Gemeenteblad van West Maas en Waal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 344534 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| West Maas en Waal | Gemeenteblad 2026, 344534 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2026
De raad van de gemeente West Maas en Waal;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 maart 2026, nummer Z.129809/D.352502;
gelet op artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening;
1. vast te stellen de Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2026 en
2. in te trekken de Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Cliënten: personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 en artikel 7a lid 1 onder a en artikel 10b van de Participatiewet, tevens ingezetenen van de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel of ingezetenen van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, West Betuwe (met uitzondering van de voormalige gemeente Lingewaal) Tiel en Zaltbommel met een Wsw-indicatie, zoals bedoeld in artikel 2, lid 3 van de Wsw;
Artikel 9. Intrekken oude verordeningen
De Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016 wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel
Aldus vastgesteld door de raad in de openbare vergadering op 20 mei 2026.
Met deze verordening (regels) voeren gemeenten artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit. In deze artikelen staat dat de gemeenteraad regels moet maken over hoe cliënten kunnen meedenken over het beleid.
Personen als bedoeld in artikelen 7, eerste lid en artikel 7a, eerste lid van de Participatiewet zijn:
1. personen die algemene bijstand ontvangen,
2. personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon vermenigvuldigd met de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekking in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend,
3. personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid,
4. personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet,
5. personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,
6. personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen,
7. personen zonder uitkering die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het DB aangeboden voorziening (niet-uitkeringsgerechtigden),
8. personen die jonger zijn dan 27 jaar, indien:
a. het een persoon betreft als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en het college oordeelt dat het volgen van uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs voor die persoon niet mogelijk of niet passend is;
b. het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, school voor praktijkonderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een instelling of school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra daarom verzoekt; of
c. die persoon initieel onderwijs volgt als bedoeld in de Wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs.
We leggen hieronder alleen de bepalingen uit waarvoor extra uitleg nodig is.
Bij de toelichting op het begrip ‘cliënten’ staat dat we hiermee mensen bedoelen die vallen onder de Wsw en de Participatiewet. En die komen uit gemeenten waarvoor Werkzaak de Wsw of de Participatiewet uitvoert. Dit betekent dat cliënten die vallen onder de Participatiewet en die uit de gemeente Buren komen, geen lid van de cliëntenraad kunnen worden. Net als cliënten Wsw uit de gemeente West Maas en Waal.
Dit artikel legt uit hoe de cliënten kunnen meedenken.
Het is onmogelijk om alle mensen persoonlijk mee te laten denken over het beleid. Daarom is er een cliëntenraad. Die bestaat uit (vertegenwoordigers van) de mensen die hierboven genoemd zijn (doelgroepen) of vertegenwoordigers uit belangenorganisaties. De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het DB van Werkzaak voor een periode van vier jaar.
Kandidaten voor het lidmaatschap van de cliëntenraad kunnen worden voorgedragen door:
de algemene cliëntenraad van Werkzaak zelf
belangengroepen uit gemeenten voor wie Werkzaak beleid uitvoert
Het DB mag ook leden kiezen die niet zijn voorgedragen. Het DB moet uitleggen waarom een kandidaat wordt afgewezen.
Het is belangrijk dat de cliëntenraad bestaat uit alle groepen mensen die met Werkzaak te maken hebben. Daarom moeten in de cliëntenraad mensen zitten die:
in artikel 7 en 7a van de Participatiewet staan en die met Werkzaak te maken hebben
een Wsw-indicatie hebben en die met Werkzaak te maken hebben
Deze groepen moeten allebei even goed vertegenwoordigd zijn in de cliëntenraad.
Dit past bij het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap. De bedoeling van dat verdrag is dat mensen met een beperking dezelfde rechten en vrijheden hebben als iedereen.
Werknemers van Werkzaak die vallen onder de Wet sociale werkvoorziening of werknemers die in dienst zijn van de Stichting Werkzaak Plus met een indicatie beschut zijn van harte uitgenodigd om lid te worden van de cliëntenraad.
Het DB vraagt advies aan de cliëntenraad over nieuw beleid. Het DB zorgt ervoor dat de cliëntenraad de adviesaanvraag op tijd krijgt. Namelijk ten minste zes weken voordat het beleid wordt vastgesteld. Zo kan het advies van de cliëntenraad echt invloed hebben op het besluit van het DB.
Artikel 4. Ondersteuning cliëntenraad
Om zijn taken effectief te kunnen doen, moet de cliëntenraad daarin ondersteuning krijgen. Dat gebeurt in ieder geval met een budget (zie artikel 5). En zo nodig met praktische ondersteuning. Zoals een vergaderruimte en het gebruik van kantoorspullen. Het DB maakt hierover afspraken met de cliëntenraad en legt deze afspraken vast.
Artikel 5. Budget cliëntenraad
De cliëntenraad mag het budget vrij besteden. De cliëntenraad moet ieder jaar vóór 1 april een begroting indienen en daar goedkeuring voor vragen. Ook legt de cliëntenraad ieder jaar achteraf uit hoe het geld is uitgegeven, zoals staat in het derde lid.
Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad
De cliëntenraad doet moeite om cliënten te vertegenwoordigen en/of hun belangen te bespreken met het bestuur. Dit doet de cliëntenraad in overleg met haar achterban. De cliëntenraad mag het bestuur gevraagd en ongevraagd advies geven over nieuw beleid, over de uitvoering van de taken van het DB en over de voorbereiding van beleidsregels en verordeningen die horen bij de taken van het DB (artikel 4 lid 4, aanhef en sub c van de GR).
Artikel 7. Overleg van en met de cliëntenraad
In dit artikel staan de belangrijkste zaken die volgens artikel 47 van de Participatiewet in de verordening moeten staan. Het DB overlegt minstens één keer per kalenderjaar met de cliëntenraad. Als daar een reden voor is, kunnen zij vaker overleggen. Het is logisch om dit alleen te doen als beide partijen dit nodig vinden
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-344534.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.