Gemeenteblad van IJsselstein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| IJsselstein | Gemeenteblad 2026, 347602 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| IJsselstein | Gemeenteblad 2026, 347602 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp gemeente IJsselstein 2026
Hoofdstuk 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente
Artikel 7. Aanvraag maatwerkvoorziening
Voorafgaand aan het onderzoek vergewist het college zich van de identiteit van de jeugdige en/of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger. Het vergewissen van de identiteit, aan de hand van een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, vindt in elk geval plaats als dit naar oordeel van het college noodzakelijk en evenredig is:
In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouder(s), of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp aan als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. Het college legt de beslissing omtrent de inzet van hulp in dit geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na start van de hulp, vast in een beschikking.
Artikel 8. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Na afronding van het onderzoek als bedoeld in dit artikel zal het college de jeugdige of zijn ouder(s) een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek verstrekken, in de vorm van een ondersteuningsplan. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd.
Artikel 9. Kwaliteitseisen toegang
Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via het college op zorgvuldige wijze plaatsvindt. Hieronder wordt in het bijzonder verstaan dat het college voorzieningen treft die voorkomen dat de (toekomstige) jeugdhulpaanbieder tevens het advies geeft over de toe te kennen jeugdhulp of een daarop betrekking hebbend besluit neemt.
Hoofdstuk 5. Voorwaarden maatwerkvoorzieningen
Artikel 10. Criteria maatwerkvoorziening
Artikel 11. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt als naar oordeel van het college uit het onderzoek blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) ontoereikend zijn om, zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere of algemene voorzieningen, de hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouder(s).
Het college neemt bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zoals bedoeld in artikel 8 tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Dit is ook het geval als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Uit het onderzoek kan blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) niet toereikend is, bijvoorbeeld omdat sprake is van:
Bij de beoordeling van de overbelasting bedoeld in het tweede lid onder d, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met:
Een vervoersvoorziening wordt – voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid – alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt, mits niet vanuit een andere regeling of instanties vergoed.
Hoofdstuk 7. Persoonsgebonden budget
Artikel 15. Het persoonsgebonden budget
Als de jeugdige of zijn ouder(s) zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 8 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de maatwerkvoorziening die het college via de gecontracteerde jeugdhulpaanbieder beschikbaar stelt niet passend achten en een pgb wensen, dan moeten zij in aanvulling op het ondersteuningsplan een pgb-plan opstellen.
Artikel 16. Verstrekken van het persoonsgebonden budget
Het college verstrekt een pgb als:
naar het oordeel van het college, met inachtneming van artikel 19, is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de maatwerkvoorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 17. Onderscheid formele en informele hulp persoonsgebonden budget
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder:
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of
Artikel 19. Kwaliteitseisen maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget
Artikel 20. Hoogte van het persoonsgebonden budget
Indien het pgb is gebaseerd op een bedrag per uur, dagdeel of etmaal, wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning geleverd door professionele organisaties, zelfstandig ondernemers en het informele netwerk:
Het tarief voor een zelfstandig ondernemer bedraagt maximaal 75 % van de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in zorg in natura, tenzij aannemelijk is dat dit percentage niet toereikend is om de zorg in te kopen; dan kan maximaal de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening worden vergoed;
Hoofdstuk 8. Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 22. Overgang naar volwassenheid
Voor verlengde jeugdhulp geldt dat:
de hulp ingezet moet zijn voor de 18e verjaardag of het moet voor de 18e verjaardag zijn bepaald dat de hulp ingezet moet worden na het uitgevoerde onderzoek, als bedoeld in artikel 8 van deze verordening. Daarbij geldt ook dat er sprake kan zijn van verlengde jeugdhulp als er binnen een half jaar na de 18e verjaardag wordt geconstateerd dat hulp die voor de 18e verjaardag is beëindigd, toch nodig blijkt te zijn;
Artikel 23. Gezondheidszorg en langdurige zorg
Het college maakt afspraken met de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die in behandeling zijn en de leeftijd van 18 jaar bereiken. Er moet dan sprake zijn van de reële verwachting dat deze zorg na de 18e verjaardag door zal lopen en daarmee onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wlz komen te vallen. Ook worden er afspraken gemaakt hoe te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader.
Artikel 25. Voorschoolse voorziening en onderwijs
Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de wet of de Wet passend onderwijs, dan rust op het college de verplichting om in samenwerking met het onderwijs met behulp van het ondersteuningsplan en het ontwikkelperspectiefplan (OPP) tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag.
Het college zorgt er samen met de jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen voor dat financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig worden gesignaleerd. Waar nodig helpen zij de jeugdige of zijn ouder(s) de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen te krijgen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, armoedevoorzieningen, en het kindpakket – om deze belemmeringen weg te nemen.
Hoofdstuk 9. Opschorten, herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik
Artikel 28. Opschorten betaling uit het pgb
Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste van 13 weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4 eerste lid, onder a, d of e van de wet.
Artikel 29. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering
Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een maatwerkvoorziening.
Een besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg of als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen drie maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 10. Kwaliteit jeugdhulpaanbieders
Artikel 32. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s) en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
Hoofdstuk 11. Klachten, inspraak en medezeggenschap
Artikel 35. Betrekken inwoners bij ontwikkelen beleid
Het college stelt de jeugdige of zijn ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntengroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordening en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-347602.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.