|
Het kenmerk van het segment individuele begeleiding is dat de aanbieder de prestaties levert in relatie tot de onderliggende problematiek van de cliënt en gericht is op het individu in zijn thuissituatie. De aanbieder betrekt bij zijn inzet tevens de mantelzorgers, het gezin, het sociaal netwerk en/of andere professionals (o.a. school, kinderdagverblijf, wijkverpleegkundige, specialist, casusregisseur, etc.).
Het doel van de maatwerkvoorziening individuele begeleiding is de cliënt in staat te stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Het doel van de maatwerkvoorziening is het verbeteren of stabiliseren van de zelfredzaamheid of participatie van een cliënt. Met de inzet van de maatwerkvoorziening begeleiding moeten ondersteuningsdoelen worden gerealiseerd. De doelen waaraan wordt gewerkt, worden bepaald aan de hand van het onderzoek.
Binnen dit segment is het toegestaan na afstemming met de cliënt individuele begeleiding op een andere fysieke locatie dan de privéwoning van de cliënt te bieden. Het is uitgesloten een vervoersbeweging te declareren. Tevens is het mogelijk dat de aanbieder de ondersteuning op een innovatieve wijze inzet, bijvoorbeeld door de ondersteuning deels digitaal te bieden.
Individuele begeleiding licht kan worden ingezet om een zogenaamde waakvlam te realiseren.
|
Samenvatting:
De inzet “licht” wordt geboden aan cliënten waarvan de problematiek in beeld en voorspelbaar is en enkelvoudig is. De zorgzwaarte licht is tevens passend als door de aanwezigheid van een actief sociaal netwerk de problematiek beheersbaar blijft en de inzet van een maatwerkvoorziening beperkt is. Met een beperkte maatwerkvoorziening kan de situatie beheersbaar worden gehouden. Het aantal doelen waaraan gewerkt wordt is beperkt. Hierdoor kan er met focus toegewerkt worden naar een oplossing van het onderliggende probleem of (tijdelijk) zelfzorg tekort. Het gaat hierbij ook om cliënten waarbij verwacht wordt dat zij binnen afzienbare tijd weer zonder inzet vaneen maatwerkvoorziening zelfstandig kunnen functioneren.
Type cliëntkenmerken:
- 1.
Cliënten zijn in staat om zelf om hulp te vragen en kunnen, eventueel met ondersteuning, een concrete hulpvraag formuleren.
- 2.
Eigen kracht is (beperkt) aanwezig, maar dient in risico periodes te worden gestimuleerd of ondersteunt.
- 3.
Cliënten zijn onder stabiele omstandigheden in staat om (redelijk) zelfstandig te functioneren.
- 4.
Problematiek is voorspelbaar bij het ontbreken van stabiele omstandigheden.
- 5.
Bij deze cliënten bestaat het risico op overvraging door haar/zijn omgeving.
Doel van de ondersteuning
Het doel is de cliënt inzicht te bieden in zijn of haar problematiek en voldoende oplossingsvermogen te geven om hier bij onstabiele omstandigheden mee om te gaan. Hiermee kan de cliënt zijn of haar zelfredzaamheid behouden en/of vergroten en (wederom) volledig zelfstandig participeren in de samenleving. Wanneer er geen sociaal netwerk is wordt er met ondersteuning ingezet op opbouw van het netwerk. Indien er wel een actief sociaal netwerk is wordt dit zo veel mogelijk uitgebouwd om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen en het bredere netwerk rondom de cliënt actief te betrekken.
Ondersteuning
De begeleiding (individueel of in groepsverband) is gericht op zelfredzaamheid, regie en structuur in het leven, plannen van dagelijkse activiteiten, het aanleren of behouden van vaardigheden en het ondersteunen van mantelzorgers. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat zo nodig ondersteuning geboden wordtbij ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen). De categorie licht ingezet kan worden als een “waakvlam functie”.
De categorie licht kan worden ingezet als waakvlam functie. De waakvlam functie is een preventieve vorm van begeleiding die kan worden ingezet voor monitoring en incidentele ondersteuning nadat de beoogde resultaten uit het ondersteuningsplan zijn gerealiseerd. Het is een vorm van begeleiding op afroep en om ‘vinger aan de pols’ te houden. Het gaat bij deze vorm van begeleiding om laagfrequente begeleiding waarbij minder sprake is van vaste periodieke contactmomenten van de aanbieder met de Cliënt. Deze vorm van begeleiding wordt ingezet om terugval te voorkomen en kan laagdrempelig door de Cliënt worden ingeroepen. Dit laagdrempelige contact kan nuttig zijn als afbouw na een ondersteuningsperiode of als stabilisatie. Voor de Cliënt en zijn netwerk is duidelijk waar hij terecht kan bij risico op terugval. Ook biedt dit laagdrempelige contact voor de Cliënt en de aanbieder de mogelijkheid om de begeleiding weer tijdig op te schalen als dit nodig is.
|
Samenvatting:
De inzet “midden” wordt geboden aan cliënten waarvan de problematieken in beeld en voorspelbaar zijn, maar meervoudig of zwaar enkelvoudig zijn. De zorgzwaarte midden is tevens passend als door overbelasting van de mantelzorger of een zeer beperkt of inactief sociaal netwerk de problematiek groter is en de inzet van een maatwerkvoorziening nodig is. Het aantal doelen waaraan in gedurende de looptijd van de indicatie bij deze cliënten wordt gewerkt, is doorgaans groter (dan bij de zorgzwaarte licht) en vergen daarmee meer tijd.
Type cliëntkenmerken:
- 1.
Eigen kracht is beperkt aanwezig.
- 2.
Cliënten zijn beperkt in staat zelfstandig om hulp te vragen en een concrete hulpvraag te formuleren;
- 3.
Beperkt tot zeer beperkt zelf inzicht of beeld van ziekte/beperking (inschatten van oorzaak - gevolg);
- 4.
Behoefte aan structuur, vaste patronen en sturing en zijn niet in staat dit zelf te realiseren en daardoor afhankelijk van externe factoren (zoals een zeer actieve houding van mantelzorger/sociaal netwerk, begeleiding, hulpmiddelen). Ditis bijvoorbeeld dagbesteding met vaste structuren in de dagindeling.
- 5.
Ziekte of beperking zorgt vaak voor een verstoorde verhouding met de omgeving (denk aan gedragsverandering bij dementie, verslaving, NAH, etc.)
- 6.
Er kan sprake van een "dubbele diagnose".
- 7.
Cliënt is nietgoed in staat zelfstandig een sociaal netwerkop te bouwen en te onderhouden. Hier is gerichte ondersteuning en begeleiding bij nodig.
Doel van de ondersteuning
Met de prestatie "midden" wordtbeoogd cliënten te voorzien van ondersteuning, gericht op omgaan met of indien mogelijk, verminderen van de problematiek. Waar mogelijk wordt afschaling naar de inzet “licht”, nagestreefd.
De doelen kunnen verschillen per doelgroep. Doel van cliënten met somatische problematiek is het zoveel mogelijkin stand houdenof verbeteren van de zelfredzaamheid en het stimuleren van participatie in de samenleving. Doel van cliënten met psycho-geriatrische problematiek is het zoveelmogelijk structuur biedenin het dagelijks leven en het zo lang mogelijk stabielhouden van de lichamelijke en psychische conditie. Wanneer het gaat begeleiding in groepsverband is het bieden van een veilige en vertrouwde omgeving in kleiner groepsverband (max. 10) van groot belang. Doel voor cliëntenmet ambulante begeleiding is de cliënt inzicht bieden in zijn of haar problematiek en hoe hiermee om te gaan. De problematiek heeft doorgaans niet alleenbetrekking op het individu, maarkan ook eendirecte relatie hebbenmet het sociaal netwerk. Opbouw of uitbreiding van het sociale netwerk is een belangrijk element. De ondersteuning richt zich hierbij dan ook in grote mate op het sociaal netwerk en de mantelzorger. Het is van groot belang dat, naast de client, ook de omgeving van de cliënt inzicht heeft in de problematiek van de cliënt en hoe hier door de omgeving mee kan worden omgegaan.
Ondersteuning
- 1.
Sluit aan bij interesses en mogelijkheden van cliënt
- 2.
Gericht op structuur, vastepatronen en zingeving.
- 3.
Stimulans/activering is nodig om maatschappelijke deelname zelfstandig vorm te geven
- 4.
Moeilijk verstaanbaar/onaangepast gedrag ontstaat als de structuren niet duidelijk genoeg zijnof als van vertrouwde patronen wordt afgeweken, bijvoorbeeld tijdens vakanties of tijdelijke afwezigheid van voor de cliënt belangrijke personen. De observatie van de begeleiding is dus ook gericht op de voortekenen van dit gedrag door middel van signaleringsplannen.
- 5.
De begeleiding dient in nabijheid te worden aangeboden, zodat hier direct op terug gevallen kan worden en begeleiding directkan handelen bij het signaleren van moeilijkheden om escalatie te voorkomen. Op de dagbesteding is bijvoorbeeld altijd een begeleider beschikbaar.
- 6.
Er is ondersteuning nodig bij het opbouwen en in stand houden van een sociaal netwerk.
- 7.
Er wordt ondersteuning gebodenbij ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen).
|
Samenvatting:
Kenmerkend voor de inzet “zwaar” is dat deze wordt geboden aan cliënten waarbij sprake is van een zeer complexe situatie, waarin de (onderliggende) meervoudige problematieken een onvoorspelbaar karakter hebben en mogelijk nog niet direct in beeld zijn. Deze zorgzwaarte is tevens passend als er (tijdelijk) geen mantelzorger of sociaal netwerk is en de nodige ondersteuning volledig gerealiseerd moet worden door inzet van één of meerdere maatwerkvoorziening(en). Indien nodig wordt hierbij casusregie ingezet. Het aantal doelen en de complexiteit van de doelen waaraan in gedurende de looptijd van de indicatie bij deze cliënten wordt gewerkt, is doorgaans groter (dan bij de zorgzwaarte midden) en kunnen daarmee meer tijd of intensiteit vergen.
Type cliëntkenmerken:
De categorie "zwaar" richt zich op cliënten voor wie een intensief beroep op ondersteuning noodzakelijk is.
- 1.
Er is sprake van zeer ernstig beperkte eigen kracht in verband met ernstige (onderliggende) problematiek.
- 2.
Cliënten zijn zeer beperkt in staatzelfstandig om hulpte vragen of een concrete hulpvraag te formuleren;
- 3.
Zeer beperkt tot geen zelf- en/of ziekte-inzicht;
- 4.
Geen inzicht in de verstrekkende gevolgen van het eigen gedragvoor omgeving en betrokkenen;
- 5.
Mantelzorger of sociaal netwerk is (tijdelijk) niet betrokken en cliënt is niet in staatom zelfstandig een sociaal netwerkop te bouwenen te onderhouden.
- 6.
Er is vaak sprake van een "dubbele diagnose". Combinaties zijn bijvoorbeeld een verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek, een somatische grondslag in combinatie met gedrag (NAH)en/of een verstandelijke beperking in combinatie met een lichamelijke beperking;
- 7.
Problematiek raakt vaak diverse leefgebieden waarvoor meerdere maatwerkvoorzieningen noodzakelijk zijn.
- 8.
Zeer complex ziektebeeld of meervoudige beperking zorgt voor een verstoorde verhouding met de omgeving (denk aan gedragsverandering bij dementie, verslaving, NAH, etc.
- 9.
Moeilijk verstaanbaar/onaangepast gedragkan zich zowel aan de hand van "triggers" als spontaanvoordoen.
- 10.
Casusregie wordt ingezet als er een complexsysteem van instanties en personen betrokken bij de cliënt.
- 11.
Zorgvraag kan zeer complex zijn door ethische vraagstukken (bijv. begeleiden van eenex-gedetineerde na ernstige (gewelds)delicten).
Doel van de ondersteuning
Ook bij de categorie “zwaar” kunnen de doelen verschillen per doelgroep. Wanneer het gaat om een zeer complexe situatie die van tijdelijk van aard is (dreigende escalatie) kan het doel zijn om d.m.v. tijdelijk zeer intensieve begeleiding (eventueel i.c.m. andere maatwerkvoorzieningen) een crisissituatie te voorkomen. Door op diverse leefgebieden ondersteuning in te zetten kan gericht worden ingezet op omgaanmet of indien mogelijk, verminderen van de problematiek. Hierbij wordt zoveel mogelijk afschaling naar de inzet “midden”, nagestreefd.
Wanneer het gaat om een zeer complexe situatie die blijvend/chronisch van aard is, gekenmerkt wordt door ernstige blijvende beperkingen of geleidelijke verslechtering, is het doel de cliënt en zijn omgeving te ondersteunen zodat de cliënt zo lang mogelijk in zijn eigen omgeving kan blijven wonen. De ondersteuning heeft dan een structureel karakter en vraagt om meer deskundigheid (dan bij de categorieën licht en midden) vanwege de complexiteit van de problematiek.
Doel van begeleiding in groepsverband is structuur te bieden in het dag- en nachtritme en het zo lang mogelijk stabielhouden van de lichamelijke en psychische conditie. Het bieden van een veilige en vertrouwde omgevingin klein groepsverband (max. 6) of individueel is hierbij van groot belang.
Doel voor cliëntenmet individuele begeleiding is gericht op behoud van de mate van zelfredzaamheid en voorkomen van crisissituaties of terugval in mate van zelfredzaamheid.
De problemen zijn doorgaans dusdanig complex dat de ondersteuning niet (deels) overgenomen kan wordendoor het sociaal netwerk of de mantelzorger. Er dient eerst te worden ingezet op (her)opbouw van het sociale netwerk en er moet worden geïnventariseerd of, -en in welke mate- het sociaal netwerk uiteindelijk een rol kan spelen in de ondersteuning. Dit is een belangrijk element, maar meestal moeilijk te realiseren. Het is van groot belang dat, naast de client, ook de omgeving van de cliënt inzicht heeft in de problematiek van de cliënt en hoe hier door de omgeving mee kan worden omgegaan, zodat het voor alle betrokkenen mogelijk is dat de cliënt zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen.
Ondersteuning
- 1.
Sluit aan bij interesses en mogelijkheden van cliënt
- 2.
Gericht op structuur, vastepatronen en sturing.
- 3.
De begeleiding dient in nabijheid te worden aangeboden, zodat hier direct op terug gevallen kan worden en begeleiding directkan handelen bij het signaleren van moeilijkheden om escalatie te voorkomen. Op de dagbesteding is bijvoorbeeld altijd een begeleider beschikbaar.
- 4.
Vaak is er (her)opbouw van het sociaal netwerk nodig, dat meestal moeilijk te realiseren is a.g.v. overbelasting of verstoorde verhoudingen.
- 5.
Er kan sprake zijn van onplanbare zorg.
- 6.
Er kan sprakezijn van aangepaste persoonlijke hulpmiddelen.
- 7.
Kenmerkend voor deze doelgroep is dat ondersteuning of overname gebodenwordt bij ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen).
|
|
Bij dagbesteding wordt de begeleiding in groepsverband georganiseerd. Het doel van dagbesteding is dat de cliënt (zo lang mogelijk) een zelfstandig leven leidt. De dagbesteding is een voor de cliënt betekenisvolle activiteit, waarbij de activiteiten zoveel mogelijk aansluiten bij de interesses en mogelijkheden van de cliënt.
Dagbesteding is er ook voor de ontlasting van mantelzorgers. Hiermee blijft het voor mensen mogelijk om thuis te kunnen wonen.
Dagbesteding is bedoeld om structuur te bieden en een zinvolle invulling van de dag te geven. Daarbij helpt het om de zelfstandigheid waar mogelijk te vergroten. Het gaat hier om structurele activiteiten met een vaste regelmaat onder professionele begeleiding.
De doelgroep:
1. Mensen met fysieke beperking
2. Mensen met verstandelijke beperking/LVB
3. Mensen met GGZ problematiek
4. Mensen met autisme
5. Mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt en onderwijs, m.n. arbeidsmatige dagbesteding
6. (ex)Dak- en thuislozen
7. Mensen met verslavingsproblematiek
8. Ouderen
9. Mensen met dementie
10. Jongeren die uitgevallen zijn/ thuiszitters
Soorten Dagbesteding:
- 1.
Recreatieve, belevingsgerichte dagbesteding of dagopvang.
- 2.
Ontwikkelingsgerichte dagbesteding, gericht op leren.
- 3.
Arbeidsmatige dagbesteding.
Bij arbeidsmatige dagbesteding kunnen mensen een zinvolle bijdrage leveren door het uitvoeren van diensten of het maken van producten. Deelnemers kunnen hun capaciteiten ontplooien, arbeidsmatig leren werken en waar mogelijk - en indien relevant -doorstromen naar vormen van betaalde arbeid.
De ondersteuning kan onder andere gericht zijn op de volgende resultaten (niet limitatief):
- 1.
Activiteiten buitenshuis om sociaal isolement te voorkomen;
- 2.
Deelname aan georganiseerde activiteiten;
- 3.
- 4.
Het aanbieden van routine en structuur voor de dag;
- 5.
Voorkomen van verwaarlozing/opname;
- 6.
Zoveel als mogelijk handhaven dan wel stimuleren van de zelfredzaamheid en cognitieve capaciteiten en vaardigheden.
- 7.
Stimuleren van niet-uitstelbare ADL-handelingen zoals toiletgang, toezien op medicatie-inname, nuttigen maaltijd.
|