Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026

De Raad van de Gemeente Nijmegen, bijeen in zijn openbare vergadering van 8 juli 2026

Gelezen het raadsvoorstel ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026’

Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de navolgende ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026’;

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • a.

    de raad: de gemeenteraad;

  • b.

    de voorzitter: de burgemeester als voorzitter van de gemeenteraad;

  • c.

    het college: het college van burgemeester en wethouders;

  • d.

    de fractie: de raadsleden die op dezelfde kandidatenlijst zijn verkozen of anderszins samen optreden als politieke groepering in de raad;

  • e.

    de griffier: de griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • f.

    de griffiemedewerker: de medewerker van de griffier die is aangesteld door of namens de raad;

  • g.

    de secretaris: de gemeentesecretaris of diens plaatsvervanger;

  • h.

    de ambtenaar: de in de reguliere ambtelijke organisatie werkzame medewerker die is aangesteld door of namens het college;

  • i.

    bijstand:

    • 1.

      feitelijke informatie;

    • 2.

      inzage in of afschriften van documenten;

    • 3.

      het verschaffen van een deskundig oordeel of advies.

    • 4.

      het doen van onderzoek of het verlenen van hulp daarbij;

    • 5.

      het opstellen van voorstellen of het verlenen van hulp daarbij.

HOOFDSTUK 2 AMBTELIJKE BIJSTAND

AFDELING 1 BIJSTAND AAN DE RAAD

Artikel 2 Opdracht tot bijstandverlening

  • 1.

    Indien de raad als geheel bijstand wenst, geeft hij – tenzij hij besluit tot uitbesteding – daartoe opdracht aan de griffier.

     

AFDELING 2 BIJSTAND AAN INDIVIDUELE RAADSLEDEN

Artikel 3 Verzoek aan de griffier

  • 1.

    Indien één of meerdere raadsleden bijstand wensen, wenden zij zich tot de griffier. Bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend door de griffier of door een griffiemedewerker.

  • 2.

    In de gevallen waarin de gevraagde bijstand van geringe omvang is, kan het raadslid zich ook rechtstreeks tot de desbetreffende ambtenaar wenden.

  • 3.

    Indien de desbetreffende ambtenaar twijfelt of het verzoek om bijstand de in het tweede lid bedoelde gevallen betreft, stelt hij het college daarvan in kennis. Het college beslist.

Artikel 4 Verzoek aan het college

  • 1.

    Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een griffiemedewerker kan worden verleend, kan de griffier het college verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

Artikel 5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Bijstand wordt verleend, tenzij;

    • a.

      het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;

    • b.

      dit het belang van de gemeente kan schaden;

    • c.

      de ermee gemoeide werkzaamheden een onevenredig beslag leggen op de capaciteit;

    • d.

      het verzoek een kennelijk discriminerende strekking heeft jegens individuele personen of groepen van personen.

Artikel 6 Beoordeling

  • 1.

    Indien een verzoek om bijstand op grond van artikel 3, eerste lid, gericht is aan de griffier, beoordeelt de griffier of bijstand dient te worden geweigerd. Indien een verzoek om bijstand op grond van artikel 4 aan het college is gericht, beoordeelt het college of bijstand dient te worden geweigerd.

  • 2.

    Weigering van het verzoek om bijstand wordt met redenen omkleed.

  • 3.

    Een geweigerd verzoek om bijstand kan worden voorgelegd aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.

  • 4.

    Indien de griffier respectievelijk het college bijstand weigert op grond van de in artikel 5, onder c genoemde weigeringsgrond, kan de raad besluiten om externen in te schakelen.

Artikel 7 Machtiging aan secretaris

  • 1.

    Het college kan de secretaris en directeuren machtigen om namens hem besluiten te nemen die in het kader van deze verordening door het college genomen moeten worden.

HOOFDSTUK 3 FRACTIEONDERSTEUNING

Artikel 8 Financiële bijdrage

  • 1.

    Elke fractie heeft recht op een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten van het in fractieverband functioneren als politieke groepering in de gemeenteraad.

  • 2.

    Elke fractie heeft recht op een financiële bijdrage specifiek bedoeld voor beleidsondersteuning per fractie.

  • 3.

    Indien een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de vergoeding met ingang van de maand volgend op de maand waarin de fractie hiervan kennis heeft gegeven aan de voorzitter van de gemeenteraad.

Artikel 9 Hoogte

  • 1.

    Voor de in artikel 8.1 bedoelde kosten worden met ingang van 1 januari 2026 de volgende vergoedingen per jaar verstrekt:

    Bij een fractie van 15 leden € 49.794,24

    Bij een fractie van 14 leden € 46.971,24

    Bij een fractie van 13 leden € 44.148,24

    Bij een fractie van 12 leden: € 41.325,24

    Bij een fractie van 11 leden: € 38.502,63

    Bij een fractie van 10 leden: € 35.680,23

    Bij een fractie van 9 leden: € 32.857,42

    Bij een fractie van 8 leden: € 30.034,81

    Bij een fractie van 7 leden: € 27.212,20

    Bij een fractie van 6 leden: € 24.389,59

    Bij een fractie van 5 leden: € 21.641,75

    Bij een fractie van 4 leden: € 19.492,09

    Bij een fractie van 3 leden: € 17.884,52

    Bij een fractie van 2 leden: € 16.308,11

    Bij een fractie van 1 lid: € 14.762,60

    Indexering vindt jaarlijks plaats op basis van het in de Staatscourant gepubliceerde percentage.

  • 2.

    Voor de in artikel 8.2 bedoelde kosten worden met ingang van 1 januari 2022 vergoedingen verstrekt volgens de volgende verdeelsleutel:

    Een vaste vergoeding voor 0,2 fte beleidsondersteuning per fractie

    Een variabele vergoeding voor 0,05 fte beleidsondersteuning per raadslid

  • 3.

    Voor de hoogte van de vergoedingen zoals bedoeld onder lid 2 geldt een maximumbedrag naar rato gelijk aan het in het betreffende jaar geldende maximumbedrag van schaal 11 volgens de CAO gemeenten.

  • 4.

    Namens het college wordt voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar een overzicht van de geldende bedragen als bedoeld onder lid 1 en 3 verstrekt aan de raadsgriffie.

Artikel 10 Uitkering

  • 1.

    De in artikel 9 bedoelde vergoedingen worden in principe betaald in twaalf maandelijkse termijnen.

  • 2.

    Het college draagt desgewenst zorg voor uitbetaling van de salarissen van de fractiemedewerkers. Fracties ontvangen hiervoor een factuur.

Artikel 11 Besteding

  • 1.

    Fracties besteden de bijdragen als bedoeld in artikel 8 uitsluitend ten behoeve van hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol.

  • 2.

    Deze bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:

    • a.

      uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

    • b.

      betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen, anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie, waarbij bestuurders van de fractiestichting hun taak onbezoldigd verrichten;

    • c.

      donaties, leningen, beleggingen en voorschotten;

    • d.

      uitgaven die gedaan moeten worden uit de vergoedingen die raadsleden vanuit een andere wettelijke regeling, waaronder de verordening onkostenvergoedingen en voorzieningen voor raads- en commissieleden, ontvangen;

    • e.

      Opleidingen voor individuele raadsleden en fractievolgers;

    • f.

      Uitgaven die verband houden met campagne-, verkiezings- of herverkiezingsactiviteiten van raadsleden.

Artikel 12 Reserves

  • 1.

    Niet gebruikte gedeelten van de bijdrage zoals bedoeld in artikel 8.1 toekomend aan een fractie mogen worden gereserveerd ter besteding door die fractie in volgende jaren. De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage, die de fractie ingevolge artikel 9 in het voorgaande kalenderjaar toekwam.

  • 2.

    Een beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.

  • 3.

    De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert of die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.

  • 4.

    De fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt of ophoudt te bestaan, of een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, is verplicht de opgebouwde reserve te restitueren aan de gemeente, met uitzondering van het gedeelte van de reserve dat moet worden gebruikt voor de afhandeling van nog lopende (personele) verplichtingen, mits onderbouwd op basis van een gespecificeerde en reële declaratie.

  • 5.

    Terugbetaling vindt plaats binnen een maand na vaststelling van de vergoeding, tenzij de fractie schriftelijk en gemotiveerd aan de griffier aangeeft waarom deze termijn niet haalbaar is en daarbij ook aangeeft voor welke datum restitutie plaatsvindt. De griffier legt deze vraag ter besluitvorming voor aan het seniorenoverleg.

  • 6.

    Bij splitsing van een fractie wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.

  • 7.

    De bijdrage voor beleidsondersteuning zoals bedoeld in artikel 8.2 kan niet worden gereserveerd.

Artikel 13 Verantwoording

  • 1.

    Elke fractie legt uiterlijk op 15 april verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning in het voorgaande kalenderjaar.

  • 2.

    De gemeente levert hiertoe uiterlijk op 15 februari een vooraf ingevuld verantwoordingsdocument aan bij de fracties.

  • 3.

    De verantwoording wordt alleen in behandeling genomen indien deze digitaal wordt ingediend in de vorm van het verantwoordingsmodel zoals opgenomen in bijlage A bij deze verordening en is voorzien van de gevraagde bewijsstukken.

  • 4.

    Een fractie die als gevolg van verkiezingen uit de raad verdwijnt of ophoudt te bestaan of een fractie die tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, dient uiterlijk binnen drie maanden na de verkiezingen of na de kennisgeving als bedoeld in artikel 8 lid 3, haar verantwoording in over de periode van dat lopende jaar tot 1 april of het moment van ophouden van bestaan van de fractie.

  • 5.

    Controle op deze verantwoording plaats onder verantwoordelijkheid van de stadscontroller van de gemeente. Bij tijdige aanlevering van de verantwoordingen is de controle per 1 september gereed.

  • 6.

    Het seniorenoverleg stelt de verantwoordingen en de controle zoals bedoeld in lid 4 vast.

  • 7.

    Na vaststelling biedt het seniorenoverleg de ingevulde bijlage A aan de gemeenteraad aan en wordt deze gepubliceerd op de website van de gemeenteraad.

  • 8.

    Indien uit de controle blijkt dat een fractie in een kalenderjaar een hogere bijdrage heeft ontvangen dan waarop zij recht had, betaalt zij het teveel ontvangen bedrag onverwijld na ontvangst van de factuur terug aan de gemeente.

  • 9.

    Indien een fractie, ook na schriftelijke aanmaning, in gebreke blijft te voldoen aan de plicht tot verantwoording genoemd in het eerste lid, wordt de betaling van de bijdrage in het lopende kalenderjaar opgeschort totdat de verantwoording heeft plaatsgevonden. De voorzitter kan in bijzondere gevallen bepalen dat geen opschorting plaatsvindt.

  • 10.

    Indien een fractie, ook na schriftelijke aanmaning, in gebreke blijft te voldoen aan de plicht tot terugbetaling genoemd in het achtste lid, wordt het terug te betalen bedrag ingehouden op de in lopende kalenderjaar aan de fractie te betalen bijdrage. De voorzitter kan in bijzondere gevallen bepalen dat geen inhouding plaatsvindt.

Artikel 14 Mandaat

  • 1.

    De gemeenteraad verleent de griffier mandaat om alle correspondentie naar aanleiding van de in deze verordening genoemde besluiten van de gemeenteraad te ondertekenen.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 15 Citeertitel

  • 1.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2026”.

Artikel 16 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 juli 2026 onder gelijktijdige intrekking van de verordening Ambtelijke Bijstand en Fractieondersteuning 2022.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 juli 2026:

De griffier;

drs. S.J. Ruta

De voorzitter;

drs. H.M.F. Bruls

Naar boven