Gemeenteblad van Terneuzen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2026, 347688 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2026, 347688 | beleidsregel |
Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2026
Deze nadere regels bevatten een nadere uitwerking van de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2026. Zij beschrijven de wijze waarop het college uitvoering geeft aan het leerlingenvervoer en welke beoordelingscriteria daarbij worden toegepast.
Burgemeester en wethouders van (de gemeente) Terneuzen;
• Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
• Artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs;
• Artikel 4 van de Wet op de expertisecentra;
• Artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
• De Verordening bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2026 (hierna: de verordening);
besluiten vast te stellen de volgende beleidsvisie Nadere regels bekostiging leerlingenvervoer Terneuzen 2026 :
Voor de toepassing van de verordening en deze nadere regels wordt de leeftijd van de leerling vastgesteld op 1 augustus van het schooljaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
De op grond van lid 1 vastgestelde leeftijd geldt voor het gehele schooljaar en wordt gedurende dat schooljaar niet gewijzigd.
Indien in deze nadere regels wordt verwezen naar leeftijd of leeftijdsgrenzen, wordt daarmee de leeftijd bedoeld zoals vastgesteld op grond van lid 1.
Artikel 2. Dichtstbijzijnde toegankelijke school
Wanneer de leerling onderwijs volgt in een centrale opvangklas (TEC) voor nieuwkomers, wordt deze voorziening voor de toepassing van deze nadere regels aangemerkt als school. Het college bepaalt de dichtstbijzijnde toegankelijke voorziening op basis van plaatsbaarheid/ toegankelijkheid en de beschikbare onderwijsvoorzieningen binnen redelijke afstand.
Artikel 3. Eigen bijdrage en drempelbedrag
Artikel 3a. Draagkrachtafhankelijke bijdrage bij afstand van meer dan 20 kilometer
Indien het basisonderwijs betreft en de afstand tussen de woning of opstapplaats en de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer bedraagt dan 20 kilometer, kan het college een draagkrachtafhankelijke bijdrage vaststellen overeenkomstig artikel 24 van de verordening. Deze bijdrage geldt niet voor leerlingen met een handicap als bedoeld in de verordening.
De draagkrachtafhankelijke bijdrage geldt per leerling per schooljaar.
Ouders/verzorger(s) ontvangen een beschikking waarin de hoogte van de draagkrachtafhankelijke bijdrage is opgenomen. Tegen deze beschikking staat bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4. Vervoer naar alternatieve (woon)adressen
In het leerlingenvervoer wordt uitgegaan van het vergoeden van het vervoer van de woning (feitelijke verblijfplaats) of opstapplaats naar school en terug.
het betreft één vast adres naast het feitelijk woonadres op een vast aantal dagen. Dit is alleen te wijzigen voor opnieuw een periode van drie maanden. Deze locatie moet uiteraard ook voldoen aan de criteria in deze beleidsregel. Een wijziging heeft een standaard verwerkingstermijn van drie weken en;
Het college kan ouders/verzorger(s) de mogelijkheid bieden om tegen betaling een vervoersabonnement af te sluiten voor het vervoer naar een extra adres. Het college hanteert hierbij een bedrag van € 150,00 per schooljaar per extra adres. Voor het door ouders/verzorger(s) betaalde vervoer gelden dan ook de voorwaarden van dit artikel, lid 1, a tot en met h.
Artikel 6. Aanvraag en benodigde gegevens
Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt ingediend via het door het college vastgestelde aanvraagformulier.
De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de vorm van de vervoersvoorziening te kunnen beoordelen.
Het college kan aanvullende gegevens opvragen indien de verstrekte informatie onvoldoende is om de aanvraag te beoordelen.
De gegevens die minimaal moeten worden aangeleverd per type vervoersvoorziening zijn opgenomen in bijlage 4: “Benodigde gegevens per type vervoer”.
Indien de aanvraag onvolledig is, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid om de ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn aan te vullen.
Artikel 7. Vaststellen vervoersvoorziening en vergoeding
Het college bepaalt de vervoersvoorziening op basis van de individuele omstandigheden van de leerling, waarbij wordt uitgegaan van de goedkoopst passende voorziening.
Bij de beoordeling hanteert het college de volgende volgorde van voorzieningen:
Het college beoordeelt of de leerling, al dan niet met begeleiding, in staat is gebruik te maken van een lichtere vervoersvoorziening voordat een zwaardere voorziening wordt toegekend.
Indien passend, kan het college een combinatie van vervoersvoorzieningen inzetten.
Het college kan voorwaarden verbinden aan de vervoersvoorziening, waaronder:
Het college kan een vervoersvoorziening wijzigen of beëindigen indien de omstandigheden van de leerling daartoe aanleiding geven.
Artikel 8. Bekostiging fiets en openbaar vervoer (zonder begeleiding)
Indien het college een vervoersvoorziening toekent in de vorm van een vergoeding voor vervoer per fiets of openbaar vervoer zonder begeleiding, wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig artikel 17 van de verordening.
Bij bekostiging van openbaar vervoer hanteert het college als uitgangspunt de goedkoopste passende reiswijze.
Het college vergoedt het openbaar vervoer op basis van een passend OV-product, zoals:
Het college kan voorwaarden stellen aan de wijze van reizen indien dit passend en doelmatig is.
Bij het bepalen van de goedkoopste passende OV-reiswijze betrekt het college in ieder geval:
Indien het college een fietsvergoeding verstrekt:
De vergoeding voor openbaar vervoer of fiets kan worden toegekend voor een bepaalde periode en kan worden herzien indien de omstandigheden wijzigen.
Artikel 8a. Bekostiging openbaar vervoer of fiets met begeleiding
Indien het college vaststelt dat de leerling niet zelfstandig kan reizen en begeleiding noodzakelijk is, kan het college een vervoersvoorziening toekennen in de vorm van vergoeding van:
Begeleiding wordt uitsluitend noodzakelijk geacht indien op basis van het onderzoek (artikel 6 van deze nadere regels) blijkt dat de leerling:
Bij de beoordeling of de leerling zelfstandig kan reizen, betrekt het college in ieder geval:
Het college hanteert als uitgangspunt dat begeleiding wordt afgebouwd indien dit verantwoord is. Indien er een vervoersontwikkelingsplan (VOP) is opgesteld, wordt daarin vastgelegd op welke wijze begeleiding kan worden verminderd en/of vervangen door training.
De bekostiging van OV met begeleiding vindt plaats op basis van de goedkoopste passende OV-reiswijze, waarbij:
Indien begeleiding door ouders/verzorger(s) niet (structureel) mogelijk is, kan het college in overleg met ouders/verzorger(s) beoordelen of begeleiding door iemand uit het sociale netwerk mogelijk is, conform het uitgangspunt van redelijkerwijs te verwachten inzet.
Het college kan de toekenning van OV/fiets met begeleiding in tijd begrenzen en periodiek evalueren, in beginsel jaarlijks, om te beoordelen of zelfstandig reizen (eventueel met training) mogelijk is.
Artikel 8b. Eigen vervoer (vergoeding)
Het college kan op aanvraag toestemming geven, om één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren (eigen vervoer), overeenkomstig artikel 20 van de verordening.
Eigen vervoer wordt uitsluitend toegekend na een schriftelijke aanvraag. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen.
De vergoeding voor eigen vervoer wordt uitsluitend toegekend voor schooldagen waarop de leerling daadwerkelijk onderwijs volgt en voor maximaal twee enkele ritten per dag (heen en terug).
Ouders/verzorger(s) melden wijzigingen die van invloed zijn op het eigen vervoer (zoals schoolwisseling, wijziging verblijfadres, stage of wijziging rooster) onverwijld aan het college. Het college kan de vergoeding herzien indien omstandigheden wijzigen.
Artikel 8c. Escalatie- en bemiddelingsprocedure
Indien tussen ouders/verzorger(s) en het college verschil van inzicht bestaat over de toekenning, uitvoering of passendheid van een vervoersvoorziening, past het college de onderstaande escalatieprocedure toe.
Het Regionaal Bureau Leerlingzaken voert binnen 10 werkdagen na het signaal of verzoek een bemiddelingsgesprek met ouders/verzorger(s). Indien nodig kunnen school, vervoerder of andere betrokken partijen deelnemen.
Van het bemiddelingsgesprek wordt een korte schriftelijke verslaglegging gemaakt, die wordt toegevoegd aan het dossier.
Indien bemiddeling leidt tot overeenstemming, legt het college de uitkomst vast in een beschikking of schriftelijke bevestiging.
Indien bemiddeling niet leidt tot overeenstemming, kan het college een onafhankelijke deskundige inschakelen.
De deskundige adviseert over de vervoersbehoefte van de leerling. Het advies wordt betrokken bij de besluitvorming.
Ouders/verzorger(s) worden geïnformeerd over de inzet van een deskundige en krijgen gelegenheid hun zienswijze te geven.
Het college neemt, met inachtneming van het bemiddelingsgesprek en het advies van de deskundige, een besluit over de vervoersvoorziening.
Het besluit wordt schriftelijk gemotiveerd.
Tegen dit besluit staat bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9. In redelijkheid te verwachten inzet van ouders/verzorger(s)
De verantwoordelijkheid voor het vervoer van en naar school ligt primair bij de ouders/verzorger(s); indien begeleiding noodzakelijk is, zijn zij in beginsel zelf verantwoordelijk voor het organiseren daarvan en kunnen zij zelf bepalen wie deze begeleiding verzorgt.
Als de leerling in een instelling woont, blijven ouders/verzorger(s) of de instelling verantwoordelijk voor de schoolgang. En zij blijven dus ook verantwoordelijk voor de daarmee samenhangende begeleiding van de leerling naar en van school.
In de verordening is opgenomen dat er recht bestaat op aangepast vervoer indien er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders/verzorger(s) kan worden gevergd. Van ernstige benadeling van het gezin kan in ieder geval sprake zijn indien:
andere kinderen jonger dan negen jaar zijn thuis. Deze kinderen hebben thuis aantoonbaar begeleiding nodig. Dit is aantoonbaar niet verenigbaar met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; en/of
een ander kind door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft. Het college kan aan de ouder vragen hiervoor een medische verklaring van de behandelend arts te leveren; en/of
de ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking, waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is; en/of
de ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen organiseren gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet;
een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking; en/of
een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet; of
méér dan zes uur reistijd per dag voor leerlingen van het basisonderwijs vallend onder de WPO niet zijnde speciaal basisonderwijs en/of
of méér dan drie uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 10. Stimuleren van zelfstandig reizen
De gemeente wil zelfstandig(er) reizen stimuleren en faciliteren. Uiteraard blijft het maatwerk om te beoordelen hoe een kind kan reizen. Daarin speelt niet alleen een eventuele beperking een rol, maar ook de leeftijd, de route en de zelfredzaamheid van de leerling en het gezin.
Het college past hierbij artikel 4 van de verordening toe.
Op ieder moment kunnen ouders/verzorger(s) en leerlingen met het college in gesprek gaan over de mogelijkheden om (meer) zelfstandig te gaan (leren) reizen. Ook kan het college contact zoeken met ouders/verzorger(s) en leerlingen.
Het college hanteert als uitgangspunt, dat voor elke leerling een vervoersontwikkelingsplan wordt opgesteld, tenzij het college uit advies van een deskundige concludeert, dat het voor de leerling onmogelijk is om zelfstandig of met begeleiding te leren reizen.
Het vervoersontwikkelingsplan bevat in elk geval de volgende componenten:
welke mogelijkheden er zijn om de leerling zelfstandiger te laten reizen, wat hiervoor nodig is, welke periode hiervoor gepland wordt, wat ouders/verzorger(s) hierin kunnen betekenen en waar de gemeente ondersteunt.
Het college voert in principe het gesprek over zelfredzaamheid en zelfstandigheid;
Bij de beoordeling of een leerling op de fiets naar school kan, hanteert het college de volgende uitgangspunten:
Leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs vanaf groep 8 fietsen naar school, tenzij de afstand groter is dan 10 km. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet onderwijs.
Bij de beoordeling neemt het college indien van toepassing het eerder opgestelde vervoersontwikkelingsplan mee.
Bij de beoordeling of een leerling met het openbaar vervoer (OV) naar school kan, hanteert het college de volgende uitgangspunten:
Leerlingen in het (speciaal) basisonderwijs gaan vanaf groep 8 zelfstandig met de bus naar school, tenzij de afstand korter is dan 10 kilometer. Dan geldt als uitgangspunt dat reizen per fiets mogelijk is.
Bij de beoordeling of een leerling met bus kan reizen, neemt het college indien van toepassing het eerder opgestelde vervoersontwikkelingsplan mee.
Het college stelt in beginsel een vervoersontwikkelingsplan (VOP) op indien:
een leerling gebruik maakt van aangepast vervoer of vervoer met begeleiding; en/of
bij de eerste aanvraag blijkt dat zelfstandig reizen (nog) niet mogelijk is, maar ontwikkeling richting zelfstandigheid wel in beeld is; en/of
een leerling in het (speciaal) basisonderwijs de leeftijd van 9 jaar bereikt; en/of
een leerling in het speciaal onderwijs de leeftijd van 11 jaar bereikt.
De in dit lid genoemde leeftijden gelden als indicatief evaluatie- en afwegingsmoment en niet als zelfstandig beslissend criterium. Het college beoordeelt steeds de actuele zelfredzaamheid, routeveiligheid, belastbaarheid en eventuele beperkingen van de leerling.
Het college kan in overige gevallen eveneens besluiten een VOP op te stellen, indien dit bijdraagt aan de zelfstandigheid van de leerling.
Het college informeert ouders/verzorger(s) over het opstellen van een vervoersontwikkelingsplan (VOP) en betrekt hen, voor zover noodzakelijk en passend, bij de uitvoering en evaluatie daarvan. De leerling wordt hierbij betrokken voor zover passend bij leeftijd en ontwikkeling. Het college kan informatie van de school, het samenwerkingsverband of andere betrokken deskundigen betrekken indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de vervoersmogelijkheden en ontwikkeldoelen van de leerling.
Indien beschikbaar betrekt het college bij het VOP relevante onderwijsinformatie, waaronder het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) en/of een recente inschatting van de ondersteuningsbehoefte. Indien noodzakelijk kan het college aanvullende informatie opvragen.
de huidige reisvaardigheden en belemmeringen van de leerling;
het beoogde ontwikkeldoel (bijv. zelfstandig fietsen / zelfstandig OV / reizen met begeleiding);
de (tussen)stappen en activiteiten om dit doel te bereiken;
de rol en inzet van ouders/verzorger(s) en eventueel sociaal netwerk;
de ondersteuning door de gemeente (bijv. inzet van vervoertraining of hulpmiddelen);
een planning en evaluatiemoment(en).
Het college evalueert het VOP in beginsel jaarlijks.
Indien het college daartoe aanleiding ziet (bijvoorbeeld bij zichtbare ontwikkeling, verandering in route/onderwijs of wijziging in belastbaarheid), kan het college tussentijds evalueren en het VOP bijstellen.
De uitkomsten van de evaluatie worden vastgelegd in het dossier en kunnen leiden tot heroverweging van de vervoersvoorziening.
Bij de beoordeling van de zelfredzaamheid en vervoersmogelijkheden van de leerling kan het college betrekken of de leerling in het verleden zelfstandig of met begeleiding heeft kunnen reizen. Eerdere zelfstandigheid vormt echter geen automatisch criterium voor afwijzing of toekenning van een vervoersvoorziening. Het college beoordeelt steeds de actuele mogelijkheden, belastbaarheid en beperkingen van de leerling, ook bij overgang naar het (voortgezet) speciaal onderwijs of bij wijziging van de ondersteuningsbehoefte.
Vervoertraining (o.a. OV-training)
Het college kan vervoertraining inzetten als onderdeel van het VOP, waaronder begrepen OV-training, fietstraining of begeleiding bij routevaardigheden.
Vervoertraining wordt ingezet indien aan één of meer van de volgende criteria is voldaan:
de leerling heeft ontwikkelpotentieel richting zelfstandiger reizen;
de route en afstand zijn naar verwachting geschikt om in stappen zelfstandig te reizen;
de belastbaarheid van de leerling laat training toe;
de inzet is redelijk en proportioneel gelet op leeftijd, ontwikkelingsperspectief en ondersteuningsbehoefte;
ouders/verzorger(s) en/of school kunnen bijdragen aan oefenen en borgen (waar mogelijk).
Het college kan de inzet van vervoertraining verbinden aan voorwaarden in het VOP, waaronder deelname aan (een deel van) de training of het uitvoeren van afgesproken oefenmomenten, voor zover dit redelijkerwijs van ouders/verzorger(s) en leerling kan worden verwacht.
Artikel 11. Gebruik kinderzitje /stoelverhoger
Het komt soms voor, dat een leerling een stoelverhoger of kinderzitje nodig heeft om het taxivervoer veilig te laten plaatsvinden.
Het college beslist zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag om crisisvervoer. Indien de spoedeisendheid daartoe aanleiding geeft, kan het college vooruitlopend op de beschikking een tijdelijke vervoersvoorziening treffen. De beschikking wordt zo spoedig mogelijk daarna schriftelijk vastgesteld.
beoordeelt het college welke gemeente verantwoordelijk is voor de organisatie en/of bekostiging van het leerlingenvervoer.
Het college kan in situaties als bedoeld in lid 10 besluiten crisisvervoer tijdelijk te organiseren als overbrugging, in afwachting van besluitvorming en afstemming met de verantwoordelijke gemeente(n) en/of betrokken instelling. Het college maakt hierover afspraken met de betrokken partijen over de duur en bekostiging.
Artikel 13. Terugval in inkomen
Voor de berekening van het drempelbedrag en de bijdrage van ouders/verzorger(s) op basis van de financiële draagkracht wordt als peiljaar voor het inkomen op grond van de WPO (artikel 4, zevende lid) aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd, begint.
Als het inkomen van de betrokken ouders/verzorger(s) in de periode die ligt tussen het peiljaar waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het voordeel van de ouders/verzorger(s) een later peiljaar te kiezen.
Het college maakt daarvoor gebruik van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 26 van de verordening. Door het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders/verzorger(s) in dat latere peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven te betalen.
Om te bepalen wanneer het redelijk is van de peildatum af te wijken, sluit het college aan bij artikel 6.12 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF). De toe te passen regel luidt:
Op aanvraag van de ouder wordt bij de toepassing van artikel 23 en 24 van de verordening uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, indien:
Voor de toepassing van het eerste lid verstaat het college onder een terugval in inkomen een vermindering van het verzamelinkomen van de ouders/verzorger(s) van ten minste vijftien procent ten opzichte van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld.
Artikel 14. Individueel vervoer
Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt, dat leerlingen gecombineerd met andere leerlingen kunnen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling individueel vervoerd moet worden.
Slechts in de onderstaande situatie vergoedt het college de kosten van het individuele vervoer:
Voor veel leerlingen is rust een belangrijke voorwaarde voor een goed verloop van de dag. Het vervoer kan daar een rol in spelen. Wanneer dit de aanleiding is om individueel vervoer te overwegen, kan dat alleen als in andere schakels in een dag ook deze rust wordt aangebracht. Dit betekent, dat het college alleen het individueel vervoer bekostigt, als de leerling de rest van de dag individueel onderwijs krijgt aangeboden.
Ouders/verzorger(s) moeten de noodzaak van individueel vervoer aantonen. Het college kan aanvullend een onafhankelijk deskundig onderzoek laten uitvoeren om de noodzaak vast te stellen.
Wanneer een leerling vanwege de efficiënte planning van het vervoer of aangepaste schooltijden een periode individueel wordt vervoerd, ontstaat hierop geen recht.
Artikel 15. Aanwijzen van opstapplaatsen
Het college kan een opstapplaats of centrale HUB aanwijzen indien dit doelmatig is voor de uitvoering van het aangepast vervoer en de locatie veilig, bereikbaar en passend is voor de betreffende leerlingen. Onder een HUB wordt verstaan: een door of namens de gemeente aangewezen centrale opstap- of overstaplocatie voor collectief vervoer.
Indien de leerling vanwege medische of andere beperkingen niet in staat is deze afstand te lopen of fietsen, kan het college hiervan gemotiveerd afwijken.
Artikel 15a. Herziening, opschorting, intrekking en terugvordering
Ouders/verzorger(s) melden wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het recht op leerlingenvervoer of de toegekende vervoersvoorziening onverwijld en schriftelijk aan het college.
Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening herzien, opschorten of intrekken indien:
Het college kan de voorziening tijdelijk opschorten indien onderzoek nodig is naar de rechtmatigheid of passendheid van de voorziening.
Het college hanteert in beginsel het volgende stappenplan:
Van het stappenplan kan worden afgeweken indien de veiligheid van betrokkenen of de ernst van de situatie dit vereist.
Indien een voorziening ten onrechte is toegekend of gebruikt, kan het college de kosten geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Terugvordering kan plaatsvinden indien:
Het college informeert ouders/verzorger(s) schriftelijk over herziening, opschorting, intrekking of terugvordering en motiveert dit besluit.
Tegen een besluit als bedoeld in dit artikel staat bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 16. Schooltijden en wachttijd
Het college sluit bij de organisatie van het leerlingenvervoer aan op de schooltijden zoals opgenomen in de schoolgids van de betreffende school.
Het college kan bij de uitvoering van het leerlingenvervoer een wachttijd hanteren indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige en efficiënte organisatie van het vervoer.
De wachttijd bedraagt in beginsel niet meer dan één lesuur per schooldag.
Het college kan gemotiveerd afwijken van lid 3 indien:
De noodzaak tot afwijking als bedoeld in lid 4 wordt onderbouwd met objectieve gegevens, waaronder:
Het college beoordeelt per aanvraag of de wachttijd, gelet op de individuele omstandigheden van de leerling, redelijk en verantwoord is.
Bij de beoordeling betrekt het college in ieder geval:
Artikel 17. Gedrag tijdens het leerlingenvervoer en maatregelen
Van leerlingen, ouders/verzorger(s) en andere betrokkenen wordt verwacht dat zij zich tijdens het leerlingenvervoer gedragen op een wijze die de veiligheid en het ordelijk verloop van het vervoer niet belemmert.
Indien sprake is van wangedrag of onveilige situaties tijdens het vervoer, kan het college maatregelen treffen.
Bij de beoordeling van het gedrag kan het college onderscheid maken tussen:
Onder licht wangedrag wordt onder meer verstaan: het niet opvolgen van aanwijzingen van de chauffeur of begeleider en herhaald storend gedrag.
Onder ernstig wangedrag wordt onder meer verstaan: agressief, intimiderend of in gevaar brengend gedrag.
Onder zeer ernstig wangedrag wordt onder meer verstaan: fysiek geweld, ernstige bedreiging of situaties waarbij de veiligheid van inzittenden direct in gevaar komt.
Het college kan, afhankelijk van de ernst en frequentie van het gedrag, één of meer van de volgende maatregelen treffen:
Maatregelen als bedoeld in lid 7 sub d en e worden schriftelijk bevestigd en gemotiveerd.
Voordat een maatregel als bedoeld in lid 7 sub d of e wordt opgelegd, worden ouders/verzorger(s) in beginsel gehoord, tenzij de veiligheid dit niet toelaat.
Tegen een besluit als bedoeld in lid 7 sub d of e staat bezwaar en beroep open overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht.
Om het recht op een vergoeding vast te stellen, wordt de afstand tussen het woonadres en het schooladres gemeten (afstandscriterium). Hiervoor gebruikt het college de optie ‘de kortste route’ voor de auto van routeplanner op https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner.
Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt de afstand tussen het woonadres en het schooladres gemeten op https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner op basis van het voertuig waarvoor de vergoeding is bestemd (fiets dan wel auto) met als instelling ‘kortste route’.
Het college berekent de afstand in kilometers en rondt deze af tot op één cijfer achter de komma.
Om vast te stellen of er dichterbij gelegen scholen zijn, wordt de afstand tussen het woonadres en de verschillende schooladressen gemeten op https://www.anwb.nl/verkeer/routeplanner, met als instelling ‘auto en via de ‘kortste route’.
Artikel 18a. Afstandsgrenzen en toepassing in het voortgezet onderwijs
Voor leerlingen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs geldt de afstandsgrens zoals opgenomen in artikel 9 van de verordening (6 kilometer).
Bij de beoordeling van de zelfredzaamheid van de leerling kan worden meegewogen of de leerling in het verleden zelfstandig of met begeleiding heeft kunnen reizen. Eerdere zelfstandigheid vormt echter geen automatisch criterium voor afwijzing of toekenning van een vervoersvoorziening. Het college beoordeelt steeds de actuele mogelijkheden, belastbaarheid en beperkingen van de leerling, ook bij overgang naar het (voortgezet) speciaal onderwijs.
Het college kan gemotiveerd afwijken van de in lid 3 genoemde richtlijnen indien de individuele omstandigheden van de leerling daartoe aanleiding geven.
Artikel 19. Geen afstandsgrens bij handicap en inzet deskundigenadvies
Het ontbreken van een afstandsgrens betekent niet dat automatisch aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening. Het college beoordeelt steeds of de leerling door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking niet zelfstandig, al dan niet met begeleiding, op een voor de leerling verantwoorde wijze naar school kan reizen.
3. Bij de beoordeling van aanvragen voor leerlingenvervoer maakt het college onderscheid tussen:
Het college beoordeelt of sprake is van een handicap als bedoeld in lid 2 op basis van beschikbare informatie, waaronder:
Het college kan een vervoersvoorziening verstrekken ten behoeve van stagevervoer, indien de stage:
Stagevervoer wordt uitsluitend toegekend na een aparte aanvraag voor stagevervoer. De aanvraag kan worden ingediend door ouders/verzorger(s) of door de school, indien de school daartoe gemachtigd is of met instemming van ouders/verzorger(s) handelt.
Het college kent stagevervoer in beginsel alleen toe indien:
Onder ‘op de route’ wordt verstaan: het stageadres ligt zodanig tussen woning/opstapplaats en school dat het opnemen van het stageadres:
Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 3, indien aantoonbaar noodzakelijk. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer:
Een afwijking wordt gemotiveerd.
Stagevervoer wordt uitsluitend verstrekt voor zover:
Indien sprake is van wisselende stageplekken, kan het college besluiten stagevervoer te weigeren of te beperken tot één stageadres, tenzij:
Het college kan in dat geval voorwaarden stellen aan het aantal wijzigingen en de duur van de stageperiode.
Het college kan voor de beoordeling van stagevervoer bewijsstukken opvragen, waaronder:
Een aanvraag voor stagevervoer dient uiterlijk 6 weken voor aanvang van de stage te worden ingediend. Aanvragen die later worden ingediend worden in behandeling genomen, maar het college kan een langere verwerkingstermijn hanteren of tijdelijke overbrugging weigeren indien uitvoering niet tijdig planbaar is.
Het college kan aan stagevervoer voorwaarden verbinden, waaronder:
Stagevervoer wordt beëindigd indien:
Artikel 21. Weekend- en vakantievervoer (internaat / pleeggezin)
Het college kent een vervoersvoorziening toe voor weekend- en vakantievervoer aan de leerling die, met het oog op het volgen van speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, verblijft in een internaat of pleeggezin.
Van verblijf als bedoeld in lid 1 is sprake indien:
Weekend- en vakantievervoer wordt uitsluitend toegekend indien:
De bekostiging betreft vervoer:
Het college bepaalt de vorm van de vervoersvoorziening overeenkomstig artikel 6 van deze nadere regels en gaat daarbij uit van de goedkoopst passende vervoersvoorziening.
Het college kan voor de beoordeling van de aanvraag bewijsstukken opvragen, waaronder:
Indien sprake is van verblijf in het kader van jeugdhulp of een andere voorziening, beoordeelt het college of en in hoeverre het vervoer onder het leerlingenvervoer valt. Voor zover het vervoer geen direct verband houdt met het volgen van onderwijs, valt dit niet onder deze nadere regels.
Artikel 22. Afwijken van de bepalingen
6. Het college evalueert jaarlijks de toepassing van dit artikel, met als doel te beoordelen of aanpassing van de verordening of nadere regels nodig is.
Artikel 23. Afstemming samenwerkingsverband, inzet deskundige en monitoring (OOGO)
Het college stemt de uitvoering van het leerlingenvervoer af met het samenwerkingsverband passend onderwijs, in het kader van het op overeenstemming gericht overleg (OOGO), zoals bedoeld in artikel 5 van de verordening.
Het college kan voor de beoordeling van (de noodzaak tot) leerlingenvervoer advies vragen aan één of meerdere deskundigen. Hierbij kan het college in ieder geval betrekken:
Het college weegt deskundigenadvies mee bij het vaststellen van de vervoersvoorziening en motiveert in het besluit op welke wijze dit advies is betrokken. Indien het college afwijkt van het uitgebrachte advies, wordt dit gemotiveerd.
Het college monitort jaarlijks de uitvoering en effecten van leerlingenvervoer, ten behoeve van bijsturing van beleid en de afstemming met het samenwerkingsverband. Hierbij worden in ieder geval statistieken bijgehouden over:
Het college analyseert daarbij relevante trends, waaronder in ieder geval:
De uitkomsten van monitoring en trendanalyse worden periodiek besproken in het kader van het OOGO en kunnen aanleiding zijn voor nadere afspraken, beleidsactualisatie en/of gerichte inzet op vervoersontwikkeling en zelfstandigheid.
Het college handelt in overeenstemming met deze nadere regels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze nadere regels te dienen uitgangspunten en doelen.
Deze nadere regels worden aangehaald als ‘Nadere regels uitvoering leerlingenvervoer Terneuzen 2026’.
Deze nadere regels treden met ingang van 1 augustus 2026 in werking.
Bijlage 1 – Melding schoolkeuze + schriftelijke instemming (artikel 8 verordening)
.................................................................................................................
.................................................................................................................
.................................................................................................................
Adres (woning/feitelijk verblijfadres):
.................................................................................................................
.................................................................................................................
Schooljaar waarop melding betrekking heeft:
...............................................................................................................
2. Gegevens ouders/verzorger(s)
.................................................................................................................
Telefoonnummer: .................................................................................................................
.................................................................................................................
Relatie tot leerling: .................................................................................................................
Ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
.................................................................................................................
Telefoonnummer: .................................................................................................................
.................................................................................................................
................................................................................................................
3. Gegevens huidige school / gekozen school
3.1 School waar leerling geplaatst is / gaat worden geplaatst
.................................................................................................................
.................................................................................................................
☐ BO ☐ SBO ☐ SO ☐ VSO ☐ ISK/nieuwkomersvoorziening ☐ anders: ………………………….
Startdatum (of datum plaatsing):
.................................................................................................................
3.2 Dichtstbijzijnde toegankelijke school
................................................................................................................. Vestigingsadres:
.................................................................................................................
☐ BO ☐ SBO ☐ SO ☐ VSO ☐ ISK/nieuwkomersvoorziening ☐ anders: ……………………………….
4. Melding schoolkeuze (artikel 8 lid 2 verordening)
Met dit formulier meld ik/wij schriftelijk aan het college dat voor de leerling is gekozen voor de school zoals vermeld in onderdeel 3.1.
☐ Ja, ik/wij melden de keuze voor deze school schriftelijk.
Toelichting schoolkeuze (optioneel)
..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
5. Schriftelijke instemming vervoer naar een verder gelegen school (artikel 8 lid 1 verordening)
Dit onderdeel alleen invullen als het college aangeeft dat vervoer naar een verder weg gelegen school leidt tot lagere kosten voor de gemeente.
Het college heeft aan mij/ons voorgesteld om de vervoersvoorziening toe te kennen naar de onderstaande school, omdat vervoer naar deze school voor de gemeente minder kosten met zich meebrengt:
Naam school (alternatief): .................................................................................................................
Vestigingsadres: .................................................................................................................
☐ Ja, ik/wij stemmen er schriftelijk mee in dat de vervoersvoorziening wordt toegekend naar deze verder weg gelegen school.
☐ Nee, ik/wij stemmen hier niet mee in.
6. Verklaring ouders/verzorger(s)
de hierboven ingevulde gegevens juist en volledig zijn;
wij wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het leerlingenvervoer (zoals schoolwissel, wijziging verblijfadres, wijziging plaatsing/toegankelijkheid) onverwijld melden;
wij kennis hebben genomen van de verordening en nadere regels leerlingenvervoer.
..................................................................................................................
................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 1
..........................................................................................................................
.........................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
..........................................................................................................................
...........................................................................................................................
8. Bijlagen (meesturen indien van toepassing)
☐ bewijs van inschrijving / plaatsing op de gekozen school
☐ (concept) OPP / ondersteuningsbehoefte / TLV (indien van toepassing)
☐ (bij ISK/nieuwkomers) verklaring school/voorziening over plaatsing en startdatum
☐ overige relevante informatie: ...................................................................................
Bijlage 2a – Aanvraag eigen vervoer (vergoeding) (artikel 8b)
Naam leerling: ....................................................................................................................
Geboortedatum: .................................................................................................................
Adres (woning/feitelijk verblijfadres): ...........................................................................................................................................
Postcode en woonplaats: ...........................................................................................................................................
Schooljaar: ...........................................................................................................................
2. Gegevens ouders/verzorger(s)
Naam: .................................................................................................................................
Telefoonnummer: ...............................................................................................................
E-mailadres: .......................................................................................................................
Ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
Naam: ..................................................................................................................................
Telefoonnummer: ................................................................................................................
E-mailadres: ........................................................................................................................
Naam school: .......................................................................................................................
Vestigingsadres: ..................................................................................................................
☐ BO ☐ SBO ☐ SO ☐ VSO ☐ ISK/nieuwkomersvoorziening ☐ anders: ………………….
Ik/Wij verzoek(en) om een vergoeding voor eigen vervoer voor de leerling naar en van school.
☐ eigen vervoer door sociaal netwerk (naam + relatie):...............................................
Startdatum: ....................................................................................................................
Einddatum (indien bekend): ..........................................................................................
☐ aantal dagen per week: .................................................................................…………..
welke dagen: ......................................................................................................................
5. Verklaring rijbewijs en verzekering (bij eigen vervoer per auto)
de bestuurder beschikt over een geldig rijbewijs: ☐ ja ☐ nee
het voertuig minimaal WA-verzekerd is: ☐ ja ☐ nee
Kenteken (optioneel): ...............................................................................................
Naam bestuurder: ....................................................................................................
6. Verklaring ouders/verzorger(s)
de hierboven ingevulde gegevens juist en volledig zijn;
het vervoer veilig en verantwoord wordt uitgevoerd;
eigen vervoer uitsluitend wordt gedeclareerd voor schooldagen waarop de leerling daadwerkelijk onderwijs volgt;
vergoeding wordt gedeclareerd voor maximaal twee enkele ritten per schooldag (heen en terug);
wijzigingen (bijv. schoolwisseling, wijzigingen stage, wijziging verblijfadres of beëindiging eigen vervoer) onverwijld worden gemeld bij de gemeente.
Plaats: ..................................................................................................................
Datum: .................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 1
...........................................................................................................................
...........................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
..........................................................................................................................
...........................................................................................................................
Bijlage 2b – Aanvraag eigen vervoer (vergoeding)
Declaratie-instructie eigen vervoer (vergoeding)
Declareren kan achteraf, per ☐ maand / ☐ kwartaal (keuze door gemeente).
2. Welke ritten worden vergoed?
De vergoeding voor eigen vervoer wordt uitsluitend toegekend:
voor schooldagen waarop de leerling daadwerkelijk onderwijs volgt; en
voor maximaal twee enkele ritten per dag:
Extra ritten (bijv. omwegen, tussenritten, ophalen/brengen tijdens pauze) worden niet vergoed.
3. Hoe wordt de afstand berekend?
De afstand wordt vastgesteld door de gemeente op basis van de kortste voldoende begaanbare en veilige weg (zoals bepaald in de nadere regels).
De door de gemeente vastgestelde afstand wordt gebruikt als uitgangspunt voor de vergoeding.
4. Welke kosten worden niet vergoed?
De volgende kosten worden niet vergoed:
tol-, veer- of pontkosten (tenzij vooraf schriftelijk overeengekomen);
onderhoud, verzekering of afschrijving van het voertuig.
5. Welke gegevens moeten worden aangeleverd?
Bij declaratie levert u minimaal aan:
periode waarover wordt gedeclareerd;
aantal schooldagen waarop eigen vervoer is uitgevoerd;
eventueel: toelichting bij afwijkingen (bijv. ziekte of schooluitval).
U bent verplicht wijzigingen direct te melden, zoals:
wijziging woning/verblijfadres;
wijziging rooster of stagedagen;
Indien wijzigingen niet tijdig worden gemeld, kan dit leiden tot herziening van de vergoeding en/of terugvordering.
Bijlage 3a – Instemming maatwerkoplossing / andere passende (goedkopere) voorziening
(behorende bij artikel 7, artikel 8, artikel 8a, artikel 8b en artikel 10 van deze nadere regels – maatwerkoplossing op grond van artikel 21 van de verordening)
Naam leerling: .................................................................................................................
Geboortedatum: .................................................................................................................
Adres (woning/feitelijk verblijfadres): .................................................................................................................
Postcode en woonplaats: .................................................................................................................
Schooljaar: .................................................................................................................
2. Gegevens ouders/verzorger(s)
Naam: ..................................................................................................................
Telefoonnummer: .................................................................................................................
E-mailadres: .................................................................................................................
Ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
Naam: ..................................................................................................................
Telefoonnummer: ..................................................................................................
E-mailadres: ..........................................................................................................
3. Maatwerkoplossing (omschrijving aanbod)
Het college biedt op grond van artikel 21 van de verordening leerlingenvervoer een maatwerkoplossing / andere passende voorziening aan, in plaats van of als alternatief voor de reguliere vervoersvoorziening.
☐ (deel)traject per fiets (eventueel met begeleiding)
☐ openbaar vervoer (eventueel met begeleiding)
☐ vervoertraining (bijv. OV-training / fietstraining)
☐ vervoer naar een opstapplaats
☐ combinatie van voorzieningen (bijv. taxi heen / OV terug)
☐ anders, namelijk: ..................................................................................................
Nadere toelichting maatwerkoplossing
..................................................................................................................................................................................................................................................................................................................
Ingangsdatum: ...............................................................................................
Einddatum / evaluatiedatum: ............................................................................
☐ deelname aan vervoertraining
☐ evaluatiemoment(en) (bijv. na 6 maanden / jaarlijks)
☐ meldplicht bij wijzigingen (bijv. stage, rooster, school, adres)
☐ anders, namelijk: ........................................................................................
5. Instemming ouders/verzorger(s)
Met dit formulier verklaar ik/verklaren wij dat:
wij het aanbod van de maatwerkoplossing hebben ontvangen en begrepen;
wij instemmen met de aangeboden maatwerkoplossing en de daaraan verbonden voorwaarden;
wij begrijpen dat deze maatwerkoplossing een alternatief is voor (of in plaats komt van) de reguliere vervoersvoorziening;
wij wijzigingen die van invloed kunnen zijn op het vervoer onverwijld melden bij het college.
☐ Ja, ik/wij stemmen in met de maatwerkoplossing zoals beschreven in deze bijlage.
☐ Nee, ik/wij stemmen niet in met de maatwerkoplossing.
(In dat geval beoordeelt het college de aanvraag op basis van de verordening en nadere regels en neemt een besluit.)
Plaats: .................................................................................................................
Datum: .................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 1
...........................................................................................................................
..........................................................................................................................
Handtekening ouder/verzorger 2 (indien van toepassing)
...........................................................................................................................
...........................................................................................................................
7. Voor interne verwerking (gemeente/RBL)
Datum aanbod maatwerkoplossing: ......................................................................
Afwegingskader toegepast (kort): ☐ ja ☐ nee
Kostenvergelijking gemaakt: ☐ ja ☐ nee
Dossierstuk opgeslagen in zaaknummer: ................................................................
Evaluatiemoment ingepland op: .................................................................................................................
Bijlage 3b – Instemming maatwerkoplossing / andere passende (goedkopere) voorziening
Toelichting (pagina 2) – voor ouders/verzorger(s)
1. Wat is een maatwerkoplossing?
Soms is de standaard vervoersvoorziening (bijvoorbeeld taxi) niet de beste of niet de meest doelmatige oplossing. In dat geval kan de gemeente een maatwerkoplossing aanbieden.
Een maatwerkoplossing is een andere passende manier van vervoer, bijvoorbeeld:
een opstapplaats in plaats van vervoer vanaf huis,
eigen vervoer met kilometervergoeding,
vervoertraining (bijvoorbeeld OV-training),
of een combinatie van bovenstaande.
De maatwerkoplossing moet passend zijn voor het kind én kan (voor de gemeente) goedkoper of kostenneutraal zijn.
Bijlage 4 Benodigde gegevens per type vervoersvoorziening (artikel 6, vierde lid)
Bij iedere aanvraag voor een vervoersvoorziening worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
naam, adres en geboortedatum van de leerling;
het schooltype en de groep/klas;
de ingangsdatum van de aanvraag;
de gegevens van de ouders/verzorger(s);
een motivering van de aanvraag.
2. Vervoer per fiets of openbaar vervoer (zonder begeleiding)
Naast de in artikel 1 genoemde gegevens worden, indien van toepassing, de volgende gegevens verstrekt:
informatie over de reisafstand (wordt vastgesteld door het college);
een toelichting op de reisroute indien sprake is van bijzondere omstandigheden;
eventuele relevante bijzonderheden met betrekking tot de veiligheid of begaanbaarheid van de route.
3. Vervoer per fiets of openbaar vervoer met begeleiding
Naast de in artikel 1 en 2 genoemde gegevens worden de volgende gegevens verstrekt:
een motivering waaruit blijkt dat de leerling niet zelfstandig kan reizen;
een toelichting op de noodzaak van begeleiding;
informatie over de beschikbaarheid van begeleiding door ouders/verzorger(s) of het sociaal netwerk;
indien beschikbaar: relevante informatie van de school of het samenwerkingsverband passend onderwijs.
Naast de in artikel 1 genoemde gegevens worden de volgende gegevens verstrekt:
een motivering waaruit blijkt dat de leerling niet zelfstandig en ook niet onder begeleiding kan reizen;
een onderbouwing van de beperking in relatie tot het reizen naar school;
het ontwikkelingsperspectiefplan (OPP);
een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) of plaatsingsbesluit;
informatie van de school of het samenwerkingsverband passend onderwijs;
relevante informatie van betrokken hulpverlening.
Naast de in artikel 1 genoemde gegevens worden de volgende gegevens verstrekt:
een verzoek tot vergoeding van eigen vervoer;
een motivering voor de inzet van eigen vervoer;
de benodigde gegevens voor uitbetaling van de vergoeding.
Naast de in artikel 1 genoemde gegevens worden de volgende gegevens verstrekt:
een verklaring van de school waaruit blijkt dat de stage onderdeel uitmaakt van het onderwijsprogramma;
een motivering waaruit blijkt dat vervoer noodzakelijk is.
7. Weekend- en vakantievervoer
Naast de in artikel 1 genoemde gegevens worden de volgende gegevens verstrekt:
een verklaring van het internaat, pleeggezin of de instelling waaruit het verblijf blijkt;
een onderbouwing dat het verblijf samenhangt met het volgen van onderwijs;
het adres van het verblijf en het adres van de ouders/verzorger(s);
de frequentie van het vervoer.
Het college kan aanvullende gegevens opvragen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag.
Bijlage 5 – Draagkrachttabel (art. 24 verordening)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-347688.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.