Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 339376 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 339376 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling circulair ondernemerschap
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de wethouder economie van 7 juli met kenmerk D2606-56941;
gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 8, onderdeel k en 12a van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;
overwegende, dat het wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor de versterking van circulair ondernemerschap in Rotterdam, teneinde het marktaandeel van de circulaire economie te vergroten, de lokale verwerking en het hoogwaardig hergebruik van reststromen te stimuleren alsmede de financiële drempel voor circulaire MKB-bedrijven te verlagen;
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Een subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.999 per initiatief.
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 2 september 2026 tot en met 21 oktober 2026 een subsidieplafond van € 200.000.
Artikel 12 Aanvullende weigeringsgronden
Subsidie kan worden geweigerd, indien subsidie is verleend voor dezelfde activiteiten op grond van de Subsidieregeling circulaire innovaties.
Artikel 13 Subsidieverplichtingen
Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:
Aldus vastgesteld in de vergadering van 7 juli 2026.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage Beoordelingscriteria als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Subsidieregeling circulair ondernemerschap
Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende vier criteria:
Criterium 1: Verbetering marktpositie
Dit criterium beoordeelt de mate waarin het voorgestelde project bijdraagt aan het gelijktrekken van het speelveld tussen circulaire en lineaire proposities. De aanvrager beschrijft welke concrete marktbarrières de circulaire propositie ondervindt en hoe de voorgestelde activiteiten deze barrières verminderen.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Dit criterium beoordeelt de toekomstbestendigheid van de activiteit en professionaliteit van de aanvrager. Deze twee onderdelen worden hieronder nader beschreven.
In het kader van toekomstbestendigheid wordt beoordeeld in hoeverre de activiteit en de beoogde resultaten bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig bedrijfsmodel. De aanvrager toont aan dat de resultaten niet eenmalig zijn maar een structureel effect hebben op de onderneming.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Bij professionaliteit wordt gekeken naar de aanvrager als ondernemer. De regeling richt zich op ondernemers en activiteiten die voorbij de idee- of conceptfase zijn en het ondernemerschap ‘in de vingers hebben’.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Criterium 3: Impact op Rotterdam
Bij dit criterium wordt gekeken naar de volgende drie onderdelen: milieu-impact, maatschappelijke impact en economische impact. Deze onderdelen worden hieronder nader beschreven.
Dit onderdeel beoordeelt de bijdrage van de activiteit aan de milieudoelstellingen binnen Rotterdam.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Dit onderdeel beoordeelt de bredere maatschappelijke bijdrage van de activiteit aan de Rotterdamse samenleving.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Dit onderdeel beoordeelt de bijdrage aan de Rotterdamse economie en het circulaire ecosysteem.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Bij dit criterium wordt gekeken naar de volgende drie onderdelen: realistische begroting, de toegevoegde waarde van de subsidie en de waarde voor het geld. Deze onderdelen worden hieronder nader beschreven.
Dit onderdeel beoordeelt de kwaliteit en realiteitszin van de financiële onderbouwing.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Dit onderdeel beoordeelt de mate waarin de subsidie daadwerkelijk het verschil maakt voor de activiteit en de onderneming.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Dit onderdeel beoordeelt de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag en de verwachte opbrengsten.
De beoordelaar weegt het volgende mee:
Elk criterium krijgt een score van 0-10 punten.
Toelichting op de Subsidieregeling circulair ondernemerschap
Het college zet in op het versterken van circulair ondernemerschap in Rotterdam vanwege het belang voor klimaat, grondstofgebruik, lokale economie en het toekomstige verdienvermogen van de stad. De ambities hiervoor zijn onder andere vastgelegd in:
Circulaire ondernemers spelen een belangrijke rol in de transitie naar een circulaire economie. Zij verwerken reststromen, sluiten materiaalketens en creëren economische waarde. Circulaire productie is vaak arbeidsintensiever, grondstofketens zijn minder voorspelbaar, en de marktprijzen van primaire grondstoffen reflecteren niet de maatschappelijke kosten van winning en verwerking. Met deze subsidieregeling speelt het college in op die uitdagingen. De regeling richt zich op circulaire MKB-bedrijven die voorbij de idee- of conceptfase zijn en een aantoonbare bijdrage leveren aan de Rotterdamse circulaire economie. Het doel is het wegnemen van risicovolle financiële drempels die de doorgroei van bestaande circulaire bedrijvigheid belemmeren, zodat meer circulaire ondernemers de stap kunnen zetten naar professionalisering, opschaling en ketenontwikkeling. Er zijn zeer beperkt opties voor circulaire ondernemers voor het verkrijgen van financiering voor deze fase van ontwikkeling, die nog veel risico’s kent.
Het doel van het college is om met de beschikbare middelen maximale impact te bereiken voor de Rotterdamse circulaire economie. Aanvragen worden onder andere beoordeeld op milieu-impact, maatschappelijke impact en economische impact. In de praktijk betekent dit dat projecten hoger scoren wanneer zij niet alleen de eigen bedrijfsvoering versterken, maar onder andere ook bijdragen aan de zichtbaarheid van circulaire economie, de vorming van lokale ketens en de versterking van het circulaire ecosysteem in Rotterdam.
De regeling richt zich in het bijzonder op ondernemers met een regionaal of stedelijk verzorgingsgebied. Dit reflecteert de ambitie om de circulaire economie lokaal te verankeren en de verwerking van Rotterdamse reststromen binnen de regio te stimuleren.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
De subsidiabele activiteiten zijn gegroepeerd in de categorieën professionalisering en interne opschaling, ketenontwikkeling, en verkennende activiteiten. Binnen de categorieën is beoordelingsruimte gelaten voor activiteiten die niet expliciet zijn benoemd maar wel bijdragen aan het betreffende thema. Dit voorkomt dat relevante activiteiten niet in aanmerking komen voor subsidieverlening enkel omdat zij niet waren voorzien bij het opstellen van de regeling. De regeling richt zich niet op activiteiten in de idee- of conceptfase, evenals activiteiten met een eenmalig karakter zonder structureel effect op de bedrijfsvoering.
De subsidie wordt verstrekt met inachtneming van de Europese de-minimisverordening (Verordening (EU) 2023/2831). De totale de-minimissteun aan één onderneming bedraagt ten hoogste € 300.000 over een periode van drie belastingjaren. De aanvrager verklaart bij de aanvraag welke de-minimissteun in de drie voorafgaande jaren is ontvangen, zodat cumulatie kan worden getoetst. De keuze voor het de-minimiskader is ingegeven door de beperkte omvang van de individuele subsidies (maximaal € 24.999) en het totale subsidieplafond van deze regeling (€200.000), waardoor zwaardere staatssteunkaders zoals de Algemene Groepsvrijstellingsverordening niet proportioneel zouden zijn.
Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten, die voor subsidie worden opgevoerd, redelijk zijn. Voor elke opgevoerde kostenpost moet worden onderbouwd waarom deze kosten nodig zijn voor de activiteit. Ook moet worden uitgelegd waarom bijvoorbeeld niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren.
De aanvragen worden na sluiting van de aanvraagtermijn gerangschikt op basis van vier criteria. Dit zijn verbetering marktpositie, haalbaarheid, impact op Rotterdam en financieel. Deze wijze van verdeling waarborgt dat de beschikbare middelen worden toegekend aan de kwalitatief sterkste aanvragen. De minimale score van 6 per criterium voorkomt dat aanvragen die op één onderdeel tekortschieten toch worden gehonoreerd. Het gevolg kan zijn dat niet het volledige budget wordt uitgeput; het college acht het belangrijker om publieke middelen alleen te besteden aan kwalitatief sterke initiatieven dan om het volledige plafond te benutten.
De kennisdelingsverplichting betreft uitsluitend niet-concurrentiegevoelige inzichten, zoals generieke procesinzichten, geleerde lessen of aanbevelingen. Dit vergroot de maatschappelijke opbrengst van de regeling doordat andere ondernemers kunnen leren van de resultaten.
De subsidie wordt bij verlening direct vastgesteld op basis van het ingediende plan van aanpak. Een afzonderlijke verantwoordingsprocedure na afloop van het project is bij subsidiebedragen tot € 25.000 niet proportioneel. Het college behoudt de mogelijkheid om de vaststelling in te trekken of te wijzigen, indien blijkt dat de prestaties niet zijn geleverd op basis van artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht. Zodra de subsidieverlener de oorspronkelijke (directe) vaststelling via een nieuw besluit heeft ingetrokken of op een lager bedrag heeft vastgesteld, ontstaat er met terugwerkende kracht een onverschuldigde betaling. Op basis van artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieverlener dan de formele bevoegdheid om het reeds uitbetaalde bedrag (geheel of gedeeltelijk) terug te vorderen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-339376.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.