Gemeenteblad van Heerenveen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerenveen | Gemeenteblad 2026, 340406 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerenveen | Gemeenteblad 2026, 340406 | beleidsregel |
Nota reserves en voorzieningen gemeente Heerenveen 2026-2029
Een keer in de vier jaar stelt de raad een nieuwe nota reserves en voorzieningen vast, op grond van de financiële verordening. De oude nota loopt tot en met 2025. Deze nieuwe nota is geldig vanaf 1 januari 2026.
Deze nota sluit aan bij de Gemeentewet (artikel 212) en bij het BBV. De kaders voor reserves en voorzieningen staan in artikel 41 tot en met 45, 49, 54 en 55 BBV (bijlage 4). Over de toepassing van het BBV is de afgelopen jaren van de Commissie BBV aan de hand van praktijkcases veel informatie beschikbaar gekomen. In deze nota wordt daarmee rekening gehouden. Met het aanbieden van deze nota aan de raad voldoen weaan artikel 15 van de Financiële verordening.
1.3 Onderscheid tussen reserves en voorzieningen
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op de gemeentelijke reserves en voorzieningen. Reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd.
Toch is er een wezenlijk onderscheid. Reserves zijn vrij besteedbaar en zijn bestemd voor het afdekken van risico’s, het egaliseren van baten en lasten en het dekken van incidenteel beleid. Reserveren is daarbij een vorm van sparen. Meestal gaat het om zaken die niet direct in de exploitatie kunnen worden opgevangen en die incidenteel van aard zijn. De gemeenteraad kan aan reserves een bepaalde bestemming geven of de bestemming wijzigen.
Bij voorzieningen ligt dat anders. Voorzieningen worden gevormd voor met name verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. De raad kan de bestemming van voorzieningen niet wijzigen. Bij een voorziening voor tariefs- of kostenegalisatie kan de raad het beleidskader wijzigen dat als basis dient voor deze voorzieningen.
In hoofdstuk 2 en 3 wordt ingegaan op (de vorming van) de reserves en voorzieningen, de achtergrond en de bijbehorende regelgeving en spelregels binnen onze gemeente. In deze nota wordt niet ingegaan op de weerstandscapaciteit en het weerstandsvermogen. Hiervoor is de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028 en tevens wordt hierover jaarlijks gerapporteerd in de jaarrekening en de begroting
De balans is het overzicht van bezittingen, schulden en het eigen vermogen op een bepaald moment. Op de balans zie je hoe de bezittingen gefinancierd zijn en hoe de financiële positie van de gemeente is. De rechterkant van de balans (creditzijde) bevat de passiva: het eigen vermogen (reserves) en het vreemd vermogen, onderverdeeld in voorzieningen, vaste schulden, vlottende schulden en verplichtingen die volgend jaar tot betaling komen (overlopende passiva).
Het eigen vermogen is een post op de balans en wordt gevormd door de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De omvang van het eigen vermogen wordt bepaald door het saldo van bezittingen en schulden.
Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. De bestemmingsreserves zijn onderdeel van het eigen vermogen.
Egalisatiereserves zijn een vorm van bestemmingsreserve met als doel ongewenste schommelingen in baten en lasten (tijdelijk) op te kunnen vangen.
Voorzieningen zijn gevormd voor (1) verplichtingen, verliezen en risico’s die onzeker zijn, maar redelijkerwijs te schatten, (2) het gelijkmatig verdelen van kosten (van vervangingsinvesteringen) die in een volgend jaar worden gemaakt (waarvoor een heffing wordt geheven) en (3) van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. De voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen.
De solvabiliteit geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt uitgedrukt door de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal (totale vermogen): hoe hoger het eigen vermogen, hoe beter de solvabiliteit.
Weerstandscapaciteit kan in twee typen worden onderscheiden:
Weerstandsvermogen is “de mate waarin de organisatie in staat is middelen vrij te maken (weerstandscapaciteit) om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen”. De benodigde weerstandscapaciteit (nodig om risico’s op te vangen) wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. We noemen dit ook wel de Weerstandsratio of de ratio weerstandsvermogen.
Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen van de gemeente zijn aan te merken.
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is geregeld dat op de balans het onderscheid wordt gemaakt in de:
2.2 Criteria voor het vormen van reserves
Het instellen van reserves is in het kader van het budgetrecht een bevoegdheid van de raad.
De algemene reserve is de reserve waar geen bestemming aan is gegeven met een permanent karakter. De algemene reserve dient als buffer voor financiële tegenvallers en risico’s. Normaliter bevat de algemene reserve een vrij te besteden deel: het deel wat niet nodig is om als weerstandsvermogen te dienen. En een beklemd deel: het deel wat nodig is om als weerstandsvermogen te dienen.
Bestemmingsreserves worden gevormd om een bepaald doel te realiseren of om ongewenste -tijdelijke- schommelingen in lasten en baten te egaliseren. Bestemmingsreserves hebben dan ook veelal een dekkingsfunctie en in een enkel geval een tijdelijke egalisatie functie of een specifieke bufferfunctie.
Om te voorkomen dat er onnodig middelen worden vastgelegd moet een bewuste afweging en onderbouwing ten grondslag liggen aan de instelling van een reserve.
Bij het instellen van reserves stellen we de volgende criteria vast:
Het toevoegen en onttrekken aan reserves is een bevoegdheid van de raad. Hierbij gelden de volgende criteria:
Toevoegingen aan reserves worden in de jaarrekening verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting door de raad is goedgekeurd. Indien hiervan wordt afgeweken -bijvoorbeeld doordat de maximale omvang van de reserve wordt overschreden- vindt er een aangepaste storting plaats en wordt de raad hierover geïnformeerd bij -de besluitvorming van- de jaarrekening;
Specifiek voor egalisatiereserves geldt dat tekorten en overschotten voor het vastgestelde doel onttrokken of toegevoegd worden zonder dat daarvoor een afzonderlijk raadsbesluit noodzakelijk is. De toevoegingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves worden via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd.
De algemene reserve wordt gevoed door incidentele mutaties en overschotten en/of tekorten op begrotingsbasis. Op jaarrekeningbasis worden uiteindelijke overschotten of tekorten op de exploitatie gestort respectievelijk onttrokken aan de algemene reserve, als geen andere dekkingsmiddelen voorhanden zijn.
Het college stelt daartoe een voorstel op aan de raad bij het aanbieden van de jaarrekening. Na besluitvorming door de raad wordt dit verwerkt.
2.5 Overige spelregels reserves
Reserves worden op basis van het BBV gewaardeerd tegen nominale (oorspronkelijke) waarde. Er wordt geen rente toegerekend aan de reserves.
2.5.2. Ondergrens algemene reserve
In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2025-2028 zijn de beleidsuitgangspunten voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen voor de gemeente vastgelegd. Daarin is bepaald dat de gemeente Heerenveen streeft naar een “voldoende” weerstandsvermogen (ratio tussen 1,0 - 1,4) voor de eerste jaarschijf. In deze nota is daarnaast ook vastgelegd dat de algemene reserve -uit oogpunt van weerstandsvermogen- een ondergrens kent van € 15 miljoen. Komt de reserve onder deze grens (en is geen zicht op duurzaam herstel) dan dient de gemeente maatregelen te treffen.
2.5.3 Incidentele baten en lasten via algemene reserve
Binnen de gemeente Heerenveen wordt de algemene reserve gebruikt om onderscheid aan te brengen tussen het incidentele en structurele begrotingssaldo: incidentele baten en lasten lopen altijd via de algemene reserve (als ze niet ten laste van een bestemmingsreserve komen). Het gevolg daarvan is dat er meer administratieve boekingen zijn ten bate en laste van de algemene reserve. Omdat dit een relatief makkelijke methode is om het structurele en incidentele saldo te bepalen -wat naast wenselijk ook vanuit het kader van financieel toezicht verplicht is- handhaven we de keuze voor deze methode.
Zoals vastgelegd in de Financiële Verordening wordt minimaal één keer in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan de raad voorgelegd. Op dat moment vindt een herijking plaats van alle bestemmingsreserves. Dit houdt in dat nagegaan wordt of het doel van de bestemmingsreserve nog steeds bestaat. Bovendien wordt vastgesteld of de hoogte van de bestemmingsreserve in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.
Daarnaast kunnen ook tussentijds, bijvoorbeeld bij de begroting en jaarrekening, bestemmingsreserves worden herzien. Nagegaan wordt of het doel nog steeds bestaat en of de hoogte van de reserves nog in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.
In bijlage 1 treft u een actueel overzicht van de huidige reserves, met daarbij het doel en de hoogte van de betreffende reserve.
3.1 Voorzieningen en hun functie
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen en zijn niet vrij besteedbaar. De vorming van voorzieningen is veel dwingender voorgeschreven door het BBV dan de vorming van reserves. Het BBV kent grofweg drie soorten voorzieningen:
3.1.1 Voor verplichtingen, verliezen en risico’s
Het betreft hier voorzieningen voor verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; en op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. Hierbij kan gedacht worden aan een voorziening wethouderspensioenen of een voorziening voor achterstallig onderhoud.
Het betreft hier voorzieningen voor kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (lees: onderhoudsvoorzieningen) of
het betreft voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven (lees: investeringen in afval en riolering).
De eerste categorie van voorzieningen, de onderhoudsvoorzieningen, dienen expliciet door de raad worden ingesteld en kennen een aantal voorwaarden:
Bij de vaststelling van het onderhoud- of beheerplan wordt het te hanteren kwaliteitsniveau vastgesteld. De achterliggende gedachte hiervan is dat indien de hoogte van de onderhoudsvoorziening aansluit bij een onderhoudsplan de continuïteit van het gemeentelijk voorzieningenniveau, zowel in kwalitatieve als in financiële zin, is gewaarborgd.
De onderhoud- of beheerplannen worden nader toegelicht in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in de begroting en de jaarrekening.
3.1.3 Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen -zoals afvalstoffenheffing en rioolheffing- die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b BBV (lees: niet voor bijdragen van het Rijk of provincie met een specifiek bestedingsdoel, deze worden op de balans opgenomen als vooruit ontvangen bedragen).
Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor verplichtingen en onderbouwde risico’s. Ze mogen daarom niet hoger of lager zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat een voorziening te hoog is doordat verplichtingen wegvallen of risico’s afnemen dan valt een gedeelte van de voorziening vrij ten gunste van de exploitatie. Dit laatste geldt niet als het gaat om voorzieningen opgebouwd uit bijdragen van derden, zoals voor afvalstoffen en riolering. Als deze voorzieningen te hoog zijn moeten de tarieven naar beneden bijgesteld worden en/of het overschot moet terugvloeien naar de inwoners.
Afwijkingen in geraamde onttrekkingen of toevoegingen worden toegelicht in de tussentijdse rapportages en in de jaarrekening.
Het doel of de bestemming van een voorziening kan niet gewijzigd worden. Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorziening is gevormd, is opgehouden te bestaan. Als opheffing van een voorziening volgens wet- en regelgeving, zoals het BBV, verplicht is, is voor het opheffen geen raadsbesluit nodig. Voorzieningen die niet wettelijk verplicht zijn worden opgeheven na een besluit van de raad.
3.5 Voorzieningen aan de activakant van de balans
Naast de hiervoor beschreven voorzieningen aan de passivazijde van de balans, kennen we ook voorzieningen aan de activazijde van de balans. Dit zijn voorzieningen die de waarde van een bezit corrigeren. Wij kennen twee van deze voorzieningen: de voorzieningen dubieuze debiteuren en de verliesvoorzieningen van het grondbedrijf. Deze twee bijzondere (soorten) voorzieningen worden niet opgenomen in de staat van voorzieningen, omdat zij in mindering worden gebracht op de posten waarop zij betrekking hebben, conform het BBV. Deze vallen dan ook buiten het kader van deze nota.
Deze nota wordt aangehaald als de Nota reserves en voorzieningen gemeente Heerenveen 2026 - 2029. Deze nota treedt in werking per 1 januari 2026. Alle voorgaande nota reserves en voorzieningen komen per gelijke datum te vervallen. Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad het recht om anders te beslissen, dan is opgenomen in deze nota.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 05 maart 2026
de griffier,
L. Roest-Jonkers
de voorzitter,
M.A. Fokkens-Kelder
Specifieke bestemmingsreserves:
|
De middelen zijn bedoeld om de woningbouw tijdelijk te versnellen. |
|
|
Te maken kosten voor het versnellen van de woningbouw in de gemeente, zoals inhuur en het maken van plannen. |
|
|
Dekking verschil aankoop- en verkoop supermarkt en deze benutten voor de herontwikkelingen in het centrum van Heerenveen. |
|
De reserve is ingesteld in 2008 ter dekking van de gemeentelijke bijdrage in de toegenomen jaarlijkse exploitatie voor scholen, bibliotheek en Caleidoscoop. |
|
Bijlage 2: overzicht voorzieningen
Voorzieningen voor verplichtingen en verliezen
Voorziening voor vervangingsinvesteringen
Voorziening voor van derden verkregen middelen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-340406.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.