- en dorpsgezichten geldt overigens ook voor eventuele via het omgevingsplan beschermde cultuurlandschappen, iets wat met name in het buitengebied aan de orde zou kunnen zijn.
In het licht van het voorgaande wordt ook nog gewezen op het – ook rechtstreeks de gemeenten bindende – verdrag van Granada. Op basis van artikel 4 van dat verdrag moet het beschermingsregime zo ingericht worden dat het bevoegd gezag ter voorkoming van ontsiering, vernieling of afbraak van beschermd cultureel erfgoed in een passende controle en goedkeuringsprocedure in kennis wordt gesteld van alle plannen tot het slopen of wijzigen («afbraak of verandering») van een (voor)beschermd monument of aantasting van de omgeving van zo’n monument, of waardoor een beschermd gezicht of cultuurlandschap geheel dan wel gedeeltelijk wordt aangetast als gevolg van de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen, of belangrijke veranderingen waardoor het karakter van het gezicht of cultuurlandschap zou worden aangetast. Artikel 14, eerste lid, van dit verdrag vraagt verder in de verschillende stadia van besluitvorming te zorgen voor passende structuren voor informatie, overleg en samenwerking tussen de centrale overheid, de regionale en lokale overheden, culturele instellingen en verenigingen en het publiek (participatie).
In de meeste gevallen zal een preventieve toets aan het omgevingsplan in de vorm van een vergunningplicht met het oog op bovenstaande overwegingen wenselijk blijven. De hoeveelheid activiteiten in, aan, op en bij beschermde monumenten en archeologische monumenten en in beschermde stads- en dorpsgezichten die in een gebied vergunningvrij zullen kunnen worden na aanpassing van het omgevingsplan zal naar verwachting dus ook niet veel afwijken van de mogelijkheden die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet landelijk in het voormalige Besluit omgevingsrecht waren opgenomen.
Voor het 'wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Etten-Leur 2026-WB01' is, voor zover nodig, een onderbouwing opgesteld. Hierin is onderbouwd hoe de wijziging van het omgevingsplan zich verhoudt tot beleid van de provincie en de gemeente. Hierin zijn ook de instructieregels van de provincie meegenomen. De opgestelde onderbouwing en de nota van wijzigingen zijn te vinden via deze link.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-34860.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.