Subsidieregeling Windfonds Goyerbrug gemeente Houten 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten;

 

gelet op:

  • -

    titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    de Algemene subsidieverordening gemeente Houten 2023 (Asv);

  • -

    artikel 3 van de Asv.

Overwegende dat de gemeenteraad op 1 oktober 2019 heeft besloten tot het oprichten van een “Windfonds Goyerbrug”;

 

besluit vast te stellen:

 

“Subsidieregeling Windfonds Goyerbrug gemeente Houten 2026”

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Aanvraagformulier: het vastgestelde digitale aanvraagformulier waarop de aanvrager zijn activiteiten kan vermelden en toelichten;

  • b.

    Aanvrager: een rechtspersoon zonder winstoogmerk zoals een stichting of een vereniging, een inwoner of een inwonersinitiatief;

  • c.

    Asv: de Algemene Subsidieverordening gemeente Houten 2023;

  • d.

    Beoordelingscommissie: de commissie die de aanvragen beoordeelt en het college adviseert over de rangschikking van de aanvragen;

  • e.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten;

  • f.

    Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Houten;

  • g.

    Subsidieplafond: het maximumbedrag dat door de gemeenteraad per categorie activiteiten beschikbaar wordt gesteld voor het verstrekken van subsidies in een bepaald tijdvak. Het vaststellen van een subsidieplafond betekent dat geen subsidie wordt verstrekt boven het daarvoor beschikbare bedrag. Het subsidieplafond wordt vastgesteld op grond van artikel 4:25 en 4:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening gemeente Houten 2023.

  • h.

    Windpark: Betreft het “Windpark Goyerbrug”, bestaande uit 4 windturbines gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal in ’t Goy, gemeente Houten.

  • i.

    Werkgebied: dit betreft het gebied binnen 3 km vanaf het windpark. Het werkgebied is weergegeven op kaart in bijlage A:

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan één van de volgende drie doelstellingen:

  • 1.

    Het verbeteren van de leefbaarheid. Onder leefbaarheid wordt verstaan het samenspel tussen:

    • a.

      Fysieke kwaliteit (kwaliteit woonomgeving);

    • b.

      Sociale kwaliteit (voorzieningenniveau);

    • c.

      Sociale kenmerken (sociale cohesie).

  • 2.

    Verduurzaming. Hieronder wordt verstaan: energiebesparing, opwekken van duurzame energie en/of hergebruik van materialen.

  • 3.

    Verbetering van de ecologische kwaliteit. Hieronder wordt verstaan:

    • a.

      herstel en uitbreiding van biodiversiteit en verbeteren van de landschappelijke kwaliteit, door maatregelen als aanleg landschapselementen en aanplant van gewassen, waardoor de variatie in vegetatie vergroot en ecologische structuur verbetert, zoals verbindingszondes en/of steppingstones;

    • b.

      vermindering van verstoring/vervuiling, door maatregelen die stikstof verminderen, water- en bodemkwaliteit verbeteren of ruimte voor rustgebieden realiseren.

Artikel 4. Werkgebied en doelgroep

  • 1.

    Activiteiten vinden plaats in het werkgebied, binnen een straal van 3 kilometer rondom het Windpark.

  • 2.

    Activiteiten zijn gericht op alle of zoveel mogelijk inwoners van het werkgebied.

Artikel 5 Aanvrager

Aanvragen kunnen worden ingediend:

  • 1.

    Een aanvraag kan worden ingediend door:

    • a.

      een inwoner die woonachtig is in het werkgebied, al dan niet namens een inwonersinitiatief; of

    • b.

      een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zoals een stichting of vereniging, die gevestigd is in het werkgebied.

  • 2.

    Indien de aanvraag wordt ingediend namens een inwonersinitiatief, treedt één inwoner op als penvoerder en subsidieontvanger.

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen alleen de kosten in aanmerking die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten zoals omschreven in artikel 3 en direct daaraan toe te rekenen zijn.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Subsidie voor inwoners of inwonersinitiatieven bedraagt minimaal €2.500 en maximaal €7.500.

  • 2.

    Subsidie voor een stichting of een vereniging bedraagt minimaal €7.500 en maximaal €50.000.

Artikel 8. Maximale duur van het project

De activiteiten worden binnen twaalf maanden nadat het besluit over de subsidie is genomen, uitgevoerd.

Artikel 9. Subsidieplafond

De raad stelt een subsidieplafond vast voor de in artikel 3 omschreven activiteiten.

Artikel 10. Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend bij burgemeester en wethouders.

  • 2.

    Onverminderd artikel 6 van de Asv bestaat een aanvraag uit:

    • a.

      het ingevulde aanvraagformulier;

    • b.

      een activiteitenplan;

    • c.

      een begroting;

    • d.

      een opgave van de exacte locatie waar de activiteiten of het grootste deel van de activiteiten plaatsvinden.

  • 3.

    In geval de aanvragende partij een inwoner is bevat de aanvraag een opgave van het woonadres van de aanvrager.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Asv, uiterlijk 8 januari 2027 ingediend.

  • 2.

    Mocht het subsidieplafond in de ronde zoals omschreven in het eerste lid, niet zijn uitgeput, dan volgt een tweede ronde. Aanvragen voor de tweede ronde worden, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de Asv, uiterlijk 14 januari 2028 ingediend.

  • 3.

    Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld de aanvraag uiterlijk binnen twee weken nadat de aanvraagtermijn is verstreken aan te vullen.

Artikel 12 Beslistermijn

Het college beslist uiterlijk 12 weken na het verstrijken van de aanvraagtermijn.

Artikel 13 Criteria

Alle volledig ingediende aanvragen worden door de beoordelingscommissie beoordeeld op basis van de volgende vier criteria:

  • a.

    afstand: de afstand van de locatie van de activiteiten of het grootste deel van de activiteiten tot de locatie van het windpark;

  • b.

    bijdrage aan doelstellingen: de mate waarin de activiteiten duurzaam bijdragen aan het realiseren van minstens één van de drie doelstellingen zoals geformuleerd in artikel 3. Duurzaam houdt in dat het effect van de activiteiten op het realiseren van de doelstellingen doorwerkt ook nadat de activiteiten zijn afgerond;

  • c.

    doelgroep: de mate waarin de activiteiten ten goede komen aan alle of zoveel mogelijk inwoners van het werkgebied;

  • d.

    draagvlak: de mate waarin voor de activiteiten draagvlak is onder de inwoners van het werkgebied.

Artikel 14. Aanvullende weigeringsgronden

Naast de in artikel 9 van de Asv genoemde weigeringsgronden, kan de subsidie worden geweigerd als:

  • a.

    de activiteiten niet of niet overwegend plaatsvinden in het werkgebied;

  • b.

    de aanvrager niet woonachtig is of gevestigd is in het werkgebied;

  • c.

    met de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, is gestart voordat de subsidie is verleend;

  • d.

    de kosten niet in redelijke verhouding staan tot de aard, omvang, doelgroep, duur en/of beoogde resultaten van de activiteit;

  • e.

    de aanvrager onvoldoende deskundig en toegerust is om de activiteiten uit te voeren. Hierbij wordt beoordeeld of de aanvrager beschikt over voldoende kennis, ervaring en capaciteit om de activiteiten uit te voeren;

  • f.

    de aanvraag of activiteit niet voldoet aan de bij of krachtens deze regeling gestelde voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 15. Beoordelingscommissie

  • 1.

    De beoordelingscommissie bestaat uit minimaal twee en maximaal zes inwoners van het werkgebied van 18 jaar en ouder en daarnaast een ambtelijk secretaris.

  • 2.

    Leden van de beoordelingscommissie mogen zelf geen aanvragen indienen, of betrokken zijn bij een aanvraag (als organisator of bestuurslid).

  • 3.

    Tot 1 november 2026 kunnen inwoners uit het werkgebied zich aanmelden om zitting te nemen in de beoordelingscommissie.

  • 4.

    De beoordelingscommissie wordt benoemd door de Teammanager Ruimtelijke Projecten van de gemeente Houten.

  • 5.

    Naast de beoordelingscommissie stelt de Teammanager Ruimtelijke Projecten uit de overgebleven inzendingen een reservelijst samen.

  • 6.

    Wanneer meer dan zes kandidaten die voldoen aan het tweede lid zich aanmelden, vindt samenstelling van de beoordelingscommissie en reservelijst plaats door middel van loting.

  • 7.

    Mocht een lid van de beoordelingscommissie op eigen verzoek geen zitting meer kunnen nemen in de beoordelingscommissie, of mocht een lid verhuizen uit het werkgebied, dan wordt diens plaats ingenomen door de eerstvolgende op de reservelijst.

  • 8.

    Een beleidsadviseur van de gemeente Houten is ambtelijk secretaris van de beoordelingscommissie. Deze ambtelijk secretaris is aanwezig bij de commissievergaderingen, en zorgt dat de bepalingen in de subsidieregeling correct gevolgd worden. De ambtelijk secretaris heeft een neutrale rol en brengt geen stem uit.

Artikel 16. Taak van de beoordelingscommissie

  • 1.

    De beoordelingscommissie brengt over de aanvragen een advies uit aan het college. Dit advies bestaat uit een prioritering van de aanvragen op basis van het hoogste totaal aantal toegekende punten volgens de puntenverdeling beschreven in het tweede en derde lid.

  • 2.

    Voor het criterium in artikel 13 onder a kent de beoordelingscommissie op de volgende wijze toe:

    • a.

      Activiteiten die overwegend plaatsvinden binnen 500 meter van het windpark: 5 punten;

    • b.

      Activiteiten die overwegend plaatsvinden tussen 500 meter en 1.500 meter van het windpark: 3 punten;

    • c.

      Activiteiten die overwegend plaatsvinden tussen 1.500 meter en 3.000 meter van het windpark: 1 punt.

    • d.

      De beoordelingscommissie geeft een advies over de bepaling van de locatie waar de activiteiten overwegend plaatsvinden. Hierbij kan de beoordelingscommissie gemotiveerd afwijken van hetgeen volgens artikel 10, tweede lid, onder d, is opgegeven.

  • 3.

    Voor de criteria, bedoeld in artikel 13, onder b, c en d, geeft de beoordelingscommissie per criterium 1 t/m 5 punten. Bij de beoordeling geldt de volgende puntenschaal: 1 punt = onvoldoende; 2 punten = matig; 3 punten = voldoende; 4 punten = goed; 5 punten = zeer goed.

  • 4.

    Voor de totaalscore zoals omschreven in het eerste lid geeft de beoordelingscommissie een inhoudelijke motivatie.

  • 5.

    Een advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van te verlenen subsidie.

  • 6.

    Een advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over het toepassen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 14.

  • 7.

    Indien meer dan de helft van de beoordelingscommissie niet tot hetzelfde advies komt, beoordeelt het college de aanvragen zelf, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel.

Artikel 17. Wijze van verdeling

  • 1.

    Aanvragen worden op basis van het puntentotaal verleend, waarbij een aanvraag met een hoger puntentotaal voorrang krijgt.

  • 2.

    Op basis van het advies zoals bepaald in artikel 16, vijfde lid, kan een lager subsidiebedrag worden verleend dan gevraagd.

  • 3.

    Indien twee of meer aanvragen in puntenaantal gelijk eindigen en het subsidieplafond niet toereikend is om deze aanvragen volledig te honoreren, dan krijgt de aanvraag met de meeste punten voor het criterium zoals omschreven in artikel 13 onder a voorrang. Mocht ook dit puntentotaal gelijk zijn, dan krijgt de aanvraag met de meeste punten voor het criterium zoals omschreven in artikel 13 onder b voorrang. Mocht ook dit puntentotaal gelijk zijn, dan volgt loting.

Artikel 18. Uitbetaling voorschot

  • 1.

    Subsidieontvangers ontvangen een voorschotbedrag ter hoogte van 100% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2.

    De subsidie wordt in één keer uitbetaald.

Artikel 19. Eindverantwoording

  • 1.

    In afwijking van artikel 13 van de Asv dient de subsidieontvanger 12 weken nadat de activiteiten zijn afgerond een digitale aanvraag tot vaststelling in.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling bevat onverminderd artikel 14 van de Asv:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c.

      Kopieën van alle facturen vanaf een bedrag van €1.000 of een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant.

Artikel 20 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen een of meer artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan, gelet op het doel of de strekking van deze regeling dan wel het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 21 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en loopt af op 31 december 2028.

Artikel 22 Evaluatie

Na iedere aanvraagronde wordt de regeling geëvalueerd. Indien er na de aanvraagronde in 2028 middelen overblijven, dan beslist het college over verlenging van deze regeling.

Artikel 23 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling Windfonds Goyerbrug gemeente Houten 2026”.

Houten, 7 juli 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten,

de secretaris,

R. van Netten

de burgemeester,

H.C. Heerschop

Bijlage A  

Het werkgebied:

 

Naar boven