Samenwerkingsconvenant Arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant

De partijen:

  • De gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Eersel, Heeze-Leende, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre en de centrumgemeente Eindhoven.

  • Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, hierna te noemen 'UWV'.

  • Werkgeversvereniging VNO-NCW Brabant Zeeland.

  • Werknemersorganisaties: FNV, CNV.

  • Onderwijsinstellingen: Summacollege en Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs Eindhoven/Kempenland (RSV PVO).

  • Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

  • De sociale ontwikkelbedrijven: Participatiebedrijf KempenPlus, WSD en Ergon.

  • Brainport Development.

Hierna gezamenlijk te noemen 'Partijen'.

De volgende overwegingen in aanmerking nemende:

  • De regionale arbeidsmarkt is blijvend in ontwikkeling. De actuele situatie op de arbeidsmarkt, de veranderende vraag naar kennis en vaardigheden van huidige en toekomstige werknemers en de noodzaak dat werkenden en werkzoekenden zich blijvend ontwikkelen om duurzaam inzetbaar te zijn voor de banen van nu en in de toekomst, zijn opgaven die vragen om een effectieve en efficiënte regionale arbeidsmarktdienstverlening;

  • Essentieel voor het verbeteren van de regionale arbeidsmarktdienstverlening is de versterking van de strategische samenwerking tussen de publieke en private partijen, waardoor een duurzame en hechte verbinding ontstaat tussen het sociale, economische en onderwijsdomein in de arbeidsmarktregio;

  • In de Kamerbrief van 29 april 2024 hebben de ministeries van SZW, OCW en EZK aangegeven om, in afstemming met de landelijke partners, de arbeidsmarktinfrastructuur te hervormen en met kaders te komen voor het structureel borgen van een gezamenlijk publiek-private governance. Deze kaders zullen in 2026 worden opgenomen in een aangepast Besluit SUWI;

  • De publiek-private samenwerking in de arbeidsmarktregio is een strategische netwerksamenwerking gericht op het verbeteren van de arbeidsmarktdienstverlening en het goed functioneren van de regionale arbeidsmarkt. De deelnemende partijen in de samenwerking hebben ieder hun eigen (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden in relatie tot de arbeidsmarktdienstverlening. De netwerksamenwerking treedt niet in de plaats van deze eigen taken en verantwoordelijkheden maar is aanvullend en versterkend;

  • Partijen hebben uitgesproken, gezien de komende veranderingen in de arbeidsmarktinfrastructuur, de regionale samenwerking te willen versterken door samenwerkingsafspraken te maken en deze vast te leggen in een samenwerkingsconvenant.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit convenant wordt verstaan onder:

 

1. Arbeidsmarktregio:

de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant zoals aangewezen in het Besluit werkgebieden UWV 2024;

 

2. Centrumgemeente:

Gemeente Eindhoven vervult de functie van centrumgemeente. De centrumgemeente zoals bedoeld in artikel 1.8 Regeling SUWI is belast met regie op de regionale samenwerking en het beheer van de daarvoor beschikbaar gestelde middelen;

 

3.

Subregio met de gemeenten Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Valkenswaard en Heeze- Leende.

 

4.

Subregio Kempen met de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden.

 

5.

Subregio met de gemeenten Best, Nuenen, Oirschot en Son en Breugel.

 

6. Wet SUWI:

Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen.

 

7. Regionaal Beraad:

Het Regionaal Beraad is het strategisch overleg van de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant (tot nu toe genoemd BOSA). Het Regionaal Beraad Zuidoost-Brabant bestaat tenminste uit (centrum)gemeenten, UWV, SBB, werkgevers- en werknemersorganisaties en onderwijspartijen (aangewezen contactschool ingevuld door Summa). In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle partijen en hun rol in het Regionaal Beraad.

 

8. Agendacommissie:

de commissie die de agenda van het Regionaal Beraad voorbereidt en bepaalt.

 

9. Remuneratiecommissie:

de commissie die voortkomt uit het Regionaal Beraad en het functioneren van de directeur toetst.

 

10. Directeur:

verantwoordelijk om, samen met het netwerk, de strategische plannen te realiseren, te sturen op innovatie en het functioneren van de uitvoeringsorganisatie (Werkcentrum Zuidoost-Brabant).

 

11. Operationeel manager:

verantwoordelijk voor het efficiënt en effectief functioneren van de uitvoeringsorganisatie (Werkcentrum Zuidoost-Brabant).

 

12. Strategisch adviseur centrumgemeente:

verantwoordelijk voor het gezamenlijk ontwikkelen van een regionale arbeidsmarktstrategie en bijbehorende advisering naar het Regionaal Beraad.

 

13. Kerngroep:

ondersteuningsteam vanuit de partijen dat het Regionaal Beraad adviseert en ondersteunt en de bestuurlijke regionale meerjarenagenda inclusief het Werkcentrum operationaliseert. De leden van de kerngroep zijn vertegenwoordigers van de partijen uit het Regionaal Beraad.

 

14. Werkcentrum:

de fysieke en digitale toegangspoort voor dienstverlening van de publiek- private samenwerkende partijen. De huidige naam 'Huis naar Werk' wordt in 2025 vervangen door Werkcentrum Zuidoost-Brabant conform landelijke richtlijn.

 

15. Meerjarenagenda:

meerjarige afspraken en ambities voor het regionale arbeidsmarktbeleid gericht op de regionale arbeidsmarktopgaven vanuit vraag en aanbod perspectief en in verbinding met de sociale, economische en onderwijsopgaven in de arbeidsmarktregio.

 

16. Kernpartners:

partijen die minimaal deel uitmaken van het Regionaal Beraad; (centrum)gemeente, UWV, SBB, werkgeversorganisatie, werknemersorganisatie en onderwijspartij.

 

17. Strategische partners:

partners die deel uitmaken van de regionale samenwerking en na besluit van het Regionaal Beraad zitting hebben in het Regionaal Beraad zoals bv Brainport Development, de Sociale Ontwikkelbedrijven en onderwijspartijen. Daarnaast zijn er andere samenwerkingspartners (niet strategische partners) in de arbeidsmarktregio betrokken bij de uitvoering van het Werkcentrum of als partner bij een thematafel.

 

18. Thematafel:

overleg verbonden aan het Regionaal Beraad waaraan kern-, strategische- en samenwerkingspartners deelnemen voor beleidsafstemming en beleidsontwikkeling.

 

19. Sectortafel:

overlegtafel waarin kernpartners, strategische- en samenwerkingspartners in samenspraak met werkgevers/ bedrijfsleven deelnemen voor sectorale versterking van de arbeidsmarkt.

Artikel 2. Doelstelling regionale samenwerking

In de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant werken kern-, strategische- en samenwerkingspartners samen aan een vitale regionale arbeidsmarkt. De samenwerkende partners zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de doelstellingen zoals vastgelegd in de meerjarenagenda.

Artikel 3. Uitgangspunten voor de regionale samenwerking

Voor een effectieve en efficiënte publiek-private samenwerking in netwerkverband delen de deelnemende partijen de volgende uitgangspunten:

  • Gezamenlijke verantwoordelijkheid: we zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen van de samenwerking. We hebben oog voor ieders positie en belang en streven naar consensus in onze besluitvorming. Mocht volledige overeenstemming niet haalbaar zijn, dan komt consent in beeld als het gaat om gezamenlijke verantwoordelijkheid in de besluitvorming. Een besluit kan dan doorgaan omdat er geen zwaarwegende bezwaren zijn. Een partner is niet noodzakelijkerwijs voor, maar heeft geen reden om een besluit tegen te houden.

  • Resultaatgericht: we zijn vanuit onze doelen gericht op het bereiken van zichtbare resultaten. We monitoren periodiek de uitvoering van onze beleidskeuzes.

  • Toegevoegde waarde: in deze publiek-private samenwerking geldt gelijkwaardigheid vanuit ieders expertise en hiermee realiseren we toegevoegde waarde. We zijn niet gelijk vanwege onze verschillende doelen en wettelijke taken.

  • Kwaliteit: in de samenwerking zijn we gericht op het borgen en onderhouden van de kwaliteit van het overleg en de uitvoering. Als het gaat om de kwaliteit van de gezamenlijke dienstverlening in het Werkcentrum worden gezamenlijke werkafspraken vastgesteld door de Kerngroep.

  • Transparantie: we zijn open, voorspelbaar en navolgbaar in onze bijdrage aan het overleg.

  • Leren en ontwikkelen: we zien ons als een lerend netwerk duurzaam gericht op verbeteringen.

  • Integriteit: we handelen integer conform voor ons geldende governance-codes en we evalueren periodiek ons handelen.

Artikel 4. Publiek-private samenwerkingsvorm

De regionale samenwerking tussen publieke en private partijen is belegd in het Regionaal Beraad. Het Regionaal Beraad is een strategische netwerksamenwerking. Het Regionaal Beraad heeft geen rechtspersoonlijkheid. De samenwerkende partijen dragen geen bevoegdheden over aan het Regionaal Beraad. Iedere deelnemende publieke en private partij draagt vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid bij aan de uitvoering van de gezamenlijk geformuleerde ambities en taken.

Artikel 5. Regionaal Beraad

  • 1.

    Het Regionaal Beraad is het strategisch bestuurlijk overlegorgaan van de arbeidsmarktregio. Het Regionaal Beraad bestaat uit één vertegenwoordiger van de volgende partijen: de centrumgemeente, subregio met de gemeenten Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Valkenswaard en Heeze-Leende, subregio Kempen met de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden en subregio met de gemeenten Best, Nuenen, Oirschot en Son en Breugel, UWV, SBB, VNO-NCW, FNV, CNV, Summa, Brainport Development, sociale ontwikkelbedrijven, RSV PVO Eindhoven/Kempenland.

  • 2.

    Iedere vertegenwoordiger in het Regionaal Beraad draagt zorg voor een plaatsvervangende vertegenwoordiger.

  • 3.

    Iedere vertegenwoordiger in het Regionaal Beraad draagt zorg voor het mandaat om namens de geleding of organisatie die vertegenwoordigd wordt besluiten in het Regionaal Beraad te nemen.

  • 4.

    Het voorzitterschap van het Regionaal Beraad wordt ingenomen door de portefeuillehouder arbeidsmarktbeleid van de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio.

  • 5.

    Het Regionaal Beraad kiest uit zijn midden een vicevoorzitter.

  • 6.

    De directeur van de arbeidsmarktsamenwerking/ Werkcentrum neemt als adviseur deel aan het Regionaal Beraad. De directeur rapporteert aan het Regionaal Beraad en vormt de schakel tussen het Regionaal Beraad en de uitvoering van het Werkcentrum.

  • 7.

    Er is vanuit het Regionaal Beraad een agendacommissie die de agenda vormgeeft. Daarbij is zowel aandacht voor reguliere werkzaamheden (zoals strategisch plan, financiën, voortgang dienstverlening e.d.) als voor actuele en toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De agendacommissie komt 1 maand voor de vergadering van het Regionaal Beraad bij elkaar om de agenda vorm te geven.

  • 8.

    Er is vanuit het Regionaal Beraad een remuneratiecommissie voor de werkgeversrol van de directeur. Hierin heeft in ieder geval de centrumgemeente als formele werkgever zitting. Jaarlijks vinden 2 gesprekken plaats met de directeur en de remuneratiecommissie.

  • 9.

    Er is vanuit het Regionaal Beraad een auditcommissie deze adviseert en bereidt besluitvorming m.b.t. financiën in brede zin voor. Deze komt 2x per jaar bij elkaar.

  • 10.

    Het Regionaal Beraad kan 1x per jaar (private) partijen uitnodigen om gezamenlijk te reflecteren op toekomstige ontwikkelingen en uitgevoerde beleid.

  • 11

    Het Regionaal Beraad besluit niet over aangelegenheden of financiën van de afzonderlijke Partijen.

Artikel 6. Taken Regionaal Beraad

Het Regionaal Beraad kent de volgende taken:

  • 1.

    Het vaststellen van de regionale meerjarenagenda bestaande uit de beleidsagenda en de uitvoeringsagenda;

  • 2.

    Het monitoren en eventueel bijstellen van de meerjarenagenda;

  • 3.

    Het vaststellen van de (meerjaren)begroting van de gezamenlijke middelen voor de arbeidsmarktregio en de rapportage hierover;

  • 4.

    Het maken van afspraken over de inbreng en/of bundeling van eigen middelen ten behoeve van de regionale samenwerking;

  • 5.

    Het bevorderen van de publiek-private samenwerking in de arbeidsmarktregio;

  • 6.

    Het maken van afspraken over het ontsluiten van de arbeidsmarktdienstverlening in of via het Werkcentrum;

  • 7.

    Het signaleren van ontwikkelingen op het vlak van economie, arbeidsmarkt en onderwijs en deze communiceren in de richting van het Landelijk Beraad;

  • 8.

    Het door deelnemende partijen actief communiceren van de doelstellingen van het Regionaal Beraad binnen de eigen organisatie en in contacten met bedrijven en instellingen in de arbeidsmarktregio. Partijen vervullen actief hun rol om mensen te helpen naar/op de arbeidsmarkt.

Artikel 7. Kerngroep

  • 1.

    Ter ondersteuning van de arbeidsmarktontwikkelingen en het Werkcentrum wordt een kerngroep georganiseerd.

  • 2.

    Het doel van de kerngroep is het Regionaal Beraad voor te bereiden, te infomeren en te adviseren over aangelegenheden die de regionale arbeidsmarkt betreffen en het operationaliseren van de bestuurlijke regionale meerjarenagenda inclusief het Werkcentrum.

  • 3.

    Aan de Kerngroep nemen vertegenwoordigers van partners (zoals managers, (beleids)adviseurs en de operationeel manager Werkcentrum) deel die zitting hebben in het Regionaal Beraad. We streven hierin naar een gezonde mix van managers en (beleids)adviseurs.

  • 4.

    De directeur is voorzitter van de Kerngroep.

  • 5.

    De directeur wordt gemandateerd om het Werkcentrum operationeel te houden en besluiten die genomen zijn door het Regionaal Beraad uit te voeren.

Artikel 8. Regionale thema- en sectortafels

  • 1.

    Het Regionaal Beraad kan over verschillende thema's die het arbeidsmarktbeleid in de regio aangaan thematafels instellen of bestaande tafels benutten waarin vertegenwoordigers van kernpartners, strategische partners en andere samenwerkingspartners participeren.

  • 2.

    Het doel van een thematafel is het Regionaal Beraad te infomeren en te adviseren over aangelegenheden die de regionale arbeidsmarkt betreffen.

  • 3.

    De centrumgemeente faciliteert vanwege haar functionele regierol de organisatie van de regionale thematafels, tenzij het bestaande tafels betreft die al gefaciliteerd worden.

  • 4.

    Aan de thematafel kunnen vertegenwoordigers van kernpartners, strategische partners en andere samenwerkingspartners participeren.

  • 5.

    De thematafel kiest uit zijn midden een voorzitter.

  • 6.

    Het Regionaal Beraad kan regionale sectortafels instellen waarin werkgevers een actieve rol hebben.

  • 7.

    Het doel van een sectortafel is om de arbeidsmarkt te versterken vanuit een sectorale insteek en het Regionaal Beraad zonodig te informeren en adviseren. Indien er een Human Capital Agenda voor een betreffende sector is ontwikkeld, dan is deze leidend voor deze ondersteuning en advisering.

  • 8.

    Aan de sectortafel kunnen vertegenwoordigers van kernpartners, strategische partners en andere samenwerkingspartners participeren inclusief sectorale vertegenwoordigers en specialisten van de samenwerkingspartners.

  • 9.

    De sectortafel kiest uit zijn midden een voorzitter, die bij voorkeur uit een sectorale organisatie afkomstig is.

Artikel 9. Vergadering en besluitvorming

  • 1.

    Het Regionaal Beraad komt tenminste vier keer per jaar bijeen op uitnodiging van de voorzitter. Op verzoek van één of meerdere vertegenwoordigers kan een extra vergadering van het Regionaal Beraad worden belegd.

  • 2.

    De termijn van bijeenroeping van de vergadering bedraagt ten minste zeven werkdagen, de dag van bijeenroeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, indien alle leden daarmee schriftelijk instemmen.

  • 3.

    De agenda van het Regionaal Beraad wordt door de agendacommissie in samenspraak met de secretaris van het Regionaal Beraad en de directeur voorbereidt. Leden van het Regionaal Beraad kunnen thema's en onderwerpen aandragen voor de agenda. Verder zorgen partijen ervoor dat er afstemming plaatsvindt binnen de eigen organisatie.

  • 4.

    Van het verhandelde in een vergadering worden notulen en/of een besluitenlijst opgemaakt. De notulen en/of besluitenlijst worden in dezelfde of de eerstvolgende vergadering vastgesteld.

  • 5.

    Het Regionaal Beraad streeft naar consensus over de te nemen besluiten. In het streven naar consensus tonen de partners begrip en openheid naar elkaars standpunten en overwegingen. Bij de besluitvorming hoort en respecteert het Regionaal Beraad de mogelijke zwaarwegende bezwaren die partners inbrengen tegen voorgenomen besluiten en maakt deze kenbaar bij de besluitvorming. Er worden geen besluiten genomen die strijdig zijn met missie en visie. Een kernpartner die financiële risico's loopt vanwege een voorgenomen besluit, moet instemmen.

  • 6.

    Indien over een te nemen besluit geen overeenstemming wordt bereikt, volgt agendering van het te nemen besluit in een volgende vergadering, waarbij geldt dat het besluit slechts genomen kan worden in een vergadering waarin ten minste de helft van de leden van het Regionaal Beraad aanwezig of vertegenwoordigd is. Het Regionaal Beraad werkt toe naar besluitvorming op basis van consent. Er is geen volledige overeenstemming nodig, maar een besluit wordt genomen als er geen onderbouwde en relevante zwaarwegende bezwaren zijn ingebracht. Indien het uitblijven van een besluit in een specifiek en uitzonderlijk geval direct leidt tot zwaarwegende nadelige financiële gevolgen voor de arbeidsmarktregio heeft de centrumgemeente een beslissende stem.

  • 7.

    Stemrondes blijven achterwege. Elke (kern)partner krijgt evenveel invloed, ongeacht het aantal mensen dat namens die partner aan tafel zit. Afspraken zorgen ervoor dat geen enkele partij de overhand krijgt. Besluiten ontstaan in gezamenlijkheid, waarbij het gesprek draait om gelijkwaardigheid.

  • 8.

    Indien het Regionaal Beraad dit wenselijk vindt kan een besluit ook buiten de vergadering om worden genomen, door bijvoorbeeld schriftelijk aan alle leden voor te leggen. Hierbij is van belang dat het besluit goed wordt vastgelegd in het eerstvolgende verslag.

Artikel 10. Meerjarenagenda

  • 1.

    Het Regionaal Beraad stelt de regionale meerjarenagenda arbeidsmarkt vast. De meerjarenagenda bestaat uit een beleidsagenda waarin de tijdhorizon op middellange termijn is gericht. Gelet op de snelle ontwikkelingen op de arbeidsmarkt wordt de meerjarenagenda jaarlijks bijgesteld en concreet gemaakt voor het komende jaar.

  • 2.

    De beleidsagenda bevat een analyse van de regionale arbeidsmarkt en een overzicht van de ambities die hieruit voortkomen. De analyse beslaat:

    • de aanbodkant van de arbeidsmarkt;

    • de vraagkant van de arbeidsmarkt;

    • de mismatch en de wijze waarop deze kan worden verminderd;

    • de wijze waarop werkzoekenden en werkenden in een kwetsbare positie duurzaam kunnen participeren in het arbeidsproces.

  • 3.

    In de uitvoeringsagenda worden de ambities uit de beleidsagenda uitgewerkt naar concrete acties waarbij aangegeven wordt worden gefinancierd, georganiseerd, gemonitord en geëvalueerd.

Artikel 11. Het Werkcentrum

  • 1.

    De arbeidsmarktregio kent een gezamenlijke toegangspoort tot publieke en private arbeidsmarktdienstverlening: het Werkcentrum.

  • 2.

    Het Werkcentrum is een netwerkorganisatie. De aangesloten partijen in het Werkcentrum behouden hun eigen zelfstandigheid en verantwoordelijkheid voor de eigen dienstverlening. De aangesloten partijen in het Werkcentrum dragen zorg voor een goede verbinding met de moederorganisatie om de samenhang in regionale dienstverlening te organiseren.

  • 3.

    Het UWV en de gemeenten in de arbeidsmarktregio zijn verantwoordelijk voor de organisatie van het Werkcentrum en het organiseren van de publiek-private samenwerking met medebetrokkenheid van de partners in het Regionaal Beraad.

  • 4.

    Het Regionaal Beraad maakt afspraken over het ontsluiten van de publiek-private dienstverlening/initiatieven via het Werkcentrum.

Artikel 12. Financiële organisatie en rol centrumgemeente

  • 1.

    Na vaststelling van de meerjarenagenda, de begroting en het jaarverslag in het Regionaal Beraad neemt het College van B&W van de centrumgemeente formeel de besluiten over de inzet van middelen ten behoeve van de netwerksamenwerking en de financiële verantwoording hiervan.

  • 2.

    In geval zich een tekort op de begroting voordoet of dreigt te ontstaan, verplichten de partijen zich ertoe om gezamenlijk passende maatregelen te treffen om dit tekort op te vangen. Deze maatregelen kunnen bestaan uit o.a. herverdeling van middelen, aanvullende financiële bijdragen of herziening van activiteiten, mits overeengekomen in gezamenlijk overleg.

  • 3.

    De centrumgemeente is belast met de functionele regie van de netwerksamenwerking en faciliteert de samenwerking. Het faciliteren van de samenwerking betreft:

    • De organisatie van het secretariaat ten behoeve van het Regionaal Beraad, de Kerngroep en de thematafels;

    • Regionale beleidsstrategie (regionale meerjarenagenda)

    • Financiën en controlling.

  • 4.

    De centrumgemeente treedt op als rechtspersoon bij het aangaan van verbintenissen en verplichtingen en/of aanvragen en verantwoording van subsidies ten behoeve van het Regionaal Beraad en de arbeidsmarktregio.

  • 5.

    De centrumgemeente fungeert als werkgever voor het Werkcentrum wanneer het gaat om algemene functies die volledig toe te schrijven zijn aan de uitvoeringsorganisatie Werkcentrum,

    • -

      wanneer de partners hier geen personeel voor kunnen leveren;

    • -

      de functie van tijdelijke aard is én past binnen het functiehuis van de gemeente Eindhoven.

      Bij langdurige uitval van dit personeel worden de werkgeverskosten gedekt uit regionale middelen.

  • 6.

    Iedere deelnemende partij in het Regionaal Beraad draagt zijn eigen kosten voor de participatie in het Regionaal Beraad en aanvullende overleggen.

  • 7.

    De centrumgemeente kan taken voor de uitvoering van de regiefunctie en de bijbehorende middelen beleggen bij een gemeenschappelijke regeling, stichting of bestaande organisatievorm in de regio.

  • 8.

    De regionale arbeidsmarktmiddelen die aan de centrumgemeente beschikbaar worden gesteld vanuit het Rijk worden ingezet voor de versterking van de arbeidsmarktregio, voor het Werkcentrum en overige arbeidsmarkt-gerelateerde voorzieningen ten behoeve van alle inwoners en werkgevers/ondernemers in de arbeidsmarktregio Zuidoost- Brabant.

  • 9.

    Daarnaast kunnen aanvullende budgetten van bijvoorbeeld de provincie en ESF voor de arbeidsmarktregio ingezet worden en onderzoeken Partijen gezamenlijk of er nieuwe financieringsbronnen kunnen worden ingezet (voor initiatieven en projecten).

  • 10.

    Zoals is opgenomen in artikel 5 lid 10 besluit het Regionaal Beraad alleen over financiële middelen inzake de regionale samenwerking van de arbeidsmarktregio en dus niet over de middelen van Partijen.

  • 11

    Door duidelijke en transparante afspraken te maken over de verdeling van budgetten voor personeelskosten voor medewerkers in het Werkcentrum willen we financiële stabiliteit waarborgen.

  • 12

    Zoals opgenomen in artikel 6 wordt er een uitvoeringsagenda en een begroting vastgesteld door het Regionaal Beraad. Binnen deze kaders kan de directeur zijn opdracht uitvoeren, onder de voorwaarde van goedkeuring van de jaarlijkse begroting door de gemeenteraad.

  • 13

    De gemeente Eindhoven is op grond van landelijke wetgeving centrumgemeente en budgethouder voor de middelen bedoeld in het vorige lid. Besteding van de middelen valt onder het budgetrecht van de gemeenteraad van Eindhoven.

Artikel 13. Privacy

Partijen zullen de in het kader van de uitvoering van de overeenkomst verkregen persoonsgegevens verwerken met inachtneming van de wettelijke bepalingen omtrent de privacybescherming en deze gegevens niet verder gebruiken dan voor de uitvoering van de overeenkomst of ter uitvoering van de wettelijke taak noodzakelijk is.

Artikel 14. Evaluatie

  • 1.

    Het Regionaal Beraad draagt iedere twee jaar, in het laatste kwartaal, zorg voor een evaluatie van de samenwerking.

  • 2.

    Ieder kwartaal wordt door de directeur een rapportage met de operationele resultaten voorgelegd aan het Regionaal Beraad.

  • 3.

    Ieder jaar wordt door de directeur een verslag opgesteld waarin de prestaties van het voorgaande jaar opgenomen zijn en financiële verantwoording wordt afgelegd binnen de financiële verantwoordingseisen van de centrumgemeente. Dit wordt voorgelegd aan het Regionaal Beraad.

  • 4.

    Op basis van het verslag en nieuwe ontwikkelingen wordt een uitvoeringsagenda vastgesteld door het Regionaal Beraad en wordt zonodig de meerjarenagenda bijgesteld.

Artikel 15. Geschillen

  • 1.

    Partijen treden met elkaar in overleg bij geschillen om tot een oplossing te komen.

  • 2.

    Indien dit niet tot de gewenste resultaten leidt, dan wordt dit geagendeerd in het Regionaal Beraad.

  • 3.

    In het uiterste geval zullen de partijen op andere manieren tot oplossingen moeten komen.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1.

    Met schriftelijke instemming van het Regionaal Beraad kunnen één of meerdere andere partijen toetreden tot het Regionaal Beraad.

  • 2.

    Het samenwerkingsconvenant kan door iedere deelnemende partij, met opgaaf van redenen, tussentijds schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Partijen kunnen in onderling overleg en met wederzijds akkoord schriftelijke besluiten af te wijken van de opzegtermijn.

  • 3.

    Het samenwerkingsconvenant wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Onverminderd hetgeen bepaald in lid 2 kan het samenwerkingsconvenant na schriftelijke overeenstemming worden gewijzigd of beëindigd naar aanleiding van wijziging van wetgeving en/of wijziging in de financiering van de regionale samenwerking.

  • 4.

    Met instemming van het Regionaal Beraad kan het samenwerkingsconvenant worden gewijzigd.

  • 5.

    Partijen geven door ondertekening van dit samenwerkingsconvenant toestemming om dit samenwerkingsconvenant geanonimiseerd openbaar te maken en te publiceren.

Artikel 17. Inwerkingtreding

Het samenwerkingsconvenant treedt in werking op 13 februari 2026 en vervangt na ondertekening de samenwerkingsovereenkomst betreffende Arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant, Huis naar Werk van 21 juni 2023 en het Leerwerkloket.

Aldus overeengekomen en ondertekend te Eindhoven, op 12 februari 2026

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk,

de heer M. van Dalen,

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best,

mevrouw V. Zeeman,

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel,

mevrouw H. van der Hamsvoort

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel,

de heer E. Beex

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heeze-Leende,

de heer P. Sterk

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a,

de heer N. Wouters

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot,

mevrouw C. Leermakers

Wethouder

Namens het college van burgemeester van de gemeente ReuseI-De Mierden,

de heer F. Rombouts

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Son en Breugel,

de heer S. Grevink

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard,

mevrouw M. Theus

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veldhoven,

de heer T. van Broekhoven

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre,

de heer. K. Vortman

Wethouder

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven,

mevrouw S. Lammers

Wethouder

Namens Ergon,

mevrouw I. Hems

Algemeen directeur

Namens KempenPlus,

de heer F. Baudoin

Algemeen directeur

Namens WSD-groep,

de heer J. Simons

Algemeen directeur

Namens het UWV,

de heer H.J.F.M. Sterken

Rayonmanager Zuidoost-Brabant

Namens VNO-NCW Brabant Zeeland,

de heer L. van den Hoorn

Bestuurder

Namend de FNV,

de heer J. Bruinsma

Bestuurder

Namens het CNV,

mevrouw M. Biekens

Bestuurder

Namens het Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs Eindhoven/Kempenland,

de heer R. van Deursen

Directeur

Namens het Summacollege,

mevrouw A. Moons

Voorzitter college van bestuur

Namens Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB),

de heer E. Probst

Regiomanager

Namens Brainport Development-N.V.,

De heer P. van Nunen

Algemeen directeur

Bijlage 1.

Partij

Deelnemer in Regionaal Beraad

Partner

Gemeente

Centrumgemeente; wethouder

Kernpartner

Gemeente

Gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden behorend bij subregio Kempen; wethouder

Kernpartner

Gemeente

Gemeenten Eindhoven, Heeze- Leende, Veldhoven, Valkenswaard en Waalre behorend bij subregio; wethouder

Kernpartner

Gemeente

Gemeenten Best, Nuenen, Oirschot en Son en Breugel behorend bij subregio; wethouder

Kernpartner

UWV

UWV; rayonmanager

Kernpartner

SBB

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB); regiomanager

Kernpartner

Werkgeversorganisatie

Werkgeversvereniging VNO-NCW Brabant Zeeland; bestuurder

Kernpartner

Werkgeversorganisatie

Werknemersorganisatie FNV; bestuurder

Kernpartner

Werkgeversorganisatie

Werknemersorganisatie CNV; bestuurder

Kernpartner

Onderwijsinstelling

Summa; voorzitter college van bestuur

Kernpartner

Onderwijsinstelling

Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs Eindhoven/ Kempenland; directeur

Strategisch partner

Sociaal ontwikkelbedrijf

KempenPlus, WSD en Ergon; directeur

Strategisch partner

Economische board

Brainport Development; manager Onderwijs en Arbeidsmarkt Brainport Development

Strategisch partner

Naar boven