Aanleiding
Als gevolg van de door de Hoge Raad gewezen arresten d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778) en 15 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1661), bekend als de ‘Didam-arresten’, is de gemeente Eindhoven, hierna: “(de) Gemeente”, gehouden om, gelet op het gelijkheidsbeginsel, indien geen openbare selectieprocedure wordt gehouden, kennis te geven van het voornemen tot uitgifte van onroerend goed.
De Gemeente maakt hierbij bekend dat zij voornemens is om over te gaan tot verhuur van grond(en) met als bestemming 50 zwerfparkeerplaatsen, gelegen aan en nabij de Zwaanstraat/Beukenlaan te Eindhoven aan stichting Sint Lucas, hierna: “(de) Beoogde partij”.
Deze gronden met daarop de 50 zwerfparkeerplaatsen betreffen de percelen kadastraal bekend gemeente Strijp, sectie C, nummers 5914 (ged.), 5624 (ged.), 5183 (ged.), hierna: “(de) Grond”, zoals indicatief weergegeven op de bij deze publicatie aangehechte tekening d.d. 4 augustus 2016 met kenmerk GRB-20160205.
De Beoogde partij is gehouden om de Grond uitsluitend te gebruiken als parkeerterrein met daarop 50 zwerfparkeerplaatsen.
Enige serieuze gegadigde
De Gemeente is van oordeel dat op grond van de navolgende objectieve, toetsbare en redelijke criteria enkel de Beoogde partij in aanmerking komt voor de voorgenomen verhuur van de Grond:
- -
Er liggen privaatrechtelijke afspraken die uitsluitend door de Beoogde partij kunnen worden nagekomen. Tussen de Gemeente en de Beoogde Partij is sinds 2016 al een huurovereenkomst van kracht met betrekking tot het gebruik van de Grond voor zwerfparkeerplaatsen voor een huurperiode van 10 jaar en eindigend op 31 juli 2026, met de mogelijkheid tot verlenging van de huurovereenkomst.
- -
De Beoogde Partij is reeds huurder van de Grond op basis van een huurovereenkomst. Op basis van de Spelregels grondbeleid 2024 van de Gemeente geldt dat wanneer een partij met de Gemeente al een erfpacht-, opstal-, huur- of bruikleenovereenkomst heeft, de Gemeente geen mededinging hoeft te organiseren indien zij met deze partij een transactie aan wil gaan in de vorm van verkoop of verhuur van de betreffende grond. Deze partij is in een eerder stadium een contractspartij van de Gemeente geworden met inachtneming van het door raad of college vastgestelde grond- en/of vastgoedbeleid.
Bedenkingen ten aanzien van voorgenomen
Meent u dat u ook als gegadigde in aanmerking had moeten komen voor de (voorgenomen) verhuur van de Grond, dan dient u binnen 28 kalenderdagen na de datum van deze publicatie een kort geding aanhangig te maken bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De 28 dagen termijn betreft een vervaltermijn. Indien binnen deze termijn geen kort geding aanhangig is gemaakt, vervalt het recht om tegen deze (voorgenomen) verhuur op te komen.
Bijlage: Tekening d.d. 4 augustus 2016 met kenmerk GRB-20160205.