Subsidieregeling Professioneel Welzijn gemeente Duiven 2026

Het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Duiven;

 

Overwegende dat;

 

  • -

    dat het gemeentebestuur het welzijn en de positieve gezondheid van haar inwoners wil bevorderen en gelijke kansen wil vergroten;

  • -

    dat de gemeente uitvoering geeft aan de strategische koers van het sociaal domein zoals vastgelegd in de “strategie sociaal domein 2024-2040”, waarin het versterken van de sociale basis, preventie en zelf- en samenredzaamheid centraal staan;

  • -

    dat het wenselijk is om voor de uitvoering van professioneel welzijnswerk een subsidieregeling vast te stellen;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening Duiven 2025;

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Professioneel Welzijn gemeente Duiven 2026:

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: de organisatie die op grond van deze subsidieregeling subsidie aanvraagt;

  • b.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Duiven 2025;

  • c.

    bestaanszekerheid: een inwoner beschikt over stabiele voorwaarden om in het dagelijks leven te god te kunnen functioneren;

  • d.

    buurtkracht: het vermogen van inwoners binnen een buurt of wijk om elkaar te ondersteunen, samen initiatieven te nemen en bij te dragen aan een leefbare, sociale en inclusieve omgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van aanwezige talenten, netwerken en informele hulpbronnen;

  • e.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven;

  • f.

    gezond en veilig opgroeien: Het opgroeien van kinderen en jongeren in omstandigheden die hun fysieke, mentale en sociale ontwikkeling bevorderen, waarin zij beschermd zijn tegen risico’s en waarin hun opvoeders en omgeving bijdragen aan een stabiele, stimulerende en veilige leefomgeving;

  • g.

    integreren: Inwoners die nieuw zijn in de Nederlandse samenleving nemen volwaardig deel aan het maatschappelijk leven, door het verwerven van basistaalvaardigheid, kennis van de samenleving en het opbouwen van sociale en economische participatie;

  • h.

    inclusie: iedereen kan meedoen, ongeacht bijvoorbeeld leeftijd, beperking, afkomst of achtergrond. Iedereen voelt zich welkom, wordt gelijk behandeld en krijgt de kans om deel te nemen aan de samenleving;

  • i.

    jongeren: inwoners van 12 tot en met 17 jaar;

  • j.

    jongvolwassenen; inwoners van 18 tot en met 27 jaar;

  • k.

    kinderen; inwoners van 0 tot en met 11 jaar;

  • l.

    maatschappelijke partners: organisaties en initiatieven die een rol vervullen in het sociale domein en bijdragen aan het welzijn van inwonersnieuwe Nederlanders: Inwoners met een migratieachtergrond die zich recent in Nederland hebben gevestigd en zich in een proces van integratie en participatie bevinden, inclusief statushouders en andere nieuwkomers;

  • m.

    normalisering van ondersteuning: eerst kijken wat hulpvrager zelf kan in het ‘gewone leven’ en in eigen netwerk, pas daarna professionele gespecialiseerde hulp inzetten;

  • n.

    organisatie: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid en zonder winstoogmerk die activiteiten in het kader van professioneel welzijnswerk organiseert of gaat organiseren in de gemeente Duiven;

  • o.

    participeren: het naar vermogen deelnemen aan het maatschappelijk leven;

  • p.

    positieve gezondheid: het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie over hun leven te voeren;

  • q.

    professioneel welzijnswerk: het geheel van activiteiten, uitgevoerd door beroepskrachten en ondersteund door vrijwilligers, dat gericht is op het versterken van zelf- en samenredzaamheid, participatie en sociale samenhang en op het voorkomen of verminderen van ondersteuningsvragen;

  • r.

    psychische en sociale kwetsbaarheid: een situatie waarin een inwoner door psychische, emotionele of sociale factoren belemmeringen ervaart in het dagelijks functioneren, het onderhouden van sociale contacten of het deelnemen aan de samenleving;

  • s.

    samenredzaamheid: het vermogen van inwoners en hun sociale netwerk om gezamenlijk oplossingen te organiseren;

  • t.

    sociale basis: het geheel van informele netwerken, vrijwilligersinitiatieven, bewonersinitiatieven en laagdrempelige voorzieningen in wijken en dorpen dat bijdraagt aan welzijn, participatie en sociale samenhang;

  • u.

    sterke lokale toegang: een samenhangend geheel van voorzieningen en professionals dat inwoners tijdig, passend en nabij ondersteunt en zo nodig toe leidt naar aanvullende hulp of ondersteuning;

  • v.

    subsidieperiode: de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027;

  • w.

    vindplaatsgericht werken: het actief opzoeken van inwoners in hun leefomgeving

  • x.

    vitaal deelnemen: volwassenen en ouderen nemen actief en volwaardig deel aan de samenleving;

  • y.

    zorgzame buurten; wijken waar mensen naar elkaar omkijken en elkaar helpen als dat nodig is. Bewoners, vrijwilligers en professionals werken samen zodat iedereen prettig en zelfstandig kan blijven wonen.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • 1.

    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor het in artikel 3 genoemde doel en de in artikel 4 genoemde activiteiten.

  • 2.

    De ASV is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Artikel 3 Doel van de regeling

  • 1.

    Het beoogt effect van de op grond van deze subsidieregeling verstrekken subsidie in het kader van activiteiten van professioneel welzijnswerk is dat het welzijn en de positieve gezondheid van inwoners van de gemeente wordt bevorderd. De subsidieregeling beoogt het realiseren van een samenhangend, toegankelijk en effectief aanbod van professioneel welzijnswerk dat bijdraagt aan:

    • a.

      het vergroten van gelijke kansen voor inwoners om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving;

    • b.

      het versterken van de sociale basis;

    • c.

      het bevorderen van zelfredzaamheid en samenredzaamheid;

    • d.

      het inzetten op preventie;

    • e.

      werken volgens het principe van normalisering;

    • f.

      het toepassen van het principe van buurtkracht; eerder helpen en samen zorgen;

    • g.

      het realiseren en versterken van een sterke lokale toegang;

    • h.

      het ontwikkelen en versterken van zorgzame buurten waarin inwoners naar elkaar omzien.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    De activiteiten die op grond van deze regeling worden gesubsidieerd zijn erop gericht dat:

    • a.

      inwoners van de gemeente Duiven vitaal deelnemen

    • b.

      inwoners van de gemeente Duiven gezond en veilig opgroeien;

    • c.

      inwoners van de gemeente Duiven een beschermd thuis hebben;

    • d.

      in de gemeente Duiven gevestigde nieuwe Nederlanders integreren en participeren;

    • e.

      inwoners van de gemeente Duiven bestaanszekerheid hebben.

  • 2.

    De activiteiten zijn vraaggericht en, worden waar passend, vindplaatsgericht uitgevoerd;

  • 3.

    De activiteiten dragen bij het versterken van de sociale basis, waarbij zowel het benutten van (bestaande) buurtkracht als het realiseren en versterken van zorgzame buurten centraal staat;

  • 4.

    De activiteiten dragen bij aan het realiseren en versterken van de sterke lokale toegang;

  • 5.

    Onder de in onder het eerste lid sub a bedoelde activiteiten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      het organiseren en faciliteren van ontmoeting, sociale activering en maatschappelijke participatie;

    • b.

      het ondersteunen van inwoners bij het zelfstandig functioneren in het dagelijks leven;

    • c.

      het bieden van ondersteuning, informatie en waardering aan mantelzorgers;

    • d.

      het bevorderen van mentale gezondheid en welzijn;

    • e.

      het versterken, organiseren en ondersteunen van vrijwillige inzet;

    • f.

      het signaleren van ondersteuningsbehoeften en het toeleiden van inwoners naar passende ondersteuning of voorzieningen;

    • g.

      het ondersteunen van ouderen bij deelname aan de samenleving en het versterken van hun sociale netwerk;

    • h.

      het bevorderen van sociale samenhang en het tegengaan van eenzaamheid en sociaal isolement.

  • 6.

    Onder de in het eerste lid sub b bedoelde activiteiten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      het versterken van opvoedvaardigheden van ouders en verzorgers;

    • b.

      het vroegtijdig signaleren van risico’s, zorgen en ondersteuningsbehoeften bij jeugdigen en gezinnen;

    • c.

      het versterken van de pedagogische basisinfrastructuur, waaronder de samenwerking tussen ouders, scholen, professionals en informele netwerken;

    • d.

      het vergroten van zelfvertrouwen van jongeren en jongvolwassenen;

    • e.

      het ondersteunen van de ontwikkeling van een eigen identiteit van jongeren en jongvolwassenen;

    • f.

      het versterken van de (seksuele) weerbaarheid van jongeren en jongvolwassenen;

    • g.

      het ondersteunen van jongeren in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en maatschappelijke participatie;

    • h.

      het bieden van tijdelijke individuele ondersteuning van jongeren om weer zelfstandig verder te kunnen;

    • i.

      het vergroten van ouderbetrokkenheid en het ondersteunen van de taalontwikkeling;

    • j.

      het ondersteunen van jonge mantelzorgers.

  • 7.

    Onder de in het eerste lid sub c bedoelde activiteiten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      het bieden van herstelgerichte ondersteuning, gericht op herstel, eigen regie, hoop en perspectief;

    • b.

      het organiseren van laagdrempelige ontmoetings- en participatieactiviteiten;

    • c.

      het inzetten, ondersteunen en versterken van ervaringsdeskundigheid;

    • d.

      het faciliteren van onderlinge steun tussen inwoners een psychische of sociale kwetsbaarheid;

    • e.

      het versterken van sociale netwerken en het tegengaan van sociaal isolement;

    • f.

      het signaleren van ondersteuningsbehoeften en het, waar nodig, toeleiden naar passende ondersteuning of voorzieningen;

    • g.

      het ondersteunen van inwoners bij het behouden of versterken van zelfstandig functioneren;

    • h.

      het bevorderen van maatschappelijke deelname en inclusie.

  • 8.

    Onder de in het eerste lid sub d bedoelde activiteiten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      het bevorderen van deelname aan sociale en maatschappelijke activiteiten;

    • b.

      het versterken van zelfredzaamheid en wegwijsheid in de samenleving;

    • c.

      het ondersteunen bij het opbouwen en versterken van sociale netwerken;

    • d.

      het signaleren van ondersteuningsbehoeften en het tijdig doorgeleiden naar passende ondersteuning of voorzieningen;

    • e.

      het voorkomen van zwaardere problematiek door vroegtijdige en laagdrempelige ondersteuning.

  • 9.

    Onder de in het eerste lid sub e bedoelde activiteiten worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      het bieden van laagdrempelige ondersteuning bij financiële, juridische en administratieve vragen;

    • b.

      het ondersteunen en begeleiden van inwoners bij voorzieningen en regelingen;

    • c.

      het versterken van vaardigheden die bijdragen aan bestaanszekerheid en zelfredzaamheid;

    • d.

      het signaleren van financiële, sociale of praktische problematiek en het ondersteunen bij doorverwijzing naar passende ondersteuning;

    • e.

      het organiseren van collectieve voorlichting en ondersteuning gericht op financiële zelfredzaamheid en bestaanszekerheid;

    • f.

      het bevorderen van toegang tot voorzieningen en laagdrempelige ondersteuning.

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen uitsluitend kosten in aanmerking die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.

  • 2.

    Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening en in de subsidieperiode door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

  • 3.

    Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit andere bronnen zijn of worden gefinancierd.

Artikel 6 Indieningsvereisten aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1.

    In afwijking van artikel 6, eerste, tweede en vierde lid van de ASV en onverminderd het bepaalde in artikel 6, tweede lid van de ASV, wordt de aanvraag digitaal ingediend bij het college op de wijze zoals dat is beschreven op de gemeentelijke website via: https://www.duiven.nl/subsidie-professioneel-welzijn. De aanvraag wordt vergezeld van een activiteitenplan, een activiteitenbegroting, een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten en een financieel jaarverslag, inclusief de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar, tenzij de rechtspersoon vanwege de recente oprichting nog geen volledig boekjaar heeft doorlopen. Daarnaast moet de aanvraag vergezeld worden van een plan van aanpak van maximaal 2 A4, lettergrootte 11, lettertype Arial, waarin beschreven wordt in welke mate de activiteiten voldoen aan de criteria van artikel 9, eerste lid.

  • 2.

    De aanvraag kan vanaf 1 augustus 2026 tot uiterlijk 1 oktober 2026 worden ingediend.

  • 3.

    In afwijking van artikel 8 van de ASV worden aanvragen die op het moment van uiterlijke indiening niet compleet zijn, niet in behandeling genomen.

Artikel 7 Subsidieplafond en verdeling subsidie

  • 1.

    Het subsidieplafond voor deze subsidieregeling bedraagt maximaal €1.578.500 voor het tijdvak 2027.

  • 2.

    De subsidieplafonds zijn vastgesteld onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting door de gemeenteraad. Dit kan de consequentie hebben dat, wanneer geen of onvoldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld, het subsidieplafond wordt verlaagd. Het verlaagde subsidieplafond geldt dan ook voor al aangevraagde subsidies over het tijdvak 2027.

  • 3.

    Het college verstrekt slechts aan één aanvrager subsidie op grond van deze subsidieregeling.

  • 4.

    Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verleend op basis van een rangschikking van de aanvragen

Artikel 8 Adviescommissie

  • 1.

    Aanvragen die voldoen aan de ASV en de in artikel 6 genoemde indieningsvereisten, worden voorgelegd aan een ambtelijke adviescommissie die ter zake kundig is. De adviescommissie bestaat uit minimaal drie personen.

  • 2.

    De adviescommissie beoordeelt de aanvragen aan de hand van de criteria van artikel 9 van deze subsidieregeling, conform de beoordelingsmethode die is opgenomen in bijlage 1 van deze subsidieregeling. De adviescommissie adviseert het college over de puntentoekenning en de rangschikking van de aanvragen.

  • 3.

    De vergaderingen zijn niet openbaar.

  • 4.

    De adviescommissie wijst uit haar midden een voorzitter aan. De adviescommissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. De leden van de adviescommissie komen voor iedere aanvraag per criterium tot een gemotiveerde gezamenlijke score. Indien de beraadslaging niet leidt tot consensus beslist de voorzitter van de adviescommissie. De totaalscore van de aanvraag is de optelsom van de scores per criterium. De adviescommissie motiveert in haar advies hoe zij tot de puntentoekenning is gekomen. Het advies van de adviescommissie en de rangschikking wordt openbaar nadat het college een besluit heeft genomen over de ingediende subsidieaanvragen op grond van deze subsidieregeling.

Artikel 9 Beoordelingscriteria

  • 1.

    De adviescommissie kent punten toe aan de aanvraag op basis van tien verschillende criteria die in de onderstaande tabel staan opgenomen:

    Criterium

    Inhoudelijke omschrijving

    a. De mate van samenhang en integraliteit van de activiteiten

    Beoordeeld wordt in hoeverre de voorgestelde activiteiten logisch op elkaar aansluiten en gezamenlijk bijdragen aan de gestelde doelen in art. 9 lid 2. Er wordt gekeken of verschillende onderdelen elkaar versterken, of er sprake is van een integrale aanpak van de vraagstukken van de doelgroep en of activiteiten zijn afgestemd op relevante leefdomeinen (zoals welzijn, zorg, participatie, inclusie, onderwijs en wonen).

    b. Het bereik en de toegankelijkheid van de activiteiten voor de doelgroep

    Beoordeeld wordt in hoeverre de activiteiten de beoogde doelgroep daadwerkelijk bereiken en voor hen toegankelijk zijn. Hierbij wordt gekeken naar vindbaarheid, bereikstrategie, laagdrempeligheid, inclusiviteit, fysieke en digitale toegankelijkheid, betaalbaarheid en aansluiting bij de behoeften van de doelgroep.

    c. De mate waarin wordt samengewerkt en afgestemd met andere partijen

    Beoordeeld wordt hoe de aanvrager samenwerkt met relevante organisaties, professionals, vrijwilligersinitiatieven en andere partners. Er wordt gekeken naar de kwaliteit van de samenwerking, de afstemming van activiteiten, het voorkomen van overlap (bijvoorbeeld met bestaande voorzieningen), wettelijke (inburgerings)trajecten of (specialistische) zorg) en de gezamenlijke bijdrage aan maatschappelijke doelen.

    d. De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht

    Beoordeeld wordt in welke mate de activiteiten bijdragen aan sterke sociale netwerken, onderlinge betrokkenheid en actieve deelname van inwoners. Er wordt gekeken naar het stimuleren van informele ondersteuning, vrijwilligerswerk, bewonersinitiatieven en de inzet van talenten en mogelijkheden binnen buurten en wijken.

    e. De bijdrage aan een sterke lokale toegang

    Beoordeeld wordt hoe de activiteiten bijdragen aan een herkenbare, toegankelijke en goed functionerende toegang tot ondersteuning en voorzieningen. Daarbij wordt gekeken naar signalering, doorverwijzing, samenwerking met lokale toegangspartijen en het vermogen om inwoners snel naar passende ondersteuning te leiden.

    f. De kwaliteit en uitvoeringskracht van de aanvrager

    Beoordeeld wordt of de aanvrager beschikt over voldoende deskundigheid, ervaring, organisatiekracht, personele capaciteit en continuïteit om de activiteiten succesvol uit te voeren. Ook wordt gekeken naar de kwaliteit van de organisatie, het projectmanagement en de borging van resultaten.

    g. De mate waarin de activiteiten bijdragen aan preventie en het versterken van zelfredzaamheid en samenredzaamheid

    Beoordeeld wordt in hoeverre de activiteiten problemen voorkomen of vroegtijdig signaleren en bijdragen aan het vermogen van inwoners om zelfstandig of met hulp van hun netwerkoplossingen te vinden. Er wordt gekeken naar duurzame effecten op eigen regie, participatie en onderlinge ondersteuning.

    h. De mate waarin de begroting en financiering doelmatig, realistisch en in redelijke verhouding tot de activiteiten zijn opgesteld

    Beoordeeld wordt of de begroting inzichtelijk, onderbouwd en passend is bij de omvang en aard van de activiteiten. Er wordt gekeken naar kosteneffectiviteit, realistische aannames, een evenwichtige inzet van middelen en de verhouding tussen kosten, prestaties en beoogde resultaten.

    i. De wijze waarop monitoring, evaluatie en verantwoording van de activiteiten zijn ingericht

    Beoordeeld wordt hoe de aanvrager de voortgang, resultaten en effecten van de activiteiten meet en rapporteert. Daarbij wordt gekeken naar de kwaliteit van indicatoren, de systematiek van monitoring, de wijze van evalueren, het leren en verbeteren op basis van resultaten en de transparantie van de verantwoording.

    j. de mate waarin de activiteiten en middelen evenwichtig zijn verdeeld over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e

    Beoordeeld wordt in hoeverre de aanvrager activiteiten kan en zal aanbieden op het gebied van ‘Vitaal deelnemen’, ‘Gezond en veilig opgroeien’, ‘Beschermd thuis’, ‘Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders’ en ‘Bestaanszekerheid’. Ook wordt beoordeeld in hoeverre de activiteiten en middelen worden verdeeld over deze vijf ontwikkellijnen zoals uitgewerkt in artikel 9 lid 3.

  • 2.

    De doelen waarnaar verwezen wordt in de toelichting bij criterium a in het eerste lid, luiden als volgt.

     

    Doel van Vitaal deelnemen: Het vergroten van gelijke kansen voor volwassenen en ouderen om actief en volwaardig deel te nemen aan de samenleving en om hen te ondersteunen bij het behouden of versterken van hun sociale verbondenheid, zelfredzaamheid en dagelijks functioneren.

     

    Doel van Gezond en veilig opgroeien: Het ondersteunen van kinderen, jongeren en opvoeders bij gezond en veilig opgroeien, met nadruk op preventie, vroegsignalering en het versterken van de sociale en pedagogische omgeving.

     

    Doel van Beschermd thuis: Het bevorderen van participatie, zelfredzaamheid en maatschappelijke inclusie van inwoners met een psychische of sociale kwetsbaarheid, zodat zij zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in de samenleving.

     

    Doel van Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders: Het ondersteunen van nieuwe Nederlanders bij integratie en participatie in de samenleving, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid, sociale verbondenheid en gelijke kansen.

     

    Doel van Bestaanszekerheid: Het versterken van bestaanszekerheid en het ondersteunen van inwoners bij het verkrijgen en behouden van grip op het dagelijks leven, met als doel het vergroten van zelfredzaamheid en het voorkomen van zwaardere problematiek.

     

  • 3.

    De evenwichtige verdeling waarnaar verwezen wordt in de toelichting bij criterium j in het eerste lid, luidt als volgt. De gemeente wenst een evenwichtige verdeling van de activiteiten en de middelen over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e. De gemeente heeft daarbij in beginsel de onderstaande verdeling van het beschikbare subsidiebudget voor ogen:

    Ontwikkellijn

    Richtpercentage

    Vitaal deelnemen

    40%

    Gezond en veilig opgroeien

    15%

    Beschermd thuis

    35%

    Integratie en participatie van nieuwe Nederlanders

    5%

    Bestaanszekerheid

    5%

    Het staat de aanvrager vrij om van deze percentages af te wijken, zolang de aanvrager gemotiveerd aantoont dat de voorgestelde verdeling beter aansluit bij de lokale opgaven en aantoont dat alle ontwikkellijnen voldoende worden bediend evenals, de beoogde resultaten en de doelstellingen van deze regeling. Dit zal tevens beoordeeld worden in het kader van criterium j.

  • 4.

    Per criterium (dus voor a, b, c, enz,) worden punten toegekend. Per criterium wordt een score toegekend van 1 tot en met 5, waarbij:

    • 1.

      1 staat voor een zeer gering;

    • 2.

      2 staat voor een gering;

    • 3.

      3 staat voor een voldoende;

    • 4.

      4 staat voor een goed;

    • 5.

      5 staat voor een zeer goed.

    De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag. De totaalscore bedraagt maximaal 50 punten.

  • 5.

    Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die minder dan 30 punten hebben behaald. Die aanvragen worden afgewezen. De aanvraag wordt ook afgewezen als de aanvraag op criterium j (de mate waarin de activiteiten en middelen zijn verdeeld over de vijf ontwikkellijnen zoals genoemd in artikel 4 lid 1 a t/m e) lager dan een voldoende heeft gescoord.

  • 6.

    Het college verstrekt de subsidie aan de aanvrager met het hoogste puntenaantal. Indien meerdere aanvragen dezelfde (hoogste) totaalscore hebben gehaald, verstrekt het college de subsidie aan de aanvrager die de meeste punten heeft gescoord op de criteria d, e en f (bij elkaar opgeteld). Een voorbeeld: partij A heeft op criteria d, e en f een opgetelde score van 10 punten en partij B heeft op criteria d, e en f een opgetelde score van 12 punten, dan verstrekt het college de subsidie aan partij B. Indien meerdere aanvragen dezelfde totaalscore op criteria d, e en f hebben gehaald, verstrekt het college de subsidie aan de aanvrager die de meeste punten heeft gescoord op criterium d (De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht). Als de aanvragen ook evenveel punten behalen op criterium d (De bijdrage aan de sociale basis en het benutten van buurtkracht), wordt vervolgens gekeken naar de puntenscore op criterium e (De bijdrage aan een sterke lokale toegang). Aan de partij die hierop het hoogste scoort wordt de subsidie verstrekt. Als de aanvragen ook evenveel punten behalen op criterium e (De bijdrage aan een sterke lokale toegang), wordt vervolgens gekeken naar de puntenscore op criterium f (De kwaliteit en uitvoeringskracht van de aanvrager). Aan de partij die hierop het hoogste scoort wordt de subsidie verstrekt. Als de aanvragen ook evenveel punten behalen bij criterium f, wordt de subsidie verstrekt na een door een notaris uitgevoerde loting tussen deze aanvragen.

Artikel 10 Subsidieverplichtingen

Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de ASV en in afwijking van artikel 16, tweede lid ASV gelden de volgende subsidieverplichtingen:

  • a.

    de subsidieontvanger is verplicht om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren conform het bij de aanvraag gevoegde activiteitenplan;

  • b.

    de subsidieontvanger levert één keer per drie maanden een tussenrapportage aan bij het college, waarvan de eerste keer op 1 mei 2027. In de tussenrapportage wordt met een inhoudelijk, respectievelijk financieel verslag verantwoording afgelegd over de uitgevoerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten

  • c.

    de subsidieontvanger werkt volgens de uitgangspunten van positieve gezondheid, preventie en vroegsignalering;

  • d.

    de subsidieontvanger dient te handelen conform het principe van eerder helpen en samen zorgen;

  • e.

    de subsidieontvanger werkt actief samen met maatschappelijke partners en stemt de activiteiten waar nodig met de maatschappelijke partners af;

  • f.

    de subsidieontvanger borgt de kwaliteit van de uitvoering en zorgt voor een veilige en toegankelijke omgeving

  • g.

    de subsidieontvanger werkt mee aan evaluatie van deze subsidieregeling;

  • h.

    de subsidieontvanger biedt activiteiten en ondersteuning bij voorkeur en indien mogelijk in groepsverband aan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking één dag na bekendmaking van dit besluit.

Artikel 12 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Professioneel Welzijn gemeente Duiven 2026.

Bijlage 1 Beoordelingsmethode

 

Bij de beoordeling wordt per criterium gebruik gemaakt van een waarderingsschaal in woorden als conclusie van de inhoudelijke beoordeling per criterium. De waarderingsschaal in woorden bij elk criterium is een hulpmiddel in het kader van een zorgvuldige en evenwichtige beoordeling van de ingediende aanvragen. Aan de waarderingsschaal in woorden zijn cijfers (punten) gekoppeld, met het oog op een vertaling naar een rangorde van de aanvragen. De besluiten worden dus gebaseerd op met argumenten omklede adviezen over aanvragen, aan de hand van de criteria en daarbij toegekende waarderingen met bijbehorende cijfers. De waarderingen met bijbehorende cijfers worden voor elk van de criteria als volgt toegepast:

 

Waardering

Cijfer

Toelichting

Zeer gering

1

De mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet is zeer gering. De aanvraag voldoet grotendeels niet. De kritiekpunten hebben de overhand.

Gering

2

De mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet is gering. De aanvraag voldoet op meer punten niet dan wel. Er zijn een behoorlijk aantal punten van kritiek.

Voldoende

3

De mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet is voldoende. De aanvraag voldoet grotendeels, maar op een aantal belangrijke punten niet.

Goed

4

De mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet is goed. Er zijn slechts een paar lichte punten van kritiek.

Zeer goed

5

De mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet is zeer goed. Er zijn geen punten van kritiek.

 

Bij de beoordeling van de tien criteria zoals opgenomen in de tabel in artikel 9 lid 1 van de subsidieregeling, kijkt de adviescommissie per criterium naar het totaalbeeld van de door de aanvrager aangeboden werkwijze en de daarbij geleverde onderbouwing. De criteria kennen geen onderlinge weging. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.

Naar boven