Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad 2026

De raad van de gemeente Altena,

 

gelet op de artikelen 33, 61, 61a, 61c, 82, 83, 84, 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 98, 99, 107, 107a, 147 en 149 van de Gemeentewet;

 

gelet op de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

 

gelet op artikelen 15 en 31 van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995

 

gelezen het voorstel van het presidium d.d. 30 juni 2026;

 

besluit vast te stellen de Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad 2026:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Gemeentewet

  • b.

    Altenaronde: commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet gericht op beeldvorming en ter voorbereiding op de besluitvorming van de raad of anderszins bijdragend aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad;

  • c.

    Altenatafel: commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet gericht op opiniëring en debat en ter voorbereiding op de besluitvorming van de raad of anderszins bijdragend aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad;

  • d.

    voorstel van orde: voorstel over de orde van de vergadering;

  • e.

    fractie: deel van de raad, bestaande uit één of meer raadsleden, die tot dezelfde politieke groepering behoren;

  • f.

    tafelvoorzitter: een door de raad benoemde voorzitter van Altenaronde of Altenatafel;

  • g.

    tafelgriffier: een door de griffier aangewezen medewerker van de griffie;

  • h.

    burgerlid: lid van de commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet;

  • i.

    college: college van burgemeester en wethouders

  • j.

    raadsinformatiesysteem: het digitale platform en beheersysteem waarin alle documenten, agenda's en besluiten van vergaderingen van de raad en zijn commissies worden gepubliceerd en opgeslagen;

  • k.

    website: de gemeentelijke website.

Hoofdstuk 2 Voorbereiding van de besluitvorming door de gemeenteraad

Artikel 2.1. Altenaronde en Altenatafel

  • 1.

    De besluitvorming door de gemeenteraad wordt voorbereid middels een beeldvormende en opiniërende behandeling.

  • 2.

    De Altenaronde is gericht op beeldvorming en bereidt de besluitvorming van de raad voor of draagt anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad.

  • 3.

    De Altenatafel is gericht op opiniëring en bereidt de besluitvorming van de raad voor of draagt anderszins bij aan de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de raad.

  • 4.

    De Altenaronde en Altenatafel worden zoveel mogelijk ingedeeld per domein. De volgende domeinen worden onderscheiden: "Sociaal", "Ruimte" en "Bestuur".

Artikel 2.2. Openbaarheid

  • 1.

    De Altenaronde en Altenatafel zijn in beginsel openbaar.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan de commissie besluiten dat een Altenaronde of Altenatafel in beslotenheid plaatsvindt.

Artikel 2.3. Tafelvoorzitter en tafelgriffier

  • 1.

    De gemeenteraad benoemt en ontslaat de voorzitters van de Altenaronde en Altenatafel.

  • 2.

    De tafelvoorzitter draagt zorg voor behandeling van een agendapunt conform de gesprekswijzer.

  • 3.

    Aan het eind van de door hem voorgezeten Altenaronde of Altenatafel vat de tafelvoorzitter de uitkomst van de behandeling samen en formuleert een conclusie ten behoeve van de uitkomstenlijst als bedoeld in artikel 2.12.

  • 4.

    De griffier of de tafelgriffier is bij de Altenaronde en Altenatafel aanwezig.

  • 5.

    De tafelgriffier kan op uitnodiging van de tafelvoorzitter aan beraadslagingen in de Altenaronde of de Altenatafel deelnemen.

Artikel 2.4. Deelnemers

  • 1.

    Van een fractie kunnen per agendapunt twee raadsleden of burgerleden deelnemen aan de Altenaronde en Altenatafel. Eén van hen is woordvoerder, tenzij het presidium, de voorzitter of de commissie anders bepaalt.

  • 2.

    Het presidium kan in bijzondere gevallen een afwijkend aantal deelnemers per fractie vaststellen.

  • 3.

    In de gesprekswijzer kan opgenomen worden dat naast raadsleden, burgerleden, collegeleden, gemeentesecretaris en griffier derden deelnemen aan de Altenaronde of Altenatafel.

Artikel 2.5. Burgerleden

  • 1.

    Iedere fractie kan bij de raad personen ter benoeming voordragen, die als commissielid namens de fractie kunnen deelnemen aan de Altenaronde en Altenatafel.

  • 2.

    Deze commissieleden worden aangeduid als ‘burgerlid’.

  • 3.

    Iedere fractie heeft recht op maximaal vier burgerleden.

  • 4.

    Op voordracht van diens fractie, op eigen verzoek dan wel op initiatief van de raad ontslaat de raad een burgerlid.

  • 5.

    Het burgerlid legt bij de benoeming de eed of verklaring en belofte af in de raadsvergadering.

  • 6.

    De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een burgerlid.

  • 7.

    Voor de toetsing aan de benoembaarheidsvereisten, bedoeld in het vijfde lid, is artikel 4 van het Reglement van orde van de gemeenteraad voor burgerleden van overeenkomstige toepassing.

  • 8.

    De gedragscode voor de leden van de raad is van overeenkomstige toepassing op burgerleden.

  • 9.

    Het burgerlidmaatschap eindigt aan het einde van een raadsperiode.

Artikel 2.6. Voorbereiding agenda

  • 1.

    Het presidium bereidt de agenda van de Altenaronde en Altenatafel voor en bepaalt de vergaderlocatie.

  • 2.

    Het presidium plaatst in beginsel op de voorlopige agenda de van het college, het presidium of een commissie ontvangen voorstellen en van een raadslid ontvangen initiatiefvoorstellen.

  • 3.

    Een met redenen omkleed, schriftelijk verzoek tot het agenderen van een onderwerp te behandelen tijdens een Altenaronde of Altenatafel kan bij het presidium worden ingediend door raadsleden en burgerleden, het college en door inwoners, maatschappelijke instellingen en bedrijven.

    Het presidium treedt zo nodig in overleg met de verzoeker.

  • 4.

    Het presidium stelt voor elk agendapunt het voorgestelde doel en wijze van behandeling vast in een gesprekswijzer. De gesprekswijzer maakt onderdeel uit van de bij de agenda behorende stukken.

  • 5.

    Spoedeisende gevallen daargelaten, kunnen raads- en burgerleden wijzigingsvoorstellen op de voorlopige agenda van de Altenaronde en Altenatafel dan wel op de voorgestelde behandelwijze schriftelijk via de griffier indienen bij het presidium, uiterlijk woensdagochtend om 12.00 uur voorafgaand aan de betreffende vergadering.

  • 6.

    Wijzigingen op de agenda worden zo spoedig mogelijk openbaar gepubliceerd. De griffier informeert direct raadsleden, burgerleden, het college en eventuele belanghebbenden over de wijziging.

Artikel 2.7. Openbare kennisgeving en toegang tot stukken

  • 1.

    De Altenaronde en Altenatafel worden door aankondiging in een huis-aan-huisblad en door plaatsing in het raadsinformatiesysteem kenbaar gemaakt, tenzij de orde van de vergadering zich daartegen verzet.

  • 2.

    Stukken die ter toelichting van de onderwerpen op de agenda dienen, zijn toegankelijk via het raadsinformatiesysteem.

  • 3.

    Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waar geheimhouding op grond van hoofdstuk Va van de wet is opgelegd, wordt ten behoeve van de raads- en burgerleden geplaatst op een niet-openbaar gedeelte van het raadsinformatiesysteem.

Artikel 2.8. Uitkomst van een Altenaronde en Altenatafel

  • 1.

    Ieder agendapunt aan de Altenaronde en Altenatafel leidt tot een concrete uitkomst.

  • 2.

    Deze uitkomst betreft een concrete uitspraak voor een vervolgbehandeling van het onderwerp.

  • 3.

    Het presidium kan met redenen omkleed, besluiten tot een andere vervolgbehandeling.

Artikel 2.9. Spreekrecht

  • 1.

    In de Altenaronde kunnen insprekers het woord voeren.

  • 2.

    De tafelvoorzitter vraagt bij aanvang van elk agendapunt wie van de toehoorders gebruik willen maken van het spreekrecht.

  • 3.

    De wijze waarop gebruikt gemaakt kan worden van het spreekrecht, is in de gesprekswijzer aangegeven. De commissie kan besluiten hiervan af te wijken.

Artikel 2.10. Orde van de Altenaronde en Altenatafel

  • 1.

    De tafelvoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2.

    De tafelvoorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aan de ore zijnde onderwerp.

  • 3.

    De tafelvoorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4.

    De tafelvoorzitter kan de vergadering voorstellen aan een deelnemer als bedoeld in artikel 2.4. dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat de deelnemer de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de tafelvoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de deelnemer bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de Altenaronde en Altenatafel worden ontzegd.

Artikel 2.11. Rondvraag Altenatafel

De Altenatafel wordt per domein afgesloten met een rondvraag. Het college en de raads- en burgerleden die tijdens de rondvraag een onderwerp aan de orde willen stellen, melden dit uiterlijk 8 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier.

Artikel 2.12. Verslag en uitkomstenlijst

  • 1.

    Van de Altenaronde wordt een audio- of videoverslag gemaakt. Van de Altenatafel worden een audio- of videoverslag en een transcriptieverslag gemaakt. De verslagen zijn beschikbaar via het raadsinformatiesysteem.

  • 2.

    Van een besloten Altenaronde en Altenatafel wordt een audioverslag gemaakt. Dit audioverslag is niet openbaar.

  • 3.

    Van de Altenaronde en Altenatafel wordt een uitkomstenlijst gemaakt. Deze uitkomstenlijst bevat per agendapunt de deelnemers, de conclusies van de behandeling en eventuele afspraken of toezeggingen. De uitkomstenlijst is beschikbaar via het raadsinformatiesysteem.

  • 4.

    Van een besloten Altenaronde of Altenatafel wordt een uitkomstenlijst gemaakt. Deze uitkomstenlijst is niet openbaar.

Artikel 2.13. Toehoorders en pers

  • 1.

    Het op enigerlei wijze verstoren van de orde van de Altenaronde en Altenatafel is verboden. De tafelvoorzitter kan in het kader van de handhaving van de orde aanwijzingen geven en, indien hij dat nodig oordeelt, personen laten verwijderen uit de vergaderzaal.

  • 2.

    Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan voorafgaand aan de vergadering mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 2.14. Zitplaatsen Altenaronde en Altenatafel

  • 1.

    De tafelvoorzitter, de leden van de commissie en de griffier hebben een vaste zitplaats.

  • 2.

    De tafelvoorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor het college en zijn ambtelijke ondersteuning en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd of gebruik willen maken van het inspreekrecht als bedoeld in artikel 2.9.

Artikel 2.15. Besloten vergadering

Op een besloten vergadering zijn de bepalingen in dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing, voor zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.

Hoofdstuk 3 Fractieondersteuning en ambtelijke bijstand

Artikel 3.1. Financiële bijdrage

  • 1.

    De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie. De fracties ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. Elke fractie ontvangt € 2.500 plus € 250 per raadslid.

  • 2.

    De fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

  • 3.

    De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

    • a.

      betalingen ten behoeve van politieke partijen, aan politieke partijen of met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie;

    • b.

      giften, leningen, beleggingen en voorschotten;

    • c.

      uitgaven die betaald moeten worden van vergoedingen ingevolge de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;

    • d.

      opleidingen voor individuele raadsleden.

  • 4.

    De bijdrage wordt bij voorschot voor een kalenderjaar uitgekeerd. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden, wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden.

  • 5.

    Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot per de eerste dag van de maand na de splitsing verrekend.

  • 6.

    Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage onder overlegging van een verslag met onderliggende betalingsbewijzen.

  • 7.

    De raad stelt de bedragen vast van de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn en stelt de door de fracties terug te storten bedragen vast.

  • 8.

    Een fractie mag aan het eind van het kalenderjaar een overschot hebben gelijk aan de bijdrage die dat jaar is toegekend. Het meerdere dient te worden teruggestort aan de gemeente.

  • 9.

    Indien een fractie niet meer terugkeert in de raad dient het overschot op de dag van het aftreden van de raad te worden teruggestort aan de gemeente.

Artikel 3.2. Ambtelijke bijstand

  • 1.

    Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere zaken.

  • 2.

    Indien de gevraagde bijstand niet door de griffie kan worden verleend, kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren, werkzaam onder het college, aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

  • 3.

    De gemeentesecretaris kan medewerking weigeren, als de gevraagde bijstand geen betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad of als dit het belang van de gemeente kan schaden.

  • 4.

    Ingeval de gemeentesecretaris medewerking weigert, kan de griffier het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist over het verzoek.

  • 5.

    Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

  • 6.

    Wanneer een raadslid niet (geheel) tevreden is over de verleende bijstand, kan hij de zaak voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk 4 Griffier, werkgeverscommissie en griffie

Artikel 4.1. Resultaatgebieden en taken griffier

Het generiek profiel voor de griffiersfunctie, opgesteld door de Vereniging Nederlandse Gemeenten, is van toepassing, waarmee de griffier:

  • 1.

    Adviseert op strategisch niveau over politieke-, bestuurlijke- en organisatorische processen en vraagstukken.

  • 2.

    Adviseert over positioneringsvraagstukken binnen de context van lokale democratie alsmede t.o.v. andere (semi)overheden.

  • 3.

    Adviseert over vormen van externe oriëntatie en ontwikkelt en introduceert innovatieve en grensverleggende werkvormen.

  • 4.

    Adviseert over verbinding tussen politieke partijen, fracties, gemeenteraad, college, burgemeester, ambtelijke organisatie, maatschappelijke groeperingen, inwoner(s).

  • 5.

    Bevordert en bewaakt de kwaliteit van lokale politiek-bestuurlijke besluitvormingsprocessen en doet verbetervoorstellen.

  • 6.

    Adviseert over en ondersteunt de gemeenteraad bij bijzondere onderzoeken en activiteiten, zoals strategisch overleg met partners en instanties, hoorzittingen, raadsonderzoeken en rekenkameronderzoeken.

  • 7.

    Adviseert over en ondersteunt de gemeenteraad en de burgemeester ten aanzien van integer politiek bestuur en kwesties van integriteit en weerbaarheid van raad(sleden).

  • 8.

    Optreedt als eerste aanspreekpunt en eerste adviseur van de gemeenteraad, de raadsvoorzitter, het presidium, de raadscommissies, de raadsfracties en de raadsleden zowel gevraagd als ongevraagd. Bewaakt hierbij de positie van de gemeenteraad.

  • 9.

    (Mede) zorg draagt voor een optimale afstemming tussen gemeenteraad, college en de ambtelijke organisatie.

  • 10.

    Vergaderingen en andere bijeenkomsten van de raad voorbereidt, zorg draagt voor de integrale toetsing van voorgelegde adviezen, vergaderingen ondersteunt en daar aan deel neemt en zorg draagt voor totstandkoming van de Raadsagenda.

  • 11.

    Stuurt en zorg draagt voor de planning en control van raadsprocessen in brede zin.

  • 12.

    Beslisbevoegd is voor de budgetten van de gemeenteraad en de griffie, deze bewaakt, budgetoverschrijdingen signaleert en zorgt voor jaarlijkse verantwoording.

  • 13.

    Eindverantwoordelijk is voor de organisatie en uitvoering van secretariële, administratieve en logistieke ondersteuning van de gemeenteraad en commissies.

  • 14.

    Het contractbeheer met in- en externe partijen verzorgt.

  • 15.

    Zorg draagt voor het management van de griffie en de raadsprocessen organiseert.

  • 16.

    Zorg draagt voor de juiste inzet van mensen en middelen ter realisatie van de gewenste producten en diensten, ook als het gaat om ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie (bodedienst, ICT).

  • 17.

    Samenwerking met politieke partijen, lokaal bestuur, ambtelijke organisatie, verbonden partijen en belanghebbenden initieert en bevordert.

Artikel 4.2. Nevenwerkzaamheden griffier

De nevenwerkzaamheden van de griffier zijn openbaar door publicatie van een actuele opgave van deze activiteiten op de website van de gemeente.

Artikel 4.3. Werkgeverscommissie griffie

  • 1.

    De werkgeverscommissie is een bestuurscommissie van de raad, ingesteld op grond van artikel 83 van de wet. De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die door de raad aan haar zijn gedelegeerd in artikel 4.4.

  • 2.

    De eerste plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad is voorzitter van de werkgeverscommissie.

  • 3.

    De raad benoemt uit zijn midden twee commissieleden. Het voorzitterschap en lidmaatschap van de commissieleden eindigt door het verlies van het raadslidmaatschap, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

  • 4.

    De voorzitter van de gemeenteraad is adviseur van de werkgeverscommissie.

  • 5.

    De griffier staat de werkgeverscommissie terzijde en draagt zorg voor het secretariaat en de verslaglegging.

  • 6.

    De griffier heeft periodiek overleg met de werkgeverscommissie over de invulling van de werkgeversrol door de gemeenteraad en de huishouding van de griffie.

  • 7.

    De werkgeverscommissie beslist bij meerderheid van stemmen. Besluiten worden alleen genomen indien in de vergadering meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 8.

    De vergaderingen van de werkgeverscommissie zijn besloten. De agenda, de stukken en de besluitenlijst zijn openbaar, tenzij de werkgeverscommissie beslist dat hierop of een deel daarvan geheimhouding moet worden gelegd. Indien een raadslid de stukken wil inzien, kan hij daartoe een verzoek indienen bij de voorzitter van de werkgeverscommissie. De voorzitter weigert een dergelijk verzoek slechts als sprake is van strijd met het openbaar belang.

Artikel 4.4. Delegatiebesluit werkgeverschap raad

  • 1.

    De raad delegeert aan de werkgeverscommissie:

    • a.

      de bevoegdheid genoemd in artikel 107e, tweede lid, van de wet, tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de op de griffie werkzame ambtenaren, anders dan de griffier,

    • b.

      de toepassing van de Cao Gemeenten voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren,

    • c.

      de toepassing van het Personeelshandboek voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren.

  • 2.

    Tot de onder 1. genoemde bevoegdheden hoort ook het nemen van de daarbij behorende voorbereidings- en uitvoeringsbesluiten.

  • 3.

    Aan de werkgeverscommissie wordt overgedragen de bevoegdheid tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 107e lid 2 van de wet).

  • 4.

    Voor de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren worden ten aanzien van de lokale regelingen voor arbeids¬voor¬waarden die niet zijn geregeld in de landelijk geldende Cao, de bepalingen gevolgd zoals die voor de gemeentelijke organisatie ressorterend onder de gemeentesecretaris in het Personeelshandboek en het daarmee samenhangende personeelsbeleid zijn vastgelegd. Indien toepassing daarvan een ongewenste of onredelijke situatie zou opleveren, kan de werkgeverscommissie hiervan besluiten af te wijken.

  • 5.

    De werkgeverscommissie kan de onder 1. genoemde bevoegdheden ten aanzien van de op de griffie werkzame ambtenaren, mandateren aan de griffier.

Artikel 4.5. Medezeggenschap griffie

  • 1.

    De griffie kent samen met de ambtelijke organisatie een ondernemingsraad als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 2.

    De gemeentesecretaris geldt voor de griffie als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 3.

    De bestuurder bespreekt een voorstel dat de griffie rechtstreeks of middellijk aangaat, voorafgaand aan de overlegvergadering met de griffier.

  • 4.

    De griffier ontvangt een verslag van die overlegvergaderingen, waarin onderwerpen zijn besproken die de griffie en/of het griffiepersoneel rechtstreeks of middellijk aangaan.

  • 5.

    De bepalingen in het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het Lokaal Overleg als bedoeld in de Cao gemeenten.

Hoofdstuk 5 Benoeming, spiegelgesprekken en herbenoeming burgemeester

Artikel 5.1. Vertrouwenscommissie

  • 1.

    Er is een vertrouwenscommissie als bedoeld in artikel 61, lid 3 van de wet in, belast met de beoordeling van de kandidaten voor de benoeming of herbenoeming van de (beoogde) burgemeester.

  • 2.

    De vertrouwenscommissie heeft tot taak de aanbeveling tot benoeming of herbenoeming van de burgemeester voor te bereiden, alsmede de spiegelgesprekken te houden met de burgemeester.

  • 3.

    De vertrouwenscommissie bestaat uit één lid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie. De raad benoemt de leden. De vertrouwenscommissie stelt uit haar midden een voorzitter aan.

  • 4.

    Het lidmaatschap van de commissieleden eindigt door het verlies van het raadslidmaatschap, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

Artikel 5.2. Ambtelijke ondersteuning

  • 1.

    De griffier is secretaris van de vertrouwenscommissie en geeft ambtelijke ondersteuning aan de commissie.

  • 2.

    De gemeentesecretaris kan door de commissie gevraagd worden ambtelijke ondersteuning te verlenen.

Artikel 5.3. Adviseur

  • 1.

    De gemeenteraad kan bij benoeming of herbenoeming één of meer wethouders als adviseur toevoegen aan de commissie.

  • 2.

    De adviseur wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de commissie.

  • 3.

    De adviseur is geen lid van, en heeft geen stemrecht in de commissie.

Artikel 5.4. Geheimhouding

  • 1.

    Op alle informatie van de vertrouwenscommissie rust de verplichting tot geheimhouding, welke zich uitstrekt tot eenieder die van de informatie kennis draagt.

  • 2.

    De vergaderingen van de vertrouwenscommissie zijn besloten. De voorzitter van de commissie wijst in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht.

  • 3.

    Aan degenen die geen lid, adviseur of ambtelijk ondersteuner zijn van de vertrouwenscommissie wordt geen informatie verstrekt omtrent de inhoud van de stukken of het behandelde ter vergadering of in het gesprek.

  • 4.

    De geheimhoudingsplicht blijft ook in het geval de vertrouwenscommissie wordt ontbonden van kracht.

  • 5.

    De secretaris van de vertrouwenscommissie draagt zorg voor archivering van de stukken na afronding van de benoeming, de herbenoeming en de spiegelgesprekken.

Artikel 5.5. Stemming

De vertrouwenscommissie besluit over de vaststelling van een conceptaanbeveling bij meerderheid van stemmen, waarbij elk lid één stem heeft. Indien de stemmen staken, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden de verschillende meningen in het in artikel 5.6. bedoelde verslag opgenomen.

Artikel 5.6. Verslag

De vertrouwenscommissie brengt over haar werkzaamheden ter voorbereiding op het doen van een aanbeveling schriftelijk een verslag van bevindingen uit aan de gemeenteraad en aan de commissaris van de Koning. Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval:

  • a.

    een weergave van de wijze waarop de vertrouwenscommissie haar werkzaamheden heeft verricht;

  • b.

    in het geval van benoeming een conceptaanbeveling van twee personen;

  • c.

    in het geval van herbenoeming een conceptaanbeveling inzake de herbenoeming.

Artikel 5.7. Archivering

  • 1.

    De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar de op grond van artikel 31 van de Archiefwet door het college van burgemeester en wethouders aangewezen archiefbewaarplaats.

  • 2.

    De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat van de in het eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1 sub a en c, van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.

  • 3.

    De griffier draagt er bij de benoemings- en herbenoemingsprocedure zorg voor dat alle overige bescheiden en alle kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.

  • 4.

    De griffier draagt bij functioneringsgesprekken zorg voor een afdoende vertrouwelijke archivering van de stukken, waaronder het afschrift van het vastgestelde verslag. Na het aftreden van de burgemeester worden alle betreffende stukken door de griffier vernietigd.

Artikel 5.8. Bepalingen inzake de spiegelgesprekken

  • 1.

    De commissie houdt jaarlijks met de burgemeester een spiegelgesprek over het functioneren.

  • 2.

    Van het gesprek wordt een verslag opgesteld.

  • 3.

    Alvorens het verslag vast te stellen, krijgt de burgemeester de gelegenheid te reageren op het concept.

  • 4.

    Het verslag wordt getekend door de voorzitter van de commissie, de burgemeester en de griffier.

  • 5.

    Raadsleden kunnen het verslag inzien. Het verslag wordt niet openbaar gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt door de burgemeester gezonden aan de commissaris van de Koning.

Hoofdstuk 6 Auditcommissie en planning en control

Artikel 6.1. Taken auditcommissie

  • 1.

    De gemeenteraad heeft een auditcommissie, ingesteld op grond van artikel 84 van de wet.

  • 2.

    De auditcommissie heeft tot doel advisering en afstemming tot stand te brengen ten behoeve van de raad voor activiteiten op het gebied van auditing, financieel beleid en beheer en aangrenzende gebieden en de inrichting van de planning- en controlcyclus.

  • 3.

    De commissie is belast met de voorbereiding van procedures tot selectie en aanwijzing van een accountant als bedoeld in artikel 213 van de wet en brengt aan de raad een advies uit over de benoeming.

  • 4.

    De commissie is het formele aanspreekpunt voor de door de raad aangewezen accountant.

  • 5.

    De commissie adviseert de raad over de vaststelling van het controleplan en het protocol van de accountant.

  • 6.

    De commissie bespreekt de bevindingen van de accountant naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole en naar aanleiding van specifieke rapportages in opdracht van de raad.

  • 7.

    De commissie adviseert de raad over de uitvoering van de verordeningen gebaseerd op de artikelen 212, 213 en 213a van de wet.

  • 8.

    De commissie bevordert dat onderzoeken van de accountant, de rekenkamer, de raad, het college en de ambtelijke organisatie op het terrein van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid op elkaar zijn afgestemd.

Artikel 6.2. Samenstelling auditcommissie

  • 1.

    De raad benoemt de leden en plaatsvervangend leden van de commissie.

  • 2.

    De commissie bestaat uit tenminste vijf leden zijnde maximaal één raadslid of burgerlid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie. Het lidmaatschap eindigt door het verlies van de hoedanigheid van raadslid of burgerlid, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.

  • 3.

    De commissie stelt uit haar midden een voorzitter aan.

  • 4.

    De griffier of een door hem aangewezen medewerker is secretaris van de commissie.

  • 5.

    Op uitnodiging van de commissie kunnen vertegenwoordigers van het college, ambtelijke organisatie, de rekenkamer, de accountant of andere deskundigen als adviseur deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.

Artikel 6.3. Werkwijze

  • 1.

    Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen. Indien één van de leden van de commissie dit wenst, wordt een minderheidsstandpunt bij een advies ter kennis gebracht van de raad.

  • 2.

    De commissie kan slechts beraadslagen en besluiten wanneer meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 3.

    Van de vergaderingen van de commissie wordt een beknopt verslag gemaakt, dat aan de raad en het college wordt gezonden.

  • 4.

    Van de vergaderingen van de commissie wordt een geluidsopname gemaakt, die terug te luisteren is voor raads- en burgerleden.

  • 5.

    De vergaderingen van de commissie zijn besloten.

  • 6.

    De adviezen van de commissie en de verslagen van de vergaderingen van de commissie zijn openbaar.

Artikel 6.4. Programmabegroting, Jaarrekening, Kadernota en tussentijdse rapportages

  • 1.

    De raad kan richtlijnen vaststellen voor de indeling en inrichting van de Programmabegroting en de Jaarrekening, alsmede de Kadernota en tussentijdse rapportages.

  • 2.

    De Auditcommissie kan de raad hierover adviseren.

  • 3.

    Voordat de raad daarover besluit overlegt hij daarover met het college.

Artikel 6.5. Behandelprocedure

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk XIII van de wet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de Programmabegroting, van het Jaarverslag en de Jaarrekening alsmede van de Kadernota volgens een procedure die het presidium vaststelt.

  • 2.

    De Auditcommissie kan de raad hierover adviseren.

  • 3.

    De griffier draagt er zorg voor dat de leden van de raad en het college geïnformeerd worden over de vastgestelde procedure.

Hoofdstuk 7 Onderzoek door de gemeenteraad

Artikel 7.1. Instellen onderzoek

De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer van zijn leden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen op grond van artikel 84 van de wet.

Artikel 7.2. Onderzoekscommissie

  • 1.

    De uitvoering van dit hoofdstuk wordt opgedragen aan een daartoe voor dit onderzoek in te stellen tijdelijke onderzoekscommissie.

  • 2.

    De door de raad voor het onderzoek ingestelde tijdelijke onderzoekscommissie bestaat uit tenminste vijf raadsleden, met maximaal 1 raadslid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie.

  • 3.

    De gemeenteraad benoemt bij de instelling van de onderzoekscommissie de leden.

  • 4.

    De onderzoekscommissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 5.

    De bevoegdheden en de werkzaamheden van de onderzoekscommissie worden niet geschorst door het aftreden van de gemeenteraad. De nieuw geïnstalleerde gemeenteraad vervult zo spoedig mogelijk de door het aftreden van leden ontstane vacatures in de commissie.

  • 6.

    De leden van de tijdelijke onderzoekscommissie ontvangen voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage als bedoeld in artikel 8.1., lid 2 van deze verordening.

Artikel 7.3. Beëindiging van het lidmaatschap van de onderzoekscommissie

Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:

  • a.

    de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;

  • b.

    een lid ophoudt lid te zijn van de raad;

  • c.

    een lid ontslag neemt;

  • d.

    de raad daartoe besluit.

Artikel 7.4. De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter van de onderzoekscommissie draagt in ieder geval zorg voor:

    • -

      het tijdig en periodiek bijeenroepen van de onderzoekscommissie;

    • -

      het leiden van de vergaderingen;

    • -

      het bewaken van de uitvoering van het onderzoek;

    • -

      het verzorgen van de externe communicatie (woordvoerderschap);

    • -

      het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming;

    • -

      het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels.

  • 2.

    Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de secretaris en de overige leden.

Artikel 7.5. Ondersteuning

  • 1.

    De griffier draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de onderzoekscommissie.

  • 2.

    De griffier wijst een ambtelijk secretaris aan.

  • 3.

    De secretaris van de onderzoekscommissie ondersteunt en adviseert de onderzoekscommissie bij al haar werkzaamheden.

Artikel 7.6. Werkzaamheden onderzoekscommissie

  • 1.

    Alle activiteiten van de leden en de aan de onderzoekscommissie toegevoegde medewerkers vallen onder de verantwoordelijkheid van de onderzoekscommissie.

  • 2.

    De onderzoekscommissie kan slechts beraadslagen en besluiten wanneer meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

  • 3.

    Zo spoedig mogelijk na instelling van de onderzoekscommissie stelt de onderzoekscommissie een plan van aanpak op waarin zij in ieder geval de volgende punten opneemt:

    • -

      de uitvoering van de onderzoeksopdracht;

    • -

      de eerste planning van de uit te voeren taken;

    • -

      een voorlopige raming van de kosten;

    • -

      de taakverdeling;

    • -

      informatiebeheer.

  • 4.

    Indien de onderzoekscommissie besluit de uitvoering van bepaalde delen van het onderzoek neer te leggen bij derden, vindt deze uitvoering plaats onder haar verantwoordelijkheid.

  • 5.

    Deze derden kunnen alle informatie verzamelen die de onderzoekscommissie in het belang van het onderzoek nodig acht, ook als het informatie betreft waar geheimhouding op ligt. Zij zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de commissie.

  • 6.

    De onderzoekscommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.

  • 7.

    De onderzoekscommissie is bevoegd van alle gemeentelijke bestuursorganen de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht.

  • 8.

    De onderzoekscommissie vergadert in beslotenheid. Van de vergaderingen wordt een beknopt verslag gemaakt.

  • 9.

    De onderzoekscommissie stelt door de commissie aan te wijzen betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten minste twee weken en ten hoogste vier weken bedraagt, een feitenverificatie op het feitenonderzoek aan de onderzoekscommissie kenbaar te maken.

  • 10.

    Na vaststelling door de onderzoekscommissie wordt het onderzoek zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden en ter kennis van het college gebracht. De onderzoekscommissie kan bij afzonderlijk besluit op grond van artikel 88 van de wet voor een termijn die tenminste één week en ten hoogste twee weken bedraagt geheimhouding op het onderzoek opleggen.

  • 11.

    Gedurende de in lid 10 bepaalde termijn is het college in de gelegenheid om een schriftelijke bestuurlijke reactie aan de gemeenteraad aan te bieden.

  • 13.

    Bij de openbaar making van het onderzoek presenteert de commissievoorzitter de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.

  • 14.

    De raad vergadert in openbaarheid over de conclusies en aanbevelingen, tenzij de raad anders besluit.

  • 15.

    De onderzoekscommissie legt aan de raad verantwoording af over haar uitgaven.

Hoofdstuk 8 Rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden

Artikel 8.1. Toelage raadslid onderzoekscommissie en vertrouwenscommissie

  • 1.

    Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de wet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage verleend ter hoogte van 50% van de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden als vermeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De toelage is per jaar maximaal drie maal de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.1. lid 1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of als bedoeld in hoofdstuk 7 van deze verordening wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente de maximale toelage toegekend als bedoeld in artikel 3.1.4.eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 8.2. Reis- en verblijfkosten raads-, commissie- en burgerleden

  • 1.

    Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads-, commissie- of burgerlid vergoed:

    • a.

      de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

    • b.

      bij gebruik van een eigen auto € 0,35 per afgelegde kilometer, waarvan € 0,23 onbelast;

    • c.

      bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten.

  • 2.

    Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

  • 3.

    Als een raads-, commissie- of burgerlid een functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed.

  • 4.

    De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfskosten die een raads-, commissie- of burgerlid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 8.3. Niet-partijpolitiek georiënteerde scholing

  • 1.

    Een raadslid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

  • 2.

    Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 3.

    De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per raadslid.

  • 4.

    Het presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

  • 5.

    Een burgerlid dat wil deelnemen aan scholing in verband met de vervulling van zijn functie kan een tegemoetkoming voor de kosten aanvragen bij de fractie. Deze kosten kunnen ten laste van het beschikbare fractiebudget worden gebracht. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt € 300 per jaar per burgerlid.

Artikel 8.4. Informatie- en communicatievoorzieningen

  • 1.

    Een raads-, commissie- of burgerlid tekent zolang hij actief is in zijn functie, een bruikleenovereenkomst voor de informatie- en communicatievoorzieningen die ter beschikking zijn gesteld, zoals bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.

  • 2.

    Een raads-, commissie- of burgerlid levert na beëindiging van zijn functie binnen 1 maand de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is niet mogelijk.

Artikel 8.5. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

  • 1.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 8.6. Betaling vaste vergoedingen aan commissie- en burgerleden

  • 1.

    Aan burgerleden wordt een vergoeding toegekend voor het bijwonen van de vergaderingen van een Altenaronde, Altenatafel, van de Auditcommissie en van andere door het presidium daarvoor aangewezen bijeenkomsten, die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in artikel 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

  • 2.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding aan commissie- of burgerleden, eens per kwartaal plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering.

Artikel 8.7. Betaling en declaratie van onkosten

  • 1.

    Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:

    • a.

      betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,

    • b.

      betaling vooruit uit eigen middelen.

  • 2.

    Een verzoek om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van bewijsstukken. De eis om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.

  • 3.

    Het verzoek en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads-, commissie- of burgerleden ingediend via de griffier.

  • 4.

    Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads-, commissie- of burgerleden binnen 2 maanden na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Artikel 9.1. Slotbepalingen

  • 1.

    In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze verordening, beslist het presidium.

  • 2.

    Tijdens een vergadering of bijeenkomst beslist de voorzitter van die vergadering of bijeenkomst over gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van deze verordening.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid beslist de werkgeverscommissie over de toepassing van de rechtspositieregelingen betreffende de griffie.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid beslist de vertrouwenscommissie over de toepassing van de artikelen 5.3 tot en met 5.8.

  • 5.

    In afwijking van het eerste lid beslist de auditcommissie over de toepassing van artikel 6.3.

  • 6.

    In afwijking van het eerste lid beslist de onderzoekscommissie over de toepassing van artikel 7.6.

Artikel 9.2. Intrekken oude verordeningen

  • 1.

    De Verordening rechtspositie raads-, commissie- en burgerleden Altena 2024 wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Verordening regelende onderzoek door de raad van de gemeente Altena 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 9.3. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

Artikel 9.4. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening op de commissies en organisatie van de gemeenteraad Altena 2026.

Vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juli 2026,

drs. E.B.A. Lichtenberg MCM

voorzitter

drs. S.J. Peet

griffier

Naar boven