Het college van burgemeester en wethouders van Urk;
-
Gelet op het Omgevingsplan paragraaf 3.2.5 van de gemeente Urk, en
-
Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegende dat:
-
Het college het wenselijk vindt om de parkeernormering inzichtelijk te maken en een goede balans te vinden tussen toestaan van functies, bouwwerken en de benodigde parkeervoorzieningen hierbij.
besluit vast te stellen:
de Beleidsregels parkeren Urk 2026.
Artikel1 Oogmerk
Deze beleidsregels hebben als oogmerk het bieden van duidelijkheid over de parkeernormen die er gelden per gebied en per type ontwikkeling. Daarnaast geven deze beleidsregels duidelijkheid op welke manier voldaan kan worden aan het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en voldoende ruimte voor laden en lossen in de schaarse ruimte bij een bepaalde ontwikkeling.
Artikel2 Begrippen
1.
Aanwezigheidspercentage: de (theoretische) verhouding tussen het aantal voertuigen dat op een specifiek tijdstip geparkeerd staat en de maximale parkeervraag, uitgedrukt in een percentage;
2.
Appartement: een zelfstandige woning die deel uitmaakt van een groter gebouw of complex.
3.
Bandbreedte: het bereik tussen het minimale en maximaal aantal parkeerplaatsen per functie zoals die in de CROW-publicatie opgegeven wordt;
4.
Bezoekersparkeren: het aandeel van de parkeerplaatsen dat bedoeld is voor bezoekers;
5.
CROW-publicatie: publicatie van het kennisplatform CROW, Parkeerkencijfers 2024, augustus 2024;
6.
Dubbelgebruik: het gecombineerde gebruik van dezelfde parkeerplaatsen door verschillende functies vanwege verschillen in piektijden, berekend op basis van aanwezigheidspercentages van de CROW-publicatie;
7.
Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Urk;
8.
Kiss en Ride strook: parkeerplaatsen bedoeld voor het halen en brengen van mensen;
9.
Koel- en vriesbedrijven: bedrijven die zich richten op het opslaan van producten en die te koelen en/of vriezen zonder die te bewerken;
10.
Maatgevend moment: het moment waarop de vraag naar parkeerplaatsen bij een functie of combinatie van functies na toepassing van dubbelgebruik het hoogst is;
11.
Normatieve parkeerbehoefte: de parkeerbehoefte na de vermenigvuldiging van de parkeernorm met het aantal eenheden zoals woningen, vierkante meters, zitplaatsen, en/of andere eenheden, inclusief de correctie voor dubbelgebruik;
12.
Onzelfstandige wooneenheid: een verblijf waarbij voorzieningen zoals een keuken, toilet of badkamer gedeeld worden. Ook een kamer die geen eigen afsluitbare toegangsdeur heeft die direct aan de openbare weg of een gedeelde verkeersruimte grenst, valt hieronder;
13.
Parkeernorm: het getal dat aangeeft hoeveel parkeerplekken er nodig zijn per eenheid op basis van de CROW-publicatie;
14.
Publieke voorziening: een dienst, faciliteit of instelling die in principe voor iedereen toegankelijk is en voorziet in een algemene maatschappelijke behoefte;
15.
Rijwoning: een type woning dat deel uitmaakt van een rij woningen die tegen elkaar zijn gebouwd en dezelfde of vergelijkbare kenmerken hebben;
16.
Twee-onder-een-kapwoning: een type woonhuis dat bestaat uit twee afzonderlijke woningen die direct aan elkaar zijn gebouwd. Ze delen één tussenmuur en ook de dakconstructie;
17.
Unitbouw: verschillende aan elkaar gebouwde autonoom functionerende met eigen toegang, eigen toilet, eigen nutsaansluitingen met eigen meterruimte. Elk pand is bestemd voor de uitoefening van één bedrijf en zijn met minimaal één gehele zijde aan elkaar gebouwd;
18.
Vrijstaande woning: een woning die niet aan andere woning vastzit en daardoor aan alle kanten vrij staat. Het staat op een eigen perceel grond en heeft geen gemeenschappelijke muren, vloeren of plafonds met andere gebouwen.
Artikel3 Algemene bepalingen
1.
Indien een functie en/of ontwikkeling niet is opgenomen in deze beleidsregels geldt de meest recente versie van de CROW-publicatie parkeerkencijfers.
2.
Indien de functie niet voorkomt in de CROW-publicatie, dan moet worden uitgegaan van de functie die als meest gelijkwaardig wordt beschouwd.
3.
Bij het toepassen van de CROW-publicaties dient uitgegaan te worden van ‘matig stedelijk’, ‘rest bebouwde kom.’
4.
Wanneer een bandbreedte wordt aangegeven, wordt uitgegaan van de bovenkant van de bandbreedte.
5.
Binnen de gemeente Urk worden er drie stedelijke zones gehanteerd. De zone waarin de ontwikkeling plaatsvindt bepaalt samen met de functie de parkeernorm. De verdeling per gebied is weergegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1: parkeerzones
6.
Indien op basis van de parkeernormen een aantal parkeerplaatsen wordt berekend, dat geen geheel getal is, wordt het aantal parkeerplaatsen naar boven afgerond naar het eerste daarboven gelegen gehele getal.
7.
De normen in deze beleidsregels zijn van toepassing op nieuwbouw en functie wijzigingen of uitbreiding in bestaande gebouwen.
8.
Nieuwe parkeerplaatsen dienen naar oordeel van het college bereikbaar en bruikbaar te zijn.
9.
Parkeervakken zijn minimaal 2,50 meter breed en minimaal 5,0 meter lang.
10.
Gehandicapten parkeerplaatsen zijn bij voorkeur minimaal 3,50 meter breed en 5 meter lang.
Artikel4 Parkeernormen wonen
1.
Voor vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen, geldt dat parkeren op eigen terrein gerealiseerd moet worden.
2.
Voor tussenwoningen als onderdeel van rijwoningen geldt dat parkeren in de openbare ruimte is toegestaan, indien parkeren op eigen terrein niet mogelijk is.
3.
Voor hoekwoningen als onderdeel van rijwoningen en kwadrantwoningen geldt dat minimaal één parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd moet worden. De rest wordt in openbaar gebied gerealiseerd, indien parkeren op eigen terrein niet mogelijk is.
4.
Voor appartementengebouwen geldt dat het parkeren op eigen terrein gerealiseerd moet worden.
5.
Het aandeel bezoekersparkeren van appartementen en studio's moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Voor alle andere woningtypes geldt dat bezoekers parkeren in openbaar gebied kan plaats vinden.
6.
Voor de functies wonen zijn onderstaande normen van toepassing:
woningtype
grondslag
parkeernorm
oude dorp / centrum
(pp.)
parkeernorm
schil centrum
(pp.)
parkeernorm
rest bebouwde kom (pp.)
waarvan
Bezoekers parkeren (pp.)
Vrijstaand
per woning
1,8
1,9
2,2
0,3
Twee-onder-één-kap
per woning
1,7
1,8
2,1
0,3
Rijwoningen (inclusief hoek)
per woning
1,5
1,7
1,9
0,3
Appartement, koop, >100 m2 bvo
per woning
1,6
1,7
2,0
0,3
Appartement, koop, 75-100 m2 bvo
per woning
1,4
1,6
1,7
0,3
Appartement, koop, 50-75 m2 bvo
per woning
1,3
1,4
1,6
0,3
Appartement, huur, >100 m2 bvo
per woning
1,5
1,6
1,7
0,3
Appartement, huur, 75-100 m2 bvo
per woning
1,1
1,2
1,4
0,3
Appartement, huur, 50-75 m2 bvo
per woning
1,1
1,2
1,2
0,3
Onzelfstandige wooneenheid
per wooneenheid
0,3
0,3
0,3
0,15
Appartement/studio, huur of koop <50 m2 bvo
per woning
1,0
1,1
1,1
0,2
Sociale grondgebonden huurwoning
per woning
1,3
1,3
1,3
0,3
Artikel5 Parkeernormen beroep aan huis
1.
Voor beroepen en andere bedrijfsmatige activiteiten aan huis gelden de normen zoals opgenomen in deze beleidsregels.
Artikel6 Parkeernormen werken
1.
Voor de functie werken moet parkeren volledig op eigen terrein worden gerealiseerd.
2.
Voor de berekening van de hoeveelheid parkeerplaatsen wordt gekeken naar de functie per type ruimte in het gebouw.
3.
Voor de functie werken zijn de volgende normen van toepassing:
Werken
Grondslag
Centrumgebied
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m² bvo
2,0
2,0
2,1
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefuncties)
In aanvulling op artikel 6 gelden voor koel- en vriesbedrijven parkeernormen op basis van de bedrijfsvloeroppervlakte van de expeditie ruimte, technische ruimte en kantoorruimte.
Artikel8 Parkeernormen detailhandel en horeca
1.
Voor de functies detailhandel en horeca moet parkeren op eigen terrein gerealiseerd worden.
2.
Voor de berekening van de hoeveelheid parkeerplaatsen wordt gekeken naar de functie per type ruimte in het gebouw.
3.
Voor de functies detailhandel en horeca zijn onderstaande normen van toepassing:
Detailhandel en horeca
Grondslag
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Buurtsupermarkt (<650 m² bvo)
per 100 m² bvo
1,9
2,7
3,5
Fullservice supermarkt (met speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood)
Voor maatschappelijke voorzieningen moet parkeren op eigen terrein gerealiseerd worden.
2.
Voor de functies maatschappelijk voorzieningen zijn onderstaande normen van toepassing:
Maatschappelijke voorzieningen
Grondslag
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Huisartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
2,1
2,5
3,0
Apotheek
per apotheek
2,5
3,0
5,0
Fysiotherapiepraktijk
per behandelkamer
1,3
1,5
1,8
Consultatiebureau
per behandelkamer
1,4
1,6
1,9
Consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,3
1,6
1,9
Tandartsenpraktijk
per behandelkamer
1,6
2,0
2,4
Gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,6
1,9
2,2
Begraafplaats
per (deels) gelijktijdige plechtigheid
40,0
40,0
40,0
Religiegebouw (kerk)
per zitplaats
0,2
0,2
0,2
Verpleeg- en verzorgingstehuis en onzelfstandige zorgwoningen
per wooneenheid
0,6
0,6
0,7
Zelfstandige zorgwoning (ook mantelzorgwoningen)*
per wooneenheid
1,0
1,0
1,0
*Bij woningen waar ook zorg wordt verleend wordt onderscheid gemaakt tussen zorgwoningen en nagenoeg zelfstandige wooneenheden, waarbij de zorg ondergeschikt is aan het wonen. Voor de nagenoeg zelfstandige wooneenheden geldt de reguliere parkeernorm wonen, zoals vermeld in artikel 4.
Artikel9.1 Parkeren onderwijs
1.
Voor de functie onderwijs moet parkeren op eigen terrein gerealiseerd worden.
2.
In het ontwerp van de buitenruimte rond een school, moet voldoende ruimte gerealiseerd worden voor het halen en brengen van kinderen. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een Kiss en Ride strook. Minimumaantal is 0,8 parkeerplaats per klaslokaal.
3.
Voor de functie onderwijs zijn onderstaande normen van toepassing.
Onderwijs
Grondslag
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Kinderdagverblijf (crèche) en dagbesteding
per 100 m² bvo
1,0
1,2
1,4
Basisonderwijs
per loslokaal
1,0
1,0
1,0
ROC en middelbare school
per 100 leerlingen
3,7
4,5
4,9
Avondonderwijs
per 10 studenten
4,5
5,6
6,8
Artikel9.2 Sport, cultuur en recreatie
1.
Voor de functies sport, cultuur en recreatie geldt dat parkeren op eigen terrein gerealiseerd worden.
2.
Voor de functies sport, cultuur en recreatie zijn onderstaande normen van toepassing
Sport, cultuur en recreatie
Grondslag
Centrum
Schil centrum
Rest bebouwde kom
Bibliotheek
per 100 m² bvo
0,5
0,8
1,2
Museum
per 100 m² bvo
0,6
0,8
1,1
Bioscoop
per 100 m² bvo
3,2
8,0
11,2
Filmtheater/filmhuis
per 100 m² bvo
2,6
5,3
7,9
Theater/schouwburg
per 100 m² bvo
7,4
8,0
9,8
Bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,6
2,3
2,8
Biljart-/snookercentrum
per tafel
0,9
1,2
1,4
Dansstudio
per 100 m² bvo
3,0
3,9
5,5
Fitnessstudio/sportschool
per 100 m² bvo
3,0
3,4
4,8
Fitnesscentrum
per 100 m² bvo
3,5
4,5
6,3
Wellnesscentrum (thermen, kuur-, beautycentrum)
per 100 m² bvo
N.v.t
N.v.t
9,3
Sauna
per 100 m² bvo
2,5
4,6
6,7
Sporthal
per 100 m² bvo
1,6
2,2
2,9
Sportzaal
per 100 m² bvo
1,2
2,0
2,8
Tennishal
per 100 m² bvo
0,3
0,4
0,5
Squashhal
per 100 m² bvo
1,6
2,4
2,7
Sportveld
per hectare netto terrein
20,0
20,0
20,0
Per zitplek op een tribune bij sportvelden
per zitplek
0,2
0,2
0,2
Golfoefencentrum (pitch en put, circa 6 hectare)
per centrum
N.v.t
N.v.t
51,1
Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)
per 100 m² bvo
3,1
3,9
4,7
Indoorspeeltuin (groot)
per 100 m² bvo
3,7
4,6
5,6
Indoorspeeltuin (zeer groot)
per 100 m² bvo
3,9
4,9
5,8
Kinderboerderij/stadsboerderij
per gem. boerderij
3,1
3,9
7,2
Verenigingsgebouw sport, maatschappelijk of culturele instelling
Per 100 m2 bvo
2,0
2,0
2,0
Artikel10 Fietsparkeren
1.
Bij het plaatsen van fietsparkeerplekken moet rekening gehouden worden met fietsafmetingen van 50 centimeter breed en 1,80 meter lang.
2.
Indien het gestelde in lid 1 niet mogelijk is, zijn alle fietsstallings oplossingen met het keurmerk FietsParKeur toegestaan.
3.
Fietsparkeren dient op eigen terrein gerealiseerd te worden.
4.
Voor fietsparkeren zijn de onderstaande normen van toepassing:
Tabel 10.1 Parkeernormen fietsparkeren
Werken
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Kantoor (personeel)
per 100 m² bvo
1,2
Kantoor met balie (bezoekers)
balie
5,0
Detailhandel en horeca
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Winkelcentrum
per 100 m² bvo
2,7
Supermarkt
per 100 m² bvo
2,9
Bouwmarkt
per 100 m² bvo
0,25
Tuincentrum
per 100 m² bvo
0,4
Restaurant (eenvoudig)
per 100 m² bvo
18,0
Restaurant (luxe)
per 100 m² bvo
4,0
Maatschappelijke voorzieningen
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Apotheek (bezoekers)
locatie
7,0
Apotheek (medewerkers)
locatie
4,0
Begraafplaats
gelijktijdige plechtigheid
5,0
Gezondheidscentrum (bezoekers)
per behandelkamer
1,3
Gezondheidscentrum (medewerkers)
per behandelkamer
0,4
Religiegebouw (kerk)
100 zitplaatsen
40,0
Onderwijs
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Basisschool (leerlingen)
-
< 250 leerlingen
10 leerlingen
4,3
-
250 tot 500 leerlingen
10 leerlingen
5,0
-
> 500 leerlingen
10 leerlingen
6,2
Basisschool (medewerkers)
10 leerlingen
0,4
Middelbare school (leerlingen)
per 100 m² bvo
14
Middelbare school (medewerkers)
per 100 m² bvo
0,4
ROC (leerlingen)
per 100 m² bvo
12
ROC (medewerkers)
per 100 m² bvo
0,9
Sport, cultuur & recreatie
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Bibliotheek
per 100 m² bvo
3,0
Bioscoop
per 100 m² bvo
1,4
Fitness
per 100 m² bvo
2,0
Museum
per 100 m² bvo
0,9
Sporthal
per 100 m² bvo
2,5
Sportveld
ha netto terrein
61,0
Sportzaal
per 100 m² bvo
4,0
Stedelijke evenementen
100 bezoekers
32,0
Theater
100 zitplaatsen
18,0
Overstapplaatsen
Grondslag
Parkeernorm (pp)
Bushalte
per halterende buslijn
42,0
Artikel11 Vrachtwagen parkeren, laden en lossen
1.
Voor ontwikkelingen binnen de fysieke leefomgeving waarvoor een behoefte aan ruimte voor het parkeren, laden, lossen en manoeuvreren van vrachtwagens te verwachten is, moet in deze behoefte in voldoende mate worden voorzien. Dit wordt per ontwikkeling beoordeeld.
2.
Op gronden met een bedrijfsfunctie vinden laden, lossen, manoeuvreren op eigen terrein plaats, waarbij bedrijven hiervoor voldoende ruimte moeten reserveren. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor vrachtwagens die staan te wachten om te laden of lossen. Dit wordt per ontwikkeling beoordeel
3.
Voor detailhandel en horecavoorzieningen dient het laden en lossen op eigen terrein te worden gerealiseerd.
4.
In afwijking van het gestelde in het derde lid, mag de behoefte van het laden en lossen worden voorzien in de openbare ruimte, mits:
a.
dit op eigen terrein niet haalbaar is; en
b.
dit geen onevenredige aantasting veroorzaakt van de verkeersveiligheid, bereikbaarheid of leefbaarheid;
c.
er voldoende parkeergelegenheid is in de openbare ruimte, mede gelet op de criteria voor dubbelgebruik
Artikel12 Parkeren bij publieke voorziening
1.
Bij een publieke voorziening met een bruto oppervlakte groter dan 100 vierkante meter moet minimaal 2% van de parkeerplaatsen worden uitgevoerd als parkeerplaats voor mindervaliden. Dit aantal wordt naar boven afgerond.
2.
Voor bezoekers van woningen en/of een publieke voorziening moeten parkeerplaatsen in principe openbaar toegankelijk zijn.
3.
Parkeerplaatsen met een oplaadpunt voor elektrisch vervoer in het publieke domein worden beschouwd als openbare parkeerplaatsen.
Artikel13 Aanvraagvereisten parkeerplaatsen voor minder validen
1.
Aanvrager is in bezit van een gehandicaptenparkeerkaart (bestuurderskaart of passagierskaart)
2.
De auto staat op naam van de aanvrager. In het geval van een passagierskaart, staat de auto op naam van de hulpbestuurder.
3.
Parkeren op eigen terrein is niet mogelijk.
4.
De verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de weg wordt niet verstoord door de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats.
5.
Wanneer een werkgever een aanvraag doet, moet hij aantonen dat de gebruiker bij hem in dienst is en dat de locatie van de aangevraagde parkeerplaats in de buurt van het werk is.
Artikel14 Parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen
1.
Inwoners van de gemeente Urk die een elektrische auto hebben of aantoonbaar in gebruik hebben, kunnen een laadpaal in openbaar gebied aanvragen.
2.
In aanvulling op lid 1 kunnen ook mensen die minimaal 18 uur per week in Urk werken en aantoonbaar een elektrische auto hebben of gebruiken, ook een laadpaal aanvragen via de website van de gemeente Urk.
3.
Een aanvraag moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
a.
er binnen 250 meter geen openbare laadpaal beschikbaar is; en
b.
er geen mogelijkheden zijn om op eigen terrein te parkeren.
4.
Als aan de voorwaarden uit lid 3 wordt voldaan, bepaalt de gemeente de meest geschikte plek om een laadpaal te realiseren.
Artikel15 Normatieve parkeerbehoefte
1.
Bij de beoordeling van de parkeerbehoefte wordt uitgegaan van de normatieve parkeerbehoefte.
Artikel16 Dubbelgebruik
1.
Dubbelgebruik kan alleen worden toegepast bij de berekening van de normatieve parkeerbehoefte, indien de desbetreffende parkeerplekken voor de verschillende functies toegankelijk zijn en alle parkeerplaatsen binnen acceptabele loopafstand liggen zoals weergegeven in tabel 18.1.
2.
Dubbelgebruik wordt beoordeeld op grond van tabel 16.1 van deze beleidsregels.
3.
De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeerbehoefte op het maatgevende moment.
Bij de berekening van de normatieve parkeerbehoefte voor verbouw en/of functiewijziging van een bestaand gebouw, wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie. De normatieve behoefte van het laatste legale gebruik van de bestaande situatie wordt hiermee afgetrokken van de te berekenen normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe situatie.
2.
Lid 1 geldt alleen, indien het aantal parkeerplaatsen dat al in gebruik was voor de verbouw en/of functiewijziging beschikbaar blijft.
3.
Voor de berekening als bedoeld in lid 1 dient de initiatiefnemer aan te tonen dat de beschikbare parkeergelegenheid in de directe omgeving van de ontwikkeling functioneel is verbonden aan de betreffende functie en kan worden meegenomen bij de bepaling van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling.
Artikel18 Afwijken van de parkeerregels
1.
Het college kan afwijken van de beleidsregels parkeren indien er op andere wijze in de benodigde parkeer- of stallingsruimte wordt voorzien. Dit is het geval wanneer:
a.
de benodigde parkeer- of stallingsruimte door degene die een project wil realiseren binnen een redelijke loopafstand wordt gerealiseerd, zoals weergegeven in tabel 18.1, of;
b.
er voldoende ruimte aanwezig is in de openbare ruimte, binnen een redelijke loopafstand, om de parkeerbehoefte op te vangen, of;
c.
er, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, voldoende is gemotiveerd dat het parkeerprobleem niet op eigen terrein is op te lossen en dat er mogelijkheden voor de gemeente zelf zijn om op termijn binnen een redelijke loopafstand een oplossing voor de parkeerbehoefte te realiseren. In dat geval is een financiële bijdrage in het parkeerfonds door initiatiefnemer verplicht, conform het gestelde in lid 2.
Tabel 18.1 Normafstanden redelijke loopafstand
Doel van de bestemming
Acceptabele loopafstand in meters centrum
Acceptabele loopafstand in meters schil centrum en rest bebouwde kom
Wonen
200
100
Winkelen
300
200
Werken
400
200
Ontspanning/recreatie
500
200
Gezondheidszorg
100
100
Onderwijs
200
100
2.
Voor het gebruiken van (toekomstige) parkeerplaatsen in openbaar gebied, niet zijnde als gevolg van rijwoningen, geldt dat de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk blijven en dat de aanvrager een vergoeding per parkeerplaats van €6.714,50 (exclusief BTW) op grond van prijspeil 2026 aan de gemeente verschuldigd is. De hoogte van deze vergoeding is bepaald in het Grondprijsbeleid.
Artikel19 Afwijken van parkeerregels uit het (tijdelijk deel van) omgevingsplan
1.
Om voor een afwijking van de parkeerregels uit een (tijdelijk deel van) omgevingsplan volgens artikel 18 lid 1 van deze beleidsregels in aanmerking te komen, dient degene die een project wil realiseren hiervoor een gemotiveerde aanvraag omgevingsvergunning in te dienen bij het bevoegd gezag.
2.
Aanvrager dient gemotiveerd aan te geven waarom er redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de parkeerregels zoals opgenomen in deze beleidsregels.
3.
Aanvrager dient in de aanvraag aan te geven voor welke afwijkingsmogelijkheid genoemd in deze beleidsregels hij in aanmerking wil komen.
4.
Aanvrager dient in de aanvraag expliciet aan te geven dat hij met een financiële voorwaarde akkoord gaat, voor zover het betreft een verzoek om een afwijking waaraan op grond van artikel 18 lid 1 onder c van deze beleidsregels een financiële voorwaarde wordt verbonden.
5.
Om voor een afwijking op grond van artikel 18 lid 1 onder b van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven:
a.
op welke andere wijze binnen een redelijke loopafstand de benodigde parkeer- of stallingruimte wordt gerealiseerd, en;
b.
dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig is om de parkeerbehoefte op te vangen, hetgeen blijkt uit een parkeeronderzoek uitgevoerd door een verkeerskundig specialist. De gemeente bepaald wat de maatgevende momenten zijn waarop het parkeeronderzoek wordt uitgevoerd.
6.
Om voor een afwijking op grond van artikel 18 lid 1 onder b van deze beleidsregels in aanmerking te kunnen komen, dient de aanvrager gemotiveerd aan te geven dat er voor de gemeente voldoende mogelijkheden zijn om binnen een redelijke loopafstand voldoende parkeerplekken te realiseren. Voorwaarde hiervoor is dat dit niet ten koste gaat van de kwaliteit van het openbaargebied.
Artikel20 Overgangsrecht
Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning die worden ingediend op of na de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel.
Artikel21 Inwerkingtreding
1.
Deze beleidsregels treden in werking voor de gebieden zoals weergegeven in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, onderdelen Port of Urk, de Zeeheldenwijk, bedrijventerrein fase 5 en Kom Urk op de dag na bekendmaking.
2.
Deze beleidsregels treden in werking voor de rest van het grondgebied van de gemeente Urk, tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de wijziging van het omgevingsplan, paragraaf 3.2.5. Parkeren.
3.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels parkeren Urk 2026’.
Toelichting op de beleidsregels Parkeren Urk 2026
1Doel van de regels
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan Urk (onderdelen: bestemmingsplan Port of Urk, en bestemmingsplan Herziening Zeeheldenwijk) is bepaald dat er bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken op eigen terrein voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid. Deze beleidsregels zijn bedoeld voor de beoordeling van dusdanige aanvragen op het gebied van parkeren en laden en lossen. Ook wanneer er geen ruimtelijke vergunning nodig is voor afwijking van het omgevingsplan, wordt getoetst aan de beleidsregels Parkeren Urk 2026.
De beleidsregels voorzien in een eenduidige toetsing van de parkeernorm en de hieraan gekoppelde normatieve parkeerbehoefte (zie toelichting in punt 4). In de beleidsregels wordt onderscheid gemaakt tussen drie gebieden binnen Urk: Centrum, Schil Centrum en Rest bebouwde kom. In deze gebieden zijn diverse functies mogelijk, die elk een eigen parkeernorm kennen.
Naast parkeernormen voor auto’s, bieden de beleidsregels ook kaders voor vrachtwagen parkeren, laden en lossen en fietsparkeren. De beleidsregels dragen hiermee in totaliteit bij aan de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Urk.
2Systematiek en toepassing van de beleidsregels op de rest van Urk
Beleidsregels zijn bedoeld als verdere invulling of als afwegingskader voor de thema’s die zijn geregeld in het omgevingsplan. Parkeerbeleid begint hiermee bij een solide planologische ‘haak’ in het omgevingsplan, waarin bijvoorbeeld in is opgenomen dat een ruimtelijke- of bouwvergunning alleen wordt verleend als er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Wat voldoende parkeergelegenheid betekent, is vervolgens opgenomen in de beleidsregels.
Op dit moment heeft de gemeente Urk nog een tijdelijk omgevingsplan. Deze bestaat onder andere uit bestaande bestemmingsplannen. Tot 1 januari 2032 hebben gemeenten de tijd om een definitief omgevingsplan op te stellen dat voldoet aan de nieuwe technische en juridische standaarden.
Het planologisch instrumentarium en het hierbij behorend parkeerbeleid van Urk is nu nog verdeeld over meerdere documenten (zie tabel onder). Deze beleidsregels zijn bedoeld als uniform kader voor heel Urk. De beleidsregels treden dan ook in eerste instantie in werking voor de gebieden Port of Urk en Zeeheldenwijk, en daarna -bij vaststelling van de regels over parkeren in het omgevingsplan-, voor heel Urk. Ze vervangen hiermee niet alleen de eerder vastgestelde Beleidsregels Parkeren, maar ook de Notitie Parkeernormen Urk 2014. Zodra de planologische basis (het definitieve stuk omgevingsplan waarin parkeren wordt geregeld) is vastgesteld door de gemeenteraad, is hiermee ook de planologische ‘haak’ gecreëerd voor de rest van Urk.
WAS
WORDT
Parapluherziening Parkeren Urk: verwijzing naar Notitie Parkeernormen Urk 2014
Hoofdstuk 3.2 Omgevingsplan (§3.2.5. Parkeren): verwijzing naar Beleidsregels parkeren
Bestemmingsplan Zeeheldenwijk: verwijzing naar Beleidsregels parkeren
Hoofdstuk 3.2 Omgevingsplan (§3.2.5. Parkeren): verwijzing naar Beleidsregels parkeren
Bestemmingsplan Port of Urk: verwijzing naar Beleidsregels parkeren
Hoofdstuk 3.2 Omgevingsplan (§3.2.5. Parkeren): verwijzing naar Beleidsregels parkeren
Deze aanpassingen in het kader voor parkeren:
-
passen direct in het wettelijke kader van de Omgevingswet en systematiek van het omgevingsplan;
-
besparen herhaaldelijke controles door de ambtelijke dienst bij diverse initiatieven;
-
voorkomen dat er in andere beleidsstukken verwezen moet worden naar meerdere beleidsstukken op het gebied van parkeren;
-
houden zo veel mogelijk rekening met de huidige rechten op het gebied van parkeren binnen de diverse gebieden; en
-
zijn gebaseerd op de nieuwste cijfers van het CROW.
3Laden en lossen
3.1Toelichting voor de regels over laden en lossen
Bij grote gespecialiseerde, zelfstandige koel- en vriesbedrijven werken relatief weinig mensen per 100 meter bvo. Deze bedrijven specialiseren zich in langdurige opslag van gekoelde goederen, zonder deze te bewerken. Een vaste norm per 100 vierkante meter is hier lastig vast te stellen omdat de hoeveelheid pallets dat gestald kan worden en de gemiddelde opslagperiode van deze goederen relevanter zijn dan het oppervlakte van het gebouw. Maatwerk is dus nodig. Om hier uitvoering aan te geven zijn de regels opgenomen in artikel 7.
4Toelichting op de normatieve parkeerbehoefte en verrekening van de bestaande situatie
4.1Bepaling normatieve parkeerbehoefte
Zodra een ontwerp van een ontwikkeling in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zich daarvoor leent, wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte van de ontwikkeling op basis van de in deze beleidsregels genoemde parkeernormen. Het betreft de grondslag van de berekening van het aantal parkeerplaatsen waarvan de initiatiefnemer tijdens het ontwerpproces kan uitgaan dat hij zal moeten realiseren op de ontwikkelingslocatie.
4.2Benodigde parkeercapaciteit
Wanneer de gegevens van het bouwplan bekend zijn, wordt de bijbehorende norm gekozen. Deze wordt vermenigvuldigd met het aantal woningen, met het vloeroppervlak (bijvoorbeeld bij kantoren, bedrijven) of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen (bij een kerk). Bij een gecombineerde ontwikkeling, wordt de berekening voor iedere functie uitgevoerd en worden de uitkomsten bij elkaar opgeteld. Dit wordt de normatieve parkeerbehoefte genoemd. Dubbelgebruik is mogelijk. De normen hiervoor zijn genoemd in tabel 16.1. Afwijken van het bebouwingspercentage op de bedrijventerreinen is niet mogelijk als er niet voldaan wordt aan de parkeernorm.
4.3Dubbelgebruik
De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een ontwikkeling meerdere functies worden gebouwd of er functie wijzigen in bestaande gebouwen plaatsvinden, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de behoefte aan parkeercapaciteit bijvoorbeeld ’s avonds en ’s nachts maximaal; bij een bedrijf of kantoor zal die behoefte vooral overdag optreden. Dit noemen we de maatgevende momenten voor de parkeerbehoefte van die functies.
Door het combineren van die functies kan een deel van de parkeercapaciteit mogelijk dubbel gebruikt worden. In dergelijke gevallen zijn daarom minder parkeerplaatsen nodig dan de complete optelsom van de parkeerbehoeftes.
In eerste instantie moet gekeken worden welke parkeerplaatsen in aanmerking komen voor dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die daar niet voor in aanmerking komen zijn bijvoorbeeld plaatsen voor bewoners op eigen terrein of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers. Parkeerplaatsen voor bezoek of voor een tweede auto komen vaak wel in aanmerking voor dubbelgebruik.
In de publicatie Parkeerkencijfers 2024 van de CROW staan de aanwezigheidspercentages per functie per moment van de week. Hiermee wordt voor deze momenten de parkeerbehoefte per voorziening berekend. Het moment in de week waarop de totale parkeerbehoefte het grootst is, wordt het maatgevende (drukste) moment genoemd. De netto parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeerbehoefte op dit maatgevende moment te vermeerderen met het aantal parkeerplaatsen dat niet in aanmerking komt voor dubbelgebruik.
Tabel 7.2 Voorbeeldberekening dubbelgebruik
Categorie
Totaal
Werkdag
Avond
Koopavond
Zaterdag
Wonen
20
10 (50%)
18 (90%)
16 (80%)
12 (60%)
Commerciële dienstverlening
8,3
8,3 (100%)
0,4 (5%)
6,2 (75%)
0 (0%)
Totaal
28,3
18,3
18,4
22,2
12
Voor deze ontwikkeling moeten dus minimaal 22,2 (=23) parkeerplaatsen gerealiseerd worden, waarbij de parkeerplaatsen voor iedereen toegankelijk moeten zijn, zodat ook daadwerkelijk uitwisseling kan plaats vinden.
4.4Verrekening parkeerbehoefte bestaande situatie
Bij vervangende nieuwbouw, verbouw en functiewijziging wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie. Uitgangspunt is dat de normatieve behoefte van het laatste legale gebruik van de bestaande situatie wordt afgetrokken van de te berekenen normatieve parkeerbehoefte van de nieuwe situatie. Dit geldt alleen indien de parkeerplaatsen die in de bestaande situatie gebruikt werden, blijven bestaan. De initiatiefnemer krijgt de gelegenheid om aan te tonen dat de beschikbare parkeergelegenheid in de directe omgeving van de ontwikkeling in relatie kan worden gebracht van de oude bestemming en dat deze voor reductie in aanmerking komt voor de nieuwe ontwikkeling. De initiatiefnemer moet een en ander goed onderbouwen. In dat geval kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van de parkeereis.
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.