Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 345580 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 345580 | beleidsregel |
Beleidsregels Re-integratie gemeente Deventer 2024
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven
hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene Wet bestuursrecht en de re-integratieverordening Participatiewet Gemeente Deventer 2023.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Het college kan aan een klant beschut werk aanbieden. Voordat iemand kan instromen in de voorziening beschut werk heeft iemand eerst een indicatie beschut werk nodig. De adviesindicatie wordt afgegeven door UWV, die inschat in hoeverre iemand voldoet aan de geldende criteria. Vervolgens geeft het werkleerbedrijf, in opdracht van de gemeente, de indicatie af.
Het college kan in bijzondere gevallen een of meerdere artikelen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders op d.d. 9 juli 2024
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer,
de secretaris,
de burgemeester,
Een werkstage onderscheidt zich van een gewone arbeidsovereenkomst. Bij een beoordeling of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst toetst de rechter aan de drie criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst: persoonlijk verrichten van arbeid, loon en gezagsverhouding. Daarbij wordt gekeken naar een aantal aspecten zoals de bedoeling van de partijen en wat al dan niet schriftelijk is overeengekomen. De rechter besteedt vooral aandacht aan de feitelijke invulling van de overeenkomst.
Werkstage is gericht op uitbreiden kennis en ervaring
De Hoge Raad heeft bepaald dat er bij werkstages weliswaar sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid, maar dat dit overwegend gericht is op het uitbreiden van de kennis en ervaring van de werknemer. Daarnaast is bij een werkstage in de regel geen sprake van beloning. Terughoudend zijn met het verstrekken van een gerichte stagevergoeding ligt daarom voor de hand. Er kan wel een onkostenvergoeding worden gegeven, mits er daadwerkelijk sprake is van een vergoeding van gemaakte kosten.
De werkstage kan twee doelen hebben. Op de eerste plaats kan het gaan om het opdoen van specifieke werkervaring. Dit is vergelijkbaar met de zogenaamde ‘snuffelstage’, waarbij een persoon de gelegenheid krijgt om te bezien of het soort werk als passend kan worden beschouwd. Op de tweede plaats kan het gaan om het leren werken in een arbeidsrelatie. In de werkstage kan een persoon wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s.
Opstellen schriftelijke overeenkomst
Voor de werkstage wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld. Hierin kan expliciet het doel en de duur van de stage worden opgenomen, evenals de wijze van begeleiding. Door deze schriftelijke overeenkomst kan nog eens worden gewaarborgd dat het bij een werkstage niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.
Een werkstage mag uitsluitend worden verstrekt als er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het opvullen van een vacature is niet toegestaan als de vacature is ontstaan door afvloeiing.
Volgens artikel 8a, tweede lid, onder d, van de Participatiewet moet de gemeente in de verordening de voorwaarden aangeven waaronder “het college toestemming verleent aan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, om op een proefplaats gedurende twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, werkzaamheden te verrichten”. Het doel van deze verplichting is om meer harmonisatie tot stand te brengen. Voor de termijn is aangesloten bij de wetgeving die wordt uitgevoerd door het UWV en het door het UWV gevoerde beleid (Kamerstukken II 2019/20, 35 394, nr. 3, p. 55). Artikel 5 geeft hier invulling aan.
Doelgroep aanbieden proefplaatsing
Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een proefplaatsing aanbieden voor zover dit passend wordt geacht op basis van zijn actuele mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Verder is vereist dat een persoon nog niet actief is geweest in het mogelijke vakgebied of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. Van langdurige werkloosheid is in ieder geval sprake bij de klantgroep Groeien.
Het doel van de proefplaatsing is het beoordelen van iemands vaardigheden en kennis ten behoeve van een concrete werkplek. De beoogde kandidaat heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt zodat een normale proefperiode niet reëel is. De beoogde kandidaat heeft door de proefplaatsing geen recht op loon. De werkgever dient wel voldoende vertrouwen te hebben in de beoogde kandidaat met het oog op de indienstneming.
Opstellen schriftelijke overeenkomst
Voor de proefplaatsing moet een schriftelijke overeenkomst wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel van de proefplaatsing worden opgenomen, evenals de wijze van begeleiding. Door deze schriftelijke overeenkomst kan nog eens worden gewaarborgd dat het bij een proefplaatsing niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.
Een proefplaatsing mag uitsluitend worden verstrekt als er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het opvullen van een vacature is niet toegestaan als de vacature is ontstaan door afvloeiing.
Artikel 4. Werkervaringsplaats
Een werkervaringsplaats onderscheidt zich van een gewone arbeidsovereenkomst. Bij een beoordeling of er al dan niet sprake is van een arbeidsovereenkomst wordt getoetst aan drie criteria: persoonlijke arbeid, loon en gezagsverhouding. Daarbij wordt gekeken naar een aantal aspecten zoals de bedoeling van de partijen en wat al dan niet schriftelijk is overeengekomen.
Doelgroep aanbieden werkervaringsplaats
Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een werkervaringsplaats aanbieden voor zover dit passend wordt geacht op basis van zijn actuele mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Verder is vereist dat een persoon nog niet actief is geweest in het mogelijke vakgebied of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. Van langdurige werkloosheid is in ieder geval sprake bij de klantgroep Groeien.
Doel van de werkervaringsplaats
De werkervaringsplaats kan twee doelen hebben. Op de eerste plaats kan het gaan om het opdoen van specifieke werkervaring. Op die manier wordt bezien of het soort werk als passend kan worden beschouwd. Op de tweede plaats kan het gaan om het leren werken in een arbeidsrelatie. In de werkervaringsplaats kan een persoon wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s.
Opstellen schriftelijke overeenkomst
Voor de werkervaringsplaats moet een schriftelijke overeenkomst wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel van de stage worden opgenomen, evenals de wijze van begeleiding. Door deze schriftelijke overeenkomst kan nog eens worden gewaarborgd dat het bij een werkervaringsplaats niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding.
Een werkervaringsplaats mag uitsluitend worden verstrekt als er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Het opvullen van een vacature is niet toegestaan als de vacature is ontstaan door afvloeiing.
Artikel 5. Ondersteuning bij maatschappelijke participatie
Deze ondersteuning is bedoeld voor personen geen arbeidspotentieel hebben maar wel van grote waarde willen en kunnen zijn voor de samenleving. De ondersteuning van bijvoorbeeld een participatiemakelaar kan waar nodig hierbij ingezet worden. De participatiemakelaar kan binnen deze klantgroepen ook ingezet worden bij personen die taalactiviteiten en/of een taalcursus willen gaan volgen, maar hierbij ondersteuning nodig hebben.
Scholing kan ingezet worden als onderdeel van een re-integratietraject als deze scholing de kans op werk aanzienlijk vergroot. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het behalen van een bepaald certificaat of een kortdurende gerichte cursus. Op voorhand moet voldoende aannemelijk zijn dat dit de kansen op werkaanvaarding daadwerkelijk vergroot. Er is bewust voor gekozen om alleen scholingstrajecten van maximaal 12 maanden te financieren. Scholing die langer duurt dan 12 maanden wordt niet geacht gericht te zijn om een betere aansluiting te hebben op de arbeidsmarkt.
De hoogte van het bedrag is afgestemd op het doel en duur van de scholing. In bijzondere individuele gevallen kan afgeweken worden van de maximale kosten van het scholingstraject en de periode van scholing.
Personen met een afstand tot de arbeidsmarkt beschikken vaak niet (meer) over de kennis en vaardigheden die de arbeidsmarkt vraagt. Om de kansen op werk te vergroten in die sectoren waar veel vraag is naar personeel, zetten we werk-leerroutes in.
De geselecteerde kandidaten starten met een interne opleiding van drie maanden bij het werkleerbedrijf KonnecteD. In deze maanden ligt de focus op het aanleren van de basisvaardigheden uit de betreffende branche.
Daarna is de kandidaat klaar om deze vaardigheden in praktijk te brengen en gaat hij extern bij een werkgever aan de slag. De kandidaat krijgt een contract voor minimaal zes maanden bij de werkgever en daarmee de kans om verder te leren en te groeien. De kandidaat wordt ondersteund door een praktijkopleider van de werkgever en een werkcoach van KonnecteD.
Een beschutte werkplek is een voorziening voor inwoners die arbeidsvermogen hebben, maar zoveel begeleiding en/of aanpassingen op de werkplek nodig hebben, dat die niet van een reguliere werkgever kunnen worden verwacht, óók niet met extra voorzieningen van de gemeente of het UWV.
Om in aanmerking te komen voor een beschutte werkplek heeft de inwoner een indicatie nodig van het UWV. De gemeente is verplicht om minimaal tot de taakstelling, die ieder jaar door het Rijk wordt bepaald, een beschutte werkplek te realiseren voor iemand met een beschut werk indicatie.
Deze subsidie heeft een sterk ‘aanjagend’ karakter. Het is een eenmalige incentive voor werkgevers en niet bedoeld om structurele financieringsproblemen bij de werkgever te helpen dekken. Het is een eenmalige tegemoetkoming in bijvoorbeeld extra begeleidingskosten, de kosten voor een noodzakelijke (interne) cursus of andere kleine onkosten. De beperkte voorwaarden en de hoogte van het bedrag sluiten hierbij aan. De vraag of dit een passend instrument is, is maatwerk.
Artikel 10. Tijdelijke tegemoetkoming loonkosten
Deze tijdelijke tegemoetkoming in de loonkosten is niet gericht op personen met een structurele arbeidsbeperking, maar ondersteunt personen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Mensen die lang niet hebben gewerkt ontbreekt het vaak aan ritme, aan het uithoudingsvermogen om opeens weer een hele dag te werken, zijn het vaak niet meer gewend om regels op te volgen en om met anderen goed samen te werken. Juist voor deze groep is van belang dat zij de kans krijgen om werkritme en werkervaring op te doen. Deze tijdelijke tegemoetkoming in de loonkosten is dan ook bedoeld om werkgevers te stimuleren om personen met een afstand tot de arbeidsmarkt een arbeidsovereenkomst aan te bieden.
Het doel is tweeledig. Enerzijds om tijdelijk het verschil in arbeidsproductiviteit te compenseren, terwijl de werkgever belanghebbende de kans geeft om werkervaring op te doen en hem op weg helpt naar een duurzame (vervolg)plek op de arbeidsmarkt. Anderzijds om werkgevers te stimuleren en te ondersteunen in de extra inspanning die dit van hen vraagt.
De gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tijdelijke tegemoetkoming in de loonkosten zijn in overeenstemming met het karakter en het doel van deze voorziening.
Artikel 11. Overige vergoedingen
We hanteren geen limitatieve lijst van onkosten die wel of niet in aanmerking komen voor een vergoeding. In principe komen alle kosten die een belanghebbende moet maken om deel te nemen aan een traject of uit te stromen naar werk, voor een vergoeding in aanmerking. Voorwaarde is wél dat er een duidelijke relatie is tussen de gemaakte kosten en re-integratie. Te denken valt bijvoorbeeld aan reiskosten, sollicitatiekosten, werkkleding, schoeisel. De kosten worden vergoed uit het budget voor clientkosten. Het uitgangspunt voor de beoordeling of de kosten al dan niet voor vergoeding in aanmerking komen is het antwoord op de vraag: - kan het niet vergoeden van de kosten leiden tot vertraging of zelfs beëindiging van het re-integratietraject? of; - kan het niet vergoeden van de kosten ertoe leiden dat de betaalde arbeid niet naar behoren kan worden uitgevoerd c.q. verkregen? en; - is er geen voorliggende voorziening?
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-345580.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.