Regeling tot wijziging van de subsidieregeling publieksevenementen Den Haag 2023

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling Publieksevenementen Den Haag 2023:

Artikel I  

De Subsidieregeling Publieksevenementen Den Haag 2023 wordt gewijzigd als volgt:

  • A.

    In artikel 1:1 worden, in alfabetische volgorde, twee nieuwe begripsomschrijvingen ingevoegd die luiden als volgt:

    • -

      aangewezen gebieden: binnenstad, Scheveningen, Kijkduin, de Binckhorst, Den Haag Zuidwest en het Central Innovation District, zoals aangeduid in de daarvoor door de gemeente vastgestelde gebiedsprogramma’s, ontwikkelvisies en gebiedsagenda’s;

    • -

      gratis publieksevenement: publieksevenement dat voor het publiek vrij toegankelijk is, waarbij betaalde onderdelen zijn toegestaan mits deze een ondersteunend karakter hebben, maximaal 20% van de totale inkomsten uit ticketverkoop genereren en het gratis karakter van het publieksevenement behouden blijft;

  • B.

    Artikel 1:6, derde lid, komt te luiden:

    • 3.

      Niet voor subsidie in aanmerking komen:

      • a.

        publieksevenementen waarvan tenminste 80% van de totale inkomsten bestaat uit publieksinkomsten, waaronder in ieder geval ticketverkoop en horeca-inkomsten;

      • b.

        de kosten die naar het oordeel van het college niet in verhouding staan tot de activiteiten;

      • c.

        de kosten voor overhead die meer bedragen dan 15% van de kosten van de totale subsidiabele activiteiten;

      • d.

        de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;

      • e.

        de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd; en

      • f.

        vooraf opgenomen posten voor onvoorziene kosten.

  • C.

    Artikel 1:7 komt te luiden:

    Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

    • 1.

      Een subsidie voor een gratis publieksevenement bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten in de begroting met een maximum van:

      • a.

        € 150.000,- per aanvrager voor grootschalige publieksevenementen; of

      • b.

        € 20.000,- per aanvrager voor kleinschalige publieksevenementen.

    • 2.

      Een subsidie voor een publieksevenement dat niet als gratis publieksevenement wordt aangemerkt, bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele kosten in de begroting met een maximum van:

      • a.

        € 50.000,- per aanvrager voor grootschalige publieksevenementen; of

      • b.

        € 10.000,- per aanvrager voor kleinschalige publieksevenementen.

  • D.

    Artikel 1:8 komt te luiden:

    Artikel 1:8 Subsidieplafond

    Het subsidieplafond bedraagt € 770.000,- per kalenderjaar met deelplafonds voor:

    • a.

      grootschalige publieksevenementen van € 540.000,- per kalenderjaar;

    • b.

      kleinschalige publieksevenementen van € 230.000,- per kalenderjaar.

  • E.

    In artikel 1:9, tweede lid, onderdeel a, sub 2º en artikel 1:10, tweede lid, onderdeel a, sub 2º komen de tweede gedachtestreepjes als volgt te luiden:

    • -

      het publieksevenement heeft regionale aantrekkingskracht, meer dan 25% van de bezoekers is uit de regio afkomstig en het aandeel bezoekers uit het buitenland of van buiten de regio bedraagt ten hoogste 25% en het aandeel bezoekers uit Den Haag bedraagt ten hoogste 75%: 2 punten;

  • F.

    Artikel 1:9, tweede lid, onderdeel e, sub 2º en artikel 1:10, tweede lid, onderdeel e, sub 2º komen te luiden:

    • 2º.

      het verwachte positieve mediabereik van het publieksevenement dat lokaal, regionaal, nationaal of internationaal kan zijn:

      • -

        een groot en aantoonbaar bereik met (inter)nationale media-aandacht: 3 punten;

      • -

        een substantieel bereik met tenminste regionale media-aandacht: 2 punten;

      • -

        een beperkt bereik met voornamelijk lokale media-aandacht: 1 punt;

      • -

        het mediabereik is onvoldoende onderbouwd of ontbreekt: 0 punten.

  • G.

    Artikel 1:10, tweede lid, onderdeel h komt te luiden:

    • h.

      het publieksevenement vindt plaats in een aangewezen gebied:

      • -

        het evenement vindt plaats in Scheveningen, Kijkduin, Den Haag Zuidwest (met uitzondering van het Zuiderpark), de Binckhorst of het Central Innovation District (met uitzondering van de binnenstad): 3 punten;

      • -

        het evenement vindt plaats in de binnenstad of het Zuiderpark: 1 punt;

      • -

        het evenement vindt niet plaats in een aangewezen gebied: 0 punten.

  • H.

    Artikel 2:1, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

    • c.

      een transparante en kostenefficiënte begroting waaruit blijkt:

      • welke opbrengsten en uitgaven het publieksevenement met zich meebrengt;

      • wat de samenstelling van de inkomsten is, waaronder de verhouding tussen publieksinkomsten en overige inkomsten en hoeveel subsidie van derden ontvangen wordt;

      • wat de verhouding is tussen de gevraagde subsidie en de totale begroting; en

      • welke financiële noodzaak er is voor de subsidieaanvraag.

  • I.

    Artikel 2:2 komt te luiden:

    Artikel 2:2 Aanvraagtermijn

    • 1.

      In afwijking van artikel 9, eerste en tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor een grootschalig publieksevenement dat plaatsvindt in maart van het volgende kalenderjaar tot en met februari in het daaropvolgende kalenderjaar ingediend in de periode van 15 juli tot en met 31 augustus.

    • 2.

      In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV wordt een aanvraag om subsidie voor een kleinschalig publieksevenement ingediend:

      • a.

        in de periode van 15 juli tot en met 31 augustus voor publieksevenementen die plaatsvinden in januari tot en met juni van het volgende kalenderjaar.

      • b.

        in de periode van 15 december tot en met 31 januari voor publieksevenementen die plaatsvinden in juli tot en met december van het kalenderjaar waarin de aanvraagtermijn eindigt.

  • J.

    Artikel 2:3 komt te luiden:

    Artikel 2:3 Beslistermijn

    • 1.

      Het college beslist, in afwijking van artikel 10, eerste en tweede lid, van de ASV, uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, op aanvragen voor kleinschalige publieksevenementen als bedoeld in artikel 2:2, tweede lid, onder a;

    • 2.

      Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, binnen 10 weken na de laatste dag van de periode waarin aanvragen voor kleinschalige publieksevenementen als bedoeld in artikel 2:2, tweede lid, onder b, kunnen worden ingediend.

  • K.

    In artikel 4:3 wordt ‘€ 100.000,-’ vervangen door: ‘€ 125.000,-’.

  • L.

    Artikel 5:2 komt te luiden:

    Artikel 5:2 Evaluatie

  • Het college evalueert deze subsidieregeling eens in de vijf jaar.

Artikel II  

Op subsidies die zijn aangevraagd of verleend voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling blijft de Subsidieregeling Publieksevenementen Den Haag 2023 van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.

Artikel III  

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Den Haag, 14 juli 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen

Naar boven