Gemeenteblad van Geldrop-Mierlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2026, 341631 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2026, 341631 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2026
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Het indexpercentage dat wordt gehanteerd voor de begroting van het jaar t en de meerjarenbegroting is het percentage dat in het Centraal Economisch Plan (uitgebracht in het jaar t-1) is opgenomen voor het jaar t. Het gaat om de “Loonvoet sector overheid” voor de index van de lonen en de “Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc)” voor de index van de prijzen.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Als het college verwacht dat de lasten van een geautoriseerd budget (op taakveldniveau), niet zijnde een investeringskrediet, dreigen te overschrijden, dan neemt het college deze overschrijding minimaal op in de eerstvolgende tussentijdse rapportage die aan de raad wordt voorgelegd. Wanneer in het lopende jaar géén tussentijdse rapportage meer wordt voorgelegd, meldt het college een dreigende overschrijding vanaf € 50.000,- in de eerstvolgende raadsvergadering.
Het college biedt aanvullend zo snel mogelijk ter vaststelling een voorstel aan, zo nodig voorzien van een begrotingswijziging, voor het wijzigen van het geautoriseerd budget of voor het bijstellen van het beleid.
Als het college verwacht dat de lasten van een geautoriseerd investeringskrediet dreigen te overschrijden, dan neemt het college deze overschrijding minimaal op in de eerstvolgende tussentijdse rapportage die aan de raad wordt voorgelegd.
Wanneer in het lopende jaar géén tussentijdse rapportage meer wordt voorgelegd, meldt het college een dreigende overschrijding van een geautoriseerd investeringskrediet in de eerstvolgende raadsvergadering als:
Het college biedt aanvullend zo snel mogelijk een voorstel aan, zo nodig voorzien van een begrotingswijziging, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet of voor het bijstellen van het beleid.
Het college is gemachtigd om in uitzonderingsgevallen, zonder voorafgaande rapportage aan de raad of een besluit van de raad, de lasten van een geautoriseerd budget of een geautoriseerde investeringskrediet met € 50.000,- of meer te overschrijden om de belangen van de gemeente naar de inzichten op dat moment zo goed mogelijk te behartigen. Deze omstandigheden zijn aan de orde wanneer het algemeen belang in een bepaalde situatie (mogelijk) nadelige gevolgen zou ondervinden indien geen beslissing wordt genomen en ingrijpen geen uitstel duldt. Deze uitzonderingsgevallen worden betiteld als “brandzaak” en terstond na het besluit van het college ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
Het college motiveert hierbij duidelijk waarom het een “brandzaak” is.
Het college informeert vooraf de raad en neemt een voorgenomen besluit over het aangaan van verplichtingen die niet conform de begroting zijn vastgesteld. Dit geldt voor bedragen vanaf € 50.000,-. De raad krijgt hierbij twee weken de gelegenheid om eventuele wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Wanneer twee of meer fracties aangeven niet met het voorgenomen besluit in te kunnen stemmen wordt het voorstel via de reguliere procedure zo snel mogelijk aan raad voorgelegd.
Artikel 6. Tussentijdse rapportage
In de tussentijdse rapportages worden alle (op dat moment bekende) afwijkingen op de ramingen van zowel baten, lasten als mutaties in reserves en/of voorzieningen opgenomen. Afwijkingen op de ramingen van taakvelden vanaf € 50.000,- worden apart nader toegelicht. Hierbij worden zowel baten als lasten toegelicht. Bedragen onder deze grens worden wél opgenomen, maar niet apart toegelicht.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 12. Waardering en afschrijving vaste activa
De raad stelt in een afzonderlijke nota nadere regels voor het beleid over waardering, activering en afschrijving vast. Ook stelt de raad een afschrijvingstabel vast.
Artikel 15. Kostprijsberekening
De kostprijs van rechten, heffingen en geleverde prestaties wordt bepaald met een extracomptabel stelsel van kostentoerekening. In de berekening worden directe en indirecte kosten meegenomen. Hieronder vallen onder andere overhead, overige lasten, (toerekenbare) btw, eventuele rente, afschrijvingen, mutaties in voorzieningen en gederfde inkomsten door kwijtschelding.
Bij de begroting worden de salarissen en ICT kosten zoveel als mogelijk direct toegerekend aan een taakveld. Bij de salariskosten wordt per organisatorische eenheid per medewerker of functie aangegeven welk deel van de tijd aan welk taakveld wordt besteed. Op basis hiervan wordt per organisatorische eenheid een percentage per taakveld bepaald.
Bij de jaarrekening worden de werkelijke salaris en ICT-kosten conform de verdeling van de begroting toegerekend aan de taakvelden. Uitzondering hierop vormen de grondexploitatie, investeringen en subsidieprojecten. Voor deze onderdelen vindt de toerekening plaats op basis van de daadwerkelijk geschreven uren.
Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening worden deze uren doorbelast tegen het bij de begroting vastgestelde tarief.
Bij de begroting wordt het overheadpercentage bepaald. Voor het bepalen van het overheadpercentage worden de totale overheadkosten gedeeld door het totaal van de geraamde directe lasten van de salarissen. Voor de toerekening van de overheadkosten, zoals bedoeld in lid 1, wordt het overheadpercentage vermenigvuldigd met de aan het taakveld direct toegerekende lasten van de salarissen.
Bij de jaarrekening wordt het overheadpercentage van de begroting vermenigvuldigd met de werkelijk aan het taakveld toegerekende lasten van de salarissen.
Bij de begroting wordt in het percentage van de rekenrente de rente over de voorziening verliesgevende complexen meegenomen. Het percentage van de rekenrente wordt herrekend bij de jaarrekening op basis van werkelijke rentelasten en de werkelijke boekwaarde op 1 januari. Herrekening van de rente vindt niet tussentijds plaats.
Artikel 16. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Het college doet de raad jaarlijks, uiterlijk in december voor aanvang van het nieuwe jaar, een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen.
Artikel 17. Financieringsfunctie
Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een Treasurystatuut. Hierbij worden de bepalingen van de Wet Financiering Decentrale Overheden, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, waarbij prudent beheer een basisvoorwaarde is, in acht genomen. Het college zendt het Treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
Artikel 22. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De Financiële verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2023, vastgesteld in de raadsvergadering van 13 juli 2023 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 6 juli 2026
De raad voornoemd,
W.H.F. Geboers
griffier
J.C.J. van Bree
voorzitter
Dit artikel bevat definities van begrippen die in de verordening meerdere malen voorkomen. Door deze begrippen te definiëren, wordt de eenduidige toepassing en interpretatie van de verordening bevorderd. Aangesloten is zoveel mogelijk bij de begrippen zoals deze worden gehanteerd in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
In dit artikel wordt bepaald dat de raad de programma-indeling vaststelt. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 8, eerste lid, van het BBV. De programma-indeling vormt de basis voor zowel de begroting als de jaarstukken. Door vaststelling door de raad wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd.
Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken
In dit artikel staan nadere afspraken over het presenteren van de (incidentele) baten en lasten en de investeringen in zowel de begroting als de jaarstukken.
Dit artikel bepaalt dat het college de kaders voor het opstellen van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming vooraf aan het opstellen daarvan aanbiedt aan de raad. Hiermee wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd.
Artikel 5 Autorisatie van de begroting en investeringskredieten
Dit artikel regelt de wijze waarop de raad de begroting en de investeringskredieten autoriseert. De lasten en baten per programma worden door de raad vastgesteld. Het college doet een voorstel voor de investeringen die afzonderlijk door de raad geautoriseerd moeten worden, zodat de raad expliciet kan besluiten over het aangaan van kapitaallasten. Hiermee wordt transparantie en budgetdiscipline bevorderd.
Artikel 6 Tussentijdse rapportages
Dit artikel bepaalt hoe vaak en op welk moment het college de raad informeert over de realisatie van de begroting. Door het opnemen van tussentijdse rapportages wordt de raad in staat gesteld tijdig bij te sturen. Afwijkingen groter dan het in dit artikel genoemde bedrag worden toegelicht, zodat de raad inzicht heeft in de financiële risico’s en ontwikkelingen.
In dit artikel staan nadere afspraken over het bestemmen van het jaarrekeningresultaat.
Afwijkingen op ramingen groter dan het in dit artikel genoemde bedrag worden toegelicht, zodat de raad inzicht heeft in de afwijkingen op de ramingen van de taakvelden.
Artikel 8 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
Dit artikel regelt de verantwoordings- en rapportagegrens voor fouten en onzekerheden in de rechtmatigheidsverantwoording. Door het opnemen van een grens wordt voorkomen dat geringe afwijkingen leiden tot een uitgebreide toelichting, terwijl materiële afwijkingen expliciet worden verantwoord. De gekozen werkwijze via het Controleprotocol zorgt dat grens jaarlijks aansluit bij de landelijke richtlijnen en waarborgt een evenwicht tussen inzichtelijkheid en uitvoerbaarheid.
Daarnaast is in dit artikel is vastgelegd vanaf welk bedrag afzonderlijke fouten en onzekerheden worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Hiermee wordt de controlerende rol van de raad ondersteund.
Artikel 9 Voorwaardencriterium
Dit artikel bepaalt de manier waarop het normenkader voor de rechtmatigheid wordt vastgesteld.
Artikel 10 Begrotingscriterium
Dit artikel verduidelijkt hoe begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld. Overschrijdingen van de door de raad geautoriseerde budgetten worden in beginsel als onrechtmatig aangemerkt, tenzij deze passen binnen door de raad vastgestelde uitzonderingen. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de wijze waarop met begrotingsafwijkingen wordt omgegaan in de rechtmatigheidsverantwoording.
Artikel 11 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
In dit artikel is vastgelegd dat het college zorgdraagt voor beleid ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. Eventuele constateringen op dit terrein worden betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eisen van rechtmatig en integer financieel beheer.
Artikel 12 Waardering en afschrijving van activa
In dit artikel is opgenomen waar de regels voor de waardering en afschrijving van vaste activa vastgelegd worden. Via een afzonderlijke nota kan eenvoudiger aangesloten worden bij de bepalingen uit het BBV. Door het vaststellen van afschrijvingstermijnen wordt uniformiteit en voorspelbaarheid in de financiële verslaglegging bereikt.
Artikel 13 Voorziening voor oninbare vorderingen
In dit artikel is vastgelegd voor welke openstaande vorderingen en tot welk bedrag er een voorziening wegens oninbaarheid gevormd wordt.
Artikel 14 Reserves en voorzieningen
In dit artikel is opgenomen waar de regels voor reserves en voorzieningen vastgelegd worden. Via een afzonderlijke nota kan eenvoudiger aangesloten worden bij de bepalingen uit het BBV.
Artikel 15 Kostprijsberekening
Dit artikel regelt de uitgangspunten voor de berekening van kostprijzen van gemeentelijke producten en diensten. Het doel hiervan is transparantie en een consistente toepassing bij het vaststellen van tarieven en heffingen.
Artikel 16 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
Dit artikel regelt dat de raad voor aanvang van het nieuwe jaar de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen kan vaststellen. Door vaststelling door de raad wordt de kaderstellende rol van de raad gewaarborgd.
Artikel 17 Financieringsfunctie
Dit artikel bevat kaders voor de financieringsfunctie van de gemeente. Het doel is het beperken van financiële risico’s, het beheersen van renterisico’s en het waarborgen van voldoende liquiditeit. De uitvoering van de financieringsfunctie berust bij het college binnen de door de raad gestelde kaders.
In dit artikel is vastgelegd dat de paragrafen conform het BBV in de begroting en jaarstukken worden opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij de verplichtingen uit het BBV en wordt gewaarborgd dat de raad beschikt over alle relevante informatie voor zijn kaderstellende en controlerende rol.
In dit artikel is vastgelegd hoe de opzet en werking van de financiële administratie ingericht moet zijn.
Artikel 20 Financiële organisatie
In dit artikel is vastgelegd hoe het college de financiële organisatie inricht om aan de afspraken in deze Financiële verordening te kunnen voldoen.
Dit artikel bepaalt dat het college zorgdraagt voor een systematische interne controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer. De resultaten van deze controles worden aan de raad gerapporteerd, zodat de raad zijn controlerende taak kan uitoefenen.
Artikel 22 Intrekken oude verordening en overgangsrecht
Dit artikel regelt de intrekking van de eerdere financiële verordening, zodat één actueel kader van toepassing is. Daarnaast is hierin de datum vastgelegd waarop de nieuwe verordening in werking treedt.
Artikel 23 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van de verordening en de wijze waarop deze kan worden aangehaald. Tevens vervangt deze verordening de eerdere financiële verordening, zodat één actueel kader van toepassing is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-341631.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.