Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 345550 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 345550 | beleidsregel |
Beleidsregel gelijkwaardige maatregel gemeenschappelijke fietsenberging bij woongebouwen
Deze beleidsregel is een specifieke richtlijn voor de toepassing van een gelijkwaardige maatregel bij
gemeenschappelijke buitenbergingen bij woongebouwen. Met deze beleidsregel geeft het college duiding aan hoe wordt omgegaan met verzoeken van aanvragers van een omgevingsvergunning, om in het te bouwen bouwwerk gelijkwaardige maatregelen toe te passen in afwijking van de technische regelgeving in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
De gelijkwaardige maatregel beoogt realisatie van bruikbare, goede, veilige en toegankelijke fietsbergingen bij nieuw te bouwen of te transformeren woongebouwen in de gemeente Deventer. Gelijkwaardigheid moet in de aanvraag aannemelijk worden gemaakt. De gelijkwaardigheid van de maatregel wordt beoordeeld als onderdeel van het bouwplan waarvoor vergunning is aangevraagd. Voor bouwactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, mag niet zonder toestemming een gelijkwaardige maatregel worden toegepast.
Deze beleidsregel sluit aan op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privé-auto). Dit ondersteunt het realiseren van duurzame en toekomstbestendige woonomgevingen waarbij fietsgebruik wordt gefaciliteerd en gestimuleerd.
Deze beleidsregel geldt als gelijkwaardige maatregel bij:
Grondgebonden woningen vallen onder de reguliere Bbl-eisen. Deze beleidsregel geldt niet voor grondgebonden woningen.
Bij de herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen naar woonfuncties lopen initiatiefnemers bij het ontwerp aan tegen de eisen aan fietsparkeren en bergingen. Deze beleidsregel fungeert ook als kader voor projecten voor herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen naar woongebouwen waarbij niet hoeft te worden voldaan aan de nieuwbouweisen van het Bbl, maar waarbij de initiatiefnemer vanuit ontwerpoogpunt op zoek is naar een goede en aanvaardbare oplossing voor fietsparkeren en buitenbergingen.
4. Gelijkwaardige maatregel: gemeenschappelijke fietsenberging
Het college kan instemmen met een gelijkwaardige maatregel waarbij de individuele buitenberging wordt vervangen door een gemeenschappelijke fietsenberging, mits aan alle kwalitatieve randvoorwaarden wordt voldaan.
Kwalitatieve randvoorwaarden gemeenschappelijke fietsenberging
3. Aantal fietsparkeerplaatsen in gemeenschappelijke fietsenberging per woning (bvo)
Het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen bij een veelvoud van 0,5 naar boven afronden. Indeling parkeerzonering volgens vastgestelde beleidsregel parkeernormen Deventer 2026.
Bij bijzondere doelgroepen kan gemotiveerd van deze aantallen worden afgeweken. Zie punt 6.
6. Doelgroepen met specifieke eisen
Senioren en zorgbehoevende (geen aanleunwoning of serviceflat)
Studentenhuisvesting (kamerverhuur)
7. Speelruimte voor innoverende initiatieven
In geval van intensieve planbegeleiding kan ruimte worden geboden aan uitzondering en verbetering. Beschreven criteria mogen innoverende initiatieven en uitzonderingen niet in de weg staan.
Bij een VvE worden toewijzing, beheer, gebruik en onderhoud van de plekken notarieel of in het huishoudelijk reglement vastgelegd.
9. Interne berging in de woning
Aangezien de toelichting van het Bbl stelt dat een fietsenberging ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er een berging van 3,0 m² in de woning worden gerealiseerd. Voor deze ruimte geldt dat:
Als de woningen voor de doelgroep(en) zorgbehoevende en/of senioren zijn bedoeld gelden de volgende aanvullende eisen:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-345550.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.