Inpassingskader Transformatorhuisjes 2026–2029

 

1. Inleiding

 

Soest gaat stap voor stap over op schone energie. Door te isoleren, energie te besparen en samen nieuwe oplossingen te vinden maken we onze gemeente klaar voor de toekomst. Om dit voor elkaar te krijgen werken we samen met onder andere netbeheerder Stedin. Dit document gaat over de inpassing van transformatorhuisjes van het elektriciteitsnet.

 

1.1 Aanleiding

Netcongestie

We gebruiken steeds meer elektriciteit en wekken ook steeds vaker zelf stroom op. Dat komt doordat we overstappen van aardgas naar elektrische verwarming, het aantal zonnedaken toeneemt, nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen worden ontwikkeld, en we meer elektrische auto's gebruiken. Daarnaast verbruiken we stroom steeds vaker op dezelfde momenten van de dag. Hierdoor raakt het elektriciteitsnet overbelast, een probleem dat bekendstaat als netcongestie.

 

Buurtaanpak

Netbeheerder Stedin werkt daarom aan uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Onderdeel hiervan is de zogeheten Buurtaanpak: een grootschalige aanpak waarbij in de gemeente Soest tot 2035 circa 100 nieuwe transformatorhuisjes worden geplaatst, inclusief het bijbehorende leidingwerk. Deze aanpak is opgenomen in het gemeentelijk energieprogramma ‘Energie van Soest 2024-2030’, gericht op een beter gebalanceerd lokaal energiesysteem. De uitvoering van deze Buurtaanpak heeft ingrijpende gevolgen voor onze fysieke leefomgeving. Naar verwachting wordt circa één op de drie straten in de gemeente Soest opengebroken voor het aanleggen van ondergrondse infrastructuur. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen ten aanzien van locatiekeuze, inrichting, eigendom en communicatie.

 

Noodzaak inpassingskader

In het kader van een tijdelijke1 samenwerkingsovereenkomst (SOK) met Stedin (zie bijlage) voert de gemeente Soest een pilotproces uit voor de ruimtelijke inpassing van transformatorhuisjes. Hiervoor is binnen de gemeentelijke organisatie een integraal projectteam ingericht met expertise vanuit Realisatie, Mobiliteit, Grondzaken en Stedenbouw. Dit biedt ruimte om ervaring op te doen, het proces te optimaliseren en koppelkansen te benutten met andere ruimtelijke opgaven. De SOK legt de afspraken met Stedin vast en beschrijft de werkwijze voor locatiebeoordeling. Voor structurele, interne borging van deze werkwijze is aanvullend gemeentelijk beleid nodig. Daarom is dit inpassingskader opgesteld.

 

1.2 Functie van dit inpassingskader

Dit ‘Inpassingskader Plaatsing Transformatorhuisjes 2026-2029’ functioneert als inpassingskader voor de uitvoering van de Buurtaanpak. Het borgt de in de SOK vastgelegde werkwijze en versterkt daarmee de regierol van de gemeente in de samenwerking met Stedin. De inhoud van de SOK blijft ongewijzigd; dit inpassingskader beschrijft en verduidelijkt de interne toepassing voor de plaatsing van transformatorhuisjes.

 

Stedin bepaalt op basis van technische berekeningen, kabeltracés en benodigde dekking de globale ligging van transformatorhuisjes. De exacte locatie wordt in overleg met de gemeente vastgesteld, waarbij dit inpassingskader ondersteunt bij het maken van ruimtelijke afwegingen en het stellen van prioriteiten. Het biedt beleidsmatig houvast in situaties waarin de SOK spreekt over “Meerdere locaties mogelijk” of “Discussielocaties”. Zo kan de beoordeling in zulke gevallen transparanter en consistenter plaatsvinden.

 

Looptijd

Tijdens de totstandkoming van dit kader houden we rekening met een periode van uitbreiding van transformatorhuisjes tot en met 2035. Vanwege de veranderlijkheid van de energietransitie en het bestuurlijk klimaat verwachten we dat periodieke actualisatie van dit kader nodig is. Daarom is de looptijd van dit inpassingskader vier jaar. In 2029 zal een evaluatie plaatsvinden en worden besloten over de volgende vier jaar.

 

Kosten

Voor de uitvoering van dit kader is geen apart budget opgenomen. De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de bestaande functies en bijbehorende middelen, en vallen daarmee binnen de bestaande begroting. Eventuele maatregelen, zoals aanvullende groen maatregelen, worden gedekt vanuit de daarvoor beschikbare reguliere budgetten (zie ook Groenafwerking).

 

1.3 Totstandkoming inpassingskader

Bij het opstellen van dit inpassingskader is gebruikgemaakt van ervaringen van andere gemeenten. Wij sluiten aan bij de inpassingskaders van Nijmegen en Hilversum. Het kader van Nijmegen is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) benoemd als praktijkvoorbeeld; het kader van Hilversum is daarop gebaseerd. Deze benadering hebben we vertaald naar een aanpak die past bij de specifieke behoeften, schaal en werkwijze van de gemeente Soest.

 

Dit inpassingskader is totstandgekomen door samenwerking van verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie: Realisatie (Kabels en Leidingen, Groen), Mobiliteit, Grondzaken, RO (Stedenbouw, Water & Klimaat) en Energietransitie. Daarnaast is het advies van de Commissie Milieu en Ruimte (CMR) over de plaatsing van transformatorhuisjes in dit kader opgenomen. Tot slot heeft intensieve samenwerking met netbeheerder Stedin plaatsgevonden. Stedin heeft voor de SOK waardevolle input geleverd, die de basis vormt voor dit inpassingskader.

 

1.4 Samenhang met ander beleid

Dit inpassingskader sluit aan op onderstaand beleid:

  • -

    Opvolging Welstandsnota: Het inpassen van transformatorhuisjes heeft impact op de ruimtelijke kwaliteit. Tijdens de totstandkoming van dit inpassingskader is de Omgevingsnota Ruimtelijke Kwaliteit nog in ontwikkeling. Deze nota zal naar verwachting de Welstandsnota opvolgen. Advies van Stedenbouw is opgevolgd om het belang van ruimtelijke kwaliteit in dit inpassingskader te borgen (zie thema 6 en 7).

  • -

    Omgevingsprogramma’s: Dit inpassingskader past binnen de gestelde kaders zoals opgenomen in de omgevingsprogramma’s Mobiliteit, Groen & Landschap en Water.

  • -

    Leidraad Fysieke Leefomgeving: Dit inpassingskader past binnen het kader van de Leidraad Fysieke Leefomgeving.

  • -

    Energieprogramma ‘Energie van Soest 2024-2030’: Dit inpassingskader draagt bij aan de uitvoering van het energieprogramma. In de programmalijn ‘Energiesysteem’ is de ambitie voor een gebalanceerd energiesysteem vastgesteld, inclusief het doel 'In 90% van de gevallen halen we de afgesproken planning voor werk aan het energiesysteem inclusief een algehele belangenafweging.' Het plaatsen van transformatorhuisjes is zo'n ruimtelijke ingreep en dit inpassingskader borgt de algehele belangenafweging.

 

1.5 Scope

Binnen de scope van dit kader vallen:

  • -

    Transformatorhuisjes binnen de gemeente Soest, zowel in de openbare ruimte als op particuliere grond. Dit gaat om zowel de huisjes die binnen de Buurtaanpak vallen, als de kleine hoeveelheid die daar buiten valt.

  • -

    De ruimtelijke inpassing, locatiekeuzes, communicatie & participatie;

  • -

    De rolverdeling tussen Stedin en de gemeente met betrekking tot communicatie & participatie;

  • -

    Versterking van de gemeentelijke positie in de samenwerking met Stedin;

  • -

    Het benutten van koppelkansen met andere fysieke opgaven in de openbare ruimte (zoals herinrichting, mobiliteit, klimaatadaptatie en energietransitie).

  • -

    Grondeigenaarschap; ten tijde van het opstellen van de SOK was er nog geen landelijke richtlijn, maar is wel opgenomen dat de gemeente zich daaraan zou conformeren zodra deze beschikbaar zou zijn. Inmiddels is deze richtlijn vastgesteld in de vorm van het regieartikel. Dit inpassingskader borgt de toepassing daarvan intern.

Buiten de scope van dit kader vallen:

  • -

    De technische inhoud van het energienetwerk en de werking van transformatorhuisjes zelf;

  • -

    Stedin is als initiatiefnemer verantwoordelijk voor de wijze waarom communicatie en participatie wordt uitgevoerd.

  • -

    Regelgeving voor vergunningen voor plaatsing van een transformatorhuisje. Dit is geregeld vanuit de omgevingswet en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI).

 

1.6 Leeswijzer

Dit inpassingskader beschrijft de werkwijze voor de ruimtelijke inpassing van transformatorhuisjes binnen de Buurtaanpak. In hoofdstuk 1 worden de aanleiding, het doel, de scope en de samenhang met ander beleid toegelicht. Hoofdstuk 2 gaat in op de locatiebepaling: welke thema’s een rol spelen, hoe de zoekcirkel wordt gebruikt en hoe de beslisboom helpt om tot een voorkeurslocatie te komen. In hoofdstuk 3 staan de uitgangspunten voor ontwerp en ruimtelijke inpassing, zoals kleurgebruik, groenafwerking en mogelijke kunsttoepassingen. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de gemeente via het recht van opstal en het regieartikel de regie op gemeentelijke gronden behoudt. In hoofdstuk 5 worden de rolverdeling rond communicatie en het betrekken van inwoners toegelicht.

2. Locatiebepaling

2.1 Thema’s bij locatiebepaling

Stedin bepaalt de globale ligging van transformatorhuisjes op basis van technische berekeningen, kabeltracés en benodigde dekking, dit noemen we de zoekcirkel. Hierbinnen zijn doorgaans meerdere locaties mogelijk, waarbij de uiteindelijke locatie in overleg met de gemeente wordt bepaald. De beoordeling van de mogelijke locaties vindt plaats aan de hand van acht thema’s. Onder elk thema zijn regels opgenomen. Hierbij onderscheiden we twee typen regels:

  • 1.

    Verbod/verplichtingen: regels die aangeven wat moet of niet mag.

  • 2.

    Voorkeursregels: regels die richting geven, maar waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken.

De regels bieden houvast bij de ruimtelijke afweging. De toepassing blijft maatwerk, met name bij de voorkeursregels waarvoor gemotiveerde afwijking mogelijk is. Van verbods- en verplichtende regels kan nooit worden afgeweken. Wanneer binnen de zoekcirkel geen locatie aan deze harde criteria voldoet, is een technische heroverweging door Stedin noodzakelijk en moet een aangepaste of nieuwe zoekcirkel worden bepaald.

 

Thema 1 – Inpandige plaatsing

Thema 2 – Locatie op particuliere grond

Thema 3 – Ondergrondse profilering

Thema 4 – Verkeer

Thema 5 – Groen

Thema 6 – Ruimtelijke kwaliteit

Thema 7 – Cultuurhistorie

Thema 8 – Sociale veiligheid

 

Bij nieuwbouwprojecten moet vroegtijdig rekening worden gehouden met mogelijke inpandige plaatsing of de ruimtelijke inpassing op het terrein, zodat het transformatorhuisje integraal onderdeel wordt van de ruimtelijke inrichting. Afhankelijk van of het transformatorhuisje onderdeel is van de buurtaanpak of van de nieuwbouwontwikkeling, is respectievelijk Stedin of de projectontwikkelaar verantwoordelijk voor het eerste contact. In dit gesprek wordt onderzocht of inpandige plaatsing of plaatsing op eigen terrein mogelijk is. In het laatste geval wordt de locatie eveneens beoordeeld aan de hand van de acht thema’s.

 

Thema 1: Inpandige plaatsing

Om de druk op de openbare ruimte te beperken, heeft inpandige plaatsing de voorkeur. Daarom onderzoeken we samen met Stedin eerst of inpandige plaatsing (op de begane grond) mogelijk is. Waar dit ruimtelijk of technisch haalbaar blijkt, geldt inpandige plaatsing als voorkeursoptie voordat locaties in de openbare ruimte worden overwogen.

 

Thema 2: Locatie op particuliere grond

Indien de voorkeurslocatie zich bevindt op particuliere grond, wordt contact opgenomen met de betreffende eigenaar om in samenspraak tot locatiebepaling te komen.

  • -

    Ook bij plaatsing op particuliere grond, wordt de ruimtelijke impact op de openbare ruimte in de directe omgeving meegenomen in de beoordeling.

  • -

    Juridisch en organisatorisch gezien is Stedin de partij die initiatief neemt in het contact, omdat de benodigde grond voor een transformatorhuisje wordt overgedragen aan Stedin.

Thema 3: Ondergrondse profilering

Dit thema beschrijft wanneer de aanwezigheid van riool of van kabels en leidingen plaatsing van transformatorhuisjes wel of niet toelaat.

 

A) Riool

Een transformatorhuisje mag niet geplaatst worden waar een riool aanwezig is. De aanwezigheid van riool blijkt uit een Klic-melding of eigen systeem van Stedin. Plaatsing in de nabijheid van een riool is mogelijk, mits voldoende ruimte wordt vrijgehouden voor toekomstige onderhouds- en vervangingswerkzaamheden. Hiervoor wordt een ontgravingsruimte aangehouden bestaande uit een talud van 1:1 (45 graden) plus de bodembreedte (diameter van de buis + 2 × 0,5 m). Daarnaast mag een transformatorhuisje de toegankelijkheid van putdeksels en andere onderhouds- of bedieningsruimtes niet hinderen.

 

B) Kabels en leidingen

Transformatorhuisjes worden bij voorkeur niet boven kabels en leidingen geplaatst. Daarom wordt per locatie eerst onderzocht welke kabels en leidingen in de ondergrond aanwezig zijn. Wanneer uit de beoordeling op de overige thema’s blijkt dat binnen de zoekcirkel uitsluitend een locatie boven kabels of leidingen mogelijk is, kan deze locatie alleen worden meegenomen als verlegging daarvan uitvoerbaar is én Stedin de kosten volledig voor eigen rekening neemt.

 

Thema 4: Verkeer

Dit thema beschrijft hoe verkeersveiligheid en parkeercapaciteit worden gewaarborgd bij de plaatsing van transformatorhuisjes. De bijbehorende regels en afwegingen zijn weergegeven in figuur 1. In de tekst wordt verwezen naar de transformatorhuisjes (TF) die in deze figuur zijn weergegeven en genummerd.

 

A) Verkeersveiligheid

Bij elke locatiebepaling wordt beoordeeld of de verkeersveiligheid en functionele ruimte behouden blijven. Een transformatorhuisje mag geen obstakel vormen voor verkeer of voetgangers, geen belemmering veroorzaken voor doorstroming of toegankelijkheid, en mag niet binnen zichtlijnen van kruispunten, rotondes, bochten of (fiets)paden worden geplaatst (TF1). Zo blijft een weg zijn functie veilig vervullen.

 

Eerst geldt altijd dat de verkeersveiligheid en functionele ruimte, zoals hierboven beschreven, moeten worden gewaarborgd. Pas daarna gelden onderstaande richtlijnen als aanvullende eisen per type weg:

  • -

    Gebiedsontsluitingsweg (hoofdweg binnen bebouwde kom): minimaal 1,0 meter objectafstand aanhouden tussen transformatorhuisje en rijbaan (TF4).

  • -

    Erftoegangsweg (woonstraat of parallelweg, 30 km/uur): transformatorhuisje bij voorkeur in resthoek of berm, niet op straathoeken of begin/einde van de straat. Ook hier geldt een objectafstand van 1,0 meter tussen transformatorhuisje en rijbaan (TF4).

  • -

    Trottoir: bij voorkeur resteert minimaal 1,80 meter vrije loopruimte. Afwijken naar een minimale maat van 1,20 meter is alleen toegestaan met een gemotiveerde onderbouwing (TF5).

  • -

    Kruispunt of rotonde: minimaal 5 meter afstand tot de bochtstraal of kruising; toegang bij voorkeur via achterzijde, parallelweg of erftoegangsweg (TF2).

B) Parkeren

Een transformatorhuisje mag geen belemmering vormen voor het gebruik van parkeervoorzieningen. Bij elke locatiebepaling wordt daarom beoordeeld of een transformatorhuisje invloed heeft op de beschikbare parkeerplaatsen en de bereikbaarheid van aangrenzende functies (zoals entrees van gebouwen of laad- en loszones). Bestaande voorzieningen voor fietsparkeren blijven in alle gevallen behouden.

Plaatsing op een bestaande parkeerplaats is alleen toegestaan wanneer:

  • -

    de parkeerplaats gecompenseerd wordt;

  • -

    de parkeerdruk dit toelaat op basis van een actueel parkeerdrukonderzoek (lager dan 80% bezetting binnen 300 meter loopafstand); Wanneer het meest recente parkeeronderzoek ouder is of niet representatief wordt geacht, kan een deskundige inschatting van de parkeerdruk worden gebruikt, mede op basis van actuele ontwikkelingen in de omgeving;

  • -

    het verkeersbeeld en de veiligheid niet worden aangetast (voldoende zicht en manoeuvreerruimte (TF3)).

Figuur 1: Weergave van verkeerskundige situaties bij plaatsing van transformatorhuisjes: nummers 1-5 zijn transformatorhuisjes (TF) zoals in bovenstaande tekst beschreven.

 

Thema 5: Groen

Dit thema gaat in op de bescherming van het gemeentelijk groen en beschrijft onder welke voorwaarden plaatsing van transformatorhuisjes binnen bepaalde groene gebieden wel of niet mogelijk is.

 

A) Beschermde status

Plaatsing van transformatorhuisjes binnen gebieden met een beschermde status is niet toegestaan. Groen met een beschermde status is van groot belang voor de identiteit en het landschap van de gemeente Soest. In de gemeente betreft dit bijvoorbeeld de noordelijke en zuidelijke Eng en beeldbepalende of monumentale bomen.

 

B) Oevers en langs water

Plaatsing van een transformatorhuisje in of direct naast het talud van een watergang is niet toegestaan, vanwege risico’s voor stabiliteit, onderhoud van de oever of watergang en waterkwaliteit. Daarnaast worden transformatorhuisjes niet geplaatst in wadi’s of andere infiltratievoorzieningen, om het functioneren van deze waterbergingssystemen te waarborgen. Hiervoor wordt een minimale afstand van twee meter tot deze voorzieningen aangehouden.

 

C) Hoofdgroenstructuren

Plaatsing van een transformatorhuisje binnen de hoofdgroenstructuur is in principe niet toegestaan. De hoofdgroenstructuur is het belangrijkste, samenhangende groen van de gemeente dat beschermd moet blijven. Alleen wanneer geen enkel alternatief beschikbaar is, de ruimte beschikbaar is en de ruimtelijke kwaliteit volledig behouden kan blijven, kan de locatie in overleg met de afdeling Groen worden beoordeeld. Voor werkzaamheden nabij bomen geldt het Handboek Bomen (2022); daarin staan de richtlijnen voor bescherming van bomen en de toegestane werkmethoden. Wanneer plaatsing binnen de kroonprojectie onvermijdelijk is, wordt een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd om de gevolgen voor de boom te bepalen.

 

D) Groenzones en parken

Groenzones en parken zijn schaars in de bebouwde omgeving en vervullen uiteenlopende functies van recreatie, spelen tot hondenuitlaat. Plaatsing van een transformatorhuisje is hier alleen mogelijk wanneer geen alternatieve locaties beschikbaar zijn en de functie van het gebied behouden blijft.

In groenzones binnen de bebouwde kom geldt dat deze vaak smal en functioneel zijn. Een groenzone smaller dan 5 meter is in principe ongeschikt voor plaatsing. Groenzones breder dan 5 meter bieden mogelijkheden, mits de zone geen directe functie heeft, zoals een pad, wadi of ecologische verbinding, en wanneer voldoende ruimte resteert om de functie en beleving van het groen te behouden.

 

Binnen een park hebben de randen de duidelijke voorkeur; een centrale ligging is ongewenst vanwege de impact op gebruik, openheid en beleving. Wanneer een transformatorhuisje toch in een park moet worden ingepast, geldt dat het altijd ondergeschikt moet blijven aan de parkbeleving. Het team Groen beoordeelt deze inpassing. Omdat hiervoor geen vaste eisen of definities bestaan, is maatwerk per locatie noodzakelijk. Dit betekent een zorgvuldige, groene inpassing waarbij het transformatorhuisje zo weinig mogelijk opvalt en alle bestaande functies van het park behouden blijven.

 

Thema 6: Ruimtelijke kwaliteit

Dit thema gaat in op de ruimtelijke inpassing van transformatorhuisjes en beschrijft hoe deze binnen de stedenbouwkundige structuur passend kunnen worden geplaatst.

 

A) Zichtlijnen en aangezicht

Bij elke locatiebepaling wordt beoordeeld wat de ruimtelijke impact is op het straat- en wijkbeeld. Een transformatorhuisje moet in principe ondergeschikt blijven in het aanzicht en geen storend element vormen in belangrijke zichtlijnen of open ruimtes.

  • -

    Transformatorhuisjes worden bij voorkeur uit (groene) zichtlijnen geplaatst en niet in de directe zichtlijn van wegen, paden of pleinen, zodat het object niet prominent in beeld komt. Daarom worden ze bij voorkeur in hoeken of restgebieden gesitueerd, waar doorzichten naar bomenrijen, plantsoenen en landschappelijke overgangen intact blijven.

  • -

    Ligt een locatie binnen een zichtlijn of op een plek die bepalend is voor het straatbeeld, wordt deze bij voorkeur vermeden.

  • -

    Alleen wanneer geen alternatief beschikbaar is, kan plaatsing worden overwogen, mits een zorgvuldige inpassing wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld door groene afscherming of materiaalgebruik dat past bij de omgeving en in overleg met adviseur Stedenbouw.

B) Functionele ruimte

Een transformatorhuisje mag de functionele ruimte van de omgeving niet belemmeren. Dit betekent dat het gebruik van tuinen, erven, stoepen en andere verblijfsruimten behouden en veilig moet blijven.

  • -

    Plaatsing mag geen onevenredige invloed hebben op aangrenzende percelen, bijvoorbeeld door schaduwwerking, verlies van gebruiksruimte of (beperkte) inbreuk op privacy2

  • -

    In woonerven geldt dat transformatorhuisjes niet in doorgaande routes of bij entrees worden geplaatst. Inpassing vindt bij voorkeur plaats aan de randen van het woonerf, waarbij verblijfskwaliteit en veiligheid behouden blijven.

  • -

    Bij secundaire wegen heeft plaatsing in restgebieden of bermen de voorkeur; uit het directe zicht en zonder belemmering voor de functie van de weg of aangrenzende percelen.

  • -

    Plaatsing in dorpspleintjes, speelplekken, zitplekken en informele ontmoetingsplekken wordt bij voorkeur vermeden. Alleen wanneer geen alternatieve locaties beschikbaar zijn én de gebruiks- en verblijfskwaliteit behouden blijft, kan plaatsing worden overwogen.

Thema 7: Cultuurhistorie

Dit thema gaat in op de ruimtelijke inpassing van transformatorhuisjes in gebieden met cultuur-historische of archeologische waarde, nabij monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten.

 

A) Cultuurhistorische waarde

De locaties worden beoordeeld op mate van cultuurhistorische waardering: laag, middelhoog of hoog/zeer hoog. De cultuurhistorische waardering van locaties is weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Soest. Deze mate van bescherming bepaalt de ruimte voor plaatsing en de eisen aan inpassing en ontwerp:

  • -

    Lage cultuurhistorische waarde: plaatsing heeft de voorkeur.

  • -

    Middelhoge cultuurhistorische waarde: plaatsing kan worden overwogen, mits het transformatorhuisje ondergeschikt blijft aan de ruimtelijke en historische kwaliteit van de omgeving. Extra aandacht is nodig voor ontwerp.

  • -

    Hoge en zeer hoge cultuurhistorische waarde: plaatsing is in principe niet toegestaan. Alleen wanneer geen alternatief beschikbaar is, kan in overleg met een stedenbouwkundige en adviseur cultuurhistorie een geschikte locatie worden overwogen.

B) Monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten

Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn ook monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten opgenomen. Bij beide geldt dat het monument of het beschermde beeld prominent zichtbaar moet blijven. Een transformatorhuisje is hier ondergeschikt aan de bestaande bebouwing en mag niet beeldbepalend zijn in het straatbeeld.

 

Wanneer plaatsing binnen deze gebieden onvermijdelijk is, wordt de locatie alleen overwogen na advies van de betrokken stedenbouwkundige en aanvullende advisering van de monumentencommissie. De inpassing moet in dat geval zorgvuldig worden afgestemd op de schaal, kleur en materialisatie van de omgeving.

 

C) Archeologie

Bij de locatiekeuze voor transformatorhuisjes sluiten we aan bij het geldende Archeologisch Beleidsadvies van de gemeente Soest. Dit advies is vastgelegd in de Archeologische Beleidsadvieskaart Soest (2016) en de Archeologische voorschriften bij Omgevingsvergunning. De archeologische waarde of verwachtingswaarde van een gebied bepaalt welke voorwaarden gelden en of archeologisch onderzoek verplicht is. Deze regels zijn leidend: plaatsing van een transformatorhuisje is alleen mogelijk wanneer wordt voldaan aan de archeologische verplichtingen die voor het betreffende gebied gelden. Hiermee wordt geborgd dat archeologische waarden worden gerespecteerd en wettelijke onderzoeksplichten correct worden toegepast.

 

Thema 8: Sociale veiligheid

Sociale veiligheid is een belangrijk onderdeel van een prettige leefomgeving. We voorkomen waar mogelijk dat de locatie van transformatorhuisjes de sociale veiligheid vermindert. Dat doen we door:

Het vermijden van plaatsing in smalle stegen, donkere hoeken of nabij plekken waar weinig sociale controle is.

De toegangsdeuren van transformatorhuisjes bij voorkeur te oriënteren op de openbare ruimte, zodat toezicht en bereikbaarheid gewaarborgd blijven.

Bij bestaande routes of verblijfsplekken rekening te houden met zichtbaarheid en oriëntatie, zodat het gevoel van veiligheid voor bewoners en passanten behouden blijft.

 

2.2 Beslisboom

Werking beslisboom

Zoals in de vorige paragraaf is beschreven, vindt de beoordeling van locaties plaats op basis van acht thema’s. Om een helder beoordelingsproces te waarborgen, is een beslisboom ontwikkeld (zie figuur 2). De beslisboom geeft inzicht in de stappen die doorlopen worden bij de locatiekeuze voor een transformatorhuisje, zonder dat vooraf één thema als standaard zwaarder wordt aangemerkt dan een ander. De beslisboom zorgt dus voor een consistent en zorgvuldig proces, met behoud van ruimte voor maatwerk.

 

Concluderend, de beslisboom op de volgende pagina laat zien dat:

  • -

    bij inpandige plaatsing de overige thema’s (2–8) niet verder hoeven te worden beoordeeld;

  • -

    bij niet-inpandige plaatsing alle thema’s (2–8) altijd worden meegenomen in de beoordeling;

  • -

    de beslisboom eindigt met een voorkeurslocatie, waarna het vervolgproces start: het opstellen van een opstalovereenkomst met het regieartikel (zie hoofdstuk 4), eventuele extra ontwerpmaatregelen en het uitvoeren van de benodigde communicatieactiviteiten (zie hoofdstuk 5).

Figuur 2: Beslisboom

3. Ontwerp en ruimtelijke inpassing

3.1 Mogelijkheden ontwerp en inpassing

Om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen, is een goede integrale ruimtelijke inpassing van de transformatorhuisjes noodzakelijk. Passend bij de kleinschalige stedenbouwkundige structuur en het groene, dorpse karakter van de gemeente Soest.

 

De vormgeving van transformatorhuisjes is geregeld in de SOK met Stedin, op basis van de Stedin’s Beleidsbrochure Inpassing Distributiestations (BID). Deze afspraken bieden ruimte om binnen vaste kaders maatwerkoplossingen toe te passen, afhankelijk van de locatie en de gewenste uitstraling in de omgeving. De BID biedt standaard drie uitvoeringsopties: dennegroen (RAL 6009), antracietgrijs (RAL 7016) of ommetselbaar. In de volgende paragraaf geven we richtlijnen voor de toepassing van deze drie varianten. In een beperkt aantal gevallen (20%) kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld overschilderbaar of kunstobjecten. De kosten hiervoor zijn voor Stedin, conform de BID.

 

3.2 Richtlijnen in de gemeente Soest

Met deze richtlijnen wordt per locatie gekeken naar de best passende inpassing, waarbij maatwerk en afstemming met de omgeving centraal staan. Een rustig straatbeeld, groene uitstraling en het behoud van ruimtelijke kwaliteit zijn uitgangspunten.

 

Kleurafwerking en ommetselbaar

Standaard dennegroen (RAL 6009); antracietgrijs alleen bij stedenbouwkundige of beeldkwaliteitsredenen. Ommetselbaar wordt toegepast bij locaties met hogere cultuurhistorische of landschappelijke waarde of waar dit beter aansluit bij het straatbeeld

 

Groenafwerking

Per locatie wordt beplanting rondom het transformatorhuisje overwogen. De kosten voor groenafwerking wordt gedekt vanuit het bestaande budget uit Omgevingsprogramma Groen & Landschap. In de SOK hebben zowel de gemeente als Stedin zich gecommiteerd om aandacht te besteden aan natuurinclusief bouwen. De opgave natuurinclusief bouwen nemen we in dit inpassingskader op binnen “groenafwerking”. De gemeente geeft hier invulling aan door bij Stedin structureel aandacht te vragen voor groene oplossingen, zoals sedumdaken of vergelijkbare groene ingrepen. Dit doet de gemeente door het onderwerp herhaaldelijk te agenderen in overleggen met Stedin, kansen aan te dragen bij concrete locaties en te verkennen of pilots mogelijk zijn waar de techniek dit toelaat. Op deze manier blijft de gemeente sturen op vergroening.

 

Kunsttoepassingen

Kunst kan worden toegepast in de vorm van overschilderbare of kunstobject-opties, zoals omschreven in de Beleidsbrochure Inpassing Distributiestations en opgenomen in de SOK. Dit zijn aanvullende inpassingsmogelijkheden die alleen worden ingezet wanneer deze ruimtelijk passend zijn en de kwaliteit van de omgeving versterken. Bijvoorbeeld bij cultuurhistorische plekken of in samenwerking met scholen en buurtinitatieven. De afweging hiervoor wordt gemaakt door het projectteam. In deze gevallen geldt de standaardovereenkomst van Stedin voor kunsttoepassingen. Daarin is onder andere vastgelegd dat kunst op transformatorhuisjes geen rechten krijgt zoals kunst in de openbare ruimte die soms heeft, geen aanspraak geeft op behoud, en altijd kan worden verwijderd wanneer dit nodig is voor onderhoud of veiligheid.

4. Regie op gemeentelijke gronden

4.1 Achtergrond

Bij de plaatsing van transformatorhuisjes gelden algemene regels voor kabels, leidingen en bovengrondse voorzieningen. De Algemene Verorderning Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) en de bijbehorende nadeelcompensatieregeling bepalen daarbij hoe werkzaamheden in de openbare ruimte moeten worden uitgevoerd en vergoed.

 

Daarnaast willen we als gemeente onze regierol behouden. Daarom is vastgelegd hoe wordt omgegaan met situaties waarin een transformatorhuisje op gemeentelijke grond wordt geplaatst. In die gevallen gebruiken we een recht van opstal met een regieartikel, zodat de gemeente bij publiek belang altijd kan blijven sturen op toekomstig gebruik van de grond.

De volgende paragrafen lichten dit toe.

 

4.2 Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI) en nadeelcompensatie voor kabels en leidingen (NKL)

De AVOI 2022 bevat een vergunningstelsel voor de ondergrondse infrastructuur. De AVOI vervangt de Telecommunicatieverordening en zal niet alleen voor telecomkabels gaan gelden, maar regelt de aanleg en verwijdering van alle kabels en leidingen in gemeentegrond. Het regelt ook de aanleg van bovengrondse voorzieningen, zoals transformatorhuisjes.

De nadere regels betreffen uitgebreide technische en procedurele bepalingen voor het aanvragen van vergunningen, de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden en de wijze van herstel van de openbare ruimte.

 

In de Nadeelcompensatieregeling Kabels en Leidingen (NKL) zijn de procedures en voorwaarden voor nadeelcompensatie aan netbeheerders opgenomen. Deze compensatie heeft betrekking op kosten die zij moeten maken voor het verleggen of verwijderen van kabels of leidingen als gevolg van werkzaamheden van de gemeente.

 

Deze NKL is, volgend uit de AVOI, van toepassing op openbare gronden. Het aankopen van gemeentegrond om daar een transformatorhuisje op te plaatsen onttrekt de grond niet automatisch uit de openbaarheid. De kabels van en naar het transformatorhuisje lopen bovendien meestal door openbare gronden. Daardoor blijft de NKL in de praktijk veelal (gedeeltelijk) van toepassing.

 

Om financiële en juridische duidelijkheid te bieden, passen we het opstalrecht toe bij het plaatsen van nieuwe transformatorhuisjes. We koppelen daar het Regieartikel aan.

 

Het toepassen van het regieartikel wordt ingezet om juridische duidelijkheid te bieden bij de plaatsing van middenspanningsruimtes op gemeentelijke gronden. Op grond van de NKL geldt dat ondergrondse infrastructuur en bijbehorende bovengrondse voorzieningen die ouder zijn dan 15 jaar, op kosten van de netbeheerder verplaatst moeten worden indien dat vanuit gemeentelijk belang noodzakelijk is. Deze systematiek is bedoeld om ruimte te bieden voor toekomstige ontwikkelingen en vormt een belangrijke randvoorwaarde bij locatiekeuzes.

 

Het regieartikel wijzigt deze systematiek door bij een noodzakelijke verplaatsing een privaatrechtelijk traject te introduceren, waarbij afstemming met de netbeheerder vereist is over nieuwe locatie en kosten. Hiermee verandert de wijze waarop regie wordt uitgeoefend door de gemeente. De keuze om het regieartikel toe te passen is daarmee een bewuste afweging tussen juridische zekerheid, uitvoerbaarheid en sturingsmogelijkheden op de inrichting van de boven- en ondergrond.

 

4.3 Regieartikel

Werking regieartikel

Het recht van opstal betreft een zakelijk recht dat derden in staat stelt om op of onder gemeentelijke gronden werken of installaties in eigendom te hebben. Bij het vestigen van een recht van opstal op gemeentelijke grond, bijvoorbeeld ten behoeve van een transformatorhuisje, is het van belang dat de gemeente haar publieke regierol ook op de lange termijn kan blijven uitoefenen. De looptijd van een recht van opstal is vaak langdurig (bijv. 30 jaar), waardoor de feitelijke zeggenschap van de gemeente over de grond wordt beperkt. Daaromnemen we standaard een regieartikel op in de opstalovereenkomsten. Het regieartikel voorziet in een juridische borging van de publieke regiefunctie van de gemeente en maakt het mogelijk om op basis van een publiek belang het opstalrecht te herzien of te beëindigen.

Het regieartikel stelt de gemeente in staat om, ondanks het zakelijke recht dat aan een derde wordt verleend, haar publieke taken te blijven waarborgen. Het biedt juridische ruimte om:

  • -

    het opstalrecht te kunnen beëindigen of herzien in het kader van een publiek belang;

  • -

    beleidswijzigingen (bijv. herinrichting openbare ruimte, klimaatadaptatie) niet te blokkeren;

  • -

    ongewenste overdracht of gebruikswijzigingen van het opstalrecht te kunnen beperken.

Relatie regieartikel en SOK

Zoals eerder benoemd maakten we, voordat dit inpassingskader was vastgesteld, gebruik van een SOK. Tijdens de totstandkoming van de SOK was de landelijke richtlijn voor het regieartikel nog niet beschikbaar. Daarom is destijds in de SOK opgenomen dat we ons aan de landelijke richtlijn conformeren zodra deze beschikbaar is. Tijdens de totstandkoming van dit inpassingskader werd het mogelijk om wel een regieartikel toe te passen. Daarom hebben we het artikel in dit hoofdstuk opgenomen.

 

Voorbeeldbepaling regieartikel

 

“De gemeente behoudt zich het recht voor om, in geval van een publiek belang, de overeenkomst en het recht van opstal tussentijds geheel of gedeeltelijk te beëindigen, met inachtneming van een redelijke opzegtermijn. In dat geval zal de gemeente – indien van toepassing – voorzien in een billijke compensatie voor daadwerkelijk geleden schade, mits aangetoond. Publiek belang omvat onder meer: herinrichting van de openbare ruimte, wijziging van infrastructurele plannen, en andere door het gemeentebestuur noodzakelijk geachte beleidsdoeleinden.”

5. Communicatie en participatie

5.1 Standaard externe communicatie

Stedin is verantwoordelijk voor de algemene communicatie richting inwoners en belanghebbenden binnen de Buurtaanpak en beschikt hiervoor over een eigen communicatieplan. Conform de afspraken in de SOK sluit de gemeente hierbij aan. We verwijzen dan ook via onze gemeentelijke pagina over de Buurtaanpak (zie soest.nl | Buurtaanpak) naar de actuele informatie van Stedin (zie Elektriciteitshuisje | Stedin), zodat inwoners ook via de gemeente de juiste en meest recente informatie kunnen vinden. Op deze manier blijft de communicatie eenduidig, feitelijk en goed afgestemd.

 

5.2 Mogelijke aanvullende communicatie

Aanvullend kan de gemeente, op advies én met uitvoering door Team Communicatie, eigen communicatie inzetten (bijvoorbeeld via gemeentelijke kanalen) wanneer dit wenselijk is. In communicatie zijn we transparant over noodzaak, planning, effecten, inpassing in de openbare ruimte, geluid, magnetische velden, onderhoud en veiligheid.

 

Aanvullende communicatie vanuit de gemeente kan bestaan uit bijvoorbeeld:

 

A) Aanvullende communicatie richting alle inwoners

Om inwoners tijdig te informeren dat de Buurtaanpak een grootschalig, meerjarenproject is, kan worden gestart met brede communicatie. Dit zou onder andere kunnen omvatten:

  • -

    het plaatsen van extra informatie op de gemeentelijke website, aanvullend op de bestaande informatiepagina over de Buurtaanpak;

  • -

    een bericht in de Soester Courant;

  • -

    het versturen van een persbericht;

  • -

    het beschikbaar maken van een Q&A met veelgestelde vragen.

B) Aanvullende gebiedsgerichte communicatie per wijk en per locatie

Voor elke nieuwe locatie kan in samenwerking met Stedin gebiedsgerichte communicatie ingezet worden. Deze kan bestaan uit:

  • -

    een toelichting vanuit Stedin aan direct omwonenden voorafgaand aan de bewonersbrief;

  • -

    een bewonersbrief enkele weken voorafgaand aan de uitvoering, inclusief locatie-aanduiding, toelichting en waar mogelijk een visualisatie van de inpassing;

  • -

    een fysiek inloopmoment om vragen te beantwoorden en zorgen over zicht, geluid, veiligheid of leefbaarheid te bespreken.

Deze werkwijze wordt per project toegepast en waar nodig geoptimaliseerd op basis van ervaringen.

 

5.3 Participatie

A) Participatie bij locatiekeuze

Participatie bij de locatiekeuze is alleen van meerwaarde wanneer meerdere gelijkwaardige geschikte locaties beschikbaar zijn. In de praktijk is dit tot op heden echter niet voorgekomen. Stedin bepaalt op basis van technische berekeningen, kabeltracés en benodigde dekking de zoekcirkel waarbinnen een transformatorhuisje moet worden geplaatst. Binnen deze cirkel zijn in theorie meerdere locaties mogelijk, maar deze worden vervolgens door de gemeente beoordeeld aan de hand van de acht ruimtelijke thema’s en de bijbehorende regels. Deze technische en ruimtelijke beoordeling leidt in de praktijk altijd tot één duidelijke voorkeurslocatie. Daarom wordt er standaard geen participatie ingericht voor de locatiekeuze: het afwegingsproces leidt structureel tot één voorkeurslocatie, waardoor er feitelijk geen reële keuzes zijn waarover inwoners kunnen meebeslissen. Wanneer meerdere gelijkwaarde geschikte locaties beschikbaar zijn, kan het projectteam de afweging maken om voor die specifieke situatie participatie in te richten.

 

B) Participatie bij ontwerp

Omdat de gemeente het belangrijk vindt om inwoners waar mogelijk te betrekken, kan bij het ontwerp van enkele transformatorhuisje worden gekozen om bewoners mee te laten denken. Hierbij gaat het om maximaal 20% van de transformatorhuisjes, zoals beschreven in paragraaf 3.1. Bewoners kunnen dan bijvoorbeeld meedenken over kunstuitingen, mits deze passen binnen de veiligheids- en beheervereisten. De keuze voor participatie bij ontwerp wordt per locatie afgewogen.

6. Bijlage

6.1 Samenwerkingsovereenkomst Stedin & gemeente Soest

 


1

De SOK is vastgesteld in september 2024 en heeft een looptijd tot en met 2026 of totdat de pilotfase (3 beoordelingen met minimaal 5 locaties) is afgerond en als gevolg hiervan een nieuwe SOK tussen de Partijen wordt gesloten.

2

Afhankelijk van de oriëntatie van de toegangsdeur kan tijdens onderhoud tijdelijk beperkte inkijk richting privé-tuinen ontstaan.

Naar boven