HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN NOORDOOSTPOLDER EN BURGEMEESTER VAN NOORDOOSTPOLDER
ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;
overwegende dat:
de Rekenkamer Noordoostpolder ingevolge artikel 182 Gemeentewet de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het gemeentebestuur van Noordoostpolder gevoerde beleid onderzoekt;
de Rekenkamer Noordoostpolder hiertoe jaarlijks een onderzoeksprogramma opstelt
de raad op basis van de artikelen 81j Gemeentewet en 11 Verordening op de rekenkamer gemeente Noordoostpolder na overleg met de Rekenkamer Noordoostpolder de nodige middelen ter beschikking stelt voor een goede uitoefening van de werkzaamheden van de Rekenkamer Noordoostpolder.
door de Rekenkamer Noordoostpolder de wens is geuit om ter uitvoering van het jaarlijkse onderzoeksprogramma met externe deskundigen overeenkomsten van opdracht aan te gaan (artikelen 7: 400 t/m 7:413 BW)
de Rekenkamer Noordoostpolder geen rechtspersoonlijkheid heeft en dus niet zelfstandig kan deelnemen aan het privaatrechtelijk rechtsverkeer
het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is om tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten en de burgemeester het bevoegd gezag is voor het verrichten van rechtshandelingen van de gemeente;
gezien de onafhankelijke positie van de gemeentelijke Rekenkamer het wenselijk is dat de Rekenkamer Noordoostpolder met het oog op de uitoefening van haar taken in de positie wordt gebracht dat zij overeenkomsten van opdracht kan aangaan met externe deskundigen;
dat het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder respectievelijk de burgemeester van Noordoostpolder het wenselijk achten om de Voorzitter van de Rekenkamer Noordoostpolder de bevoegdheid te mandateren om voornoemde overeenkomsten van opdracht aan te gaan respectievelijk de Voorzitter kan de Rekenkamer Noordoostpolder volmacht te verlenen om deze voornoemde overeenkomsten van rechtshandelingen (tot de door de gemeenteraad vastgestelde budgetgrens) te verrichten
een belangrijk aandachtspunt de onafhankelijke positie van de gemeentelijke Rekenkamer is.
dat het onwenselijk is dat het college en/of de burgemeester via de mandaat- en volmachtverlening invloed kunnen/kan uitoefenen op de werkzaamheden van de Rekenkamer.
dat deze onwenselijkheid kan worden ondervangen door de Rekenkamer de vrije hand te geven, echter totdat de grens van het (door de gemeenteraad vastgestelde) budget is bereikt en voor zover binnen de grenzen van het gemeentelijk inkoopbeleid wordt gehandeld.
Gelet op het bepaalde in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek
Besluiten: