Jaarverslag gemeente Meerssen - Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025

 

1. ALGEMEEN

1.1. Inleiding

Door ons college is het VTH-beleidsplan voor de Omgevingswet vastgesteld. Dit plan gaat over de regels voor bouwen, slopen, brandveiligheid, monumenten, reclame, bomen kappen, natuurbescherming en in- en uitritten. In het plan zijn, op basis van een omgevings- en risicoanalyse, de prioriteiten en doelen voor de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH) voor de komende jaren vastgesteld. Het VTH-beleid geeft dus aan ‘wat’ we willen bereiken. Het beleidsplan is voor het afgelopen kalenderjaar uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma 2026. Dit uitvoeringsprogramma bevat de vertaling van de doelen naar concrete activiteiten en de benodigde uren.

 

Het afgelopen jaar hebben onze VTH-taken bijgedragen aan de ambities uit dit VTH-beleid. In dit jaarverslag blikken we terug op de uitvoering van de VTH-taken in 2025 en benoemen we de verbeterpunten voor de komende periode.

 

Voor u ligt het jaarverslag vergunningen, toezicht en handhaving 2025 van de gemeente Meerssen. Op grond van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit rapporteert het college jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen opgenomen in het beleidsplan vergunningen, toezicht en handhaving (hierna: VTH-beleidsplan) en de Uitvoeringsstrategie.

 

Dit jaarverslag is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 7 juli 2026 en middels toezending aan de gemeenteraad en aan de provincie Limburg bekend gemaakt.

 

De gemeente hecht veel waarde aan begrijpelijke en toegankelijke communicatie. Daarom wordt in alle communicatie, formats en besluitvorming gewerkt met Klinkende Taal. Dat betekent: helder, actief en vriendelijk geformuleerd. Ook in dit verslag is die lijn doorgetrokken.

 

1.2. Doel van het VTH-jaarverslag

In het VTH-jaarverslag beschrijven we hoe de VTH-taken hebben bijgedragen aan de VTH-doelen. We benoemen de instrumenten die we afgelopen jaar hebben ingezet voor onze VTH-taken en kijken of de geplande doelen zijn behaald.

 

In de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten staan regels die we moeten volgen bij het uitvoeren van deze taken. Dit jaarverslag voldoet aan deze regels. Het jaarverslag laat zien hoe we transparant omgaan met de uitvoering van het VTH-beleid voor burgers, bedrijven, onze gemeentelijke organisatie en samenwerkingspartners.

 

1.3. Systematiek

De systematiek die de gemeente hanteert voor het opstellen van het jaarverslag volgt de zogeheten BIG 8 cyclus. Deze cyclus is wettelijk verankerd in de VTH kwaliteitseisen. Dit betekent dat wij vanuit onze prioriteiten en doelstellingen strategieën hebben opgesteld die we hebben geborgd in onze uitvoeringsstrategie. Op basis van de uitvoeringsstrategie hebben wij een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin de specifieke werkzaamheden voor dat jaar uiteengezet worden. Voor deze werkzaamheden zijn werkwijzen vastgesteld. Deze werkwijzen maken onderdeel uit van het VTH-beleid. Vervolgens worden de werkzaamheden conform deze werkwijzen uitgevoerd door de organisatie. Gedurende het jaar monitoren we de voortgang. Aan het eind van het jaar stellen we een gehele programmaevaluatie op in de vorm van een jaarverslag. De programmaevaluatie levert input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar. Daarnaast wordt op basis van het jaarverslag (indien noodzakelijk) het beleid herzien. Door op deze manier cyclisch te werk te gaan, blijven we kritisch op onze eigen handelen en zorgen we dat we constant kunnen blijven ontwikkelen.

 

 

1.4. Interbestuurlijk Toezicht Provincie

De provincie Limburg ziet er met Interbestuurlijk Toezicht (IBT) op toe dat lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren. Dit toezicht is gebaseerd op het uitgangspunt "vertrouwen, tenzij", waarbij de nadruk ligt op samenwerking, transparantie en herstelgericht handelen. De kernelementen bij het interbestuurlijk toezicht zijn:

  • -

    Risicogestuurd toezicht:

    De provincie focust op taken die grote maatschappelijke impact hebben of waar risico’s op niet-naleving aanwezig zijn.

  • -

    Escalatieladder:

    Bij tekortkomingen wordt eerst gestuurd op overleg en herstel. Pas bij uitblijvende verbetering wordt overgegaan op zwaardere interventies.

  • -

    Lerend toezicht:

    Er is ruimte voor reflectie en verbetering, waarbij de provincie vooral ondersteunt en adviseert in plaats van enkel te handhaven.

De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking trad, heeft grote invloed op de inrichting van het interbestuurlijk toezicht:

  • -

    Brede reikwijdte:

    De Omgevingswet bundelt wetten voor de fysieke leefomgeving (zoals bouwen, milieu, water, natuur), waardoor toezicht meer integraal moet worden georganiseerd.

  • -

    Decentrale uitvoering:

    Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid. Dit vraagt om een toezichtstijl die meer coachend en kaderstellend is dan controlerend.

  • -

    Nieuwe instrumenten:

    De Omgevingswet introduceert nieuwe instrumenten zoals het omgevingsplan, de omgevingsvergunning en het programma. De provincie houdt toezicht op de juiste toepassing van deze instrumenten, onder meer via de wettelijke toezichttaken.

  • -

    Samenwerking en gegevensdeling:

    De wet stimuleert ketensamenwerking en het gebruik van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waardoor toezicht en handhaving efficiënter en transparanter moeten verlopen.

Het interbestuurlijk toezicht van de provincie Limburg transformeert onder invloed van de Omgevingswet richting een meer strategische, samenwerkende en risicogestuurde aanpak. De provincie blijft toezien op de uitvoering van wettelijke taken, maar doet dit in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingswet: vertrouwen, ruimte voor lokaal maatwerk en samenwerking in het belang van een gezonde fysieke leefomgeving.

 

De provincie heeft in 2025 de gemeente Meerssen, op de punten die zij op het gebied van het omgevingsrecht inhoudelijk hebben beoordeeld, op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, met “voldoende” beoordeeld.

 

In dit jaarverslag is tevens rekening gehouden met de evaluatieverslagen van voorgaande jaren en met de aandachtspunten die door de provincie Limburg zijn aangedragen in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT).

2. ORGANISATIE

De activiteiten en taken voor wat betreft handhaving worden uitgevoerd door medewerkers van de afdeling Ruimte, team Omgeving, de medewerkers van afdeling Samenleving, team Openbare Orde en Veiligheid, medewerkers van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (hierna: ODZL), brandweer en politie.

 

Bovengenoemden houden toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en treffen maatregelen om overtredingen zoveel mogelijk te voorkomen of te beëindigen. Ze zijn betrokken bij onderwerpen als bouwen, vergunningen, brandveiligheid, naleving van bestemmingsplannen en milieuvoorschriften, de openbare orde en integrale veiligheid (horeca, evenementen, drugsoverlast en de APV/Bijzondere wetten). Handhaving van besluiten op het gebied van Sociale Zaken en de Leerplicht zijn ondergebracht in andere gemeentelijke clusters, afdelingen of samenwerkingsverbanden en maken hier geen deel van uit.

 

2.1. Organisatiecapaciteit

Het cluster toezicht en handhaving binnen de afdeling ruimte en de medewerkers van team Openbare Orde en veiligheid van de afdeling Samenleving beschikt in 2025 over een capaciteit van in totaal 11,5 fte. Bovengenoemden zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten en taken die staan beschreven in het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma.

 

Cluster

Geraamde in te zetten capaciteit (2024)

Beschikbare capaciteit

Vergunningen Omgevingswet

5,4

3,7

Vergunningen APV en Bijzondere Wetten

1,0

0,6

Toezicht

2,0

2,0

(juridische) Handhaving

2,0

1,9

BOA

4,0

2,0

Openbare Orde en Veiligheid

1,3

1,3

Totaal

15,7

11,5

3. ONTWIKKELINGEN

Zowel intern als extern speelden er in 2025 ontwikkelingen die van invloed zijn geweest op het uitvoeren van de VTH-taken en de acties, behorende bij de beleidsdoelstellingen zoals deze beschreven zijn in het VTH-beleidsplan.

 

3.1. Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet inwerking getreden. Het jaar 2024 was het eerste volledige invoeringsjaar van de Omgevingswet en de Wet op de kwaliteitsborging voor het bouwen. De wetgeving bracht grote veranderingen met zich mee voor zwel interne werkprocessen als de relatie met inwoners en de initiatiefnemers. De Omgevingswet vraagt om integrale benadering van ruimtelijke opgaven en meer regie voor initiatiefnemers, terwijl de Wet op de kwaliteitsborging voorziet in een andere verdeling van taken op het gebied van bouwtoezicht, waarbij private kwaliteitsborgers een centrale rol krijgen.

 

De invoering van beide wetten betekende dat vergunningverlening, toezicht en handhaving inhoudelijk, juridisch en technisch opnieuw moesten worden ingericht.

 

De verwachting was dat de angst vanuit de marktpartijen over de Omgevingswet merkbaar zou zijn in het eerst half jaar van de Omgevingswet. Deze angst is meegevallen. De marktpartijen wisten snel de weg te vinden in het nieuwe Omgevingsloket en de digitale weg naar de gemeente. Wel was het eerste jaar merkbaar en zelfs nu nog, dat de knip (scheiding ruimtelijke en technische vergunning) voor velen nog lastig te doorgronden is. Veel aanvragen werden, en worden nog steeds, foutief of onvolledig ingediend. Vanuit het gemeentelijke klantenbureau wordt daar goed op gestuurd en worden indieners geholpen om de aanvraag na intrekking alsnog goed in te dienen. De verwachting was wel dat dit zou afnemen na verloop van tijd. Deze afname is vooralsnog niet merkbaar. De effecten van Wet op de kwaliteitsborging zijn nog niet zichtbaar. De verwachting was dat door de privatisering van de zogenoemde Gevolgklasse 1 projecten sneller konden worden uitgevoerd. Deze versnelling is vooralsnog niet merkbaar. In plaats van de technische vergunningsplicht voor gevolgklasse 1 projecten geldt een meldingsplicht.

 

Met betrekking tot het vergunningsvrije bouwen blijkt in de praktijk dat het omslachtiger is geworden om mensen eenvoudig te informeren of iets wel of niet vergunningsvrij is toegestaan. Dit als gevolg van de knip tussen ruimtelijk en technisch bouwen en doordat bij beide varianten vaak meerdere stappen doorlopen moet worden voordat er duidelijkheid is.

 

De invoering van de Omgevingswet heeft geleid tot een meer integrale benadering van initiatieven. Het vooroverleg wordt vaker ingezet, waardoor knelpunten eerder kunnen worden gesignaleerd.

 

Kort algemeen overzicht

Aantal

Aantal vergunningen

192

Aantal vooroverleggen

148

Aantal sloopmeldingen

85

Verkennen en begeleiden inititatiefzaken

24

Bouwmeldingen Wkb

3

Gereedmeldingen Wkb

0

 

3.2. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Naast de Omgevingswet is in 2024 ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking getreden.

 

Met de inwerkingtreding van de Wkb op 1 januari 2024 verandert de rol van gemeenten bij het toezicht op de bouw ingrijpend.

 

  • -

    Minder toetsing vooraf door de gemeente

    Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 (zoals standaard grondgebonden woningen) vervalt de technische toets vooraf (zoals constructieve veiligheid en brandveiligheid). Gemeenten blijven wél verantwoordelijk voor de toets op het ruimtelijke deel (zoals welstand, bestemmingsplan en milieuregels).

  • -

    Veranderende rol in toezicht en handhaving

    Gemeenten voeren geen actief toezicht meer uit op de technische bouwkwaliteit van gevolgklasse 1-projecten. Wel blijft de gemeente toezichthouder van het geheel en moet zij kunnen ingrijpen als de veiligheid van een bouwwerk in het geding is. Gemeenten ontvangen een gereedmelding en een verklaring van de kwaliteitsborger vóór ingebruikname van het gebouw.

  • -

    Meer nadruk op informatieverwerking en dossiervorming

    Gemeenten moeten nieuwe informatie verwerken in hun processen, zoals het dossier bevoegd gezag van de kwaliteitsborger bij de gereedmelding. Er zijn aanvullende administratieve taken, zoals het beoordelen of de verklaring van de kwaliteitsborger compleet is.

  • -

    Samenwerking met kwaliteitsborgers en vergunningverleners

    Gemeenten moeten duidelijke afspraken maken met kwaliteitsborgers over de samenwerking en afbakening van verantwoordelijkheden. Ook de afstemming met eigen vergunningverleners en toezichthouders verandert, wat vraagt om procesaanpassingen en opleiding van personeel.

  • -

    Nieuwe uitvoeringsstrategie nodig

    De gemeente moet een nieuw toezichts- en handhavingsbeleid ontwikkelen waarin de rol van private kwaliteitsborgers is opgenomen.

Dit vraagt om een cultuuromslag, waarbij gemeenten vertrouwen op externe partijen, maar wel scherp blijven op hun publieke taak.

 

De invoering van de Wkb vraagt dus niet om minder inzet van gemeenten, maar om een andere inzet – gericht op regie, samenwerking en het bewaken van publieke belangen in een vernieuwd stelsel.

 

Het proces van de Wkb binnen de gemeente Meerssen ziet er als volgt uit:

  • -

    Aanvraag Omgevingsplanactiviteit:

    Er wordt een aanvraag omgevingsplanactiviteit ingediend bij een vergunningplicht of als de activiteit niet past binnen de regels van het omgevingsplan. De gemeentelijke toetsing aan omgevingsplan, welstand en omgevingsveiligheid blijft onveranderd.

  • -

    Melding bouwactiviteit:

    Minimaal vier weken voor de start bouw ontvangt de gemeente de “Melding Bouwactiviteit” met:

    • de risicobeoordeling van het bouwwerk;

    • het borgingsplan;

    • de toe te passen borgingsinstrumenten;

    • gegevens over de kwaliteitsborger.

  • -

    Mededeling start bouw:

    De gemeente ontvangt deze twee dagen voor de bouw start.

  • -

    Realisatie bouwwerk - uitvoering borgingsplan:

    Tijdens realisatie van het bouwwerk houdt de kwaliteitsborger toezicht conform het borgingsplan. De kwaliteitsborger treedt niet handhavend op; dit blijft bij de gemeente. Dit betekent dat de gemeente een signaal krijgt van de kwaliteitsborger als deze overtredingen constateert die de initiatiefnemer niet oplost.

  • -

    Mededeling bouw gereed:

    De gemeente ontvangt de mededeling.

  • -

    Gereedmelding bouw: De gemeente ontvangt de “Gereedmelding bouw” met het dossier bevoegd gezag en een verklaring van de kwaliteitsborger of het bouwwerk voldoet. Dit moet ten minste twee weken voor het in gebruik nemen van het bouwwerk. Indien geen gereedmelding wordt gedaan of indien het dossier niet op orde is kan de gemeente de ingebruikname tegenhouden.

     

    De casemanager beoordeelt de melding op ontvankelijkheid namelijk is er een borgingsplan met risicobeoordeling aangeleverd en is aangegeven wie de kwaliteitsborger is en welk instrument de kwaliteitsborger hanteert. De toezichthouder beoordeelt de melding inhoudelijk. Het borgingsplan wordt door de toezichthouder diepgaand beoordeeld als het een bouwwerk betreft met een hoger risicoprofiel. Ook wordt nagegaan of lokale risico’s die zijn benoemd bij beoordeling van de aanvraag omgevingsplanactiviteit ook relevant zijn voor de risicobeoordeling door de kwaliteitsborger. Als blijkt dat de melding onvolledig is, dan stuurt het de casemanager de melder een brief met hierin aangegeven welke stukken ontbreken en wordt de melding niet verder in behandeling genomen.

     

    Onze beoordeling van de melding en/of het borgingsplan kan ertoe leiden dat we contact opnemen met de kwaliteitsborger om gezamenlijk toezicht uit te oefenen tijdens de realisatie. Daarbij kunnen we als gemeente de aspecten beoordelen die niet onder reikwijdte van de kwaliteitsborger vallen (omgevingsveiligheid, welstand, regels uit het omgevingsplan).

De gemeente Meerssen heeft in 2024 het VTH-beleidsplan aangepast. Daarnaast heeft zij ook een nieuwe uitvoeringsstrategie opgesteld aangepast aan de Omgevingswet en de Wet op de kwaliteitsborging. Deze is in 2025 geactualiseerd.

 

3.3. Implementatie RX-mission

In 2024 is de gemeente begonnen met het opzetten van een eigen team functioneel beheerders. Begin 2025 is de functioneel beheerder Omgeving begonnen en halverwege 2025 is de functioneel beheerder voor de teams Beleid & beheer en Strategie & projecten begonnen. Daarmee zit functioneel beheer op VTH-domein en op het gros van het adviserende gedeelte.

 

Opzet structuur

Verantwoordelijkheden voor functioneel beheer waren deels belegd binnen enkele medewerkers en voor een deel niet. Nagenoeg alle applicaties zijn naar de functioneel beheerder gegaan, met nog uitzondering van twee applicaties.

 

Gebruikersgroepen/rechten zijn herzien en oud-medewerkers zijn verwijderd of gedeactiveerd. Vervolgens is een autorisatiematrix voor Rx.Mission opgesteld en afgestemd met de afdeling (Ruimte). Om de gebruikers up-to-date te houden is het autorisatieproces gemeentebreed herzien.

 

Er is gestart om maandelijks releasenotes van alle applicaties binnen Omgeving voor te leggen aan de proceseigenaar (teamleider) voor akkoord.

 

Werkinstructies en zeker werkprocessen ontbraken, maar ook afspraken waar we gemeentebreed dit vastleggen was nog niet duidelijk. Er is gestart met een pilot voor de applicatie Engage Process waar Omgeving actief in deelneemt, om het eerste proces voor toezichthouders (controle n.a.v. verleende omgevingsvergunning) vast te leggen. Verder is gemeentebreed afgesproken dat de intranetpagina wordt gebruikt voor werkinstructies. Er is gestart met algemene instructies erop te zetten en instructies voor functioneel beheer zodat essentiële taken bij afwezigheid kunnen worden uitgevoerd.

 

Vervanging applicaties

Meerdere applicaties moesten worden vervangen binnen het VTH-domein. Cadac Nedplan is opgevolgd door Cadac Compass i.v.m. compatibiliteit met STOP-TPOD. Sogelink Regeldienst is vervangen door STTR Builder i.v.m. end of life en EvenenementAssistent is vervangen door EventLoket om diezelfde reden. Verder was Squit XO volledig uitgefaseerd, die nog live was naast Rx.Mission.

 

Voor al deze applicaties zijn trainingen georganiseerd en is gestart aan basis werkinstructies.

 

Leges

Factuurstromen vanuit het team Omgeving naar de afdeling Financiën verliepen op papier. Dit bemoeilijkte het krijgen van overzicht en aansluiting vinden voor de jaarrekening.

 

De factuurstroom is gedigitaliseerd. Verdere optimalisatie als een koppeling Rx.Mission-iFinancien zijn on hold gezet door uitstel van het nieuwe financiële systeem met een jaar. Verder zijn brieven aangepast zodat leges automatisch worden ingeladen om fouten te voorkomen.

 

Dashboards

Door de lage volwassenheid van de gemeente op gebied van datagedreven werken zijn er geen oplossingen (als datawarehouse) draaiende en is überhaupt kennis tot Power BI beperkt tot één persoon in de organisatie. Om data op een goede en structurele manier VTH-data beschikbaar te kunnen stellen zijn nieuwe ICT-oplossingen, kennis en capaciteit nodig.

 

De functioneel beheerder Omgeving heeft meegeholpen in de co-creatie van OpenBI. een laagdrempelige (maar wat beperkte) dataoplossing van Roxit. Hiermee kan de data uit Rx.Mission direct aan Power BI worden gekoppeld, zonder dat een datawarehouse nodig is. Concept dashboards op basis van OpenBI zijn op basis van de pre-omgeving van Rx.Mission gebouwd. Verder heeft de functioneel beheerder een projectplan geschreven voor een pilot van Power BI met team Omgeving, waar de afname van OpenBI van Roxit onderdeel is.

 

Teams

Om het intern (en extern) samenwerken te verbeteren heeft team Omgeving meegedraaid in een pilot om Microsoft Teams intensief te gaan gebruiken. De netwerklocatie is uitgefaseerd en documenten zijn naar Teams/Sharepoint gegaan. Documenten delen en snel berichten uitwisselen wordt steeds meer gedaan via Teams. Ook wordt projectmatig werken meer gestimuleerd en ondersteund met Teams. De eerste projectteams waar team Omgeving aan deelneemt in zijn voor de pilot van Engage Process en het opstellen van het nieuwe omgevingsplan.

 

Samenwerkingsafspraken

De functioneel beheerder is onderdeel van werkgroep voor ketenafspraken in Zuid-Limburg (gemeenten, provincie, veiligheidsregio, etc). De laatste versie van de afspraken is eind 2025 verspreid en deze afspraken zijn verwerkt in de inrichting van Rx.Mission en werkinstructies.

 

3.4. Verordening fysieke leefomgeving

In 2025 is daarnaast de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meerssen 2025 (hierna: VFL) aangepast en in werking getreden. Deze verordening vervangt de eerdere VFL en bundelt diverse lokale regels voor de fysieke leefomgeving in één integraal kader. De VFL bevat bepalingen op het gebied van openbare ruimte, afvalstoffen, parkeren, groenvoorzieningen, water en andere aspecten van de fysieke leefomgeving. Hiermee vormt de verordening een belangrijk instrument voor vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de gemeente Meerssen.

 

In 2025 zijn aanvragen en meldingen waar nodig beoordeeld aan de hand van de VFL. Daarbij ging het onder meer om activiteiten in de openbare ruimte, werkzaamheden aan uitwegen en andere activiteiten die niet rechtstreeks onder het Omgevingsplan vallen.

 

De VFL vormde in 2025 een belangrijke basis voor het toezicht in de openbare ruimte. De toezichthouders en de boa’s hebben hierbij risicogericht gewerkt, waarbij meldingen van inwoners, gebiedskennis en analyses vanuit Rx-mission zijn gebruikt om toezichtcapaciteit effectief in te zetten.

 

Ook is rx.mission ingericht zodat ook de toezichttaken uit de VFL hierin zijn opgenomen. Hierdoor ontstaat een breder beeld van de naleving binnen de fysieke leefomgeving en kan gerichter worden gestuurd op toezicht en handhaving.

4. DOELSTELLINGEN EN UITVOERING ACTIES UITVOERINGSSTRATEGIE

In de uitvoeringsstrategie en het VTH-beleidsplan zijn de prioriteringen geformuleerd. In onderstaande tabel staan de relevante acties welke in 2025 opgepakt zouden moeten worden en rapporteren wij in hoeverre de voorgenomen acties wat betreft de hoge prioriteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd.

 

De doelstellingen met hoge prioriteit zijn één voor één uitgewerkt in dit jaarverslag. De doelstellingen met een gemiddelde prioriteit komen slechts aan de hand van actuele relevantie aan bod.

 

4.1. Doelstellingen met een hogere prioriteit

In het VTH-beleidsplan zijn in de omgevingsanalyse volgende hoge prioriteiten naar voren gekomen:

 

4.1.1. Evenementen

Er vinden jaarlijks enkele grote en talrijke kleinere evenementen plaats. In het evenementenbeleid is onderscheid gemaakt in evenementen in drie klassen:

  • A: beperkte impact op de omgeving en weinig risico

  • B: grote impact op de omgeving en gemiddeld risico

  • C: grote impact op de gemeente en/of regio en hoog risico

De lokale regels zijn vastgelegd in de APV en het omgevingsplan. Het procesmodel van de veiligheidsregio is leidend voor een integrale en onderling afgestemde advisering bij een evenement. Bij de B- en C-evenementen is vooroverleg de norm en bij A-evenementen een mogelijkheid.

 

De casemanager APV/Bijzondere wetten ziet toe dat de juiste advisering plaatsvindt, dat alle vergunningvoorwaarden worden benoemd en dat alle evenementen worden geëvalueerd. Alle aanvragen worden via de casemanager voorgelegd ter advisering. Bij een C-evenement wordt aanvullend advies gevraagd aan de VR ZL en bij B-evenementen als dat wenselijk is.

 

In 2025 kan volgende cijferweergave worden gegenereerd:

APV en Bijzondere wetten

Aantal

Melding evenement

71

Vergunning evenement A

112

Vergunning evenement B

10

Vergunning evenement C

0

 

Door de kwaliteitsslag die in 2024 is gestart op het vlak van evenementen, zijn het aantal vergunningen gestegen.

 

In de uitvoeringsstrategie zijn volgende doelen opgenomen:

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Plaats laten vinden van evenementen die voldoen aan de regels en voorwaarden om de veiligheid te garanderen, buitensporig gedrag te voorkomen en hinder en overlast te beperken ;

  • -

    Effectief proces voor de behandeling van aanvragen voor evenementen dat duidelijk, eenvoudig en voorspelbaar is voor de aanvrager.

Aanpak in 2025

In 2024 ook een start gemaakt met het onder de loep nemen van het evenementenproces onder leiding van een tijdelijke evenementencoördinator. Dit proces is in 2025 voortgezet.

 

Tijdens dit proces is de nadruk gelegd op de link met de Omgevingswet. De organisatoren van evenementen zijn er op geattendeerd dat naast het hebben van een evenementenvergunning het vaak ook zo kan zijn dat er daarnaast ook een omgevingsvergunning vereist is. Hier wordt ook strikter op gehandhaafd.

 

Daarnaast is tijdens dit proces ook duidelijk geworden dat het aanbeveling dient om enkele evenementenlocaties op te nemen in het omgevingsplan. De voordelen hiervan zijn:

 

  • -

    Meer rechtszekerheid voor initiatiefnemers en omwonenden:

    Door evenementenlocaties expliciet te benoemen en te regelen in het omgevingsplan, is voor iedereen duidelijk waar en onder welke voorwaarden evenementen mogen plaatsvinden;

  • -

    Minder vergunningsdruk en administratieve lasten:

    Als het omgevingsplan voorziet in de mogelijkheid tot het houden van evenementen, kunnen bepaalde evenementen vergunningsvrij worden gehouden. Dit verlaagt de regeldruk voor zowel de organisatoren als de gemeente;

  • -

    Beter bestuurlijk en juridisch handhaafbaar:

    Een heldere regeling in het omgevingsplan biedt een duidelijke basis voor toezicht en handhaving bij overschrijding van normen, zoals geluid, aantal bezoekers of parkeerdruk;

  • -

    Maatwerk mogelijk per locatie

    Het omgevingsplan maakt gedifferentieerde regels mogelijk per locatie afgestemd op de ruimtelijke kenmerken en draagkracht;

  • -

    Integrale afweging met andere functies:

    Het omgevingsplan biedt de mogelijkheid om evenementen te wegen tegen andere functies in de omgeving (zoals wonen, natuur, …)

  • -

    Snelle besluitvorming:

    Als een locatie al planologisch is aangewezen voor evenementen, hoeft niet bij elk evenement uitgebreid te worden afgewogen aangezien deze afweging al heeft plaatsgevonden. Dat maakt het proces efficiënter en voorspelbaarder;

Door het wegvallen van de evenementen coördinator ligt het invullen van de evenementenlocaties momenteel even stil. Wel is aan de slag gegaan met het actualiseren van het evenementenbeleid dat in 2026 wordt vastgesteld. In dit evenementenbeleid zijn ook al de locaties genoemd waar onderzoek naar wordt uitgevoerd. Tevens wordt ingezet op het werven van een nieuwe evenementen coördinator.

4.1.2. Illegale bewoning arbeidsmigranten

De industriële en agrarische bedrijvigheid maakt gebruik van arbeidsmigranten. Illegale bewoning gaat om niet toegestane verhuur van een pand of verblijfsruimte in woon- en bedrijfsgebouwen. Dergelijke verhuur vormt een verdienmodel voor de verhuurder en kan leiden tot overbewoning, verloedering, onveilige bewoning en overlast voor de omgeving. Bij illegale bewoning voldoet de huisvesting vaak niet aan de eisen van brandveiligheid, constructie, ventilatie en daglichttoetreding.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Veilige en gezonde huisvesting van arbeidsmigranten die voldoet aan de regels voor bewoning en (onder)verhuur;

  • -

    Zicht houden op locaties, aantallen en omstandigheden van de huisvesting van arbeidsmigranten op basis van vergunning;

  • -

    Effectieve controleaanpak op basis van een actueel overzicht van adressen met partners (eventueel politie of brandweer) en strikte bewaking van hersteltermijnen;

  • -

    Beëindigen van illegale huisvesting van arbeidsmigranten die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan/vergunning of het Besluit bouwwerken leefomgeving .

Aanpak in 2025

De problematiek rondom de huisvesting van arbeidsmigranten staat hoog op de agenda van het ambtelijk apparaat en vereist een multidisciplinaire aanpak.

 

In 2024 is het cluster OOV op sterkte gebracht door het aannemen van 3 boa’s (3 fte). Daarnaast zijn er ook twee OOV’ers in formeel in dienst. Hiervan is één OOV’er momenteel daadwerkelijk aan de slag. De andere OOV’er is helaas langdurig uitgevallen waardoor bepaalde zaken wel, maar bepaalde zaken ook niet zijn opgepakt.

Het cluster OOV werkt nauw samen met het cluster toezicht en handhaving. Hier vinden regelmatig integrale overleggen plaats waardoor de illegale bewoning van arbeidsmigranten integraal kan worden aangepakt. Dit regelmatig tezamen met de politie.

 

De gemeente Meerssen werkt actief samen binnen het ACT! Interventieteam Maastricht-Heuvelland, een regionaal samenwerkingsverband op het gebied van toezicht en handhaving. Dit team richt zich op het gezamenlijk aanpakken van complexe handhavingsvraagstukken die gemeentegrensoverschrijdend zijn. De focus ligt op onder andere het thema illegale huisvesting en overbewoning. De toezichthouders van het ACT! Zijn ook aangesteld om toezicht te houden op de Wet goed verhuurderschap.

 

Zo is op 1 juli 2023 ook de wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze is bedoeld om huurders te beschermen tegen misstanden in de verhuurpraktijk. De wet biedt gemeenten concrete instrumenten om op te treden tegen malafide verhuurders die bijvoorbeeld arbeidsmigranten onder slechte omstandigheden huisvesten. Arbeidsmigranten zijn vaak extra kwetsbaar vooral wanneer:

  • -

    Huisvesting wordt gekoppeld aan het werk

  • -

    Er sprake is van overbewoning of gebrekkige voorzieningen

  • -

    Zij geen toegang hebben tot juridische bijstand

De wet goed verhuurderschap stelt gemeenten in staat om hier gericht op te handhaven, juist ter bescherming van deze groep.

 

Deze wet draagt ook bij aan de bredere aanpak van illegale arbeidsmigratie en huisvesting onder andere door:

  • -

    Registratieplicht en transparantie in wie waar woont;

  • -

    Verplichting voor werkgevers/verhuurders om fatsoenlijke huisvesting aan te bieden;

  • -

    Informatie-uitwisseling tussen instanties zoals gemeenten, politie en arbeidsinspectie.

Gemeente kunnen dit combineren met de Wet bibob om malafide verhuurconstructies door te lichten en vergunningen te weigeren of in te trekken als er criminele risico’s zijn.

 

Gemeente Meerssen zet direct in op een laagdrempelig, gratis meldpunt, zodat huurders hun meldingen kunnen doen. De gemeente Meerssen is daarom aangesloten bij het meldpunt “Huurteam Zuid-Limburg”. Dit meldpunt neemt tot aan de handhaving alle taken van de wet goed verhuurderschap op zich.

 

Illegale bewoning arbeidsmigranten

Aantal

Aanpak ondermijnende activiteiten

5

Arbeidsmigranten en illegale bewoning: toezicht en opvolging

1

Integrale aanpak kwetsbare bewoners arbeidsmigranten

1

4.1.3. Ondermijnende activiteiten in panden

Dit betreft ondermijnende activiteiten zoals de productie of opslag van drugs, heling van gestolen goederen of bedrijfsactiviteiten gericht op witwassen van geld. We treffen panden aan voor de productie van hennep en synthetische drugs en constateren afvaldumpingen vanuit drugsproductie. De ondermijnende activiteiten vormen een groot risico voor brand of ontploffing, dumping van afval, aantasting van de veiligheid en leefbaarheid en ondermijning van de samenleving.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Voldoen aan de criteria van de Limburgse norm weerbare overheid;

  • -

    Opvolgen van meldingen van inwoners en van signalen van opsporingspartners/toezichthouders door afstemming in het ondermijningsoverleg en (gezamenlijke) controle van panden;

  • -

    Uitvoeren van preventieve controles bij kwetsbare panden, branches en gebieden die in het ondermijningsbeeld prioriteit krijgen, daarbij werken we samen met het ACT!;

  • -

    Uitvoeren van hercontroles bij aangetroffen overtredingen op ondermijning en op de verzegeling bij het sluiten van panden;

  • -

    Inzetten van passende bestuurlijk instrumentarium - zoals sluiting van een pand - om ondermijnende activiteiten te stoppen.

Aanpak in 2025

De gemeente Meerssen past onder andere de Wet bibob toe om te voorkomen dat vergunningen worden misbruikt voor criminele doeleinden. De gemeente Meerssen is – tezamen met andere gemeenten – aan de slag gegaan om de beleidsregel voor de wet Bibob gemeente Meerssen te actualiseren. Deze beleidsregel is vastgesteld in april 2025.

 

Daarnaast beschikt de gemeente Meerssen ook over Damoclesbeleid. De beleidsregel “Damocles Lokalen en Woningen” is in 2025 vastgesteld en in werking getreden. Op basis van de beleidsregel damocles lokale woningen kan de burgemeester panden sluiten waarin drugs worden geproduceerd, verhandeld of aanwezig zijn. Deze maatregel is bedoeld om de openbare orde te herstellen en criminele activiteiten te stoppen. De gemeente Meerssen past dit beleid strikt toe, gezien de negatieve effecten van drugscriminaliteit op de leefomgeving en veiligheid.

 

Zoals eerder ook genoemd werkt de gemeente Meerssen intensief samen met omliggende gemeenten in het ACT! Interventieteam Maastricht-Heuvelland. Door deze samenwerking kunnen gemeenten informatie uitwisselen en gecoördineerde acties uitvoeren. Dit komt het tegengaan van ondermijnende activiteiten in panden alleen maar ten goede.

 

In Meerssen is sprake van een aanzienlijke stijging van het aantal MMA-meldingen. Deze toename is mede het gevolg van de investeringen die zijn gedaan in de bewustwording van zowel inwoners als gemeentelijke medewerkers. Een voorbeeld hiervan is de training mensenhandel die in samenwerking met het RIEC is georganiseerd. Door deze inzet zijn betrokkenen beter in staat signalen van ondermijnende criminaliteit te herkennen en weten zij ook waar deze signalen gemeld kunnen worden. Dit heeft geleid tot een grotere meldingsbereidheid en daarmee tot een stijging van het aantal meldingen over het algeheel genomen.

 

Ondermijnende activiteiten

Aantal

Aanpak ondermijnende activiteiten

5

Sluiting woning of pand

1

4.1.4. Brandveilig gebruik

De regels voor brandveilig gebruik zijn vastgelegd in het landelijke Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de APV en de VFL. Per gebruiksfunctie is vastgelegd vanaf welk aantal aanwezige personen een meldingsplicht geldt voor het bouwwerk. In het omgevingsplan kunnen we maatwerkregels stellen voor bijzondere gevallen.

 

In gebouwen met niet-zelfredzame personen (ziekenhuis, scholen, kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen) is het risico op slachtoffers bij uitbreken van brand groot. De niet-zelfredzame personen kunnen niet of zeer beperkt op eigen kracht het pand verlaten.

 

In gebouwen waar veel bezoekers komen (bioscopen, horeca, winkels) is het risico op slachtoffers bij het uitbreken van brand ook vrij groot. Bezoekers kennen beperkt vluchtwegen en zijn niet op de hoogte hoe te handelen in geval van brand. Het voorkomen van branden in deze panden is van groot belang, evenals brandsignalering, alarmering en doormelding, vluchtwegen, rook- en brandbeheersing en het voorkomen van brandoverslag.

 

Bij brandveilig gebruik gaat het ook om het voldoen aan de bouwkundige vereisten van het gebouw. De benodigde voorzieningen en installaties dienen in voldoende mate aanwezig en onderhouden te zijn om het risico op (verspreiding van) brand te verminderen.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Voorkomen van slachtoffers door risicogericht toezicht

  • -

    Integraal toezicht op de vereiste brandvoorzieningen en bouwkundige brandveiligheidsaspecten door de brandweer en gemeente

  • -

    Aanvragers er op wijzen dat ze aanpassingen doorgeven via de gebruiksmelding

  • -

    Voorlichting geven over nut en noodzaak van technische voorzieningen en vergroten bewustzijn van risico’s van brand.

Aanpak in 2025

De Veiligheidsregio Zuid-Limburg (hierna: VRZL) adviseert op de bouwaanvragen die qua brandveiligheid complex zijn of waar een beroep op gelijkwaardigheid wordt gedaan. Verder handelt de VRZL meldingen brandveilig gebruik af onder mandaat. Bij grotere bouwprojecten is de VRZL in de voorfase betrokken om de aandachtspunten vroeg in het ontwerp mee te kunnen nemen, zoals bereikbaarheid voor hulpdiensten, opstelplaatsen en openbare bluswatervoorzieningen.

 

VRZL voert controles uit tijdens de gebruiksfase (meldingen brandveilig gebruik). De verantwoordelijkheid voor de handhaving ligt bij de gemeente. De VRZL is betrokken bij controles op de bestaande bouw en gebruikscontroles. De VRZL adviseert ook bij andere activiteiten, zoals evenementen, ruimtelijke plannen (bereikbaarheid en voorzieningen) en veiligheidsnormen bij het werken met of transporteren van gevaarlijke stoffen en vuurwerk. Ook voert de VRZL toezicht uit. Voor niet-bouwwerken (tenten, podia, kermissen) wordt gewerkt volgens het “Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen” en het gemeentelijk beleid voor evenementen. De samenwerkingsafspraken tussen de VRZL en de gemeente liggen vast.

 

Dit proces wordt uiteraard verder gezet in 2026.

 

Brandveilig gebruik

Aantal

Melding brandveilig gebruik

10

4.1.5. Woonoverlast

Bij diverse huishoudens wordt door de verhuurder een aanzegging gedaan tot huisuitzetting indien sprake is van excessieve overlast, criminele activiteiten of het niet betalen van de huur.

Van woonoverlast als gevolg van vervuiling / hoarding is sprake als een bewoner een zodanig verzameling aanhoudt dat de eigen veiligheid en gezondheid in het geding komt. Bij extreme verzamelwoede komt de constructieve veiligheid en de brandveiligheid van de woning in gevaar.

Er kan sprake zijn van zodanige vervuiling dat de gezondheid van de bewoner en de omwonenden in gevaar komt of dat omwonenden hinder ondervinden.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Reageren op meldingen van woonoverlast, bespreken en afstemmen in het zorg- en veiligheidsoverleg met partners zoals politie, woningbouw, welzijnswerk

  • -

    Uitoefenen van toezicht indien dwang wordt toegepast bij het opschonen van de woning

  • -

    Toepassing van de beleidsregels m.b.t. de Wet aanpak woonoverlast

Aanpak in 2025

De gemeente Meerssen hanteert een gestructureerd aanpak om ernstige woonoverlast te bestrijden gebaseerd op de Wet aanpak woonoverlast (art. 151d Gemeentewet). Deze wet geeft de burgemeester de bevoegdheid om in te grijpen wanneer het woongenot van omwonenden ernstig wordt verstoord. Dit plan van aanpak volgt uit artikel 151d Gemeentewet jo. artikel 2.13.1 van de APV. Daarnaast heeft de gemeente Meerssen dit verder uitgewerkt in haar beleidsregel “beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Meerssen houdende regels omtrent woonoverlast”. Deze is geactualiseerd in januari 2025.

 

De gemeente Meerssen volgt een stapsgewijze aanpak:

  • -

    Melding of signalering:

    Omwonenden kunnen de overlast melden bij de gemeente;

  • -

    Onderzoek en beoordeling

    De gemeente Meerssen onderzoekt de melding en beoordeelt de ernst en frequentie van de overlast, vaak in samenwerking met politie, woningcorporaties, veiligheidshuis of andere betrokkenen;

  • -

    Overleg en waarschuwing

    De gemeente Meerssen zoekt als eerste contact met de overlastgever voor een gesprek. Indien nodig volgt een officiële waarschuwing

  • -

    Gedragsaanwijzing

    Als ultimum remedium kan de burgemeester een gedragsaanwijzing opleggen, eventueel gepaard met een last onder dwangsom of bestuursdwang.

 

Woonoverlast

Aantal

Woonoverlast of verward gedrag

9

Gebiedstoezicht (parkeeroverlast)

334

4.1.6. Overlast openbare orde door (groepen van) personen

Dit gaat over overlast en verstoring van de openbare orde door groepen die rondhangen, vernielingen aanrichten, rotzooi achterlaten of drugs gebruiken of verhandelen. De overlast wordt door inwoners als bedreigend ervaren, geeft een onveilig gevoel en kan leiden tot vervuiling. Op basis van meldingen van inwoners, eigen constateringen en signalen van instanties treden de Boa’s op. In sommige gevallen, zoals bij jongerenoverlast is dat in samenwerking met jongeren- of welzijnswerkers en de politie.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Vergroten van de meldingsbereidheid bij overlast;

  • -

    Reageren op meldingen van overlastsituaties van groepen personen of jongeren met overlast gevend gedrag;

  • -

    Samen met onze partners aanpakken van groepen die structureel overlast geven. Afstemming wordt gezocht in het zorg- en veiligheidsoverleg. Aanpak is zowel gericht op preventie als repressie

Aanpak in 2025

De gemeente Meerssen heeft in 2025 diverse maatregelen genomen om overlast en verstoringen van de openbare orde door (groepen van) personen aan te pakken.

 

Op basis van de APV kan de burgemeester die de openbare orde verstoren een gebiedsontzegging voor een bepaalde duur opleggen.

 

Overlast door (een groep van) personen

Aantal

Meldingen van openbare ruimte inzake overlast (incl. overlast door (een groep van) personen)

395

 

4.2. Doelstellingen met een gemiddelde prioriteit

Hierboven hebben we uiteengezet hetgeen wij hebben verwezenlijkt met betrekking tot de gestelde hogere prioriteiten. Zoals ook aangegeven zullen de gestelde doelstellingen met een gemiddelde prioriteit slechts aan bod komen aan de hand van actuele relevantie.

4.2.1. Strijdig gebruik recreatiegebouwen

Er is strijdig gebruik van een recreatieterrein of -woning als die wordt gebruikt als hoofdverblijf en/of permanent wordt bewoond. Het komt voor en de bebouwing en omgeving lenen zich er voor. Veilig en gezond wonen komen in het geding en daarnaast is het onduidelijk om hoeveel en welke (kwetsbare of ongeregistreerde) personen het gaat.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Integrale, regionale aanpak (Heuvelland) op kwetsbare inwoners die noodgedwongen gebruik maken van bewoning op recreatieterreinen en op illegale bewoning;

  • -

    Handhaven wanneer permanente/illegale bewoning recreatiegebouwen aan de orde is.

Aanpak in 2025

De gemeente Meerssen hanteert een strikt beleid ten aanzien van permanente bewoning van recreatiewoningen. Volgens de geldende bestemmingsplannen is het niet toegestaan om recreatiewoningen permanent te bewonen. De gemeente Meerssen treedt handhavend op bij overtredingen.

 

In 2024 is de gemeente Meerssen ook gestart met het vormgeven van een beleidsregel aanpak permanent bewonen van recreatiewoningen. Vanwege het uitvallen van de OOV’er is dit nog lopende.

 

Strijdig gebruik recreatiegebouwen

Aantal

Toezicht op illegaal gebruik, illegale bewoning, bouw, sloop, werken van recreatiewoningen

5

Integrale aanpak illegale bewoning (kwetsbare bewoners) recreatiegebouwen

1

4.2.2. Tijdelijke bouwwerken bij evenementen

Bij evenementen of andere festiviteiten worden regelmatig tijdelijke bouwwerken gerealiseerd en gebruikt zoals podia, tribunes, (feest)tenten, attracties. Hierbij speelt de bouwveiligheid ten aanzien van constructie, verankering, montage en gebruik. We zien de risico’s toenemen als gevolg van extreme weersomstandigheden (hoosbui, onweer, windstoten). Ook zien we dat organisatoren op

het laatste moment een ander bouwwerk realiseren dan is vermeld in de (vergunning)aanvraag en die we hebben beoordeeld. Dit komt doordat de beschikbaarheid op het laatste moment wijzigt. De beoordeling van tijdelijke bouwwerken is al diepgaand bij vergunningaanvragen en meldingen en we houden actief toezicht. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator en deze is steeds professioneler in het anticiperen op veranderende weersomstandigheden.

 

Doelen uitvoeringsstrategie

  • -

    Voorkomen van onveilige situaties met tijdelijke bouwwerken bij evenementen door een diepgaande beoordeling van aanvragen en actief toezicht

  • -

    Ingrijpen bij extreme weersomstandigheden of onvoorziene omstandigheden waar de veiligheid in het geding is

  • -

    Sturen op indieningsvoorwaarden om de volledige en juiste tekeningen van tijdelijke bouwwerken met de aanvraag in te dienen

  • -

    Opleggen van beheersmaatregelen in de vergunning

Aanpak in 2025

De gemeente Meerssen hanteert een integrale aanpak voor de handhaving van tijdelijke bouwwerken bij evenementen waarbij zowel de APV als het Omgevingsplan en de Omgevingswet van toepassing zijn.

 

De toezichthouder van team Omgeving houdt nauw toezicht op de veiligheid van de tijdelijke bouwwerken tijdens evenementen.

 

APV en Bijzondere wetten

Aantal

Melding evenement

71

Vergunning evenement A

112

Vergunning evenement B

10

Vergunning evenement C

0

5. CONCLUSIE

In 2025 heeft de gemeente Meerssen op een effectieve en doelmatige wijze uitvoering gegeven aan haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De uitvoering vond plaats binnen de kaders van het VTH-beleidsplan, de uitvoeringsstrategie, de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de Verordening fysieke leefomgeving.

 

Het jaar 2024 stond in belangrijke mate in het teken van het verder inbedden van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen binnen de gemeentelijke organisatie. Hoewel de implementatie van deze wetgeving ook in 2025 nog de nodige aandacht vroeg, kan worden geconcludeerd dat de werkprocessen grotendeels zijn aangepast aan het nieuwe wettelijke stelsel. Medewerkers, inwoners, ondernemers en initiatiefnemers weten steeds beter hun weg te vinden binnen de nieuwe procedures en digitale systemen. Tegelijkertijd blijkt dat bepaalde onderdelen van de wetgeving, zoals de scheiding tussen de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit, in de praktijk nog steeds vragen oproepen en extra begeleiding vragen.

 

Ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft geleid tot veranderingen in de uitvoering van vergunningverlening en toezicht. Hoewel het aantal bouwmeldingen binnen gevolgklasse 1 nog beperkt is gebleven, heeft de gemeente haar werkprocessen aangepast aan de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en kwaliteitsborger. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor de verdere ontwikkeling van het nieuwe stelsel.

 

Een andere belangrijke ontwikkeling was de verdere implementatie van Rx.Mission als centraal VTH-systeem. In 2025 zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van functioneel beheer, digitalisering van processen, autorisatiebeheer, werkinstructies en dashboardontwikkeling. Hierdoor beschikt de organisatie steeds beter over actuele informatie waarmee toezicht en handhaving risicogericht kunnen worden uitgevoerd. Ook zijn de toezichttaken uit de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen binnen het systeem, waardoor een integraler beeld ontstaat van de naleving binnen de fysieke leefomgeving.

 

De Verordening fysieke leefomgeving heeft zich in 2025 ontwikkeld tot een belangrijk instrument voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De verordening biedt een integraal lokaal kader voor uiteenlopende onderwerpen binnen de fysieke leefomgeving en draagt bij aan een uniforme uitvoering van gemeentelijke taken. De verordening is zowel bij vergunningverlening als bij toezicht en handhaving actief toegepast.

 

Bij de uitvoering van de prioriteiten uit het VTH-beleidsplan zijn goede resultaten geboekt. Op het gebied van evenementen is verder gewerkt aan het optimaliseren van processen en het actualiseren van beleid. Daarnaast is nadrukkelijk aandacht besteed aan de relatie tussen evenementenvergunningen en de Omgevingswet. De aanpak van ondermijnende activiteiten heeft onverminderd prioriteit gehad. Hierbij is intensief samengewerkt met partners zoals de politie, het ACT! Interventieteam Maastricht-Heuvelland, de Omgevingsdienst Zuid-Limburg en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg.

 

Ook op het gebied van brandveiligheid, woonoverlast en openbare orde zijn de doelstellingen uit de uitvoeringsstrategie grotendeels gerealiseerd. De samenwerking met externe partners en de integrale aanpak van complexe casussen hebben bijgedragen aan een veilige, gezonde en leefbare fysieke leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeente Meerssen.

 

Het Interbestuurlijk Toezicht door de provincie Limburg heeft bevestigd dat de gemeente haar wettelijke taken binnen het omgevingsrecht naar behoren uitvoert. De beoordeling "voldoende" laat zien dat de gemeente beschikt over een solide basis voor de uitvoering van haar VTH-taken en dat de ingezette verbeteringen effect hebben.

 

Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten voor de komende jaren. De doorontwikkeling van datagedreven werken, de verdere inrichting van dashboards, het verder professionaliseren van werkprocessen, het actualiseren van beleidsregels en het versterken van de personele capaciteit blijven belangrijke opgaven. Ook blijft aandacht nodig voor de verdere implementatie van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de toepassing van de Verordening fysieke leefomgeving.

 

De gemeente Meerssen kijkt met vertrouwen vooruit naar 2026. Op basis van de ervaringen uit 2025 wordt verder gebouwd aan een professionele, toekomstbestendige en risicogerichte VTH-organisatie waarin samenwerking, dienstverlening, transparantie en kwaliteit centraal staan. Daarmee blijft de gemeente werken aan een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers.

Naar boven