Gemeenteblad van Eersel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eersel | Gemeenteblad 2026, 342116 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eersel | Gemeenteblad 2026, 342116 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp Eersel 2026
de gemeenteraad van de gemeente Eersel;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 mei 2026;
gelet op de artikel 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, lid 3 van de Jeugdwet en artikel 149 van de Gemeentewet;
vast te stellen de volgende verordening:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Actieplan: een document waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of zijn ouder(s) is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken, evenals de bijdragen die zowel het college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren en het moment en de wijze waarop de resultaten van de ontvangen jeugdhulpvoorziening met de jeugdige of zijn ouder(s) worden besproken;
Onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
Stevige Lokale Teams: Stevige Lokale Teams zijn wijkgerichte, laagdrempelige teams die integraal en domeinoverstijgend werken en die als herkenbaar en centraal aanspreekpunt fungeren voor inwoners met vragen over opgroeien, opvoeden en veiligheid, en die integraal en domeinoverstijgend werken aan vroege signalering, normaliseren en het voorkomen van zwaardere jeugdhulp en gedwongen kaders. Deze zijn nog in ontwikkeling.
HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN
Artikel 4. Toegang tot overige voorzieningen
Een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1c gaat voor op een individuele voorziening. Dit betekent dat een inwoner die gebruik kan maken van door het college georganiseerde collectieve zorg of begeleiding binnen het onderwijs, geen aanspraak kan maken op een individuele voorziening binnen het onderwijs voor dezelfde zorg of begeleiding.
Artikel 6. Toegang tot individuele voorzieningen via de huisarts, medische specialist of jeugdarts
Jeugdhulp die is verleend na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een aanbieder van jeugdhulp die daarvoor geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als het college soortgelijke jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente wel een contract- of subsidierelatie heeft.
Artikel 6a. Doorverwijzing naar gecontracteerde jeugdhulpaanbieder door huisarts, medische specialist of jeugdarts
Om te zorgen voor een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling en inzet van de individuele voorziening, houdt de jeugdhulpaanbieder zich bij de beoordeling van de hulpvraag na een verwijzing aan de regels van deze verordening en de afspraken met de gemeente binnen de contract- of subsidierelatie, waaronder het regionale protocol ‘Toegang tot jeugdhulp via de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts’.
In deze overeenkomst is vastgelegd dat de gemeente bevoegd is om te controleren of de jeugdhulpaanbieder het protocol correct toepast. De gemeente kan daarbij toetsen of de voorgestelde individuele voorziening juist, passend en conform het principe van de goedkoopst adequate voorziening is vastgesteld, inclusief de omvang en duur daarvan.
HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG VOOR EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE
Artikel 8. Onderzoek naar behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Artikel 9. Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Het college zorgt voor maatregelen die waarborgen dat het onderzoek en de voorbereiding van besluiten door de gemeente zorgvuldig plaatsvinden. Daarbij wordt er specifiek op gelet dat de organisatie die de jeugdhulp verleent of mogelijk gaat verlenen (of haar medewerkers) niet zelf adviseert over het toekennen van jeugdhulp en ook niet betrokken is bij het nemen van dat besluit.
Artikel 11. Verslag en aanvraag
Blijkt uit het verslag dat de gezamenlijke conclusie is dat de hulpvraag kan worden opgelost met eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, of met inzet van een andere of overige voorziening, dan wordt het verslag ondertekend door de jeugdige of zijn ouder(s) teruggestuurd. In dat geval is er geen sprake van een aanvraag voor een individuele voorziening.
Artikel 12. Medewerkingsverplichting van de jeugdige, ouders en huisgenoten
De jeugdige, de ouder(s) en de relevante huisgenoten zijn in het kader van de beoordeling van de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen verplicht medewerking te verlenen aan de oproep zoals bedoeld in het tweede lid onder a en de bevraging en/of onderzoek zoals bedoeld in het tweede lid onder b.
De medewerkingsplicht houdt ook in dat zij het college, zowel op verzoek als uit eigen beweging, informeren over feiten en omstandigheden waarvan zij redelijkerwijs kunnen weten dat die van invloed zijn op het recht op de voorziening. Daarnaast kunnen zij worden gevraagd mee te werken aan een bezichtiging van de woon- en leefsituatie of aan een controle van een verstrekte of te verstrekken voorziening.
Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief. In dat geval kan het college besluiten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
Artikel 13. Criteria voor toekenning van een individuele jeugdhulpvoorziening
Een jeugdige of ouder komt, naast de mogelijkheid van verwijzing door huisarts, medisch specialist of jeugdarts, in aanmerking voor een individuele voorziening van het college als het college van oordeel is dat jeugdhulp nodig is vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen én de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en een andere of overige voorziening de noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Artikel 14. Beoordeling eigen vermogen en probleemoplossend vermogen
Een individuele voorziening wordt niet verstrekt als uit het onderzoek van het college blijkt dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) toereikend zijn om, binnen de eigen mogelijkheden en zo nodig met inzet van het sociale netwerk of met ondersteuning van andere hulpverlenende instellingen, de nodige hulp te bieden die passend is bij de hulpvraag.
Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college, gelet op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen, ook als sprake is van psychische, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen, allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hiervoor benodigde hulp in beginsel ook door hen kan worden geleverd. Van beide ouders mag worden verwacht dat zij verregaande aanpassingen doen en maximaal naar oplossingen zoeken, ook als zij werken, studeren of gescheiden zijn.
Uit het onderzoek kan echter blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) tekortschieten, bijvoorbeeld omdat sprake is van:
geobjectiveerde beperkingen1 om noodzakelijke hulp te bieden;
Bij de beoordeling van de in het voorgaande lid bedoelde overbelasting wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om die overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren. Daarbij houdt het college rekening met:
De diagnose en behandeling van ernstige dyslexie (ED) voor kinderen van 7 tot 13 jaar in het basisonderwijs valt onder de Jeugdwet.
Artikel 17. Kinderopvang en buitenschoolse opvang
In uitzonderlijke situaties waarin een kind extra of specialistische begeleiding nodig heeft vanwege opgroei-, opvoedings- en psychische problemen en stoornissen, die niet door medewerkers van de opvang kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan vanuit de Jeugdwet begeleiding worden ingezet in het kader van de kinderopvang en buitenschoolse opvang.
Artikel 18. Besluit college en inhoud beschikking
HOOFDSTUK 5. AANVULLENDE REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB
Artikel 19. Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Een pgb voor informele hulp wordt alleen toegekend als dit niet leidt tot overbelasting van de zorgverlener. Het college gaat hierbij uit van een maximale werkweek van gemiddeld 40 uur per persoon. Het totaal aantal uren arbeid, inclusief de uren vanuit het pgb, mag die 40 uur per week niet overschrijden.
Het college gaat ervan uit dat de budgethouder op een zorgvuldige wijze invulling geeft aan zijn of haar verantwoordelijkheden. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen, moet de beoogd budgethouder, eventueel met hulp uit het sociale netwerk of van een budgetbeheerder, in elk geval:
Artikel 24. Bestedingsmogelijkheden pgb
Het pgb-tarief van de gemeente omvat zowel direct als indirect cliëntgebonden tijd. Naast de directe interactie met de cliënt of diens netwerk, zijn ook werkzaamheden zoals de voorbereiding van gesprekken of activiteiten, verslaglegging, casusoverleg met betrokken professionals en het opstellen van brieven of e-mails in het uurtarief opgenomen.
HOOFDSTUK 6. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK
Artikel 25. Herziening, intrekking, opschorting en terugvordering
Als een besluit is herzien of ingetrokken op grond van het tweede lid onder a (onjuiste/onvolledige gegevens), kan het college de geldschade vorderen van de te veel of ten onrechte genoten voorziening in natura of het pgb. In dat geval kan het college het ten onrechte genoten pgb bij dwangbevel invorderen.
Artikel 26. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s
Artikel 27. Overige maatregelen ter voorkoming oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik
Het college maakt met gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen
overeenkomen met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de daadwerkelijk geleverde prestaties.
HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING EN AFBAKENING
Artikel 29. Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning
HOOFDSTUK 8. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT
Artikel 31. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het bovenstaande geldt voor subsidies alleen voor zover deze worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s), en de omvang van de subsidie direct of indirect is gebaseerd op de hoeveelheid verrichte diensten.
HOOFDSTUK 9. KLACHTEN EN ZEGGENSCHAP
Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouder(s) over de afhandeling van aanvragen op grond van deze verordening en over de uitvoering van jeugdhulp door het CJG+ de Kempen overeenkomstig de Klachtenregeling Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten.
Artikel 33. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Het college stelt jeugdigen, hun ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid om voorstellen voor het jeugdhulpbeleid te doen en advies uit te brengen over verordeningen en beleidsvoorstellen op het gebied van jeugdhulp, en zorgt voor ondersteuning zodat zij hun rol effectief te kunnen vervullen.
Aanvragen die zijn ingediend onder de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ en waarop tijdens inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, worden afgehandeld op basis van deze verordening.
Bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ die voor die zaken zijn rechtskracht behoudt. Hiervan kan in het voordeel van de jeugdige of zijn ouder(s) worden afgeweken als heroverweging op basis van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Eersel 2026 tot een gunstiger uitkomst leidt.
a. op de gronden die in de ‘Verordening jeugdhulp 2022’ zelf zijn vermeld;
b. als uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat op basis van de op dat moment geldende verordening een ander besluit zou zijn genomen;
c. als de jeugdige of ouder wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-342116.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.