Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 340747 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 340747 | beleidsregel |
Beleidsregel Publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Vijfheerenlanden 2026
Het college van de gemeente Vijfheerenlanden,
Overwegende dat het wenselijk is om een beleidsregel vast te stellen over de locatiekeuze en procedure voor infrastructuur voor het opladen van elektrische voertuigen in de openbare ruimte;
Gelet op artikel 15 lid 1 en artikel 18 lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit vast te stellen de “Beleidsregel publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Vijfheerenlanden 2026.”
De gemeente wil vervoer zonder emissies stimuleren, waaronder elektrisch (deel)vervoer. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van internationale en lokale doelstellingen om emissieloos te rijden.
Voor het gebruik van elektrische voertuigen is het beschikbaar hebben van een oplaadmogelijkheid essentieel.
Voor zover deze oplaadmogelijkheid in de openbare ruimte moet worden gerealiseerd, is er behoefte aan duidelijke richtlijnen. Daarin voorziet deze beleidsregel. Deze richtlijnen geven duidelijkheid over het plaatsen en gebruiken van een oplaadpaal, waarbij de veiligheid in de openbare ruimte voorop staat. Verder bevatten deze richtlijnen criteria en voorwaarden voor de aanvraagprocedure en locatiebepaling van een oplaadpaal.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Bezettingsgraad: het percentage tijd dat een oplaadpunt of oplaadobject gedurende een bepaalde periode daadwerkelijk is bezet door een aangesloten elektrisch voertuig. De berekening van de bezettingsgraad vindt plaats conform de methode beschreven in bijlage II (Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026).
Elektrisch voertuig: een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wegenverkeerswet 1994 en nader bepaald in de Regeling voertuigen, dat bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) staat geregistreerd als auto en die geheel of gedeeltelijk – met een minimaal volledig elektrisch bereik van 45 km – door een elektromotor wordt aangedreven waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan de batterij (mede) kan worden opgeladen door middel van een voorziening buiten het voertuig.
Laadpalenkaart: een door het college vastgesteld document waarop op wijk- of gemeenteniveau meerdere oplaadlocaties zijn aangegeven die de gemeente in de toekomst beoogt te realiseren. Deze laadpalenkaart staat op de website van Laadwerk en is ook via de website van de gemeente te bereiken: Laadwerk - Verzoek laadpaal indienen
Laadwerk: het samenwerkingsverband van publieke partijen in de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht, vertegenwoordigd door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland, met als doel het stimuleren van elektrisch vervoer. Gemeente VHL maakt sinds 15-02-2022 (zaaknr. 362253) onderdeel uit van dit samenwerkingsverband.
Parkeergelegenheid op eigen terrein: een parkeerplaats op eigen terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving of parkeerplaats(en) die de aanvrager kan huren of kopen in een garage of op een open perceel grond. Onder eigen terrein vallen ook VVE parkeerplaatsen en/of de (verplichte) mogelijkheid tot het huren/kopen van een parkeerplaats in combinatie met appartement.
Artikel 2 Samenwerking Laadwerk
De gemeente Vijfheerenlanden en Laadwerk werken samen op het gebied van de procedure van verzoeken, locatiebepaling, inkoop, beheer en exploitatie van oplaadobjecten van openbare laadvoorzieningen. Laadwerk treedt hierbij op als concessiegever.
De gemeente heeft samen met Laadwerk een laadpalenkaart opgesteld. Bij het opstellen van deze laadpalenkaart zijn de criteria en eisen gehanteerd zoals vastgelegd in bijlage I (Criteria en eisen locatiebepaling laadpalen 2026) en, voor uitbreidingsvraagstukken, bijlage II (Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026).
Nadat het college de locatie heeft bepaald, zullen in de openbare ruimte in principe twee parkeervakken worden aangewezen uitsluitend voor het opladen van een elektrisch voertuig. Deze reservering vindt plaats volgens een procedure op grond van artikel 15 lid 1 en lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;
Ook wordt getoetst aan de criteria en eisen uit de bijlagen:
Bijlage I: Criteria en eisen locatiebepaling laadpalen 2026
Bijlage II: Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026.
De realisatie van deze parkeerplaatsen kan gefaseerd plaatsvinden. In het verkeersbesluit worden onder andere de aanleiding en de locatiekeuze beschreven. Het college neemt het verkeersbesluit binnen 10 werkdagen na het besluit over de locatiebepaling.
Door publicatie van het verkeersbesluit worden belanghebbenden via de gebruikelijke media door het college geïnformeerd over de beoogde locatie en krijgen gelegenheid om bezwaar in te dienen (zes weken).
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan. Per datum van inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent de oplaadinfrastructuur van elektrische voertuigen, bekend gemaakt in het Gemeenteblad van 23-07-2021 ingetrokken.
Vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Vijfheerenlanden op 7 juli 2026.
de secretaris,
W.J. (Judith) de Jonge
de burgemeester,
S. (Sjors) Fröhlich
Bijlage I: Criteria en eisen locatiebepaling laadpalen 2026
Criteria en eisen van Laadwerk en gemeenten bij het aanwijzen van een locatie voor een publiek oplaadobject of bij het opstellen van een laadpalenkaart
Nadat de gemeente via Laadwerk een verzoek van een (aanstaande) e-rijder of een vraaggestuurd verzoek (op basis van gebruiksdata) ontvangt en dit goedkeurt, wordt een geschikte locatie gekozen voor de realisatie van een laadpaal. Wanneer de locatiebepaling proactief gebeurt, bijvoorbeeld op basis van een laadpalenkaart, gelden dezelfde criteria en eisen.
Bij de locatiekeuze wordt rekening gehouden met een aantal veiligheids- en technische aspecten.
Daarnaast kan de locatie zo gekozen worden dat de laadpaal een zo groot mogelijke gebruikersgroep bedient. Dit vergroot de acceptatie (er worden bij voorkeur geen palen neergezet die nauwelijks gebruikt worden) en zorgt voor een effectief gebruik van de openbare ruimte: met minder laadpalen kunnen meer gebruikers worden bediend. Ook voor de exploitant levert dit voordeel op, doordat de laadpaal een betere businesscase heeft. Dit leidt indirect tot een betere laadprijs.
Met de nadruk op vraaggestuurd (op basis van gebruiksdata) plaatsen (zie ‘Bijlage II Criteria uitbreiden laadnetwerk’) wordt aan deze uitgangpunten invulling gegeven.
Gezamenlijk helpen de verschillende soorten criteria en eisen om de (maatschappelijke) kosten van de ontwikkeling van elektrisch vervoer te beheersen. De laadpaal wordt geplaatst tussen of op de kop van twee parkeerplaatsen; als dit niet mogelijk is zal er maatwerk geleverd worden. Om doorlooptijden te verkorten en de kwaliteit van de laadlocaties te verbeteren, wordt bij het kiezen van een nieuwe oplaadlocatie rekening gehouden met verschillende criteria en eisen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in:
De criteria en eisen zijn geordend naar thema. Daarnaast zijn achter in dit document enkele veel voorkomende opstellingsvoorbeelden opgenomen.
Omdat niet in alle gevallen een laadoplossing de vorm van een laadpaal heeft (in de zin van een zuil of sokkel), verwijzen we in onderstaande lijst naar oplaadobjecten in plaats van laadpalen.
1. Strategische locatie van de laadpalen
Wanneer een laadpaal bezet is, leidt dit niet direct tot een hogere parkeerdruk. De betreffende auto zou anders elders in de wijk geparkeerd staan, maar maakt nu gebruik van de laadplaats. Wanneer de gebruiker de auto na het opladen verplaatst (omdat het niet is toegestaan om te blijven staan zodra de accu opgeladen is), kan het voorkomen dat de auto elders in de wijk geparkeerd wordt en de laadplek vrij komt. Deze laadplek wordt doorgaans snel ingenomen door een andere elektrische rijder. Mocht dat niet het geval zijn, kan de parkeerdruk in de wijk tijdelijk iets toenemen. Dit betreft echter slechts een minimale en incidentele toename en heeft dus geen structureel effect. Parkeerdruk vormt geen doorslaggevende reden om wel of geen laadpaal te plaatsen. De parkeerdruk is op veel locaties in Vijfheerenlanden al hoog, met waarden boven de 85%. Als laadpalen alleen geplaatst zouden worden op locaties met een lage parkeerdruk, zou het op veel plekken niet mogelijk zijn om laadpalen te realiseren.
3. Gebruiksvriendelijkheid & veiligheid
Doorgang van het trottoir na plaatsing oplaadobject: minimaal 120 cm (4 stoeptegels 30 x 30 cm);
Niet alle voetpaden zijn als zodanig aangelegd. Vaak dient het als beveiliging tegen aanrijdingen van bijvoorbeeld een muur of een tuinafscheiding. Als er een voldoende breed voetpad van minimaal 120 cm aan de overkant van de rijbaan aanwezig is, kan er worden volstaan met een doorloopruimte van 60 cm.
Voorkomen van geluidsoverlast:
Bij de plaatsing van snelladers (oplaadvoorzieningen waarbij de accu van een elektrisch voertuig met een vermogen van 50 kW tot 350 kW opgeladen kan worden) moet rekening worden gehouden met geluidsoverlast. Er dient een afstand van minimaal 20 meter in acht te worden genomen. In geval van blinde gevels volstaat een afstand van 15 meter.
Niet alleen de opladers, maar ook de voertuigen zelf maken geluid. Voertuigen die veel geluid maken krijgen minder kW zodat het geluid gereduceerd wordt.
Bij de locatiekeuze dient rekening te worden gehouden met de benodigde vergunningen en de bijbehorende doorlooptijden. Hoe meer vergunningen vereist zijn, hoe langer de realisatietermijn van het oplaadobject en hoe groter de onzekerheid over het verkrijgen van deze vergunningen.
Bij het opstellen van laadpalenkaarten wordt een locatievoorstel niet naar aanleiding van een verzoek van een inwoner of bedrijf opgesteld. Hierdoor is bij de locatiebepaling het adres van het bedrijf of de inwoner niet vanzelfsprekend het startpunt voor het aanwijzen van een nieuwe laadlocatie. Ook is niet al vooraf bepaald of de e-rijder terecht kan bij een private parkeervoorziening. Daarom benoemen we hieronder de volgende aanvullende criteria bij het opstellen van laadpalenkaarten:
Bij voorkeur privaat laden boven publiek of semi-publiek laden (in lijn met de ladder van laden, https://nederlandelektrisch.nl/u/files/2013-04-laadinfra-oplossingen-gemeenten.pdf);
Bijlage II: Criteria uitbreiden laadnetwerk 2026.
Deze bijlage beschrijft de criteria die door gemeenten en Laadwerk worden gehanteerd bij de uitbreiding van het netwerk van publieke laadpalen.
Binnen de Laadwerkregio is inmiddels sprake van een (nagenoeg) dekkend netwerk, volgens de definitie van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Daarmee breekt een nieuwe fase van de transitie aan waarin het dekkende netwerk moet worden verdicht om mee te groeien met het groeiende aantal e-rijders. Volgens de prognoses zullen in de Laadwerkregio de komende jaren steeds meer laadpalen moeten worden bijgeplaatst: tot 2030 elk jaar gemiddeld 500 publieke laadpunten méér dan het jaar ervoor. Laadwerk en gemeenten streven ernaar om de daadwerkelijke vraag op straat te volgen.
Om deze daadwerkelijke behoefte te volgen en daarin te kunnen blijven voorzien is het noodzakelijk om meer nadruk te gaan leggen op het vraaggestuurd plaatsen van laadpalen op basis van gebruiksgegevens. De vraag vanuit de e-rijder is namelijk reactief en het proces vanaf het moment van aanvraag tot daadwerkelijk plaatsing van een laadpaal kan lang duren (een jaar is niet ongewoon). Door vraaggestuurd op basis van gebruiksgegevens te gaan plaatsen kan Laadwerk eerder inspelen op de vraag voor laadpalen en zo voorzien in de publieke laadbehoefte.
1 – Vraaggestuurd uitbreiden laadnetwerk op basis van gebruiksgegevens
Bij vraaggestuurde uitbreiding bekijken we de gebruiksgegevens van laadpalen om te bepalen in welke omgeving uitbreiding van het laadnetwerk nodig is.
|
Een vraaggestuurd verzoek voor uitbreiding op basis van gebruik wordt opgesteld indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
|
2 - Uitbreiden laadnetwerk naar aanleiding van een verzoek van een e-rijder
E-rijders kunnen een verzoek indienen bij de gemeente of bij Laadwerk voor het uitbreiden van het laadnetwerk in hun buurt. De hierna beschreven criteria worden toegepast om te bepalen of het een valide verzoek is en vervolgens het verzoek geaccepteerd wordt. Bij acceptatie wordt een nieuw locatievoorstel opgesteld of wordt het verzoek gekoppeld aan een lopend locatievoorstel. Het betreft hier uitvoering van artikel 4 lid 3 van de Beleidsregel Publieke laadinfrastructuur elektrische voertuigen gemeente Vijfheerenlanden 2026
|
Gemeente accepteert een verzoek van de e-rijder als valide indien aan de volgende voorwaarde wordt voldaan:
|
3- Reserveren tweede parkeervak bij een laadpaal ten behoeve van het opladen van een elektrisch voertuig
De gemeente Vijfheerenlanden kiest ervoor de uitzonderingsmogelijkheid te gebruiken om bij de plaatsing van een laadpaal aanvankelijk één parkeervak voor laden te reserveren. Wanneer aan het criterium is voldaan reserveert de gemeente alsnog ook het tweede parkeervak.
|
Gemeente wijst, indien dit niet al direct is gedaan, alsnog een 2e parkeervak aan voor het laden van elektrische voertuigen bij een laadpaal als:
|
4 – Hoeveelheid te realiseren laadpunten bij gebiedsontwikkeling
Gemeenten kunnen kosteloos en zonder concrete vraag bij gebiedsontwikkeling publieke laadpunten laten realiseren. Het percentage van de openbare parkeerplaatsen dat bij oplevering van een gebiedsontwikkeling kosteloos kan worden voorzien van een publieke oplaadpunt is in ieder geval gelijk aan 4% (jaargang 2026), elk jaar na 2026 te verhogen met 0,5 procent tot een maximum van 6% in 2030.
In beginsel wordt - in het kader van voorbereiding ondergrondse infrastructuur - het LS-net nabij de laadlocatie voorbereid op de verwachte netaansluitingsbehoefte in 2030, uitgaande van 9% van de parkeervakken met een laadpunt. Bij uitzondering kan, in plaats van directe aansluiting op het LS-net, gebruik worden gemaakt van mantelbuizen naar de parkeervakken. Deze uitzondering moet worden onderbouwd en vooraf worden goedgekeurd door de gemeente en Laadwerk.
Gemeente zorgt voor een laadpalenkaart met voorkeurslocaties van de betreffende gebiedsontwikkeling met bijhorend ontwerp voor ondergrondse infrastructuur als onderdeel van ontwerp openbare ruimte dan wel laat dit uitvoeren en stelt dit vast. Gemeente heeft afstemming met de concessiehouder en systeembeheerder voorafgaand aan het vaststellen van het ontwerp ondergrondse infrastructuur.
Concessiehouder realiseert kosteloos te realiseren publieke laadpalen met bijbehorende bebording binnen 1 maand na oplevering (voorlopige) bestrating (ook zijnde halfverharding), mits tevens woningen zijn opgeleverd en laadpaal bij realisatie definitieve bestrating niet opnieuw hoeft te worden verplaatst. Hierbij is de 1e laadpaal sowieso gerealiseerd bij oplevering 1e woning;
Indien gewenst vanuit de gemeente realiseert de concessiehouder de laadinfrastructuur inclusief mantelbuizen voor de aangrenzende parkeervakken zodat eenvoudig opgeschaald kan worden naar een groter aantal laadpalen. De concessiehouder levert een (digitale) bouwtekening aan waarin de mantelbuizen staan opgenomen.
Overeenkomstig met eerste lid van artikel 1 sub c, van de Wegenverkeerswet 1994 en nader bepaald in de Regeling voertuigen en die is geregistreerd bij de Rijksdienst voor Wegverkeer: zijnde een personen-of bedrijfsauto die geheel of gedeeltelijk - met een minimaal volledig elektrisch bereik van 45 km - door een elektromotor wordt aangedreven, waarvoor de elektrische energie geleverd wordt door een batterij en waarvan deze batterij wordt opgeladen door middel van een voorziening buiten de auto.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-340747.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.